Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 oktober 2006, nr. BVE/IenI/2006/33530, houdende regels voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding voor het werven van extra stageplaatsen voor de periode 2006 tot en met 2010 (Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010)
- BWB-id
- BWBR0020403
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2013-02-01 t/m 2015-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020403
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-stagebox-beroepsonderwijs-2006-tot-en-met-2010
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-stagebox-beroepsonderwijs-2006-tot-en-met-2010/2013-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020403&g=2013-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020403&z=2026-06-06&g=2013-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020403/2013-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-stagebox-beroepsonderwijs-2006-tot-en-met-2010
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. Wet educatie en beroepsonderwijs WEB: de; c. artikel 1.1.1, onder b artikel 12.3.8 artikel 12.3.9 van de WEB instelling: een onderwijsinstelling als bedoeld in, een instituut als bedoeld in, dan wel een hogeschool als bedoeld in; d. artikel 1.5.1 van de WEB kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in; e. Colo: de Vereniging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven; f. vervallen. g. simulatieplaats: een leerplaats buiten een leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming, als aanloop naar een leerplaats bij een erkend leerbedrijf; h. artikel 7.2.8 van de WEB artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB stageplaats: een erkende beroepspraktijkvormingsplaats als bedoeld in, voor hetzij de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Doelbepaling#
Artikel 2 Doelbepaling De minister verstrekt per kalenderjaar aan de volgende partijen een aanvullende vergoeding om extra stage- en simulatieplaatsen voor moeilijk plaatsbare deelnemers te realiseren en te komen tot een intensieve stagebegeleiding van deelnemers in het beroepsonderwijs: a. instellingen; b. kenniscentra; c. vervallen. d. Colo. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 3 — Artikel 3 Aanwending aanvullende vergoeding instellingen#
Artikel 3 Aanwending aanvullende vergoeding instellingen 1 artikel 2.2.3, derde lid, van de WEB De minister verstrekt per kalenderjaar aan instellingen een aanvullende vergoeding als bedoeld in, om in samenwerking met relevante partijen uit de regio zorg te dragen voor: a. passende stageplaatsen dan wel simulatieplaatsen voor deelnemers, in het bijzonder moeilijk plaatsbare deelnemers; b. intensieve begeleiding van moeilijk plaatsbare deelnemers naar en op de stage- of simulatieplaats. 2 Ter uitwerking van de doelen, genoemd in het eerste lid, besteedt een instelling de aanvullende vergoeding aan: a. het aan deelnemers aanbieden van voldoende stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; b. het waar nodig creëren van simulatieplaatsen, met als doel geleiding naar stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; en c. een adequate opleiding van deelnemerbegeleiders van instellingen. 3 Een instelling richt zich bij de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid, met name op: a. artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de WEB moeilijk plaatsbare deelnemers in de assistentopleiding en basisberoepsopleiding, genoemd in, met name door middel van intensieve begeleiding; b. de positie van allochtone jongeren; en c. de competentiegerichte beroepsopleidingen. 4 Een instelling maakt over het gestelde in het tweede en derde lid afspraken met relevante partijen uit de regio, waaronder leerbedrijven en kenniscentra. Deze afspraken sluiten zoveel mogelijk aan op activiteiten in de regio en hebben met name betrekking op het werven van en de kwaliteitsbewaking van simulatieplaatsen en op de wijze van geleiding naar stageplaatsen. 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 25-10-2006 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Aanwending aanvullende vergoeding kenniscentrum#
Artikel 4 Aanwending aanvullende vergoeding kenniscentrum 1 artikel 2.4.3 van de WEB De minister verstrekt per kalenderjaar aan kenniscentra een aanvullende vergoeding als bedoeld in, voor het opleiden van praktijkbegeleiders bij leerbedrijven. 2 Een kenniscentrum maakt, in samenwerking met de betrokken instellingen, afspraken met leerbedrijven over het aantal praktijkbegeleiders dat wordt opgeleid en de inhoud en de inrichting van de opleidingsactiviteiten. 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 25-10-2006 01-01-2006
Artikel 5 — Artikel 5 Aanwending aanvullende vergoeding Colo#
Artikel 5 Aanwending aanvullende vergoeding Colo artikel 2.7 van de WEB artikel 4 De minister verstrekt per kalenderjaar aan Colo een aanvullende vergoeding als bedoeld in, voor coördinatie van de voortgang van de uitvoering van de taken door de kenniscentra, bedoeld in, kennisuitwisseling ter zake van goede praktijkvoorbeelden en informatielevering ten behoeve van de stagemonitor. 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 25-10-2006 01-01-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 01-02-2013 2010 20394 23-12-2010 07-12-2010 BVE/257481 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2006/206 gesteld op 1 februari 2012.
Artikel 7 — Artikel 7 Stagemonitor#
Artikel 7 Stagemonitor 1 artikel 3, eerste lid onderdelen a en b artikel 4, eerste lid De resultaten van de taken van instellingen, bedoeld in, en de taken van kenniscentra, bedoeld in, worden opgenomen in een stagemonitor. 2 Instellingen, kenniscentra en Colo verlenen medewerking aan de informatielevering voor de stagemonitor. 3 De informatie, bedoeld in het tweede lid, bestaat in het jaar 2006 uit een beschrijving van de plannen en doelen voor het jaar 2006. 4 De informatie, bedoeld in het tweede lid, bestaat in de jaren 2007 tot en met 2012 uit een beschrijving van de plannen en doelen voor dat jaar, de realisatie van de doelen gesteld in het vorige jaar en de factoren die bij de realisatie van de doelen bevorderend dan wel belemmerend hebben gewerkt. 5 Indien de doelen niet, of niet volledig, worden gerealiseerd, wordt daarvoor een verklaring gegeven. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling subsidieplafond#
Artikel 8 Vaststelling subsidieplafond Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor de periode van 2008 tot en met 2012 jaarlijks de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b voor instellingen voor de taken, genoemd in: € 26.600.000,–, b. artikel 4, eerste lid voor kenniscentra voor de taken, genoemd in: € 8.225.000,–, c. artikel 5 voor Colo voor de taak, genoemd in: € 75.000,–. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidiebedrag#
Artikel 9 Subsidiebedrag 1 artikel 7.2.2, eerste lid onderdelen a en b, van de WEB De aanvullende vergoeding voor de instellingen wordt per kalenderjaar berekend naar rato van het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar per instelling aan de opleidingen, bedoeld inis ingeschreven en dat daadwerkelijk die opleiding volgt. Hierbij geldt dat: a. artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, van de WEB het aantal deelnemers aan de opleiding, bedoeld in, met de factor 1 wordt vermenigvuldigd, en b. artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel b, van de WEB het aantal deelnemers aan de opleiding, bedoeld in, met de factor 0,4 wordt vermenigvuldigd. 2 artikel 2.1.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB Bij de toepassing van het eerste lid worden de deeltijddeelnemers, bedoeld in, in de beroepsopleidende leerweg buiten beschouwing gelaten. 3 vervallen. 4 De aanvullende vergoeding voor de kenniscentra wordt berekend naar rato van de omvang van de vergoeding voor exploitatiekosten die het kenniscentrum ontvangt voor dat kalenderjaar. 5 De aanvullende vergoeding voor Colo bedraagt € 75.000. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Betaaltermijnen#
Artikel 10 Betaaltermijnen 1 De betaling van de aanvullende vergoeding vindt in het jaar 2006 plaats binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling. 2 De betaling van de aanvullende vergoeding in de jaren 2007 tot en met 2012 vindt plaats in maart van dat jaar. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 11 — Artikel 11 Inhoudelijke verantwoording#
Artikel 11 Inhoudelijke verantwoording artikel 3 artikel 4 Instellingen en kenniscentra leggen jaarlijks in ieder geval via het jaarverslag aan de partijen in de regio verantwoording af over de samenwerking, de inzet van de aanvullende vergoeding en de behaalde resultaten in relatie tot de afspraken en doelen, bedoeld inen. 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 25-10-2006 01-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12 Financiële verantwoording#
Artikel 12 Financiële verantwoording 1 De aanvullende vergoeding wordt aan instellingen en kenniscentra verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de in deze regeling omschreven doelen. 2 Middelen die zijn verstrekt aan instellingen en kenniscentra, die op 1 januari 2014 niet zijn besteed worden teruggevorderd. 3 De aanvullende vergoeding die is verstrekt aan instellingen en kenniscentra, wordt verantwoord in de jaarrekening die betrekking heeft op het jaar of de jaarrekeningen die betrekking hebben op de jaren waarin de aanvullende vergoeding wordt ontvangen of besteed. 4 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening, bedoeld in het derde lid, omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding. 5 artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht Colo dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een verzoek tot subsidievaststelling in bij de minister. Het verzoek omvat een financieel verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in. 6 In het financieel verslag en in het activiteitenverslag toont Colo aan dat de aanvullende vergoeding op doelmatige en rechtmatige wijze is besteed. 7 artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht Het procesmanagement dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een verzoek tot subsidievaststelling in bij de minister. Het verzoek omvat een financieel verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in. 8 In het financieel verslag en in het activiteitenverslag toont het procesmanagement aan dat de aanvullende vergoeding op doelmatige en rechtmatige wijze is besteed. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 13 — Artikel 13 Evaluatie#
Artikel 13 Evaluatie In 2013 worden de effecten van deze regeling in de praktijk geëvalueerd. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding en beëindiging van de regeling#
Artikel 14 Inwerkingtreding en beëindiging van de regeling 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2015. 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 2011 23428 22-12-2011 07-12-2011 BVE/336582 23-12-2011
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010. 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 2006 206 23-10-2006 10-10-2006 BVE/IenI/2006/33530 25-10-2006 01-01-2006