Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 december 2005, nr. TRCJZ/2005/3667, Directie Juridische Zaken, houdende verlening van mandaat en machtiging aan ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit (Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit)
- BWB-id
- BWBR0019265
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2011-03-04 t/m 2011-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019265
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/mandaatbesluit-lnv-voedsel-en-waren-autoriteit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/mandaatbesluit-lnv-voedsel-en-waren-autoriteit/2011-03-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019265&g=2011-03-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019265&z=2026-06-06&g=2011-03-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019265/2011-03-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/mandaatbesluit-lnv-voedsel-en-waren-autoriteit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld inaan ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit; b. de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit, voor zover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend; c. de beantwoording van aan de minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van zijn dienst betreffende voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens deze door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend. 2 De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning tot bedragen van ten hoogste € 50.000,–. 3 De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur bedrijfsvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. vervallen; b. vervallen; c. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ontheffingen op grond vanvan verboden van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; d. artikel 1.1.1 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten besluiten die op grond van communautaire maatregelen, genoemd indoor de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; e. artikel 1.1.2, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld indoor de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; f. artikel 2.1.1.5, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het verlenen van vergunningen, bedoeld in; g. o artikel 2.1.1.5, tweede lid, onderdeel c, onder 1, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten de erkenning, bedoeld in, alsmede de schorsing en intrekking daarvan; h. artikel 2.4.1.2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het verlenen van vergunningen, bedoeld in; i. artikel 2.4.2.6, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het verlenen van vergunningen, bedoeld in; j. artikel 3.1.2, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten de registratie, bedoeld in, alsmede het doorhalen ervan; k. artikel 3.2.3.1, onderdeel a, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het verlenen van toestemming, bedoeld in; l. artikel 3.2.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het verlenen van toestemming, bedoeld in; m. artikel 3.2.4.2, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten de erkenning, bedoeld in; n. vervallen; o. artikel 2.50d, van de Regeling handel levende dieren en levende producten besluiten inzake de registratie en erkenning van entrepots, bedoeld in; p. artikel 6.1, van de Regeling handel levende dieren en levende producten PbEU L 343 het belasten, bedoeld invan dierenartsen van pluimveebedrijven met het uitvoeren van een aantal taken die voortvloeien uit richtlijn nr. 2009/158/EG van de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (); q. artikelen 8.5f, eerste lid 8.5g, van de Regeling handel levende dieren en levende producten het besluit, bedoeld in de, en; r. artikelen 3.15 4.10 7.9, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de erkenning van handelaren, bedoeld in de,en; s. artikel 2.62 van de Regeling handel levende dieren en levende producten het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelaren als bedoeld in; t. artikel 2.63, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de erkenning en intrekking van de erkenning van verzamelcentra, bedoeld in; u. artikelen 6.8 8.6 8.6a 9.10 9.11 10.7 10.9 10.10 10.11, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de,,,,,,,en; v. artikel 11A.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten besluiten die op grond van communautaire vrijwaringsmaatregel als bedoeld indoor de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; w. artikel 8.7, van de Regeling handel levende dieren en levende producten het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelszaken, bedoeld in; x. artikel 9.1.4, van de Regeling aquacultuur het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties, bedoeld in; y. artikelen 3 17 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen van laboratoria, bedoeld in deen; z. artikelen 4 18 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria besluiten tot gelijkstelling, alsmede het schorsen of intrekken van besluiten tot gelijkstelling, bedoeld in deen; aa. artikelen 3 9 van het Besluit eisen dierlijke sperma en spermawincentra besluiten inzake varkensspermawincentra en runderspermawincentra als bedoeld in deen; bb. vervallen; cc. artikel 7 van de Regeling Vleeskeuring de erkenning, bedoeld in; dd. artikel 4, eerste lid, van de Regeling Vleeskeuring besluiten die op grond van, door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen van erkenningen; ee. vervallen; ff. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de ontheffing op grond vanvan het verbod, bedoeld inen in, voor het zonder handelsoogmerk buiten en in Nederland brengen van andere gezelschapsdieren dan katten en honden, die worden begeleid door een natuurlijke persoon die voor de dieren verantwoordelijk is; gg. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 2.1, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de ontheffing op grond vanvan het verbod op de invoer van entstoffen, bedoeld in; hh. artikel 86, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de tegemoetkoming, bedoeld in; ii. artikelen 21, eerste en vierde lid 25 26, eerste lid 29 56 58 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de besluiten inzake de,,,,en, alsmede ontheffing op grond vanvan deze artikelen; jj. vervallen; kk. artikel 106 van de Gezondeheids- en welzijnswet artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht besluiten om in plaats van de last onder bestuursdwang vanvoor dieren op te leggen, een last onder dwangsom als bedoeld inop te leggen; ll. vervallen; mm. vervallen; nn. vervallen; oo. vervallen; pp. vervallen; qq. artikel 6b, van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten de registratie, bedoeld in; rr. Regeling controleposten besluiten inzake de; ss. vervallen; tt. vervallen; uu. vervallen; vv. artikelen 9.10a, eerste, tweede en vierde lid 9.10b, derde lid 9.10c, derde, vierde en zesde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de erkenning en intrekking van erkenning, bedoeld in de,,; ww. artikelen 4, tweede lid artikel 11, tweede lid artikel 20, tweede lid, van de Tijdelijke vrijstellingsregeling vaccinatie hobbypluimvee en biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop het verlenen van toestemmingen, bedoeld in de,en; xx. artikel 8.14 van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten besluiten inzake de erkenning van paspoorten als bedoeld in; yy. artikel 106 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s besluiten op grond van; zz. artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld indoor de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; aaa. artikelen 2.1.1, tweede lid 2.1.2, eerste lid 2.1.3 2.1.7 van de Regeling aquacultuur het registreren van een bedrijf, dan wel het verlenen, schorsen, intrekken of beëindigen van een schorsing van een vergunning, bedoeld in de,,,; bbb. artikel 2.2.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur het bijhouden van een register, bedoeld in; ccc. artikel 3.1.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur besluiten als bedoeld in; ddd. het verlenen van toestemming, bedoeld in artikel 5.6.1, van de Regeling aquacultuur. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 120b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 120c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 7b van de Beleidsregels dierenwelzijn 2009 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit en het hoofd Afdeling bestuurlijke boete van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende besluiten om een bestuurlijke boete als bedoeld in, op te leggen, met inachtneming van het bepaalde in, of een overtreding voor te leggen aan de officier van justitie, in het geval bedoeld in. 2 artikel 90, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden De inspecteur-generaal, de plaatsvervangend inspecteur-generaal en het hoofd afdeling bestuurlijke boete van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu gemachtigd tot het nemen van een besluit als bedoeld in. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikel 10 van de Kaderwet diervoeders het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in; b. artikel 14 van de Kaderwet diervoeders het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in; c. artikel 30 van de Kaderwet diervoeders artikelen 5:25 5:31 5:31a 5:32 5:37 4:94 4:96 4:99 4:112 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de,,,,,,,,enen de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; d. artikel 11, eerste en derde lid, van de Regeling diervoeders 2010 het verlenen van goedkeuring en erkenning als bedoeld in. 2 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders het treffen van maatregelen als bedoeld in, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven; b. artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders het treffen van maatregelen als bedoeld in, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven; c. artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders het treffen van maatregelen als bedoeld invoor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd tot het nemen van besluiten namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu als het gaat om overtredingen betreffende: a. artikel 85, eerste of derde lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden het besluit tot intrekking van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in; b. artikel 86 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in; c. artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht het besluit om, in plaats van een last onder bestuursdwang als bedoeld in onderdeel b, een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in; d. alle verdere uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn in verband met het onder a, b en c bepaalde. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende de navolgende bevoegdheden op grond van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L300), hierna: basisverordening, en verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PbEU L 54), hierna uitvoeringsverordening: a. de beoordeling van mest, melk en biest op grond van artikel 14, onderdeel l, van de basisverordening; b. het verlenen van toestemmingen op grond van de basisverordening en de uitvoeringsverordening; c. het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen op grond van artikel 24, eerste lid, artikel 44, eerste lid en artikel 46, eerste lid, van de basisverordening; d. het stellen van specifieke voorwaarden op grond van artikel 46, eerste lid, basisverordening; e. het tijdelijk of definitief verbieden activiteiten uit te voeren op grond van artikel 46, tweede lid, van de basisverordening; f. het weigeren, aanvaarden en het verbinden van voorwaarden aan de ontvangst van zendingen als bedoeld in artikel 48 van de basisverordening. 2011 3424 03-03-2011 01-03-2011 187181 2011 3424 03-03-2011 01-03-2011 187181 04-03-2011
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende de navolgende bevoegdheden op grond van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU L3): a. het verlenen van vergunningen als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 23, derde lid, van de verordening; b. vervallen; c. het schorsen en intrekken van vergunningen en certificaten als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel c, van de verordening; d. het schorsen en intrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de verordening, van de verordening; e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 21, derde lid, 22, eerste lid, eerste zin, 23, eerste en vierde lid, 26, eerste en vierde lid, onderdelen a en b, van de verordening. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikelen 21, eerste lid 24 29, eerste lid 31b, eerste lid 88, tweede lid 101, tweede lid 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de besluiten, bedoeld in de,,,,,, en; b. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ontheffingen op grond vanvan het bepaalde in of krachtens; c. artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in; d. Besluit verdachte dieren besluiten op grond van het; e. artikelen 18, derde lid 21, zesde lid 26, tweede lid 55, derde lid 115b, eerste lid, onderdeel b en tweede lid, onderdeel b van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren besluiten op grond van de,,,en, alsmede ontheffing op grond vanvan deze artikelen; f. vervallen; g. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ontheffingen als bedoeld invan een op grond vangeldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte; h. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ontheffingen op grond vanvan het verbod, bedoeld inen in, in verband met het grensbeweiden van vee in België en Duitsland; i. artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikelen 5:25 5:37 4:94 4:96 4:99 4:112 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht Het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de,,,,,enen de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; j. artikel 27 van de Regeling identificatie en registratie van dieren de uitvoering, bedoeld in, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die dit besluit uitvoeren; k. Regeling identificatie en registratie van dieren de goedkeuring van protocollen als bedoeld in de; l. artikel 4, eerste lid, van de Regeling Vleeskeuring artikel 2, onderdelen aa en cc besluiten die op grond van, door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in; m. artikel 3.2.3.2, tweede lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het doen van een vordering, bedoeld in; n. vervallen; o. vervallen; p. artikel 3.8, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de verklaring, bedoeld in; q. vervallen; r. artikelen 4.1.1, vierde lid 4.2.1, tweede lid 6.2.7, onderdeel g 6.2.8, eerste, tweede en vierde lid 6.3.1, tweede lid, onderdeel d 6.3.3 6.3.8 6.3.10, eerste en tweede lid 7.2.3 7.3.3 7.3.6, derde lid 7.3.8, derde lid 7.3.9, eerste, tweede en derde lid 8.2.3, onderdeel e 9.1.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur besluiten op grond van de,,,,,,,,,,,,,,; s. artikel 25, van de Kaderwet diervoeders artikelen 4:86 4:94 4:96 4:99 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht het heffen van een vergoeding van de kosten, bedoeld in, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de,,,en; t. Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I het heffen van een vergoeding op grond van de; u. artikel 8, van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen de ontheffing, bedoeld in; v. artikel 8.5k, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten het officiële toezicht, bedoeld in; w. artikel 3, derde lid, van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen de vaststelling van de raming, bedoeld in; x. artikelen 2.5, derde lid 2.6, zesde lid, van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten besluiten op grond van de, en; y. artikel 41, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren de toestemming, bedoeld in. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Het hoofd van de Afdeling Incidentenmanagement, Meldkamer en Dierziektebestrijding van de Voedsel en Waren Autoriteit is gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikelen 21, eerste lid 24 29, eerste lid 88, tweede lid 101, tweede lid 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de besluiten, bedoeld in de,,,,, en; b. artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ontheffingen op grond vanvan het bepaalde in of krachtens. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren en de keuringsdierenartsen Dienst Uitvoering van de Voedsel en Warenautoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikelen 2.32 2.42 2.51 van de Regeling handel levende dieren en levende producten besluiten als bedoeld in de,en; b. artikelen 2.44, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de overeenkomst, bedoeld in de; c. artikel 2.45, tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de vordering, bedoeld in; d. artikel 8.5b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de toestemming, bedoeld in; e. artikel 9.9, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de maatregelen, bedoeld in; f. artikel 5, van de Regeling paardensperma de goedkeuring, bedoeld in; g. vervallen; h. vervallen; i. Verordening (EG) nr. 1774/2002 het afgeven van gezondheidscertificaten en het treffen van maatregelen op grond van Bijlage II, Hoofdstukken III en VIII, eerste volzin op grond vanvan het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEU L273); j. Verordening (EG) nr. 1774/2002 het onderzoeken op salmonella op grond van Bijlage VII, Hoofdstuk II, onder 13, op grond vanvan het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEU L273); k. artikel 4, eerste lid, van de Regeling vleeskeuring besluiten die op grond vandoor de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn die worden genomen op grond van artikel 54 van verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165); l. artikelen 5.1 5.2 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten het treffen van maatregelen, bedoeld in deen; m. artikel 1.1.1 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten artikel 2, onderdeel d besluiten die op grond van communautaire maatregelen, genoemd indoor de bevoegde autoriteit worden, voorzover dit niet zijn besluiten als bedoeld in; n. artikel 1.1.2, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten artikel 2, onderdeel e besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld indoor de bevoegde autoriteit worden, voorzover dit niet zijn besluiten als bedoeld in; o. artikel 2, onderdeel v besluiten die op grond van communautaire vrijwaringsmaatregelen als bedoeld in artikel 11A.1 van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in; p. artikel 2, onderdeel zz besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De keuringsdierenartsen Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikel 27, van de Regeling identificatie en registratie van dieren het besluit tot de uitvoering, bedoeld inmet betrekking tot op een slachthuis aangevoerde runderen; b. artikelen 2.4 2.16 2.46 2.50c, tweede lid, onderdeel d 2.52, van de Regeling handel levende dieren en levende producten artikel 117e van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen certificaten en bewijsstukken op grond van de,,en,,; c. artikel 2.50e, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de machtiging, bedoeld in; d. artikelen 2.36 2.43, tweede lid, onderdeel b 2.45, eerste lid, onderdeel a 2.50b, van de Regeling handel levende dieren en levende producten de toestemming, bedoeld in de,,,; e. besluiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling Vleeskeuring; f. besluiten als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Regeling Vleeskeuring. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a De inspecteur-generaal, de plaatsvervangend inspecteur-generaal, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende: a. artikel 2, van het Besluit houdende beleidsregels omtrent openbaarmaking van controlegegevens door de VWA de openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, van het Besluit houdende beleidsregels omtrent openbaarmaking van controlegegevens door de VWA het niet publiceren op de website van de Voedsel en Waren Autoriteit van de onderdelen van de schriftelijke reactie, bedoeld invan 28 augustus 2006. 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 1 tot en met 7a De ondertekening, bedoeld in de, luidt: DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT voor deze: gevolgd door de functieaanduiding, handtekening en naam functionaris. 2 artikel 3a In afwijking van het eerste lid luidt de ondertekening van besluiten, bedoeld inals volgt: De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, respectievelijk De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu, respectievelijk De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: (naam) (functie) 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 2010 20988 31-12-2010 22-12-2010 169123 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit. 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit 2005 Hetwordt ingetrokken. 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 2005 245 16-12-2005 15-12-2005 TRCJZ/2005/3667 01-01-2006