Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 29 augustus 2006, nr. TRCJZ/2006/1706, houdende regels met betrekking tot bodemgeschiktheid en gebruiksbestemming
- BWB-id
- BWBR0020239
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-11-16 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020239
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-gelijke-hoedanigheid-en-gebruiksbestemming
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-gelijke-hoedanigheid-en-gebruiksbestemming/2006-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020239&g=2006-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020239&z=2026-06-06&g=2006-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020239/2006-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-gelijke-hoedanigheid-en-gebruiksbestemming
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Reconstructiewet concentratiegebieden wet:; b. artikel 1 van de Wet bodembescherming bodem: bodem als bedoeld in; c. grondwaterkarakteristiek: samenstel van gegevens inzake de langjarig gemiddeld hoogste en de langjarig gemiddeld laagste grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 tweede lid van artikel 76 van de wet De gelijke hoedanigheid van gronden binnen een blok wordt uiterlijk op het in hetlaatstbedoelde tijdstip bepaald. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 hoofdstuk 2, paragraaf 3, van het Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden De gelijke hoedanigheid van gronden binnen het blok wordt bepaald, voor zover deze uitruilbaar zijn op grond van. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De gelijke hoedanigheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken: a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en b. de grondwaterkarakteristiek. 2 De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:10.000. 3 In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een kleinere schaal dan 1: 10.000, indien de reconstructie plaatsvindt in een gebied met een grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek. 4 Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van advies van deskundigen. 2006 222 14-11-2006 13-11-2006 TRCJZ/2006/3328 2006 222 14-11-2006 13-11-2006 TRCJZ/2006/3328 16-11-2006 18-10-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing: a. het feitelijk gebruik; b. de verkavelingssituatie; c. de ontsluitingssituatie; d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil; e. de mate van egaliteit van het maaiveld; f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen; g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage; h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en i. andere dan agrarische kenmerken. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Van de gronden met een gelijke hoedanigheid wordt de bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming bepaald aan de hand van een of meer van de volgende kenmerken: a. de ontwateringstoestand; b. de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewas; c. de stevigheid van de bovengrond; d. de verkruimelbaarheid van de bodem; e. de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau; f. de stuifgevoeligheid van de bodem, of g. de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevinden. 2 Voor elke gebruiksbestemming wordt bepaald welke van de kenmerken, bedoeld in het eerste lid, daarvoor doorslaggevend zijn. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming wordt ingedeeld in ten minste drie klassen. 2 De indeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op een kaart vermeld. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming. 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 2006 171 04-09-2006 29-08-2006 TRCJZ/2006/1706 06-09-2006