Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de toekenning van een eenmalige specifieke uitkering voor de uitvoering van projecten tot het opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor (Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen)
- BWB-id
- BWBR0019584
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-12-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019584
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eenmalige-uitkering-spoorse-doorsnijdingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eenmalige-uitkering-spoorse-doorsnijdingen/2013-12-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019584&g=2013-12-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019584&z=2026-06-06&g=2013-12-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019584/2013-12-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eenmalige-uitkering-spoorse-doorsnijdingen
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. MIT: het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport; c. project: project gericht op het opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor met betrekking tot stedelijke bereikbaarheid en/of een verbetering van de kwaliteit van leefomgeving en/of een verbetering van de veiligheid en/of een positief effect op het spoorgebruik; d. Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen spoor: hoofdspoorwegen als aangewezen in heten de in onbruik geraakte spoorwegen; e. plan: een beschrijving van de werkzaamheden die er toe leiden dat een project gerealiseerd wordt. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Doel#
Artikel 2 Doel De minister kan op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van een project verstrekken aan gemeenten die aan het spoor gelokaliseerd zijn. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 3 — Artikel 3 Plafond#
Artikel 3 Plafond 1 Het totale bedrag van de op grond van deze regeling te verlenen uitkeringen bedraagt € 300 miljoen (prijspeil 2006). 2 Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt, voor zover het de reeds betaalde voorschotten overtreft, jaarlijks geïndexeerd met de Index Bruto Overheidsinvesteringen, met dien verstande dat de indexering niet meer kan bedragen dan het bedrag dat de begrotingswetgever voor die indexering beschikbaar heeft gesteld. 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 12-11-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Maximale bijdrage#
Artikel 4 Maximale bijdrage 1 De uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de totale kosten van een project met dien verstande dat in de beschikking tot verlening van de uitkering het bedrag staat vermeld waarop de uitkering ten hoogste kan worden vastgesteld. 2 Het in het eerste lid genoemde bedrag kan niet meer bedragen dan € 40 miljoen per project. 3 Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten van: a. studies voor zover die door de minister aanvaardbaar worden geacht; b. verwerving van een onroerende zaak voor zover die door de minister aanvaardbaar wordt geacht; c. vergunningen en leges voorzover door de minister aanvaardbaar geacht; d. bouwrente; deze is gelijk aan de rente van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; het bedrag en de termijn waarover de bouwrente vergoed wordt, behoeft de goedkeuring van de minister; e. materialen; f. werkzaamheden van aanleg, bouw, wijziging of inrichting van de betrokken infrastructuur; g. bijkomende voorzieningen nodig om de betrokken infrastructuur na voltooiing zijn functie te kunnen laten vervullen; h. met het project samenhangende door de minister redelijk geachte schadevergoedingen aan derden; i. voorlichting over de uitvoering van het project als begeleiding gedurende de bouw; j. artikel 15, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 2, tiende lid, van de Wet op het BTW-compensatiefonds de omzetbelasting die niet op voet van, in aftrek kan worden gebracht en geen recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds, waarbij de toepassing van, buiten aanmerking blijft; k. de voorbereiding, administratie en toezicht voor zover gerelateerd aan het project. Het percentage is afhankelijk van de hoogte van de bouwkosten: I. Projecten met bouwsom van meer dan € 100 miljoen tot een maximum van 13,75%; II. Projecten met bouwsom tussen de € 10 en € 100 miljoen tot een maximum van 17%; III. Projecten met bouwsom kleiner dan € 10 miljoen tot een maximum van 24%. l. onvoorziene omstandigheden voorzover deze betrekking hebben op de kosten veroorzakende factoren genoemd in de onderdelen a tot en met i, waarbij een maximum geldt van 10%. 4 Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren niet: a. kosten van algemene bestuurlijke aard; b. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen; c. de kosten gemaakt in verband met het verkrijgen van een accountantsverklaring. 5 Indien voor de uitvoering van het project door het Rijk uit andere hoofde bijdragen worden verleend, wordt de uitkering op grond van deze regeling zodanig verlaagd dat de totale bijdrage van het Rijk niet meer dan 50% van de totale kosten bedraagt. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag uitkering#
Artikel 5 Aanvraag uitkering 1 Een gemeente die een aanvraag voor een uitkering wil indienen, maakt dit voor 1 mei 2006 schriftelijk kenbaar aan de minister. 2 De aanvraag voor een uitkering wordt aan de minister gericht en ingediend bij het Directoraat-Generaal Mobiliteit. 3 bijlage 1 De aanvraag bevat ten minste een volledig ingevuld aanvraagformulier, zoals opgenomen invan deze regeling en is ondertekend door het bestuur van de gemeente. 4 De minister kan bepalen dat er in aanvulling op de in het derde lid bedoelde gegevens, andere voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijke gegevens worden overgelegd. 5 De aanvraag wordt ingediend vóór 1 juni 2006. 2008 121 26-06-2008 20-06-2008 CEND/HDJZ-2008/857 2008 121 26-06-2008 20-06-2008 CEND/HDJZ-2008/857 01-07-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Niet voor uitkering in aanmerking komen#
Artikel 6 Niet voor uitkering in aanmerking komen 1 De uitkering wordt niet verstrekt indien: a. het project of onderdelen van het project zijn opgenomen in het MIT; b. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager naast de uitkering onvoldoende financiële middelen ter beschikking staan ter uitvoering van het project; c. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de voor de uitvoering van het project benodigde besluiten niet zullen worden verkregen; d. het project naar het oordeel van de minister strijdig is met het vigerende rijksbeleid; e. de uitvoeringswerkzaamheden voor het project al voor publicatiedatum van deze regeling zijn gestart. 2 Artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 7 — Artikel 7 Procedure#
Artikel 7 Procedure 1 artikel 5 Na het verstrijken van de periode van indiening, bedoeld in, worden de aanvragen in rangorde geplaatst. Daarbij worden de aanvragen beoordeeld naar de mate waarin de voorgestelde projecten voldoen aan de volgende criteria: a. de bijdrage aan stedelijke bereikbaarheid; b. de bijdrage aan kwaliteit van leefomgeving; c. de bijdrage aan veiligheid; d. de bijdrage aan het spoorgebruik. 2 bijlage 2 De criteria bedoeld in het eerste lid, zijn nader uitgewerkt inbij deze regeling. 3 Om in de rangorde te kunnen worden opgenomen dient het project in ieder geval een bijdrage te leveren aan de stedelijke bereikbaarheid en een bijdrage aan een van de andere criteria bedoeld in het eerste lid. 4 De rangorde wordt vastgesteld op basis van de verwachte effectiviteit van het project. 5 Nadat de projecten onderling vergeleken en gerangschikt zijn, wordt het plafond verdeeld in volgorde van de projecten met de hoogste score op effectiviteit. 6 Indien in de rangorde een aanvraag aan de orde is, waarvoor een hoger bedrag wordt aangevraagd dan het bedrag dat met toepassing van het plafond resteert, wordt het toe te kennen bedrag bepaald gelijk aan het bedrag dat resteert. 7 De minister wijst de resterende aanvragen af. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 8 — Artikel 8 Toekenning uitkering#
Artikel 8 Toekenning uitkering 1 De minister beslist op een aanvraag voor een uitkering voor 1 februari 2007. 2 De uitkering wordt toegekend onder de voorwaarde dat voor het deel van de uitkering dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 3 artikel 3, tweede lid De verstrekte uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig. 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 12-11-2006
Artikel 9 — Artikel 9 Verplichtingen bij verstrekken van de uitkering#
Artikel 9 Verplichtingen bij verstrekken van de uitkering De minister kan bij de verstrekking van de uitkering verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. het moment waarop de uitkeringsontvanger aanvangt met de uitvoering van het project; b. dat de uitkeringsontvanger handelt in overeenstemming met het ingediende project en het daarbij horende plan en het project uitvoert overeenkomstig het ingediende project. c. de verantwoording op de uitkering. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 10 — Artikel 10 Intrekking#
Artikel 10 Intrekking Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Voorschot en procedure voor de voorschotbetaling#
Artikel 11 Voorschot en procedure voor de voorschotbetaling 1 De minister kan in het jaar waarin de uitvoeringswerkzaamheden van het project aanvangen, een voorschot van 100% op de toegekende uitkering verlenen. 2 Het voorschot wordt voor aanvang van de uitvoering van het project betaalbaar gesteld. De uitkeringsontvanger dient hiertoe ten minste vier weken voor de aanvang schriftelijk een verzoek tot betaalbaarstelling in bij de minister. 2013 33682 13-12-2013 30-11-2013 IENM/BSK-2013/271784 2013 530 13-12-2013 11-12-2013 33540 15-12-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
financiering decentrale overheden (verplicht schatkistbankieren) in
werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 Aanvraag vaststelling uitkering#
Artikel 12 Aanvraag vaststelling uitkering 1 artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De uitkeringsontvanger neemt in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, informatie op over het project. 2 Indien in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid is opgenomen dat het project is afgerond, geldt deze mededeling als een aanvraag tot vaststelling van de uitkering. 3 artikelen 4:46 4:47 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2008 80 24-04-2008 17-04-2008 HDJZ/S&W/2008-371 2008 80 24-04-2008 17-04-2008 HDJZ/S&W/2008-371 26-04-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling uitkering#
Artikel 13 Vaststelling uitkering 1 De minister neemt binnen twaalf weken na ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering. 2 Indien de beslissing niet binnen twaalf weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3 Het bedrag van de uitkering wordt overeenkomstig de vaststelling, binnen 6 weken na vaststelling, betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 14 — Artikel 14 Onverschuldigd betaalde uitkeringen#
Artikel 14 Onverschuldigd betaalde uitkeringen 1 Artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 11, derde lid Bij vaststelling van de uitkering wordt bepaald dat over onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen de rente verschuldigd is welke, ingevolge, door de Minister van Financiën aan de uitkeringsontvanger is vergoed, vanaf het moment van betaling van het voorschot. 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 2006 220 10-11-2006 06-11-2006 HDJZ/S&W/2006-1717 12-11-2006
Artikel 15 — Artikel 15 Duur regeling#
Artikel 15 Duur regeling Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2007 136 18-07-2007 06-07-2007 HDJZ/S&W/2007-871 2007 136 18-07-2007 06-07-2007 HDJZ/S&W/2007-871 20-07-2007
Artikel 16 — Artikel 16 Titel regeling#
Artikel 16 Titel regeling Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen. 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 2006 37 21-02-2006 17-02-2006 HDJZ/S&W/2006-80 23-02-2006
Artikel 5#
artikel 5, derde lid
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid