Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 juli 2006, nr. BWL/2006282070, houdende Regeling beoordeling reinigbaarheid van grond
- BWB-id
- BWBR0020104
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020104
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-beoordeling-reinigbaarheid-grond
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-beoordeling-reinigbaarheid-grond/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020104&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020104&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020104/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-beoordeling-reinigbaarheid-grond
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanvraag: een aanvraag van een verklaring; b. bijlage 1 2 3 4 bijlage 1, 2, 3, en 4: de bij deze regeling behorende,,onderscheidenlijk; c. categorie 5 in bijlage C behorende bij de Regeling bodemkwaliteit BRL SIKB 7500: certificatierichtlijn die is aangewezen bij; d. immobilisatie: het zodanig wijzigen van de fysische of chemische eigenschappen van een afvalstof, dat de kans op verspreiding van milieuverontreinigende stoffen door uitloging, erosie of verstuiving wordt verminderd zonder gebruik te maken van hitte; e. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; f. categorie 5 in bijlage C behorende bij de Regeling bodemkwaliteit SIKB-protocol 7510: onderdeel SIKB-protocol 7510 dat is aangewezen bij; g. artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen verklaring: een verklaring als bedoeld in; h. bijlage C behorende bij de Regeling bodemkwaliteit SIKB-protocol 1001: onderdeel SIKB-protocol 1001 dat is aangewezen bij categorie 9 in; i. NEN 5707: NEN 5707, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016 en correctieblad C2:2017; j. NEN 5897: NEN 5897, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopaval en recyclinggranulaat, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016 en correctieblad C2:2017; k. NEN 5898: NEN 5898, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016. 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 30-11-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit In deze regeling wordt verstaan onder grond: grond als bedoeld in. 2 Onder grond wordt mede verstaan grond die voor ten hoogste 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal dan grond, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter. 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit Als samenstellingswaarden voor schone grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Met normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2009 18140 01-12-2009 23-11-2009 BJZ2009062683 2009 18140 01-12-2009 23-11-2009 BJZ2009062683 02-12-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit Als samenstellingswaarden voor herbruikbare grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse industrie, bedoeld in. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 1 Als maximale emissiewaarden worden aangemerkt de in de, opgenomen emissiewaarden anorganische parameters. 2 Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 2 Als maximale samenstellingswaarden worden aangemerkt de in de, opgenomen samenstellingswaarden organische parameters. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 01-07-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Voor de beoordeling van stoffen waarvoor geen waarden zijn vastgesteld in deze regeling, kunnen na overleg met het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu en door tussenkomst van de inspecteur milieuhygiëne waarden worden bepaald door de Minister. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is reinigbaar, indien: a. de grond kan worden gereinigd tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor schone grond voor alle parameters; b. de reinigingskosten minder bedragen dan € 90,– per ton, exclusief BTW, en c. de hoeveelheid bij de reiniging vrijkomende te storten reststoffen minder bedraagt dan 20% (gewichtsprocenten) van de droge stof van de te reinigen grond. 2 Grond als bedoeld in het eerste lid is, indien wordt voldaan aan de onderdelen b en c van dat lid, tevens reinigbaar indien de grond kan worden gereinigd tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond voor alle parameters. 3 Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is immobiliseerbaar, indien: a. artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit de waarden van organische parameters van de grond niet meer dan 120% bedragen van de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse industrie, bedoeld in; b. de grond kan worden geïmmobiliseerd tot grond met waarden die voor alle parameters voldoen aan de emissie- en samenstellingswaarden, bedoeld in artikel 6, en c. de immobilisatiekosten minder bedragen dan € 90,– per ton, exclusief BTW. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 aanhef van het eerste lid van artikel 9 Grond als bedoeld in deis eveneens reinigbaar indien: a. de hoeveelheid bij de reiniging vrijkomende te storten reststoffen 20% (gewichtsprocenten) van de droge stof of meer bedraagt van de te reinigen grond; b. onderdeel a van het eerste lid dan wel in het tweede lid van artikel 9 de grond kan worden gereinigd tot de waarden genoemd in, en c. de reinigingskosten minder bedragen dan € 60,– per ton, exclusief BTW. 2023 11066 19-04-2023 17-04-2023 IENW/BSK-2023/93103 2023 11066 19-04-2023 17-04-2023 IENW/BSK-2023/93103 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9 artikel 11 Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, die bij de toepassing vanniet-reinigbaar of niet-immobiliseerbaar en bij de toepassing vanniet-reinigbaar blijkt te zijn, geldt desalniettemin als reinigbaar of immobiliseerbaar mits naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat die grond metterdaad kan worden gereinigd of geïmmobiliseerd binnen 5 jaar te rekenen met ingang van de dag dat die grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar werd beoordeeld en tijdens die periode voldoende opslagcapaciteit voor die grond aanwezig is. 2 Residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond, wordt aangemerkt als niet-immobiliseerbaar. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikelen 9 11 12 In afwijking van de,enwordt verontreinigde grond in elk geval aangemerkt als niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar, indien het betreft: a. verpakte grondmonsters; b. de minerale stof die resteert na de destillatie van het mengsel van oliehoudende boorspoeling en boorgruis; c. de minerale stof die resteert na de reiniging van ballastbedgrind. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 9 artikelen 1, eerste lid, onderdelen 17, onder a en b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen Ten aanzien van grond die voldoet aan de eisen vermeld in, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van deaan: a. alle reinigingstechnieken met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, eerste of tweede lid, en b. artikel 9, derde lid of de partij grond geïmmobiliseerd kan worden als bedoeld in. 2 artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen artikel 11 Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis vanalle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in. 3 artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen artikel 12 Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis vanaan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in. 4 artikel 12 Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. procesmatige reiniging: het, met behulp van een installatie en daarmee samenhangende voorzieningen, beheerst verwijderen van verontreinigingen zodat nuttige toepassing of hergebruik mogelijk wordt; b. partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan: partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waarin een of meer van de parameters voor anorganische stoffen zijn gelegen op of boven de tussenwaarde. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Besluit bodemkwaliteit Het residu van de procesmatige reiniging van een partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die is gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend, wordt aangemerkt als niet-reinigbare verontreinigde grond. 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De aanvraag wordt ingediend bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+. 2 www.bodemplus.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt het formulier met toelichting gebruikt, dat verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via. 3 www.bodemplus.nl Bij de aanvraag worden de gegevens verstrekt waarvan een overzicht verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via. 4 § 2 § 3 § 4 Voor zover,ofvan toepassing is, voldoet de aanvraag voorts aan het in de desbetreffende paragraaf bepaalde. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. § 3 verontreinigde grond met betrekking waartoevan toepassing is; b. § 4 partijen met betrekking waartoe toepassing wordt gegeven aan, en c. verontreinigde grond waarvan is gebleken dat zij evident niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De aanvraag heeft betrekking op een ontgraven en in depot geplaatste partij. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De te beoordelen partij is niet groter dan 2.000 ton. 2 Besluit bodemkwaliteit De onderverdeling van een in depot geplaatste partij in partijen van ten hoogste 2.000 ton geschiedt overeenkomstig paragraaf 6.1.2 van SIKB-protocol 1001, door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend. 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Besluit bodemkwaliteit De partij wordt in depot bemonsterd, door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend, overeenkomstig: a. SIKB-protocol 1001, of; b. het Accreditatieschema monsterneming voor partijkeuringen (AS1000), volgens SIKB-protocol 1001. 2 Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt bemonsterd overeenkomstig de doelstelling keuring niet-reinigbare of niet-immobiliseerbare grond voor verwijdering (ten behoeve van verklaring waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet immobiliseerbaar is), zoals opgenomen in tabel 1 van hoofdstuk 6 van genoemd protocol. 3 Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt ten aanzien van het nemen van grepen de strategie 2 maal 50 grepen gevolgd, overeenkomstig hoofdstuk 6 van genoemd protocol, met uitzondering van de paragrafen 6.2.2, 6.2.4 en 6.2.5 uit genoemd protocol. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Besluit bodemkwaliteit De voorbehandeling en de analyse van de monsters wordt uitgevoerd overeenkomstig het accreditatieprogramma Keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, Onderdeel: Samenstelling grond, AP04-SG, door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Indien de partij wordt bemonsterd ten aanzien van asbest, geschiedt dit overeenkomstig NEN 5707 of NEN 5897. 2 De voorbehandeling en de analyse van de monsters wordt uitgevoerd overeenkomstig NEN 5898. 2016 44654 24-08-2016 23-08-2016 IENM/BSK-2016/161636 2016 44654 24-08-2016 23-08-2016 IENM/BSK-2016/161636 25-08-2016
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 5 Deze paragraaf is van toepassing op verklaringen voor verontreinigde grond waarvan is gebleken dat deze grond is verontreinigd met asbest tot boven de samenstellingswaarde voor herbruikbare grond, bedoeld in. 2 Artikel 18, aanhef en onder b en c , is van overeenkomstige toepassing. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikelen 4.1222 4.1230 van het Besluit activiteiten leefomgeving Op het indelen van de te ontgraven grond in partijen zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De partij wordt bemonsterd overeenkomstig een nader onderzoek asbest, dan wel een depotkeuring, conform NEN 5707 of NEN 5897. 2 hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit In geval van een onderzoek naar asbest in de bodem dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling, die daartoe op grond vanis erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 2018. 3 hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit In geval van een partijkeuring naar asbest in de grond dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling, die daartoe op grond vanis erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 1001. 4 Besluit bodemkwaliteit In geval van een onderzoek naar de chemische samenstelling van de grond of bodem dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 1001 of SIKB-protocol 2001. 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Ten aanzien van asbest worden de voorbehandeling en de analyse van de monsters uitgevoerd overeenkomstig NEN 5898. 2 Ten aanzien van andere contaminanten worden de voorbehandeling en de analyse van de monsters uitgevoerd overeenkomstig AS SIKB 3000 dan wel AP04. 2016 44654 24-08-2016 23-08-2016 IENM/BSK-2016/161636 2016 44654 24-08-2016 23-08-2016 IENM/BSK-2016/161636 25-08-2016
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Deze paragraaf is van toepassing op een verklaring voor residu van de procesmatige reiniging van partijen waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan. 2 Artikel 14 is op deze paragraaf van overeenkomstige toepassing. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 28 Tenzij in de aanvraag anders is aangegeven, heeft de aanvraag betrekking op de afgifte van een verklaring die zal gelden voor het residu als bedoeld indat bij de aanvrager van de verklaring ontstaat in de periode van zes maanden nadat de verklaring is afgegeven. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Bij de aanvraag dienen de navolgende gegevens te worden overgelegd: a. Besluit bodemkwaliteit een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager op het moment van de aanvraag is erkend op grond van hetvoor bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, onderdeel SIKB-protocol 7510, en b. een prognose van de hoeveelheid te produceren niet-reinigbaar te storten residu in de eerstvolgende periode van zes maanden. 2 Artikel 17, derde lid , is niet van toepassing. 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 01-01-2008
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 35 Indien de aanvrager in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag de beschikking heeft gehad over een verklaring als bedoeld in deze paragraaf, wordt zijn aanvraag niet in behandeling genomen zolang hij niet heeft voldaan aan het bepaalde in. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 § 4 van hoofdstuk 2 Deze paragraaf is van toepassing op degene die beschikt over een geldige verklaring die is verleend met toepassing van. 2 Indien deze paragraaf van toepassing is: a. artikelen 9 11 12 blijven de,enbuiten toepassing met betrekking tot het residu van de procesmatige reiniging van een partij waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en b. § 1 tot en met 3 van hoofdstuk 2 kan degene op wie deze paragraaf van toepassing is, voor het residu bedoeld onder a geen aanvraag indienen op grond van. 3 Deze paragraaf is niet langer van toepassing op degene die schriftelijk heeft verklaard niet langer gebruik te willen maken van deze paragraaf. 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 § 4 van hoofdstuk 2 Besluit bodemkwaliteit Tenzij in de verklaring anders is aangegeven, is een verklaring die met toepassing vanis verleend, geldig voor alle residu dat bij de houder van de verklaring ontstaat in de periode van zes maanden nadat de verklaring is afgegeven en dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die zijn gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van hetis erkend. 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 2007 247 20-12-2007 13-12-2007 DJZ2007124397 01-01-2008
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Degene op wie deze paragraaf van toepassing is, houdt de navolgende partijen verontreinigde grond gescheiden: a. partijen waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan; b. partijen waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting reinigbaar residu zal ontstaan; c. partijen waarop de BRL SIKB 7500 niet van toepassing is. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 § 4 van hoofdstuk 2 Na zes maanden na de datum van afgifte van de verklaring die met toepassing vanis verleend, dienen met betrekking tot de verstreken periode van zes maanden de volgende gegevens te worden overgelegd aan Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+: a. § 4 van hoofdstuk 2 een overzicht met de herkomst en status van de ingekomen partijen, waarvan het residu onder de verklaring die met toepassing vanis verleend, is gestort; b. de hoeveelheid ingenomen verontreinigde grond in tonnen droge stof; c. de hoeveelheid afgevoerd residu in tonnen gespecificeerd naar verwerker. 2 Jaarlijks dient een materialenbalans over de scheidingsinstallatie van het voorgaande boekjaar te worden overgelegd aan Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 In de verklaring wordt aangegeven binnen welke minimum- en maximumwaarden de beoordeling van de reinigbaarheid of immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond van kracht is. 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 2013 23942 26-08-2013 20-08-2013 IENM/BSK-2013/53576 01-10-2013 Artikel II van Stcrt. 2013/23942 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De verklaring is niet geldig voor een partij die na afgifte van de verklaring meer dan 10% (gewichtsprocenten) in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven. 2 Indien de partij na afgifte van de verklaring meer dan 10% (gewichtsprocenten) in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven, dan wordt het meerdere aangemerkt als een afzonderlijke partij, waarvoor een aparte verklaring moet worden aangevraagd. 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 2009 78 24-04-2009 03-04-2009 DGR/LOK/2009021660 01-07-2009 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006, Stcrt. 2009/78, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Een verklaring kan op verzoek van de houder van de verklaring in elk geval worden gewijzigd: a. indien hij de desbetreffende partij wil splitsen in deelpartijen; b. in geval de verklaring is gebaseerd op een in situ beoordeling: indien de omvang of de samenstelling van de partij na het ontgraven is gewijzigd. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Een verklaring kan worden ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de omvang of de samenstelling van de partij zodanig is gewijzigd dat een hernieuwde beoordeling noodzakelijk is; c. gedurende ten minste twee jaren van de verklaring geen gebruik is gemaakt. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Het besluit inzake het afgeven of wijzigen van een verklaring wordt genomen binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen Op een aanvraag die is ingediend bij de Minister voor het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden en waarop op dat tijdstip nog niet onherroepelijk is beslist, zijn de, zoals die luidden ten tijde van de aanvraag, van toepassing totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31 artikel 1a van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen Deze regeling berust op, en. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b Vervallen 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 30-11-2018
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 2006 145 28-07-2006 12-07-2006 BWL/2006282070 30-07-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling reinigbaarheid grond. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 25#
artikelen 25
Artikel 42#
42