Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende vrijstelling van het verbod om modelraketten als toestellen die geen luchtvaartuig zijn, in het luchtruim te gebruiken (Regeling modelraketten)
- BWB-id
- BWBR0020593
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-11-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020593
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-modelraketten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-modelraketten/2015-11-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020593&g=2015-11-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020593&z=2026-06-06&g=2015-11-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020593/2015-11-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-modelraketten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder een: grote modelraket: een toestel met een startmassa van meer dan 1500 gram, maar niet meer dan 35000 gram, dat is gemaakt van papier, hout, (licht)metaal of kunststof en geen brandbare of explosieve lading bevat, behalve de brandstof die nodig is voor de voortstuwing, en dat wordt voortgestuwd door de reactiekracht van een uitgestoten massa aan de achterzijde. kleine modelraket: een toestel met een startmassa van maximaal 1500 gram, dat is gemaakt van papier, hout of kunststof en geen metalen hoofdonderdelen bevat, uitgezonderd een (licht)metalen motor, dat geen brandbare of explosieve lading bevat, behalve maximaal 125 gram brandstof die nodig is voor de voortstuwing, en dat wordt voortgestuwd door de reactiekracht van een uitgestoten massa aan de achterzijde; artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit modelraket: kleine of grote modelraket, niet zijnde vuurwerk als bedoeld in, en niet zijnde militair raket of militair projectiel; plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied: gecontroleerd luchtruim dat zich vanaf het aardoppervlak verticaal uitstrekt tot aan een vastgestelde bovengrens. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1.2a van de Wet luchtvaart Voor het gebruik van een kleine of grote modelraket in het luchtruim door een lid van een vereniging die zich bezig houdt met het ontwikkelen en het gebruik van een kleine of grote modelraket wordt vrijstelling verleend van het verbod in. 2 artikelen 3 tot en met 5 Aan de vrijstelling zijn de in deopgenomen voorschriften en beperkingen verbonden. 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 07-12-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het ontwerp en de constructie van een modelraket: a. is voorzien van aërodynamische vlakken voor stabiliteit en herstellende krachten, die een voorspelbaar en stabiel traject bewerkstelligen; b. artikel 1.1 van de Wet luchtvaart is zodanig dat de kans op een voorval als bedoeld inof ongeval als gevolg van breken, defect of onbedoeld losraken van enig onderdeel tijdens de vlucht redelijkerwijs kan worden uitgesloten; c. is voorzien van een bergingssysteem dat de modelraket, of delen daarvan, doet afdalen met een zodanig beperkte landingssnelheid, dat de modelraket landt in de directe omgeving en dat geen gevaar kan ontstaan voor mensen, dieren of zaken op de grond of op het water; d. is voorzien van naam en adres van de eigenaar. 2 De lanceerinrichting is zodanig geconstrueerd dat de modelraket altijd de inrichting stabiel verlaat in een richting die, gerekend vanuit het horizontale vlak, minstens 70º is. 3 Voorafgaand aan de lancering zorgt de eigenaar ervoor dat het traject van de te verwachten vlucht van de modelraket is berekend. 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 07-12-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een kleine modelraket wordt niet gebruikt: a. artikel 5, tweede lid, in samenhang met het eerste lid, onderdeel a, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening in de Schiphol CTR, bedoeld inen binnen een afstand van tien km van de grens van deze CTR; b. artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit luchtverkeer 2014 binnen een oefengebied voor nood- of voorzorgslandingen van burgerluchtvaartuigen aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Milieu krachtens; c. artikelen 2, eerste lid 9, eerste lid, van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters binnen de routes en gebieden, bedoeld in de, en, behalve op vrijdagen na 17.00 uur plaatselijke tijd en op zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen; d. artikel 9, eerste lid, van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters binnen een afstand van 5 km van de gebieden en route, bedoeld in, behalve op vrijdagen na 17.00 uur plaatselijke tijd en op zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen; e. artikel 1.1 van de Wet luchtvaart artikel 6 van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen binnen een afstand van 10 km van de grens van een luchthaven als bedoeld inwaarboven geen plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied is ingesteld, tenzij de havenmeester als bedoeld in, respectievelijk de beheerder van het terrein tenminste 24 uur van tevoren, maar niet langer dan 48 uur van tevoren, is geïnformeerd over: 1°. artikel 2, eerste lid naam, adres en telefoonnummer van het lid van de betreffende vereniging, bedoeld in, dat als coördinator van de lancering optreedt; 2°. lanceerplaats; 3°. de periode waarbinnen de modelraket worden gebruikt; 4°. een indicatie van het aantal te lanceren modelraketten; 5°. de afmeting en de massa van de modelraket, en 6°. de berekende maximale hoogte en afstand die de modelraket kan bereiken; f. artikel 2, eerste lid in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied en binnen een afstand van 10 km van de grens van een dergelijk gebied, niet zijnde de Schiphol CTR, tenzij na overleg van een lid van een vereniging als bedoeld in, met de instantie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt is gebleken dat voldoende separatie van het overige luchtverkeer is gewaarborgd. Het overleg vindt plaats tenminste één week vóór het beoogde gebruik van de modelraket ten behoeve waarvan de informatie bedoeld in onderdeel e is overgelegd. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2, eerste lid tweede zin van artikel 4, onderdeel f Een grote modelraket wordt alleen gebruikt in het luchtruim na overleg van een lid van een vereniging als bedoeld in, met de Minister van Infrastructuur en Milieu dan wel met de Minister van Defensie waarin is gebleken dat voldoende separatie van het overige luchtverkeer is gewaarborgd. De, is van overeenkomstige toepassing. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 07-12-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling modelraketten. 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 2006 237 05-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1694 07-12-2006