Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)
- BWB-id
- BWBR0018743
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018743
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-publieke-gezondheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-publieke-gezondheid/2026-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018743&g=2026-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018743&z=2026-06-06&g=2026-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018743/2026-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-publieke-gezondheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld; c. instellingssubsidie: een subsidie aan een instelling voor de kosten van haar structurele activiteiten, of een gedeelte van die kosten; d. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek accountant: accountant als bedoeld in; e. projectsubsidie: een subsidie voor activiteiten aan een instelling die anders dan als instellingssubsidie wordt verstrekt; f. artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in. 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op deze regeling is deniet van toepassing. 2016 14895 24-03-2016 16-03-2016 943230-148320-WJZ 2016 14895 24-03-2016 16-03-2016 943230-148320-WJZ 01-04-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Hoofdstuk II Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2 Subsidie wordt slechts verstrekt indien: a. naar het oordeel van de minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt; b. de aanvrager naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren. 3 Het tweede lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een subsidie of een uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt, bestaat uit een door de minister vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De minister kan de volgende modellen en formulieren vaststellen: a. een formulier voor de aanvraag van subsidie; b. een model voor de begroting; c. een model voor het activiteitenplan; d. een model voor het activiteitenverslag; e. een model controleverklaring; f. een model voor het rapport feitelijke bevindingen; g. een model assurancerapport; h. een formulier voor de aanvraag van de vaststelling van de subsidie. 2012 20787 15-10-2012 05-10-2012 PG/OGZ3126268 2012 20787 15-10-2012 05-10-2012 PG/OGZ3126268 16-10-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De instelling die voor haar activiteiten of een gedeelte daarvan in een jaar een instellingssubsidie verlangt, dient uiterlijk 13 weken vóór de aanvang van het desbetreffende jaar een subsidieaanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een activiteitenplan en een begroting en gaat, indien de liquiditeitsbehoefte niet regelmatig gespreid is over het jaar, vergezeld van een liquiditeitsprognose. 2 In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de instelling met de activiteiten nastreeft, op welke wijze zij zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroep zij zijn bestemd. 3 De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting maakt onderscheid tussen personele en materiële middelen. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en van het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag. In geval van een privaatrechtelijke rechtspersoon bevat de begroting tevens zowel de baten en lasten van de instelling als geheel als de baten en lasten van elk te onderscheiden onderdeel van de instelling. 4 De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per kalenderkwartaal. 5 De minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn. 2022 10969 22-04-2022 05-04-2022 3346764-1027262-PDC19 2022 10969 22-04-2022 05-04-2022 3346764-1027262-PDC19 23-04-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij de aanvraag van een instellingssubsidie door een privaatrechtelijke rechtspersoon worden tevens overgelegd: a. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten; b. een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt; c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag; en d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend. 2 Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen of organisaties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 3 Overlegging van de in het eerste lid bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens aan de minister bekend zijn. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De minister kan bij het besluit tot verlening van een instellingssubsidie ambtshalve tevens voorschotten verlenen. Daarbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsbehoefte. Indien de subsidieaanvraag te laat wordt ingediend en de minister de aanvraag desondanks in behandeling neemt, kan hij het verlenen van voorschotten evenredig later doen plaatsvinden. 2 De minister verstrekt, indien de liquiditeitsbehoefte regelmatig is gespreid, de volgende voorschotten op een verleende instellingssubsidie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende bedrag. 3 Indien de minister voorschotten verstrekt voordat hij de beschikking tot verlening van een instellingssubsidie heeft gegeven, worden de percentages, bedoeld in het tweede lid, tot de datum van subsidieverlening, toegepast op het voor het voorgaande jaar verleende bedrag, in voorkomende gevallen bijgesteld overeenkomstig door de minister gegeven beschikkingen. 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 19-09-2009 Artikel II van Stcrt. 2009/13987 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: a. de doeleinden, gesteld in het activiteitenplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd; b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en c. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend. 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De subsidieontvanger zorgt er voorts voor: a. dat de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd; b. dat de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling; en c. dat van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Bij instellingen die een instellingssubsidie ontvangen, is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2 De minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De subsidieontvanger meldt meteen aan de minister als: a. het tijdens de periode waarvoor de subsidie is verstrekt aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, b. het aannemelijk is geworden dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2 De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd. 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 26-12-2007 Artikel II, lid 1 van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling publieke gezondheid (overgang van de entadministraties), Stcrt. 2007/249, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De privaatrechtelijke rechtspersoon die een instellingssubsidie ontvangt, verzekert zijn roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden. 2 De ontvanger van een instellingssubsidie verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid. 3 De minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten. 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 2011 7992 06-05-2011 28-04-2011 DWJZ/R&E-3059870 01-07-2011 Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Voorzover het bedrag van de verleende instellingssubsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de geldende verplichtingen, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor het is verstrekt, wordt het gereserveerd. 2 Voor de berekening van het in het eerste lid bedoelde te reserveren bedrag wordt het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, bestaande uit de vastgestelde instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, verminderd met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt toegerekend naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de, in de ingediende begroting opgenomen, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende, overige baten. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel. 3 artikel 374, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Toevoegingen aan voorzieningen als bedoeld in, die samenhangen met de gesubsidieerde activiteiten, worden gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in het tweede lid, tenzij de minister anders bepaalt. 4 Indien in de ingediende begroting onder de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten een vrijgevallen voorziening is opgenomen, blijft deze buiten beschouwing bij de berekening van het te reserveren bedrag, bedoeld in het tweede lid. 5 De in het eerste lid bedoelde reservering wordt uitsluitend besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt. 6 De in het eerste lid bedoelde reservering bedraagt ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de instellingssubsidie dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij het besluit tot verlening is bepaald. 7 Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste lid, gelet op de maximaal toegestane reservering niet gereserveerd kan worden, wordt het bij de vaststelling in mindering gebracht op de instellingsubsidie. 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat, behoudens schriftelijke toestemming van de minister, openbaarmaking van op grond van deze regeling gesubsidieerd onderzoek, delen of samenvattingen daarvan, niet plaats heeft binnen drie maanden nadat de voorgenomen openbaarmaking aan de minister is voorgelegd. 2 De minister is bevoegd om de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, desgewenst voorzien van commentaar, één of meermalen te vermenigvuldigen, openbaar te maken of openbaar te doen maken, met vermelding van de bron, zonder dat hiervoor enige vergoeding is verschuldigd. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de minister onmiddellijk en kosteloos aan de minister of aan door de minister aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen beschikbaar worden gesteld. 4 Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan de minister bepalen dat de subsidieontvanger er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van de activiteit zijn geweest. 5 artikel 10, eerste lid, onder 1°, van de Auteurswet Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk. 6 De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties. 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht Aan de subsidie kunnen verplichtingen als bedoeld inworden verbonden. 2 De minister kan tevens bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De minister kan bepalen dat de subsidieontvanger in de gevallen, genoemd in, een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming is verschuldigd. 2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen. 3 Toepassing van het eerste lid blijft achterwege indien de activiteiten van de subsidieontvanger, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling ter beschikking gestelde goederen, is niet hoger dan het bedrag dat op grond van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften berekend wordt, rekening houdend met de geldende afschrijvingspercentages. 2 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling geleverde diensten, is indien het diensten betreft die in het algemeen door soortgelijke instellingen in eigen beheer worden verricht, niet hoger dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die de instelling zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer. 3 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling geleverde diensten, andere dan de in het tweede lid bedoelde diensten, is niet hoger dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere organisaties gebruikelijk kan worden geacht. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De subsidieontvanger verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de instelling slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de instelling de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. 2 Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen. 3 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 28 Indien bij de minister het vermoeden is gerezen datniet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Binnen 22 weken na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling. 2 De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. artikel 22 het verslag, bedoeld in; b. artikel 33 de subsidiedeclaratie, bedoeld in; c. de jaarrekening; en d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend. 3 Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen. 4 De jaarrekening behoeft niet te worden ingezonden, indien het gaat om een subsidie aan een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld. 5 De minister kan ontheffing en vrijstelling verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn. 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/26948 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 afdelingen 2 tot en met 8 van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Dezijn van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. 2 De grondslag voor de waardering van activa en passiva is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften. 3 Titel De minister kan bepalen dat bepalingen van de in het eerste lid bedoeldeof onderdelen daarvan niet van toepassing zijn op bepaalde instellingen. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een controleverklaring van een accountant. Indien de subsidie wordt vastgesteld op basis van prestatie-eenheden is de subsidiedeclaratie in afwijking van de eerste volzin voorzien van een assurancerapport. 2 Vervallen. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de minister in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie. 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende subsidie minder dan € 125.000 bedraagt. 2021 30677 14-06-2021 08-06-2021 2369887-1009956-PDC19 2021 30677 14-06-2021 08-06-2021 2369887-1009956-PDC19 15-06-2021
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 32 Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie. 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/26948 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/26948 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 19-09-2009 Artikel II van Stcrt. 2009/13987 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 2013 26948 30-09-2013 23-09-2013 143378-108878 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/26948 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. screeningsorganisatie: Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland; b. screeningslaboratorium: een laboratorium dat in opdracht van een screeningsorganisatie vaginaal materiaal onderzoekt; c. primair uitstrijkje: het naar aanleiding van een uitnodiging in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in de huisartsenpraktijk afnemen van vaginaal materiaal van een vrouw, dat in een screeningslaboratorium wordt getest op hrHPV en waarop in geval van een positieve hrHPV-test vervolgens ook een cytologische beoordeling plaatsvindt; d. hrHPV: hoogrisico Humaan Papilloma Virus; e. hrHPV-test: een test op hoogrisico Humaan Papilloma Virus; f. cytologische beoordeling: een microscopisch onderzoek van vaginaal materiaal op afwijkende cellen; g. zelfafnameset (ZAS): een afnameset waarmee de vrouw in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker zelf vaginaal materiaal afneemt en opstuurt naar een screeningslaboratorium, dat dit test op hrHPV; h. controle-uitstrijkje: het, indien het onderzoek van vaginaal materiaal afgenomen door een primair uitstrijkje of zelfafnameset resulteert in een positieve hrHPV-test en een negatieve cytologische beoordeling, in de huisartsenpraktijk twaalf maanden later afnemen van vaginaal materiaal van de desbetreffende vrouw, waarop in een screeningslaboratorium een cytologische beoordeling plaatsvindt; i. uitstrijkje na hrHPV-positieve ZAS: het, indien het vaginaal materiaal uit een ZAS resulteert in een positieve hrHPV-test, in de huisartsenpraktijk afnemen van vaginaal materiaal van de desbetreffende vrouw, waarop in een screeningslaboratorium een cytologische beoordeling plaatsvindt; j. overige organisatiekosten: de overige indirecte kosten die de screeningsorganisatie maakt in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker en die niet direct aan de onderzoeken bedoeld in onderdeel c, f, g, h en i te koppelen zijn. 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 01-01-2023
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de screeningsorganisatie. 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt: a. voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep van 30 tot en met 65 jaar alsmede transmannelijke en genderdiverse personen met een baarmoeder in de leeftijdsgroep van 30 tot en met 65 jaar die zich hebben aangemeld bij de screeningsorganisatie; b. voor zover van de personen, bedoeld onder a, geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek; c. artikel 47a voor zover de screeningsorganisatie met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat haar belast met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 19-09-2009 Artikel II van Stcrt. 2009/13987 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 De screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 42 Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker; b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie; 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 19-09-2009 Artikel II van Stcrt. 2009/13987 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 4 artikel 42 In afwijking vanbestaat de subsidie, bedoeld in, voor het jaar 2025 en voor het jaar 2026 uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule: (Qpu x Ppu) + (Qcpu x Pcpu) + (Qzas x Pzas) + (Qcuzm x Pcuzm) + (Quzas x Puzas) + (Qoo x Poo) waarbij wordt verstaan onder: Qpu. het aantal beoordeelde hrHPV-testen dat, naar aanleiding van primaire uitstrijkjes, in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie, waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw of aansluitende cytologische beoordeling; Ppu. een bedrag van € 51,63 per beoordeelde hrHPV-test naar aanleiding van een primair uitstrijkje, waarvan € 20,68 voor laboratoriumonderzoek; Qcpu. het aantal cytologische beoordelingen dat, naar aanleiding van primaire uitstrijkjes, in het desbetreffende jaar heeft plaatsgevonden in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw; Pcpu. een bedrag van € 31,64 voor laboratoriumonderzoek per cytologische beoordeling naar aanleiding van een positieve hrHPV-test bij een primair uitstrijkje; Qzas. het aantal zelfafnamesets dat in het desbetreffende jaar is beoordeeld op hrHPV in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw; Pzas. een bedrag van € 26,79 per beoordeelde ZAS op hrHPV, waarvan € 13,21 voor laboratoriumonderzoek; Qcuzm. het aantal controle-uitstrijkjes dat in het desbetreffende jaar is beoordeeld in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw; Pcuzm. een bedrag van € 66,44 per beoordeeld controle-uitstrijkje, waarvan € 41,31 voor laboratoriumonderzoek; Quzas. het aantal uitstrijkjes naar aanleiding van een hrHPV-positieve test van vaginaal materiaal verkregen door de vrouw met een zelfafnameset, dat in het desbetreffende jaar is beoordeeld in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw; Puzas. een bedrag van € 65,18 per beoordeeld uitstrijkje na een hrHPV-positieve test van vaginaal materiaal uit een ZAS, waarvan € 41,31 voor laboratoriumonderzoek; Qoo. overige organisatiekosten, berekend op basis van het totaal van het aantal in 2019 beoordeelde zelfafnamesets op hrHPV en het aantal beoordeelde hrHPV-testen dat, naar aanleiding van primaire uitstrijkjes, in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie, waarbij sprake is van een uitslag naar de desbetreffende vrouw of aansluitende cytologische beoordeling; Poo. een bedrag van € 34,63 per het totaal van het aantal beoordeelde hrHPV-testen naar aanleiding van een primair uitstrijkje en het aantal beoordeelde zelfafnamesets op hrHPV. 2 Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in het besluit tot verlening gecorrigeerd voor wat betreft de tarieven voor laboratoriumonderzoek, in verband met de in de praktijk door de screeningslaboratoria aan de screeningsorganisatie in rekening gebrachte tarieven voor laboratoriumonderzoek. 3 De screeningsorganisatie toont aan dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en legt rekening en verantwoording af omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en opbrengsten. 4 artikel 23 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane reservering, bedoeld in. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 20 artikel 46 Onverminderd, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van de som van het aantal Qpu en Qzas, bedoeld in, van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a artikel 42 De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker als bedoeld inwordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. screeningsorganisatie: Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland; b. onderzoek: het in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker maken van een borstfoto door een laborant en beoordeling van deze foto door twee radiologen; c. screeningseenheid: al dan niet mobiele accommodatie ingericht voor het maken van een borstfoto in het kader van een onderzoek. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de screeningsorganisatie. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 49 Subsidie als bedoeld inwordt slechts verstrekt: a. voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep van 50 tot en met 75 jaar, alsmede transmannelijke en genderdiverse personen in de leeftijdsgroep van 50 tot en met 75 jaar met borstweefsel die geen borst verwijderende operatie hebben ondergaan en zich hebben aangemeld bij de screeningsorganisatie in de leeftijdsgroep 50 tot en met 75 jaar; b. voor zover van de personen, bedoeld onder a, geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek; c. artikel 52b voor zover de screeningsorganisatie met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat haar belast met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 4 artikel 49 In afwijking vanbedraagt de subsidie, bedoeld in, voor het jaar 2025 en voor het jaar 2026 ten hoogste € 104,29 voor elk onderzoek dat in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker van de desbetreffende screeningsorganisatie. 2 De screeningsorganisatie toont aan dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en legt rekening en verantwoording af omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en opbrengsten. 3 artikel 23 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane reservering, bedoeld intot ten hoogste het bij de verlening genoemde bedrag. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 49 Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker; b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie; c. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 52a — Artikel 52a#
Artikel 52a artikel 20 Onverminderd, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van het aantal onderzoeken naar borstkanker van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 52b — Artikel 52b#
Artikel 52b artikel 49 De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker als bedoeld inwordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. onderzoek: het in het kader van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker beoordelen van bloed in ontlasting door een laborant met eventuele doorverwijzing voor coloscopie voor aanvullend diagnostisch onderzoek; b. screeningsorganisatie: Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de screeningsorganisatie. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 54 Subsidie als bedoeld inwordt slechts verstrekt: a. voor onderzoek bij alle personen in de leeftijdsgroep 55 tot en met 75 jaar; b. voor zover van de personen, bedoeld onder a, geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek; c. artikel 59 voor zover de screeningsorganisatie met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat haar belast met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 54 Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker; b. de verwijzing ten behoeve van nadere diagnostiek; c. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker en over de nadere diagnostiek naar darmkanker, een en ander ten behoeve van de proces- en effectevaluatie; d. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 4 artikel 54 In afwijking vanbedraagt de subsidie, bedoeld in, voor het jaar 2025 en voor het jaar 2026 ten hoogste € 20,75 voor elk onderzoek dat in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker van de betreffende screeningsorganisatie. 2 De screeningsorganisatie toont aan dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en legt rekening en verantwoording af omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en opbrengsten. 3 artikel 23 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane reservering, bedoeld in. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 20 Onverminderd, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van het aantal onderzoeken naar darmkanker van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 54 De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker als bedoeld inwordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 15-12-2021
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a Vervallen 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 26-12-2007 Artikel II, lid 1 van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling publieke gezondheid (overgang van de entadministraties), Stcrt. 2007/249, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht. 2024 29432 11-09-2024 03-09-2024 3866635-1068074-PG 2024 29432 11-09-2024 03-09-2024 3866635-1068074-PG 11-09-2024
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 60 De subsidie, bedoeld in, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door: a. huisartsen aan: 1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen; 2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie; 3°. patiënten met diabetes mellitus; 4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie; 5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan; 6°. personen geïnfecteerd met hiv; 7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken; 8°. personen vanaf 60 jaar, inclusief personen die voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt 60 jaar worden; 9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties; 10°. personen met morbide obesitas en een body mass index van 40 of hoger; 11°. personen onder de 60 jaar met dementie; 12°. personen met cochleaire implantaten; of 13° artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen personen met een verstandelijke beperking die niet verblijven in een instelling als bedoeld in; b. artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in. 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023 01-01-2023
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 19, eerste lid artikel 60 In afwijking van, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar. 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 2007 249 24-12-2007 12-12-2007 PG/ZP2.819.233 26-12-2007 Artikel II, lid 1 van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling publieke gezondheid (overgang van de entadministraties), Stcrt. 2007/249, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 60 In het boekjaar van 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026 bestaat de subsidie, bedoeld in, uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule: Qt x Pt + U waarbij wordt verstaan onder: artikel 61, onderdeel a Qt. het aantal griepvaccins, bedoeld in, dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt in het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie wordt toegediend; Pt. een bedrag van € 15,62; U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 700.000. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 artikel 60 Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie. 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 2009 13987 18-09-2009 11-09-2009 PG/OGZ-2954022 19-09-2009 Artikel II van Stcrt. 2009/13987 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 23 artikel 60 67a In afwijking vanbedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering van de overschotten van de instellingssubsidies, bedoeld inen, ten hoogste € 275.000. 2024 29432 11-09-2024 03-09-2024 3866635-1068074-PG 2024 29432 11-09-2024 03-09-2024 3866635-1068074-PG 11-09-2024
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 artikel 60 artikel 61 De stichting, genoemd in, draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in: a. artikel 61, onderdeel a, sub 1° tot en met 9° registreren tot welke risicogroepen, bedoeld in, gevaccineerden behoren; b. gedurende ten minste vijf jaren de registratie, bedoeld onder a, bewaren. 2009 96 28-05-2009 20-05-2009 PG/OGZ-2930867 2009 96 28-05-2009 20-05-2009 PG/OGZ-2930867 30-05-2009 01-05-2008
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 60 De stichting, genoemd in: a. verleent medewerking aan de publieksvoorlichting over het Nationaal Programma Grieppreventie en aan de evaluatie van het Nationaal Programma Grieppreventie, die door de minister of door andere organisaties in opdracht van de minister worden uitgevoerd; b. draagt er zorg voor dat de huisartsen die deelnemen aan de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, zich verplichten hun medewerking te verlenen aan de evaluatie bedoeld onder a. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 67a — Artikel 67a#
Artikel 67a Voor de uitvoering van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht. 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 01-05-2020
Artikel 67b — Artikel 67b#
Artikel 67b artikel 67a De subsidie, bedoeld in, wordt verstrekt voor vaccinaties tegen de pneumokokkenziekte die in de periode van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar worden toegediend door: a. huisartsen aan personen geboren in 1947 of eerder en personen geboren in 1965; b. artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 67c — Artikel 67c#
Artikel 67c artikel 19, eerste lid artikel 67a In afwijking van, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar. 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 01-05-2020
Artikel 67d — Artikel 67d#
Artikel 67d 1 artikel 67a Met ingang van het boekjaar van 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026 bestaat de subsidie, bedoeld in, uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule: Qt x Pt + U waarbij wordt verstaan onder: Qt. artikel 67b het aantal toegediende vaccins, bedoeld in, dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt in het kader van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte; Pt. een bedrag van € 24,50; U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van de vaccinatie tegen pneumokokken, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 330.000. 2 Voor het boekjaar van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024 en het boekjaar van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2025 wordt een spillage van 5% van het aantal bestelde vaccins toegestaan, waarbij geldt dat: a. het aantal toegediende vaccins in een boekjaar wordt afgerond op hele tientallen naar boven; en b. er alleen sprake is van spillage bij vaccins waarvan de houdbaarheid per 1 december van het betreffende boekjaar is verlopen. 3 Indien het toegestane spillagepercentage, bedoeld in het tweede lid, wordt overschreden, wordt de subsidie verminderd met: a. € 6,90 per vaccin voor het boekjaar van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024; of b. € 7,20 per vaccin voor het boekjaar van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2025. 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 2025 29769 03-09-2025 25-08-2025 4189510-1086725-IZB 03-09-2025
Artikel 67e — Artikel 67e#
Artikel 67e Vervallen 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 01-01-2023
Artikel 67f — Artikel 67f#
Artikel 67f artikel 67a Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte. 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 01-05-2020
Artikel 67g — Artikel 67g#
Artikel 67g Vervallen 2021 30677 14-06-2021 08-06-2021 2369887-1009956-PDC19 2021 30677 14-06-2021 08-06-2021 2369887-1009956-PDC19 15-06-2021
Artikel 67h — Artikel 67h#
Artikel 67h artikel 67a artikel 67b De stichting, genoemd in, draagt er zorg voor dat huisartsen, bedoeld in, de gevaccineerden registreren en deze registratie gedurende ten minste twintig jaren bewaren. 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 01-05-2020
Artikel 67i — Artikel 67i#
Artikel 67i artikel 67a De stichting, genoemd in: a. verleent medewerking aan de publieksvoorlichting over de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte en aan de evaluatie hiervan, die door de minister of door andere organisaties in opdracht van de minister worden uitgevoerd; b. draagt er zorg voor dat huisartsen die deelnemen aan de uitvoering van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte, zich verplichten hun medewerking te verlenen aan de evaluatie bedoeld onder a. 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 2020 14106 12-03-2020 03-03-2020 1649720-201966-PG 01-05-2020
Artikel 67j — Artikel 67j#
Artikel 67j Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67k — Artikel 67k#
Artikel 67k Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67ka — Artikel 67ka#
Artikel 67ka Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67l — Artikel 67l#
Artikel 67l Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67la — Artikel 67la#
Artikel 67la Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67m — Artikel 67m#
Artikel 67m Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67n — Artikel 67n#
Artikel 67n Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67o — Artikel 67o#
Artikel 67o Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67p — Artikel 67p#
Artikel 67p Vervallen 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 2023 26479 28-09-2023 20-09-2023 3669228-1052208-PG 29-09-2023
Artikel 67q — Artikel 67q#
Artikel 67q Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67r — Artikel 67r#
Artikel 67r Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67s — Artikel 67s#
Artikel 67s Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67t — Artikel 67t#
Artikel 67t Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67u — Artikel 67u#
Artikel 67u Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67v — Artikel 67v#
Artikel 67v Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 67w — Artikel 67w#
Artikel 67w Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 01-01-2024
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2016 51397 30-09-2016 20-09-2016 1016043-154205-PG 2016 51397 30-09-2016 20-09-2016 1016043-154205-PG 01-01-2022
Artikel 76** — Artikel 76**#
Artikel 76** Vervallen 2021 49266 14-12-2021 06-12-2021 3291834-1021039-PG 2016 51397 30-09-2016 20-09-2016 1016043-154205-PG 01-01-2024 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2016/51397 gesteld op 1
januari 2022. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2021/49266 gesteld op 1
januari 2023.
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Vervallen 2008 168 01-09-2008 19-08-2008 PG/ZP2.871.968 2008 168 01-09-2008 19-08-2008 PG/ZP2.871.968 03-09-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling publieke gezondheid voor het jaar 2009, Stcrt. 2009/168, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75b — Artikel 75b#
Artikel 75b Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75c — Artikel 75c#
Artikel 75c Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75d — Artikel 75d#
Artikel 75d Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75e — Artikel 75e#
Artikel 75e Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75f — Artikel 75f#
Artikel 75f Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75g — Artikel 75g#
Artikel 75g Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75h — Artikel 75h#
Artikel 75h Vervallen 2008 168 01-09-2008 19-08-2008 PG/ZP2.871.968 2008 168 01-09-2008 19-08-2008 PG/ZP2.871.968 03-09-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling publieke gezondheid voor het jaar 2009, Stcrt. 2009/168, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75i — Artikel 75i#
Artikel 75i Vervallen 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 2014 19500 11-07-2014 04-07-2014 639561-123149-PG 01-01-2015
Artikel 75j — Artikel 75j#
Artikel 75j Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75k — Artikel 75k#
Artikel 75k Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75l — Artikel 75l#
Artikel 75l Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75m — Artikel 75m#
Artikel 75m Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75n — Artikel 75n#
Artikel 75n Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75o — Artikel 75o#
Artikel 75o Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75p — Artikel 75p#
Artikel 75p Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75q — Artikel 75q#
Artikel 75q In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. medicamenteuze zwangerschapsafbreking: artikel 6a van de Wet afbreking zwangerschap medicamenteuze afbreking van de zwangerschap die voldoet aan; b. terhandstelling van medicatie voor zwangerschapsafbreking: de terhandstelling van medicatie voor de zwangerschapsafbreking door apothekers, inclusief het indienen van de bijbehorende declaratie bij de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie; c. voorschrijvend consult voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking: artikel 2, aanhef en onder b, van de Wet afbreking zwangerschap het consult waarin de medicatie voor de zwangerschapsafbreking wordt voorgeschreven door een huisarts als bedoeld in, inclusief de bijbehorende verplichte registratie bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het indienen van de declaratie bij de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie. 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 01-01-2025
Artikel 75r — Artikel 75r#
Artikel 75r een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht voor: De minister kan jaarlijks a. Wet langdurige zorg het verstrekken van vergoedingen aan huisartsen voor de voorschrijvende consulten voor medicamenteuze zwangerschapsafbrekingen aan personen die overeenkomstig dezijn verzekerd; b. Wet langdurige zorg het verstrekken van vergoedingen aan apothekers voor terhandstellingen van medicatie voor zwangerschapsafbreking aan personen die overeenkomstig dezijn verzekerd; en c. ondersteunende activiteiten ten behoeve van het zorgdragen voor het verstrekken van de vergoedingen bedoeld onder a en b. 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 01-01-2025
Artikel 75s — Artikel 75s#
Artikel 75s artikel 19, eerste lid artikel 75r, eerste lid In afwijking van, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar. 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 01-01-2025
Artikel 75t — Artikel 75t#
Artikel 75t artikel 4 artikel 75r, eerste lid In afwijking vanwordt de hoogte van de te verlenen subsidie, bedoeld in, per boekjaar berekend overeenkomstig de volgende formule: (Qh * Ph) + (Qa1 * Pa1) + (Qa2 * Pa2) + (Qa3 * Pa3) + U waarbij wordt verstaan onder: Qh. het verwachte aantal declaraties van voorschrijvende consulten voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verleend wordt ingediend bij de stichting; Ph. een bedrag van € 135,20 per voorschrijvend consult; Qa1. het verwachte aantal declaraties van terhandstellingen van mifepriston en vier tabletten misoprostol dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verleend, wordt ingediend bij de stichting; Pa1. een bedrag van € 79,05 per terhandstelling van mifepriston en vier tabletten misoprostol; Qa2. het verwachte aantal terhandstellingen van vier tabletten misoprostol dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verleend wordt ingediend bij de stichting; Pa2. een bedrag van € 24,00 per terhandstelling van vier tabletten misoprostol; Qa3. het verwachte aantal terhandstellingen van mifepriston en acht tabletten misoprostol dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verleend, wordt ingediend bij de stichting; Pa3. een bedrag van € 87,05 per terhandstelling van mifepriston en acht tabletten misoprostol; ondersteunende activiteiten als bedoeld in artikel 75r, eerste lid, onderdeel c, U. de verwachte kosten van devoor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 150.000. 2026 9230 10-03-2026 03-03-2026 4351551-1094123-PG 2026 9230 10-03-2026 03-03-2026 4351551-1094123-PG 01-05-2026
Artikel 75u — Artikel 75u#
Artikel 75u artikelen 4:38 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 75r, eerste lid, onder c De minister kan verplichtingen opleggen als bedoeld in deenmet betrekking tot de ondersteunende activiteiten als bedoeld in. 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 01-01-2025
Artikel 75v — Artikel 75v#
Artikel 75v Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op de werkelijk gemaakte kosten in het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend, met betrekking tot: a. artikel 75r, eerste lid, onder a het vergoeden van de declaraties van voorschrijvende consulten, bedoeld in; b. artikel 75r, eerste lid, onder b het vergoeden van de declaraties van de terhandstellingen, bedoeld in; en c. ondersteunende activiteiten, bedoeld in artikel de75r, eerste lid, onder c tot ten hoogste € 150.000. 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 2024 37541 19-11-2024 11-11-2024 3992873-1074513-PG 01-01-2025
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 2011 16603 16-09-2011 06-09-2011 PG/OGZ3077212 17-09-2011 Artikel II van Stcrt. 2011/16603 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 hoofdstuk II, paragraaf 5c hoofdstuk II, paragraaf 6 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat, vervalt met ingang van 1 januari 2024 en, vervalt met ingang van 1 januari 2024. 2 Deze regeling blijft van toepassing op subsidies en uitkeringen die op grond van deze regeling zijn verleend. 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 2022 26197 30-09-2022 27-09-2022 3435046-1035043-PG 01-01-2023
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid. 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 2005 181 19-09-2005 12-09-2005 PG-2.611.880 21-09-2005