Regeling van de Minister van Justitie van 30 september 2006, nr. 5441361, houdende regels betreffende de aanvraag en de proeve van bekwaamheid voor het verkrijgen van een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s voor rechterlijke beroepen (Regeling EG-verklaring rechterlijke beroepen)
- BWB-id
- BWBR0020376
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2006-10-04 t/m 2007-12-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020376
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eg-verklaring-rechterlijke-beroepen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eg-verklaring-rechterlijke-beroepen/2006-10-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020376&g=2006-10-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020376&z=2026-06-06&g=2006-10-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020376/2006-10-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-eg-verklaring-rechterlijke-beroepen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Justitie; b. Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s wet:; c. artikel 10, derde lid, van de wet proeve van bekwaamheid: proeve van bekwaamheid, bedoeld in; d. rechterlijk beroep: 1°. rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, werkzaam bij de Hoge Raad, een gerechtshof of een rechtbank; 2°. rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij het parket bij de Hoge Raad; 3°. rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij het openbaar ministerie; 4°. lid met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven; 5°. gerechtsauditeur bij een van de bovengenoemde gerechten; 6°. artikel 29, tweede lid, van de Wet op de Raad van State lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bedoeld in; 7°. griffier of substituut-griffier van de Hoge Raad; 8°. rechterlijk ambtenaar in opleiding. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring voor een rechterlijk beroep wordt ingediend bij de Minister. De aanvraag bevat een aanduiding van het rechterlijk beroep waarvoor de EG-verklaring wordt aangevraagd. 2 De aanvrager legt ten minste de volgende bescheiden over: a. het origineel of een gewaarmerkte kopie van de bewijsstukken met betrekking tot de door de aanvrager in de andere Lid-Staat of een derde land met goed gevolg afgesloten opleiding in het recht; b. het origineel of een gewaarmerkte kopie van de lijst van vakken, afgegeven door de instelling waar de opleiding, bedoeld in onderdeel a, is gevolgd, alsmede, indien deze is verstrekt, een cijferlijst van de vakken waarin de aanvrager tijdens deze opleiding examen heeft afgelegd; c. bewijsstukken met betrekking tot de eventueel door de aanvrager verworven beroepservaring; d. eventuele bescheiden met betrekking tot het in de andere Lid-Staat als gelijkwaardig erkend zijn of aangemerkt zijn van de door de aanvrager gevolgde opleiding, bedoeld in onderdeel a, met een hoger-onderwijsopleiding in het recht; e. een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de Nederlandse nationaliteit van de aanvrager blijkt. 3 Desgevraagd verschaft de aanvrager de Minister nadere informatie naar aanleiding van de door de aanvrager overgelegde bescheiden. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Minister geeft in de beschikking tot het stellen van het met goed gevolg afleggen van een proeve van bekwaamheid als aanvullend vereiste voor het verkrijgen van een EG-verklaring voor een rechterlijk beroep, aan op welke rechtsgebieden deze proeve van bekwaamheid betrekking heeft. 2 In de beschikking, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de Minister binnen welke termijn de proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd. Bovendien vermeldt de Minister in deze beschikking waar en op welke wijze de proeve van bekwaamheid wordt afgelegd. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek De proeve van bekwaamheid, bedoeld in, bestaat uit het afleggen van een examen in de Nederlandse taal aan een universiteit of de Open Universiteit, waarop debetrekking heeft, met betrekking tot de kennis van en het inzicht in een of meer van de volgende rechtsgebieden: a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht; b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht; d. staatsrecht; e. belastingrecht. 2 Na het afleggen van de proeve van bekwaamheid deelt de universiteit of de Open Universiteit, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk binnen vier weken mede aan degene die de proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of hij de proeve al dan niet met goed gevolg heeft afgelegd. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Een EG-verklaring bevat ten minste een aanduiding van het rechterlijk beroep waarvoor de EG-verklaring wordt afgegeven. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verklaring rechterlijke beroepen. 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 2006 191 02-10-2006 30-09-2006 5441361 04-10-2006