Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 februari 2006, nr. LMV 2006.229362, Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer, Afdeling Sturing Bodemsaneringsoperatie, houdende nadere regels voor uniforme saneringen (Regeling uniforme saneringen)
- BWB-id
- BWBR0019507
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2018-11-30 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019507
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-uniforme-saneringen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-uniforme-saneringen/2018-11-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019507&g=2018-11-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019507&z=2026-06-06&g=2018-11-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019507/2018-11-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-uniforme-saneringen
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Definities#
Artikel 1.1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit uniforme saneringen besluit: het; b. tabel 1 van bijlage 1 bij de Circulaire bodemsanering 2009 streefwaarde: de getalsmatige invulling van het gehalte aan chemische stoffen in grondwater, zoals vermeld in; c. tabel 1 van bijlage 1 bij de Circulaire bodemsanering 2009 interventiewaarde: de getalsmatige invulling van het gehalte aan chemische stoffen in grond en grondwater, zoals vermeld in; d. tussenwaarde: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof in het grondwater; e. immobiele verontreinigingssituatie: een situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich tot ten hoogste de tussenwaarde hebben verspreid naar het grondwater; f. mobiele verontreinigingssituatie: een situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich tot meer dan de tussenwaarde hebben verspreid naar het grondwater; g. tabel 1 van bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit achtergrondwaarden: de getalsmatige invulling van het gehalte aan chemische stoffen in de bodem, zoals opgenomen in; h. tabel 1 van bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit maximale waarden: de getalsmatige invulling van het gehalte aan chemische stoffen in de bodem, zoals opgenomen in; i. artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit lokale maximale waarden: de getalsmatige invulling van het gehalte aan chemische stoffen in de bodem, bedoeld in; j. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit artikel 4.7.1 van de Regeling bodemkwaliteit bodemfuncties: bodemfuncties als bedoeld inen; k. artikel 55, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit bodemfunctieklassen wonen of industrie: bodemfunctieklassen wonen of industrie als bedoeld in; l. hoofdstuk 4, afdeling 2, van het Besluit bodemkwaliteit gebiedsspecifiek toetsingskader: toetsingskader als bedoeld in; m. bijlage 3 projectgebied de Kempen: het gebied bedoeld in; n. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm; o. NEN 5725: 2017, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; p. NEN 5740: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009, met wijzigingsblad van 1 februari 2016; q. NEN 5707, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016 en correctieblad C2:2017; r. NTA: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven technische afspraak; s. NTA 5755: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juli 2010. 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 30-11-2018
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Aanwijzing van categorieën van uniforme saneringen#
Artikel 1.2 Aanwijzing van categorieën van uniforme saneringen artikel 39b van de wet Als categorieën van uniforme saneringen, bedoeld in, worden aangewezen: a. immobiel; b. mobiel; c. tijdelijk uitplaatsen; d. projectgebied de Kempen. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Melding uniforme sanering#
Artikel 1.3 Melding uniforme sanering 1 besluit artikel 6 van het besluit Degene die het voornemen heeft te saneren overeenkomstig hetverstrekt bij de melding, bedoeld in, de volgende gegevens aan het bevoegd gezag: a. de naam, adres- en woonplaatsgegevens van de saneerder en de eigenaar of erfpachter van de saneringslocatie,dan wel, indien de sanering zich over meerdere aaneengesloten kadastrale percelen uitstrekt, van de betrokken eigenaren of erfpachters; b. de kadastrale gegevens met betrekking tot de saneringslocatie; c. paragraaf 3 de rapporten van de uitgevoerde bodemonderzoeken, bedoeld in; d. paragraaf 3 bijlage 4 de onderzoeksgegevens, bedoeld in, zoals aangegeven in de modellen die zijn opgenomen in; e. het tijdstip waarop de sanering naar verwachting zal aanvangen, of, voorzover bekend, het tijdstip van de feitelijke aanvang van de sanering; f. het tijdstip waarop de sanering naar verwachting zal zijn uitgevoerd; g. een situatietekening waarop is aangegeven: 1°. de saneringslocatie; 2°. de geplande saneringswerkzaamheden, inclusief dwarsdoorsnede; en 3°. de plaats en de soort voorzieningen; h. voor grondwateronttrekkingen een beschrijving van de wijze waarop dit zal plaatsvinden, de debieten, de te onttrekken hoeveelheden en vrachten aan verontreinigingen en de toe te passen reinigingsmethoden en lozingen; i. bijlage 4 gegevens over de voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigde vergunningen, ontheffingen, toestemmingen en meldingen, zoals aangegeven in de modellen die zijn opgenomen in; j. gegevens over de voor de uitvoering op de saneringslocatie van belang zijnde infrastructurele voorzieningen, waaronder gebouwen, wegen, verhardingen en eventueel aanwezige kabels, leidingen, puin; k. bijlage 4 de overige gegevens en documenten, zoals aangegeven in de modellen die zijn opgenomen in. 2 bijlage 4 Voor het verstrekken van de gegevens bij de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt per categorie uniforme saneringen gebruik gemaakt van een formulier waarvan de modellen zijn opgenomen in. 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 26-08-2011 15-07-2011
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Melding wijziging#
Artikel 1.4 Melding wijziging 1 artikel 10 van het besluit De melding van wijzigingen als bedoeld ingeschiedt: a. artikel 6, eerste lid, onder a, b en c van het besluit onmiddellijk nadat van de wijzigingen of gewijzigde omstandigheden is gebleken, voorzover het betreft gegevens, bedoeld in; b. onmiddellijk nadat van de wijzigingen of gewijzigde omstandigheden is gebleken, voorzover het betreft de volgende gegevens: 1°. de persoons- en adresgegevens; en 2°. de verwachte dan wel de feitelijke aanvangsdatum van de sanering; c. artikel 6, eerste lid, onder d binnen twee weken nadat van de wijzigingen of gewijzigde omstandigheden is gebleken, voorzover het betreft gegevens, bedoeld in, en gegevens met betrekking tot de feitelijke situatie, waartoe in ieder geval behoren: 1°. de kadastrale gegevens met betrekking tot de saneringslocatie; 2°. de gegevens omtrent het huidige en toekomstige gebruik van de saneringslocatie; en 3°. de verwachte dan wel de feitelijke einddatum van de sanering. 2 Indien tijdens de sanering sprake is van actuele risico’s, als gevolg van de aangetroffen verontreinigingssituatie of calamiteiten bij de uitvoering van de saneringswerkzaamheden, wordt dit onmiddellijk nadat van deze risico’s is gebleken, gemeld aan het bevoegd gezag door degene die saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007 Artikel III van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (Kwalibo), Stcrt. 2007/87, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Onderzoek#
Artikel 1.5 Onderzoek 1 paragraaf 3 De saneerder voert de volgende onderzoeken uit, tenzij inanders is bepaald: a. vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725; b. verkennend onderzoek overeenkomstig NEN 5740. De onderzoeksstrategie dient te worden gebaseerd op de gegevens van het vooronderzoek bedoeld in sub a; c. indien de resultaten van het onderzoek, bedoeld onder a, daartoe aanleiding geven dient een onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd, overeenkomstig NEN 5707; en d. nader onderzoek overeenkomstig NTA 5755, waarbij de aard en omvang van de verontreinigingen in de bodem worden vastgesteld. 2 Onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, kan achterwege blijven indien eerder in een ander kader onderzoek is uitgevoerd dat representatief is voor de heersende situatie en waarvan de resultaten nog voldoende actueel zijn. 3 artikel 3.4.5, tweede lid Besluit bodemkwaliteit artikel 9, tweede lid, van dat besluit De persoon of instelling die de onderzoeken, bedoeld in het eerste lid en, uitvoert beschikt daartoe over een erkenning op grond van heten staat op grond vanvermeld op die erkenning. 4 De gegevens voortvloeiend uit de onderzoeken bedoeld in het eerste en tweede lid worden in de vorm van bodemonderzoeksrapporten vastgelegd. 5 Met de in deze regeling genoemde normen en richtlijnen worden gelijkgesteld normen en richtlijnen die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 2018 68042 29-11-2018 28-11-2018 IENW/BSK-2018/255698 30-11-2018
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Melding aanvang saneringswerkzaamheden#
Artikel 2.1 Melding aanvang saneringswerkzaamheden Degene die saneert, meldt aan het bevoegd gezag schriftelijk de datum en het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de aanvang. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Saneringsuitvoering#
Artikel 2.2 Saneringsuitvoering 1 Besluit bodemkwaliteit De sanering wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het, beschikt over een erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden. 2 De verontreinigingen binnen de saneringslocatie zijn goed bereikbaar met de in te zetten technieken. 3 De saneringslocatie en buiten de saneringslocatie liggende depots zijn omgeven door een hekwerk. Na het beëindigen van de dagelijkse werkzaamheden wordt het hekwerk afgesloten. Het hekwerk is aan de buitenzijden voorzien van het duidelijk leesbaar opschrift, luidende: verboden toegang voor onbevoegden, gevaarlijk terrein. 4 De saneerder, dan wel degene die de sanering feitelijk uitvoert, stelt het bevoegd gezag in staat om de uitvoering van de sanering te controleren, zowel gedurende als na afloop van de sanering. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Milieukundige begeleiding#
Artikel 2.3 Milieukundige begeleiding 1 paragraaf 3 De werkzaamheden worden milieukundig begeleid, tenzij inanders is bepaald. 2 Besluit bodemkwaliteit artikel 9, tweede lid, van dat besluit De persoon of instelling die de milieukundige begeleiding uitvoert beschikt daartoe over een erkenning op grond van heten staat op grond vanvermeld op die erkenning. 3 Gedurende de sanering houdt de milieukundig begeleider een logboek bij. 2009 17187 16-11-2009 05-11-2009 DP2009055619 2009 17187 16-11-2009 05-11-2009 DP2009055619 18-11-2009
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Opslag van grond#
Artikel 2.4 Opslag van grond paragraaf 3 Het tijdelijk opslaan van bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en bodemvreemd materiaal dient te voldoen aan de volgende eisen, tenzij inanders is bepaald: a. de tijdelijke opslag is toegestaan binnen het geval van verontreiniging; b. depots en containers voor tijdelijke opslag dienen op deugdelijke wijze te worden afgedekt met een lekdicht folie; c. het is niet toegestaan de opslag te laten voortduren: 1°. na het beëindigen van de grondsanering, of 2°. langer dan zes maanden na de aanvang van de sanering. d. partijen verontreinigde grond worden naar aard, samenstelling en verontreiniging in te onderscheiden deelpartijen opgeslagen, zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan. De deelpartijen dienen fysiek te worden gescheiden. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Afvoer van grond#
Artikel 2.5 Afvoer van grond Vrijgekomen asbesthoudende grond of bodemmateriaal wordt uiterlijk binnen vier weken na het vrijkomen ervan afgevoerd. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1 Reikwijdte#
Artikel 3.1.1 Reikwijdte artikel 1.2, onder a Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de saneringslocatie betreft een landbodem; b. de sanering heeft betrekking op een immobiele verontreinigingssituatie; c. artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.5 toegepast wordt ten hoogste één van de saneringsaanpakken beschreven in de; d. de eventuele verspreiding van verontreinigende stoffen uit de grond van de saneringslocatie heeft niet geleid tot een overschrijding van de tussenwaarde voor die stoffen in het grondwater; en e. bijlage 6 besluit het betreft een verontreiniging met stoffen als bedoeld inonder categorie Immobiel waarop hetvan toepassing is. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde#
Artikel 3.1.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit De saneringsaanpak bedoeld inbestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.1.6 het ontgraven van de aanwezige verontreinigde grond tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde als bedoeld in; en b. het van de saneringslocatie afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond; c. artikel 3.1.7 het eventueel aanvullen van de ontgraving met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3 Saneringsaanpak: aanbrengen isolatielaag#
Artikel 3.1.3 Saneringsaanpak: aanbrengen isolatielaag artikel 3, eerste lid, onder c, van het besluit De saneringsaanpak bedoeld in, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. in geval van het aanbrengen van een leeflaag dat: 1°. artikel 3.1.7 deze bestaat uit een laag grond met een op de bodemfunctie afgestemde kwaliteit die ten hoogste gelijk is aan het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in; 2e. deze een standaarddikte heeft van mimimaal één meter; 3e. deze, in afwijking van het bepaalde onder 2e, een dikte heeft van minimaal 50 centimeter in geval van bijzondere situaties waarbij als gevolg van de situering van het gebied waarbinnen de saneringslocatie is gelegen al beperkingen in het gebruik gelden; en 4e. tussen de grond in de leeflaag en de onderliggende verontreinigde bodem een signaallaag aanwezig is. b. in geval van het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag, dat deze in zijn geheel bestaat uit beton, asfalt, asfaltbeton, stelconplaten of bestrating met klinkers of tegels; c. in afwijking van onderdeel b geldt voor spoorwegterreinen die zich bevinden op kadastrale percelen die in eigendom zijn van NS Vastgoed BV en Railinfratrust BV, dat een aaneengesloten duurzame afdeklaag tevens kan bestaan uit: 1e. een laag ballastmateriaal met een minimum dikte van 25 centimeter met daaronder een aaneengesloten waterdoorlatend geotextiel; 2e. een splitbed met een minimum dikte van 25 centimeter met daaronder een aaneengesloten waterdoorlatend geotextiel op een fundatielaag bestaande uit zand. d. dat de verontreinigde grond die moet worden afgegraven om de isolatielaag te kunnen aanbrengen, moet worden afgevoerd, indien herschikken binnen de saneringslocatie niet tot de mogelijkheden behoort. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1.4 — Artikel 3.1.4 Saneringsaanpak: open ontgraving in combinatie met aanbrengen isolatielaag#
Artikel 3.1.4 Saneringsaanpak: open ontgraving in combinatie met aanbrengen isolatielaag 1 artikel 3, eerste lid, onder b en c, van het besluit Een combinatie van de saneringsaanpakken bedoeld inis toegestaan. 2 artikel 3.1.2, onder b In afwijking van, is herschikken van de verontreinigde grond, op dat deel van de saneringslocatie waar een isolatielaag wordt aangebracht, toegestaan. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.1.5 — Artikel 3.1.5 Saneringsaanpak: open ontgraving in combinatie met aanbrengen aanvullaag#
Artikel 3.1.5 Saneringsaanpak: open ontgraving in combinatie met aanbrengen aanvullaag 1 In stedelijke gebieden, waarvoor geen gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld, is de saneringsaanpak bedoeld in het tweede lid toegestaan voorzover sprake is van een dunne verontreinigde toplaag met een dikte van ten hoogste 50 centimeter, waarvan de onderliggende bodem een kwaliteit heeft van ten hoogste de helft van de naar grondsoort gecorrigeerde interventiewaarde. 2 artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit De saneringsaanpak bedoeld in, in combinatie met het aanbrengen van een laag aanvulgrond, bestaat uit: a. het ontgraven van de verontreinigde toplaag tot ten hoogste de helft van de naar grondsoort gecorrigeerde interventiewaarden; b. artikel 3.1.7 het aanbrengen van een laag aanvulgrond met ten minste een dikte van 50 centimeter, van een op de bodemfunctieklasse afgestemde kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in, en c. het van de saneringslocatie afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1.6 — Artikel 3.1.6 Terugsaneerwaarde#
Artikel 3.1.6 Terugsaneerwaarde artikel 3.1.2 De terugsaneerwaarden voor de saneringsaanpak, bedoeld in, zijn ten hoogste gelijk aan: a. de achtergrondwaarden voor situaties waarvoor geen bodemfunctieklassenkaart is vastgesteld of voor gebieden die niet zijn ingedeeld in een bodemfunctieklasse; b. de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen of industrie van het gebied waarbinnen de saneringslocatie is gelegen; of c. indien de saneringslocatie is gelegen in een gebied waarvoor een gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld, de hierin vastgelegde lokale maximale waarden voor de met de sanering te realiseren bodemfunctie. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1.7 — Artikel 3.1.7 Kwaliteit leeflaag en aanvulgrond#
Artikel 3.1.7 Kwaliteit leeflaag en aanvulgrond artikelen 3.1.2 3.1.3, onder a 3.1.4 3.1.5 De kwaliteit van de grond in de leeflaag en de laag aanvulgrond komt, bij de saneringsaanpakken bedoeld in de,,en, ten minste overeen met: a. de achtergrondwaarden voor situaties waarvoor geen bodemfunctieklassenkaart is vastgesteld of voor gebieden die niet zijn ingedeeld in een bodemfunctieklasse; b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse die behoort bij de bodemfunctie van het gebied waarbinnen de saneringslocatie is gelegen; of c. indien de saneringslocatie is gelegen in een gebied waarvoor een gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld, de hierin vastgelegde lokale maximale waarden voor de kwaliteitsklasse die behoort bij de met de sanering te realiseren bodemfunctie. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1.8 — Artikel 3.1.8 Onderzoek bij aanbrengen isolatielaag#
Artikel 3.1.8 Onderzoek bij aanbrengen isolatielaag Artikel 1.5, eerste lid, onder d artikel 3.1.3 3.1.5 , is niet van toepassing voor de saneringsaanpak bedoeld inen. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007 Voorheen art. 3.1.10.
Artikel 3.1.9 — Artikel 3.1.9 Nazorg isolatielaag#
Artikel 3.1.9 Nazorg isolatielaag 1 artikel 3.1.3, onderdeel a artikel 1.3, tweede lid Een saneringsaanpak bedoeld in, mag niet leiden tot beperkingen voor de bodemfunctie van de saneringslocatie en het gebruik van de bodem. Het gebruik van de bodem van de saneringslocatie wordt vermeld op het formulier bedoeld in. 2 artikel 3.1.3, onderdeel a, onder 3e artikel 1.3, tweede lid In geval, van toepassing is worden de voor het gebied waarin de saneringslocatie is gelegen reeds bestaande beperkingen in het gebruik eveneens vermeld op het formulier bedoeld in. 3 artikel 3, eerste lid, onder c, van het besluit artikel 13 van het besluit Bij een saneringsaanpak als bedoeld inwordt de verontreinigingssituatie, zoals deze na de sanering onder de isolatielaag aanwezig is, beschreven in het verslag, bedoeld in. 2009 17187 16-11-2009 05-11-2009 DP2009055619 2009 17187 16-11-2009 05-11-2009 DP2009055619 18-11-2009
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1 Reikwijdte#
Artikel 3.2.1 Reikwijdte 1 artikel 1.2, onder b Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de saneringslocatie betreft een landbodem; b. de sanering heeft betrekking op een op zichzelf staande mobiele verontreinigingssituatie; c. artikel 3.2.2 3.2.2a 3.2.2b 3.2.3 toegepast wordt een saneringsaanpak bedoeld in,,ofof een combinatie hiervan; d. bijlage 6 besluit het betreft verontreiniging met stoffen als bedoeld inonder categorie Mobiel waarop hetvan toepassing is; e. de verontreiniging in het grondwater is te bereiken met de in te zetten technieken; f. Circulaire bodemsanering een kwetsbaar object als bedoeld in deis niet gelegen binnen het bodemvolume dat wordt ingesloten door de interventiewaarde contour in het grondwater of een straal van 100 meter er om heen, en g. de in te zetten technieken leiden niet tot een verandering in de bodemgesteldheid die van nadelige invloed kan zijn op een binnen het invloedgebied gelegen kwetsbaar object als bedoeld in de Circulaire bodemsaneringen. 2 artikel 3.2.8 Verontreinigingen in de vaste bodem die aanwezig zijn op plaatsen die niet bereikbaar zijn met de in te zetten technieken, zoals onder gebouwen, hoofd(transport)leidingen en andere belangrijke (ondergrondse) infrastructuur, worden niet tot de saneringslocatie gerekend, indien een voorziening is aangebracht als bedoeld in. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde#
Artikel 3.2.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld inbestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.2.4 het ontgraven van de verontreinigde grond en het daarin aanwezige verontreinigde grondwater tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in; b. het van de saneringslocatie afvoeren van deze grond; c. artikel 3.2.5 het aanvullen van de ontgraving met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.2a — Artikel 3.2.2a Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde (combi)#
Artikel 3.2.2a Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde (combi) 1 artikel 3, eerste lid, onder e, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld inbestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.3.1 artikel 3.3.2 het tijdelijk uitplaatsen van de aanwezige verontreinigde grond zoals bedoeld inen volgens de aanpak als bedoeld in; b. artikel 3.2.4 het ontgraven van de te saneren verontreinigde grond en het daarin aanwezige verontreinigde grondwater tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in; c. het van de saneringslocatie afvoeren van de te saneren grond; d. artikel 3.2.5 het aanvullen van de ontgraving tot het niveau van de terug te plaatsen grond bedoeld in onderdeel a met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in; en e. het weer terugplaatsen van de verontreinigde grond, bedoeld in onderdeel a. 2 artikel 3.2.1, onderdeel b Bij de saneringsaanpak bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van, tevens sprake zijn van een immobiele verontreinigingssituatie. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.2b — Artikel 3.2.2b Saneringsaanpak: saneren verontreinigde grond en verontreinigd grondwater tot niveau terugsaneerwaarde#
Artikel 3.2.2b Saneringsaanpak: saneren verontreinigde grond en verontreinigd grondwater tot niveau terugsaneerwaarde artikel 3, eerste lid, onder b en d, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld in, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.2.4 het ontgraven van de aanwezige verontreinigde grond in de bronzone tot ten minste het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in; b. het van de saneringslocatie afvoeren van deze grond; c. artikel 3.2.5 het aanvullen van de ontgraving met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in; d. artikel 3.2.4 het onttrekken van het aanwezige verontreinigde grondwater uit de pluim tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde, bedoeld in, en het behandelen van het hierbij vrijkomende water, dan wel de inzet van in de saneringspraktijk gangbare en bewezen intensieve in-situ technieken voor sanering van de pluim, waarmee de in artikel 3.2.4 bedoelde terugsaneerwaarde kan worden gerealiseerd, zoals beschreven in de Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit(www.bodemrichtlijn.nl). 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3 Saneringsaanpak: saneren verontreinigd grondwater tot niveau terugsaneerwaarde#
Artikel 3.2.3 Saneringsaanpak: saneren verontreinigd grondwater tot niveau terugsaneerwaarde artikel 3, eerste lid, onder d, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld in, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.2.4 het onttrekken van verontreinigd grondwater tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld inen het behandelen van het hierbij vrijkomende water; of b. artikel 3.2.4 de inzet van in de saneringspraktijk gangbare en bewezen intensieve in-situ technieken, waarmee de inbedoelde terugsaneerwaarde kan worden gerealiseerd, zoals beschreven in de Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit (www.bodemrichtlijn.nl). 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.4 — Artikel 3.2.4 Terugsaneerwaarde#
Artikel 3.2.4 Terugsaneerwaarde 1 artikel 3.2.2 De verontreinigde grond van de saneringslocatie, bedoeld in, wordt ontgraven tot een niveau waarop de ontgraving geurvrij is en tot minimaal de naar grondsoort gecorrigeerde concentraties: a. 0,1 maal de interventiewaarden van de somparameter voor naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzoantraceen, benzopyreen, benzofluorantheen, indenopyreen en benzoperyleen en de natuurlijke achtergrondwaarde voor aromatische stoffen; b. de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen voor metalen, overige anorganische stoffen en minerale olie, of de voor deze stoffen vastgestelde lokale maximale waarden. 2 artikel 3.2.2 tot en met 3.2.3 De grondwaterverontreiniging van de saneringslocatie, bedoeld in, wordt voor alle aanwezige verontreinigende stoffen gesaneerd tot een niveau gelijk aan of lager dan de interventiewaarde. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.5 — Artikel 3.2.5 Kwaliteit aanvulgrond#
Artikel 3.2.5 Kwaliteit aanvulgrond 1 Voor de kwaliteit van de aanvulgrond onder de contactlaag geldt dat: a. deze vrij is van mobiele verontreinigingen; b. voor de immobiele verontreinigingen het concentratieniveau voor stoffen ten hoogste gelijk is aan het concentratieniveau voor stoffen van de aansluitende bodem. 2 De kwaliteit van de grond in de contactlaag komt ten minste overeen met: a. de achtergrondwaarden voor situaties waarvoor geen bodemfunctieklassenkaart is vastgesteld of voor gebieden die niet zijn ingedeeld in een bodemfunctieklasse; b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse die behoort bij de bodemfunctie van het gebied waarbinnen de saneringslocatie is gelegen; of c. indien de saneringslocatie is gelegen in een gebied waarvoor een gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld, de hierin vastgelegde lokale maximale waarden voor de kwaliteitsklasse die behoort bij de met de sanering te realiseren bodemfunctie. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.2.6 — Artikel 3.2.6 Melding datum einddiepte ontgraving#
Artikel 3.2.6 Melding datum einddiepte ontgraving De datum waarop de einddiepte van de ontgraving zal worden bereikt wordt door de saneerder dan wel degene die de sanering uitvoert uiterlijk één werkdag voorafgaande aan het bereiken van dat punt aan het bevoegd gezag gemeld. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007 Voorheen art. 3.2.9.
Artikel 3.2.7 — Artikel 3.2.7 Opslag van verontreinigde grond#
Artikel 3.2.7 Opslag van verontreinigde grond 1 Ter bepaling van de afvoerbestemming kan de verontreinigde grond ten hoogste drie werkdagen worden opgeslagen op de saneringslocatie. 2 De opgeslagen grond is van de onderliggende bodem gescheiden door middel van een lekdicht folie. 3 Indien de grond wordt opgeslagen, wordt deze gescheiden naar grondsoort of naar aard en graad van verontreiniging, dan wel een combinatie daarvan. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.2.8 — Artikel 3.2.8 Voorzieningen in geval van achterblijvende verontreinigingen#
Artikel 3.2.8 Voorzieningen in geval van achterblijvende verontreinigingen artikel 3.2.1, tweede lid In geval van een sanering van een verontreinigingssituatie, bedoeld in, geldt dat de saneerder een isolerende voorziening aanbrengt. Horizontale monitoringsdrains worden aangemerkt als isolerende voorziening. 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 2012 871 24-01-2012 17-01-2012 IENM/BSK-2011/160894 01-04-2012 Indien ten behoeve van de sanering een melding is gedaan voor 1 april 2012, blijven de regels van toepassing die voorafgaand aan 1 april 2012 golden totdat de sanering is afgerond.
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1 Reikwijdte#
Artikel 3.3.1 Reikwijdte artikel 1.2, onder c Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de saneringslocatie betreft een landbodem; b. de sanering betreft een immobiele verontreinigingssituatie; c. artikel 3.3.2 toegepast wordt een saneringsaanpak bedoeld in; d. het tijdelijk uitplaatsen is noodzakelijk voor de uitvoering van civieltechnische werkzaamheden zoals voor de aanleg, het onderhoud of de verwijdering van ondergrondse infrastructuur, waaronder wordt begrepen kabels, leidingen, rioleringen, duikers, funderingen en vergelijkbare activiteiten binnen een geval van verontreiniging; en e. bijlage 6 besluit het betreft een verontreiniging met stoffen bedoeld inonder categorie Tijdelijk uitplaatsen waarop hetvan toepassing is. 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 26-08-2011 15-07-2011
Artikel 3.3.2 — Artikel 3.3.2 Saneringsaanpak: het verplaatsen van verontreinigde grond#
Artikel 3.3.2 Saneringsaanpak: het verplaatsen van verontreinigde grond artikel 3, eerste lid, onder a, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld inbestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. het na uitplaatsen zoveel mogelijk terug brengen van de tijdelijk uitgeplaatste grond in het hetzelfde ontgravingsprofiel onder dezelfde bodemomstandigheden zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan; en b. eventueel het van de locatie afvoeren van de overtollige verontreinigde grond. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.3.3 — Artikel 3.3.3#
Artikel 3.3.3 1 Artikel 1.5, eerste lid, onder a en d artikel 3.3.1 , is niet van toepassing op de categorie uniforme saneringen, bedoeld in. 2 artikel 1.5, eerste lid, onder b Het in, genoemde onderzoek kan worden beperkt tot de bodem die valt binnen het profiel van ontgraving van de saneringslocatie. 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 26-08-2011 15-07-2011
Artikel 3.3.4 — Artikel 3.3.4 Nadere regels eenvoudige saneringen tijdelijk uitplaatsen#
Artikel 3.3.4 Nadere regels eenvoudige saneringen tijdelijk uitplaatsen artikel 7 van het besluit Voor saneringen die binnen de termijn, bedoeld inaanvangen, geldt dat de kwaliteit van de terug te plaatsen grond niet verschilt met die van de aansluitende bodem. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.3.5 — Artikel 3.3.5 Milieukundige begeleiding#
Artikel 3.3.5 Milieukundige begeleiding Milieukundige begeleiding is slechts van toepassing op situaties waarbij: a. een deel van de verontreinigde grond niet wordt teruggebracht in het profiel van ontgraving, maar zal worden afgevoerd; b. op de saneringslocatie reeds een isolatielaag in de vorm van een leeflaag of andere duurzame afdeklaag aanwezig is en de ontgraving dieper reikt dan deze isolatielaag; c. de ontgraving dieper reikt dan de verontreinigde bodemlaag en daardoor selectief moet worden ontgraven. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007
Artikel 3.4.1 — Artikel 3.4.1 Reikwijdte#
Artikel 3.4.1 Reikwijdte 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. zinkassen: restproduct van de (voormalige) zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen, bedoeld in het ‘Basisdocument: beginseldocument Actief Bodembeheer de Kempen van 5 februari 2001’; b. moestuin: (een deel van) een perceel dat, binnen de gebruiksfunctie ‘wonen’, bedoeld is om gewassen te telen voor eigen consumptie; c. siertuin: (een deel van) een perceel waar, binnen de gebruiksfunctie ‘wonen’, geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie en waar geen beweiding van kleinvee plaatsvindt; d. Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven: het voor het projectgebied de Kempen geldende onderzoeksprotocol. 2 artikel 1.2, onder d Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de saneringslocatie betreft een landbodem gelegen binnen het projectgebied de Kempen; b. de functieklasse van het huidig dan wel toekomstig gebruik van de saneringslocatie betreft wonen met moestuin, wonen met siertuin of industrie; c. de sanering heeft betrekking op een verontreinigingssituatie waarbij zinkassen in de bodem aanwezig zijn of waarbij de bodem verontreinigd is geraakt door de aanwezigheid van zinkassen; d. artikel 3.4.2 het betreft een saneringsaanpak bedoeld in; e. bijlage 6 besluit het betreft een verontreiniging met stoffen als bedoeld inonder categorie De Kempen waarop hetvan toepassing is. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.4.2 — Artikel 3.4.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde#
Artikel 3.4.2 Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit De saneringsaanpak, bedoeld in, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit: a. artikel 3.4.3 het ontgraven van de aanwezige verontreinigde grond en zinkassen tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in; b. het van de saneringslocatie afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond en zinkassen; en c. artikel 3.4.4 het aanvullen van de ontgraving met grond met een kwaliteit bedoeld in. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.4.3 — Artikel 3.4.3 Terugsaneerwaarde#
Artikel 3.4.3 Terugsaneerwaarde artikel 3.4.2 bijlage 3 De terugsaneerwaarden bedoeld inzijn ten hoogste gelijk aan de lokale maximale waarden voor de betreffende bodemfunctieklasse, genoemd in. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.4.4 — Artikel 3.4.4 Kwaliteit aanvulgrond#
Artikel 3.4.4 Kwaliteit aanvulgrond artikel 3.4.2 bijlage 3 Het concentratieniveau voor stoffen in de laag aanvulgrond, in geval van de saneringsaanpak bedoeld in, is ten hoogste gelijk aan de maximale waarden voor kwaliteitsklasse wonen bij de functieklassen ‘wonen met moestuin’ en ‘wonen met siertuin’ en de kwaliteitsklasse industrie bij de functieklasse industrie, genoemd in. 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 2008 167 29-08-2008 19-08-2008 DGR/LOK2008080112 01-10-2008 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling uniforme saneringen (afstemming op het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit), Stcrt. 2008/167, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.4.5 — Artikel 3.4.5 Onderzoek#
Artikel 3.4.5 Onderzoek 1 Artikel 1.5, eerste, tweede en vierde lid , is niet van toepassing. 2 De saneerder voert een bodemonderzoek uit overeenkomstig het Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven. 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 2007 87 07-05-2007 05-05-2007 LMV200738407 01-07-2007
Artikel 3.4.6 — Artikel 3.4.6 Tijdelijke opslag van verontreinigde grond met of tengevolge van zinkassen#
Artikel 3.4.6 Tijdelijke opslag van verontreinigde grond met of tengevolge van zinkassen 1 Het depot voor tijdelijke opslag van verontreinigde grond dient het te worden voorzien van een afsluitbaar hek. 2 De opgeslagen grond is van de onderliggende bodem gescheiden door middel van een lekdicht folie. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Melding afronding sanering#
Artikel 4.1 Melding afronding sanering Degene die saneert, meldt de datum van afronding van de sanering aan het bevoegd gezag schriftelijk binnen twee weken na de datum van beëindiging van de saneringswerkzaamheden. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Evaluatieverslag#
Artikel 4.2 Evaluatieverslag 1 artikel 13 van het besluit Degene die saneert verstrekt bij het verslag, bedoeld in, de volgende gegevens aan het bevoegd gezag: a. de naam, adres- en woonplaatsgegevens van de melder, de eigenaar of erfpachter van de saneringslocatie, of, indien de sanering zich over meerdere aaneengesloten kadastrale percelen uitstrekt, van de betrokken eigenaren of erfpachters, en de saneerder; b. de kadastrale gegevens met betrekking tot de saneringslocatie; c. de toegepaste categorie van uniforme saneringen; d. de toegepaste saneringsaanpak of -aanpakken; e. een revisietekening waarop is aangegeven: 1°. de gerealiseerde oppervlakte van de saneringslocatie; 2°. de gerealiseerde saneringswerkzaamheden, inclusief dwarsdoorsnede; en 3°. de plaats en de soort voorzieningen; 4e. artikel 3.2.8 de voorzieningen, inclusief hun beschrijving, bedoeld in; f. een overzicht van het totale grondverzet op de saneringslocatie; g. de hoeveelheid, kwaliteit en de feitelijke afvoerbestemming van bij de sanering vrijgekomen verontreinigde grond; h. de hoeveelheid en kwaliteit van de aangevoerde grond; i. de dikte, aard, constructie en kwaliteit van de aangebrachte isolatielaag; j. de gerealiseerde terugsaneerwaarden voor grond en grondwater; k. voor grondwateronttrekkingen een beschrijving van de wijze waarop dit heeft plaatsgevonden, de debieten, de onttrokken hoeveelheden, gehalten aan verontreinigingen, de eventuele (voor)zuivering en lozingswijze; en l. artikelen 3.1.3 3.1.4 in geval van toepassing van de saneringsaanpak bedoeld inofeen beschrijving van de eventuele beperkingen van het gebruik van de bodem als gevolg van het aanwezig zijn van de isolatielaag; en m. bijlage 5 de overige gegevens en documenten, zoals aangegeven in de modellen die zijn opgenomen in. 2 De gegevens met betrekking tot gerealiseerde aspecten bedoeld in het eerste lid, onder e tot en met k, worden achterwege gelaten in het verslag indien: a. artikel 3, eerste lid, onder a, van het besluit gesaneerd is volgens de saneringsaanpak verplaatsen van verontreinigde grond, bedoeld in; b. de uitkomende grond is teruggebracht in de ontgraving; en c. de kwaliteit van de terug te plaatsen grond niet verschilt met de kwaliteit van de aansluitende bodem. 3 bijlage 5 Voor het verstrekken van de gegevens bij het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt per categorie uniforme saneringen gebruik gemaakt van een formulier waarvan de modellen zijn opgenomen in. 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 2011 15280 25-08-2011 23-08-2011 IenM/BSK-2011/113238 26-08-2011 15-07-2011
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 artikel 1.2, onder c artikel 14, derde lid, van het Besluit uniforme saneringen De categorie tijdelijk uitplaatsen, bedoeld in, wordt aangewezen als categorie van saneringen die geen instemming behoeft, als bedoeld in. 2013 16893 28-06-2013 24-06-2013 IENM/BSK-2013/124411 2013 16893 28-06-2013 24-06-2013 IENM/BSK-2013/124411 01-07-2013
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 Besluit uniforme saneringen Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop hetin werking treedt. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst later is gelegen dan de tweede dag vóór genoemd tijdstip, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uniforme saneringen. 2006 29 09-02-2006 01-02-2006 LMV2006.229362 2006 54 09-02-2006 01-02-2006 14-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt.
Artikel 3.4.1#
artikelen 3.4.1
Artikel 3.4.3#
3.4.3
Artikel 1.3#
artikel 1.3
Artikel 4.2#
artikel 4.2
Artikel 3.1.1#
artikelen 3.1.1
Artikel 3.2.1#
3.2.1
Artikel 3.2.4#
3.2.4
Artikel 3.3.1#
3.3.1
Artikel 3.4.1#
3.4.1