Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2006, nr. DK/B&B/2006/18785, tot aanwijzing van films als bedoeld in artikel 3.33 en 3.42b van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006)
- BWB-id
- BWBR0019809
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2006-05-06 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019809
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-aanwijzing-filminvesteringen-2006
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-aanwijzing-filminvesteringen-2006/2006-05-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019809&g=2006-05-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019809&z=2026-06-06&g=2006-05-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019809/2006-05-06
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-aanwijzing-filminvesteringen-2006
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 3.33, tweede en derde lid 3.42b, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling berust op de, en. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet inkomstenbelasting 2001 wet:; b. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 3.33 van de wet Als een film als bedoeld inwordt aangewezen een film die primair is bestemd voor vertoning in bioscopen, doch niet is een reclamefilm of voorlichtingsfilm, aan de voortbrenging waarvan een projectvoorstel ten grondslag ligt, bestaande uit: a. artikel 3.33 van de wet het scenario, inclusief synopsis, van de film, ter zake waarvan wordt aangetoond dat de exclusieve verfilmingsrechten, of in ieder geval een optierecht daarop, in handen zijn van de filmonderneming, bedoeld in, dan wel van de aanvrager die deze rechten aan de filmonderneming zal overdragen; b. een gespecificeerde projectbegroting uit welker specificatie onder meer blijkt dat de totale voortbrengingskosten van de film niet hoger zijn dan € 15.000.000; c. een gespecificeerd financieringsplan waaruit blijkt dat ten minste 50% van de totale voortbrengingskosten van de film, zoals opgenomen in de projectbegroting, reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de projectbegroting; d. een gespecificeerd verkoop- en exploitatieplan, uit welker specificatie onder meer blijkt: 1. een schatting van de opbrengsten, en 2. dat de schriftelijk toegezegde garantieopbrengsten – zoals tevens opgenomen in het in onderdeel c bedoelde gespecificeerde financieringsplan – tenminste 25% bedragen van de totale voortbrengingskosten, zoals opgenomen in de projectbegroting; e. een gespecificeerd marketing- en promotieplan. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3.33, eerste lid, van de wet artikel 3 De minister geeft op een door of namens de belastingplichtige gedaan verzoek een verklaring af als bedoeld in, indien de film voldoet aan de vereisten, bedoeld in. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3.42b, eerste lid, van de wet De minister geeft op een door of namens de belastingplichtige gedaan verzoek een verklaring af als bedoeld in, indien: a. artikel 3 de film voldoet aan de vereisten, bedoeld in, en b. artikel 3.42b van de wet artikel 3.9, tweede lid, derde volzin, van de wet artikel 3.12a van de wet de toekenning ter zake van de filminvesteringsaftrek, bedoeld in, en toepassing van de daaraan gekoppelde verruimde maximumverliesregeling, bedoeld in, alsmede de maximale toepassing van de daaraan gekoppelde filmexploitatievrijstelling, bedoeld in, past binnen het hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 De minister geeft een verklaring als bedoeld inaf onder de voorwaarde dat: a. binnen 3 maanden na de datum van afgifte van de verklaring een met de rijksbelastingdienst gesloten vaststellingsovereenkomst ter zake van de filminvestering aan de minister is overgelegd, en b. binnen 6 maanden na de datum van afgifte van de verklaring aan de minister schriftelijk opgave is verstrekt van de gegevens, waaronder het sociaal-fiscaalnummer bij natuurlijke personen en het landelijk vastnummer bij lichamen, betreffende de belastingplichtigen die vanwege hun medegerechtigheid in de filmonderneming aanspraak zullen maken op filminvesteringsaftrek, en van het bedrag aan voortbrengingskosten ter zake waarvan zij filminvesteringsaftrek zullen berekenen. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4 artikel 5 De minister trekt de verklaring, bedoeld in, onderscheidenlijk, in: a. op verzoek van de aanvrager; b. omdat niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder de verklaring is afgegeven, of c. indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek om een verklaring een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens en bescheiden volledig bekend zouden zijn geweest. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4 artikel 5 bijlage Het formulier voor het indienen van een verzoek ter verkrijging van een verklaring als bedoeld inonderscheidenlijkwordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 Het in het eerste lid bedoelde formulier dient juist en volledig te worden ingevuld en, vergezeld van de gevraagde bijlagen, schriftelijk te worden ingediend bij de minister. 3 De minister behandelt een verzoek ter verkrijging van een verklaring als bedoeld in het eerste lid niet, indien: a. een eerder gedaan verzoek ter zake van dezelfde film nog in behandeling is, of b. artikel 7, onderdeel a voor de film al eerder een verklaring als bedoeld in het eerste lid is afgegeven en deze niet is ingetrokken op grond van; c. artikel 7, onderdeel b of c voor de film al eerder een verklaring als bedoeld in het eerste lid is afgegeven en deze is ingetrokken op grond van, of d. het verzoek per fax of per e-mail is ingediend. 4 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht De minister behandelt de verzoeken ter verkrijging van een verklaring als bedoeld in het eerste lid in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat, indien de belastingplichtige of zijn gemachtigde niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van het verzoek en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad het verzoek aan te vullen, de dag waarop het verzoek voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de behandeling, als datum van ontvangst geldt. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005 Dewordt ingetrokken. 2 Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005 Voorzover er terzake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig de. 3 Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005 Bestaande afspraken en verplichtingen, bij, op grond van of in het kader van deblijven in stand. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot 8 april 2006. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2007. 2 Voorzover er terzake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig deze regeling. 3 Bestaande afspraken en verplichtingen, bij, op grond of in het kader van deze regeling blijven in stand. 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 2006 87 04-05-2006 28-04-2006 DK/B&B/2006/18785 06-05-2006 08-04-2006