Besluit van de Minister van Justitie van 26 juni 2006, nr. 5425302/506/CBK, houdende aanwijzing tot het gebruik van handboeien en wapenstok door de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de HTM (Besluit toekenning politiebevoegdheden en geweldsmiddelen HTM 2006)
- BWB-id
- BWBR0020003
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2008-09-01 t/m 2010-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020003
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/besluit-toekenning-politiebevoegdheden-en-geweldsmiddelen-ht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/besluit-toekenning-politiebevoegdheden-en-geweldsmiddelen-ht/2008-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020003&g=2008-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020003&z=2026-06-06&g=2008-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020003/2008-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/besluit-toekenning-politiebevoegdheden-en-geweldsmiddelen-ht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. HTM: HTM Personenvervoer NV; b. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij de HTM; c. FOT: het Flexibel Ondersteuningsteam van de HTM; 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, onder b artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in, is bevoegd bij de opsporing van de ingenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2 artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Maximaal 25 buitengewoon opsporingsambtenaren, te werk gesteld bij het FOT zijn bevoegd bij de opsporing van de ingenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij het FOT kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met: a. handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type; b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt eerst uitgerust met handboeien en de wapenstok nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien en de wapenstok. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De directeur van de HTM stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op: a. artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Een instructie, gebaseerd op, waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het aanleggen van handboeien en het gebruik van de wapenstok is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die is uitgerust met handboeien en de wapenstok ter hand te worden gesteld. b. artikelen 17 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Een procedure, gebaseerd op deen, voor de melding van het gebruik van handboeien en de wapenstok. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De directeur van de HTM verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstigalle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen met betrekking tot het gebruik van de geweldsmiddelen. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 7 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 De directeur van de HTM gaat in het, op basis van, jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij dit bedrijf aan de Minister van Justitie uit te brengen verslag tevens in op de doeltreffendheid en de effecten van het gebruik van geweld, de veiligheidsfouillering, het gebruik van de handboeien en het gebruik van de wapenstok. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 september 2010. 2008 163 25-08-2008 18-08-2008 5553799/Justis/08 2008 163 25-08-2008 18-08-2008 5553799/Justis/08 01-09-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toekenning politiebevoegdheden en geweldsmiddelen HTM 2006. 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 2006 126 03-07-2006 26-06-2006 5425302/506/CBK 05-07-2006