Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)
- BWB-id
- BWBR0018989
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018989
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/uitvoeringsregeling-meststoffenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/uitvoeringsregeling-meststoffenwet/2026-03-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018989&g=2026-03-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018989&z=2026-06-06&g=2026-03-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018989/2026-03-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/uitvoeringsregeling-meststoffenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur: artikel 48b artikel 78 79 apparatuur als bedoeld invan het besluit in samenhang metonderscheidenlijk; bedrijfslocatie: artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van het besluit elke afzonderlijke locatie van de locaties, bedoeld in, en; besluit: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet ; centrale zandgronden: zandgronden gelegen in de provincies Overijssel, Gelderland of Utrecht; champost: product van paardenmest, ponymest, pluimveemest of een mengsel daarvan waarop champignons zijn geteeld; combinatienummer: artikel 45, vierde en zesde lid nummer dat door de minister ter identificatie van een transportmiddel voor drijfmest is verstrekt en dat bij vervoer middels een transportvoertuig is samengesteld uit de op grond van, verstrekte gegevens en in het geval van vervoer door middel van een pijpleiding is samengesteld uit de op grond van artikel 45, vierde lid, verstrekte gegevens; derogatiebeschikking: beschikking van de Europese Commissie tot verlening van een door Nederland gevraagde derogatie op grond van Bijlage III, punt 2, onder b, van richtlijn 91/676/EEG op grond waarvan onder voorwaarden een grotere hoeveelheid dierlijke mest op of in de bodem mag worden gebracht dan bepaald in punt 2, tweede alinea, inleidende zinnen en onder a) van Bijlage III bij richtlijn 91/676/EEG; diereenheid: één varkenseenheid of 14,8 pluimvee-eenheden; dikke fractie: bijlage I vaste mest, bestaande uit koek na mestscheiding met mestcode 13 of 43, genoemd in, of een mengsel van vaste mest waarin koek na mestscheiding met mestcode 13 of 43 is opgenomen; erkend laboratorium: bijlage H artikel 80a laboratorium dat beschikt over een accreditatie van de Raad voor de uitvoering en kwaliteitsborging van analyses van stikstof en fosfaat in dierlijke mest op grond van het accreditatieprogramma AP05, dat is opgenomen in, en is erkend als bedoeld in; eutrofiëring: een verrijking van het water door stikstof- en fosfaatverbindingen, die leidt tot een versnelde groei van algen en hogere plantaardige levensvormen met als gevolg een ongewenste verstoring van het evenwicht tussen de verschillende in het water aanwezige organismen en een verslechtering van de waterkwaliteit; gewasperceel: bijlage A perceel of deel van een perceel met een minimale omvang van twee hectare waarop één en hetzelfde gewas als bedoeld in, wordt geteeld; GR-apparatuur: artikel 49, eerste lid, van het besluit apparatuur als bedoeld in; hovenier: ondernemer, niet zijnde een landbouwer of intermediair die zich beroepsmatig met de aanleg en het onderhoud van tuinen en andere groenobjecten bezighoudt; hypotheekhouder: degene ten gunste van wie een recht van hypotheek is gevestigd op een registergoed behorende tot een bedrijf; kennisgeving van overgang: artikel 27, eerste lid, van de wet kennisgeving van overgang van een productierecht, of een gedeelte daarvan, als bedoeld in; mengvoeders: artikel 3.1 van het Besluit diervoeders 2012 mengvoeders als bedoeld in; mestkorrels: dierlijke meststoffen die in een overeenkomstig artikel 24, eerste lid, onderdeel f of g, van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300) erkende inrichting of bedrijf zodanig zijn bewerkt dat het drogestofgehalte ervan ten minste 90% bedraagt; mineralenconcentraat: door middel van ultrafiltratie of gelijkwaardige industriële technieken, gevolgd door omgekeerde osmose uit dierlijke meststoffen als eindproduct vervaardigd concentraat; minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; monsternemende organisatie: bijlage Ea artikel 78c organisatie die beschikt over een accreditatie van de Raad voor de bemonstering van dierlijke mest overeenkomstig het accreditatieprogramma dierlijke mest AP06, dat is opgenomen in, en is erkend als bedoeld in; noordelijke zandgronden: zandgronden gelegen in de provincies Friesland, Groningen of Drenthe; opmerkingscode: bijlage F bijlage G code overeenkomend met een omstandigheid die zich ter zake van het vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost voordoet, genoemd inen, onderdeel B; productielocatie: artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de wet gebouw of afgescheiden gedeelte daarvan als bedoeld in, dat onderdeel uitmaakt van een bedrijf; Raad: Raad voor Accreditatie te Utrecht, dan wel een andere nationale accreditatie-instantie, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218); richtlijn 91/676/EEG: Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PbEU L 324); rVDM: artikel 51, eerste lid, van het besluit systeem voor het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in; rVDM-nummer: artikel 54, elfde lid uniek nummer als bedoeld in; startmelding: artikel 51, derde lid, onderdeel a, van het besluit melding als bedoeld in; tuincentrum: artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel onderneming, niet zijnde een bedrijf of intermediair, die met de activiteit ‘detailhandel in bloemen en planten, zaden en tuinbenodigdheden’ met SBI-code 47.76.1 staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, bedoeld in; vaste mest: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn; verordening (EG) nr. 1069/2009: verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300); verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (diergezondheidswetgeving) (PbEU 2016, L84); Verordening (EU) 2019/1009: Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 (EG) nr. 1107/2009 Verordening (EG) nr. 2003/2003 Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van deenen tot intrekking van(PbEU 2019, L170); verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 Verordening (EU) 2016/429 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314); vervoersbewijs zuiveringsslib en compost: artikel 55 van het besluit artikel 69n vervoersbewijs als bedoeld inin samenhang met; vervreemder van een productierecht: landbouwer van wiens bedrijf een productierecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is; verwerver van een productierecht: landbouwer naar wiens bedrijf een productierecht, of een gedeelte daarvan, moet overgaan; en vloeibaar zuiveringsslib: zuiveringsslib dat verpompbaar is; vooraanmelding: artikel 50 van het besluit mededeling als bedoeld in; weegmelding: artikel 59, vierde lid melding die betrekking heeft op de gewichtsbepaling van de dierlijke meststoffen als bedoeld in; weegwerktuig: artikel 1 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers niet-automatisch weegwerktuig als bedoeld indat voldoet aan de bij of krachtens dat besluit gestelde regels; westelijke zandgronden: zandgronden gelegen in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland of Zeeland; wet: Meststoffenwet ; zuidelijke zandgronden: zandgronden gelegen in de provincies Limburg of Noord-Brabant. 2 hoofdstuk 3 artikel 1 van het besluit Voor de toepassing vanwordt onder graasdieren, perceel, zuiveringsslib en compost verstaan hetgeen daaronder inwordt verstaan. 3 artikel 24, vierde lid artikel 25a, zesde en zevende lid In afwijking van het tweede lid wordt voor de toepassing van, en, onder perceel verstaan: aaneengesloten, door wegen, waterwegen, sloten, houtopstanden, muren, wallen of anderszins topografisch begrensde oppervlakte grond. 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 hoofdstuk 4 Voor de toepassing van deze regeling, met uitzondering van, worden de hoeveelheden meststoffen en de hoeveelheden diervoeders uitgedrukt in kilogrammen of liters alsmede in kilogrammen stikstof en kilogrammen fosfaat. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de wet artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.117 artikel 11.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als grond waarop bosbouw wordt uitgeoefend die aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet als bedoeld inwordt aangemerkt grond met een houtopstand die valt onderof maatwerkregels of maatwerkvoorschriften als bedoeld inrespectievelijk. 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 9 tot en met 15 van het besluit Voor zover zij voldoen aan dezijn aangewezen: a. bijlage Aa, onder I als afvalstoffen of reststoffen die als meststof kunnen worden verhandeld, de in, opgenomen stoffen; b. bijlage Aa, onder II als afvalstoffen of reststoffen die als meststof kunnen worden verhandeld, de stoffen die behoren tot de in, opgenomen categorieën afvalstoffen of reststoffen; c. bijlage Aa, onder III als afvalstoffen of reststoffen die bij de productie van de daarbij genoemde meststoffen kunnen worden gebruikt, de in, opgenomen stoffen; en d. bijlage Aa, onder IV als eindproducten die als meststof kunnen worden verhandeld, de in, opgenomen eindproducten van de aldaar omschreven bewerkingsprocédés. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 gereserveerd 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage Aa, onder I en II bijlage Aa, onder IV Het is niet toegestaan zuiveringsslib, de in, opgenomen stoffen of de in, opgenomen eindproducten van de aldaar omschreven bewerkingsprocédés, onderling of met andere meststoffen te mengen. 2 artikelen 92a 92b hoofdstuk III van het besluit In afwijking van het eerste lid, is het toegestaan verschillende partijen vloeibaar zuiveringsslib onderling te mengen, mits de gehalten stikstof en fosfaat in de afzonderlijke partijen zijn vastgesteld overeenkomstig deenen deze afzonderlijke partijen overigens voldoen aan de bij of krachtenster zake van zuiveringsslib gestelde regels. 3 hoofdstuk III van het besluit hoofdstuk III van het besluit Het is slechts toegestaan andere dan in het eerste lid bedoelde meststoffen te mengen, indien deze meststoffen afzonderlijk voldoen aan de bij of krachtenster zake van die meststoffen gestelde regels en het mengsel voldoet aan de bij of krachtenster zake van die meststoffen gestelde regels. 4 bijlage Aa In afwijking van het eerste lid is het toegestaan de in, onder IV, opgenomen eindproducten van de aldaar omschreven bewerkingprocedés, die zijn gebruikt als strooisel in stallen te mengen met dierlijke mest in de mestkelder. 5 bijlage Aa, onder IV In afwijking van het eerste lid is het toegestaan de dunne fractie die is ontstaan op het eigen bedrijf door scheiding van ‘covergiste mest’ als bedoeld in, te gebruiken om niet verpompbare covergistingsmaterialen te verdunnen. 2016 71457 30-12-2016 23-12-2016 WJZ/16195084 2016 71457 30-12-2016 23-12-2016 WJZ/16195084 01-01-2017
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Herwonnen fosfaten uit rioolzuiveringsslib worden behandeld langs biologische, chemische of thermische weg, door langdurige opslag of volgens enig ander geschikt procedé, dat tot gevolg heeft dat het grootste deel van de in het zuiveringsslib aanwezige pathogene organismen afsterft. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de droge stof: a. magnesiumoxide (MgO): ten minste 15%; b. calciumoxide (CaO): ten minste 25%; c. 3 zwaveltrioxide (SO): ten minste 25%; d. 2 natriumoxide (NaO): ten minste 50%. 2 Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om micronutriënten te leveren, bevatten ten minste één van deze micronutriënten, in de in Bijlage 1, Hoofdstuk E, van de meststoffenverordening voorgeschreven minimale gehalten. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 bijlage Ab, onder tabel 1 Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten te leveren, overschrijden niet de in, opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 bijlage Ab, onder tabel 2 Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten te leveren en die organisch materiaal van dierlijke of plantaardige oorsprong bevatten, overschrijden niet de in, opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 14 van het besluit bijlage II, onder tabel 1 van het besluit artikel 8 bijlage Ab, onder tabel 1 In geval het betreft anorganische meststoffen die niet alleen hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire of secundaire nutriënten te leveren, maar ook om de micronutriënten koper en zink te leveren, is, voor zover het betreft de in, opgenomen maximale waarden voor koper en zink onderscheidenlijk, voor zover het betreft de in, opgenomen maximale waarden voor koper en zink, niet van toepassing, voor zover: a. artikel 14 de meststoffen overeenkomstigzijn voorzien van de gehalten aan koper onderscheidenlijk zink; en b. zowel de hoeveelheden primaire of secundaire nutriënten als de hoeveelheden koper of zink die met de desbetreffende meststof worden opgebracht, passen binnen het totale bemestingsadvies. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om micronutriënten te leveren zijn voorzien van een gebruiksaanwijzing die past bij de bodemgesteldheid en de teelt waarvoor de meststof wordt gebruikt. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 19, eerste lid, onderdeel d van het besluit 2 5 De gehalten stikstof en fosfaat in meststoffen, bedoeld in, worden voor stikstof uitsluitend in de vorm van het element (N) en voor fosfaat in de vorm van het oxide (PO) en desgewenst in de vorm van het element (P) uitgedrukt 2 artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van het besluit artikelen 9 tot en met 12 van het besluit artikel 7 De waardegevende bestanddelen in meststoffen, bedoeld in, met uitzondering van stikstof en fosfaat behoeven uitsluitend te worden vermeld voor zover deze de in deen de invan deze regeling bedoelde minimale hoeveelheden te boven gaan. 3 2 2 3 De in het tweede lid bedoelde gegevens worden voor kalium, calcium, magnesium, natrium en zwavel in de vorm van het oxide (KO; CaO; MgO; NaO; onderscheidenlijk SO) en desgewenst in de vorm van het element (K; Ca; Mg; Na onderscheidenlijk S) uitgedrukt. 4 artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van het besluit De hoeveelheid van de meststoffen, bedoeld in, wordt uitgedrukt in kilogrammen of in tonnen. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 19, eerste lid, van het besluit bijlage Aa bijlage Behalve de gegevens, bedoeld inzijn overige organische meststoffen en overige anorganische meststoffen die bestaan uit de inopgenomen stoffen, voorzien van het nummer waaronder de desbetreffende stof op dezeis vermeld. 2 artikel 19, eerste lid, van het besluit Behalve de gegevens, bedoeld inzijn mengsels van meststoffen voorzien van gegevens over de meststoffen waaruit het mengsel bestaat en de verhouding waarin deze in het mengsel voorkomen. 3 artikel 4, onderdeel c bijlage Aa, onder III Indien het mengsel mede bestaat uit ingevolge, aangewezen stoffen, wordt bij de in het tweede lid bedoelde vermelding over de samenstelling en verhouding tevens vermeld het nummer waaronder de desbetreffende stof op, is vermeld. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 In geval het betreft anorganische meststoffen die niet alleen primaire of secundaire nutriënten, maar ook de micronutriënten koper of zink leveren, zijn de meststoffen voorzien van gegevens inzake de gehalten aan koper onderscheidenlijk zink. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 2 5 De gehalten aan stikstof, fosfor en kalium in EG-meststoffen worden voor stikstof uitsluitend in de vorm van het element (N) en voor fosfor en kalium in de vorm van het oxide (POonderscheidenlijk K 2O), en desgewenst in de vorm van het element (P onderscheidenlijk K) uitgedrukt. 2 2 3 De gehalten aan calcium, magnesium, natrium en zwavel in EG-meststoffen worden in de vorm van het oxide (CaO; MgO; NaO; onderscheidenlijk SO) en desgewenst in de vorm van het element (Ca; Mg; Na onderscheidenlijk S) uitgedrukt. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 19, eerste lid, onderdeel d van het besluit artikel 17 artikel 92a tot en met 92b De gehalten stikstof en fosfaat in meststoffen, bedoeld in, worden in gewichtsprocenten vermeld en komen overeen met de gehalten stikstof en fosfaat zoals deze voor de desbetreffende meststof overeenkomstig, dan welvoor zover het zuiveringsslib of compost betreft, zijn vastgesteld 2 artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van het besluit De waardegevende bestanddelen in meststoffen, bedoeld in, met uitzondering van stikstof en fosfaat worden in gewichtsprocenten of op gewichtsbasis vermeld en komen overeen met: a. artikel 17 de gehalten aan overige nutriënten zoals deze voor de desbetreffende meststof overeenkomstigzijn vastgesteld; b. artikel 18 het organischestofgehalte zoals dit voor de desbetreffende meststof overeenkomstigis vastgesteld; of c. artikel 19 de neutraliserende waarde zoals deze voor de desbetreffende meststof overeenkomstigis vastgesteld. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de gehalten aan overige nutriënten in meststoffen worden vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 bijlage Ac, onderdeel I De analyse van het monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het organischestofgehalte in meststoffen wordt vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 bijlage Ac, onderdeel II De analyse van dit monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De neutraliserende waarde van meststoffen wordt vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 bijlage Ac, onderdeel III De analyse van dit monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het drogestofgehalte in meststoffen wordt vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 bijlage Ac, onderdeel IV De analyse van dit monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De hoeveelheden zware metalen in meststoffen worden vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 artikel 9 De bemonstering van zuiveringsslib geschiedt ten minste in de frequentie, bedoeld in, in samenhang met bijlage IIA, van richtlijn nr. 86/278/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 juni 1986, betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw (PbEG L 181). 3 bijlage Ac, onderdeel V De analyse van het monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De hoeveelheden organische microverontreinigingen in meststoffen wordt vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster. 2 bijlage Ac, onderdeel VI De analyse van dit monster geschiedt overeenkomstig het protocol, dat voor de te onderscheiden categorieën meststoffen is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 2008 21 30-01-2008 28-01-2008 TRCJZ/2008/148 01-02-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 77 van het besluit Het tijdstip, bedoeld inbedraagt voor alle meststoffen 1 januari 2011. 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 01-01-2010
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Vervallen 2014 12666 30-04-2014 29-04-2014 WJZ/13165328 2014 12666 30-04-2014 29-04-2014 WJZ/13165328 01-05-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 8, onderdeel a, van de wet De gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, bedoeld inbedraagt per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor het op of in de bodem brengen van meststoffen beschikbaar is: a. voor het kalenderjaar 2024: 230 kilogram stikstof; b. voor het kalenderjaar 2025: 200 kilogram stikstof. 2 In met nutriënten verontreinigde gebieden bedraagt de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, in afwijking van het eerste lid, per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor het op of in de bodem brengen van meststoffen beschikbaar is: a. voor het kalenderjaar 2024: 210 kilogram stikstof; b. voor het kalenderjaar 2025: 190 kilogram stikstof. 3 Als met nutriënten verontreinigde gebieden worden aangewezen: a. Bijlage I bij het besluit de zandgronden en lössgronden, bedoeld in, in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg; en b. bijlage Aca de op de kaarten inaangeduide gebieden. 4 Een perceel landbouwgrond maakt deel uit van een met nutriënten verontreinigd gebied indien dat perceel ten minste voor de helft van de oppervlakte in dat gebied gelegen is. 5 De in het eerste lid en tweede lid bedoelde gebruiksnormen zijn uitsluitend van toepassing: a. op dierlijke meststoffen afkomstig van graasdieren; b. artikelen 25 25c 27 27a indien wordt voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in de,,en; c. artikel 25a, eerste lid indien de landbouwer beschikt over een vergunning, bedoeld in; en d. artikel 4.1199 van het Besluit activiteiten leefomgeving indien de landbouwer op tot zijn bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond geen gebruik maakt van een voorziening om runderdrijfmest op een andere wijze aan te wenden dan bepaald in. 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 01-01-2024
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, eerste of tweede lid In de periode van 3 februari 2025 tot en met 28 februari 2025 van het kalenderjaar waarin de landbouwer de gebruiksnormen, bedoeld in, voornemens is toe te passen, vraagt de landbouwer een vergunning aan bij de Minister voor het op zijn bedrijf mogen toepassen van artikel 24, eerste of tweede lid. 2 Bij de aanvraag verklaart de landbouwer dat hij voldoet aan de voorwaarden in de derogatiebeschikking en het bepaalde in deze paragraaf en verklaart hij ermee in te stemmen dat het meststoffengebruik, alsmede het bemestingsplan en de mestboekhouding onderwerp kunnen zijn van controle. 3 artikel 8 van de wet hoofdstukken IV VI X van het besluit artikelen 4.1193 4.1194 4.1199 4.1213 4.1215 4.1216 4.1217 4.1218 van het Besluit activiteiten leefomgeving hoofdstukken 5 9 Bij de aanvraag verklaart de landbouwer dat hij de gebruiksnormen, bedoeld in, de bij of krachtens deenin samenhang met de,engestelde regels, het bepaalde bij of krachtens de,,,,,,enen de voorschriften die uit hoofde van deze paragraaf aan hem worden gesteld naleeft. 4 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in behandeling genomen, nadat de landbouwer een bedrag van € 50,- heeft voldaan. 5 Bijlage Ad De landbouwer betaalt ten behoeve van ’s Rijks kas een geldsom ter dekking van de kosten die samenhangen met monitoringswerkzaamheden, bedoeld in artikel 10 van de derogatiebeschikking, ter hoogte van het bij zijn oppervlakte landbouwgrond behorende tarief, bedoeld in. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, stelt de landbouwer door middel van het afgeven van een machtiging tot betaling de minister in staat dit bedrag te innen. 6 artikel 24, eerste of tweede lid De landbouwer kan de aanvraag voor een vergunning voor de toepassing op zijn bedrijf van, tot 16 mei intrekken, zonder dat de geldsom, bedoeld in het vijfde lid, in rekening wordt gebracht. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a 1 artikel 25, eerste lid De minister verleent een vergunning, indien de landbouwer tijdig een aanvraag, bedoeld in, heeft gedaan en daarbij de verklaringen, bedoeld in artikel 25, tweede en derde lid, heeft gedaan. 2 De vergunning wordt verleend voor één kalenderjaar. 3 artikel 25, tweede en derde lid De vergunning wordt overgedragen ingeval van erfopvolging. De opvolger voldoet aan het bepaalde in deze paragraaf en dient de verklaringen in, bedoeld in. 4 artikel 25, tweede en derde lid Onverminderd het derde lid, is de vergunning overdraagbaar ingeval van bedrijfsoverdracht. De betrokken landbouwers doen gezamenlijk een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de vergunning. De landbouwer op wiens naam de vergunning komt te staan voldoet aan het bepaalde in deze paragraaf en dient de verklaringen in, bedoeld in. 5 artikel 4.1199 van het Besluit activiteiten leefomgeving Geen vergunning wordt verleend aan een landbouwer die voor de tot zijn bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond gebruik maakt van een voorziening om runderdrijfmest op een andere wijze aan te wenden dan bepaald in. 6 artikel 1.1 van de Omgevingswet bijlage Ae Voor zover de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen beschikbaar is, gelegen is in een Natura 2000-gebied als bedoeld in de bijlage bijof in een zone van 100 meter rondom een Natura 2000-gebied dat is aangewezen in, wordt aan een landbouwer geen vergunning verleend. Voor de toepassing van dit lid maakt een perceel landbouwgrond deel uit van dat gebied of van die zone indien het perceel landbouwgrond ten minste voor de helft van de oppervlakte daarin gelegen is. 7 artikel 7.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor zover de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen beschikbaar is, gelegen is in een op grond vanbij of krachtens omgevingsverordening aangewezen grondwaterbeschermingsgebied, wordt aan een landbouwer geen vergunning verleend. Voor de toepassing van dit lid maakt een perceel landbouwgrond deel uit van het grondwaterbeschermingsgebied indien het perceel landbouwgrond ten minste voor de helft van de oppervlakte daarin gelegen is. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b 1 De minister kan een vergunning intrekken, indien de landbouwer niet voldoet aan het bepaalde in deze paragraaf. 2 De minister trekt een vergunning voorts in, indien de landbouwer dit verzoekt. 3 artikel 25, eerste lid Indien de minister de vergunning voor een bepaald kalenderjaar heeft ingetrokken op grond van het eerste lid, is de landbouwer voor het daaropvolgende kalenderjaar uitgesloten van het kunnen doen van een aanvraag, bedoeld in. 2018 29267 05-06-2018 24-05-2018 WJZ/18063778 2018 29267 05-06-2018 24-05-2018 WJZ/18063778 06-06-2018
Artikel 25c — Artikel 25c#
Artikel 25c 1 artikel 8 van de wet hoofdstukken IV VI X artikelen 4.1193 4.1194 4.1199 4.1213 4.1215 4.1216 4.1217 4.1218 van het Besluit activiteiten leefomgeving hoofdstukken 5 9 De landbouwer voldoet aan de gebruiksnormen, bedoeld in, en de bij of krachtens deenin samenhang met de,envan het besluit gestelde regels. Op de tot het bedrijf van de landbouwer behorende oppervlakte landbouwgrond wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de,,,,,,en. 2 artikel 24, eerste en tweede lid In het kalenderjaar waarin de gebruiksnormen, bedoeld in, worden toegepast, wordt gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september ten minste tachtig procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, die voor het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen beschikbaar is, onafgebroken beteeld met gras dat is bestemd om te worden gebruikt als ruwvoer. 3 De landbouwer gebruikt geen fosfaat uit kunstmest. 4 De landbouwer verleent desgevraagd zijn medewerking aan monitoringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 10 van de derogatiebeschikking, in opdracht van de minister of de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 5 artikel 24, tweede lid artikel 4.1215, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit activiteiten leefomgeving In het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast op landbouwgrond gelegen op klei- of veengrond in met nutriënten verontreinigde gebieden wordt, in afwijking van, de zode van gras uitsluitend vernietigd: a. bijlage IVb bij het Besluit activiteiten leefomgeving in de periode van 1 februari tot en met 10 mei als aansluitend op het vernietigen van de zode van gras de teelt van een relatief stikstofbehoeftig gewas als bedoeld inbegint; b. in de periode van 11 mei tot en met 20 juni als aansluitend op het vernietigen van de zode van gras de teelt van een gewas begint; of c. in de periode van 21 juni tot en met 31 augustus als aansluitend op het vernietigen van de zode van gras de teelt van gras begint. 6 Indien in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus aansluitend op het vernietigen van de zode van gras, bedoeld in het vijfde lid, opnieuw gras wordt geteeld, meldt de landbouwer voorafgaand aan het vernietigen de datum waarop de zode wordt vernietigd aan de minister. 7 artikel 24, eerste of tweede lid artikel 28f, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid In het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast is, van overeenkomstige toepassing op de tot het bedrijf van de landbouwer behorende oppervlakte landbouwgrond gelegen op klei- of veengrond, met dien verstande dat: a. artikel 28f, eerste lid, aanhef en onderdeel a de vermindering, bedoeld in, alleen van toepassing is indien de zode van gras wordt vernietigd voor de teelt van maïs; b. artikel 28f, eerste lid, aanhef en onderdeel b de vermindering, bedoeld in, ook van toepassing is indien de zode van gras wordt vernietigd na 31 augustus. 8 artikel 24, tweede lid artikel 4.1193 van het Besluit activiteiten leefomgeving 19.0 van de Omgevingswet In het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast op landbouwgrond gelegen op klei- of veengrond in met nutriënten verontreinigde gebieden zijnen een op de artikelen 4.1193, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving engebaseerd besluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van de daarin genoemde tijdstippen de teelt van een daarin genoemd gewas na de teelt van maïs aanvangt. 9 De landbouwer gebruikt een mestaanwendsysteem met een bemester waarbij drijfmest in strookjes op de bodem wordt gebracht uitsluitend indien de buitentemperatuur op het perceel waar de drijfmest wordt aangewend lager is dan 20° Celsius. 10 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet taken meteorologie en seismologie De buitentemperatuur, bedoeld in het negende lid, is de op het moment van gebruik laatst beschikbare tien-minutenwaarde van de gemeten temperatuur die het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut voor de weerstationregio waar het perceel in valt, heeft uitgevaardigd in een algemeen weerbericht, bedoeld in. Indien een perceel op de grens ligt van weerstationregio’s, geldt de laagste door de desbetreffende weerstations gemeten waarde. 11 www.nvwa.nl Een weerstationregio, bedoeld in het tiende lid, is de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde regio waarvoor de temperatuurwaarden gelden die het in die regio gelegen weerstation van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut meet. Het kaartje met de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde weerstationregio’s is beschikbaar op de internetpagina van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (). 12 Indien blijkt dat het weerstation van de weerstationregio waar het perceel in valt door storing of andere oorzaak geen tien-minutenwaarden beschikbaar stelt, wordt in afwijking van het tiende lid, eerste volzin, uitgegaan van de op het moment van gebruik laagste laatst beschikbare tien-minutenwaarde geldend in een aangrenzende weerstationregio. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 25d — Artikel 25d#
Artikel 25d Vervallen 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 18-02-2021 01-01-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2014 12666 30-04-2014 29-04-2014 WJZ/13165328 2014 12666 30-04-2014 29-04-2014 WJZ/13165328 01-05-2014
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 24, eerste of tweede lid De landbouwer stelt vóór 1 februari van het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast, voor het desbetreffende jaar een bemestingsplan op dat voldoet aan artikel 7, derde lid, van de derogatiebeschikking. 2 De landbouwer herziet het bemestingsplan uiterlijk zeven dagen nadat zich een wijziging in de landbouwpraktijk heeft voorgedaan, indien dat noodzakelijk is om de consistentie van het bemestingsplan te waarborgen. 3 artikel 32 van het besluit De landbouwer bewaart het bemestingsplan als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 4 De landbouwer houdt een mestboekhouding bij die voldoet aan artikel 7, vierde lid, van de derogatiebeschikking. 5 De landbouwer verstrekt elk kalenderjaar uiterlijk op 31 januari aan de minister gegevens uit de mestboekhouding. 6 artikel 32 van het besluit De landbouwer bewaart de mestboekhouding als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2026
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 artikel 24, eerste of tweede lid Ten hoogste vier jaren voorafgaand aan 1 februari van het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast, zijn de waarde van de fosfaattoestand en de waarde van het stikstofleverende vermogen van de bodem van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond vastgesteld en vastgelegd in een analyserapport door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2 artikel 103a, eerste tot en met derde lid artikel 24, eerste of tweede lid Het laboratorium stelt de fosfaattoestand van de bodem vast door middel van bemonstering en analyse van de bodem van de desbetreffende percelen overeenkomstig, met dien verstande dat, indien door de landbouwer een gebruiksnormen, bedoeld in, wordt toegepast, gebruik wordt gemaakt van een methode waarin per vijf hectare van de bodem van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ten minste één stikstof en fosforanalyse wordt uitgevoerd. 3 artikel 27 Op basis van de analyse, bedoeld in het eerste lid, past het bedrijf het bemestingsplan, bedoeld in, aan en corrigerende maatregelen toe. 4 artikel 32 van het besluit De landbouwer bewaart het analyserapport als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 5 artikel 24, eerste of tweede lid Indien een perceel door de landbouwer in gebruik wordt genomen na 1 februari en vóór 16 mei van het kalenderjaar waarin de gebruiksnorm, bedoeld in, wordt toegepast, vindt de waardevaststelling, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 7 dagen na de ingebruikname plaats. 6 In afwijking van het eerste lid zijn voor 2025 de waarde van de fosfaattoestand en de waarde van het stikstofleverende vermogen van de bodem ten hoogste vier jaar en een maand voorafgaand aan 1 maart 2025 vastgesteld en vastgelegd. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b artikel 27a, tweede lid Als vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in, wordt tevens aangemerkt de vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem: a. artikel 27 die tot en met 31 oktober 2009 is verricht overeenkomstigzoals dit artikel luidde op 31 december 2009; of b. bijlage L bemonstering en analyse van de bodem overeenkomstig het inopgenomen protocol met uitzondering van de in onderdeel I, paragraaf 1, voorgeschreven vastlegging van de omvang en vorm van het te bemonsteren perceel dan wel perceelsdeel met een Global Positioning System, voor zover het monsters betreft die in de periode van 1 november 2009 tot 1 januari 2010 uit de desbetreffende bodem zijn genomen. 2010 3184 05-03-2010 04-03-2010 114375 2010 3184 05-03-2010 04-03-2010 114375 06-03-2010 01-01-2010
Artikel 27c — Artikel 27c#
Artikel 27c artikelen 25 25c 27 27a artikel 9, eerste lid, van de wet Indien niet wordt voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in de,,en, is de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, bedoeld invan toepassing. 2018 29267 05-06-2018 24-05-2018 WJZ/18063778 2018 29267 05-06-2018 24-05-2018 WJZ/18063778 06-06-2018
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 10, eerste lid, van de wet bijlage A, tabel 1 Als hoeveelheid stikstof als bedoeld inwordt vastgesteld de hoeveelheid stikstof die in, bij het desbetreffende gewas onder het desbetreffende jaar is vermeld, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, zoals deze in voorkomend geval is onderscheiden naar de grondsoort van het perceel waarop de teelt plaatsvindt, het aantal voorafgaande teelten van hetzelfde gewas in het desbetreffende jaar, de in het desbetreffende jaar aan de betrokken teelt voorafgaande of op de betrokken teelt volgende teelt van andere gewassen, het tijdstip waarop het desbetreffende perceel is beteeld, alsmede de bij de teelt toegepaste landbouwpraktijk, met dien verstande dat: a. de hoeveelheid stikstof die bij ‘tijdelijk grasland’ en bij ‘groenbemesters’ is vermeld, niet geldt voor tijdelijk grasland dat wordt, onderscheidenlijk groenbemesters die worden geteeld aansluitend op de teelt van maïs; b. de hoeveelheid stikstof die onder de gewasgroep ‘groenbemesters’ bij ‘Graszaadstoppel ter vernietiging in najaar of vroege voorjaar’ is vermeld, uitsluitend van toepassing is indien de groenbemester: 1°. wordt geteeld vóór 16 september en is geploegd na 1 december, voor zover de groenbemester wordt geteeld op zand-, löss- of veengrond; 2°. wordt geteeld vóór 16 september en aantoonbaar ten minste acht weken wordt geteeld alvorens te worden geploegd, voor zover de groenbemester wordt geteeld op kleigrond; of 3°. gedurende een periode van ten minste tien weken wordt geteeld in het groeiseizoen en aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. c. de hoeveelheid stikstof die onder de gewasgroep ‘groenbemesters’ bij ‘Niet-vlinderbloemige groenbemesters’ is vermeld, uitsluitend van toepassing is indien de niet-vlinderbloemige groenbemester voor 1 september aansluitend op de teelt van granen, graszaad of koolzaad wordt geteeld en niet voor 1 februari van het daarop volgende kalenderjaar wordt vernietigd; d. de hoeveelheid stikstof die bij ‘Consumptieaardappelen Vroeg’ is vermeld, uitsluitend geldt indien het loof voor 15 juli van het desbetreffende jaar wordt vernietigd; e. de hoeveelheid stikstof die bij ‘Pootaardappelen Uitgroeiteelt’ is vermeld, uitsluitend geldt indien het loof na 15 augustus van het desbetreffende jaar wordt vernietigd; f. de hoeveelheid stikstof die onder ‘lössgrond’ is vermeld, uitsluitend geldt indien het grond betreft die is ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaat uit leem met een kleinere fractie dan 50 µm; en g. de hoeveelheid stikstof per hectare die in de tabel is vermeld, wordt verminderd met 20 procent bij teelt op landbouwgrond in een met nutriënten verontreinigd gebied. 2 De hoeveelheid stikstof per hectare, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt rekenkundig afgerond op hele kilogrammen. 3 Bijlage A, tabel 1 artikel 10, eerste lid, van de wet Indien het gewogen gemiddelde van de hoeveelheid stikstof van alle op de tot een bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond geteelde gewassen of gewasgroepen uit, in een kalenderjaar ten minste 100 kilogram en ten hoogste 110 kilogram stikstof per hectare is, bedraagt de hoeveelheid stikstof, bedoeld inin het desbetreffende kalenderjaar, in afwijking van het eerste lid, 110 kilogram stikstof per hectare van de tot dat bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 artikel 28, eerste lid De hoeveelheid stikstof, bedoeld in, wordt voor onderstaande gewassen vermeerderd met de hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, voor zover de teelt van deze gewassen op kleigrond plaatsvindt: a. voor zover het gewas suikerbieten betreft, 15 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal suikerbieten dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 75 ton per hectare bedroeg; b. bijlage A voor zover het de in, tabel 5, genoemde consumptieaardappelrassen betreft, 30 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal van deze consumptieaardappelrassen dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 50 ton per hectare bedroeg; c. voor zover het gewas wintertarwe betreft, 15 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal wintertarwe dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 9 ton per hectare bedroeg; d. voor zover het gewas zomertarwe betreft, 20 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal zomertarwe dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 8 ton per hectare bedroeg; e. voor zover het gewas wintergerst betreft, 20 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal wintergerst dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 9 ton per hectare bedroeg; f. voor zover het gewas zomergerst betreft, 30 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal zomergerst dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 7 ton per hectare bedroeg. 2 De landbouwer die gebruik maakt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de landbouwer heeft de afnemers, bedoeld in het derde lid, gemachtigd om desgevraagd gegevens over de afgenomen hoeveelheden te verstrekken aan de minister; b. de landbouwer heeft het desbetreffende bedrijf uiterlijk op 15 mei van het kalenderjaar waarin gebruik gemaakt wordt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm aangemeld bij de minister; c. de landbouwer heeft bij de melding, bedoeld in onderdeel b, verklaard dat ten aanzien van het desbetreffende bedrijf is voldaan aan het eerste lid, onderdelen a tot en met f, in samenhang met het derde lid, en aan het tweede lid, onderdeel a; d. artikel 32 van het besluit de landbouwer als onderdeel van de administratie, bedoeld in, gegevens bewaart waaruit in voorkomend geval ter zake van elk van de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren blijkt: 1°. welke gewassen en rassen op zijn bedrijf werden geteeld; 2°. het aantal hectaren kleigrond dat met de desbetreffende gewassen en rassen was beteeld; 3°. de hoogte van de gewasopbrengst; en 4°. de afnemers van de desbetreffende gewassen. 3 Voor de bepaling van de gewasopbrengst, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, wordt uitsluitend in aanmerking genomen de hoeveelheid die door de desbetreffende landbouwer rechtstreeks dan wel door tussenkomst van een daartoe gespecialiseerd bedrijf dat zich toelegt op het sorteren van de betreffende gewassen, is afgeleverd aan afnemers die de suikerbieten respectievelijk de consumptieaardappelen tot voor menselijke consumptie dan wel de gewassen, bedoeld in het eerste lid, onder c tot en met f, tot voor menselijke of dierlijke consumptie geschikte producten verwerken. 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 01-01-2024
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 artikel 28 bijlage A, tabel 1 artikel 10, eerste lid, van de wet In afwijking vanbedraagt de hoeveelheid stikstof, bedoeld inop bouwland voor een gewasperceel 125 procent van de hoeveelheid stikstof die in, voor de desbetreffende grondsoort bij het desbetreffende gewas onder het desbetreffende jaar is vermeld, indien voor dat betreffende gewasperceel: a. de betrokken landbouwer schade leidt of dreigt te leiden uit opbrengstderving of kwaliteitsverlies, veroorzaakt door het optreden van een neerslaghoeveelheid die uitgaat boven 50 millimeter in de 24 uur na 08.00 uur of 60 millimeter in de 48 uur na 08.00 uur; b. de te verwachten financiële opbrengst van het betreffende gewasperceel zonder bijbemesting tenminste 25 procent lager is; c. neerslag en opbrengstderving in een rapport door een geregistreerd schade-expert zijn bevestigd, waarin ook melding gemaakt wordt van ligging en areaal van het betreffende gewasperceel; d. bijlage A, tabel 1 de hoeveelheid stikstof die boven 100 procent van de in, genoemde hoeveelheid uitgaat, wordt toegediend in de vorm van anorganische meststoffen; e. de landbouwer het voornemen tot bijbemesting vooraf heeft gemeld bij de minister; f. de landbouwer bij de melding, bedoeld in onderdeel e, heeft verklaard dat ten aanzien van het desbetreffende bedrijf wordt voldaan aan de onderdelen a tot en met d; g. artikel 32 van het besluit de landbouwer als onderdeel van de administratie, bedoeld in, het rapport, bedoeld onder c, bewaart. 2 artikel 28, eerste lid, onderdeel g, onder 2° Indien een gewasperceel als bedoeld in het eerste lid gelegen is in een met nutriënten verontreinigd gebied of in een grondwaterbeschermingsgebied als bedoeld in, wordt voor de toepassing van de 125 procent, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de overeenkomstig artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel g, verminderde hoeveelheid stikstof per hectare. 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 01-01-2024
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c 1 artikel 28, eerste lid bijlage A De hoeveelheid stikstof, bedoeld in, wordt vermeerderd met de in, tabel 1a, vermelde hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond indien een bedrijf de in bijlage A, tabel 1a, gemiddelde gewasopbrengst heeft van het totale areaal van een gewas als bedoeld in tabel 1a, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren. 2 De landbouwer die gebruik maakt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm, bedoeld in het eerste lid: a. artikel 28a, eerste lid heeft, voor zover het de gewassen genoemd in, betreft, de afnemers, bedoeld in het derde lid, gemachtigd om desgevraagd gegevens over de afgenomen hoeveelheden van het desbetreffende gewas te verstrekken aan de minister; b. artikel 28a, eerste lid beschikt, voor zover het de andere gewassen dan die genoemd in, betreft, over schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat het gewas aan een afnemer is geleverd en waaruit blijkt wat de gewasopbrengst is die aan een afnemer is geleverd. Onder schriftelijk bewijs wordt in ieder geval facturen en afleverbewijzen van de gewassen en historische financiële informatie verstaan; c. artikel 28a, eerste lid beschikt, voor zover het andere gewassen dan die genoemd in, betreft, over een samenstellingsverklaring van een accountant waaruit blijkt dat de gewasopbrengst die aan een afnemer zou zijn geleverd in overeenstemming is met het door de landbouwer verstrekte schriftelijk bewijs, bedoeld in onderdeel b; d. stelt de minister uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar ervan in kennis dat het desbetreffende bedrijf gebruik maakt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm; e. artikel 32 van het besluit bewaart als onderdeel van de administratie, bedoeld in, gegevens waaruit ter zake van elk van de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren blijkt: 1°. welke gewassen en rassen op het bedrijf werden geteeld; 2°. het aantal hectaren grond dat met de desbetreffende gewassen en rassen was beteeld; 3°. de hoogte van de gewasopbrengst; 4°. welke mestsoorten zijn gebruikt op het bedrijf; en 5°. de afnemers van de desbetreffende gewassen; f. gebruikt op het bedrijf: 1°. voor zover het zuidelijke zandgronden en lössgronden betreft, maximaal 75 kilogram stikstof per hectare per jaar in de vorm van drijfmest en waarbij geldt dat de overige bemesting met stikstof uitsluitend plaats vindt door het gebruik van kunstmest; 2°. voor zover het kleigrond, noordelijke, westelijk en centrale zandgronden of veengrond betreft, maximaal 100 kilogram stikstof per hectare per jaar in de vorm van drijfmest en waarbij geldt dat de overige bemesting met stikstof uitsluitend plaatsvindt door het gebruik van kunstmest; g. bijlage A bemest op het bedrijf na 1 juli de percelen met de gewassen, bedoeld in, bijlage 1a, niet met drijfmest; h. verleent medewerking aan de monitoring door de minister van de milieueffecten van de toegestane vermeerdering van de hoeveelheid stikstof op grond van het eerste lid. 3 Voor de bepaling van de gewasopbrengst, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend in aanmerking genomen de hoeveelheid die door de desbetreffende landbouwer rechtstreeks is afgeleverd aan afnemers. 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 2023 34882 19-12-2023 14-12-2023 WJZ/43374877 01-01-2024
Artikel 28d — Artikel 28d#
Artikel 28d 1 artikel 8, aanhef en onderdeel b, van de Meststoffenwet bijlage A De totale hoeveelheid stikstof die een landbouwer gelet opten hoogste op de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond kan gebruiken, wordt met ingang van het kalenderjaar 2024 verminderd met de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid stikstof, indien hij op zand- of lössgrond in het voorafgaande kalenderjaar niet uiterlijk op 1 oktober een vanggewas, genoemd in tabel 6 van, heeft geteeld. 2 De vermindering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per hectare landbouwgrond die het betreft: a. 5 kilogram stikstof indien in de periode van 2 oktober tot en met 14 oktober van het voorafgaande kalenderjaar met de teelt van het vanggewas is aangevangen; b. 10 kilogram stikstof indien in de periode van 15 oktober tot en met 31 oktober van het voorafgaande kalenderjaar met de teelt van het vanggewas is aangevangen; c. 20 kilogram stikstof indien op of na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar met de teelt van het vanggewas is aangevangen; d. 20 kilogram stikstof indien in het voorafgaande kalenderjaar na de hoofdteelt geen vanggewas wordt geteeld. 3 In afwijking van het tweede lid wordt de totale hoeveelheid stikstof, bedoeld in het eerste lid, verminderd met 20 kilogram stikstof per hectare landbouwgrond, indien op zand- of lössgrond het ingezaaide vanggewas, bedoeld in het eerste lid, voor 1 februari volgend op het kalenderjaar waarin met de teelt is aangevangen, wordt vernietigd. 4 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. bijlage A een wintergewas als genoemd in tabel 7 vanwordt geteeld, waarbij voor wintergewassen die ook zijn opgenomen in tabel 6 van bijlage A geldt dat: 1°. de teelt aansluitend aan de voorafgaande teelt aanvangt; en 2°. het wintergewas niet voor 16 mei wordt vernietigd; b. het telen van een vanggewas onmogelijk is vanwege het toepassen van inundatie; of c. artikel 4.1193 4.1211 van het Besluit activiteiten leefomgeving ofvan toepassing is. 5 De landbouwer meldt het telen van het vanggewas, het telen van het wintergewas en het voor 1 februari vernietigen van het vanggewas uiterlijk de dag na aanvang van de teelt of het vernietigen elektronisch aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 6 De landbouwer meldt het toepassen van inundatie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, voor 1 oktober elektronisch aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2025 3430 28-01-2025 23-01-2025 WJZ/96478384 2025 3430 28-01-2025 23-01-2025 WJZ/96478384 01-01-2026
Artikel 28e — Artikel 28e#
Artikel 28e artikel 28a, eerste lid artikel 28c, eerste lid Een landbouwer die een verhoging van een stikstofgebruiksnorm toepast als bedoeld in, kan niet tevens een verhoging van de stikstofgebruiksnorm toepassen, bedoeld in. 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 18-02-2021 01-01-2021
Artikel 28f — Artikel 28f#
Artikel 28f 1 artikel 28, eerste lid, onderdelen a tot en met g Onverminderd, wordt de hoeveelheid stikstof, bedoeld in artikel 28, eerste lid, aanhef, verminderd met: a. 65 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte voormalig grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend aan het vernietigen van de graszode op deze grond in het zelfde kalenderjaar de teelt van maïs, consumptieaardappelen of fabrieksaardappelen aanvangt; b. 50 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien na het vernietigen van de graszode in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus op deze grond direct aansluitend de teelt van gras aanvangt; c. 50% indien direct voorafgaand aan de teelt van een groenbemester op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond, een gewas, niet zijnde graan, koolzaad, zomerpeen, blauwmaanzaad, karwij of vlas, wordt geteeld. 2 Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien: a. artikel 4.1193, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving de graszode in het voorafgaande jaar is geteeld als aangewezen gewas conform het bepaalde in; of b. bijlage A het gras is ingezaaid als een niet-vlinderbloemige groenbemester als bedoeld in. 3 artikel 4.1217 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt van het bepaalde invrijstelling verleend. 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 28-03-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 12, tweede lid, van de wet bijlage B bijlage A Bij de bepaling van de inbedoelde hoeveelheid meststoffen wordt de hoeveelheid stikstof in dierlijke en andere invermelde organische meststoffen slechts in aanmerking genomen voor het percentage dat in de tabel van die bijlage is vermeld voor de desbetreffende meststof en, indien sprake is van dierlijke meststoffen die op bouwland op kleigrond of veengrond op of in de bodem zijn gebracht, voor de desbetreffende periode waarin de meststoffen op of in de bodem zijn gebracht, met dien verstande dat het bij de omstandigheid ‘op bedrijf met beweiding’ of ‘op bedrijf zonder beweiding’ vermelde percentage uitsluitend geldt indien op het desbetreffende bedrijf de in, tabel 1, bij ‘grasland met beweiden’ onderscheidenlijk ‘grasland met volledig maaien’ vermelde hoeveelheid stikstof als stikstofgebruiksnorm wordt toegepast. 2 artikel 12, tweede lid, van de wet bijlage B Indien het mengsels van organische meststoffen betreft, wordt bij de bepaling van de inbedoelde hoeveelheid meststoffen de hoeveelheid stikstof in dat mengsel in aanmerking genomen voor het hoogste percentage dat inis vermeld bij de meststoffen die het mengsel bevat. 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 01-01-2010
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a De indicator voor de fosfaattoestand van grasland en bouwland is de combinatie van: a. 2 2 5 het P-CaCl-getal dat wordt uitgedrukt in milligrammen POper kilogram grond; en b. 2 5 het P-AL-getal dat wordt uitgedrukt in milligrammen POper 100 gram grond. 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 18-02-2021 01-01-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 21a, eerste lid, van het besluit 2 De fosfaattoestand van grasland wordt, overeenkomstig de indeling genoemd in, gekwalificeerd volgens tabel I en de fosfaattoestand van bouwland wordt gekwalificeerd volgens tabel II waarbij het P-AL-getal wordt afgerond in gehele getallen en het P-CaCl-getal wordt afgerond in decimalen. Tabel I Grasland 2 Indeling klassen P-CaCl-getal (mg P/kg) 2 5 Fosfaatgebruiksnormen (kg PO/ha) grasland 2 5 Indeling klassen P-AL-getal (mg PO/100 g) <21 21 tot en met 30 31 tot en met 45 46 tot en met 55 >55 <0,8 arm laag laag neutraal ruim 0,8 tot en met 1,4 arm laag neutraal ruim ruim 1,5 tot en met 2,4 laag neutraal ruim ruim hoog 2,5 tot en met 3,4 neutraal ruim ruim hoog hoog >3,4 ruim ruim hoog hoog hoog Tabel II Bouwland 2 Indeling klassen P-CaCl-getal (mg P/kg) 2 5 Fosfaatgebruiksnormen (kg PO/ha) bouwland 2 5 Indeling klassen P-AL-getal (mg PO/100 g) <21 21 tot en met 30 31 tot en met 45 46 tot en met 55 >55 <0,8 arm arm arm laag laag 0,8 tot en met 1,4 arm arm arm laag neutraal 1,5 tot en met 2,4 arm arm laag neutraal ruim 2,5 tot en met 3,4 arm laag neutraal ruim hoog >3,4 laag laag neutraal ruim hoog 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 01-01-2021
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 8, onderdeel c, van de wet De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld invoor grond met de fosfaattoestand arm bedraagt 120 kilogram fosfaat per hectare grasland of bouwland. 2 artikel 8, onderdeel c, van de wet De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld invoor grond met de fosfaattoestand laag bedraagt 105 kilogram fosfaat per hectare grasland of 80 kilogram per hectare bouwland. 3 artikel 8, onderdeel c, van de wet De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld invoor grond met de fosfaattoestand neutraal bedraagt 95 kilogram fosfaat per hectare grasland of 70 kilogram per hectare bouwland. 4 artikel 8, onderdeel c, van de wet De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld invoor grond met de fosfaattoestand ruim bedraagt 90 kilogram fosfaat per hectare grasland of 60 kilogram per hectare bouwland. 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 520 30-12-2019 18-12-2019 35233 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Meststoffenwet (implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn)
(Stb. 2019/520) in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31, eerste, tweede, derde en vierde lid artikel 103b, tweede lid De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in, is uitsluitend van toepassing gedurende het kalenderjaar waarin de melding, bedoeld in, is gedaan, en indien wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 103b, derde lid. 2 artikel 31, eerste, tweede, derde of vierde lid Indien de percelen dan wel de gewaspercelen, in de in het eerste lid bedoelde periode in gebruik zijn genomen door een andere landbouwer, is de desbetreffende fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in, gedurende het restant van die periode van toepassing, indien de landbouwer de ingebruikneming van de percelen dan wel de gewaspercelen onder opgave van de oppervlakte en de ligging ervan uiterlijk de eerstvolgende 15 mei na de datum van ingebruikneming heeft gemeld aan de minister. 3 tweede en derde lid van artikel III van de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2019 tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in verband met de implementatie van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn Het(Stcrt. 2019, 70977) vervallen met ingang van 1 januari 2021. 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 01-01-2024
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 103b, tweede lid Op percelen waarvoor een melding als bedoeld in, is gedaan op basis van een geldig analyserapport met een datum van monstername gelegen voor 1 januari 2021 zijn de normen ter bepaling van de fosfaattoestand van de bodem en zijn de fosfaatgebruiksnormen van toepassing zoals deze golden op 31 december 2020. 2 artikel 103a, derde lid In afwijking van, is een analyserapport met een datum van monstername als bedoeld in dat lid, gelegen tussen 15 mei 2016 en 15 mei 2017 geldig tot vijf jaar na de datum van monstername. 3 artikel 33, eerste lid artikel 103b, tweede lid artikel 32, eerste lid artikel 103a, tweede lid artikel 31, eerste lid Op percelen waarvoor voor 1 januari 2021 een melding is gedaan op grond van zowel, zoals dit luidde op 31 december 2020, als, is tot het verstrijken van de termijnen van vier jaren, bedoeld in, zoals dit luidde op 31 december 2020 of, indien dat eerder is, tot het moment waarop een nieuwe melding is gedaan, gebaseerd op een geldig analyserapport, bedoeld in, met een datum van de monstername na 1 januari 2021, de fosfaatgebruiksnorm, bedoeld in, van toepassing. 3 artikel 33, eerste lid artikel 31, tweede lid Op percelen waarvoor een melding als bedoeld in artikel 103b, tweede lid, is gedaan op basis van een geldig analyserapport dat is opgesteld voor 1 januari 2021 en waaruit blijkt dat indicator voor de fosfaattoestand van grasland een PAL-getal van minder dan 16 of de indicator voor de fosfaattoestand van bouwland een Pw-getal van minder dan 25 heeft, terwijl ten aanzien van desbetreffende percelen geen melding als bedoeld in, zoals het luidde op 31 december 2020, is gedaan, is de fosfaatgebruiksnorm, bedoeld in, van toepassing. 4 artikel 103b, tweede lid artikel 30 artikel 31 In afwijking van het eerste lid zijn op percelen waarvoor een melding als bedoeld, is gedaan op basis van een geldig analyserapport met een datum van monstername gelegen voor 1 januari 2021 de normen in verband met de fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in, en de fosfaatgebruiksnormen, bedoeld in, van toepassing indien: a. artikel 29a in het desbetreffende analyserapport de fosfaattoestand tevens is vastgesteld met gebruikmaking van de indicator voor de fosfaattoestand van grasland en bouwland, bedoeld in; en b. de landbouwer daarvan melding heeft gedaan bij de melding, bedoeld in de aanhef. 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 2021 8611 17-02-2021 10-02-2021 WJZ/20189443 18-02-2021 01-01-2021
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 31, eerste, tweede, derde of vierde lid Een landbouwer kan in enig jaar een verhoging van de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen op bouwland, bedoeld inof, van deze regeling toepassen, indien de hoeveelheid fosfaat waarmee de geldende fosfaatgebruiksnorm is overschreden, in het navolgende jaar volledig wordt gecompenseerd. 2 De compensatie geschiedt door de hoeveelheid fosfaat waarmee de fosfaatgebruiksnorm in het voorgaande jaar is overschreden in mindering te brengen op de in het navolgende jaar geldende fosfaatgebruiksnorm. 3 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 31, eerste, tweede, derde of vierde lid De hogere gebruiksnorm, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar meer dan de fosfaatgebruiksnorm die geldt ingevolgeof, van deze regeling. 4 De landbouwer, bedoeld in het eerste lid, meldt de toepassing van de verhoging van de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin de verhoging wordt toegepast aan de minister. 2020 52490 07-10-2020 03-10-2020 WJZ/20041342 2020 52490 07-10-2020 03-10-2020 WJZ/20041342 08-10-2020 De tweede wijziging is niet voor de tweede keer doorgevoerd.
Artikel 33b — Artikel 33b#
Artikel 33b 1 artikel 8, onderdeel c, van de wet artikel 72a, tweede lid, onderdeel a De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld invoor grond met de fosfaattoestand hoog bedraagt 45 kilogram fosfaat per hectare bouwland of op een bedrijf als bedoeld in, 50 kilogram fosfaat per hectare bouwland, indien de landbouwer op de desbetreffende percelen ten minste 20 kg fosfaat per hectare toepast die aantoonbaar afkomstig is van één of meer van de volgende meststoffen: a. strorijke vaste mest van rundvee; b. artikel 72a, tweede lid, onderdeel a in geval van een bedrijf als bedoeld in, strorijke vaste mest van varkens; c. strorijke vaste mest van schapen; d. strorijke vaste mest van geiten; e. strorijke vaste mest van paarden; f. dikke fractie van meststoffen van rundvee; g. champost; h. gft-compost; of i. groencompost.’ 2 De landbouwer, bedoeld in het eerste lid, meldt het perceel of gewasperceel waarop de verhoging van de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin de verhoging wordt toegepast aan de minister. 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 15-02-2023 01-01-2023
Artikel 33c — Artikel 33c#
Artikel 33c 1 artikel 33b, eerste lid, onderdelen a tot en met e en g tot en met i artikel 31 artikel 11, eerste lid, van de wet Indien een landbouwer op een perceel meststoffen als bedoeld in, op of in de bodem brengt, wordt voor de toepassing van, ofde volgende hoeveelheid fosfaat in aanmerking genomen: a. artikel 33b, eerste lid, onderdelen h en i voor zover het gaat om meststoffen als bedoeld in: 25 procent van de hoeveelheid fosfaat in kilogrammen; en b. artikel 33b, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en g voor zover het gaat om meststoffen als bedoeld in: 75 procent van de hoeveelheid fosfaat in kilogrammen. 2 Het eerste lid is uitsluitend van toepassing, indien: a. artikel 33b, eerste lid, onderdelen a tot en met e en g tot en met i het fosfaat aantoonbaar afkomstig is van een of meer van de desbetreffende meststoffen, bedoeld in; b. op een perceel per hectare ten minste 20 kilogram fosfaat van de in onderdeel a bedoelde meststoffen wordt toegepast; en c. artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 31 per hectare ten hoogste het desbetreffende aantal kilogrammen fosfaat, genoemd in, of, van de in onderdeel a bedoelde meststoffen wordt toegepast. 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 15-02-2023 01-01-2023
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 15-02-2023 01-01-2023
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 520 30-12-2019 18-12-2019 35233 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Meststoffenwet (implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn)
(Stb. 2019/520) in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 28, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, van het besluit bijlage D, tabel IA, kolom A Als forfaitaire productienormen als bedoeld in, worden voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën de normen vastgesteld die zijn vermeld in. 2 artikel 2.14, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten bijlage D, tabel IB, deel 1 Voor zover het dieren betreft die worden gehouden op een bedrijf waarvoor een inkennisstelling heeft plaatsgevonden als bedoeld in, en die behoren tot de in, onderscheiden categorieën dieren, zijn in afwijking van het eerste lid de normen van toepassing die zijn vermeld in kolom A van die tabel. 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 01-01-2020
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 31, eerste lid, van het besluit De aanmelding, bedoeld in, geschiedt binnen 30 dagen na inwerkingtreding van deze regeling bij de minister. 2 Indien een landbouwbedrijf wordt opgericht na 1 januari 2006, geschiedt de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 dagen na oprichting. 3 artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De gegevens, bedoeld in, betreffen mede: a. het adres van de bedrijfsgebouwen waar dierlijke mest wordt geproduceerd; en b. het correspondentieadres van de landbouwer, indien dit afwijkt van het adres, bedoeld in onderdeel a. 4 artikel 31 van het besluit Wijzigingen in de ingevolgeverstrekte gegevens worden uiterlijk 30 dagen na de datum van de wijziging, onder vermelding van het door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer, gemeld aan de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a artikel 129 De landbouwer stelt in Nederland zijn administratie voor controle beschikbaar aan de krachtensaangewezen ambtenaren. 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 01-01-2014
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 32, tweede lid, onderdeel c, van het besluit De gegevens, bedoeld in, betreffen uitsluitend die percelen landbouwgrond die bij het bedrijf in het kader van normale bedrijfsvoering in gebruik zijn en die al dan niet gedeeltelijk zijn gelegen in Duitsland of in België, tot 20, onderscheidenlijk tot 25 kilometer uit de Nederlandse grens. 2 artikel 32, tweede lid, onderdeel e, van het besluit bijlage D, tabel IA De gegevens, bedoeld in, worden onderscheiden naar diersoorten en diercategorieën per soort overeenkomstig de omschrijvingen in. 3 artikel 32, tweede lid, onderdeel i, van het besluit De gegevens, bedoeld in, worden per afzonderlijke opslagruimte weergegeven. 4 bijlage Aa bijlage Aa artikel 33, derde lid, onderdeel c, van het besluit artikel 33, derde lid, van het besluit Indien op een bedrijf ‘covergiste mest’ als bedoeld in, onder IV wordt geproduceerd, worden de gegevens, bedoeld in, onderscheiden naar de tezamen met de dierlijke meststoffen vergiste stoffen overeenkomstig de aanduiding en de daarbij behorende omschrijving van de desbetreffende stof in, onder IV, en bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld in, gegevens over het bedrijf of de onderneming waar de desbetreffende stof als reststof is vrijgekomen. 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 01-01-2020
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 32, tweede lid, van het besluit Behalve de gegevens, bedoeld in, bevat de administratie van de landbouwer gegevens over: a. de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in de periode van 1 januari tot en met 31 januari of van 16 september tot en met 31 december, op zijn bedrijf op bouwland op kleigrond of veengrond op of in de bodem is gebracht; en b. de oppervlakte en de ligging van de percelen van zijn bedrijf waarop zuiveringsslib op of in de bodem is gebracht. 2 Ingeval van een overdracht van een opslagruimte voor meststoffen door een landbouwer aan een intermediair of door een intermediair aan een landbouwer, bevat de administratie tevens het bewijs van overdracht. 3 Ingeval een landbouwer mestkorrels produceert, bevat de administratie tevens gegevens over: a. een overzicht van welke hoeveelheid mestkorrels uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of intermediaire onderneming is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde mestkorrels uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid mestkorrels uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming zijn geleverd 4 artikel 69r Ingeval van gebruik van het inbedoelde middel, bevat de administratie, tevens de op basis van dat middel vereiste gegevens. 5 In aanvulling op het eerste lid bevat de administratie van de landbouwer het geplande gebruik van meststoffen van het desbetreffende kalenderjaar. 6 artikel 32, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit De gegevens, bedoeld inen het vijfde lid, worden jaarlijks voor 15 februari opgenomen in de administratie van de landbouwer. 7 In afwijking van het zesde lid worden de gegevens, bedoeld in dat lid, voor het kalenderjaar 2025 voor 15 maart van dat jaar opgenomen in de administratie. 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 2024 41858 27-12-2024 19-12-2024 WJZ/58930654 01-01-2025
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Wijzigingen in de aantallen op het bedrijf gehouden dan wel anderszins aanwezige varkens, kippen, kalkoenen en runderen, worden binnen drie dagen na de datum waarop de wijziging zich heeft voorgedaan, onder vermelding van de datum waarop deze wijziging zich heeft voorgedaan, in de administratie opgenomen. 2 artikelen 32, tweede lid 33 van het besluit artikelen 38 39 Wijzigingen in de overige gegevens die de administratie ingevolge de, enen deenbevat, worden binnen 30 dagen na de datum waarop de wijziging zich heeft voorgedaan, onder vermelding van de datum waarop deze wijziging zich heeft voorgedaan, in de administratie opgenomen. 3 artikel 32, tweede lid, onderdeel f, van het besluit In afwijking van het tweede lid, worden wijzigingen in de gegevens, bedoeld inuiterlijk de eerstvolgende werkdag na het vervoer in de administratie opgenomen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De landbouwer die in de periode van 16 mei tot en met 31 oktober van een kalenderjaar een perceel landbouwgrond in gebruik neemt dat voor deze periode in gebruik was bij een ander bedrijf of een derde, doet hiervan binnen 30 dagen melding aan de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De landbouwer verstrekt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister met betrekking tot het voorgaande kalenderjaar gegevens uit de administratie over: a. de aan het eind van het kalenderjaar op het bedrijf aanwezige hoeveelheid meststoffen, onderscheiden naar: 1°. vaste mest; 2°. drijfmest; 3°. zuiveringsslib en compost; en 4°. meststoffen, anders dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost; b. de hoeveelheden meststoffen, anders dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost, die op of van het bedrijf zijn aangevoerd, onderscheidenlijk zijn afgevoerd; c. bijlage D, tabel IA het gemiddelde aantal in het kalenderjaar op het bedrijf gehouden dieren, anders dan varkens, schapen, geiten en runderen, onderscheiden naar diersoort en diercategorieën per soort voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in; en d. bijlage D, tabel IA het aantal aan- of afgevoerde staldieren, anders dan varkens of vleeskalveren, onderscheiden naar diersoort en diercategorieën per soort, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in. 2 artikel 25, eerste lid artikel 24, eerste lid De landbouwer op wiens bedrijf op 31 december 2005 pluimveerechten, varkensrechten of niet-gebonden mestproductierechten rustten of wiens bedrijf overeenkomstig, is aangemeld voor toepassing in 2006 van de gebruiksnorm, bedoeld in, verstrekt vóór 1 februari 2006 aan de minister gegevens uit de administratie over de op 1 januari 2006 op het bedrijf aanwezige hoeveelheid meststoffen, onderscheiden naar meststoffen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°. 3 De landbouwer die op het eigen bedrijf koemelk produceert, verstrekt aan de minister gegevens met betrekking tot de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid koemelk. 4 Ingeval van overdracht van een opslagruimte voor meststoffen door een landbouwer aan een intermediair of door een intermediair aan een landbouwer, doet de landbouwer hiervan binnen 30 dagen na de overdracht melding. 5 De landbouwer in het kader van wiens bedrijf mestkorrels worden geproduceerd, verstrekt binnen 30 dagen na afloop van elk kwartaal: a. een overzicht per kwartaal van welke hoeveelheid mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of welke intermediair is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde mestkorrels inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming zijn geleverd. 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikelen 26 31 tot en met 35 van het besluit artikelen 37 tot en met 42 Deenen dezijn niet van toepassing ten aanzien van een bedrijf, indien op elk moment in het desbetreffende kalenderjaar wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de som van de tot dan toe in dat jaar op het bedrijf aangevoerde dierlijke meststoffen en de productie van meststoffen door de op dat moment op het bedrijf gehouden dan wel anderszins aanwezige dieren op jaarbasis is ten hoogste 350 kilogram stikstof; b. de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is niet groter dan drie hectare; c. artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 het bedrijf beschikt over een uniek nummer als bedoeld inof een door de minister verstrekt relatienummer in het geval dierlijke meststoffen worden aangevoerd op dan wel afgevoerd van het bedrijf. 2 artikelen 32, tweede lid, onderdelen d, e, f en h en 33 van het besluit artikelen 40, eerste lid 42, eerste lid, onderdelen a, c en d bijlage D Deen de, en, zijn niet van toepassing ten aanzien van diersoorten als bedoeld in, tabel IA, waarvan de op enig moment op het bedrijf gehouden of anderszins aanwezige dieren tezamen op jaarbasis ten hoogste 350 kilogram stikstof produceren, onderscheidenlijk ten aanzien van de door deze dieren geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen. 3 bijlage D De productie van dierlijke meststoffen op jaarbasis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, wordt bepaald op basis van het aantal op het desbetreffende moment gehouden dieren, onderscheiden naar diersoorten en diercategorieën per soort, en op basis van de voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën in, tabel IA, kolom B, en tabellen IIA en IIB vermelde forfaitaire productienormen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar. 4 artikel 2.14, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten bijlage D Voor zover het dieren betreft die worden gehouden op een bedrijf waarvoor een inkennisstelling heeft plaatsgevonden als bedoeld in, en die behoren tot de in, tabel IB, deel 2, onderscheiden categorieën dieren, zijn in afwijking van het derde lid de normen van toepassing die zijn vermeld in deel 2 van die tabel. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikelen 32, tweede lid, onderdelen e, g, en h, van het besluit artikelen 40 42, eerste lid, onderdelen a en c Deen deen, zijn niet van toepassing ten aanzien van de in enig kalenderjaar op het bedrijf ingeschaarde schapen, onderscheidenlijk de door deze schapen geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, indien ten aanzien van dat bedrijf wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. het aantal in dat kalenderjaar ingeschaarde schapen is niet groter dan 450; b. inscharing van de schapen vindt slechts gedurende één aaneengesloten periode van ten hoogste vier weken in het kalenderjaar plaats in de periode van 1 januari tot 1 maart of in de periode van 1 oktober tot en met 31 december. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 38, eerste lid, van het besluit De aanmelding, bedoeld in, geschiedt binnen 30 dagen na inwerkingtreding van deze regeling bij de minister. 2 Indien een intermediaire onderneming wordt opgericht na 1 januari 2006, geschiedt de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 dagen na oprichting. 3 artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De gegevens, bedoeld in, betreffen mede: a. de GPS-gegevens van de onderscheiden locaties van de opslagruimten voor meststoffen; en b. het correspondentieadres van de onderneming. 4 artikel 38, tweede lid, onderdelen f en g, van het besluit De gegevens, bedoeld in, betreffen mede de serienummers van de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur en de GR-apparatuur alsmede een aanduiding van het type waartoe deze apparatuur behoort, het versienummer en de fabrikant van deze apparatuur. 5 artikel 38, tweede lid, onderdeel h, van het besluit De gegevens, bedoeld in, worden, voor zover het opslagruimten voor drijfmest of vaste mest betreft, mede uitgedrukt in kubieke meters onderscheidenlijk in vierkante meters. 6 artikel 38, tweede lid, van het besluit In aanvulling op de gegevens, bedoeld in, verstrekt de intermediair ter zake van de transportmiddelen die voor het vervoer van dierlijke mest exclusief bij de desbetreffende onderneming in gebruik zijn, tevens de volgende gegevens: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 1, eerste lid, onderdelen c onderscheidenlijk d, van die wet Bijlage E ofwel het kenteken en de meldcode van het betrokken transportmiddel of aanhangwagen, zoals deze zijn vermeld op het voor het betrokken voertuig afgegeven, geldige kentekenbewijs, bedoeld in, voor zover het een motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld inbetreft, waarop overeenkomstig, onderdeel D, onder 4.6, automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur is bevestigd, danwel het chassisnummer van het betrokken transportmiddel waarop overeenkomstig Bijlage E, onderdeel D, onder 4.6, automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur is bevestigd, voor zover het een ander transportmiddel betreft; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 1, eerste lid, onderdelen c onderscheidenlijk d, van die wet ofwel het kenteken en de meldcode van het betrokken transportmiddel en van iedere aanhangwagen, zoals deze zijn vermeld op het voor het betrokken voertuig afgegeven, geldige kentekenbewijs, bedoeld in, voor zover het een motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld inbetreft dat gebruikt wordt voor het vervoer van vaste mest, danwel het chassisnummer van het betrokken transportmiddel en het chassisnummer van de aanhangwagen, voor zover het een ander transportmiddel betreft dat gebruikt wordt voor het vervoer van vaste mest; en c. artikel 38, tweede lid, onderdeel g, van het besluit de koppeling tussen de geregistreerde GR-apparatuur, bedoeld in, en de in onderdeel b bedoelde kentekens en chassisnummers, onder vermelding van het serienummer van de GR-apparatuur. 7 artikel 38, tweede lid, van het besluit artikel 16, eerste lid, van het beslui Indien op een onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, verstrekt de intermediair behalve de gegevens, bedoeld in, tevens een omschrijving van de int bedoelde behandelingsmethode voor zuiveringsslib. 8 artikel 38 van het besluit Wijzigingen in de ingevolgeof het zesde of zevende lid geregistreerde gegevens worden uiterlijk 30 dagen na de datum van de wijziging, onder vermelding van het door de minister ter identificatie van de onderneming verstrekte relatienummer, gemeld aan de minister. 9 artikelen 38 39 van het besluit artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 Deenzijn niet van toepassing op tuincentra en hoveniers voor zover deze meststoffen afvoeren naar een afnemer, die geen bedrijf of een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld, voert, met dien verstande dat het tuincentrum of de hovenier wel beschikt over een uniek nummer als bedoeld inof een door de minister verstrekt relatienummer. 10 Het zesde lid is niet van toepassing, indien het vervoer van drijfmest van een bedrijf naar een intermediaire onderneming of van een intermediaire onderneming naar een andere intermediaire onderneming plaatsvindt met behulp van een pijpleiding. 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 01-01-2026
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a artikel 129 De intermediair stelt in Nederland zijn administratie voor controle beschikbaar aan de krachtensaangewezen ambtenaren. 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 01-01-2014
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 39, tweede lid, onderdeel b, van het besluit De gegevens, bedoeld in, worden bijgehouden op het daartoe door de minister verstrekte formulier. 2 In plaats van het in het eerste lid bedoelde formulier kunnen andere gegevensdragers worden gebruikt, onder de voorwaarde dat daarbij dezelfde berekeningswijze wordt gehanteerd als bij gebruik van het in het eerste lid bedoelde formulier, het geval zou zijn geweest. 3 artikel 39, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Voor zover het hoeveelheden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost betreft, worden de gegevens, bedoeld in, ingevuld zoals deze voor de desbetreffende hoeveelheid ook zijn opgenomen in rVDM, onderscheidenlijk zoals deze ook zijn vermeld op het op de desbetreffende hoeveelheid betrekking hebbende vervoersbewijs zuiveringsslib en compost en op het ter zake door het laboratorium verstrekte overzicht van de analyseresultaten. 4 artikel 39, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Voor zover het hoeveelheden mestkorrels, overige organische meststoffen en anorganische meststoffen betreft, worden de gegevens, bedoeld in, overgenomen van het etiket op de verpakking, dan wel van het begeleidend document bij de meststoffen. 5 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Behalve de gegevens, bedoeld in, bevat de administratie met betrekking tot de overdracht van een opslagruimte voor meststoffen, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d, van het besluit, het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de bij deze overdracht betrokken intermediaire onderneming. 6 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Indien op een onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld intevens gegevens over: a. artikel 16, eerste lid, van het besluit de inbedoelde behandelingsmethode voor zuiveringsslib; b. de hoeveelheid geproduceerd, behandeld zuiveringsslib; en c. bijlage II, onder tabel 2, bij het besluit artikel 21 de gehalten aan droge stof, fosfaat en stikstof, de pH-waarde, het organisch stofgehalte en de hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen in het zuiveringsslib alsmede de resultaten van de uitgevoerde bemonsteringen en analyses, bedoeld in. 7 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Indien op een onderneming compost wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld intevens gegevens over: a. de hoeveelheid geproduceerde, behandelde compost; en b. bijlage II, onder tabel 3, bij het besluit de gehalten aan droge stof, fosfaat en stikstof, het organisch stofgehalte en de hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen. 8 bijlage Aa artikel 39, derde lid, onderdeel c, van het besluit Indien op een onderneming ‘covergiste mest’ als bedoeld in, onder IV wordt geproduceerd, worden de gegevens, bedoeld in, onderscheiden naar de tezamen met de dierlijke meststoffen vergiste stoffen overeenkomstig de aanduiding en de daarbij behorende omschrijving van de desbetreffende stof in bijlage Aa, onder IV, en bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld in artikel 39, derde lid, van het besluit, gegevens over het bedrijf of de onderneming waar de desbetreffende stof als reststof is vrijgekomen. 9 artikel 48a, tweede lid Ingeval van overdracht van een opslagruimte voor meststoffen door of aan een intermediair, bevat de administratie van de intermediair tevens het bewijs van overdracht en de gegevens, bedoeld in. 10 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Indien op een onderneming substraat wordt geproduceerd, bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld in, tevens gegevens over: a. een overzicht van welke hoeveelheid substraat, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welke champignonteler is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerd substraat, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat. 11 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Indien een intermediair mestkorrels produceert, bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld in, tevens gegevens over: a. een overzicht van welke hoeveelheid mestkorrels uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of intermediaire onderneming is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming zijn geleverd. 12 artikel 39, tweede en derde lid, van het besluit Indien op een onderneming een mengsel van vaste meststoffen wordt geproduceerd, dat ten hoogste 10% vaste dierlijke meststoffen of 10% champost bevat, bevat de administratie behalve de gegevens, bedoeld in, tevens gegevens over: a. een overzicht van welke hoeveelheid meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of welke intermediaire onderneming is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming zijn geleverd; d. bijlage I de mestcode dan wel de mestcodes, bedoeld in, van de desbetreffende mestsoort of mestsoorten en de percentages van elke afzonderlijke meststof in het mengsel. 13 artikel 69r Ingeval van gebruik van het inbedoelde middel, bevat de administratie, tevens de op basis van dat middel vereiste gegevens. 2026 10275 18-03-2026 15-03-2026 WJZ/103787525 2026 10275 18-03-2026 15-03-2026 WJZ/103787525 19-03-2026
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 39, tweede lid, aanhef en onderdelen a en c, en derde lid, van het besluit artikel 46, vijfde lid Wijzigingen in de gegevens die de administratie ingevolgeen, bevat, worden binnen 30 dagen na de datum waarop de wijziging zich heeft voorgedaan in de administratie opgenomen. 2 artikel 39, tweede lid, onderdeel b, van het besluit artikel 81, eerste lid artikel 46, eerste lid Wijzigingen in de gegevens, die de administratie ingevolgebevat, worden, voor zover het dierlijke meststoffen anders dan mestkorrels betreft, binnen 24 uur na het tijdstip waarop de analyseresultaten, bedoeld in, van het laboratorium zijn ontvangen op het in, bedoelde formulier verwerkt. 3 artikel 39, tweede lid, onderdeel b, van het besluit artikel 46, eerste lid Wijzigingen in de gegevens, die de administratie ingevolgebevat, worden, voor zover het meststoffen anders dan dierlijke meststoffen betreft, binnen 24 uur na het tijdstip waarop de wijziging zich heeft voorgedaan op het in, bedoelde formulier verwerkt. 4 artikel 39, zesde lid, onderdelen a en b, van het besluit Wijzigingen in de gegevens die de administratie ingevolgebevat, worden uiterlijk de eerstvolgende werkdag na het vervoer in de administratie opgenomen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De intermediair verstrekt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister met betrekking tot het voorgaande kalenderjaar gegevens uit de administratie over: a. de hoeveelheden meststoffen, anders dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost, die in het kader van de onderneming zijn aan- en afgevoerd; b. vervallen; en c. artikel 42, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° de aan het eind van het kalenderjaar op de onderneming aanwezige hoeveelheid meststoffen onderscheiden naar meststoffen als bedoeld in. 2 bijlage II, onder tabel 2, van het besluit De ondernemer in het kader van wiens onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, verstrekt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister gegevens uit de administratie over de in het voorgaande kalenderjaar in het zuiveringsslib gemiddeld aanwezige hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de in het tweede lid bedoelde gegevens zijn verstrekt door het laboratorium dat de analyses heeft verricht. 4 De minister is bevoegd de op grond van het tweede of derde lid verstrekte gegevens door te geven aan gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de desbetreffende onderneming is gevestigd. 5 artikel 92b artikel 46, eerste lid De intermediair die verschillende partijen vloeibaar zuiveringsslib, waarvoor op grond vaneen verschillend analysenummer is verstrekt, in één opslagruimte opslaat, verstrekt op elektronische wijze aan de minister het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte en het drogestofgehalte zoals dat voor de in de desbetreffende opslag aanwezige hoeveelheid zuiveringsslib met gebruikmaking van het in, bedoelde formulier, of de in artikel 46, tweede lid, genoemde andere gegevensdragers is berekend. 6 De intermediair in het kader van wiens onderneming substraat wordt geproduceerd, verstrekt binnen 30 dagen na afloop van elk kwartaal: a. een overzicht per kwartaal van welke hoeveelheid substraat, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welke champignonteler is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerd substraat inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat. 7 De intermediair in het kader van wiens onderneming mestkorrels worden geproduceerd, verstrekt binnen 30 dagen na afloop van elk kwartaal: a. een overzicht per kwartaal van welke hoeveelheid mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of welke intermediair is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde mestkorrels inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid mestkorrels, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming zijn geleverd. 8 De intermediair in het kader van wiens onderneming een mengsel van vaste meststoffen wordt geproduceerd, dat ten hoogste 10% vaste dierlijke meststoffen of 10% champost bevat, verstrekt binnen 30 dagen na afloop van elk kwartaal: a. een overzicht van welke hoeveelheid meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, aan welk bedrijf of welke intermediaire onderneming is geleverd; b. de hoeveelheid geëxporteerde meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat; c. de hoeveelheid meststoffen uitgedrukt in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat, die aan afnemers niet zijnde een bedrijf of intermediaire onderneming is geleverd; d. bijlage I de mestcode dan wel de mestcodes, bedoeld in, van de desbetreffende mestsoort of mestsoorten en de percentages van elke afzonderlijke meststof in het mengsel. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a 1 Ingeval van overdracht van een opslagruimte voor meststoffen door of aan een intermediair, meldt de intermediair deze overdracht binnen 30 dagen na de overdracht. 2 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de ingangsdatum van de overdracht; b. de hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in tonnen, die wordt overgedragen; c. de hoeveelheid stikstof en fosfaat in kilogrammen die wordt overgedragen; d. artikel 42, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° de soort mest die wordt overgedragen, onderscheiden naar meststoffen als bedoeld in. 3 Indien in afwijking van de bij de melding verstrekte ingangsdatum van overdracht, binnen de periode van 30 dagen, bedoeld in eerste lid, meststoffen zijn aangevoerd naar of afgevoerd van de opslagruimte, geldt de datum van die aanvoer of afvoer als datum van overdracht van de opslagruimte. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Op de opslagruimten voor meststoffen, bedoeld in, worden de door de minister verstrekte registratienummers ter identificatie van de afzonderlijke opslagruimten aangebracht, op zodanige wijze dat het nummer steeds duidelijk zichtbaar en leesbaar is. 2 De opslagruimten voor meststoffen worden in de administratie en bij de verstrekking van gegevens mede aangeduid met het registratienummer van de opslagruimte, bedoeld in het eerste lid. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 43, eerste lid, van het besluit De aanmelding door de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren of runderen, bedoeld in, geschiedt binnen 30 dagen na oprichting van deze onderneming bij de minister. 2 artikel 43, eerste lid, van het besluit De aanmelding door de ondernemer in het kader van wiens onderneming van bedrijven afgenomen koemelk wordt behandeld, bedoeld in, geschiedt binnen 30 dagen na oprichting van deze onderneming. 3 artikel 43, tweede lid, van het besluit De aanmelding door de ondernemer in het kader van wiens onderneming meststoffen worden verhandeld, bedoeld in, geschiedt binnen 30 dagen na 1 januari 2008 bij de minister. Indien een onderneming als bedoeld in de vorige volzin wordt opgericht na 1 januari 2008, geschiedt de aanmelding uiterlijk 30 dagen na oprichting. 4 artikel 43, derde lid, van het besluit artikel 16, eerste lid, van het besluit Indien op een onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, verstrekt de ondernemer behalve de gegevens, bedoeld in, tevens een omschrijving van de inbedoelde behandelingsmethode voor zuiveringsslib. 5 artikel 43 van het besluit Wijzigingen in de ingevolgeof het vierde lid geregistreerde gegevens worden door de desbetreffende ondernemer, uiterlijk 30 dagen na de datum van de wijziging onder vermelding van het door de minister ter identificatie van de onderneming verstrekte relatienummer, gemeld aan de minister. 6 artikelen 43 44 van het besluit artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 Deenzijn niet van toepassing op tuincentra en hoveniers, voor zover deze meststoffen afvoeren naar een afnemer, die geen bedrijf of een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld, voert, met dien verstande dat het tuincentrum of de hovenier wel beschikt over een uniek nummer als bedoeld inof een door de minister verstrekt relatienummer. 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 28-03-2024
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a artikel 50, eerste tot en met derde lid artikel 129 De ondernemer, bedoeld in, stelt in Nederland zijn administratie voor controle beschikbaar aan de krachtensaangewezen ambtenaren. 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 2013 35686 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13191695 01-01-2014
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 44, tweede lid, van het besluit artikel 43, eerste lid, van het besluit Behalve de gegevens, bedoeld in, bevat de administratie van de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren of runderen, bedoeld in, gegevens over: a. artikel 98, eerste en tweede lid de resultaten van de uitgevoerde bemonsteringen en analyses, bedoeld in; en b. artikel 99, eerste lid de op het etiket of het begeleidend document, bedoeld in, vermelde droge stofgehalte dan wel het vochtgehalte en het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de droge stof. 2 artikel 44, vierde lid, van het besluit artikel 43, tweede lid, van het besluit Behalve de gegevens, bedoeld in, bevat de administratie van de ondernemer, bedoeld invoor zover hij compost produceert of anderszins behandelt, gegevens over: a. de hoeveelheid geproduceerde, behandelde compost; en b. bijlage II, onder tabel 3, bij het besluit de gehalten aan droge stof, fosfaat en stikstof, het organisch stofgehalte en de hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen in de compost. 3 artikel 44, vijfde lid, onderdeel c, van het besluit bijlage II, onder tabel 2, bij het besluit De gegevens, bedoeld in, betreffen de gehalten aan droge stof, fosfaat en stikstof, de pH-waarde, het organisch stofgehalte en de hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen in het zuiveringsslib. 4 artikel 44, vierde lid, van het besluit artikel 43, tweede lid, van het besluit artikel 92b Behalve de gegevens, bedoeld in, bevat de administratie van de ondernemer, bedoeld invoor zover hij verschillende partijen vloeibaar zuiveringsslib waarvoor op grond vaneen verschillend analysenummer is verstrekt, in één opslagruimte opslaat, de hoeveelheden vloeibaar zuiveringsslib die in iedere afzonderlijke opslagruimte zijn aangevoerd en de hoeveelheden vloeibaar zuiveringsslib die uit die opslagruimte zijn afgevoerd, zodanig dat steeds blijkt welke hoeveelheid vloeibaar zuiveringsslib zich in de opslagruimte bevindt. 5 Artikel 46, tweede en derde lid De gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden bijgehouden op het daartoe door de minister verstrekte formulier en worden overgenomen van het op de desbetreffende hoeveelheid betrekking hebbende vervoersbewijs zuiveringsslib en compost en op het ter zake door het laboratorium verstrekte overzicht van de analyseresultaten., is van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 44 van het besluit Wijzigingen in de gegevens die de administratie ingevolgeof het eerste tot en met het derde lid bevat, worden binnen 30 dagen na de datum waarop de wijziging zich heeft voorgedaan in de administratie opgenomen. 7 Wijzigingen in de gegevens, die de administratie ingevolge het vierde lid bevat, worden binnen 24 uur na het tijdstip waarop de wijziging zich heeft voorgedaan op het in het vijfde lid bedoelde formulier verwerkt. 2014 18080 01-07-2014 28-06-2014 WJZ/14097874 2014 18080 01-07-2014 28-06-2014 WJZ/14097874 01-07-2014
Artikel 51a — Artikel 51a#
Artikel 51a 1 artikel 51, vierde lid Op de opslagruimten voor vloeibaar zuiveringsslib, bedoeld in, worden de door de minister verstrekte registratienummers ter identificatie van de afzonderlijke opslagruimten aangebracht, op zodanige wijze dat het nummer steeds duidelijk zichtbaar en leesbaar is. 2 De opslagruimten voor vloeibaar zuiveringsslib worden in de administratie en bij de verstrekking van gegevens mede aangeduid met het registratienummer van de opslagruimte, bedoeld in het eerste lid. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 50, eerste lid De ondernemer, bedoeld in, verstrekt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister per bedrijf met staldieren of runderen waaraan diervoeders worden geleverd, met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar elektronisch gegevens uit de administratie over: a. de naam, het adres en het door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer van het bedrijf, waaraan diervoeder is geleverd; b. de hoeveelheid geleverd mengvoeders bestemd voor staldieren of runderen, onderscheiden naar diersoort; en c. de hoeveelheid geleverd ruwvoer en enkelvoudig diervoeder. 2 bijlage II, onder tabel 2, van het besluit De ondernemer in het kader van wiens onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt behandeld, verstrekt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister gegevens uit de administratie over de in het voorgaande kalenderjaar in het zuiveringsslib gemiddeld aanwezige hoeveelheden van de inopgenomen zware metalen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de in het tweede lid bedoelde gegevens zijn verstrekt door het laboratorium dat de analyses heeft verricht. 4 De minister is bevoegd de op grond van het tweede of derde lid verstrekte gegevens door te geven aan gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de desbetreffende onderneming is gevestigd. 5 artikel 43, tweede lid, van het besluit artikel 92b artikel 51, vijfde lid artikel 46, tweede lid De ondernemer, bedoeld indie verschillende partijen vloeibaar zuiveringsslib waarvoor op grond vaneen verschillend analysenummer is verstrekt, in één opslagruimte opslaat, verstrekt op elektronische wijze aan de minister het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte en het drogestofgehalte zoals dat voor de in de desbetreffende opslag aanwezige hoeveelheid zuiveringsslib met gebruikmaking van het in, bedoelde formulier, of de in artikel 51, vijfde lid in samenhang met, genoemde andere gegevensdragers is berekend. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 bijlage E Het vervoer van dierlijke meststoffen vindt uitsluitend plaats indien de GR-apparatuur adequaat functioneert en voldoet aan de prestatiekenmerken die zijn vermeld in, onderdeel D, en voor zover de GR-apparatuur, bedoeld in bijlage E, onderdeel D, onder 4, behoort tot een type waarvan bij keuring door Livestock Research, onderdeel van Wageningen UR, te Wageningen is vastgesteld dat het voldoet aan die prestatiekenmerken. 2 In aanvulling op het eerste lid, vindt het vervoer van drijfmest uitsluitend plaats indien de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang met de GR-apparatuur adequaat functioneert. 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien een storing van de apparatuur van een intermediair op een transportmiddel gedurende het vervoer van dierlijke meststoffen is ontstaan en door de vervoerder terstond elektronisch is gemeld aan rVDM. 4 Het transportmiddel waarvoor een melding als bedoeld in het derde lid is gedaan, wordt na afloop van het betreffende vervoer van dierlijke meststoffen niet voor het vervoer van een nieuwe vracht dierlijke meststoffen gebruikt zolang de melding, bedoeld in het derde lid, niet met toestemming van de minister door de vervoerder is ingetrokken. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Ten behoeve van de vooraanmelding worden de volgende gegevens aan rVDM verstrekt: a. artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 namen, adressen, en de door de minister ter identificatie verstrekte relatienummers of de unieke nummers, bedoeld invan de betrokken leverancier, vervoerder en afnemer; b. indien de leverancier of afnemer een intermediaire onderneming is, het registratienummer van de opslag; c. verordening (EU) nr. 2016/429 verordening (EU) nr. 2019/2035 van de laad- en losplaats van de desbetreffende vracht dierlijke meststoffen, voor zover de leverancier of afnemer geen intermediaire onderneming is, het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, laatste volzin, van, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van, of de postcode; d. bijlage I de mestcode dan wel de mestcodes, bedoeld in, van de mestsoort of mestsoorten van de desbetreffende vracht dierlijke meststoffen; e. indien de vracht dierlijke meststoffen uit meerdere mestcodes bestaat, het percentage van elke mestsoort in de betreffende vracht; f. het geschat gewicht uitgedrukt in tonnen van de desbetreffende vracht dierlijke meststoffen; g. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 indien van toepassing: het kenteken van het motorrijtuig, bedoeld in, indien daarvan afwijkend tevens het kenteken van het getrokken voertuig, het identificatienummer of combinatienummer van het getrokken voertuig; h. de datum waarop het laden van de dierlijke meststoffen aanvangt; i. bijlage F de opmerkingscode dan wel de opmerkingscodes zoals opgenomen indie van toepassing is of zijn op het vervoer van de vracht dierlijke meststoffen; j. indien van toepassing en voor zover reeds bekend: de code van het laboratorium dat de analyse van de dierlijke meststoffen uit zal voeren. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet eerder verstrekt dan twee weken voorafgaand aan de datum, genoemd in het eerste lid, onderdeel h. 3 verordening (EG) nr. 1069/2009 In aanvulling op het eerste lid, wordt ingeval van export van dierlijke meststoffen het referentienummer van het gezondheidscertificaat of handelsdocument, bedoeld in artikel 21, vandat betrekking heeft op dezelfde vracht dierlijke meststoffen aan rVDM verstrekt. 4 verordening (EG) nr. 1069/2009 De vervoerder doet ingeval van export van dierlijke meststoffen, waarvoor ingevolgeeen gezondheidscertificaat is voorgeschreven, de vooraanmelding ten minste twee werkdagen voordat de vracht dierlijke meststoffen wordt geladen en verstrekt daarbij de gegevens, bedoeld in het eerste lid. De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden uiterlijk direct voorafgaand aan de startmelding verstrekt. 5 Ingeval van import van dierlijke meststoffen worden ten behoeve van de vooraanmelding de volgende gegevens verstrekt: a. de gegevens die opgenomen staan in het eerste lid; en b. verordening (EG) nr. 1069/2009 het referentienummer van het gezondheidscertificaat of handelsdocument, bedoeld in artikel 21 vandat betrekking heeft op dezelfde vracht dierlijke meststoffen. 6 In het geval van export respectievelijk import van dierlijke meststoffen behoeft in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geen relatienummer van de afnemer respectievelijk de leverancier te worden verstrekt. 7 De gegevens, bedoeld in dit artikel, kunnen bij vervoer van dierlijke meststoffen binnen Nederland tot de startmelding worden gewijzigd. 8 In afwijking van het zevende lid, kunnen: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 56, eerste lid de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, voor zover het betreft het kenteken van het motorrijtuig, bedoeld in, indien daarvan afwijkend tevens het kenteken van het getrokken voertuig, en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, voor zover het betreft het registratienummer van de opslag van de leverancier, d en e, worden gewijzigd tot het tijdstip van het laden, bedoeld in; b. artikel 60 de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, indien het de opmerkingscodes 31, 39, 46, 48, 50, 61, 71 of 72 betreft, worden toegevoegd of verwijderd tot het tijdstip van lossen, bedoeld in. 9 Bij export of import van dierlijke meststoffen kunnen de volgende gegevens worden gewijzigd: a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, h, i, en j, alsmede de gegevens, bedoeld in het derde lid, tot de startmelding worden gewijzigd b. het gegeven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, tot het tijdstip van laden. 10 artikel 60 In afwijking van het zevende lid, kunnen bij vervoer van dierlijke meststoffen binnen Nederland de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a voor zover het betreft de gegevens van de afnemer, onderdeel b, voor zover het betreft de gegevens van de geregistreerde opslag van de afnemer, en onderdeel c, voor zover het betreft de locatie van de losplaats, worden gewijzigd tot het tijdstip van lossen, bedoeld in. 11 Na ontvangst en controle van de vooraanmelding, bedoeld in het eerste lid, kent de minister via rVDM na bevestiging van de verstrekte gegevens een uniek nummer toe aan dat vervoer van dierlijke meststoffen. 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 01-01-2025
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Niet eerder dan twee werkdagen voorafgaand aan de in de vooraanmelding verstrekte datum waarop het laden van de dierlijke meststoffen aanvangt, maar uiterlijk zodra de vervoerder bij de leverancier gereed is om dierlijke meststoffen te laden, worden bij de startmelding de gegevens van de vooraanmelding bevestigd en onder vermelding van het rVDM-nummer en het tijdstip van de melding onverwijld aan rVDM gezonden. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 bijlage E De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het laden van de dierlijke meststoffen door de GR-apparatuur de gegevens inzake het rVDM-nummer, de locatie, de datum en het tijdstip van het laden van het transportmiddel, alsmede het serienummer, bedoeld in, onderdeel D, onder 4.7, worden vastgelegd en zo spoedig mogelijk aan rVDM worden gezonden. 2 artikel 58, vierde lid De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, tevens de gegevens, bedoeld in, worden vastgelegd en aan rVDM worden gezonden. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de op een bedrijf of intermediaire onderneming aangevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, de van een bedrijf of intermediaire onderneming afgevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, worden vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen genomen monster. 2 Indien een vracht vaste mest bestemd is om te worden geëxporteerd, geschiedt de bemonstering tijdens het laden van het transportmiddel. 3 Indien een vracht vaste mest is geïmporteerd, geschiedt de bemonstering tijdens het lossen van het transportmiddel. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De bemonstering van een vracht drijfmest vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de vervoerder. 2 De bemonstering van een vracht vaste mest geschiedt door de vervoerder. 3 In afwijking van het tweede lid, geschiedt de bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, door een monsternemende organisatie op verzoek van de leverancier of de vervoerder. 4 De vervoerder draagt er zorg voor dat de volgende gegevens aan rVDM worden gezonden: a. het rVDM-nummer van de vracht dierlijke meststoffen die is bemonsterd; b. het nummer van het deksel van de monsterpot en het nummer van de monsterpot of de monsterverpakking; en c. het combinatienummer. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Het gewicht van de op een bedrijf of intermediaire onderneming aangevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, de van een bedrijf of intermediaire onderneming afgevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, wordt door de vervoerder van de desbetreffende meststoffen onverwijld na aanvang van het vervoer bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig. 2 De bepaling van het gewicht van dierlijke meststoffen die van een bedrijf of intermediaire onderneming worden afgevoerd en worden geëxporteerd, geschiedt in Nederland. 3 De bepaling van het gewicht van dierlijke meststoffen die worden geïmporteerd en op een bedrijf of intermediaire onderneming worden aangevoerd, geschiedt uiterlijk onverwijld nadat het vervoer op Nederlands grondgebied is aangevangen. 4 De vervoerder draagt er zorg voor dat de volgende gegevens onverwijld na de gewichtsbepaling aan rVDM worden gezonden: a. het rVDM-nummer van de vracht dierlijke meststoffen waarvan het gewicht is bepaald; b. de datum en het tijdstip van de gewichtsbepaling; c. het vastgestelde gewicht uitgedrukt in kilogrammen van de vracht dierlijke meststoffen; en d. de locatie waar de gewichtsbepaling heeft plaatsgevonden, bestaande uit hetzij het adres, hetzij de bij de locatie behorende gps-coördinaten. 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 01-01-2025
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen door de GR-apparatuur op basis van het rVDM-nummer, de locatie, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en zo spoedig mogelijk aan rVDM worden gezonden. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 60 Uiterlijk zeven dagen na het tijdstip van lossen, bedoeld in, bevestigen de leverancier en de ontvanger dat de mest is afgevoerd van, onderscheidenlijk is ontvangen op het bedrijf of de onderneming en bevestigt: a. de leverancier de door rVDM ontvangen gegevens van het vervoer: 1°. artikel 54, eerste lid, onderdelen a tot en met c bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op de leverancier en de laadlocatie; en 2°. artikelen 54, eerste lid, onderdelen d, e, f, h en i 59, vierde lid, onderdeel c bedoeld inen; b. de afnemer de door de rVDM ontvangen gegevens van het vervoer: 1°. artikel 54, eerste lid, onderdelen a tot en met c bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op de afnemer en de loslocatie; en 2°. artikelen 54, eerste lid onderdelen d, e, f, en i 59, vierde lid, onderdeel c bedoeld inen. 2 artikel 43, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van dierlijke meststoffen binnen Nederland, voor zover de afnemer geen bedrijf of intermediaire onderneming voert, noch een bedrijf als bedoeld in, voert. 3 artikel 43, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van dierlijke meststoffen binnen Nederland, voor zover de leverancier een bedrijf voert als bedoeld in. 4 Bij de import of export van dierlijke meststoffen is het eerste lid niet van toepassing op respectievelijk de leverancier en de afnemer. 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 28-03-2024
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf worden afgevoerd naar een ander bedrijf, kunnen de in een kalenderjaar van het bedrijf afgevoerde dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de wet het product van enerzijds het aantal hectaren landbouwgrond dat in dat kalenderjaar tot het bedrijf waarvan de meststoffen afkomstig zijn behoort en anderzijds het per hectare van die landbouwgrond bij of krachtens, voor dierlijke meststoffen vastgestelde deel van de fosfaatgebruiksnorm, bedraagt ten minste 75 procent van de totale hoeveelheid op dat bedrijf in dat kalenderjaar geproduceerde dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat; b. de van het bedrijf afgevoerde dierlijke meststoffen worden rechtstreeks, zonder tussenopslag, vervoerd; en c. de afstand tussen de productielocatie van het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn en de locatie van het bedrijf waar de dierlijke meststoffen gelost worden bedraagt hemelsbreed ten hoogste tien kilometer. 2 De overeenkomstig het eerste lid te bepalen hoeveelheid bedraagt ten hoogste 25 procent van de totale hoeveelheid in dat kalenderjaar op het desbetreffende bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. 3 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 4 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 5 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het vierde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 6 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 7 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 43, eerste lid bijlage I artikel 68, eerste lid, van het besluit Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf als bedoeld in, worden afgevoerd naar een ander bedrijf, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. de hoeveelheid dierlijke meststoffen is afkomstig van de op het bedrijf gehouden, dan wel anderszins aanwezige dieren; b. de dierlijke meststoffen worden rechtstreeks, zonder tussenopslag, vervoerd; en c. de afstand tussen de desbetreffende bedrijven bedraagt hemelsbreed ten hoogste tien kilometer. 2 artikelen 48 48b 49 artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,envan het besluit en de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 4 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf of intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een afnemer, die geen bedrijf of onderneming voert, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar afnemers die geen bedrijf of onderneming voeren wordt afgevoerd bedraagt ten hoogste 250 kilogram fosfaat; en b. de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar een afnemer die geen bedrijf of onderneming voert wordt afgevoerd bedraagt ten hoogste 20 kilogram fosfaat per afnemer; en c. de afstand tussen het bedrijf of de intermediaire onderneming en de afnemer bedraagt hemelsbreed ten hoogste tien kilometer. 2 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 4 In afwijking, van artikel 59, vierde lid, onderdeel c, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikelen 48 tot en met 51 van het besluit artikelen 53 tot en met 61 Deen dezijn niet van toepassing op dierlijke meststoffen die worden vervoerd van een tuincentrum of een hovenier naar een afnemer, die geen bedrijf of onderneming voert. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 3, tweede lid, van de Meststoffenwet artikelen 25a 32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet bijlage I, onderdeel A, bij het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf worden afgevoerd naar een natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft als bedoeld inen deenof overige gronden als bedoeld in, waarvan de desbetreffende landbouwer het exclusieve gebruiksrecht heeft, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. artikelen 4.1195 4.1196 4.1197 van het Besluit activiteiten leefomgeving de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar het natuurterrein wordt afgevoerd, bedraagt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van het aantal hectaren natuurterrein en de hoeveelheid fosfaat die ingevolge de,enper hectare van dat natuurterrein mag worden gebruikt; en b. de afstand tussen de productielocatie van het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn en het desbetreffende natuurterrein bedraagt hemelsbreed ten hoogste twintig kilometer. 2 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 4 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf worden afgevoerd naar een perceel dat voor de duur van ten hoogste één jaar in gebruik is gegeven aan een ander bedrijf, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de wet de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar de uit gebruik gegeven percelen wordt afgevoerd bedraagt, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van enerzijds het aantal hectaren landbouwgrond dat in dat kalenderjaar uit gebruik is gegeven en anderzijds het per hectare van die landbouwgrond bij of krachtens, voor dierlijke meststoffen vastgestelde deel van de fosfaatgebruiksnorm; b. de afstand tussen de productielocatie van het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn en het desbetreffende perceel bedraagt hemelsbreed ten hoogste tien kilometer; c. het perceel behoorde de voorafgaande twee jaren tot het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn; d. artikel 41 het perceel is overeenkomstigaangemeld als behorend tot het bedrijf dat het perceel tijdelijk in gebruik heeft; en e. de overeenkomst tot ingebruikgeving is schriftelijk aangegaan. 2 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 4 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf worden afgevoerd naar een perceel landbouwgrond dat, al dan niet gedeeltelijk, is gelegen in Duitsland of in België, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de wet de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar de in het eerste lid bedoelde percelen wordt afgevoerd bedraagt, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van het aantal hectaren in Duitsland of in België gelegen landbouwgrond en het indien de landbouwgrond in Nederland zou zijn gelegen per hectare van die landbouwgrond bij of krachtens, voor dierlijke meststoffen vastgestelde deel van de fosfaatgebruiksnorm; b. de afstand tussen het in Duitsland of België gelegen perceel en de grens met Nederland bedraagt ten hoogste 20 onderscheidenlijk 25 kilometer; c. het perceel is in het kader van een normale bedrijfsvoering daadwerkelijk bij het bedrijf waarvan de meststoffen afkomstig zijn, in gebruik; d. indien het perceel in België is gelegen, behoort dit perceel ingevolge eigendom of ingevolge een in België geregistreerde pachtovereenkomst toe aan het bedrijf en is dit perceel, voor wat betreft het Vlaamse gedeelte van België, geregistreerd bij de Vlaamse Mestbank ingevolge de aangifte op basis van artikel 23, paragraaf 5, onder 6° en 7°, van het Mestdecreet; en e. indien het perceel in Duitsland is gelegen, behoort dit perceel ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst toe aan het bedrijf. 2 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen worden afgevoerd van een bedrijf dat, al dan niet gedeeltelijk, is gelegen in Duitsland of België, naar een perceel landbouwgrond dat is gelegen in Nederland, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden: a. artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de wet de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar de in de aanhef van dit lid bedoelde percelen wordt afgevoerd bedraagt, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van het aantal hectaren van die percelen en het bij of krachtens, voor dierlijke meststoffen vastgestelde deel van de fosfaatgebruiksnorm; b. de afstand tussen het in Nederland gelegen perceel en de grens met België onderscheidenlijk de grens met Duitsland bedraagt ten hoogste 25 kilometer onderscheidenlijk 20 kilometer; c. het perceel is in het kader van een normale bedrijfsvoering daadwerkelijk bij het bedrijf waarvan de meststoffen afkomstig zijn, in gebruik; en d. het perceel behoort blijkens registratie bij de minister toe aan het bedrijf in België, dan wel Duitsland. 3 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 5 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het vierde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 6 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 7 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 28-03-2024
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's van een bedrijf worden afgevoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van dat substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 2 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien de in het eerste lid bedoelde dierlijke meststoffen die in tussenopslag hebben gelegen van de intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van het in het eerste lid bedoelde substraat of in het eerste lid bedoelde grondstof, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 3 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's van een bedrijf worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 4 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's tijdens het vervoer worden overgeladen op een ander transportmiddel waarna deze meststoffen worden vervoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat dan wel worden vervoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een hiervoor bedoelde onderneming, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 5 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien het in het derde lid bedoelde substraat van een onderneming of een bedrijf wordt afgevoerd naar een bedrijf waar dit substraat wordt gebruikt voor de teelt van champignons, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 6 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt afgevoerd naar een ander bedrijf, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 7 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt geëxporteerd, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 8 Artikel 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid en de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid. 9 artikelen 48 tot en met 51 van het besluit artikelen 53 tot en met 61 Deen dezijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het vijfde lid. 10 artikelen 57, eerste lid 59, eerste lid De, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het zesde en zevende lid. 11 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 12 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het elfde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 13 artikel 54, eerste lid artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het vierde lid draagt de vervoerder er zorg voor dat bij de vooraanmelding, bedoeld in, tevens het kenteken van motorrijtuig, bedoeld in, en, indien daarvan afwijkend, tevens het kenteken van het getrokken voertuig waarin de vracht mest wordt overgeladen, aan rVDM worden verstrekt. De kentekens van het motorrijtuig en het getrokken voertuig waarin wordt overgeladen kunnen worden gewijzigd tot het tijdstip van overladen. 14 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste, tweede, derde en vierde lid, draagt de vervoerder er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 15 De vervoerder meldt in de gevallen, genoemd in het eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 16 Het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een document dat in ieder geval gegevens bevat over: a. de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier; b. het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de afnemer; c. het gewicht van de hoeveelheid afgeleverd product in tonnen of in kilogrammen; en d. het soort product. 17 artikel 59, eerste lid Indien naar het oordeel van de minister de juiste naleving van de regels inzake de gewichtsbepaling bij het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het zesde en zevende lid, door een vervoerder onvoldoende verzekerd is, kan de minister bepalen dat in die gevallen in afwijking van het tiende lid,, gedurende een door hem nader te bepalen periode van toepassing is. 18 artikel 47, eerste lid, van de wet Naleving is in ieder geval onvoldoende verzekerd, indien ten minste één keer door middel van een weging op een weegbrug ter controle van het geschatte gewicht door krachtensaangewezen ambtenaren een afwijking van 10% of meer is vastgesteld ten opzichte van het geschatte gewicht. 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 01-01-2025
Artikel 69a — Artikel 69a#
Artikel 69a 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Indien een hoeveelheid vaste meststoffen die ten hoogste 10% vaste dierlijke meststoffen of 10% champost bevat, van een onderneming wordt afgevoerd naar een bedrijf of een intermediaire onderneming, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald: a. uitgaande van de stikstofgehalten onderscheidenlijk de fosfaatgehalten van de afzonderlijke grondstoffen waaruit het mengsel is bereid en het aandeel van deze stoffen in het eindproduct; of b. 3 uitgaande van de stikstofgehalten onderscheidenlijk de fosfaatgehalten van de partij vaste meststoffen waaruit de afgevoerde hoeveelheid meststoffen afkomstig is, onder voorwaarde dat deze partij niet groter is dan 5.000 men bemonstering van deze partij tenminste éénmaal per twee maanden plaatsvindt. 2 artikel 68, eerste lid, van het besluit Indien een hoeveelheid vaste meststoffen die ten hoogste 10% vaste dierlijke meststoffen of 10% champost bevat, van een onderneming wordt afgevoerd naar een afnemer, die geen bedrijf of intermediaire onderneming voert, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald overeenkomstig het eerste lid, onderdelen a en b. 3 artikelen 48 tot en met 51 van het besluit artikelen 53 tot en met 61 Deen dezijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69b — Artikel 69b#
Artikel 69b 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Indien een vracht bestaat uit mestkorrels, geldt dat het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, zoals vermeld op de verpakking van de mestkorrels of het begeleidende document bij de mestkorrels. 2 artikelen 48 tot en met 51 van het besluit artikelen 53 tot en met 61 Deen dezijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het vervoer van een vracht mestkorrels gaat vergezeld van een document dat in ieder geval gegevens bevat over: a. artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 de naam, het adres en het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer of het unieke nummer, bedoeld invan de leverancier; b. de naam, het adres en, indien van toepassing, het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de afnemer indien de afnemer een bedrijf of intermediaire onderneming is; c. het gewicht van de hoeveelheid afgeleverd product in tonnen of in kilogrammen, inclusief de gehalten aan stikstof en fosfaat. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69c — Artikel 69c#
Artikel 69c 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit bijlage I Indien dierlijke meststoffen afkomstig van konijnen, met een drogestofgehalte van ten hoogste 2,5 procent naar of van een bedrijf of onderneming worden aangevoerd, onderscheidenlijk worden afgevoerd, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van, worden bepaald op basis van de in, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 2 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikelen 56 57, eerste lid 59, eerste lid De,enen de,, en, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid. 3 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen. 4 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69d — Artikel 69d#
Artikel 69d 1 artikelen 48 48b 49 van het besluit artikel 56 De,enenzijn niet van toepassing op de afvoer van kalvergier van een bedrijf dat rechtstreeks, zonder tussenopslag, wordt vervoerd naar een kalvergierbewerkingsinstallatie in beheer bij de Stichting Mestverwerking Gelderland op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer die is afgesloten voordat het vervoer van de desbetreffende vracht plaatsvond. 2 artikel 76, eerste lid artikelen 58, eerste lid 78 79 Bij vervoer van kalvergier overeenkomstig het eerste lid, geschiedt de bemonstering en de verpakking van de genomen monsters, in afwijking van, in samenhang met de,, onderscheidenlijk, door de afnemer met behulp van op de kalvergierbewerkingsinstallatie aangebrachte automatische bemonsteringsapparatuur en automatische verpakkingsapparatuur als bedoeld in artikel 78 onderscheidenlijk artikel 79, eerste lid. 3 artikel 59, eerste lid Het gewicht van de hoeveelheid kalvergier, vervoerd overeenkomstig het eerste lid, wordt in afwijking van, door de vervoerder bepaald met behulp van een op de locatie van de kalvergierbewerkingsinstallatie aangebracht weegwerktuig. 4 artikel 59 artikel 60 Bij het vervoer van kalvergier overeenkomstig het eerste lid, geschiedt de weegmelding, in afwijking van, onverwijld na de melding, bedoeld in. 5 De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 6 De afnemer stuurt het overeenkomstig het tweede lid verkregen monster onder vermelding van het rVDM-nummer en het nummer van het deksel van de monsterpot en het nummer van de monsterpot of de monsterverpakking, uiterlijk tien werkdagen na bemonstering aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in artikel 80a. 7 Artikel 80, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69e — Artikel 69e#
Artikel 69e 1 Meststoffen kunnen door middel van een pijpleiding worden vervoerd: a. indien de meststoffen bestaan uit kalvergier, met behulp van een pijpleiding, in beheer bij de Stichting Beheer en Aanleg Kalvergierpersleiding enclave Uddel-Elspeet en Omstreken of bij de Stichting Kalvergierpersleiding Stroe, naar de kalvergierbewerkingsinstallatie Elspeet onderscheidenlijk naar de kalvergierbewerkingsinstallatie Stroe, beide in beheer bij de Stichting Mestverwerking Gelderland; b. indien dierlijke meststoffen van een bedrijf of een intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een intermediaire onderneming en er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1°. artikel 53 de pijpleiding en de ingenoemde apparatuur die wordt gebruikt bij het vervoer behoort tot de ontvangende intermediaire onderneming; 2°. de pijpleiding wordt uitsluitend gebruikt voor de afvoer van meststoffen van één bedrijf of één intermediaire onderneming, en 3°. de grootte van een vracht wordt voorafgaand aan het vervoer bepaald en is ten hoogste één lading van 36 ton en wordt binnen 24 uur vervoerd. 2 artikelen 48 49 van het besluit artikelen 56 60 Deenen deenzijn niet van toepassing op het vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3 artikel 76, eerste lid artikelen 58, eerste lid 78 79 Bij vervoer overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, geschiedt de bemonstering en verpakking van de genomen monsters, in zoverre in afwijking van, in samenhang met de,, onderscheidenlijk, door de afnemer met behulp van op de kalvergierbewerkingsinstallatie aangebracht automatische bemonsteringsapparatuur waarmee uit het totale van één leverancier aangevoerde volume kalvergier een representatief monster wordt genomen. 4 artikel 59 Metrologiewet Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, vervoerd overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, wordt, in zoverre in afwijking van, door de afnemer bepaald met behulp van een in de kalvergierbewerkingsinstallatie aangebracht apparaat ter bepaling van het volume dat voldoet aan de bij of krachtens degestelde regels, waarbij één kubieke meter kalvergier overeenkomt met 1.000 kilogram. 5 artikel 76, eerste lid artikel 58, eerste lid 78 79 Bij vervoer van dierlijke meststoffen, overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, geschiedt de bemonstering en de verpakking van de genomen monsters, in afwijking van, in samenhang met,, onderscheidenlijk, door de vervoerder, met behulp van op de pijpleiding aangebrachte automatische bemonsteringsapparatuur, waarmee uit het totale van één leverancier aangevoerde volume drijfmest van maximaal 36 ton dat wordt vervoerd door de pijpleiding, een representatief monster wordt genomen. 6 artikel 59, eerste lid Metrologiewet Bij vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, kan het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, door de intermediair ook worden bepaald met behulp van een in de pijpleiding aangebracht apparaat ter bepaling van het volume dat voldoet aan de bij of krachtens degestelde regels, waarbij het gemeten volume naar gewicht omgerekend wordt aan de hand van de dichtheid. 7 artikel 59 artikel 60 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste lid, geschiedt de weegmelding, in afwijking van, onverwijld na het tijdstip van lossen, bedoeld in. 8 artikelen 54 55 58 59 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a is de afnemer, tevens optredend als vervoerder, verantwoordelijk voor de meldingen, bedoeld in de,enen. 9 artikelen 54 55 56 58 tot en met 60 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, is de afnemer, tevens optredend als vervoerder verantwoordelijk voor de meldingen, bedoeld in de,,en. 10 Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, draagt de afnemer er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van de vracht worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden. 11 artikel 80a De afnemer, tevens optredend als vervoerder stuurt, het overeenkomstig het derde en vijfde lid verkregen monster onder vermelding van het rVDM-nummer uiterlijk tien werkdagen na bemonstering aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in. 12 Artikel 80, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 2024 41789 23-12-2024 16-12-2024 WJZ/46147869 01-01-2025
Artikel 69f — Artikel 69f#
Artikel 69f 1 Vaste meststoffen kunnen door middel van een transportband worden vervoerd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de transportband is zodanig ingericht dat vervuiling van de vervoerde mest uitgesloten is; b. de transportband heeft een vaste standplaats; c. artikel 53 de transportband en de ingenoemde apparatuur die wordt gebruikt bij het vervoer behoort tot de intermediaire onderneming; d. de transportband wordt uitsluitend gebruikt voor de afvoer van meststoffen van één bedrijf; en e. de grootte van een vracht wordt vooraf aan het vervoer bepaald en is ten hoogste één lading van 36 ton en wordt binnen 24 uur vervoerd. 2 artikelen 54 tot en met 56 58 tot en met 60 De intermediaire onderneming, bedoeld in eerste lid, onderdeel c, is verantwoordelijk voor de meldingen, bedoeld in deen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69g — Artikel 69g#
Artikel 69g artikel 68, eerste lid van het besluit artikel 58, vierde lid, onderdeel b Indien dezelfde vracht vaste dierlijke meststoffen binnen zeven dagen twee maal wordt vervoerd van of naar een bedrijf of een onderneming, kan de hoeveelheid meststoffen van het eerste vervoer, in zoverre in afwijking van, gelijkgesteld worden aan de hoeveelheid meststoffen van het tweede vervoer, onder voorwaarde dat tijdens het laden van het tweede vervoer, de gegevens ter identificatie van de monsterverpakking als bedoeld in, van het eerste vervoer worden ingelezen en gemeld aan de minister onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69h — Artikel 69h#
Artikel 69h wet De bij of krachtens degestelde voorschriften zijn niet van toepassing op dierlijke meststoffen die vanuit een andere staat rechtstreeks, zonder tussenopslag in Nederland, in doorvoer buiten Nederland worden gebracht. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69i — Artikel 69i#
Artikel 69i artikelen 62 tot en met 69 69c artikelen 56 57 58 59, eerste lid artikelen 48 48b 49 van het besluit Indien de dierlijke meststoffen, bedoeld in deen, bestaat uit filtraat na mestscheiding of koek na mestscheiding, zijn, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 62 tot en met 69 en 69c, de,enen de,,en, onverkort van toepassing op het vervoer van die soorten dierlijke meststoffen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69j — Artikel 69j#
Artikel 69j artikelen 62 tot en met 64 66 tot en met 69 69c 69d artikelen 54 55 56, eerste lid 59, vierde lid 60 artikelen 62, zesde lid 63, vijfde lid 64, vijfde lid 66, vijfde lid 67, vijfde lid 68, zesde lid 69, veertiende lid 69c, vijfde lid 69d, vijfde lid Indien in de situaties zoals beschreven in de,,en, het vervoer wordt verricht door een geregistreerde intermediair, is in afwijking van het bepaalde in die artikelen niet de leverancier, tevens optredend als vervoerder, maar de geregistreerde intermediair verantwoordelijk voor het doen van de meldingen, bedoeld in de,,,, ofen, indien van toepassing voor het doen van de meldingen in de,,,,,,,of. 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025 01-01-2025
Artikel 69k — Artikel 69k#
Artikel 69k artikel 69, eerste en derde lid 69d artikel 53 Indien in de in deze paragraaf beschreven situaties, met uitzondering van de situatie zoals beschreven in, enbij het vervoer van dierlijke meststoffen, in afwijking van het in deze paragraaf bepaalde, toch gebruik wordt gemaakt van een geregistreerde intermediair en de inbedoelde apparatuur die op naam van deze intermediair is geregistreerd, gelden onverkort de bij het gebruik van deze GR-apparatuur behorende verplichtingen overeenkomstig de situaties waarin het gebruik van een geregistreerde intermediair en apparatuur die op diens naam is geregistreerd is voorgeschreven. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69l — Artikel 69l#
Artikel 69l 1 artikelen 62 tot en met 64 66 tot en met 68 69, tweede lid 69c Een vooraanmelding en startmelding kan betrekking hebben op alle vrachten dierlijke meststoffen, bedoeld in de,,, en, die op dezelfde dag plaatsvinden indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bij elke vracht dierlijke meststoffen zijn dezelfde leverancier, vervoerder en afnemer betrokken; b. bijlage I de vrachten dierlijke meststoffen hebben betrekking op één mestcode als bedoeld in, of gemengde mest van één of meer diersoorten uit één opslagruimte; c. de vrachten dierlijke meststoffen worden vervoerd door hetzelfde voertuig; d. verordening (EU) nr. 2016/429 verordening (EU) nr. 2019/2035 het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van, of de postcode van de laadplaats is bij elke vracht dierlijke meststoffen gelijk; e. de postcode van de losplaats is bij elke vracht dierlijke meststoffen gelijk; f. het vervoer vindt niet plaats door een geregistreerde intermediair met behulp van een transportmiddel met op diens naam geregistreerde GR-apparatuur; en g. de vervoerder die de vracht mest vervoert, kan het betreffende rVDM-nummer tonen. 2 Ten behoeve van een vooraanmelding als bedoeld in het eerste lid verstrekt de vervoerder: a. artikel 54, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e, g, h, en i de gegevens, bedoeld in; b. het aantal vrachten dat op dezelfde dag wordt verreden naar dezelfde afnemer; en c. artikel 54, eerste lid, onderdeel f in afwijking van: het geschatte totale gewicht van alle vrachten, bedoeld in onderdeel b. 3 artikel 55 In afwijking van, wordt de startmelding enkel gegeven op het moment waarop de eerste vracht gereed is om geladen te worden, waarbij artikel 55 van overeenkomstige toepassing. 4 Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het totale volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen van alle vrachten tezamen. 5 artikel 59, vierde lid, onderdeel c In afwijking, van, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het vierde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte totale gewicht van alle vrachten, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte totale gewicht, en aan rVDM gezonden. 6 artikel 60 In afwijking vanworden de gegevens, met uitzondering van de gegevens betreffende de locatie, aan rVDM gezonden, onverwijld na het lossen van enkel de laatste vracht. 7 artikel 61 De bevestiging door leverancier en afnemer, bedoeld in, vindt plaats nadat de gegevens, bedoeld in het zesde lid, aan rVDM zijn gezonden. 8 Het rVDM-nummer dat de minister verstrekt, heeft betrekking op elk vervoer dat op dezelfde dag plaatsvindt, onder de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69m — Artikel 69m#
Artikel 69m artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Indien en voor zover er sprake is van een situatie waarin geen netwerkverbinding aanwezig is dan wel indien rVDM tijdelijk niet beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van een software-applicatie als bedoeld inom gegevens vast te leggen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69n — Artikel 69n#
Artikel 69n 1 artikel 69m artikel 54, eerste lid In de situaties, bedoeld in, worden ten behoeve van de vooraanmelding via de software-applicatie de gegevens, bedoeld in, vastgelegd. 2 Een vooraanmelding, bedoeld in het eerste lid, kan slechts betrekking hebben op het vervoer van dierlijke meststoffen dat op dezelfde dag als de vooraanmelding plaatsvindt dan wel uiterlijk een dag daarna. 3 Na controle en bevestiging door de vervoerder van de gegevens van de vooraanmelding, wordt door de software-applicatie een door de minister voor dit doel beschikbaar gesteld uniek nummer verstrekt, dat voor het betreffende vervoer geldt als rVDM-nummer. 4 Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij het betreffende vervoer behorende startmelding. 5 De vervoerder vermeldt in de applicatie de reden waarom de vooraanmelding en de startmelding op deze wijze zijn gedaan. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69o — Artikel 69o#
Artikel 69o 1 artikel 69m Als software-applicatie waarmee gegevens worden vastgelegd, bedoeld inwordt hetzij een door de minister beschikbaar gestelde software-applicatie gebruikt, hetzij een door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie. 2 De applicatie: a. artikel 69n, derde lid beschikt over rVDM-nummers als bedoeld in, dan wel is in staat om deze nummers in te lezen; b. stelt het rVDM-nummer beschikbaar, opdat de GR-apparatuur dit nummer op elektronische wijze kan inlezen; c. artikel 69n legt de gegevens, bedoeld in, vast en bewaart deze gegevens; d. beschikt over een voorziening waarmee de datum en het tijdstip waarop de vooraanmelding en de startmelding zijn verricht onmiddellijk worden vastgelegd; e. beschikt over een voorziening waarmee de bewaarde gegevens en de datum en het tijdstip, bedoeld in onderdeel d, onmiddellijk worden verzonden aan rVDM, nadat de netwerkverbinding weer is hersteld dan wel nadat rVDM weer beschikbaar is, onder vermelding van het rVDM-nummer en de datum en het tijdstip van de verzending aan rVDM; f. artikel 69n, vijfde lid legt de reden van het gebruik van de software-applicatie, bedoeld in, vast en verstrekt deze reden tegelijk met de verzending, bedoeld in onderdeel e; g. bewaart de gegevens, bedoeld in de onderdelen c tot en met f, in ieder geval tot en met het moment waarop de gegevens met succes zijn verzonden aan rVDM, en h. artikel 129 maakt de gegevens, bedoeld in de onderdelen c tot en met f, gedurende het vervoer raadpleegbaar en op een overzichtelijke wijze toonbaar aan de ambtenaren, bedoeld in. 3 De apparatuur waarop de software-applicatie is geïnstalleerd beschikt over een voorziening waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt of de netwerkverbinding of het mobiele dataverkeer handmatig is uitgeschakeld. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69p — Artikel 69p#
Artikel 69p 1 Ingeval gebruik is gemaakt van de software-applicatie die door de minister beschikbaar is gesteld, volgt na afloop van het vervoer een namelding rechtstreeks aan rVDM, waarbij de vervoerder de gegevens bevestigd die via de software-applicatie ten behoeve van de vooraanmelding en de startmelding zijn vastgelegd en elektronisch zijn verstrekt. 2 De namelding, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk plaats: a. ingeval het ontbreken van een netwerkverbinding de reden was van de meldingen via de software-applicatie binnen zeven dagen na afloop van het vervoer; of b. ingeval het niet beschikbaar zijn van rVDM de reden was van de meldingen via de applicatie binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop rVDM weer beschikbaar is geworden. 3 artikel 69n, derde lid De meldingen, bedoeld in het eerste lid, geschieden onder vermelding van het rVDM-nummer, bedoeld in. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69q — Artikel 69q#
Artikel 69q 1 artikel 61 In afwijking van, bevestigen de leverancier en de afnemer uiterlijk zeven dagen na de laatst ontvangen melding die betrekking heeft op het betreffende vervoer, de door rVDM ontvangen gegevens van het vervoer. 2 Artikel 61, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69r — Artikel 69r#
Artikel 69r 1 artikel 69m Indien en voor zover sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin de software-applicatie, bedoeld in, naar het oordeel van de minister niet toereikend is, worden de gegevens met betrekking tot het vervoer vermeld op een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel. 2 artikel 69m In de volgende situaties is de software-applicatie, bedoeld in, naar het oordeel van de minister in ieder geval niet toereikend: a. artikel 69o, eerste lid de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in, functioneert niet naar behoren; b. artikel 69o, eerste lid het besturingssysteem van de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in, functioneert niet naar behoren; c. artikel 69o, eerste lid voor de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in, is een update vereist en deze kan door een storing in het externe updatemiddel niet plaatsvinden; d. er zijn geen rVDM-nummers beschikbaar die benodigd zijn bij het gebruik van de applicatie. 3 Ingeval een door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie wordt gebruikt en een situatie, bedoeld in het tweede lid, doet zich voor, gelden de volgende beperkingen: voor het gebruik van het middel, bedoeld in het eerste lid: a. enkel gedurende de dag waarop deze software-applicatie niet naar behoren functioneert en de volgende werkdag mag gebruik worden gemaakt van het middel, bedoeld in het eerste lid; b. indien na de periode, genoemd in onderdeel a, de betreffende software-applicatie nog steeds niet naar behoren functioneert, wordt ofwel gebruik gemaakt van de door de minister beschikbaar gestelde software-applicatie, ofwel van een door een andere dan de oorspronkelijke partij beschikbaar gestelde applicatie. 4 artikel 69m In aanvulling op het tweede lid, kan de minister in concrete gevallen besluiten dat de software-applicatie, bedoeld in, niet toereikend is. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69s — Artikel 69s#
Artikel 69s artikel 69r, vierde lid artikel 69m De minister informeert de gebruikers van rVDM op passende wijze wanneer er sprake is van een situatie, bedoeld in, waarin de applicatie, bedoeld in, niet toereikend is en informeert hen voorts op passende wijze vanaf wanneer niet langer sprake is van een dergelijke situatie. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69t — Artikel 69t#
Artikel 69t 1 artikel 69r, eerste lid artikel 54, eerste lid Op het door de minister beschikbaar gestelde middel, bedoeld in, vermeldt de vervoerder tenminste de gegevens, bedoeld in. 2 artikel 69r, eerste lid Op het door de minister beschikbaar gestelde middel, bedoeld in, is een rVDM-nummer vermeld dat voor het betreffende vervoer wordt gebruikt. 3 Het middel dat is voorzien van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, is tijdens het betreffende vervoer aanwezig in het voertuig. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69u — Artikel 69u#
Artikel 69u 1 artikel 69r, eerste lid Ingeval gebruik is gemaakt van het middel, bedoeld in, doet de vervoerder na afloop van het vervoer een namelding rechtstreeks aan rVDM, bestaande uit een vooraanmelding en een startmelding. 2 Bij de namelding, bedoeld in het eerste lid, neemt de vervoerder de gegevens vermeld op het door de minister beschikbaar gestelde middel over en verstrekt deze aan rVDM. 3 De namelding, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk plaats: a. binnen zeven dagen na afloop van het vervoer; of b. indien de namelding vanwege het niet beschikbaar zijn van rVDM niet plaats kan vinden binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a, binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop rVDM weer beschikbaar is geworden. 4 De weegmelding geschiedt zodra de vervoerder de mogelijkheid heeft om meldingen te verzenden aan rVDM, maar uiterlijk binnen zeven dagen na afloop van het vervoer. Indien de functionaliteit later dan zeven dagen na afloop van het vervoer weer beschikbaar is, geschiedt de weegmelding uiterlijk binnen zeven dagen nadat de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM weer beschikbaar is geworden. 5 artikelen 62, zesde lid 63, vijfde lid 64, vijfde lid 66, vijfde lid 67, vijfde lid 68, zesde lid 69, veertiende lid 69c, vijfde lid 69d, vijfde lid 69e, tiende lid De melding, bedoeld in de,,,,,,,of,, geschiedt zodra de vervoerder de mogelijkheid heeft om meldingen te verzenden aan rVDM, maar uiterlijk binnen zeven dagen na afloop van het vervoer. Indien de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM later dan zeven dagen na afloop van het vervoer weer beschikbaar is, geschiedt de melding uiterlijk binnen zeven dagen nadat de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM weer beschikbaar is geworden. 6 artikel 69t, tweede lid De meldingen, bedoeld in het eerste, vierde en vijfde lid, geschieden onder vermelding van het rVDM-nummer, bedoeld in. 7 artikel 69r, eerste lid De vervoerder vermeldt bij de namelding, bedoeld in het eerste lid, tevens de reden waarom gebruik is gemaakt van het middel, bedoeld in. 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025 01-01-2025
Artikel 69v — Artikel 69v#
Artikel 69v 1 artikel 69r, eerste lid artikel 61 Ingeval van gebruik van het middel, bedoeld in, bevestigen, in afwijking van, de leverancier en de afnemer uiterlijk zeven dagen na de laatste melding die betrekking heeft op het betreffende vervoer, de door rVDM ontvangen gegevens van het vervoer. 2 Artikel 61, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69va — Artikel 69va#
Artikel 69va Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69vb — Artikel 69vb#
Artikel 69vb Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69vc — Artikel 69vc#
Artikel 69vc Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69vd — Artikel 69vd#
Artikel 69vd Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69ve — Artikel 69ve#
Artikel 69ve Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024
Artikel 69w — Artikel 69w#
Artikel 69w 1 artikel 55, eerste lid, van het besluit bijlage G Als vervoersbewijs als bedoeld inwordt vastgesteld het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost dat overeenkomt met het model dat is opgenomen in, onderdeel A. 2 Het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost wordt door de minister verstrekt en is voorzien van een uniek nummer. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69x — Artikel 69x#
Artikel 69x 1 Uiterlijk bij het laden van meststoffen worden de onderdelen 1, 3a, 3b en 3c, met uitzondering van het gewicht van de vracht, de hoeveelheden fosfaat en stikstof en het drogestofgehalte, van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld en wordt het vervoersbewijs door de leverancier ondertekend. In voorkomend geval wordt bij onderdeel 1 het registratienummer van de desbetreffende opslag ingevuld. 2 artikel 92b, derde lid artikel 51, vierde lid artikel 48, vijfde lid 52, vijfde lid artikel 39, tweede lid, van het besluit Bij onderdeel 3c wordt als analysenummer ingevuld het bij de desbetreffende vracht behorende analysenummer, bedoeld in, dan wel indien het een vracht vloeibaar zuiveringsslib betreft die afkomstig is uit een opslagruimte voor vloeibaar zuiveringsslib als bedoeld inof in, het ter zake van de ontvangst van de overeenkomstig, of, verstrekte gegevens door de minister uitgegeven samenstellingsnummer. 3 Het netto gewicht van de vracht wordt terstond na de weging bij onderdeel 3 van het op de vracht betrekking hebbende vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld. 4 Uiterlijk bij het lossen van de meststoffen worden de onderdelen 3d en 5 van het op die vracht betrekking hebbende en overeenkomstig het eerste lid ingevulde vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld en wordt het vervoersbewijs door de vervoerder en de afnemer ondertekend. Ingeval de afnemer een intermediair is, wordt bij onderdeel 5, in voorkomend geval, het registratienummer van de desbetreffende opslag ingevuld. 5 artikel 16 artikel 17 van het besluit Met de ondertekening verklaren de leverancier en de vervoerder dat de desbetreffende vracht zuiveringsslib of compost voldoet aanonderscheidenlijk. 6 bijlage G Indien zich ter zake van het vervoer één of meer van de in, onderdeel B, vermelde omstandigheden voordoen, worden de hiermee corresponderende codes terstond bij onderdeel 4 van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld. 7 In zoverre in afwijking van de voorgaande leden, kunnen de gegevens op het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost worden vermeld door het printen van deze gegevens in een aan de invulvelden gerelateerde volgorde binnen de daarvoor op het vervoersbewijs bestemde vrije ruimte. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69y — Artikel 69y#
Artikel 69y 1 De vervoerder van een vracht zuiveringsslib of compost verstrekt uiterlijk tien werkdagen na het vervoer de leverancier en de afnemer een afschrift van het op die vracht betrekking hebbende vervoersbewijs. 2 De op het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevulde gegevens worden door de vervoerder uiterlijk tien werkdagen na het vervoer van de vracht zuiveringsslib of compost op elektronische wijze bij de minister ingediend. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69z — Artikel 69z#
Artikel 69z 1 artikel 55, zevende lid, van het besluit In afwijking van, kunnen de leverancier of de afnemer, de vervoerder ter zake van de ondertekening van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost machtigen onder de volgende voorwaarden: a. de machtiging geschiedt voordat het vervoer van de vracht waarop de machtiging betrekking heeft plaatsvindt; b. er wordt een schriftelijk bewijsstuk van de machtiging opgemaakt dat door de betrokken partijen is ondertekend en dat in ieder geval de datum en de duur van de machtiging en de door de minister ter identificatie van de bedrijven of ondernemingen van de betrokken partijen verstrekte relatienummers bevat; en c. artikel 129 een afschrift van het bewijsstuk van de machtiging, bedoeld in onderdeel b, wordt tijdens het vervoer van de vracht waarop de machtiging betrekking heeft desgevraagd aan een ambtenaar als bedoeld inverstrekt. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 69aa — Artikel 69aa#
Artikel 69aa Artikel 55 van het besluit is niet van toepassing op het vervoer van: a. compost verpakt in eenheden van ten hoogste 25 kilogram; en b. compost naar een particulier in leveringen tot een maximum van 3.000 kilogram per levering. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 artikel 1, eerste lid, onderdeel dd, onder 1°, van de wet Als eindproduct als bedoeld in, voldoet: a. as waarin maximaal 10% organische stof aanwezig is; b. mestkorrels; c. mengsel van gedroogd digestaat en verwerkt categorie 1-materiaal, bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 1069/2009. 2015 18073 02-07-2015 30-06-2015 WJZ/15078991 2015 18073 02-07-2015 30-06-2015 WJZ/15078991 03-07-2015 01-01-2015
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, van de wet Het verwerkingspercentage, bedoeld in, bedraagt voor: a. bijlage I bij de wet het inals gebied II omschreven gebied: 59 procent; b. bijlage I bij de wet het inals gebied I omschreven gebied: 52 procent; c. het deel van Nederland dat niet behoort tot de gebieden, bedoeld in de onderdelen a en b: 10 procent. 2 Indien een bedrijf bestaat uit verschillende productielocaties die zijn gelegen in verschillende gebieden als bedoeld in het eerste lid, geldt in een kalenderjaar voor het bedrijf het hoogste verwerkingspercentage. 2016 71457 30-12-2016 23-12-2016 WJZ/16195084 2016 71457 30-12-2016 23-12-2016 WJZ/16195084 01-01-2017
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 33a, tweede lid, onderdeel c, van de wet De hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, bedoeld in, bedraagt 100 kilogram. 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 25-02-2014 01-01-2014
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a 1 artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2° artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet Als categorieën landbouwers als bedoeld inenworden aangewezen: a. Verordening (EU) 2018/848 landbouwers die een veehouderijbedrijf exploiteren voor dierlijke productie, als bedoeld in artikel 14 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150) en de dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; b. artikel 69, eerste lid landbouwers die op hun bedrijf dierlijke meststoffen afkomstig van paarden, pony’s of pluimvee produceren, en deze dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, waarbij de afvoer, bedoeld in, tevens wordt beschouwd als het overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 2 artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2° artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet Als categorieën afnemers als bedoeld inenworden aangewezen: a. Verordening (EU) 2018/848 Verordening (EG) nr. 834/2007 landbouwers die een bedrijf exploiteren voor plantaardige productie, als bedoeld in artikel 12 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2018, L 150); b. ondernemers die champignonsubstraat bereiden. 3 artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2° artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet Een afnemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, die in een kalenderjaar ingevolgeen, een hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ontvangt, gebruikt in het desbetreffende kalenderjaar die hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, voor de bereiding van champignonsubstraat. 4 artikel 33a, tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 2° artikel 21, tweede lid, aanhef en onderdeel d, onder 2°, van de wet Een landbouwer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die gebruik maakt van de uitzondering van, of, is voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen respectievelijk de hoeveelheid met melkvee geproduceerd fosfaat die hij overdraagt of laat overdragen, vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 33a, tweede lid, aanhef, respectievelijk artikel 21, tweede lid, aanhef, van de wet, dat in het desbetreffende kalenderjaar te doen. 2024 37377 14-11-2024 07-11-2024 WJZ/89302193 2024 37377 14-11-2024 07-11-2024 WJZ/89302193 01-01-2025
Artikel 72b — Artikel 72b#
Artikel 72b 1 artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 3° artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 3° van de wet De afstand, bedoeld inen, tussen: a. het in België gelegen perceel en de Nederlandse grens bedraagt ten hoogste 25 kilometer; b. het in Duitsland gelegen perceel en de Nederlandse grens bedraagt ten hoogste 20 kilometer. 2 artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 3° artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 3° van de wet artikel 87, eerste lid, onderdelen a en d tot en met f De voorwaarden,en, zijn de voorwaarden, genoemd in. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 72c — Artikel 72c#
Artikel 72c artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 4° artikel 33a, tweede lid, onderdeel e, van de wet Als voorwaarden, bedoeld inengelden dat: a. het bedrijfsoverschot van de landbouwer in het desbetreffende kalenderjaar maximaal 25% van de totale mestproductie van zijn bedrijf in dat jaar bedraagt, en b. de overgedragen dierlijke meststoffen direct en zonder tussenopslag op landbouwgrond worden aangewend. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 72d — Artikel 72d#
Artikel 72d artikel 58 van het besluit Als soort dierlijke meststoffen als bedoeld in, is champost aangewezen. 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 25-02-2014 01-01-2014
Artikel 72e — Artikel 72e#
Artikel 72e artikel 57 van het besluit De periode, bedoeld in, bedraagt het kalenderjaar waarvoor de mestverwerkingsovereenkomsten zijn gesloten. 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 25-02-2014 01-01-2014
Artikel 72f — Artikel 72f#
Artikel 72f 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, van de wet artikel 33a, derde lid, onderdeel c, van de wet In een mestverwerkingsovereenkomst, als bedoeld in, en in een overeenkomst, als bedoeld in, zijn opgenomen de door de minister ter identificatie van de partijen bij de overeenkomst verstrekte relatienummers. 2 artikel 33b, vijfde lid, van de wet De gegevens die in het kader vanworden gemeld zijn: a. het kalenderjaar waarop de overeenkomst ziet; b. de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor de overeenkomst is gesloten; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, van de wet artikel 33a, derde lid, onderdeel c, van de wet de door de minister ter identificatie van de partijen bij de overeenkomst verstrekte relatienummers, waarbij per relatienummer is aangegeven het soort partij, bedoeld indan wel de soort landbouwer, bedoeld in. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 66, eerste lid, van het besluit bijlage D, tabel IA, kolommen B en C Als forfaitaire productienormen als bedoeld inworden voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën de normen vastgesteld, die zijn vermeld in. 2 artikel 1.1 van het Besluit dierlijke producten artikel 2.10 van de Regeling dierlijke producten De begripsbepalingen van boerderijmelk, ontvanger van boerderijmelk en leverantie van boerderijmelk, bedoeld inen de begripsbepaling van melkcontrolestation, bedoeld in, zijn van overeenkomstige toepassing in deze paragraaf. 3 artikel 2.14, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten bijlage D, tabel IB, deel 1 of deel 2 Voor zover het dieren betreft die worden gehouden op een bedrijf waarvoor een inkennisstelling heeft plaatsgevonden als bedoeld in, en die behoren tot de in, onderscheiden categorieën dieren, zijn in afwijking van het eerste lid de normen van toepassing die zijn vermeld in deel 1, kolom C, onderscheidenlijk deel 2 van die tabel. 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 01-01-2020
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 66, tweede lid, van het besluit bijlage D, tabellen IIA en IIB Als forfaitaire productienormen per melkkoe als bedoeld inworden voor de naar de gemiddelde melkproductie en naar het gemiddelde ureumgehalte in de geproduceerde melk onderscheiden melkkoeien vastgesteld de normen die zijn vermeld in. 2 artikel 66, tweede lid, van het besluit De gemiddelde melkproductie per melkkoe, bedoeld in, wordt bepaald door de hoeveelheid in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk te delen door het gemiddeld aantal in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden melkkoeien. 3 artikel 66, tweede lid, van het besluit artikelen 75a tot en met 75d De totale hoeveelheid in een kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk en het gemiddelde ureumgehalte, bedoeld in, worden vastgesteld overeenkomstig de. 4 In afwijking van het tweede en het derde lid zijn de gemiddelde melkproductie en het gemiddelde ureumgehalte van koemelk van melkkoeien van landbouwers die 50 procent of meer van de op het eigen bedrijf geproduceerde melk zelf verwerken tot of verkopen als eindproduct, 7.500 kilogram onderscheidenlijk 26 milligram per 100 gram. 5 In afwijking van het derde lid is het gemiddelde ureumgehalte in koemelk van melkkoeien van bedrijven die meer dan 50 procent van de geproduceerde koemelk leveren aan ondernemingen waar maximaal 500.000 kilogram koemelk per jaar wordt verwerkt 26 milligram per 100 gram. 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025
Artikel 74a — Artikel 74a#
Artikel 74a Vervallen 2022 35367 27-12-2022 23-12-2022 WJZ/22542988 2022 35367 27-12-2022 23-12-2022 WJZ/22542988 01-01-2023
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikelen 44, eerste en tweede lid 45, eerste en vijfde lid, van het besluit De, enzijn niet van toepassing op ondernemers in het kader van wier onderneming maximaal 500.000 kilogram afgenomen koemelk wordt verwerkt, voor zover de gegevens betrekking hebben op het ureumgehalte van de afgenomen koemelk. 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 2024 10069 27-03-2024 13-03-2024 WJZ/45839614 28-03-2024
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a 1 artikel 2.39, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten Een ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat een melkcontrolestation het ureumgehalte vaststelt van een representatief monster als bedoeld in. 2 Een melkcontrolestation stelt het ureumgehalte vast volgens de methode NEN-ISO 14637:2004. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 75b — Artikel 75b#
Artikel 75b 1 Op basis van de vaststelling van een melkcontrolestation berekent een ontvanger van boerderijmelk het gewogen gemiddelde ureumgehalte van de leverantie van boerderijmelk van een melkveehouder in een kalenderjaar. 2 Een ontvanger van boerderijmelk verstrekt de berekening vóór 1 februari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de berekening betrekking heeft aan de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 75c — Artikel 75c#
Artikel 75c artikelen 75a 75b, eerste lid Het ureumgehalte als bedoeld in deen, wordt uitgedrukt in milligrammen ureum per 100 gram melk, waarbij de verkregen waarden worden afgerond op hele getallen. 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 01-01-2014
Artikel 75d — Artikel 75d#
Artikel 75d artikel 75b, tweede lid De minister stelt op basis van de berekening, bedoeld in, het gewogen gemiddelde ureumgehalte vast van een landbouwer in een kalenderjaar. 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 01-01-2014
Artikel 75e — Artikel 75e#
Artikel 75e De minister draagt er zorg voor dat aan de landbouwer die minder dan 50 procent van de geproduceerde koemelk zelf verwerkt tot of verkoopt als eindproduct, jaarlijks vóór 1 februari gegevens over de totale hoeveelheid in het voorafgaande kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk en het gemiddelde ureumgehalte van deze hoeveelheid koemelk worden verstrekt 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025
Artikel 75f — Artikel 75f#
Artikel 75f Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 57, eerste lid artikelen 78 tot en met 81 Het nemen van een monster uit een hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, en de analyse van dit monster geschieden overeenkomstig de. 2 Indien een vervoerder binnen een periode van ten hoogste zeven dagen van één leverancier meerdere vrachten dierlijke meststoffen afvoert naar één afnemer kan het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van deze vrachten worden vastgesteld door middel van analyse van een mengmonster dat op verzoek van de vervoerder door het betrokken laboratorium uit de uit deze vrachten genomen monsters is samengesteld, onder de volgende voorwaarden: a. het mengmonster bestaat uit ten hoogste twaalf monsters; b. het verschil in gewicht tussen de grootste en de kleinste vracht bedraagt bij drijfmest ten hoogste tien procent en bij vaste mest ten hoogste twintig procent; en c. artikel 58, derde lid bij de samenstelling van het mengmonster worden monsters, die genomen zijn door een monsternemende organisatie als bedoeld in, niet gecombineerd met door de vervoerder genomen monsters. 3 In het geval van een mengmonster, bedoeld in het tweede lid, vermeldt de vervoerder dit op het bij het mestmonster behorende begeleidingsformulier. 2023 19345 14-07-2023 04-07-2023 WJZ/27947050 2023 19345 14-07-2023 04-07-2023 WJZ/27947050 15-07-2023
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 artikel 59, eerste lid Het bepalen van het gewicht, bedoeld in, geschiedt door middel van weging met behulp van een weegwerktuig. 2 Het bepalen van het gewicht geschiedt rechtstreeks of op zodanige wijze dat daarbij het gewicht van het transportmiddel of van de container buiten beschouwing blijft. Indien de gewichtsbepaling plaatsvindt door weging op een weegbrug wordt per vracht dierlijke meststoffen het gewicht van het geladen transportmiddel verminderd met het gewicht van het ledige transportmiddel zoals dat direct voorafgaande aan het vervoer is bepaald. Indien een vracht dierlijke meststoffen wordt afgevoerd of aangevoerd in een container, kan het gewicht van die meststoffen worden bepaald door het gewicht van de gevulde container te verminderen met het gewicht van de lege container dat eenmalig is bepaald en dat duidelijk zichtbaar en niet verwijderbaar op de container is aangebracht. 3 De vervoerder beschikt over een door een of meer weegwerktuigen gegenereerd bewijs van bepaling van het gewicht van de vracht dierlijke meststoffen, dat gedurende het vervoer van de betreffende vracht in het transportmiddel aanwezig is en de volgende gegevens bevat: a. datum en tijdstip van de gewichtsbepaling; en b. identificatie van het weegwerktuig. 4 In het geval de gewichtsbepaling plaatsvindt door weging op een weegbrug bevat het bewijs van de gewichtsbepaling, naast de in het vorige lid genoemde gegevens, ook het kenteken van het betreffende transportmiddel. 5 De vervoerder bewaart de bewijsstukken, bedoeld in het derde en vierde lid, na het vervoer als onderdeel van zijn administratie. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 artikel 58, eerste lid bijlage E De bemonstering van een vracht drijfmest, bedoeld in, geschiedt automatisch tijdens het laden van het transportmiddel met behulp van bemonsteringsapparatuur die voldoet aan de prestatiekenmerken die zijn vermeld in, onderdeel A, en behoort tot een type waarvan bij keuring door Livestock Research, onderdeel van Wageningen UR te Wageningen of door een vergelijkbare instelling, is vastgesteld dat het voldoet aan die prestatiekenmerken. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78a — Artikel 78a#
Artikel 78a Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78b — Artikel 78b#
Artikel 78b Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78c — Artikel 78c#
Artikel 78c 1 De minister verleent op aanvraag een erkenning aan een organisatie, indien deze beschikt over: a. bijlage Ea een accreditatie van de Raad op grond van het accreditatieprogramma AP06, dat is opgenomen in, en b. een gedragscode, waaraan de organisatie zich committeert. 2 Een erkenning wordt verleend voor onbepaalde tijd. 3 De beschikking waarmee de erkenning wordt verleend vermeldt ten minste de naam van de instelling en de vestigingsplaats van de organisatie. 4 Een erkenning is niet overdraagbaar. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-10-2017
Artikel 78d — Artikel 78d#
Artikel 78d Een monsternemende organisatie: a. bijlage Ea neemt op actieve wijze deel aan het harmonisatieoverleg, bedoeld in paragraaf 8.4 van AP06, opgenomen in; b. bijlage Ea registreert gegevens, afwijkingen en bijzonderheden, bedoeld in paragraaf 6 van AP06, opgenomen in; c. meldt bijzonderheden die kunnen duiden op frauduleus handelen aan de minister door middel van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel; d. bijlage Ea zorgt voor een organisatie van de bemonstering op een wijze die de onafhankelijkheid van degene die het monster neemt garandeert overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 8 van AP06, opgenomen in; en e. bijlage Ea draagt zorg voor bemonstering overeenkomstig het bepaalde in de paragrafen 4 en 5 van AP06, opgenomen in. 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78e — Artikel 78e#
Artikel 78e 1 artikel 78c Voor de aanvraag van een erkenning als bedoeld inwordt gebruik gemaakt van het door de minister daartoe ter beschikking gestelde middel. 2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, adres en de vestigingsplaats van de aanvragende organisatie; en b. artikel 78c, eerste lid bewijs dat aan de eisen, bedoeld in, wordt voldaan. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-10-2017
Artikel 78f — Artikel 78f#
Artikel 78f 1 De minister kan een erkenning intrekken: a. op verzoek van de monsternemende organisatie; b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; c. artikel 78c, eerste lid, onderdeel a indien de accreditatie, bedoeld in, is ingetrokken of niet meer geldig is; d. artikel 78c, eerste lid, onderdeel b indien de gedragscode, bedoeld in, wordt geschonden; e. artikel 78d indien de verplichtingen, bedoeld in, niet worden nageleefd; f. artikel 78g indien wijzigingen, bedoeld in, niet of niet tijdig worden gemeld; g. artikel 78l indien de melding, bedoeld in, niet, niet tijdig of onjuist geschiedt; h. artikel 78m 78q 78r indien de verplichtingen, bedoeld in,en, niet worden nageleefd. 2 De minister kan een erkenning schorsen indien: a. artikel 78c, eerste lid, onderdeel a de accreditatie, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk is geschorst; b. sprake is van een van de gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d tot en met h. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-10-2017
Artikel 78g — Artikel 78g#
Artikel 78g 1 artikel 78e Een monsternemende organisatie meldt wijzigingen in de gegevens, bedoeld in, binnen 30 dagen aan de minister. 2 Voor de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld middel. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-10-2017
Artikel 78h — Artikel 78h#
Artikel 78h artikel 58, tweede lid De vervoerder, bedoeld in, stelt een representatief monster samen met een gewicht van minimaal 500 gram en maximaal 800 gram, bestaande uit deelmonsters die evenredig verspreid worden genomen uit de betrokken vracht meststoffen. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78i — Artikel 78i#
Artikel 78i 1 bijlage Ea De bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 5 van AP06, opgenomen in. 2 artikel 58, derde lid De monsternemende organisatie, bedoeld in, stelt een representatief monster samen met een gewicht van minimaal 500 gram en maximaal 800 gram, bestaande uit deelmonsters die evenredig verspreid worden genomen uit de betrokken vracht mest, bestaande uit dikke fractie. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78j — Artikel 78j#
Artikel 78j Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78k — Artikel 78k#
Artikel 78k Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78l — Artikel 78l#
Artikel 78l 1 De monsternemende organisatie meldt namens en op verzoek van de leverancier de planning van de bemonstering aan de Minister dagelijks uiterlijk om 15:00 uur op de werkdag voorafgaand aan de bemonstering. 2 De melding bevat de volgende gegevens: a. de datum van de geplande bemonstering en het tijdvak van ten hoogste twee uur waarbinnen de geplande bemonstering plaatsvindt; b. de locatie waar de vracht bemonsterd wordt; c. het identificatienummer van de persoon die de bemonstering zal uitvoeren; en d. de namen, adressen en de door de Minister ter identificatie verstrekte relatienummers van de leverancier, vervoerder en afnemer. 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, c en d, kunnen worden gewijzigd. 4 Een wijziging kan tot uiterlijk drie uur voorafgaand aan het begin van het reeds gemelde tijdvak worden gemeld. 5 Een melding kan tot uiterlijk drie uur voorafgaand aan het begin van het gemelde tijdvak worden ingetrokken. 6 Voor de melding, bedoeld in het eerste lid, de wijziging, bedoeld in het vierde lid, en de intrekking, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van een door de Minister beschikbaar gesteld middel. 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78la — Artikel 78la#
Artikel 78la 1 artikel 78l, tweede lid, onderdeel a In afwijking van, bedraagt het aan te melden tijdvak waarbinnen de geplande bemonstering plaatsvindt ten hoogste een dagdeel indien deze bemonstering plaatsvindt bij een intermediaire onderneming waar sprake is van een concentratie van ten minste vijf monsternames in het betreffende dagdeel. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder een dagdeel verstaan de periode tussen 06:00 uur en 12:00 uur dan wel de periode tussen 12:00 uur en 18:00 uur. 2 artikel 78l, tweede lid, onderdeel a In afwijking van, bedraagt het aan te melden tijdvak waarbinnen de geplande bemonstering plaatsvindt ten hoogste een dag indien deze bemonstering plaatsvindt bij een intermediaire onderneming waar sprake is van een concentratie van ten minste tien monsternames op de betreffende dag. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder een dag verstaan de periode tussen 06:00 uur en 18:00 uur. 3 Indien naar het oordeel van de Minister de juiste naleving van de regels inzake de bemonstering en aanmelden van de planning van bemonstering bij een intermediaire onderneming waar sprake is van een concentratie van monsternames als bedoeld in dit artikel onvoldoende verzekerd is, kan de Minister de toepassing van het eerste en tweede lid uitsluiten voor bemonsteringen die plaatsvinden bij de betreffende intermediaire onderneming. 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78m — Artikel 78m#
Artikel 78m Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78n — Artikel 78n#
Artikel 78n Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78o — Artikel 78o#
Artikel 78o Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78p — Artikel 78p#
Artikel 78p Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78q — Artikel 78q#
Artikel 78q bijlage Ea De monsternemende organisatie voorziet ieder laboratoriummonster van de gegevens, bedoeld in paragraaf 6 van AP06, opgenomen in. 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78r — Artikel 78r#
Artikel 78r Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78s — Artikel 78s#
Artikel 78s Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78t — Artikel 78t#
Artikel 78t Vervallen 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 78u — Artikel 78u#
Artikel 78u artikel 58, derde lid Ingeval van bemonstering per vracht, bedoeld in, zorgt de monsternemende organisatie voor een inzichtelijke administratie die per vracht in ieder geval het volgende bevat: a. datum en tijdvak van de bemonstering; b. het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de leverancier van de meststoffen; c. het identificatienummer van de persoon die de bemonstering heeft uitgevoerd; d. bijlage Ea beschrijving van eventuele afwijkingen van de werkwijze voor bemonstering, van de strategie en bijzonderheden die kunnen duiden op frauduleus handelen, bedoeld in paragraaf 6 van AP06, opgenomen in; e. het geschatte volume van de vracht; f. de mestcode; g. het rVDM-nummer; en h. het monsterverpakkingsnummer. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 78v — Artikel 78v#
Artikel 78v De monsternemende organisatie stelt in Nederland zijn administratie voor controle beschikbaar aan de in artikel 129 aangewezen ambtenaren. 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 01-01-2026
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 bijlage E, onderdeel B bijlage E, onderdeel C Een uit een vracht drijfmest genomen monster wordt automatisch verpakt in een monsterverpakking die voldoet aan. De verpakking geschiedt met behulp van verpakkingsapparatuur die voldoet aan de prestatiekenmerken die zijn vermeld in, en behoort tot een type waarvan bij keuring door Livestock Research, onderdeel van Wageningen UR, te Wageningen of een vergelijkbare instelling, is vastgesteld dat het voldoet aan die prestatiekenmerken. 2 bijlage E, onderdeel B Een uit een vracht vaste mest genomen monster wordt door de vervoerder verpakt in een monsterverpakking die voldoet aan. 3 bijlage E, onderdeel B In afwijking van het tweede lid, wordt een uit een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, genomen monster door de monsternemende organisatie verpakt in een monsterverpakking die voldoet aan. 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 2019 5166 31-01-2019 29-01-2019 WJZ/18090520 01-02-2019
Artikel 79a — Artikel 79a#
Artikel 79a Indien het mestmonster voor de overdracht aan het laboratorium verloren is gegaan, meldt de vervoerder dit onverwijld aan de minister. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 58, eerste lid artikel 80a Ingeval van bemonstering, bedoeld in, stuurt de vervoerder het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen en de afnemer, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, uiterlijk tien werkdagen na bemonstering toe aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in. 2 artikel 58, tweede lid artikel 80a Ingeval van bemonstering, bedoeld in, stuurt de vervoerder het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, uiterlijk tien werkdagen na bemonstering toe aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in. 3 artikel 80a De vervoerder, bedoeld in het eerste en tweede lid, bewaart de monsters totdat zij aan het erkend laboratorium, bedoeld in, worden toegestuurd zodanig dat zij in goede staat blijven verkeren. 4 artikel 58, derde lid artikel 80a Ingeval van bemonstering, bedoeld in, stuurt de monsternemende organisatie het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, uiterlijk zeven werkdagen na bemonstering toe aan een erkend laboratorium, bedoeld in. 5 artikel 58, derde lid artikel 80a Ingeval van bemonstering, bedoeld in, bewaart de monsternemende organisatie de monsters totdat zij aan een erkend laboratorium, bedoeld in, worden toegestuurd zodanig dat zij in goede staat blijven verkeren. 6 Ingeval van bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, bevindt de plaats waar het genomen monster wordt bewaard zich niet op het terrein of in een opstal van de betrokken leverancier, vervoerder of afnemer van de vracht. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 80a — Artikel 80a#
Artikel 80a 1 bijlage H De minister verleent op aanvraag een erkenning aan een laboratorium, indien deze beschikt over een accreditatie van de Raad op grond van het accreditatieprogramma AP05, dat is opgenomen in. 2 Een erkenning wordt verleend voor onbepaalde tijd. 3 De beschikking waarmee de erkenning wordt verleend vermeldt ten minste de naam van de instelling en de vestigingsplaats van het laboratorium. 4 Een erkenning is niet overdraagbaar. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 80b — Artikel 80b#
Artikel 80b Een erkend laboratorium: a. bijlage H registreert gegevens, bedoeld in paragraaf 7.4 van AP05, opgenomen in; b. meldt bijzonderheden die kunnen duiden op frauduleus handelen aan de minister door middel van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 80c — Artikel 80c#
Artikel 80c 1 Voor de aanvraag van de erkenning wordt gebruik gemaakt van het door de minister daartoe ter beschikking gestelde middel. 2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, adres en de vestigingsplaats van het aanvragende laboratorium; en b. artikel 80a, eerste lid bewijs dat aan de eis, bedoeld in, wordt voldaan. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 80d — Artikel 80d#
Artikel 80d 1 De minister kan een erkenning intrekken: a. op verzoek van het erkende laboratorium; b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; c. artikel 80a, eerste lid indien de accreditatie, bedoeld in, is ingetrokken door de Raad of niet meer geldig is; d. artikelen 80b 81, eerste lid indien de verplichtingen, bedoeld inen, niet worden nageleefd; e. artikel 80e indien wijzigingen, bedoeld in, niet of niet tijdig worden gemeld. 2 De minister kan een erkenning schorsen, indien: a. artikel 80a, eerste lid de accreditatie, bedoeld in, is geschorst door de Raad; b. artikel 81, eerste lid de verplichting, bedoeld in, niet wordt nageleefd; c. sprake is van een van de gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, d en e. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 80e — Artikel 80e#
Artikel 80e 1 artikelen 80a 80b Het erkende laboratorium meldt wijzigingen in de gegevens, bedoeld inen, binnen 30 dagen aan de minister. 2 Voor de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld middel. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Een erkend laboratorium analyseert de monsters en zendt de analyseresultaten binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de monsters aan de vervoerder, de leverancier van meststoffen, de afnemer en elektronisch aan de minister. 2 Indien bij ontvangst van een toegezonden monster wordt geconstateerd dat de monsterverpakking is beschadigd, rapporteert een erkend laboratorium aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit door middel van een door de minister beschikbaar gesteld middel de gegevens ter identificatie van de monsterverpakking en het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer. Een erkend laboratorium volgt de door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ter zake verstrekte aanwijzingen op. 3 bijlage H Een erkend laboratorium voldoet aan de eisen van het accreditatieprogramma AP05, dat is opgenomen in. 4 Uiterlijk tien werkdagen na verzending van de analyseresultaten door een erkend laboratorium, kan door de betrokkenen heranalyse worden aangevraagd. Er vindt ten hoogste éénmaal een heranalyse plaats die wordt uitgevoerd door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd. 5 artikel 68, eerste en vijfde lid, van het besluit Indien een erkend laboratorium het fosfaatgehalte of stikstofgehalte van een monster niet kan vaststellen, omdat het monster bij de monsternemende organisatie of na ontvangst door het laboratorium in het ongerede is geraakt, wordt de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking vanbepaald op basis van de in bijlage I voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 6 bijlage H bijlage I artikel 68, eerste en vijfde lid, van het besluit Indien een erkend laboratorium bij ontvangst van een toegezonden monster constateert dat het monster niet voldoet aan de eisen van Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2 van het Accreditatieprogramma dierlijke mest (AP05), dat is opgenomen in, wordt de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking vanbepaald op basis van de invoor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten. 7 Een erkend laboratorium meldt gelijktijdig met het verzenden van de analyseresultaten, bedoeld in het eerste lid, aan de minister: a. het betreffende monsterverpakkingsnummer; b. de betreffende mestcode of mestcodes; en c. bijlage H eventuele bijzonderheden die zich hebben voorgedaan tijdens het analyseproces van het monster, bedoeld in paragraaf 7.2, onderdeel B, van. 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 2025 43413 17-12-2025 13-12-2025 WJZ/99998209 01-01-2026
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 83a — Artikel 83a#
Artikel 83a Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 89a — Artikel 89a#
Artikel 89a Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 91a — Artikel 91a#
Artikel 91a Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 91b — Artikel 91b#
Artikel 91b Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Het gewicht van de van een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld afgevoerde, de op een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld aangevoerde en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid zuiveringsslib of compost, bedoeld in, wordt door de vervoerder van de desbetreffende meststoffen bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig. 2 artikel 68, eerste lid, van het besluit artikelen 92a 92b Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de van een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld, afgevoerde, of de op een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld, aangevoerde en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid zuiveringsslib of compost, bedoeld in, komt overeen met het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte zoals dat voor de hoeveelheid zuiveringsslib of compost waaruit de desbetreffende vracht afkomstig is, overeenkomstig deenis vastgesteld. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 92a — Artikel 92a#
Artikel 92a 1 Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in zuiveringsslib en compost, alsmede het droge stofgehalte in zuiveringsslib en compost wordt vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende hoeveelheid genomen monster. 2 De bemonstering van een hoeveelheid zuiveringsslib of compost geschiedt door de producent. Hij stelt per geproduceerde hoeveelheid van ten hoogste 2.000.000 kilogram, een representatief monster samen, bestaande uit deelmonsters die volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes evenredig verspreid uit de betrokken partij worden genomen. Indien de geproduceerde hoeveelheid groter is dan 2.000.000 kilogram, wordt deze allereerst verdeeld in partijen van ten hoogste 2.000.000 kilogram. 3 artikel 92b, tweede lid Indien zuiveringsslib of compost in een continu proces wordt geproduceerd, kan de desbetreffende producent ervoor kiezen dat het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte alsmede het drogestof gehalte ervan, in zoverre in afwijking van de voorgaande leden, overeen komen met het over de afgelopen twaalf maanden overeenkomstig, berekende twaalf-maandsgemiddelde stikstof-, fosfaat- en drogestof gehalte, mits: a. de voor de productie van het zuiveringsslib of de compost gebruikte ingangsmaterialen van constante samenstelling zijn; b. de productie van zuiveringsslib of compost onafgebroken gedurende het gehele jaar plaatsvindt; en c. het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte alsmede het drogestofgehalte ten minste eenmaal per kalendermaand wordt vastgesteld door middel van analyse van een representatief monster bestaande uit deelmonsters die volgens algemeen geldende bemonsteringsprincipes evenredig verspreid uit de in die kalendermaand geproduceerde hoeveelheid zijn genomen. 4 Het monster wordt verpakt in een monsterverpakking die het monster niet verontreinigt of de samenstelling ervan anderszins beïnvloedt. 5 Het monster wordt door de producent uiterlijk tien werkdagen na bemonstering toegestuurd aan een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 6 artikel 92b, tweede lid Indien het monster afkomstig is uit een hoeveelheid die in een continu proces is geproduceerd, geeft de betrokken producent bij het verzenden ervan aan of de analyseresultaten van dit monster gebruikt moeten worden bij de in, bedoelde berekening. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 92b — Artikel 92b#
Artikel 92b 1 artikel 92a bijlage Ia, onderdeel A Het laboratorium, bedoeld in, analyseert de monsters uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst overeenkomstig het protocol, dat is opgenomen in, of door middel van een methode die tenminste dezelfde waarborgen omvat. 2 artikel 92a, zesde lid bijlage Ia, onderdeel B Indien dit ten aanzien van het monster overeenkomstig, is aangegeven, berekent het laboratorium op basis van de meest recente analyseresultaten, het gemiddelde stikstof-, fosfaat- en drogestofgehalte over de afgelopen twaalf maanden overeenkomstig de in, opgenomen berekeningsmethode. 3 Het laboratorium voorziet de analyseresultaten dan wel de overeenkomstig het tweede lid berekende gemiddelde gehalten van een uniek analysenummer van ten hoogste twaalf posities. 4 Indien het monster afkomstig is uit een afzonderlijk geproduceerde partij zendt het laboratorium de analyseresultaten uiterlijk tien werkdagen na analyse elektronisch aan de minister en aan de producent van de desbetreffende meststof, onder vermelding van het unieke analysenummer, bedoeld in het derde lid. 5 Indien het monster afkomstig is uit een hoeveelheid die in een continu proces is geproduceerd, zendt het laboratorium de in het tweede lid bedoelde gehaltes, uiterlijk tien werkdagen na afloop van de desbetreffende kalendermaand elektronisch aan de minister en aan de producent van de desbetreffende meststof, onder vermelding van het unieke analysenummer, bedoeld in het derde lid en het unieke analysenummer dat betrekking heeft op het in voorgaande kalendermaand met betrekking tot de desbetreffende hoeveelheid berekende gemiddelde. 6 Het laboratorium bewaart de monsters totdat tien werkdagen na verzending van de analyseresultaten door het laboratorium zijn verstreken. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 92c — Artikel 92c#
Artikel 92c artikel 39, tweede lid, van het besluit artikel 68, eerste lid van het besluit artikel 51, vierde lid artikel 46, eerste lid artikel 48, vijfde lid 52, vijfde lid Ingeval een hoeveelheid vloeibaar zuiveringsslib die afkomstig is uit een opslagruimte voor vloeibaar zuiveringsslib als bedoeld inof in, en die rechtstreeks van de desbetreffende onderneming wordt afgevoerd naar een bedrijf, komt het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte alsmede het drogestofgehalte van de desbetreffende hoeveelheid zuiveringsslib, in afwijking van, overeen met het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte onderscheidenlijk het drogestofgehalte zoals dat voor de in de desbetreffende opslag aanwezige hoeveelheid zuiveringsslib met gebruikmaking van het in, of artikel 51, vijfde lid, bedoelde formulier, of de in artikel 46, tweede lid, genoemde andere gegevensdragers is berekend en zoals dat voordat de afvoer plaatsvond, overeenkomstig, of, aan de minister is verstrekt. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 artikel 68, eerste lid, van het besluit Het gewicht van de van een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld afgevoerde, de op een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld aangevoerde en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid andere meststoffen dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost, bedoeld in, wordt bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig. 2 artikel 68, eerste lid, van het besluit artikel 17 Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de van een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld afgevoerde of de op een bedrijf of intermediaire onderneming aangevoerde en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid andere meststoffen dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost, bedoeld in, worden bepaald overeenkomstigdoor bemonstering en analyse. 3 In voorkomend geval geldt dat het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, van de in eerste en tweede lid bedoelde meststoffen overeenkomen met het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, zoals vermeld op de verpakking van of het begeleidende document bij de desbetreffende meststoffen. 4 Artikel 68, eerste lid, van het besluit in samenhang met het eerste en tweede lid, is niet van toepassing op de van een tuincentrum of een hovenier afgevoerde hoeveelheid meststoffen, anders dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost, naar een afnemer, niet zijnde een landbouwer of een ondernemer. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3736 01-01-2008
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 artikel 68, derde lid, van het besluit Het gewicht van de op een bedrijf opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, wordt bepaald op basis van meting van het volume en het soortelijk gewicht van deze meststoffen. 2 artikel 68, derde lid, van het besluit Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de op een bedrijf opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, worden bepaald op basis van de best beschikbare gegevens. 3 artikel 68, vijfde lid, van het besluit artikel 46, eerste lid artikel 46, tweede lid Het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de op een intermediaire onderneming opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in, komt overeen met de onderscheiden hoeveelheden die met gebruikmaking van het in, genoemde formulier, respectievelijk in, genoemde andere gegevensdragers zijn berekend. 4 Onverminderd het eerste tot en met het derde lid, is de aan het begin van het kalenderjaar opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen, gelijk aan de aan het einde van het voorafgaande kalenderjaar opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 artikel 68, vierde en vijfde lid, van het besluit Het gewicht van de op een bedrijf opgeslagen hoeveelheid zuiveringsslib of compost, bedoeld in, wordt bepaald op basis van meting van het volume en het soortelijk gewicht van deze meststoffen. 2 artikel 68, vierde en vijfde lid, van het besluit Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de op een bedrijf opgeslagen hoeveelheid zuiveringsslib of compost, bedoeld inworden bepaald op basis van de best beschikbare gegevens. 3 artikel 68, vijfde lid, van het besluit artikel 46, eerste lid artikel 51, vijfde lid Het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de op een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld opgeslagen hoeveelheid zuiveringsslib of compost, bedoeld in, komen overeen met de onderscheiden hoeveelheden die met gebruikmaking van het in, of, bedoelde formulier, of de in artikel 46, tweede lid genoemde andere gegevensdragers zijn berekend. 4 artikel 68, vierde en vijfde lid, van het besluit Het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de op een bedrijf of een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld opgeslagen meststoffen anders dan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of compost, bedoeld in, komen overeen met het gewicht onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, zoals vermeld op de verpakking van of het begeleidende document bij de desbetreffende meststoffen. Ingeval van bulkopslag van de desbetreffende meststoffen wordt het gewicht bepaald op basis van meting van het volume en het soortelijk gewicht van deze meststoffen 5 Onverminderd het eerste tot en met het vierde lid, is de aan het begin van het kalenderjaar opgeslagen hoeveelheid in deze leden genoemde meststoffen, gelijk aan de aan het einde van het voorafgaande kalenderjaar opgeslagen hoeveelheid in deze leden genoemde meststoffen. 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 01-01-2010
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 artikel 67, vijfde lid, van het besluit bijlage D, tabel IA, kolom D Als forfaitaire stikstofgehalten als bedoeld inworden vastgesteld de gehalten, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar, die in, voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën en toegepaste huisvestingssysteem zijn vermeld. 2 artikel 2.14, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten bijlage D, tabel IB, deel 1 Voor zover het dieren betreft die worden gehouden op een bedrijf waarvoor een inkennisstelling heeft plaatsgevonden als bedoeld in, en die behoren tot de in, onderscheiden categorieën dieren, zijn in afwijking van het eerste lid de normen van toepassing die zijn vermeld in kolom D van die tabel. 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 2019 69489 31-12-2019 19-12-2019 WJZ/19302424 01-01-2020
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 1 artikel 43, eerste lid, van het besluit De ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren of runderen, bedoeld in: a. bepaalt het gewicht van de desbetreffende hoeveelheid diervoeders door middel van weging met behulp van een weegwerktuig; en b. artikel 98 stelt het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte en indien van toepassing het droge stofgehalte in de desbetreffende hoeveelheid diervoeders vast overeenkomstig. 2 bijlage J bijlage J Indien het ruwvoer en enkelvoudig diervoeder zoals vermeld inbetreft, kunnen in afwijking van het eerste lid, het gewicht worden bepaald op basis van meting van het volume en het soortelijk gewicht van deze diervoeders en kunnen als het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte worden vastgesteld het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte per kilogram diervoeder, die voor de onderscheiden soorten ruwvoer of enkelvoudig diervoeder zijn vermeld in. 2014 18080 01-07-2014 28-06-2014 WJZ/14097874 2014 18080 01-07-2014 28-06-2014 WJZ/14097874 01-07-2014
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 bijlage K, onderdeel I Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in diervoeders met een vochtgehalte groter dan veertien procent wordt vastgesteld overeenkomstig het protocol, opgenomen in, op basis van: a. bijlage K, onderdeel II de resultaten van de overeenkomstig het protocol dat is opgenomen in, uitgevoerde bemonstering en analyse van de diervoeders; of b. indien het mengvoeders betreft, de berekeningen uitgaande van de bekende gehalten van de nutriënten in de grondstoffen waaruit de diervoeders zijn bereid en het aandeel van deze stoffen in het eindproduct en rekening houdend met de aard van het productieproces. 2 Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in diervoeders met een vochtgehalte kleiner dan of gelijk aan veertien procent wordt vastgesteld: a. door middel van analyse van een uit de desbetreffende diervoeders volgens de algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen representatief monster; of b. indien het mengvoeders betreft, de berekeningen uitgaande van de bekende gehalten van de nutriënten in de grondstoffen waaruit de diervoeders zijn bereid en het aandeel van deze stoffen in het eindproduct en rekening houdend met de aard van het productieproces. 3 De analyse, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, geschiedt binnen één week na ontvangst van het monster door een laboratorium dat voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 of een hieraan gelijkwaardige norm, volgens de toepasselijke onderzoekmethode voor de bepaling van het ruw eiwitgehalte, het fosforgehalte en het droge stofgehalte in diervoeders. 4 Richtlijn 93/28/EEG Richtlijn 72/199/EEG Richtlijn 71/393/EEG De in het derde lid bedoelde toepasselijke methoden zijn de methoden die ten minste dezelfde waarborgen bieden als de methoden zijn voorgeschreven invan de Commissie van 4 juni 1993 (Pb.EG L 179) tot wijziging van bijlage I bij Derdebetreffende de vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoerders, voor het ruw eiwitgehalte en in de Tweedevan de Commissie van 18 november 1971 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor officiële controle van veevoeders (Pb.EG L 279) voor het fosforgehalte. 5 Het resultaat van de analyse wordt door het laboratorium beoordeeld in het licht van de herhaalbaarheid, aangegeven in de betreffende analysemethode. Indien de norm voor herhaalbaarheid wordt overschreden, voert het laboratorium een herhalingsonderzoek op het monster uit. 6 artikel 97, tweede lid Het laboratorium zendt de resultaten van de analyse binnen één week na ontvangst van het monster naar de ondernemer, bedoeld in. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 artikel 97 De ondernemer, bedoeld in, vermeldt bij aflevering van diervoeders aan een bedrijf op het etiket of het begeleidend document: a. artikel 97 artikel 98 het overeenkomstigin samenhang metvastgestelde stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in het product; b. voor diervoeder met een vochtgehalte groter dan veertien procent, het droge stofgehalte dan wel het vochtgehalte en het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de droge stof van het desbetreffende diervoeder; c. voor mengvoeders de diersoort waarvoor het diervoeder is bestemd; d. de datum van levering; e. de naam, het adres en de woonplaats van de desbetreffende afnemer; f. de naam van de ondernemer die de diervoeders heeft afgeleverd; en g. de hoeveelheid diervoeder in kilogrammen. 2 Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte worden vermeld met een nauwkeurigheid van tiende grammen per kilogram. 3 Indien het diervoeder met een vochtgehalte groter dan veertien procent betreft, kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, in afwijking van het eerste lid, schriftelijk binnen twee weken na aflevering aan het desbetreffende bedrijf verstrekt worden. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 artikel 67, eerste lid, van het besluit bijlage J artikel 99, eerste lid artikel 99, derde lid Het gewicht, onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte van de op een bedrijf aan- of afgevoerde, dan wel de aanwezige voorraden diervoeders, bedoeld in, anders dan ruwvoer en enkelvoudig diervoeder zoals vermeld in, komen overeen met het gewicht onderscheidenlijk het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte, zoals vermeld op de verpakking van of het begeleidende document bij de desbetreffende diervoeders, bedoeld in, dan wel met het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte zoals deze ingevolge, schriftelijk zijn verstrekt. Ingeval van bulkopslag van de desbetreffende diervoeders wordt het gewicht van de aanwezige voorraden diervoeders bepaald op basis van meting van het volume en het soortelijk gewicht van deze diervoeders. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 artikel 67, eerste lid, van het besluit bijlage J Het gewicht van het inbedoelde op een bedrijf aan- of afgevoerde ruwvoer en enkelvoudig diervoeder zoals vermeld in, wordt bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig, dan wel door middel van meting van het volume en het soortelijk gewicht. 2 artikel 67, tweede lid, van het besluit bijlage J Als het gewicht per hectare van het inbedoelde op het bedrijf geproduceerde ruwvoer en enkelvoudig diervoeder zoals vermeld in, wordt vastgesteld het gewicht dat voor de onderscheiden soorten ruwvoer en enkelvoudig diervoer in die bijlage is vermeld. 3 artikel 67, eerste lid, van het besluit artikel 67, tweede lid, van het besluit bijlage J Als het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in het op een bedrijf aan- of afgevoerde, dan wel de aanwezige voorraden ruwvoer en enkelvoudig diervoeder, bedoeld in, en het op het bedrijf geproduceerde ruwvoer en enkelvoudig diervoeder, bedoeld in, worden vastgesteld het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte per kilogram diervoeder, die voor de onderscheiden soorten ruwvoer of enkelvoudig diervoeder zijn vermeld in. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 artikel 67, derde lid, van het besluit bijlage D, tabel III Als forfaitaire stikstofgehalten en fosfaatgehalten per dier of per kilogram levend gewicht als bedoeld inworden voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën vastgesteld, de forfaitaire gehalten die zijn vermeld in. 2 artikel 67, derde lid, van het besluit De bepaling van de hoeveelheden stikstof en fosfaat in staldieren, bedoeld in, wordt gebaseerd op de in het eerste lid bedoelde forfaitaire stikstofgehalten en fosfaatgehalten per kilogram levend gewicht. Ingeval van een dier geen gegevens over het gewicht beschikbaar zijn, worden de hoeveelheden stikstof en fosfaat in dat dier bepaald op basis van de in het eerste lid bedoelde forfaitaire stikstofgehalten en fosfaatgehalten per dier. 2008 132 11-07-2008 07-07-2008 TRCJZ/2008/1579 2008 132 11-07-2008 07-07-2008 TRCJZ/2008/1579 13-07-2008
Artikel 102a — Artikel 102a#
Artikel 102a artikel 20 van de Meststoffenwet artikel 69, eerste lid, van het besluit Voor de toepassing van, worden bij de vaststelling van het dagelijkse aanwezige aantal vleeskalkoenen, bedoeld in, de hanen van een bepaalde mestronde aangemerkt als tegelijk voor de slacht afgeleverd met de laatste voor de slacht afgeleverde hennen van die mestronde. 2006 124 29-06-2006 22-06-2006 TRCJZ/2006/1879 2006 124 29-06-2006 22-06-2006 TRCJZ/2006/1879 01-07-2006
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 artikel 67, vierde lid, van het besluit bijlage D, tabel IV Als forfaitaire stikstofgehalten en fosfaatgehalten per kilogram eieren als bedoeld inworden voor de onderscheiden soorten eieren vastgesteld, de forfaitaire gehalten die zijn vermeld in. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 103a — Artikel 103a#
Artikel 103a 1 artikel 21a, eerste lid, van het besluit De fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in, wordt vastgesteld door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025, door middel van bemonstering en analyse van de bodem overeenkomstig het in bijlage L opgenomen protocol. 2 Het laboratorium stelt ter zake van de bemonstering en analyse een analyserapport op, dat voor ieder bemonsterd perceel in ieder geval de volgende gegevens bevat: a. de naam en het adres van de landbouwer wiens perceel is bemonsterd; b. de datum van de monstername; c. het gehanteerde bemonsteringsprotocol; d. de exacte locatie van het bemonsterde perceel dan wel de delen van het perceel, vastgesteld met behulp van GPS-gegevens; e. het aantal steken dat uit de bodemlaag werd genomen; f. de diepte waarop de bodemmonsters zijn gestoken; g. een schema of een tekening van de locaties waar de bodemmonsters zijn gestoken; h. het codenummer van het mengmonster dan wel de mengmonsters dat is onderscheidenlijk die zijn samengesteld uit de bodemmonsters; i. de waarnemingen tijdens de monstername die mogelijk van invloed zijn op de uitkomsten van de vaststelling; j. de gebruikte analysemethode; k. de analysedatum van het mengmonster dan wel de mengmonsters; l. de resultaten van de analyses; m. bijzondere waarnemingen, die tijdens de analyse van het mengmonster dan wel de mengmonsters zijn gedaan; en n. alle niet in bijlage L voorgeschreven handelingen die het resultaat van de analyse van het mengmonster dan wel de mengmonsters hebben beïnvloed. 3 Het analyserapport is geldig tot vier jaar na de datum van de monstername, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 4 Als vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aangemerkt de vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem die is verricht door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 door middel van: a. analyse van monsters die in de periode van 16 mei 2006 tot 1 november 2009 uit de desbetreffende bodem zijn genomen door dat laboratorium of onder de verantwoordelijkheid van dat laboratorium door een monsternemer die een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van het bedrijf waar de monsters worden genomen; of b. bemonstering en analyse van de bodem overeenkomstig het in bijlage L opgenomen protocol met uitzondering van de in onderdeel I, paragraaf 1, voorgeschreven vastlegging van de omvang en vorm van het te bemonsteren perceel dan wel perceelsdeel met een Global Positioning System, voor zover het betreft monsters die in de periode van 1 november 2009 tot 1 januari 2010 uit de desbetreffende bodem zijn genomen. 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 520 30-12-2019 18-12-2019 35233 01-01-2020 Artikel III van Stcrt. 2019/70977 bevat overgangsrecht m.b.t.
deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Meststoffenwet (implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn)
(Stb. 2019/520) in werking treedt.
Artikel 103b — Artikel 103b#
Artikel 103b 1 artikel 103a Het laboratorium dat de inbedoelde vaststelling heeft verricht, verstrekt de landbouwer het analyserapport en verstrekt desgevraagd gegevens over die vaststelling aan de minister. 2 artikel 103a, derde lid De landbouwer meldt de fosfaattoestand van het desbetreffende perceel gebaseerd op het op grond van, geldige analyserapport, uiterlijk 15 mei van het desbetreffende kalenderjaar. 3 artikel 32 van het besluit De landbouwer bewaart het analyserapport als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 01-01-2024
Artikel 103c — Artikel 103c#
Artikel 103c 1 artikel 103a, eerste en tweede lid In afwijking van, kan het laboratorium het nemen van monsters uit de bodem van een perceel uitbesteden aan een derde indien: a. de monstername geschiedt onder verantwoordelijkheid van het laboratorium dat de analyse uitvoert; b. het laboratorium zorg draagt voor de kwaliteitseisen conform NEN-EN-ISO/IEC 17025; c. de uitbesteding van de werkzaamheden schriftelijk is overeengekomen; d. de derde een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van het bedrijf waar de monsters worden genomen; e. degene die de monstername verricht, daartoe is geschoold en door het laboratorium is voorzien van deugdelijke instructies; en f. het laboratorium in het analyserapport de naam vermeldt van degene die de werkzaamheden heeft verricht. 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 01-01-2010
Artikel 103d — Artikel 103d#
Artikel 103d 1 De gewasopbrengst in een kalenderjaar wordt bepaald door de hoeveelheid van het gewas die in dat jaar is geoogst van de met het desbetreffende gewas beteelde oppervlakte tot het bedrijf behorende landbouwgrond, te verminderen met het door de afnemer van het desbetreffende gewas vastgestelde tarragewicht. 2 De gewasopbrengst wordt uitgedrukt in tonnen per hectare per jaar. 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 2009 20342 30-12-2009 15-12-2009 49983 01-01-2010
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 artikel 27, eerste lid artikel 33, derde lid, van de wet De kennisgeving van overgang en de kennisgeving van bedrijfsoverdracht, bedoeld in, respectievelijkgeschieden bij de minister. 2 Bij de kennisgeving van overgang worden door partijen in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. de door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummers; b. het aantal varkenseenheden, pluimvee-eenheden, of kilogrammen fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft; c. het gedeelte van het productierecht, dat in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf van de vervreemder niet wordt benut voor het houden van dieren; d. artikel 32, tweede of derde lid artikel 32a, tweede of derde lid, van de wet voor zover nodig voor de toepassing van een uitzondering als bedoeld in, respectievelijk, gegevens over de aard van de overgang van het productierecht. 3 Bij de kennisgeving van bedrijfsoverdracht worden door partijen in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. de door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummers van de belanghebbenden betrokken bij de bedrijfsoverdracht; b. het bij de bedrijfsoverdracht betrokken productierecht, uitgedrukt in aantal varkenseenheden, pluimvee-eenheden of kilogrammen fosfaat; c. het gedeelte van het betreffende productierecht dat na het moment van de bedrijfsoverdracht op elk van de bedrijven blijft dan wel komt te rusten; d. artikel 33, tweede lid, van de wet over de aard van de bedrijfsoverdracht, bedoeld in; e. gegevens over het moment van de bedrijfsoverdracht; f. artikel 33, vijfde lid, van de wet voor zover nodig voor de toepassing van een uitzondering als bedoeld in, gegevens over de aard van de bedrijfsoverdracht. 4 artikel 26, zevende lid, van de Meststoffenwet Voor de toepassing vanworden bij de kennisgeving van overgang tevens de volgende gegevens verstrekt: a. een civielrechtelijke titel die het exclusieve gebruiksgenot verschaft van de installatie waarin de mestbehandeling of mestvergisting plaatsvindt; b. de aard en de capaciteit van de installatie waarin de mestbehandeling of mestvergisting plaatsvindt; c. de wijze en het moment waarop de dierlijke meststoffen worden vergist of behandeld en de techniek van de bij de mestbehandeling of mestvergisting gebruikte systemen; d. een volledige beschrijving van het mestbehandelingproces of mestvergistingsproces; e. de hoeveelheid en de aard van de dierlijke meststoffen die zullen worden behandeld; f. een beschrijving van de eindproducten die bij de mestbehandeling of mestvergisting ontstaan en het moment waarop de eindproducten worden afgezet; g. gegevens of bescheiden op grond waarvan is verzekerd dat de producten, bedoeld in onderdeel f, worden afgezet buiten de markt voor dierlijke mest, en h. artikel 3.226 van het Besluit activiteiten leefomgeving een afschrift van de omgevingsvergunning voor het behandelen van dierlijke meststoffen of het vergisten van plantaardig materiaal, bedoeld in. 5 artikel 27, eerste lid, van de wet Indien een productierecht afkomstig is van een bedrijf dat het later gedurende hetzelfde kalenderjaar terugontvangt, kan de kennisgeving van overgang, bedoeld in, worden gedaan door de overgang van het productierecht naar het bedrijf dat het productierecht ontvangt, gelijktijdig te melden met de overgang van het productierecht terug naar het bedrijf waarvan het productierecht afkomstig is. 6 artikel 32, vierde lid artikel 32a, derde lid, van de wet In afwijking van het vijfde lid, wordt de kennisgeving van overgang, bedoeld in, respectievelijk, gedaan door de overgang van het productierecht naar het bedrijf dat het productierecht ontvangt, gelijktijdig te melden met de overgang van het productierecht terug naar het bedrijf waarvan het productierecht afkomstig is. 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 104a — Artikel 104a#
Artikel 104a artikel 26, zevende lid, van de wet artikel 104, tweede en vierde lid Voor de toepassing vangeeft het bedrijf waarbinnen de verplaatsing van de varkens-, kippen- of kalkoenhouderij plaatsvindt, van de verplaatsing vooraf kennis aan de minister en verstrekt de overeenkomstige gegevens bedoeld, in. 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 artikel 106, eerste lid Alvorens de minister een kennisgeving van overgang in behandeling neemt, doet hij van deze kennisgeving schriftelijk mededeling aan iedere hypotheekhouder die het bedrijf van de vervreemder van het productierecht bij de minister voor de toepassing van deze paragraaf ter registratie heeft aangemeld, indien overeenkomstig, registratie door de minister daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De minister neemt de kennisgeving van overgang niet in behandeling gedurende 30 dagen na dagtekening van deze mededeling. 2 De termijn van 30 dagen wordt verlengd tot negentig dagen na dagtekening van de mededeling, indien een hypotheekhouder binnen de termijn van 30 dagen een verzoek bij de minister indient. 3 De termijn van negentig dagen wordt eenmalig met negentig dagen verlengd, indien de hypotheekhouder die het in het tweede lid bedoelde verzoek heeft gedaan een verzoek daartoe bij de minister indient onder gelijktijdige overlegging van: a. een rechterlijke uitspraak waaruit blijkt dat degene op wiens bedrijf het verzoek betrekking heeft de desbetreffende overgang geen doorgang kan laten vinden; of b. artikel 268, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek een schriftelijke verklaring van een notaris, waarin deze stelt dat hij van de hypotheekhouder op grond vande opdracht heeft ontvangen om het desbetreffende registergoed, of in voorkomend geval de desbetreffende registergoederen in het openbaar te verkopen. 4 Na afloop van de overeenkomstig het derde lid verlengde termijn wordt de kennisgeving van de overgang onherroepelijk door de minister in behandeling genomen. 5 In afwijking van het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede tot en met het vierde lid, wordt de kennisgeving van overgang door de minister in behandeling genomen voordat de termijn van 30 dagen, onderscheidenlijk de verlengde termijn is verstreken, zodra hij van elke hypotheekhouder die het bedrijf heeft laten registreren, onderscheidenlijk elke hypotheekhouder die om verlenging van de desbetreffende termijn heeft verzocht, een verklaring heeft ontvangen waaruit blijkt dat tegen in behandeling neming geen bezwaar bestaat. 6 artikel 104, vijfde en zesde lid artikel 106, eerste lid In afwijking van het eerste lid, doet de Minister alvorens hij een kennisgeving van overgang, gedaan op grond van, in behandeling neemt, van deze kennisgeving schriftelijk mededeling aan iedere hypotheekhouder die het bedrijf waarvan het productierecht afkomstig is en dat het later gedurende hetzelfde kalenderjaar terugontvangt, bij de Minister voor de toepassing van deze paragraaf ter registratie heeft aangemeld, indien overeenkomstig, registratie door de Minister daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De Minister neemt de kennisgeving van overgang niet in behandeling gedurende 30 dagen na dagtekening van deze mededeling. De leden 2 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing. 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 artikel 105, eerste of zesde lid De aanmelding ter registratie, bedoeld in, geschiedt bij de minister. 2 Bij de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. het adres waar de hypotheekhouder is gevestigd; b. het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van het bedrijf waarop het verzoek betrekking heeft; en c. het correspondentieadres van het in onderdeel b bedoelde bedrijf. 3 De in het eerste lid bedoelde aanmelding wordt voor akkoord medeondertekend door degene op wiens bedrijf de registratie betrekking heeft. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 27-04-2022
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 artikel 106, eerste lid artikel 260, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Indien de aanmelding, bedoeld in, niet voor akkoord is medeondertekend door degene op wiens bedrijf de aanmelding betrekking heeft, wordt het bedrijf slechts geregistreerd, indien de hypotheekhouder bij het verzoek tevens een uittreksel van het inbedoelde openbare register overlegt, waaruit blijkt op welke registergoederen behorend tot het bedrijf een hypotheekrecht is gevestigd. 2 artikel 105 De minister doet van de registratie, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk mededeling aan degene op wiens bedrijf de registratie betrekking heeft. Indien deze binnen 30 dagen na dagtekening van deze mededeling aan de minister verklaart dat de geregistreerde gegevens niet juist zijn, gelden in plaats vande volgende leden. 3 De minister neemt een kennisgeving van overgang, gedaan door degene op wiens bedrijf de registratie betrekking heeft, niet in behandeling zolang de hypotheekhouder de registratie niet laat doorhalen, doch hoogstens gedurende negentig dagen na dagtekening van de schriftelijke mededeling, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 105, derde lid De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt eenmalig met negentig dagen verlengd indien de hypotheekhouder daartoe binnen de eerstgenoemde termijn een verzoek doet aan de minister, onder gelijktijdige overlegging van een rechterlijke uitspraak of een verklaring van een notaris als bedoeld in. 5 De registratie wordt doorgehaald na afloop van de in het derde, dan wel in voorkomend geval in het vierde lid bedoelde termijn. 6 Ter zake van een bedrijf, waarvan overeenkomstig het vijfde lid de registratie is doorgehaald, wordt door de minister geen nieuw verzoek tot registratie van dezelfde hypotheekhouder in behandeling genomen, tenzij deze voor akkoord is medeondertekend door degene op wiens bedrijf de registratie betrekking heeft. Dit voor akkoord medeondertekende verzoek tot registratie geldt tevens als intrekking van het niet-medeondertekende verzoek tot registratie, indien deze registratie nog niet is doorgehaald. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 Op verzoek van de hypotheekhouder wordt de registratie van het bedrijf voor de toepassing van deze paragraaf door de minister doorgehaald. 2 Indien het recht van hypotheek op grond waarvan de registratie van het bedrijf plaatsvond is tenietgegaan, wordt de registratie van het bedrijf voor de toepassing van deze paragraaf door de minister doorgehaald. 3 De hypotheekhouder doet van het tenietgaan van het recht van hypotheek binnen 30 dagen mededeling aan de minister. 4 Indien de in het tweede lid bedoelde mededeling niet binnen 30 dagen na het tenietgaan van het recht van hypotheek door de minister is ontvangen, kan de minister ten aanzien van de hypotheekhouder besluiten hem of haar voor de duur van ten hoogste twee jaar van de toepassing van deze paragraaf uit te sluiten. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Aan de hypotheekhouder die een bedrijf voor de toepassing van deze paragraaf heeft laten registreren, kunnen ter zake van het bedrijf waarop de registratie betrekking heeft door de minister de volgende gegevens worden verstrekt: a. gegevens over het geregistreerde productierecht; b. gegevens over het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden, of kilogrammen fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft; c. artikel 107, tweede lid de dagtekening van de mededeling, bedoeld in; en d. artikel 107, tweede lid de indiening of het achterwege blijven van de verklaring bedoeld in. 2018 18202 27-03-2018 24-03-2018 WJZ/18029677 2018 18202 27-03-2018 24-03-2018 WJZ/18029677 01-04-2018
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 1 artikel 31, tweede lid, van de wet De kennisgeving, bedoeld in, geschiedt bij de minister. 2 Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. het door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer; en b. indien een gedeelte van het productierecht komt te vervallen, het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden, of kilogrammen fosfaat dat komt te vervallen. 2018 18202 27-03-2018 24-03-2018 WJZ/18029677 2018 18202 27-03-2018 24-03-2018 WJZ/18029677 01-04-2018
Artikel 110a — Artikel 110a#
Artikel 110a In deze paragraaf wordt verstaan onder: bestuurder: natuurlijke persoon van wie aannemelijk is dat hij direct of indirect het beleid van het bedrijf bepaalt of mede bepaalt, met uitzondering van de door de rechter benoemde bewindvoerder; jongvee voor de zoogkoeienhouderij: artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, subonderdeel 2° of 3°, van de wet jongvee als bedoeld indat zoogkoe wordt of dat bestemd is om zoogkoe te worden en geen melk- of kalfkoe wordt en niet bestemd is om melk- of kalfkoe te worden; zoogkoe: koe, niet zijnde melk- of kalfkoe, die tenminste eenmaal heeft gekalfd en wordt gehouden voor de productie van een of meer kalveren voor de vleesveehouderij. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 296 14-07-2022 07-07-2022 15-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Artikel 110b — Artikel 110b#
Artikel 110b 1 artikel 21b, van de wet Een landbouwer is in een kalenderjaar uitgezonderd van het verbod, bedoeld in, voor zover hij op zijn bedrijf dierlijke meststoffen produceert met jongvee voor de zoogkoeienhouderij, indien: a. in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf niet tevens melk- of kalfkoeien of vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij worden gehouden; b. hij ervoor zorgt dat met in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden vrouwelijke runderen nadien geen dierlijke meststoffen worden geproduceerd op een bedrijf dat melk bestemd voor consumptie of verwerking produceert; c. artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet artikel 31, tweede lid, van de wet in het geval de Minister ten aanzien van het bedrijf een fosfaatrecht heeft vastgesteld overeenkomstig, een kennisgeving van het vervallen van dit fosfaatrecht met ingang van het kalenderjaar waarin voor het eerst met het bedrijf gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, is geregistreerd overeenkomstigvoorafgaand aan dat kalenderjaar, en d. hij in het desbetreffende kalenderjaar geen vrouwelijke runderen inschaart van, of uitschaart naar, een landbouwer die niet is uitgezonderd. 2 artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet Het eerste lid, onderdeel c, is van overeenkomstige toepassing op een fosfaatrecht dat de Minister overeenkomstig, heeft vastgesteld ten aanzien van een ander bedrijf waarvan de landbouwer bestuurder is geweest in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarin hij voor het eerst met het bedrijf gebruik maakt van de uitzondering. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een landbouwer die na 8 maart 2018 op zijn bedrijf dierlijke meststoffen met jongvee voor de zoogkoeienhouderij is gaan produceren, indien moet worden aangenomen dat de oprichting van dat bedrijf of het houden van jongvee voor de zoogkoeienhouderij op dat bedrijf, in overwegende mate ten doel heeft de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, te vermijden. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 296 14-07-2022 07-07-2022 15-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Artikel 110c — Artikel 110c#
Artikel 110c 1 Een landbouwer is slechts uitgezonderd indien hij zich daartoe, gelijktijdig met de kennisgeving van het vervallen van het fosfaatrecht, bij de Minister aanmeldt. 2 In afwijking van het eerste lid meldt de landbouwer die geen kennisgeving van het vervallen van een fosfaatrecht doet, zich aan uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij voor het eerst van de uitzondering gebruik wil gaan maken. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 296 14-07-2022 07-07-2022 15-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Artikel 110d — Artikel 110d#
Artikel 110d Indien het bedrijf van een landbouwer die is uitgezonderd in zijn geheel wordt overgedragen aan of samengevoegd met het bedrijf van een andere landbouwer, is de landbouwer van het nieuwe bedrijf in het desbetreffende kalenderjaar uitsluitend uitgezonderd, indien: a. artikel 110b alle bij de totstandkoming van het nieuwe bedrijf betrokken landbouwers voor het desbetreffende kalenderjaar voldoen aan de eisen, genoemd in, en b. artikel 110c in afwijking van, de landbouwer van het nieuwe bedrijf zich daartoe binnen dertig dagen na de start van het nieuwe bedrijf maar in ieder geval gedurende het desbetreffende kalenderjaar, aanmeldt bij de Minister. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 296 14-07-2022 07-07-2022 15-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Artikel 110e — Artikel 110e#
Artikel 110e 1 artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet artikel 31, tweede lid, van de wet Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een fosfaatrecht op grond vanten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van dit fosfaatrecht wordt geregistreerd overeenkomstig. 2 artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet artikel 31, tweede lid, van de wet Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een hoger fosfaatrecht op grond vanten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld dan voor die melding was vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van deze verhoging wordt geregistreerd overeenkomstig. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een fosfaatrecht dat wordt vastgesteld ten aanzien van een ander bedrijf waarvan de landbouwer bestuurder is. 2022 10966 26-04-2022 22-04-2022 WJZ/20255937 2022 296 14-07-2022 07-07-2022 15-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 artikel 104, eerste lid Een kennisgeving van overgang, bedoeld in, wordt eerst geregistreerd nadat de verwerver een bedrag van € 100 aan de minister heeft voldaan. 2 artikel 104, vijfde en zesde lid Een kennisgeving van overgang, bedoeld in, wordt geregistreerd nadat de verwerver die het productierecht later gedurende hetzelfde kalenderjaar teruggeeft, een bedrag van € 100 aan de Minister heeft voldaan. 3 artikel 105, eerste of zesde lid paragraaf 2 Een aanmelding ter registratie, bedoeld in, wordt voor de toepassing vaneerst in behandeling genomen nadat een bedrag van € 35 aan de minister is voldaan. 4 artikel 29, eerste lid, van de wet Indien de minister op grond vanniet tot registratie overgaat, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan de betaler gerestitueerd. 5 Het bedrag, bedoeld in het derde lid, geldt per verzoek per bedrijf. 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 111a — Artikel 111a#
Artikel 111a 1 Artikel 26, zevende lid, van de Meststoffenwet is van toepassing indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de mestbehandeling of mestvergisting geschiedt in een installatie die overeenkomstig artikel 23, eerste lid, of 24, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1069/2009 geregistreerd respectievelijk erkend is; b. artikel 3.226 van het Besluit activiteiten leefomgeving afgegeven er is een omgevingsvergunning voor het behandelen van dierlijke meststoffen of het vergisten van plantaardig materiaal, bedoeld in; c. de mestbehandeling of mestvergisting van de dierlijke meststoffen geschiedt in een installatie op een naar het oordeel van de minister adequate wijze; d. de installatie waarin de dierlijke meststoffen worden behandeld of vergist, heeft naar het oordeel van de minister voldoende capaciteit om de met de overgang of verplaatsing gemoeide hoeveelheid dierlijke meststoffen te behandelen, onderscheidenlijk te vergisten; e. de hoeveelheid in een kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen, in verband met de overgang of verplaatsing, wordt uiterlijk in het daarop volgende kalenderjaar in de installatie behandeld of vergist en uiterlijk in het daarop volgende kalenderjaar worden de eindproducten die bij de mestbehandeling of de mestvergisting ontstaan, afgezet; f. de geproduceerde hoeveelheid dierlijke mestststoffen, in verband met de overgang of verplaatsing, wordt behandeld door middel van mestbehandeling of mestvergisting in een mestbehandelingsinstallatie of mestvergistingsinstallatie die behoort tot het bedrijf waarnaar het productierecht, of gedeelte daarvan, zal overgaan, of waarbinnen de varkens-, kippen- of kalkoenhouderij zal worden verplaatst; g. de eindproducten die bij de mestbehandeling of mestvergisting ontstaan, worden niet binnen de markt voor dierlijke mest afgezet; h. indien de mestbehandeling of de vergisting van de dierlijke meststoffen niet op een adequate wijze kan geschieden als gevolg van een storing van de installatie, doet de landbouwer hiervan binnen drie dagen melding aan de minister, en i. artikel 104 wijzigingen in de ingevolgeverstrekte gegevens worden uiterlijk 30 dagen na de datum van de wijziging, onder vermelding van het door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer, gemeld aan de minister. 2 artikel 26, zevende lid, van de Meststoffenwet Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, wordt van het op dat bedrijf rustende varkensrecht onderscheidenlijk pluimveerecht dat deel buiten beschouwing gelaten dat volgensis overgegaan van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen buiten dat concentratiegebied naar een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het concentratiegebied. 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 2023 35183 21-12-2023 14-12-2023 WJZ/43375439 01-01-2024 Abusievelijk is voor het eerste lid, onderdeel b, een wijziging
geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 111b — Artikel 111b#
Artikel 111b artikel 26, zevende lid, van de wet Een productierecht, of een gedeelte daarvan, dat is overgegaan ingevolge het bepaalde inkan niet overgaan naar een ander bedrijf binnen het concentratiegebied. 2011 23584 29-12-2011 20-12-2011 23608 2011 23584 29-12-2011 20-12-2011 23608 01-01-2012
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 artikelen 19, eerste lid 20, eerste lid van de wet De minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de, en. 2 De minister kan een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken indien een houder van een ontheffing niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf. 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 2014 36600 17-12-2014 14-12-2014 WJZ/14168053 01-01-2015 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 1 Het aantal varkenseenheden waarvoor ontheffing kan worden verleend bedraagt 121.622. 2 Het aantal pluimvee-eenheden waarvoor ontheffing kan worden verleend bedraagt 1.200.000. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 Een aanvraag voor ontheffing kan worden ingediend in de periode van 5 januari 2015, 9:00 uur, tot 30 januari 2015, 17:00 uur. 2 Een aanvraag kan worden ingediend voor: a. ontheffing waarbij de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft worden gehouden in een integraal duurzame stal, of b. ontheffing waarbij de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft niet in een integraal duurzame stal worden gehouden. 3 Per bedrijf waarop een productierecht rust, kan maximaal één aanvraag voor een ontheffing voor varkenseenheden en maximaal één aanvraag voor een ontheffing voor pluimvee-eenheden worden ingediend. 4 Een aanvraag die niet compleet is moet uiterlijk op 13 februari 2015 compleet zijn. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Een aanvraag voor ontheffing wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2 artikel 114, tweede lid, onderdeel a artikel 117, tweede lid, onderdeel c Indien een aanvraag als bedoeld in, wordt ingediend en de aanvrager met een stalcertificaat als bedoeld in, wil aantonen dat de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft in een integraal duurzame stal worden gehouden, gaat de aanvraag vergezeld van een kopie van dat stalcertificaat. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 artikel 114, tweede lid, onderdeel a De minister verdeelt het aantal beschikbare varkenseenheden in de volgorde van rangschikking, waarbij de aanvragen, bedoeld in, hoger worden gerangschikt dan de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel b. 2 artikel 113, eerste lid Indien er meer aanvragen voor varkenseenheden worden ingediend dan het aantal, genoemd in, verdeelt de minister het aantal beschikbare varkenseenheden door middel van loting tussen de aanvragen die op grond van de rangschikking voor verdeling in aanmerking komen. 3 artikel 114, tweede lid, onderdeel a De minister verdeelt het aantal beschikbare pluimvee-eenheden in de volgorde van rangschikking, waarbij de aanvragen, bedoeld in, hoger worden gerangschikt dan de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel b. 4 artikel 113, tweede lid Indien er meer aanvragen voor pluimvee-eenheden worden ingediend dan het aantal, genoemd in, verdeelt de minister het aantal beschikbare pluimvee-eenheden door middel van loting tussen de aanvragen die op grond van de rangschikking voor verdeling in aanmerking komen. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 artikel 114, tweede lid, onderdeel a De aanvrager die een aanvraag als bedoeld in, heeft ingediend, houdt de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft in een integraal duurzame stal. 2 De aanvrager kan aantonen dat hij beschikt over een integraal duurzame stal indien hij beschikt over: a. artikel 29 van de Regeling GLB-inkomstensteun 2006 een beschikking tot subsidievaststelling op grond van, b. artikel 2.37, eerste lid, van de Regeling LNV-subsidies bijlage 2, hoofdstuk 4, bij de Regeling LNV-subsidies een beschikking tot subsidievaststelling op grond vanjuncto, die hoger is dan € 0,00, of c. een stal ontwerp certificaat of een definitief stalcertificaat Maatlat Duurzame Veehouderij afgegeven door de Stichting Milieukeur. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet De houder van een ontheffing laat 100% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstigverwerken. 2 artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet Indien de ontheffing niet op 1 januari wordt verleend, laat de houder van de ontheffing 100% van de hoeveelheid meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstigverwerken die evenredig is met de periode van dat jaar waarvoor de ontheffing is verleend. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 De minister verleent ontheffing voor 50% van de uitbreiding met een maximum van 2.500 varkenseenheden of 20.000 pluimvee-eenheden per ontheffing. 2 Een landbouwer verwerft de overige varkenseenheden of pluimvee-eenheden die vereist zijn voor de uitbreiding uiterlijk op 31 december 2015. 3 Een landbouwer heeft de uitbreiding niet voor 28 september 2011 gerealiseerd en realiseert de uitbreiding uiterlijk 31 december 2015. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Indien het gehele bedrijf ongewijzigd wordt voortgezet door een andere landbouwer gaan de rechten en voorschriften verbonden aan de ontheffing op hem over indien partijen zulks ter zake van de registratie van de overgang van het op dat bedrijf rustende productierecht aan de minister hebben gemeld. De ontheffing is in andere gevallen niet overdraagbaar. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015
Artikel 120a — Artikel 120a#
Artikel 120a De ontheffing wordt verleend tot en met 31 december 2017. 2014 37693 24-12-2014 22-12-2014 WJZ/14205585 2014 37693 24-12-2014 22-12-2014 WJZ/14205585 01-01-2015 Voorheen art. 121.
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 artikel 112 Op ontheffingen die op grond vanvan de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zijn verleend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, blijft paragraaf 5 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, zoals deze luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling van toepassing. 2 artikel 112 artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet De landbouwer aan wie ontheffing op grond vanvan de Uitvoeringsregeling Meststoffen wet is verleend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, voldoet tevens aan de voorwaarden van paragraaf 5 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet indien hij 100% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstiglaat verwerken. 3 artikel 119 In afwijking vanvan de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling, vervallen de ontheffingen, bedoeld in het eerste lid, op 1 januari 2018. 2014 37693 24-12-2014 22-12-2014 WJZ/14205585 2014 37693 24-12-2014 22-12-2014 WJZ/14205585 01-01-2015 Voorheen art. 121a. 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 2014 36002 16-12-2014 11-12-2014 WJZ/14129109 01-01-2015 Door Stcrt. 2014/37693 vernummerd tot art. 120a.
Artikel 121Aa — Artikel 121Aa#
Artikel 121Aa Vervallen 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 121Ab — Artikel 121Ab#
Artikel 121Ab Vervallen 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 121Ac — Artikel 121Ac#
Artikel 121Ac Vervallen 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 2024 41308 18-12-2024 16-12-2024 WJZ/89161537 01-01-2025
Artikel 121a — Artikel 121a#
Artikel 121a 1 Het controleprogramma, bedoeld in artikel 5, zesde lid, van richtlijn 91/676/EEG beoordeelt de doeltreffendheid van het opgestelde actieprogramma, bedoeld in artikel 5 van richtlijn 91/676/EEG, door: a. op landbouwbedrijven de nitraat-, stikstof- en fosfaatconcentratie in het grondwater en slootwater te meten, en b. de invloed van het landbouwmanagement op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, waaronder het slootwater, te monitoren. 2 Bij de beoordeling van het actieprogramma worden de nitraatconcentratie van grondwater op diepten van 5 tot 15 meter onder het grondoppervlak en de nitraat-, stikstof- en fosforconcentratie en de mate van eutrofiëring van oppervlaktewater, anders dan slootwater, meegewogen. 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 25-02-2014 01-01-2014
Artikel 121b — Artikel 121b#
Artikel 121b Het controleprogramma onderscheidt ten minste: a. de veenregio, de kleiregio, de zandregio en de lössregio, waarvan de indeling gebaseerd is op de meest in die regio voorkomende grondsoort; b. de bedrijfstypen melkveehouderij, akkerbouw en overige bedrijven. 2013 35070 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13209552 2013 35070 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13209552 01-01-2014
Artikel 121c — Artikel 121c#
Artikel 121c 1 De nitraat-, stikstof- en fosfaatconcentratie in het grondwater wordt gemeten door op landbouwbedrijven monsters te nemen van: a. de bovenste meter van het grondwater, indien het grondwater zich op minder dan 5 meter onder het maaiveld bevindt; b. het bodemvocht dat zich in de onverzadigde zone onder de wortelzone tussen 1,5 en 3 meter onder het maaiveld bevindt, indien het grondwater zich dieper dan 5 meter onder het maaiveld bevindt; of c. het overtollige drainagewater dat uitspoelt uit de wortelzone, indien het drainagewater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater via drainagebuizen of greppels. 2 De resultaten van de metingen kunnen worden gecorrigeerd voor de invloed van omgevingsfactoren, zoals neerslagoverschot en veranderingen van de grondwaterstand, en veranderingen in de steekproef, zoals verandering in het aantal bedrijven, bedrijfstypen en grondsoort. 2013 35070 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13209552 2013 35070 20-12-2013 19-12-2013 WJZ/13209552 01-01-2014
Artikel 121d — Artikel 121d#
Artikel 121d De resultaten van het controleprogramma worden opgenomen in het verslag, bedoeld in artikel 10 van richtlijn 91/676/EEG, dat de Europese Commissie vierjaarlijks ontvangt. 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 2014 4687 24-02-2014 21-02-2014 WJZ/14020964 25-02-2014 01-01-2014
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 1 artikel 26, eerste lid, van het besluit artikelen 25, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid 25a, vierde lid 25b, tweede lid 33a, vierde lid 33b, tweede lid 35a, derde, vierde en vijfde lid 37, eerste, tweede en vierde lid 41 42 45, eerste, tweede en achtste lid 48 48a 50, eerste, tweede, derde en vijfde lid 52 62, zevende lid 63, zesde lid 64, zesde lid 66, zesde lid 67, zesde lid 68, zevende lid 69, vijftiende lid 69c, zesde lid 79a 103b, tweede lid 104, eerste, vijfde en zesde lid 105, eerste en zesde lid 110, eerste lid 110c 110d 110e 114 115 119, tweede lid De in, en de in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, bedoelde meldingen, verklaringen, verstrekking van gegevens, kennisgevingen, aanmeldingen ter registratie, aanvragen tot vergunning dan wel een verzoek tot intrekking van de vergunning, verzoeken tot wijziging van een tenaamstelling en aanvragen tot ontheffing geschieden door indiening bij de minister van het ingevulde en ondertekende daartoe door de minister ter beschikking gestelde middel. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde handelingen op elektronische wijze geschieden, wordt gebruik gemaakt van het door de minister daartoe ter beschikking gestelde elektronische portaal. 3 artikel 33b, vijfde lid, van de wet artikelen 81, eerste lid 92b, vierde en vijfde lid artikelen 48, vijfde lid 52 artikel 28d, vijfde en zesde lid artikelen 28a, tweede lid, onderdeel b 28c, tweede lid, onderdeel d 35f, tweede lid artikel 69y, eerste lid De inbedoelde elektronische verstrekking van gegevens, de in de, en, bedoelde elektronische verzending van gegevens, de in de, enbedoelde elektronische mededelingen en verstrekkingen van gegevens, de in, bedoelde elektronische meldingen, de in de,, en, bedoelde elektronische aanmelding en de in, bedoelde elektronische indiening van gegevens geschieden met gebruikmaking van het door de minister daartoe ter beschikking gestelde elektronische portaal. 4 artikel 123 De elektronische verzending wordt door de vervoerder ondertekend door middel van een persoonlijke gebruikerscode, die overeenkomstigdoor de minister op naam van de desbetreffende vervoerder is geregistreerd. 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 2025 13810 18-04-2025 15-04-2025 WJZ/98184052 19-04-2025 01-01-2025
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 1 artikel 122, derde lid De aanvraag tot registratie van een persoonlijke gebruikerscode als bedoeld in, geschiedt bij de minister. 2 De minister zendt de aanvrager een bevestiging van de registratie. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 Degene die ingevolge deze regeling gegevens in de administratie moet opnemen of uit de administratie moet verstrekken, doet dit volledig en naar waarheid. 2 Het opnemen in of verstrekken uit de administratie van de in het eerste lid bedoelde gegevens geschiedt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald, onverwijld nadat de gegevens bekend zijn bij degene die ze ingevolge deze regeling moet opnemen in of verstrekken uit de administratie. 3 artikelen 32 39 44 van het besluit De in het eerste lid bedoelde gegevens worden niet gewijzigd in de administratie en worden bewaard als onderdeel van de administratie, bedoeld in de,of. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 124a — Artikel 124a#
Artikel 124a artikelen 78e 80c Voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag, bedoeld in deen, voldoet de aanvrager een bedrag van € 1.312,-. 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 2016 69127 22-12-2016 17-12-2016 WJZ/16096635 01-02-2017
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 artikelen 17, tweede lid 18, tweede lid 19, tweede lid 20, tweede lid 21, derde lid 22, tweede lid 27, eerste lid 33, eerste lid 81, derde lid 92a, vijfde lid 99, derde lid 103a, eerste lid Met een laboratorium als bedoeld in de,,,,,,,,,,, enwordt gelijk gesteld een vergelijkbare instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel in een andere staat die partij is bij een daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een verklaring verstrekt op basis van onderzoekingen die voldoen aan een kwaliteitsborgingniveau dat tenminste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 520 30-12-2019 18-12-2019 35233 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Meststoffenwet (implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn)
(Stb. 2019/520) in werking treedt.
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 1 artikel 7 van de wet artikel 4.791 4.791h van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op bedrijven die onder het toepassingsbereik vanofvallen. 2 Op het bedrijf, of deel van het bedrijf, bedoeld in het eerste lid, wordt ten hoogste 170 kilogram stikstof in de vorm van dierlijke meststoffen op of in de bodem gebracht. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 artikelen 33 33a 33b 43 44 92a, derde lid 126, tweede lid De voldoening aan de voorwaarden, bedoeld in de,,,,,, en, wordt desgevraagd ten genoegen van de minister gestaafd met bewijsstukken. 2019 70977 30-12-2019 19-12-2019 WJZ/19085872 70977 30-12-2019 2019 520 30-12-2019 18-12-2019 35233 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Meststoffenwet (implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn)
(Stb. 2019/520) in werking treedt.
Artikel 127a — Artikel 127a#
Artikel 127a artikel 23, vierde tot en met zesde lid, van de wet De melding, bedoeld in, kan tot 1 april 2018 worden ingediend. 2017 69891 28-12-2017 15-12-2017 WJZ/17177092 2017 69891 28-12-2017 15-12-2017 WJZ/17177092 01-01-2018
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 artikel 70a, derde lid, van het besluit Een bedrijf dat voor 1 februari 2016 conformeen verzoek heeft ingediend, is voor het kalenderjaar 2016 vrijgesteld van artikel 70a, eerste lid, van het besluit. 2016 49034 15-09-2016 12-09-2016 WJZ/16097278 2016 49034 15-09-2016 12-09-2016 WJZ/16097278 16-09-2016
Artikel 128a — Artikel 128a#
Artikel 128a 1 artikel 21, eerste lid, van de wet Vanwordt in zoverre vrijstelling verleend dat in enig kalenderjaar op verzoek van de landbouwer bij de bepaling van het melkveefosfaatoverschot van dat jaar, de productie van dierlijke meststoffen door melkvee op het bedrijf in kilogrammen fosfaat wordt verminderd met: 1°. de fosfaatruimte, 2°. het aantal kilogrammen fosfaat, genoemd in de melkveefosfaatreferentie van dat bedrijf, 3°. artikel 21, elfde lid het aantal kilogrammen fosfaat, genoemd in overeenkomsten als bedoeld inen 4°. artikel 8, onderdeel c de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in een kalenderjaar ingevolge, aantoonbaar op landbouwgrond had mogen worden gebracht, als de realisatie van een natuurgebied of de aanleg van of onderhoud van publieke infrastructuur dit niet tijdelijk had belet. 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het betreffende kalenderjaar voor 16 mei ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 2023 13858 12-05-2023 11-05-2023 WJZ/27041369 01-01-2024
Artikel 128b — Artikel 128b#
Artikel 128b Vervallen 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 01-06-2023
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 Meststoffenwet Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dezijn belast de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 2020 20764 15-04-2020 14-04-2020 WJZ/20067099 2020 20764 15-04-2020 14-04-2020 WJZ/20067099 16-04-2020
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 artikel 51 van de Meststoffenwet bijlage M De hoogte van de bestuurlijke boete die overeenkomstigkan worden opgelegd, wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat invoor de desbetreffende overtreding is vermeld. 2010 17093 18-11-2010 29-10-2010 159557 2010 17093 18-11-2010 29-10-2010 159557 01-01-2011
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 Meststoffenwet Omgevingswet Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden op grond van deen devoor zover het om het voorkomen of beperken van verontreiniging van de bodem gaat baseert de Minister zich op de gegevens van de basiskaart Agrarisch Areaal Nederland voor de grenzen van percelen landbouwgrond. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 De volgende regelingen worden ingetrokken: Vrijstellingsregeling mestbe- en verwerking Meststoffenwet a. de; Vaststellingsregeling aanvraagformulieren Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet b. de; Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet c. de; Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet d. de; Regeling vrijstelling van de heffingen Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentra e. de; Vrijstellingsregeling gestarte en uitgebreide bedrijven Meststoffenwet f. de; Vaststellingsregeling formulier grondgebruikersverklaring g. de; Vaststellingsregeling formulier vrijstelling gestarte en uitgebreide bedrijven h. de; Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 i. de; Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht Bureau Heffingen j. de; k. de Vrijstellingsregeling gebruik dierlijke meststoffen 2005; en regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 17 december 1986, nr. J9110, houdende aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren Meststoffenwet l. de(Stcrt. 246). 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 artikel 5 van de Regeling leges en blokkade Wet herstructurering varkenshouderij artikel 3 van de Regeling leges en blokkade pluimveerechten artikel 106, eerste lid artikel 105 Indien een hypotheekhouder een bedrijf voor 1 januari 2006 heeft aangemeld overeenkomstigof, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2005, wordt dit bedrijf in afwijking van, voor de toepassing van, zonder voorafgaand verzoek daartoe geregistreerd bij de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 133a — Artikel 133a#
Artikel 133a artikelen 40 42 43 45 tot en met 48a 50 53 tot en met 69a 75f 76 tot en met 78a 78h 78i 78u 80 tot en met 91b 122 Bijlage E Bijlage Ea Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage M De,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, blijven van toepassing op het vervoer van dierlijke meststoffen dat is aangevangen voor dat tijdstip. 2022 30962 21-11-2022 11-11-2022 WJZ/22254646 2022 464 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 artikelen 28a, tweede lid, onderdeel b 32, tweede lid 103b, tweede lid 128a, tweede lid artikelen 1, eerste lid artikel 3 van de Algemene termijnenwet Op de termijnen in de,,, en, zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 2026 10275 18-03-2026 15-03-2026 WJZ/103787525 2026 10275 18-03-2026 15-03-2026 WJZ/103787525 19-03-2026
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 artikel 134 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van, dat in werking treedt met ingang van 1 december 2005. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 2005 226 21-11-2005 04-11-2005 TRCJZ/2005/3295 01-01-2006
Artikel 3#
3
Artikel 28#
28
Artikel 29#
29
Artikel 30#
30 tot en met 33
Artikel 34#
34
Artikel 35#
35
Artikel 36#
36
Artikel 37#
37
Artikel 38#
38
Artikel 40#
40
Artikel 39#
39
Artikel 41#
41
Artikel 42#
42
Artikel 43#
43
Artikel 44#
44
Artikel 45#
45
Artikel 46#
46
Artikel 51#
51
Artikel 47#
47
Artikel 49#
49
Artikel 48#
48
Artikel 50#
50
Artikel 52#
52
Artikel 53#
53
Artikel 54#
54
Artikel 55#
55
Artikel 56#
56
Artikel 57#
57
Artikel 59#
59
Artikel 58#
58
Artikel 60#
60
Artikel 61#
61 tot en met 63
Artikel 66#
66
Artikel 64#
64, eerste tot en met derde lid
Artikel 65#
65
Artikel 67#
67
Artikel 68#
68
Artikel 69#
69
Artikel 70#
70
Artikel 71#
71
Artikel 72#
72
Artikel 73#
73
Artikel 74#
74, eerste lid
Artikel 83#
83
Artikel 92#
92
Artikel 93#
93, eerste en tweede lid
Artikel 94#
94
Artikel 95#
95
Artikel 80#
80
Artikel 125#
125
Artikel 75#
75
Artikel 82#
82, derde lid
Artikel 126#
126
Artikel 76#
76
Artikel 77#
77
Artikel 98#
98
Artikel 78#
78
Artikel 79#
79
Artikel 81#
81
Artikel 84#
84 tot en met 91
Artikel 96#
96
Artikel 102#
102
Artikel 103#
103
Artikel 100#
100
Artikel 101#
101, eerste lid
Artikel 99#
99
Artikel 101#
101, tweede lid
Artikel 104#
104
Artikel 105#
105 t/m 109
Artikel 110#
110
Artikel 111#
111
Artikel 122#
122
Artikel 123#
123
Artikel 127#
127
Artikel 124#
124
Artikel 128#
128
Artikel 129#
129
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 9#
9
Artikel 17#
artikelen 17 tot en met 22
Artikel 24#
artikel 24, derde lid, onderdeel b
Artikel 25#
artikel 25
Artikel 25a#
artikel 25a, zesde lid
Artikel 25a#
artikel 25a, zesde lid
Artikel 28#
artikelen 28 tot en met 28d
Artikel 29#
artikel 29
Artikel 33#
artikel 33
Artikel 36#
artikelen 36
Artikel 36#
38
Artikel 42#
42
Artikel 43#
43
Artikel 73#
73
Artikel 96#
96
Artikel 43#
artikel 43
Artikel 36#
artikel 36
Artikel 43#
artikelen 43
Artikel 73#
73
Artikel 73#
artikel 73
Artikel 96#
artikel 96
Artikel 36#
artikelen 36
Artikel 43#
43
Artikel 73#
73
Artikel 74a#
74a
Artikel 96#
96
Artikel 43#
artikel 43
Artikel 102#
artikel 102
Artikel 103#
artikel 103
Artikel 53#
artikelen 53
Artikel 78#
78
Artikel 79#
79
Artikel 78d#
artikelen 78d
Artikel 78i#
78i
Artikel 78q#
78q
Artikel 78u#
78u
Artikel 78h#
artikelen 78h
Artikel 78i#
78i, tweede lid
Artikel 78c#
artikel 78c
Artikel 78l#
artikel 78l
Artikel 1#
artikelen 1
Artikel 54#
54
Artikel 69w#
artikelen 69w
Artikel 69x#
69x
Artikel 80b#
artikel 80b
Artikel 81#
81, derde en zesde lid
Artikel 78h#
artikel 78h
Artikel 78i#
artikel 78 i, tweede lid
Artikel 54#
artikelen 54
Artikel 62#
62
Artikel 63#
63
Artikel 64#
64
Artikel 64#
66
Artikel 67#
67
Artikel 68#
68
Artikel 69#
69
Artikel 69c#
69c
Artikel 69#
artikel 69
Artikel 81#
81
Artikel 54#
artikel 54
Artikel 92b#
artikel 92b
Artikel 97#
artikelen 97
Artikel 100#
100
Artikel 101#
101
Artikel 98#
artikel 98
Artikel 98#
artikel 98
Artikel 27b#
artikelen 27b
Artikel 103a#
103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Artikel 103a#
artikel 103a
Artikel 130#
artikel 130
Artikel 72f#
Art. 72f
Artikel 3#
Art. 3
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 41#
Art. 41
Artikel 37#
Art. 37 lid 1 t/m 4
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 37a#
Art. 37a
Artikel 38#
art. 38
Artikel 39#
art. 39
Artikel 40#
Art. 40
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 42#
Art. 42
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 72f#
Art. 72f
Artikel 45#
Art. 45 lid 1 t/m 6
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 45#
Art. 45 lid 1 t/m 6
Artikel 48a#
art. 48a
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 2#
Art. 2
Artikel 45a#
art. 45a
Artikel 46#
46
Artikel 47#
art. 47
Artikel 94#
art. 94 lid 3
Artikel 95#
art. 95 lid 3
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 48a#
Art. 48
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 49#
Art. 49 lid 1
Artikel 124#
art. 124 lid 1 en 2
Artikel 49#
Art. 49 lid 2
Artikel 124#
art. 124 lid 2
Artikel 50#
Art. 50 lid 1 t/m 4
Artikel 50a#
Art. 50a
Artikel 51#
art. 51
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 51#
Art. 51
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 52#
Art. 52
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 124#
Art. 124 lid 1
Artikel 53#
art. 53 lid 1 en lid 2
Artikel 78#
art. 78
Artikel 79#
art. 79
Artikel 53#
Art. 53 lid 1 en lid 2
Artikel 53#
Art. 53 lid 1
Artikel 53#
Art. 53 lid 3
Artikel 53#
Art. 53 lid 4
Artikel 54#
Art. 54 lid 1, 3, 4 en 5
Artikel 69l#
art. 69l lid 2
Artikel 54#
Art. 54 lid 7 t/m 9
Artikel 54#
Art. 54
Artikel 55#
art. 55
Artikel 56#
Art. 56
Artikel 59#
Art. 59 lid 4
Artikel 62#
art. 62 lid 5
Artikel 63#
art. 63 lid 4
Artikel 64#
art. 64 lid 4
Artikel 66#
art. 66 lid 4
Artikel 67#
art. 67 lid 4
Artikel 68#
art. 68 lid 5
Artikel 69#
art. 69 lid 12
Artikel 69c#
art. 69c lid 4
Artikel 69d#
art. 69d, lid 4
Artikel 69e#
art 69e lid 7
Artikel 69l#
art. 69l lid 5
Artikel 60#
Art. 60
Artikel 61#
Art 61 lid 1
Artikel 56#
Art. 56
Artikel 60#
art. 60
Artikel 69n#
Art. 69n
Artikel 69m#
artikel 69m, eerste lid
Artikel 69o#
artikel 69o
Artikel 69p#
Art. 69p
Artikel 69t#
Art. 69t
Artikel 69r#
artikel 69r, eerste lid
Artikel 69r#
artikel 69r, eerste lid
Artikel 69u#
Art. 69u
Artikel 62#
artikelen 62, zesde lid
Artikel 63#
63, vijfde lid
Artikel 64#
64, vijfde lid
Artikel 66#
66, vijfde lid
Artikel 67#
67, vijfde lid
Artikel 68#
68, zesde lid
Artikel 69#
69, veertiende lid
Artikel 69c#
69c, vijfde lid
Artikel 69d#
69d, vijfde lid
Artikel 69x#
Art. 69x
Artikel 69w#
Art. 69w
Artikel 69y#
Art. 69y lid 1
Artikel 69y#
Art. 69y lid 2
Artikel 57#
Art. 57 lid 1
Artikel 57#
Art. 57 lid 2
Artikel 57#
Art. 57 lid 3
Artikel 58#
Art. 58 lid 1
Artikel 78#
art. 78
Artikel 58#
Art. 58 lid 2
Artikel 78b#
art. 78h
Artikel 58#
Art. 58 lid 3
Artikel 78i#
art. 78i
Artikel 59#
Art. 59 lid 1
Artikel 77#
art. 77 lid 1 en lid 2
Artikel 59#
Art. 59 lid 2
Artikel 59#
Art. 59 lid 3
Artikel 62#
Art. 62 lid 1
Artikel 63#
art. 63 lid 1, art
Artikel 64#
64 lid 1
Artikel 66#
art. 66 lid 1
Artikel 67#
art. 67 lid 1
Artikel 68#
art. 68 lid 1 en lid 2
Artikel 69c#
art. 69c lid 1
Artikel 69#
art. 69 lid 1 t/m 7
Artikel 76#
art. 76 lid 1
Artikel 62#
Art. 62 lid 4
Artikel 63#
art. 63 lid 3
Artikel 64#
art. 64 lid 3
Artikel 66#
art. 66 lid 3
Artikel 67#
art. 67 lid 3
Artikel 68#
art. 68 lid 4
Artikel 69#
art. 69 lid 11
Artikel 69a#
art. 69a lid 4
Artikel 69c#
art. 69c lid 3
Artikel 69l#
art. 69l lid 4
Artikel 62#
Art. 62 lid 7
Artikel 63#
art. 63 lid 6
Artikel 64#
art. 64 lid 6
Artikel 66#
art. 66 lid 6
Artikel 67#
art. 67 lid 6
Artikel 68#
art. 68 lid 7
Artikel 69#
art. 69 lid 15
Artikel 69c#
art. 69c lid 6
Artikel 69#
Art. 69 lid 16
Artikel 69#
Art. 69a lid 1
Artikel 69b#
69b
Artikel 69b#
Art. 69b, lid 3
Artikel 80#
art. 80 lid 1
Artikel 80#
art 80 lid 2
Artikel 80#
art. 80 lid 4
Artikel 124#
art 124 lid 1
Artikel 69d#
Art 69d lid 6
Artikel 69e#
Art 69e lid 3 en lid 5
Artikel 69e#
Art. 69e lid 4 en lid 6
Artikel 69g#
Art. 69g
Artikel 77#
Art. 77 lid 3 en lid 4
Artikel 78l#
Art. 78l lid 1
Artikel 78l#
Art. 78l lid 2 en lid 6
Artikel 78l#
Art. 78l lid 4 en lid 5
Artikel 78u#
Art. 78u
Artikel 79#
Art. 79 lid 2 en lid 3
Artikel 79a#
Art. 79a
Artikel 80#
Art. 80 lid 1, lid 2 en lid 4
Artikel 81#
art. 81 lid 3
Artikel 124#
art 124 lid 1
Artikel 125#
art. 125
Artikel 80#
Art. 80 lid 3, lid 5 en lid 6
Artikel 80#
Art. 80 lid 3 en lid 5
Artikel 69d#
art. 69d lid 7
Artikel 69e#
art. 69e lid 11
Artikel 81#
Art. 81 lid 1
Artikel 81#
Art. 81 lid 2
Artikel 81#
Art. 81 lid 3
Artikel 125#
art. 125
Artikel 81#
Art. 81 lid 7
Artikel 92#
Art. 92 lid 1
Artikel 92#
Art. 92 lid 2
Artikel 92a#
artikelen 92a
Artikel 92b#
92b
Artikel 92a#
Art. 92a lid 1
Artikel 92a#
Art. 92a lid 2
Artikel 92a#
Art. 92a lid 4
Artikel 92a#
Art. 92a lid 5
Artikel 92b#
Art. 92b lid 1
Artikel 92b#
Art. 92b lid 2
Artikel 92b#
Art. 92b lid 3
Artikel 92b#
Art. 92b lid 4 en lid 5
Artikel 92b#
Art. 92b lid 6
Artikel 93#
Art. 93 lid 1
Artikel 93#
Art. 93 lid 2
Artikel 94#
Art. 94 lid 1 en lid 4
Artikel 94#
Art. 94 lid 2 en lid 4
Artikel 95#
Art. 95 lid 1 en 5
Artikel 95#
Art. 95 lid 2 en 5
Artikel 95#
Art. 95 lid 4 en 5
Artikel 2#
Art. 2
Artikel 97#
art. 97 lid 1
Artikel 100#
art. 100
Artikel 2#
Art. 2
Artikel 97#
art. 97 lid 2
Artikel 101#
art. 101
Artikel 98#
Art. 98 lid 1 en 2
Artikel 98#
Art. 98 lid 3 en 4
Artikel 125#
art. 125
Artikel 98#
Art. 98 lid 3 en 4
Artikel 98#
Art. 98 lid 6
Artikel 98#
Art. 98 lid 6
Artikel 124#
art. 124 lid 1
Artikel 99#
Art. 99
Artikel 122#
Art. 122 lid 1
Artikel 122#
Art. 122 lid 2 en 3
Artikel 122#
Art. 122 lid 4
Artikel 124#
Art. 124 lid 2
Artikel 124#
Art. 124 lid 3
Artikel 124#
Art. 124 lid 3