Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 juli 2005, nr. TRCJZ/2005/213, houdende tijdelijke regels voor natuurbraaksubsidie in 2005
- BWB-id
- BWBR0018573
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-07-14 t/m 2006-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018573
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/tijdelijke-regeling-natuurbraaksubsidie-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/tijdelijke-regeling-natuurbraaksubsidie-2005/2005-07-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018573&g=2005-07-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018573&z=2026-06-06&g=2005-07-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018573/2005-07-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/tijdelijke-regeling-natuurbraaksubsidie-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. verordening 1860/2004 Verordening (EG) nr. 1860/2004 :van de Commissie van 6 oktober 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun in de landbouwsector en de visserijsector (PbEU L 325); d. verordening 1860/2004 de minimis-steun: steun als bedoeld in artikel 3 van; e. artikel 1, onderdeel l, van de Regeling GLB-inkomenssteun verzamelaanvraag: verzamelaanvraag als bedoeld in; f. artikel 1, onderdeel j, van de Regeling GLB-inkomenssteun landbouwer: landbouwer als bedoeld in; g. artikel 1, onderdeel k, van de Regeling GLB-inkomenssteun bedrijf: bedrijf als bedoeld in; h. verkoopseizoen: tijdvak dat begint op 1 juli en eindigt op 30 juni van het daarop volgende kalenderjaar; i. bijlage 2 van de Regeling GLB-inkomenssteun groenbemester: groenbemester als bedoeld in; j. natuurbraakmengsel: mengsel van groenbemesters, waarin ten minste drie verschillende soorten bloeiende, tweezaadlobbige gewassen voorkomen; k. natuurwaarden: natuurwaarden die betrekking hebben op zeldzame of sterk in aantal achteruitgaande diersoorten, plantensoorten en biotopen, waaronder bloembezoekende insecten, zoogdieren, reptielen en amfibieën, akkervogels en roofvogels, akkerkruiden en trekvogels; l. vegetatie: vegetatie die een bijdrage levert aan de verbetering dan wel instandhouding van natuurwaarden; m. Wet milieubeheer Wet verontreiniging oppervlaktewater Meststoffenwet Wet bodembescherming Bestrijdingsmiddelenwet 1962 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Diergeneesmiddelenwet Plantenziektenwet goede landbouwpraktijken: geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, daaronder begrepen de geldende normen vastgesteld bij of krachtens de, de, de, de, de, de, deen de. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 verordening 1860/2004 De minister verleent met inachtneming van de artikelen 3 en 4 vanen deze regeling in 2005 op aanvraag een subsidie aan een landbouwer voor de instandhouding van natuurwaarden op tot zijn bedrijf behorende braakgelegde percelen. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De subsidie, bedoeld in, wordt uitsluitend verleend, indien: a. artikel 2 voor de percelen, bedoeld in, een verzamelaanvraag voor 2005 is ingediend; b. artikel 2 artikelen 7 8 36 37 van de Regeling GLB-inkomenssteun op de percelen, bedoeld in, voldaan is aan de,,en. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 De subsidieontvanger is ten aanzien van de percelen, bedoeld in, verplicht: a. de goede landbouwpraktijken in acht te nemen; b. deze niet zwart te houden als gevolg van bewerkingen van de grond; c. deze, behoudens overmacht, uiterlijk op 15 mei 2005 in te zaaien met een natuurbraakmengsel; d. de vegetatie niet vóór 15 juli 2005 te maaien; e. de vegetatie niet vóór 1 oktober 2005 door enigerlei vorm van bewerking te vernietigen; f. gedurende de periode vanaf 15 januari tot en met 30 september 2005 geen dierlijke of overige organische meststoffen dan wel kunstmest te gebruiken; g. gedurende de periode vanaf 15 januari tot en met 30 september 2005 geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, te gebruiken; h. bij het maaien in ten minste twee etappes te maaien waarbij een periode van minimaal drie weken gelegen is tussen de opeenvolgende maaibeurten, het insluiten van dieren te voorkomen, vogelnesten te ontzien en een stoppellengte van ten minste 10 centimeter aan te houden. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel g, is het gebruik van herbiciden in de in dat onderdeel bedoelde periode toegestaan om een vanuit landbouwkundig oogpunt onacceptabele ontwikkeling van onkruiden tegen te gaan, mits dat gebruik wordt beperkt tot die plekken waar zich een dergelijke ontwikkeling van onkruiden voordoet. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het subsidieplafond voor 2005 bedraagt € 100.000,–. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling wordt uiterlijk op 15 juli 2005 bij Dienst Regelingen ingediend met gebruik van een door Dienst Regelingen vastgesteld formulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 2 Bij de indiening van een formulier als bedoeld in het eerste lid, legt de aanvrager een kopie over van andere beschikkingen waarbij uit anderen hoofde dan deze regeling subsidie wordt verleend voor de verbetering dan wel instandhouding van natuurwaarden op de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft. 3 De aanvrager verstrekt Dienst Regelingen desgevraagd alle ter zake van de beschikkingen, bedoeld in het tweede lid, gewenste nadere inlichtingen terstond en naar waarheid. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De subsidie bedraagt € 81,13 per hectare braakgelegd perceel. 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie € 103,85 per hectare voor een perceel, indien dat perceel op het tijdstip van de subsidieaanvraag ten minste voor het tweede achtereenvolgende verkoopseizoen uit productie is genomen, op dat perceel ten minste sedert 1 september 2004 een vegetatie aanwezig is en dat perceel in 2005 ten minste eenmaal wordt gemaaid. 3 De subsidie wordt verhoogd met een bedrag van € 54,09 per hectare braakgelegd perceel voor zover de breedte daarvan ten hoogste 25 meter bedraagt. 4 Indien de subsidieontvanger voor de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, uit anderen hoofde dan deze regeling van de minister of andere overheidsinstanties subsidie ontvangt met het oog op de bijdrage die deze percelen leveren aan de verbetering dan wel de instandhouding van natuurwaarden, wordt de subsidie op grond van deze regeling zodanig vastgesteld, dat het totaal van de verleende subsidie in geen geval meer bedraagt dan de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen per hectare, in voorkomend geval vermeerderd met het in het derde lid genoemde bedrag per hectare. 5 Indien de subsidiebedragen die voortvloeien uit de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijden, wordt de in totaal beschikbare subsidie naar rato van de voor subsidie in aanmerking komende oppervlakten over de desbetreffende subsidieontvangers verdeeld. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De minister beslist uiterlijk op 1 september 2005 op de aanvraag tot subsidieverlening. 2 In de beschikking tot subsidieverlening wordt ten minste vermeld: a. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld; b. de verplichting voor de landbouwer om gedurende een periode van drie jaar na het tijdstip van subsidieverlening aan Dienst Regelingen alle gegevens te verstrekken over andere de minimis-steun die hij gedurende genoemde periode ontvangt. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De minister stelt uiterlijk op 1 maart 2006 de subsidie vast. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2 De subsidieontvanger die één of meer verplichtingen verbonden aan de subsidie, bedoeld in, niet kan nakomen wegens overmacht, doet Dienst Regelingen hiervan schriftelijk mededeling binnen 10 werkdagen vanaf het tijdstip waarop dit voor de subsidieontvanger mogelijk is. 2 De subsidieontvanger voegt bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, bewijsstukken ter ondersteuning van zijn beroep op overmacht. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Dienst Regelingen 2005. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 september 2006. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling natuurbraaksubsidie 2005. 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 2005 132 12-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/213 14-07-2005