Regeling GLB-inkomenssteun 2006
- BWB-id
- BWBR0019131
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2014-11-28 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019131
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-glb-inkomenssteun-2006
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-glb-inkomenssteun-2006/2014-11-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019131&g=2014-11-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019131&z=2026-06-06&g=2014-11-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019131/2014-11-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-glb-inkomenssteun-2006
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: minister van Economische Zaken; b. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken; c. NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; d. sloot: sloot, met inbegrip van het talud; e. windhaag: artikel 1, eerste lid, onderdeel hh, van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij windhaag op een perceel waarop fruitteelt plaatsvindt, die tevens fungeert als vanggewas als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. richtlijn 91/629/EEG: Richtlijn 91/629/EEG van de Raad van 19 november 1991 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (PbEG L 340); b. richtlijn 91/630/EEG: Richtlijn 91/630/EEG van de Raad van 19 november 1991 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (PbEG L 340); c. verordening 1760/2000: Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PbEG L 204); d. verordening 21/2004: Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG (PbEU L 5); e. verordening 852/2004: Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139); f. verordening 853/2004: Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 226); g. verordening 183/2005: Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU L 35); h. verordening 885/2006: Verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen en andere instanties en de goedkeuring van de rekeningen inzake het ELGF en het ELFPO (PbEU L 171); i. verordening 1156/2006: Verordening (EG) nr. 1156/2006 van de Commissie van 28 juli 2006 tot vaststelling, voor 2006, van de begrotingsmaxima voor de gedeeltelijke of facultatieve uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling, de jaarlijkse totaalbedragen voor de regeling inzake één enkele areaalbetaling en de maximumbedragen voor de toekenning van de afzonderlijke suikerbetaling waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad voorziet, en tot wijziging van die verordening (PbEG L 208); j. verordening 552/2007: Verordening (EG) nr. 552/2007 van de Commissie van 22 mei 2007 tot vaststelling van het maximumbedrag van de communautaire bijdrage in de financiering van de activiteitenprogramma’s in de sector olijfolie, tot vaststelling, voor 2007, van de begrotingsmaxima voor de gedeeltelijke of facultatieve uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling en de jaarlijkse totaalbedragen voor de regeling inzake één enkele areaalbetaling waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad voorziet, en tot wijziging van die verordening (PbEG L 131); k. verordening 834/2007: Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189); l. richtlijn 2008/71/EG: richtlijn 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213); n. verordening 765/2008: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93, (PbEU L 218); o. verordening 674/2008: Verordening (EG) nr. 674/2008 van de Commissie van 16 juli 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad en Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad en tot vaststelling, voor 2008, van de begrotingsmaxima voor de gedeeltelijke of facultatieve uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling en de jaarlijkse totaalbedragen voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 voorziet (PbEU L 189); p. verordening 889/2008: Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PbEU L 250); q. verordening 73/2009: Verordening (EG) Nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30); r. verordening 1120/2009: Verordening (EG) Nr. 1120/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 316); s. verordening 1121/2009: Verordening (EG) nr. 1121/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en V van die verordening ingestelde steunregelingen (PbEU L 316); t. verordening 1122/2009: Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (PbEU L 316); u. verordening 784/2011: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 784/2011 van de Commissie van 5 augustus 2011 inzake de vanaf 16 oktober 2011 te betalen voorschotten op de rechtstreekse betalingen uit hoofde van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 203). 3 In verordening 73/2009 of de daarop gebaseerde verordeningen vastgestelde definities zijn van overeenkomstige toepassing. 4 Regeling identificatie en registratie van dieren In devastgestelde definities zijn van overeenkomstige toepassing. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Overeenkomstig verordening 73/2009 en met inachtneming van ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen en deze regeling: 1. wijst de minister op aanvraag aan landbouwers toeslagrechten op grond van artikel 33, eerste lid, onderdeel b, onder ii en iv, van verordening 73/2009 in het kader van de bedrijfstoeslagregeling toe. 2. verstrekt de minister op aanvraag aan landbouwers: a. een bedrijfstoeslag, of b. Hoofdstuk 2a specifieke steun op grond vanvan deze regeling. 2 De Minister beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onder 2, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag. 3 Vanaf 16 oktober 2011 betaalt de minister op grond van artikel 1 van verordening 784/2011, voorschotten van 50% van de betalingen voor de steunaanvragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 2, onder a, die in 2011 zijn gedaan op voorwaarde dat voor die steunaanvragen de toetsing is afgerond van de subsidiabiliteitsvoorwaarden, bedoeld in artikel 20 van verordening 73/2009. 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 01-01-2012 16-10-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Een landbouwer die een aanvraag heeft ingediend voor één van de ingenoemde steunregelingen neemt de volgende bepalingen in acht: a. bijlage 1 de in de artikelen 4 en 5 van verordening 73/2009 bedoelde beheerseisen, opgenomen in, en b. bijlage 2 de in artikel 6 van verordening 73/2009 bedoelde minimumeisen inzake de goede landbouw- en milieuconditie, opgenomen in. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister kan met inachtneming van artikel 4, eerste lid, van verordening 1122/2009 bepalen dat het landbouwers verboden is blijvend grasland om te zetten in land voor andere vormen van grondgebruik, behoudens voorafgaande ontheffing. 2 Een verzoek tot ontheffing wordt ingediend op een door de minister vastgesteld formulier dat door de landbouwer volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 3 Bij de indiening van het verzoek tot ontheffing legt de landbouwer alle bewijsstukken over die de minister nodig acht voor de beoordeling van het verzoek. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien het aandeel van het blijvend grasland in de totale oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening 1122/2009 met meer dan 10% dreigt af te nemen ten opzichte van het aandeel blijvend grasland in 2003, is de landbouwer die beschikt over land dat van blijvend grasland is omgezet in land voor andere vormen van grondgebruik, verplicht tot het opnieuw omzetten van land in blijvend grasland. De minister stelt de betrokken landbouwer in kennis van deze verplichting en de oppervlakte waarop deze betrekking heeft. 2 De landbouwer aan wie de kennisgeving bedoeld in het eerste lid is gegeven, is verplicht tot het omzetten van land in blijvend grasland voor het moment van indienen van de eerstvolgende verzamelaanvraag en overeenkomstig de voorwaarden van de kennisgeving. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Met ingang van 1 januari 2011 komen niet voor verstrekking van steun ingevolge deze regeling in aanmerking: a. artikel 2:1, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek rechtspersonen, bedoeld in, b. artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bestuursorganen, bedoeld in, en c. artikel 2, zevende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 al dan niet als belastingplichtige aangemerkte lichamen, bedoeld in. 2010 17359 11-11-2010 10-11-2010 159349 2010 17359 11-11-2010 10-11-2010 159349 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Vervallen 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2 De bedragen die een landbouwer op grond van de ingenoemde steunregelingen aan subsidies ontvangt, worden conform het bepaalde in artikel 7 van verordening 73/2009 procentueel verlaagd ten behoeve van modulatie. 2 De minister past in voorkomend geval de lineaire verlaging toe, bedoeld in artikel 40, derde lid, tweede alinea, van verordening 73/2009. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 bijlage 4 Overeenkomstig de artikelen 64 en 65 van verordening 73/2009 verhoogt de minister de waarde van de toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2010 in eigendom hebben, of wijst de minister aan landbouwers nieuwe toeslagrechten toe, volgens de berekening, opgenomen in. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Overeenkomstig de artikelen 64 en 65 van Verordening 73/2009 verhoogt de minister de waarde van de toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2010 in eigendom hebben, of wijst de minister aan landbouwers nieuwe toeslagrechten toe die op grond van de volgende bepalingen in aanmerking komen voor toewijzing van toeslagrechten: a. artikel 31 van verordening 73/2009, b. artikel 26 van verordening 1120/2009, of c. artikel 27 van verordening 1120/2009. 2 bijlage 4 Landbouwers kunnen verzoeken om toepassing van het eerste lid, onderdeel a, indien hun productie gedurende een of meer relevante referentiejaren als bedoeld in, door een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 31 van verordening 73/2009, dat zich vóór of gedurende die periode heeft voorgedaan is verminderd, hetgeen rechtstreeks ertoe heeft geleid dat de ontvangen directe betalingen in enig jaar van de relevante periode met meer dan € 500,– zijn verminderd. In dat geval wijst de minister de toeslagrechten van de landbouwer toe op basis van referentiejaren als bedoeld in bijlage 4, waarvan de productie niet is beïnvloed door het geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. Indien de productie in alle relevante referentiejaren, bedoeld in bijlage 4, door een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden is beïnvloed, wijst de minister de toeslagrechten van de landbouwer toe op basis van een door de minister te bepalen periode waarin de productie niet is beïnvloed door het geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. 3 artikel 10 bijlage 4 Landbouwers die hun aanspraak op toeslagrechten, bedoeld in, voor 15 mei 2010 hebben overgedragen in combinatie met de overdracht van een onderneming met een UBN, kunnen verzoeken om toepassing van het eerste lid, onderdeel b. Houders van volwassen runderen of kalveren kunnen alleen een beroep doen op dit artikel ten aanzien van de dieren die in de referentieperiode, bedoeld inwaren geconstateerd op het UBN. 4 Landbouwers die hun aanspraak op toeslagrechten, bedoeld in artikel 10, voor 15 mei 2010 hebben verhuurd aan een onderneming met een UBN, kunnen verzoeken om toepassing van het eerste lid, onderdeel c, als: a. het aantal verhuurde toeslagrechten niet hoger is dan het aantal verhuurde hectaren grond, b. de verhuurovereenkomst uiterlijk op 15 mei 2010 ingaat, en c. de verhuurovereenkomst na 15 mei 2010 afloopt. 5 De verhuurder kan toeslagrechten, bedoeld in het vierde lid, overdragen aan de huurder. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 bijlage 9 Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de productie en verwerking van zetmeelaardappelen, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in, punt 1. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 bijlage 9 Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de productie van zaaizaad van vezelvlas, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 65 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in, punt 2. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 bijlage 9 Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de verwerking van vezelvlas of hennep, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in, punt 3. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 bijlage 9, punt 4 Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de verwerking van gedroogde voedergewassen, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in. 2012 15731 30-07-2012 26-07-2012 285033 2012 15731 30-07-2012 26-07-2012 285033 01-08-2012 01-01-2012
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 Op grond van deze paragraaf verhoogde toeslagrechten, of toegewezen toeslagrechten, overschrijden niet de waarde van € 5.000 per toeslagrecht. 2 artikelen 12 tot en met 15 Voor de uitvoering van dewordt geen rekening gehouden met rechtshandelingen waarvan op grond van bepaalde feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen ten doel hebben gehad, of dat die rechtshandelingen achterwege zouden zijn gebleven indien daarmee niet een kleiner aantal toeslagrechten zou zijn verkregen als bedoeld in artikel 64, tweede lid, van verordening 73/2009. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 Landbouwers kunnen met een beroep op artikel 31 van verordening 73/2009 verzoeken om de verhoging van de waarde van toeslagrechten, of de toewijzing van nieuwe toeslagrechten, op grond van deze paragraaf op alternatieve wijze te berekenen. 2 Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan alleen worden gedaan indien: a. de productie van de landbouwer rechtstreeks is getroffen door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, en b. bijlage 9 de directe betaling in enig jaar dat relevant is voor de van toepassing zijnde berekening, bedoeld in, daardoor verminderde met meer dan € 500. 3 bijlage 9 De alternatieve berekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in eerste instantie op basis van één of meerdere jaren, die relevant zijn voor de van toepassing zijnde berekening, bedoeld in, waarin de productie van de landbouwer niet is beïnvloed door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. Indien door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden de productie is beïnvloed in alle relevante jaren voor de van toepassing zijnde berekening, bedoeld in bijlage 9, geschiedt de berekening op basis van het door de minister te bepalen meest recente jaar dat niet door deze omstandigheden is getroffen. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c artikelen 12 tot en met 15 Landbouwers die hun aanspraak op toeslagrechten als bedoeld in dehebben overgedragen in combinatie met de overdracht van een onderneming of een deel ervan, kunnen de minister verzoeken om toepassing van artikel 26 of artikel 27 van verordening 1120/2009. 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 01-04-2012
Artikel 15d — Artikel 15d#
Artikel 15d artikelen 12 tot en met 15c Na toepassing van het bepaalde in de, verlaagt de minister op grond van artikel 69, zesde lid, onderdeel b, van verordening 73/2009, op 15 mei 2012 de waarde van aan landbouwers toegewezen toeslagrechten met 1%. 2012 9253 14-05-2012 11-05-2012 271241 2012 9253 14-05-2012 11-05-2012 271241 15-05-2012
Artikel 15e — Artikel 15e#
Artikel 15e De waarde van alle toeslagrechten, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening 73/2009 wordt per 15 mei 2014 verlaagd met 11%. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 15f — Artikel 15f#
Artikel 15f De minister verlaagt alle rechtstreekse betalingen met betrekking tot het kalenderjaar 2014, bedoeld in artikel 40, derde lid, van verordening 73/2009, met 1,5%. 2014 34222 27-11-2014 25-11-2014 WJZ/14185744 2014 34222 27-11-2014 25-11-2014 WJZ/14185744 28-11-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De minister wijst op grond van artikel 21 van verordening 1120/2009 toeslagrechten uit de nationale reserve toe aan landbouwers. 2 Landbouwers kunnen verzoeken om toepassing van het eerste lid, indien zij ten genoegen van de minister aantonen dat: a. zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009 een investering in uitbreiding van nieuwe stalcapaciteit hebben gerealiseerd van meer dan € 100.000, b. de investering rechtstreeks heeft geleid tot een stijging van het aantal dieren dat de landbouwer uiterlijk op 1 april 2010 houdt, c. de investering uiterlijk op 31 december 2009 volledig is gerealiseerd en ten minste tot en met 31 december 2010 in stand wordt gehouden. 2010 4008 16-03-2010 117641 2010 4008 16-03-2010 117641 17-03-2010 01-03-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16, eerste lid De toewijzing van toeslagrechten op grond van, geschiedt aan de hand van de volgende berekening: a. er worden vier diercategorieën en daarmee corresponderende vermenigvuldigingsfactoren vastgesteld, respectievelijk: i. vleeskalveren voor witvlees en rosévlees, jonger dan 8 maanden, met vermenigvuldigingsfactor 1,9, ii. vleeskalveren voor rosévlees, 8 maanden of ouder, met vermenigvuldigingsfactor 1,4, iii. vleesstieren, met vermenigvuldigingsfactor 1,0, en iv. overige volwassen runderen, met vermenigvuldigingsfactor 0,3, b. artikel 10 de vermenigvuldigingsfactor, bedoeld in onderdeel a, onderdeel i, wordt vermenigvuldigd met het aantal dieren dat binnen de totale stalcapaciteit kan worden gehouden en vervolgens vermenigvuldigd met het bedrag dat overeenstemt met het op grond vanberekende bedrag voor vleeskalveren. c. artikel 10 de vermenigvuldigingsfactor, bedoeld in onderdeel a, onderdelen ii, iii en iv, wordt vermenigvuldigd met het aantal dieren dat binnen de totale stalcapaciteit kan worden gehouden en vervolgens vermenigvuldigd met het bedrag dat overeenstemt met het op grond vanberekende bedrag voor volwassen runderen. 2 artikel 10 Het op grond van het eerste lid berekende bedrag wordt met 0,90 vermenigvuldigd, vervolgens verminderd met het door de landbouwer ontvangen bedrag op grond vanvoor volwassen runderen of kalveren, daarna verminderd met € 500 en verder evenredig verlaagd indien het totaal van de voor tegemoetkoming in aanmerking te nemen aanvragen het bedrag van € 8.500.000 overstijgt. 3 artikel 10 artikel 16, eerste lid Indien het op grond van het eerste en tweede lid berekende bedrag, met uitzondering van het door de landbouwer ontvangen bedrag op grond vanvoor volwassen runderen of kalveren, toegepast op het extra aantal dieren dat door de investering in stalcapaciteit kan worden gehouden, lager is dan het op grond van het eerste en tweede lid berekende bedrag, geldt het lagere bedrag voor de toewijzing op grond van. 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 01-01-2011 01-01-2010 2010 17359 11-11-2010 10-11-2010 159349 2010 17359 11-11-2010 10-11-2010 159349 01-01-2011 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 16 Indienvan toepassing is, verhoogt de minister de waarde van de toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2010 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten toe aan landbouwers overeenkomstig de artikelen 64 en 65 van verordening 73/2009. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Indien als gevolg van overheidsinterventie de omvang van een bedrijf is verkleind, waardoor een landbouwer over minder hectaren subsidiabele grond beschikt dan het aantal dat overeenstemt met de toeslagrechten die hij in het kader van artikel 41, derde lid, van verordening 73/2009 zou krijgen, of heeft gekregen, komt de betrokken landbouwer overeenkomstig artikel 18 van verordening 1120/2009 in aanmerking voor toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Voor betalingen op basis van toeslagrechten komen uitsluitend in aanmerking landbouwers die: a. hun toeslagrechten activeren als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van verordening 73/2009 en daartoe subsidiabele hectaren aangeven, overeenkomstig artikel 35, eerste lid, van deze verordening, en b. deze subsidiabele hectaren tot hun beschikking hebben op 15 mei van enig jaar. 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 57, tweede lid, van verordening 1122/2009, worden toeslagrechten in een zodanige volgorde uitbetaald, dat het behoud van toeslagrechten zoveel mogelijk voorgaat op uitbetaling van toeslagrechten met de hoogste waarde. 3 Onverminderd het bepaalde in artikel 57, derde lid, van verordening 1122/2009, vindt de betaling op basis van toeslagrechten, in afwijking van het tweede lid, op verzoek van de landbouwer plaats volgens een door hem bepaalde volgorde, welke hij uiterlijk op 15 mei kenbaar maakt. 4 De minimumoppervlakte, bedoeld in artikel 13, negende lid, van verordening 1122/2009 bedraagt 0,01 ha. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 In afwijking vankomen in aanmerking voor betalingen op basis van toeslagrechten, landbouwers die, zonder opgave van subsidiabele hectaren: a. beschikken over bijzondere toeslagrechten waarop artikel 44 van verordening 73/2009 van toepassing is; b. minimaal 50% van de tijdens de referentieperiode uitgeoefende landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, handhaven; en c. uiterlijk op 15 mei een verzoek doen, overeenkomstig artikel 14, derde lid, van verordening 1120/2009, tot toepassing van de speciale voorwaarden. 2 Ten bewijze van het voldoen aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorzover het schapen betreft, doet de landbouwer uiterlijk op 15 mei opgave op basis van zijn bedrijfsregister van het betrokken aantal dieren uitgedrukt in GVE. 3 Aan het minimumpercentage bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geacht te zijn voldaan indien het gemiddelde aantal GVE 50%, doch gedurende een periode van 6 maanden, in geen geval minder dan 25% is. 4 Als bijzondere toeslagrechten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden overgedragen kan de verkrijger slechts in aanmerking komen voor het bepaalde in het eerste lid, indien: a. de bijzondere toeslagrechten in 2009, 2010 of 2011 worden overgedragen, en b. alle bijzondere toeslagrechten van de vervreemder worden overgedragen. 5 artikel 16 bijlage 5 In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt de te handhaven landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, voor landbouwers die toeslagrechten krijgen toegewezen op basis van, berekend volgens de formule, opgenomen in. 2010 4008 16-03-2010 117641 2010 4008 16-03-2010 117641 17-03-2010
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 Heide en natuurlijk grasland worden als subsidiabele hectare als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening 73/2009 in aanmerking genomen indien deze percelen gedurende het betreffende premiejaar door gemiddeld minimaal 0,15 GVE per hectare worden begraasd door schapen, geiten of runderen. 2 Overeenkomstig artikel 34, vierde en vijfde lid, van verordening 1122/2009 worden met bomen beplante oppervlakten binnen een perceel landbouwgrond, met een plantdichtheid van meer dan 50 bomen per hectare, niet voor steun in aanmerking genomen. De voorgaande volzin is niet van toepassing op percelen waarop fruitteelt plaatsvindt. 3 Onder hakhout met een korte omlooptijd als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a, van verordening 73/2009 wordt verstaan woudbomen met omlooptijd van maximaal 10 jaar en bestemd voor de energieproductie. 4 Indien naar het oordeel van de minister blijkt dat een perceel waarvoor steun is aangevraagd geheel of ten dele kennelijk niet voor de uitvoering van de landbouw wordt gebruikt of beschikbaar gehouden, dan komt de desbetreffende oppervlakte niet in aanmerking als subsidiabele landbouwgrond, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van verordening 73/2009. 2012 9253 14-05-2012 11-05-2012 271241 2012 9253 14-05-2012 11-05-2012 271241 01-07-2012
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b Voor de toepassing van artikel 9 van verordening 1120/2009 wordt landbouwgrond die niet meer dan 90 dagen per jaar voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, aangemerkt als overwegend voor landbouwdoeleinden gebruikte landbouwgrond. 2010 4008 16-03-2010 117641 2010 4008 16-03-2010 117641 17-03-2010
Artikel 21c — Artikel 21c#
Artikel 21c 1 Bij de constatering van de oppervlakte van percelen landbouwgrond worden sloten die zijn gelegen tussen percelen landbouwgrond en die niet breder zijn dan 4 meter overeenkomstig door de Europese Commissie aanvaarde meetmethoden gerekend tot de volledig gebruikte oppervlakte van de desbetreffende percelen, waarbij de breedte van de sloot voor de helft aan elk van de aan weerskanten van de sloot gelegen percelen wordt toegerekend. 2 Bij de constatering van de oppervlakte van percelen landbouwgrond worden sloten die zijn gelegen in een perceel landbouwgrond en die elk niet breder zijn dan 2 meter overeenkomstig door de Europese Commissie aanvaarde meetmethoden gerekend tot de volledig gebruikte oppervlakte van het desbetreffende perceel. 3 Bij de constatering van de oppervlakte van percelen landbouwgrond worden windhagen die zijn gelegen op een perceel landbouwgrond waarop fruitteelt plaatsvindt en die elk niet breder zijn dan 2 meter overeenkomstig de door de Europese Commissie aanvaarde meetmethoden gerekend tot de volledig gebruikte oppervlakte van het desbetreffende perceel. 4 De minimumoppervlakte, bedoeld in artikel 13, negende lid, van verordening 1122/2009, van sloten bedraagt 0,01 hectare. 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 01-04-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Overdracht van toeslagrechten geschiedt met inachtneming van artikel 43 van verordening 73/2009 en de artikelen 26 en 27 van verordening 1120/2009. 2 Onverminderd de in verordening 73/2009, 1120/2009, 1122/2009 en 1121/2009 aan de betaling op basis van toeslagrechten gestelde voorwaarden kan de aanspraak op betaling in enig premiejaar op basis van de overgedragen toeslagrechten slechts worden gemaakt indien de cedent de minister uiterlijk op 31 maart van het desbetreffende premiejaar in kennis stelt van de overdracht. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. open teelten: open teelten van de sectoren akkerbouw, vollegrondsgroententeelt, bollenteelt, sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij; b. premie: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht premie, bedoeld in; c. schade-expert: deskundige die de gedragscode van expertiseorganisaties van het Verbond van Verzekeraars of een daarmee gelijk te stellen gedragscode in acht neemt; d. verzekeraar: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht verzekeraar, bedoeld in; e. verzekering: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht verzekering als bedoeld in; f. verzekeringspolis: bewijs van verzekering tussen landbouwer en verzekeraar. 2009 15455 15-10-2009 13-10-2009 59249 2009 15455 15-10-2009 13-10-2009 59249 16-10-2009
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 26, derde lid De minister verstrekt specifieke steun aan landbouwers in de vorm van een financiële bijdrage voor premies ten behoeve van verzekeringen, die overeenkomstig, zijn goedgekeurd. 2 De steun bedraagt 65% van de verzekeringspremie, met dien verstande dat het steunpercentage evenredig wordt verlaagd voor alle voor tegemoetkoming in aanmerking te nemen aanvragen indien het totaal van de voor tegemoetkoming in aanmerking te nemen aanvragen het bedrag van € 13.333.000 per jaar overstijgt. 3 De steun betreft uitsluitend de premie, exclusief belastingen. 4 Geen steun wordt verstrekt indien de landbouwer van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de premie, bedoeld in het eerste lid. 5 artikel 26, derde lid, onderdeel b Geen steun wordt verstrekt indien de landbouwer zijn teelt niet tegen alle ongunstige weersomstandigheden, bedoeld in, heeft verzekerd. 6 Geen steun wordt verstrekt ten behoeve van de premie die wordt betaald voor de verzekering van de open teelt op landbouwgrond die is gelegen buiten Nederland. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De landbouwer verstrekt de volgende gegevens aan de minister: a. het polisnummer van de verzekering, b. een kopie van de verzekeringspolis, en c. een bewijs van betaling van de definitieve verzekeringspremie. 2 artikel 55d, vijfde lid De landbouwer is van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, vrijgesteld indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, voor de in, vastgestelde termijn door de verzekeraar worden verstrekt. 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 01-01-2012
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24, eerste lid De voorwaarden van de verzekeringen, bedoeld in, worden op aanvraag goedgekeurd door de minister. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van: a. een onderbouwing van de premie; b. een verklaring dat de verzekeraar vooraf toestemming verleent aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; c. een verklaring van de verzekeraar dat hij zijn administratie die betrekking heeft op de verzekeringsvoorwaarden ten minste 4 kalenderjaren na afloop van de verzekering ter beschikking houdt van de minister; d. het standaardmodel van de verzekeringspolis, en e. documenten waarin de verzekeraar ten genoegen van de minister aantoont dat de verzekeringsvoorwaarden voldoen aan het bepaalde in deze regeling. 3 De minister verleent uitsluitend goedkeuring aan de verzekeringsvoorwaarden indien: a. het financieel verlies van de landbouwer wordt gedekt: i. voor zover dat meer is dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar, ii. als gevolg van een lagere opbrengst in kwantiteit of kwaliteit, iii. dat optreedt op een aaneengesloten stuk grond waarop één enkel gewas wordt geteeld, en iv. redelijkerwijs is toe te rekenen aan ongunstige weersomstandigheden, b. onder ongunstige weersomstandigheden in elk geval zijn begrepen: i. weersomstandigheden die volgens een schade-expert of het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, en ii. de volgende ongunstige weersomstandigheden: regenval; droogte; (nacht)vorst; sneeuw; ijzel; storm; hagel; erosie en brand door blikseminslag; c. alle open teelten verzekerd kunnen worden; d. geen eisen worden gesteld aan de aard of hoeveelheid van de toekomstige productie door de verzekerde; e. de voorwaarde wordt gesteld dat de schade wordt vastgesteld door een schade-expert; f. niet wordt uitgekeerd voorzover de landbouwer van overheidswege een tegemoetkoming in de schade ontvangt die ertoe leidt dat hij meer compensatie ontvangt dan hij schade heeft geleden; g. slechts één keer tot uitkering wordt gekomen voor een en de zelfde gebeurtenis bij dezelfde teelt, h. de verzekering wordt aangegaan per kalenderjaar, i. de verzekering geen dekking biedt voor: i. genomen preventiemaatregelen, en ii. artikel 7:957 BW bereddingsmaatregelen die genomen zijn op grond van de verzekeringspolis of, maar waarbij geen verlies, bedoeld in onderdeel a, is opgetreden, en j. de verzekeraar verklaart dat hij niet meer dan een keer dezelfde schade van de landbouwer verzekert. 4 De weersomstandigheden bedoeld in het derde lid, onderdeel b, worden geacht vooraf te zijn erkend door de minister, als bedoeld in artikel 70, vierde lid, tweede alinea, van verordening 73/2009. De minister kan in aanvulling daarop, na overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen. 5 In afwijking van het derde lid, onderdeel a, mag een verzekering ook tot uitkering komen bij een financieel verlies van minder dan 30%, mits de verzekeraar ten genoegen van de minister onderscheidt welk deel van de premie betrekking heeft op vergoeding van het financieel verlies van de landbouwer van minder dan 30%. In dat geval heeft de steun slechts betrekking op het gedeelte van de premie dat ziet op verzekeringsvoorwaarden die in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze paragraaf. 6 Het onderscheid, bedoeld in het vijfde lid, moet helder zijn omschreven in de verzekeringsvoorwaarden. 7 In afwijking van het derde lid, onderdeel h, mag een verzekering voor meer dan een kalenderjaar worden aangegaan, mits de premie jaarlijks wordt betaald en de jaarlijkse premie betrekking heeft op de productie van één kalenderjaar. 8 De minister publiceert de goedgekeurde verzekeringsvoorwaarden op www.minlnv.nl. 9 De minister keurt alleen een verzekering goed indien de verzekeraar verklaart dat de minister in kennis wordt gesteld van eventuele aanpassingen in de administratie van de verzekeraar, voorzover deze aanpassingen negatieve gevolgen hebben voor de betrouwbaarheid van de daarin verwerkte gegevens. 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 01-01-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, derde lid, onderdeel e In afwijking van, mag de schade worden vastgesteld op basis van een rekenmodel. 2 Het rekenmodel wordt tezamen met de verzekeringsvoorwaarden goedgekeurd door de minister. 3 De minister keurt het rekenmodel uitsluitend goed indien de verzekeraar aantoont dat de uitkomsten van het rekenmodel vergelijkbaar zijn met een schadebeoordeling door een schade-expert. Het rekenmodel bevat daartoe tenminste de noodzakelijke gegevens om de schade vast te kunnen stellen aan de hand van bedrijfsspecifieke gegevens van het landbouwbedrijf zoals het gewas en grondsoort op perceelsniveau en de feitelijke weersomstandigheid die de schade veroorzaakt. 4 De verzekeraar onderzoekt elk gebruik van het rekenmodel met behulp van een steekproef. De resultaten worden ter beschikking gehouden van de minister. 2009 15455 15-10-2009 13-10-2009 59249 2009 15455 15-10-2009 13-10-2009 59249 16-10-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 integraal duurzame stal of houderijsysteem In deze paragraaf wordt verstaan onder: stal of houderijsysteem dat voldoet aan bovenwettelijke normen op het gebied van dierenwelzijn en minimaal voldoet aan wettelijke normen op de gebieden: milieu, energie, diergezondheid, landschappelijke inpasbaarheid en arbeidsomstandigheden. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De minister verstrekt op aanvraag steun aan houders van melkrunderen, vleesrunderen, varkens, vleeskalveren, pluimvee en konijnen voor: a. de bouw van een integraal duurzame stal of houderijsysteem; b. de verbouwing van een bestaande stal of houderijsysteem tot een integraal duurzame stal of houderijsysteem, of c. de installatie van het noodzakelijke materieel voor de werking van de integraal duurzame stal of het integraal duurzame houderijsysteem. 2 artikel 33, eerste lid Het steunpercentage bedraagt 45% van de in aanmerking komende kosten, bedoeld in, uit het investeringsplan die zijn gerealiseerd. 3 De minister verstrekt ten hoogste € 250.000 steun per aanvraag tot steunverlening. 4 Het steunplafond voor betalingen op grond van het eerste lid bedraagt voor aanvragen die zijn gedaan in de periode 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014 € 9.500.000. 5 artikel 37a, eerste lid Indien blijkt dat het totale bedrag van de toe te kennen steun voor de steun, bedoeld in, lager is dan het steunplafond, bedoeld in artikel 37a, vijfde lid, dan wordt het overblijvende bedrag zo nodig toegevoegd aan het steunplafond, bedoeld in het vierde lid. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid De landbouwer verzoekt door middel van een aanvraag tot steunverlening om toekenning van steun op grond van. 2 bijlage 2, hoofdstuk 4, onderdeel D, eerste alinea, onderdelen a, b en c, van de Regeling LNV-subsidies De aanvraag tot steunverlening gaat vergezeld van de documenten, bedoeld in. 3 artikel 35 De landbouwer meldt bij de aanvraag tot steunverlening of hij in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan, of dat hij deze heeft aangevraagd, en verklaart dat hij ermee bekend is dat het ontbreken van dergelijke vergunningen of de niet tijdige beschikbaarheid ervan geen grond is voor toepassing van. 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 01-01-2012
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De landbouwer kan slechts één aanvraag tot steunverlening per jaar indienen op grond van deze paragraaf. 2 artikel 29, eerste lid artikel 34, derde lid De landbouwer komt alleen voor steun op grond van, in aanmerking voor activiteiten die zijn verricht op of na de beslissing, bedoeld in. 3 De landbouwer realiseert het investeringsplan of de door de minister bepaalde onderdelen daarvan binnen de termijn die de minister heeft gesteld in de beschikking tot steunverlening. 4 De landbouwer dient de aanvragen op grond van deze paragraaf in bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister verstrekt formulier en verklaart daarbij dat hij zich bewust is van de voorwaarden voor verkrijging van deze steun. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Aanvragen voor steunverlening worden niet in behandeling genomen: a. indien deze zijn ingediend na de daarvoor gestelde periode, of b. indien de aanvraag tijdig is ingediend maar indien de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 2 artikel 2:38 van de Regeling LNV-subsidies Een landbouwer komt niet in aanmerking voor steun op grond van deze paragraaf indien op grond vanal steun is verleend voor dezelfde subsidiabele activiteit. 3 artikel 29, eerste lid Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 De landbouwer verleent aan de minister, bij steunaanvragen op grond van, toestemming om zijn gegevens, inclusief persoonsgegevens, uit te wisselen met de minister van Financiën, ten behoeve van de controle op de naleving van de steunvoorwaarden van deze regeling en van de. 4 Indien het eerste lid, onderdeel b, van toepassing is, stelt de minister de landbouwer eerst in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen 14 werkdagen aan te vullen, alvorens op de aanvraag te beslissen. 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 2011 22801 21-12-2011 07-12-2011 238952 01-01-2012
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 In aanmerking komende kosten zijn de meerkosten van investeringen in: a. de bouw of inrichting van integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen, b. de verbetering van bestaande stallen en houderijsystemen tot integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen, of c. de kosten voor de montage en installatie van het noodzakelijke materieel voor de werking van integraal duurzame en diervriendelijke stallen of houderijsystemen. 2 De investeringen, bedoeld in het eerste lid, betreffen ten minste: a. een aparte vrijloopruimte in de melkveestal voor afkalvende en zieke dieren of ligplekken in de melkveestal die zijn voorzien van een andere ondergrond dan beton, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor runderen die worden gehouden ter productie van melk; b. voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor vleesrunderen; c. groepshuisvesting zonder individuele ligboxen voor dragende zeugen met voerstations, trog- of vloervoedering, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor varkens; d. ligplekken die zijn voorzien van rubbermateriaal, voor zover de stal of het houderijsysteem bestemd is voor vleeskalveren; e. een overdekte of niet-overdekte uitloop en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor pluimvee, en f. groepshuisvesting met schuilmogelijkheden, plastic roosters en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor konijnen. 3 Een investering komt alleen voor steun op grond van deze paragraaf in aanmerking indien deze noodzakelijk is voor de realisatie van een integraal duurzame stal of houderijsysteem. 4 Gangbare, reguliere of vervangingsinvesteringen en investeringen die gericht zijn op het voldoen aan bestaande wettelijke eisen, komen niet voor steun in aanmerking op grond van deze paragraaf. 5 Een investering die al uit hoofde van andere openbare middelen is gesubsidieerd of gefinancierd komt niet voor steun in aanmerking. 6 Artikel 1:20, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidies artikel 29, eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij de verstrekking van steun op grond van. 7 BTW is niet subsidiabel. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De minister stelt een commissie in die advies uitbrengt over de onderdelen van het investeringsplan en over de rangschikking van de aanvragen voor steunverlening. 2 artikel 29, eerste lid De minister rangschikt aanvragen tot steun als bedoeld in, die in de periode 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014 zijn ingediend in de navolgende volgorde van categorieën: a. artikel 33, tweede lid, onderdeel e aanvragen, afkomstig van houders van pluimvee die investeringen verrichten als bedoeld in, voor dieren van de soort Gallus gallus die worden gehouden ten behoeve van de productie van vlees; b. overige aanvragen. 3 Indien het totaalbedrag van de ingediende aanvragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, hoger is dan het beschikbare budget, worden binnen desbetreffende categorie aanvragen gerangschikt volgens het vijfde lid. 4 artikel 29, eerste lid Indien het totaalbedrag van de ingediende aanvragen hoger is dan het beschikbare budget en nadat voor de aanvragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een beschikking omtrent steunverlening als bedoeld in, is afgegeven, worden binnen de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aanvragen gerangschikt volgens het vijfde lid. 5 Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate: a. de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin de landbouwer investeert in de beginfase van marktintroductie verkeert; b. de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft; c. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde steunbedrag en de verbetering van het dierenwelzijn; d. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde steunbedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid, arbeidsomstandigheden of landschappelijke inpasbaarheid, en e. de landbouwer al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot steunverlening. 6 artikel 30, eerste lid De minister beslist binnen vier maanden na de uiterste datum waarop aanvragen tot steunverlening als bedoeld in, kunnen worden ingediend. 7 De beschikking tot steunverlening bevat de volgende onderdelen: a. het goedgekeurde investeringsplan, inclusief de essentiële onderdelen daarin; b. de termijnen voor realisatie van onderdelen van het investeringsplan; c. de ten hoogste te verstrekken steun. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Op aanvraag kan de minister de beschikking tot steunverlening wijzigen ten behoeve van een aanpassing van het investeringsplan. De steun die met de beschikking op grond van dit artikel wordt verstrekt is nooit hoger dan de steun die zou worden verstrekt op grond van de beschikking tot steunverlening. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gegrond op de afwezigheid of niet tijdige beschikbaarheid van voor de uitvoering van het investeringsplan noodzakelijke vergunningen. 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 01-01-2011
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Op aanvraag stelt de minister de steun vast. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat in ieder geval vergezeld van de documenten waaruit blijkt dat de landbouwer het investeringsplan heeft gerealiseerd en wat daarvoor de gemaakte kosten zijn. 3 Bij de steunvaststelling moet ten genoegen van de minister gebleken zijn dat de landbouwer heeft voldaan aan alle voorwaarden die bij de steunverlening zijn gesteld. 4 artikel 55d, tweede lid, onderdeel b De minister stelt de steun ambtshalve vast indien er geen aanvraag is ingediend na afloop van de in, gestelde relevante termijn. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a 1 De minister verstrekt op aanvraag steun aan landbouwers voor de koop en installatie van apparatuur, installaties of machines voor: a. mechanische scheiding, zoals vijzelpers of schroefpersfilter, zeefbandpers, centrifuge of decanter, trommelfilter, kamerfilter, towerfilter; b. bezinking; c. vacuümdestillatie en dampcompressie; d. het strippen of scrubben; e. het indikken en drogen; f. het composteren; g. het maken van mestkorrels; h. omgekeerde osmose, of i. monovergisting van mest. 2 Steun wordt uitsluitend verstrekt indien: a. met de apparatuur, installaties of machines ten hoogste een hoeveelheid mest kan worden bewerkt die gelijk is aan de hoeveelheid mest die de landbouwonderneming die de steun heeft aangevraagd, heeft geproduceerd gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag tot steun; b. ten minste 60% van de hoeveelheid stikstof in de te bewerken mest, bedoeld in onderdeel a, kan worden toegepast op de landbouwgronden die in gebruik zijn bij de landbouwonderneming die de steun heeft aangevraagd, en c. artikel 38, vierde lid de in aanmerking komende kosten, bedoeld in, ten minste € 20.000 bedragen. 3 bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet artikel 25 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet De hoeveelheid mest, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt berekend aan de hand van de forfaitaire normen voor stikstofproductie voor de onderscheiden diersoorten en diercategorieën, bedoeld inen de hoeveelheid stikstof, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt berekend aan de hand van de gebruiksnorm voor stikstof van 170 kilogram per hectare landbouwgrond of, voor wat betreft bedrijven van de landbouwer, bedoeld in, 250 kilogram per hectare landbouwgrond. 4 De steun bedraagt 25% van de in aanmerking komende kosten uit de offerte die zijn gerealiseerd in de periode vanaf de datum van de steunverlening tot en met 28 februari 2015, met dien verstande dat de steun ten hoogste € 50.000 bedraagt. 5 Het steunplafond voor betalingen op grond van het eerste lid bedraagt voor aanvragen gedaan in de periode 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014 € 5.000.000. 6 artikel 29 Indien blijkt dat het totale bedrag van de toe te kennen steun voor de steun, bedoeld in, lager is dan het steunplafond, bedoeld in artikel 29, vierde lid, dan wordt het overblijvende bedrag zo nodig toegevoegd aan het steunplafond, in het vijfde lid. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37a, eerste lid De landbouwer verzoekt door middel van een aanvraag tot steunverlening om toekenning van steun op grond van. 2 bijlage 2, hoofdstuk 7, onderdeel D, eerste lid, onder a van de Regeling LNV-subsidies De aanvraag gaat vergezeld van de documenten, bedoeld in. 3 artikel 37a, tweede lid De landbouwer, bedoeld in het eerste lid, verleent bij de aanvraag toestemming voor het gebruik van relevante gegevens ten aanzien van de mestproductie op en mestvervoer van zijn bedrijf ten behoeve van de controle op de voorwaarden, bedoeld in. 4 In aanmerking komende kosten zijn de kosten van investeringen in: a. apparatuur, installaties of machines waarvan de aanvrager de eerste gebruiker is; b. de kosten voor montage en installatie van het noodzakelijke materieel door een aannemer of leverancier. 5 artikelen 31 32 33, derde tot en met vijfde lid en zevende lid artikel 37a, eerste lid De,,, zijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van steun op grond van, waarbij ‘het investeringsplan’ in artikel 31, derde lid, wordt gelezen als ‘de offerte’ en waarbij ‘een integraal duurzame stal of houderijsysteem’ in artikel 33, derde lid, wordt gelezen als: een mestbewerkingsinstallatie. 6 Artikel 1:20, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidies artikel 37a, eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij de verstrekking van de steun op grond van. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 De minister rangschikt aanvragen tot steunverlening die in de periode 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014 zijn ingediend door loting. 2 Volgens de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor steun in aanmerking. 3 artikel 38, eerste lid De minister beslist uiterlijk vier maanden na de uiterste datum waarop aanvragen tot steunverlening als bedoeld in, kunnen worden ingediend. 4 De beschikking tot steunverlening bevat de volgende onderdelen: a. de goedgekeurde investeringen; b. de termijn waarbinnen de investering wordt gerealiseerd; c. de ten hoogste te verstrekken steun. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38b — Artikel 38b#
Artikel 38b 1 Op aanvraag van de landbouwer stelt de minister de steun vast. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat in ieder geval vergezeld van de documenten waaruit blijkt dat de apparatuur, installaties of machines zijn geleverd en geïnstalleerd en wat daarvoor de gemaakte kosten zijn. 3 Bij de steunvaststelling moet ten genoegen van de minister gebleken zijn dat de landbouwer heeft voldaan aan alle voorwaarden die bij de steunverlening zijn gesteld. 4 artikel 38a, vierde lid Indien bij de verstrekking van de documenten, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de landbouwer andere apparatuur of een andere installatie of machine heeft gekocht en geïnstalleerd, dan komt deze koop en installatie, met inachtneming van de voorschriften van deze paragraaf, in plaats van de aangevraagde steun voor steun in aanmerking, met dien verstande dat de minister niet meer steun aan de landbouwer betaalt dan hem is verleend in de beschikking tot steunverlening, bedoeld in. 5 artikel 55d, tweede lid, onderdeel b De minister stelt de steun ambtshalve vast indien er geen aanvraag is ingediend na afloop van de in, gestelde termijn. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 38c — Artikel 38c#
Artikel 38c Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38d — Artikel 38d#
Artikel 38d Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38e — Artikel 38e#
Artikel 38e In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. vaarvergoeding: vergoeding voor het verrichten van landbouwactiviteiten, als bedoeld in artikel 2, onder c, van verordening 73/2009, op een vaarperceel. b. vaarperceel: bijlage 3 perceel dat als zodanig is aangewezen in. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38f — Artikel 38f#
Artikel 38f 1 De minister verstrekt specifieke steun aan landbouwers in de vorm van een vaarvergoeding van € 500 per hectare per jaar voor vaarpercelen. 2 Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Indien voor het desbetreffende perceel reeds subsidie voor het uitrijden van ruige mest uit hoofde van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies, deof de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies wordt toegekend, wordt de steun, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met het bedrag dat per hectare voor het desbetreffende perceel wordt ontvangen aan subsidie voor het uitrijden van ruige mest. 3 De vaarvergoeding wordt evenredig verlaagd voor alle voor vaarvergoeding in aanmerking te nemen aanvragen indien het totaal van de voor steun in aanmerking te nemen aanvragen het bedrag van € 1.100.000 per kalenderjaar overstijgt. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38g — Artikel 38g#
Artikel 38g Een landbouwer komt uitsluitend in aanmerking voor steun op grond van deze paragraaf indien: a. de totale oppervlakte van de vaarpercelen waarvoor hij steun op grond van deze paragraaf ontvangt tenminste 0,5 hectare bedraagt; b. Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer hij in de verzamelaanvraag heeft aangegeven in te stemmen met de verwerking door de minister van de persoonsgegevens die betrekking hebben op de subsidie voor het uitrijden van ruige mest die de minister heeft verkregen in het kader van de subsidieaanvraag op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer, deof de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 38h — Artikel 38h#
Artikel 38h In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. vezelgewassen: vezelvlas en vezelhennep; b. teler: een natuurlijke- of rechtspersoon die vezelgewassen teelt; c. verwerken van vezelgewassen: het scheiden van de vezels en houtachtige delen van de stengels van vezelgewassen; d. verwerker: een natuurlijke- of rechtspersoon die vezelgewassen ten behoeve van de vezelwinning verwerkt. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 38i — Artikel 38i#
Artikel 38i 1 De minister verstrekt op aanvraag specifieke steun aan telers van vezelgewassen in de vorm van een instandhoudingsvergoeding van € 270 per hectare van de in 2014 geteelde oppervlakte vezelgewassen waarvan de teler de oogst zelf verwerkt, laat verwerken, of verkoopt aan een verwerker. 2 De steun, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor ten hoogste de oppervlakte van de door de teler in 2014 in zijn Gecombineerde Opgave opgegeven gewasareaal aan vezelgewassen. 3 Een teler komt uitsluitend in aanmerking voor steun op grond van deze paragraaf indien: a. in het geval dat de teler de oogst van de oppervlakte vezelgewassen waarvoor hij steun op grond van deze paragraaf aanvraagt verkoopt aan een verwerker, hij beschikt over een verkoopovereenkomst met een verwerker en deze verkoopovereenkomst gedurende 3 jaar nadat de steun is vastgesteld bewaart in zijn bedrijfsadministratie; b. in het geval dat de teler de oogst van de oppervlakte vezelvlas waarvoor hij steun op grond van deze paragraaf aanvraagt laat verwerken door een verwerker, hij beschikt over een verwerkingsovereenkomst met een verwerker en deze verwerkingsovereenkomst gedurende 3 jaar nadat de steun is vastgesteld bewaart in zijn bedrijfsadministratie; c. de oppervlakte vezelgewassen waarvoor hij steun op grond van deze paragraaf ontvangt tenminste 0,5 hectare bedraagt; d. hij verklaart dat hij de vezelgewassen waarvoor hij steun op grond van deze paragraaf aanvraagt ten behoeve van de vezelwinning teelt en de vezelgewassen daartoe zelf zal verwerken of zal laten verwerken door een verwerker; e. indien hij vezelhennep teelt, hij de oppervlakte, bedoeld in het eerste lid, gebruikt in overeenstemming met artikel 39, eerste volzin, van verordening 73/2009 en artikel 10 van verordening 1120/2009. 4 De steun wordt evenredig verlaagd voor alle voor steun in aanmerking te nemen aanvragen op grond van deze paragraaf indien het totaal van de voor steun in aanmerking te nemen aanvragen het steunplafond van € 930.000 overstijgt. 5 Een teler kan jaarlijks slechts één aanvraag indienen op grond van deze paragraaf. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 38j — Artikel 38j#
Artikel 38j Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38k — Artikel 38k#
Artikel 38k Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38l — Artikel 38l#
Artikel 38l Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38m — Artikel 38m#
Artikel 38m Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38n — Artikel 38n#
Artikel 38n Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38o — Artikel 38o#
Artikel 38o Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38p — Artikel 38p#
Artikel 38p Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38q — Artikel 38q#
Artikel 38q Vervallen 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 01-04-2012
Artikel 38r — Artikel 38r#
Artikel 38r Vervallen 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 01-04-2012
Artikel 38s — Artikel 38s#
Artikel 38s Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38t — Artikel 38t#
Artikel 38t In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. GPS: plaatsbepalingssysteem met behulp van satellieten; b. bewaarplaats: bewaarplaats van plantaardige landbouwproducten behorend tot het bedrijf van de landbouwer die de steun aanvraagt. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38u — Artikel 38u#
Artikel 38u De minister verstrekt op aanvraag steun aan landbouwers in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de onderstaande activiteiten: a. de koop van: 1°. een ploeg die is uitgerust met een GPS-antenne voor bijsturing; 2°. spuitapparatuur die door sturing met GPS secties kan afsluiten of schoffelapparatuur die is uitgerust met een GPS-antenne voor bijsturing; 3°. bemestingsapparatuur die door sturing met GPS secties kan afsluiten of met behulp van sturing met GPS de strooibreedte en dosering kan aanpassen; 4°. beregeningapparatuur met vochtsensoren die door sturing met GPS en op basis van taakkaarten het vocht doseert; 5°. poot- en zaaiapparatuur die door sturing met GPS secties kan uitschakelen; b. het verwijderen van asbest in een bewaarplaats, niet zijnde de herbouw van een bewaarplaats; c. artikel 1, onderdeel A, onder 2, sub 2.1.C, punt a, van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 het isoleren van vloeren, wanden of plafonds van een bewaarplaats, niet inbegrepen de verwijdering van materialen, waardoor een warmteweerstand wordt bereikt als vastgesteld in; d. regulering van het klimaat in een bewaarplaats door middel van een computer, inclusief daarmee verband houdende aanpassingen aan ventilatiesystemen. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38v — Artikel 38v#
Artikel 38v 1 artikel 38u De steun, bedoeld in, bedraagt 30% van de in aanmerking komende kosten met dien verstande dat zij ten hoogste € 50.000 steun per landbouwer bedraagt. 2 Het steunplafond bedraagt € 12.300.000. 3 De landbouwer komt alleen voor steunverlening in aanmerking indien de totale kosten voor de uitvoering van de volledige activiteit hoger zijn dan € 15.000. 4 artikel 1:15, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidies Gemaakte arbeidskosten komen voor steun in aanmerking indien deze zijn gemaakt door een aannemer of een leverancier, overeenkomstig de in, omschreven berekeningsmethode. 5 BTW is niet subsidiabel. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38w — Artikel 38w#
Artikel 38w 1 artikel 38u De landbouwer kan slechts een aanvraag per jaar indienen voor steunverlening op grond van. 2 De aanvraag voor steunverlening gaat vergezeld van: a. een omschrijving van de steunwaardige activiteit, inclusief een conceptfactuur of offerte, b. het adres waar de landbouwer de steunwaardige activiteit realiseert, en c. Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 een verklaring van de landbouwer waarin hij de minister toestemming geeft om zijn gegevens, inclusief persoonsgegevens, uit te wisselen met de minister van Financiën, ten behoeve van de controle op de naleving van deze specifieke steunregeling en de. 3 artikel 38u, onderdeel a De landbouwer kan steun aanvragen voor de aanschaf van verscheidene in, omschreven apparaten. 4 artikel 38u De landbouwer kan geen steun aanvragen op grond van meer dan één van de inonderscheiden onderdelen. 5 De landbouwer kan alleen steun aanvragen voor activiteiten die verricht worden na de steunverlening. 6 artikel 38u De minister rangschikt aanvragen tot steun als bedoeld indie in de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014 zijn ingediend in de navolgende volgorde van categorieën: a. artikel 38u bijlage 2, hoofdstuk 7, categorie 2, van de Regeling LNV-subsidies aanvragen, afkomstig van ondernemingen die in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag geen steun als bedoeld inof subsidie als bedoeld inis verleend; b. overige aanvragen. 7 Indien het totaalbedrag van de ingediende aanvragen, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, hoger is dan het beschikbare budget, worden binnen desbetreffende categorie aanvragen door loting gerangschikt. 8 artikel 38u Indien het totaalbedrag van de ingediende aanvragen hoger is dan het beschikbare budget en nadat voor de aanvragen, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, een beschikking omtrent steunverlening als bedoeld inis afgegeven, worden binnen de categorie, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, aanvragen door loting gerangschikt. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 38x — Artikel 38x#
Artikel 38x 1 38u De landbouwer aan wie steun is verleend als bedoeld in: a. artikel 38u, onderdeel a verstrekt bewijsmateriaal waaruit ten genoegen van de minister blijkt dat de steunwaardige activiteiten zijn verricht, waaronder voor wat betreft de activiteiten, bedoeld in, de levering van de desbetreffende apparatuur op het bedrijf van de landbouwer die de steun aanvraagt, en welke kosten voor de desbetreffende activiteiten zijn gemaakt; b. artikel 1:12, derde en vierde lid, van de Regeling LNV-subsidies bewaart het bewijsmateriaal in een administratie die voldoet aan de voorschriften, bedoeld in. 2 Artikel 1:20, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidies artikel 38u is van overeenkomstige toepassing bij de betaling van steun op grond van. 3 artikel 38w, zesde lid Indien bij de verstrekking van het bewijsmateriaal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, blijkt dat de landbouwer een andere activiteit heeft verricht, dan komt deze activiteit, met inachtneming van de voorschriften van deze paragraaf, in plaats van de aangevraagde steun voor steun in aanmerking, met dien verstande dat de minister niet meer steun aan de landbouwer betaalt dan hem is verleend op grond van. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a Vervallen 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 01-04-2009 01-01-2009
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Er worden geen rechtstreekse betalingen toegekend aan landbouwers indien het totaalbedrag van de in een bepaald kalenderjaar aangevraagde of toe te kennen rechtstreekse betalingen vóór toepassing van de in de artikelen 21 en 23 van verordening 73/2009 vastgestelde verlagingen en uitsluitingen lager is dan € 500. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a Vervallen 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 01-04-2009 01-01-2009
Artikel 54b — Artikel 54b#
Artikel 54b Vervallen 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 01-04-2009 01-01-2009
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 2, eerste lid, onder 2 De landbouwer die aanspraak maakt op steun in het kader van een van de in, bedoelde steunregelingen, maakt gebruik van de verzamelaanvraag, tenzij deze regeling een specifieke aanvraagprocedure voorschrijft. 2 Voor de verzamelaanvraag maakt de landbouwer gebruik van een door de minister vastgesteld formulier dat door de landbouwer volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 3 De verzamelaanvraag wordt in de periode van 1 april tot en met 15 mei ingediend bij de minister. 4 Bij de verzamelaanvraag legt de landbouwer alle bewijsstukken over die het betrokken betaalorgaan nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag. 5 Van de wijziging, verbetering of intrekking van de verzamelaanvraag overeenkomstig Deel II, Titel II, van verordening 1122/2009 stelt de landbouwer de minister schriftelijk in kennis. 6 artikel 24, eerste lid De landbouwer die aanspraak maakt op steun, bedoeld in, verstrekt tevens de volgende informatie bij de verzamelaanvraag: a. toestemming aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling, b. een verklaring dat hij zich bewust is van alle voorwaarden voor verkrijging van deze steun, c. de naam van de verzekeraar met wie de verzekering is afgesloten, en d. een verklaring dat hij zich niet meer dan een keer verzekert voor dezelfde schade. 7 De landbouwer die in aanmerking wil komen voor steun, 38f, eerste lid of 38i, eerste lid, verklaart op de verzamelaanvraag dat hij zich bewust is van de voorwaarden voor het ontvangen van deze steun. 8 De teler, bedoeld in artikel 38h, onderdeel b, die in aanmerking wil komen voor de steun, bedoeld in artikel 38i, eerste lid, geeft in de verzamelaanvraag, bedoeld in het eerste lid, aan: a. de oppervlakte van het areaal aan vezelgewassen waarvoor hij de steun, bedoeld in artikel 38i, eerste lid, aanvraagt; b. de informatie, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening 1122/2009, en c. de verklaring, bedoeld in artikel 38i, derde lid, onderdeel d. 9 De landbouwer die het in aanmerking komende oppervlak van een perceel landbouwgrond wil uitbreiden met sloten of windhagen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening 1122/2009, identificeert deze op de verzamelaanvraag. 10 artikel 15b Landbouwers die een verzoek als bedoeld inwillen indienen, verstrekken ten genoegen van de minister de benodigde informatie voor het vaststellen van het relevante jaar of de relevante jaren. 11 artikelen 12 tot en met 15 Landbouwers die geen toeslagrechten in eigendom hebben op 15 mei 2012 vragen om toepassing van de, door het indienen van de verzamelaanvraag waarin zij tevens verzoeken om de uitbetaling van bedrijfstoeslag. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a 1 artikel 10 De landbouwer die gebruik wil maken van, maar geen toeslagrechten in eigendom heeft op 15 mei 2010, vraagt toeslagrechten aan door het indienen van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier bij de minister. 2 De landbouwer dient het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk in op 15 mei 2010. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 55b — Artikel 55b#
Artikel 55b 1 artikel 11, eerste lid, onderdeel a De landbouwer die gebruik wil maken van, verstrekt ten genoegen van de minister de benodigde informatie voor het vaststellen van het relevante referentiejaar of referentiejaren. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel b artikel 10 De landbouwer die gebruik wil maken van, verstrekt het een kopie van het verkoopcontract en een omschrijving van de overgedragen aanspraken op toeslagrechten, bedoeld in. Daarbij worden ook de overgedragen landbouwondernemingen waaraan een UBN is toegekend en het aantal overgedragen hectares omschreven. 3 Een aanvraag en de gegevens, bedoeld in het tweede lid, mogen met expliciete toestemming van de verkoper ook met aanvraag van de koper worden ingediend. 4 artikel 11, eerste lid, onderdeel c De landbouwer die gebruik wil maken van, verstrekt een kopie van het verhuurcontract en het aantal hectaren waarvoor hij de toeslagrechten verhuurt. 5 artikel 16, eerste lid De landbouwer die gebruik wil maken van, verstrekt ten genoegen van de minister de benodigde informatie voor het vaststellen van het voldoen aan de voorwaarden van deze regeling. 6 De landbouwer dient de gegevens, bedoeld in dit artikel in voor 15 mei 2010, met een door de minister vastgesteld formulier, bij de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 55c — Artikel 55c#
Artikel 55c 1 artikel 11, eerste lid artikel 16, eerste lid artikel 55a, tweede lid artikel 55b, zesde lid Indien uit een ingediende verzamelaanvraag, een ingediende aanvraag om gebruik te maken van, of een ingediende aanvraag om gebruik te maken van, kennelijk en zonder voorbehoud blijkt dat een landbouwer een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten heeft willen doen, wordt de ingediende aanvraag beschouwd als een aanvraag als bedoeld in, of. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag die is ontvangen op 11 juni 2010. 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 2010 20725 24-12-2010 16-12-2010 169468 01-01-2011 01-01-2010
Artikel 55d — Artikel 55d#
Artikel 55d 1 Aanvragen of gegevensverstrekkingen op grond van dit artikel worden bij de minister ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de minister verstrekte formulier en gaan vergezeld van een verklaring dat de landbouwer zich bewust is van alle voorwaarden voor het verkrijgen van de steun. 2 artikel 29, eerste lid artikel 37a, eerste lid De landbouwer die steun aanvraagt op grond van, of: a. artikel 30, eerste lid artikel 38, eerste lid dient de aanvraag, bedoeld in, respectievelijk, in bij de minister in de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014; b. artikel 37, eerste lid artikel 38b, eerste lid dient de aanvraag, bedoeld in, respectievelijk, in bij de minister in de periode van 1 december 2014 tot en met 28 februari 2015. 3 artikel 38u De landbouwer die steun aanvraagt op grond van: a. dient de aanvraag tot steunverlening in bij de minister in de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 maart 2014, en b. artikel 38x, eerste lid, onderdeel a dient de in, omschreven gegevens, in bij de minister vóór 28 februari 2015. 4 artikel 24, eerste lid artikel 25, eerste lid De landbouwer die steun aanvraagt op grond van, verstrekt de in, bedoelde gegevens aan de minister voor 1 november van het jaar waarin de steun is aangevraagd. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 55e — Artikel 55e#
Artikel 55e artikel 26, eerste lid De aanvraag, bedoeld in, wordt uiterlijk vóór 15 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verzekering betrekking heeft, ingediend. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 55f — Artikel 55f#
Artikel 55f 1 artikel 15b artikel 15c Landbouwers die vragen om toepassing vanof, verstrekken de benodigde informatie uiterlijk op 15 mei 2012 op een daartoe door de minister vastgesteld formulier. 2 artikel 15b Landbouwers die vragen om toepassing van, verstrekken daarbij ten genoegen van de minister de benodigde informatie ten behoeve van de vaststelling van het relevante jaar of de relevante jaren. 3 artikel 15c Landbouwers die vragen om toepassing van, verstrekken daarbij de gegevens als bedoeld in artikel 26, tweede en derde lid, van verordening 1120/2009, respectievelijk de gegevens als bedoeld in artikel 27, tweede en derde lid, van verordening 1120/2009. 4 Met expliciete toestemming van de verkoper mag een koper het verzoek en de gegevens, bedoeld in artikel 26, derde lid, van verordening 1120/2009, indienen op een daartoe door de minister vastgesteld formulier. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 55, vierde lid Bewijsstukken als bedoeld in, overlegt de landbouwer schriftelijk voor zover deze niet elektronisch overgelegd kunnen worden. 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 01-04-2009 01-01-2009
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De landbouwer, verzekeraar, verantwoordelijke voor een certificeringssysteem of controleur ten behoeve van een certificeringssysteem zijn verplicht op verzoek van de minister alle gewenste nadere inlichtingen, ter zake van de gegevens verschaft bij de ingediende aanvragen op grond van deze regeling, terstond en naar waarheid te verstrekken. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De bedrijfsadministratie wordt door de landbouwer op eerste vordering aan de met toezicht op de naleving van deze regeling belaste persoon ter inzage gegeven. 2 De landbouwer bewaart de bedrijfsadministratie op zijn bedrijf ten minste drie jaar na afloop van het jaar waarin subsidie is aangevraagd. 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat een verzamelaanvraag is ingediend en voordat aan alle voorwaarden voor het verstrekken van subsidie is voldaan, of indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat de voor de toekenning van de steun vereiste handelingen zijn begonnen, maar voordat aan alle voorwaarden voor de toekenning van de steun is voldaan, wordt de aangevraagde subsidie overeenkomstig het tweede en derde lid verstrekt aan de overnemer, bedoeld in artikel 82 van verordening 1122/2009, dan wel aan de oorspronkelijke aanvrager. 2 De desbetreffende aangevraagde subsidie wordt verstrekt aan de overnemer indien: a. artikel 55, derde lid de minister de schriftelijke melding van de overdracht uiterlijk op de laatste dag van de in, bedoelde termijn voor het indienen van de verzamelaanvraag ontvangt van de overnemer, b. artikel 55, derde lid de overnemer het betrokken betaalorgaan uiterlijk op de laatste dag van de in, bedoelde termijn verzoekt om betaling van de door de wederpartij aangevraagde subsidie, c. de overnemer alle door de minister verlangde bewijsstukken overlegt, en d. wordt voldaan aan alle voorwaarden voor de verstrekking van de steun. 3 De desbetreffende aangevraagde subsidie wordt verstrekt aan de oorspronkelijke aanvrager indien: a. artikel 55 derde lid de minister de in het tweede lid, onder a, bedoelde melding niet of na de inbedoelde termijn van de overnemer heeft ontvangen, b. wordt voldaan aan alle voorwaarden voor de verstrekking van de steun, en c. de oorspronkelijke aanvrager alle door de minister verlangde bewijsstukken overlegt. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a artikelen 63 tot en met 65 Een uitvoerende instantie zoals genoemd in deis voor de regelingen die zij uitvoert bevoegd om het bedrag aan subsidie dat aan de landbouwer is toegekend te verrekenen met bestuursrechtelijke geldschulden die de desbetreffende landbouwer aan haar is verschuldigd. 2010 4946 26-03-2010 25-03-2010 2010 4946 26-03-2010 25-03-2010 01-04-2010
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 63 Indien verordening 73/2009 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen een beroep op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden mogelijk maken in verband met het niet nakomen van voorwaarden of verplichtingen, meldt de landbouwer een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden overeenkomstig artikel 75 van verordening 1122/2009 schriftelijk aan de minister met betrekking tot de in, bedoelde regelingen binnen 10 werkdagen na de dag vanaf welke dit voor hem mogelijk is. 2 De landbouwer voegt bij de melding bewijsstukken bij ter ondersteuning van zijn beroep op overmacht of buitengewone omstandigheden als bedoeld in het eerste lid. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 Indien een bedrag aan subsidie ten onrechte is uitbetaald, wordt dit bedrag en de rente daarover overeenkomstig artikel 80 van verordening 1122/2009 teruggevorderd. 2 De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente in Nederland geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarin de subsidie is betaald. 3 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet meer bedraagt dan € 100,– exclusief rente, wordt overeenkomstig artikel 5 bis van verordening 885/2006 afgezien van terugvordering. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Hoofdstuk 2a, paragraaf 1 artikel 3 De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, organisaties die bewijsmateriaal leveren als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van verordening 1122/2009 en de ondernemingen die betrokken zijn bij de uitvoering van steunverstrekking op grond van, alsmede de instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving van de inen Hoofdstuk 2a, paragraaf 1, bedoelde voorwaarden wisselen de gegevens uit betreffende aanvragers die relevant zijn in het kader van bedoeld toezicht. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 2011 2085 08-02-2011 04-02-2011 181279 01-01-2012
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 01-01-2014
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 2012 6570 30-03-2012 27-03-2012 263549 01-04-2012
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 De NVWA is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles ter plaatse op de naleving van de regeling als bedoeld in de artikelen 20 en 22 van verordening 73/2009. 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 2012 4602 09-03-2012 01-03-2012 258509 01-04-2012
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 3 artikel 2 Indien een landbouwer één of meer verplichtingen op grond vanniet naleeft, wordt overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk III van verordening 1122/2009 een korting opgelegd op het totale bedrag dat op grond van de inbedoelde steunregelingen aan de landbouwer is of moet worden toegekend. 2 artikel 3 Onverminderd artikel 77 van verordening 1122/2009, bedraagt de hoogte van de korting 1, 3 of 5% van het totale bedrag dat op grond van de inbedoelde steunregelingen aan de landbouwer is of moet worden toegekend en wordt in geval van herhaalde of opzettelijke niet-naleving verhoogd overeenkomstig artikel 71 en 72 van verordening 1122/2009. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 artikel 68 artikel 63, eerste lid Indien een landbouwer andere dan de inbedoelde voorwaarden of verplichtingen voortvloeiend uit verordening 73/2009 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen niet naleeft, wordt door de minister met betrekking tot de in, bedoelde regelingen overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk II van verordening 1122/2009 een korting opgelegd op het bedrag dat op grond van de betrokken steunregeling aan de landbouwer is of moet worden toegekend. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Indien een landbouwer niet alle in artikel 13, achtste lid, van verordening 1122/2009 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3% van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moet worden gedaan, als volgt verlaagd: a. indien het verschil groter is dan 3% en kleiner dan of gelijk aan 10% bedraagt de verlaging 1%; b. indien het verschil groter is dan 10% en kleiner dan of gelijk aan 20% bedraagt de verlaging 2%; c. indien het verschil groter is dan 20% bedraagt de verlaging 3%. 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 2009 19470 18-12-2009 14-12-2009 92887 01-01-2010 Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 70a — Artikel 70a#
Artikel 70a 1 artikel 55d, tweede lid, onderdeel a, respectievelijk derde lid, onderdeel a Aanvragen, bedoeld in, komen niet voor steunverlening in aanmerking indien de landbouwer deze verstrekt na de in die leden vastgestelde termijn. 2 artikel 24, eerste lid artikel 29, eerste lid artikel 37a, eerste lid artikel 38u artikel 55d, tweede lid, onderdeel b, derde lid onderdeel b, vierde lid artikel 43, vierde lid De steun, bedoeld in,,, artikel 38i, eerste lid, respectievelijkwordt verlaagd overeenkomstig de omschreven systematiek in artikel 23, eerste lid, van verordening 1122/2009, indien de landbouwer de in, respectievelijk, omschreven aanvragen of gegevens verstrekt na de daarin bepaalde termijn. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 70b — Artikel 70b#
Artikel 70b artikel 36, eerste lid artikel 37, eerste lid artikel 38b, eerste lid Voor de toepassing van de artikelen 8, 23 en 28 van verordening 73/2009 en artikel 55 van verordening 1122/2009, gelden aanvragen voor betalingen op grond van,en, als ingediend in de periode van 1 tot en met 31 december van het jaar waarin de steun is verleend, respectievelijk als ingediend in de periode van 1 tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanvraag tot steunverlening is ingediend. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 70c — Artikel 70c#
Artikel 70c Hoofdstuk 2a, paragraaf 5 Hoofdstuk 2a, paragraaf 6 De steun, bedoeld in, en bedoeld in, wordt verlaagd overeenkomstig artikel 58 van verordening 1122/2009, indien blijkt dat de oppervlakte van de gezamenlijke percelen waarvoor steun is aangevraagd groter is dan de oppervlakte van de percelen die op grond van artikel 57 van verordening 1122/2009 zijn geconstateerd. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 70d — Artikel 70d#
Artikel 70d 1 artikel 24, eerste lid artikel 29, eerste lid artikel 38i, eerste lid artikel 38u Indien komt vast te staan dat de landbouwer de voorwaarden voor betaling van steun als bedoeld in,,, respectievelijk, niet heeft nageleefd, stelt de minister de steun vast op nihil. 2 artikel 41, onder a Bijlage 8B artikel 40, eerste lid tot en met derde lid Indien komt vast te staan dat de overeenkomst, bedoeld in, gedurende de looptijd van het onderzoek, zoals beschreven in het inopgenomen model van de overeenkomst, is ontbonden wordt de in, bedoelde steun vastgesteld op nihil en worden eventuele reeds gedane betalingen teruggevorderd. 3 artikel 41, onderdelen b tot en met p Indien komt vast te staan dat de vleeskalverhouder de voorwaarden voor steun als bedoeld in, niet heeft nageleefd wordt een korting opgelegd van 3% per niet nageleefde steunvoorwaarde. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 70e — Artikel 70e#
Artikel 70e 1 artikel 35 artikel 29, eerste lid Behoudens wijzigingen in de beschikking tot steunverlening als bedoeld instelt de minister de steun, bedoeld in, vast op nihil als de aanvrager afwijkt van de realisatie van een integraal duurzame stal of houderijsysteem waarvoor de minister aan de aanvrager steun heeft verleend. 2 artikel 37, derde lid artikel 38b, tweede lid Indien komt vast te staan dat de aanvrager in de documenten, bedoeld inen, opzettelijk een foutieve weergave heeft gegeven van de werkelijk gemaakte kosten en de door aanvrager opgegeven kosten hoger zijn dan de werkelijke kosten, stelt de minister de steun vast op nihil. 3 artikel 29, eerste lid Indien in het geval, bedoeld in het tweede lid, de door aanvrager opgegeven kosten meer dan 20% hoger zijn dan de werkelijk gemaakte kosten, wordt de aanvrager voor het kalenderjaar volgend op het laatste jaar waarvoor de steun is verleend, uitgesloten van verlening van steun als bedoeld in. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 70f — Artikel 70f#
Artikel 70f 1 artikel 25, eerste lid, onderdeel c artikel 37, derde lid artikel 38b, tweede lid artikel 38i, derde lid, onderdelen a en b artikel 38w, tweede lid, onderdeel a artikel 38x, eerste lid onderdeel a De minister stelt de steun op grond van de betreffende steunregeling vast op nihil indien blijkt dat door, of ten behoeve van, de landbouwer een document, bedoeld in,,,,, of, heeft vervalst of valselijk is opgemaakt, waardoor de opgegeven kosten hoger zijn dan de werkelijke kosten. 2 Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de door, of ten behoeve van, de landbouwer opgegeven kosten meer dan 20% hoger zijn dan de werkelijk gemaakte kosten, wordt de landbouwer voor het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de steun is verleend, uitgesloten van steun op grond van de betreffende steunregeling. 3 artikel 38w, eerste lid artikel 38u De landbouwer die in hetzelfde kalenderjaar meer dan een aanvraag indient, bedoeld in, komt niet in aanmerking voor steun op grond van. 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 2014 7566 12-03-2014 10-03-2014 WJZ/14033092 13-03-2014
Artikel 70g — Artikel 70g#
Artikel 70g 1 artikel 55, elfde lid Aanvragen als bedoeld in, die na 15 mei 2012 bij de minister worden ingediend, worden gereduceerd of uitgesloten volgens de in artikel 24 van verordening 1122/2009 vastgestelde systematiek. 2 artikel 55f, eerste lid Aanvragen op grond van, waarin wordt verzocht om toepassing van artikel 15b, die na 15 mei 2012 bij de minister worden ingediend, worden gereduceerd of uitgesloten volgens de in artikel 24 van verordening 1122/2009 vastgestelde systematiek. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Regeling GLB-inkomenssteun Dewordt ingetrokken, maar blijft evenwel van toepassing op aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling waarop nog niet onherroepelijk is beslist en, in geval van slacht, op slachtingen en export verricht vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 71a — Artikel 71a#
Artikel 71a De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zoals die luidde vóór 1 januari 2009 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2009. 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 2009 62 31-03-2009 20-03-2009 TRCJZ/2009/549 01-04-2009 01-01-2009
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zoals die luidde op 31 december 2013 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2014. 2 artikel 37, eerste lid artikel 43, eerste lid Landbouwers die vóór 1 januari 2014 een steunaanvraag hebben ingediend, als bedoeld in, of, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zoals die luidde op 31 december 2013 op basis waarvan de minister in 2012 of 2013 steun heeft verleend, dienen uiterlijk op 28 februari 2014 een vaststellingsaanvraag in. Op desbetreffende vaststellingsaanvragen is de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van toepassing zoals die luidde op 31 december 2013. 3 artikel 70e, eerste lid In afwijking van het eerste lid, is, zoals deze luidt met ingang van 1 januari 2014 van toepassing op steunaanvragen ingediend vóór 1 januari 2014. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Wijzigt de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Wijzigt de Subsidieregeling natuurbeheer 2000. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Wijzigt de Regeling superheffing en melkpremie 2004. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Wijzigt deze regeling. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling GLB-inkomenssteun 2006’. 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006
Artikel 3#
artikel 3, onderdeel a
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel 2, onder a
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 38f#
artikel 38f
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 38j#
artikel 38j, vijfde lid
Artikel 39#
artikel 39, onder b
Artikel 40#
artikel 40, eerste lid tot en met derde lid
Artikel 39#
artikel 39, onder c
Artikel 40#
artikel 40, eerste lid tot en met derde lid
Artikel 41#
artikel 41, onder a
Artikel 40#
artikel 40, tweede lid
Artikel 41#
artikel 41, onder k
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 13#
artikel 13
Artikel 14#
artikel 14
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 38b#
artikel 38b, vijfde lid
Artikel 26#
artikel 26, eerste lid
Artikel 26#
artikel 26, eerste lid
Artikel 29#
artikel 29, achtste lid