Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 10 januari 2006, nr. WJZ/2006/292 (8157), houdende nadere regels op grond van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten)
- BWB-id
- BWBR0019426
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-09-25 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019426
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten/2010-09-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019426&g=2010-09-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019426&z=2026-06-06&g=2010-09-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019426/2010-09-25
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten besluit:, c. werkzaamheden: werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan, en d. CBS-categorie: groep van beschermde monumenten op basis van een door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek ontwikkelde indeling. 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 01-02-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidiabele kosten#
Artikel 2 Subsidiabele kosten 1 bijlage Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de Leidraad Brim subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen alsbij deze regeling, met dien verstande dat kosten uitsluitend subsidiabel zijn voorzover de werkzaamheden: a. strekken tot instandhouding van het beschermde monument en zijn monumentale waarden, b. sober en doelmatig zijn, c. technisch noodzakelijk zijn, en d. de werkzaamheden zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies. 2 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade, zijn subsidiabel. 3 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen, zijn subsidiabel. 4 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op reconstructie, zijn niet subsidiabel, tenzij ze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn. 5 Niet subsidiabel zijn: a. kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik, en b. kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering. 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 01-02-2006
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafonds#
Artikel 3 Subsidieplafonds 1 artikel 5 van het besluit Het subsidieplafond, bedoeld in, bedraagt voor de jaarlijks te verlenen subsidies: a. artikel 6, eerste lid, van het besluit voor monumenten als bedoeld in: 42 miljoen euro, en b. artikel 6, tweede lid, van het besluit voor monumenten als bedoeld in: 23 miljoen euro. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is het subsidieplafond voor het jaar 2010: 27 miljoen euro. 3 Indien voor 1 april van enig jaar geen subsidieplafond is vastgesteld, gelden als subsidieplafonds de subsidieplafonds bedoeld in het eerste lid. 2010 14878 24-09-2010 17-09-2010 WJZ/237168(8300) 2010 14878 24-09-2010 17-09-2010 WJZ/237168(8300) 25-09-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Maximum subsidiabele kosten#
Artikel 4 Maximum subsidiabele kosten artikel 6, tweede lid, van het besluit Onverminderd, bedraagt het maximum aan subsidiabele kosten waarover per beschermd monument subsidie kan worden verstrekt: a. voor woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie: 25.000 euro, b. voor kerkgebouwen: 699.999 euro, c. voor kastelen en landhuizen 100.000 euro, d. voor molens en gemalen: 50.000 euro, en e. voor overige beschermde monumenten: 50.000 euro. 2009 76 22-04-2009 06-04-2009 WJZ/117145 2009 76 22-04-2009 06-04-2009 WJZ/117145 24-04-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Gefaseerde inwerkingtreding#
Artikel 5 Gefaseerde inwerkingtreding 1 Het besluit wordt van toepassing op beschermde monumenten met dien verstande dat: a. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2007 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorieën: landhuizen, e.d. 1°. molens, 2°. kastelen, 3°. horeca-instellingen, b. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2008 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorieën: 1°. agrarische gebouwen, 2°. gebouwen, woonhuizen, 3°. delen van gebouwen en woonhuizen, 4°. weg- en waterwerken, c. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2009 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorieën: 1°. openbare gebouwen, 2°. verdedigingswerken, 3°. liefdadige instellingen, 4°. losse objecten, e.d. d. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2010 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorie kerkelijke gebouwen en kerk-onderdelen/objecten die als beschermd monument zijn aangewezen met de rijksmonumentnummers 45.950 en volgende, e. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2011 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorie kerkelijke gebouwen en kerk-onderdelen/objecten die als beschermd monument zijn aangewezen met de rijksmonumentnummers 1 tot 26.099, en f. de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie met ingang van 1 januari 2012 voorzover het monumenten betreft die behoren tot de CBS-categorie kerkelijke gebouwen en kerk-onderdelen/objecten die als beschermd monument zijn aangewezen met de rijksmonumentnummers 26.100 tot 45.949. 2 De eigenaar van een beschermd monument als bedoeld in het eerste lid, kan met in achtneming van artikel 10 van het besluit een aanvraag indienen van 1 april tot 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarop een eigenaar in aanmerking komt voor subsidie. 3 De eigenaar van een beschermd monument kan omtrent de CBS-categorie van zijn beschermd monument gegevens opvragen bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. 2009 76 22-04-2009 06-04-2009 WJZ/117145 2009 76 22-04-2009 06-04-2009 WJZ/117145 24-04-2009
Artikel 6 — Artikel 6 Citeertitel#
Artikel 6 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten. 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 01-02-2006
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 2006 21 30-01-2006 10-01-2006 WJZ/2006/292(8157) 01-02-2006
Artikel 2#
artikel 2