Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 januari 2006, nr. TRCJZ/2006/99, houdende regels met betrekking tot de werkzaamheden van de Raad voor plantenrassen (Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen)
- BWB-id
- BWBR0019435
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019435
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-werkzaamheden-raad-voor-plantenrassen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-werkzaamheden-raad-voor-plantenrassen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019435&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019435&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019435/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-werkzaamheden-raad-voor-plantenrassen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen besluit:; b. richtlijn (EEG) 66/401 richtlijn nr. 66/401/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PbEG L 125); c. richtlijn (EEG) 66/402 richtlijn nr. 66/402/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PbEG L 125); d. richtlijn (EG) 2002/53 richtlijn nr. 2002/53/EG :van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PbEG L 193); e. richtlijn (EG) 2002/54 richtlijn nr. 2002/54/EG :van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (PbEG L 193); f. richtlijn (EG) 2002/55 : richtlijn 20002/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PbEG L 193); g. richtlijn (EG) 2002/56 richtlijn 2002/56/EG :van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PbEG L 193); h. richtlijn (EG) 2002/57 richtlijn nr. 2002/57/EG :van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PbEG L 193); i. richtlijn (EG) 2003/90 richtlijn nr. 2003/90/EG Richtlijn 2002/53/EG :van de Commissie van 6 oktober 2003 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 vanvan de Raad met betrekking tot de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouwgewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (PbEG L 254); j. richtlijn (EG) 2003/91 richtlijn nr. 2003/91/EG Richtlijn 2002/55/EG :van de Commissie van 6 oktober 2003, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 vanvan de Raad wat betreft de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (PbEG L 254); k. richtlijn (EG) 2008/90: richtlijn nr. 2008/90/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008, betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (PbEU L 267); l. richtlijn (EG) 2008/62: richtlijn nr. 2008/62/EG van de Commissie van 20 juni 2008 tot vaststelling van bepaalde afwijkingen voor de toelating van landrassen en rassen in de landbouw die zich op natuurlijke wijze hebben aangepast aan de lokale en regionale omstandigheden en die door genetische erosie worden bedreigd, en voor het in de handel brengen van zaaizaad en pootaardappelen van die landrassen en rassen (PbEU L 162); m. richtlijn (EG) 2009/145: richtlijn (EG) nr. 2009/145 van de Commissie van 26 november 2009 tot vaststelling van bepaalde afwijkingen voor de toelating van landrassen en rassen van groenten die van oudsher op bepaalde plaatsen en in bepaalde gebieden worden gekweekt en die door genetische erosie worden bedreigd, en van groenterassen die geen intrinsieke waarde hebben voor de commerciële productie van gewassen maar die ontwikkeld zijn voor de teelt onder bijzondere omstandigheden, en voor het in de handel brengen van zaaizaad van die landrassen en rassen (PbEU L 312); n. richtlijn (EU) 2014/97 richtlijn nr. 2014/97 Richtlijn 2008/90/EG : uitvoerings/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 tot uitvoering vanvan de Raad wat betreft de registratie van leveranciers en van rassen en de gemeenschappelijke lijst van rassen (PbEU 2014, L 298); o. richtlijn (EG) 2002/55 richtlijn (EG) 66/401 richtlijn (EG) 66/402 richtlijn (EG) 2002/54 richtlijn (EG) 2002/57 basiszaad: zaad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van, voor zover het groentegewassen betreft, zaad als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, vanvoor zover het groenvoedergewassen betreft, zaad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c, c bis, en d, vanvoor zover het zaaigranen betreft, zaad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, vanvoor zover het bieten betreft of zaad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, vanvoor zover het oliehoudende planten en vezelgewassen betreft; p. richtlijn (EG) 2002/56 basispootgoed: pootgoed als bedoeld in artikel 2, aanhef, onderdeel b, van; q. richtlijn (EG) 2002/55 standaardzaad: zaad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van; r. artikel 35 van de wet artikel 16 van het besluit identiteitsmonster: materiaal dat ten behoeve van het technisch onderzoek, bedoeld in, ter beschikking wordt gesteld aan de Raad of aan een instelling als bedoeld in; s. instandhoudingsras: dat door genetische erosie wordt bedreigd; 1°. landras van een landbouwgewas; 2°. ras van een landbouwgewas, dat zich op natuurlijke wijze heeft aangepast aan de lokale en regionale omstandigheden; 3°. landras van een groentegewas, of 4°. ras van een groentegewas, dat van oudsher op bepaalde plaatsen en in bepaalde gebieden wordt gekweekt, t. landras: een stel populaties of klonen van een plantensoort die zich op natuurlijke wijze hebben aangepast aan de milieuomstandigheden van hun gebied; u. genetische erosie: verlies, in de loop van de tijd, van genetische diversiteit tussen en binnen populaties of rassen van dezelfde soort, of verkleining van de genetische basis van een soort door menselijk ingrijpen of milieuveranderingen; v. gebied van oorsprong: het gebied of de gebieden waarin het ras van oudsher geteeld is en waaraan het zich op natuurlijke wijze heeft aangepast; w. voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras: ras dat geen intrinsieke waarde heeft voor de commerciële productie van gewassen, maar dat ontwikkeld is voor teelt onder bijzondere omstandigheden; x. artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet teeltperiode: de feitelijke periode van teelt van een ras van een gewas in het kader van technisch onderzoek in de zin van. 2 artikel 1, aanhef, onderdeel e, van het besluit Een hybride ras als bedoeld inis het product van een bewuste, voor elke zaadproductie herhaalde kruising tussen twee of meer ouderlijnen die hiertoe afzonderlijk in stand gehouden worden. 2018 68326 07-12-2018 04-12-2018 WJZ/18290250 2018 68326 07-12-2018 04-12-2018 WJZ/18290250 01-01-2019
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deze regeling is mede gebaseerd op. 2011 22370 14-12-2011 13-12-2011 244380 2011 22370 14-12-2011 13-12-2011 244380 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 35, eerste lid, onderdeel b, van de wet Bij inschrijving in het rassenregister kan aantekening worden gedaan van de cultuur- en gebruikswaarde-aspecten die gebleken zijn uit het onderzoek, bedoeld invoor: a. richtlijn (EG) 2002/53 rassen van landbouwgewassen als opgenomen in de richtlijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, of b. artikel 8, derde lid, van het besluit rassen van groentegewassen als bedoeld in. 2 richtlijn (EG) 1999/105 artikel 10, eerste lid, van het besluit Bij inschrijving in het rassenregister kan bij rassen van bosbouwgewassen, als opgenomen in bijlage I van, aantekening worden gedaan van cultuur- en gebruikswaarde-aspecten die gebleken zijn bij de inspectie, beoordeling of test, bedoeld in. 3 artikelen 8 10 van het besluit Voor zover rassen worden toegelaten overeenkomstig deenwordt het technisch onderzoek tot vaststelling van de cultuur- en gebruikswaarde-aspecten uitgevoerd op verzoek en op kosten van de aanvrager tot toelating. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 8, eerste lid, van het besluit richtlijn (EG) 2002/55 De groentegewassen, bedoeld in, zijn de gewassen zoals opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 8a van het besluit De fruitgewassen, bedoeld in, zijn de gewassen zoals opgenomen in bijlage 1 van richtlijn (EG) 2008/90. 2010 4480 30-03-2010 22-03-2010 107028 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873 2010 4480 30-03-2010 22-03-2010 107028 29-09-2012 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 3a Een ras van een fruitgewas als bedoeld in, wordt toegelaten indien het voldoet aan de eisen genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, van richtlijn (EU) 2014/97. 2 Indien de aanvrager bij de aanvraag informatie verstrekt waaruit naar het oordeel van de Raad blijkt dat aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, is voldaan wordt geen technisch onderzoek uitgevoerd. 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 01-01-2017
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 3b artikel 3a In afwijking vanwordt een ras van een fruitgewas als bedoeld in, waarvan teeltmateriaal reeds voor 30 september 2012 in Nederland in de handel is gebracht, toegelaten indien de Raad van oordeel is dat het ras voldoet aan het voor dergelijke rassen in artikel 7, vierde lid, van richtlijn (EG) 2008/90 bepaalde. 2 artikel 17 richtlijn (EG) 2008/90 In afwijking vanbedraagt het aanvraagtarief voor de toelating van de rassen, bedoeld in het eerste lid, € 0 en het tarief voor het opstellen van een officieel erkende beschrijving als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van, € 383. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 3d — Artikel 3d#
Artikel 3d 1 De Raad draagt zorg voor de bewaring van het dossier waarop een toelating van een ras van een fruitgewas berust. 2 De toelating van een ras van een fruitgewas geldt ten hoogste 30 jaar of, ingeval van een genetisch gemodificeerd ras, voor de periode dat het desbetreffende genetisch gemodificeerde organisme krachtens de richtlijnen (EU) 2001/18 of (EU) 1829/2003 tot de teelt is toegelaten. 3 De toelating van een ras kan op aanvraag bij een door de Raad beschikbaar gesteld middel voor ten hoogste 30 jaar worden verlengd: a. indien het materiaal van het desbetreffende ras nog beschikbaar is, en b. ingeval van een genetisch gemodificeerd ras, indien en voor de periode dat het desbetreffende genetisch gemodificeerde organisme krachtens de richtlijnen (EU) 2001/18 of (EU) 1829/2003 tot de teelt is toegelaten. 4 De Raad kan de toelating van een ras tevens verlengen indien hij van oordeel is dat zulks bijdraagt aan het behoud van de genetische diversiteit en duurzame productie of een ander algemeen belang dient. 5 De Raad trekt een toelating van een fruitgewas in, ingeval: a. naar zijn oordeel niet of niet meer aan de aan de toelating gestelde eisen wordt voldaan, of b. bij de aanvraag van de toelating of tijdens het onderzoek ernaar onjuiste of misleidende inlichtingen zijn verstrekt ten aanzien van de feiten op basis waarvan het ras is toegelaten. 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 9, eerste lid, van het besluit richtlijn (EG) 2002/53 De landbouwgewassen, bedoeld in, zijn de gewassen als opgenomen in de richtlijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 10 van het besluit richtlijn (EG) 1999/105 De bosbouwgewassen, bedoeld in, zijn de gewassen als opgenomen in bijlage I van. 2 Als opstand van bekende origine worden uitsluitend autochtone opstanden als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, subonderdeel i, van richtlijn (EG) 1999/105 bestaande uit ten minste dertig individuen van het desbetreffende geslacht toegelaten. 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Artikel 8, derde lid, van het besluit is van toepassing op de toelating van rassen van cichorei voor de industrie. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Degene die in verband met de aanvraag tot toelating van een ras van een groentegewas, onderscheidenlijk een landbouwgewas, heeft verklaard het desbetreffende ras in stand te houden, houdt een administratie bij aan de hand waarvan de instandhouding op enig moment gecontroleerd kan worden. 2 In deze administratie zijn gegevens opgenomen die betrekking hebben op de productie van alle aan het basiszaad of basispootgoed voorafgaande generaties. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 richtlijn (EG) 2001/18 artikel 12, eerste lid, van het besluit De toelating van een ras als bedoeld inkan worden gewijzigd ingeval de voorwaarden verbonden aan de toestemming, bedoeld in, om dat materiaal in de handel te brengen worden gewijzigd. 2 De toelating van een ras of een opstand wordt ingetrokken ingeval de toestemming om dat materiaal in de handel te brengen wordt ingetrokken. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 16, derde lid, van het besluit Voor rassen van groentegewassen waarvan het zaad slechts als standaardzaad kan worden gecontroleerd, kunnen door de aanvrager uitgevoerd onderzoek en bij de teelt opgedane praktische ervaringen in aanmerking worden genomen in samenhang met de resultaten van een onderzoek door een door de Raad aangewezen instelling als bedoeld in. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 16 van het besluit Het onderzoek, bedoeld in, wordt bij rassen van groentegewassen uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften bedoeld in: a. richtlijn (EG) 2003/91 bijlage I of bijlage II van, voor wat betreft de vaststelling van de onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit van de in die bijlagen opgenomen gewassen waarbij: – alle raskenmerken zoals opgenomen in de voorschriften, bedoeld in bijlage I, in aanmerking worden genomen, of – de met een asterisk aangeduide raskenmerken zoals opgenomen in de voorschriften, bedoeld in bijlage II, in aanmerking worden genomen, en b. richtlijn (EG) 2003/91 bijlage III van, voor wat betreft de in die bijlage genoemde soorten biologische rassen die geschikt zijn voor biologische teelt. 2 artikel 16 van het besluit artikel 18 van het besluit Het technisch onderzoek, bedoeld in, wordt bij rassen van groentegewassen die niet zijn opgenomen in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de vaststelling van de onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit uitgevoerd overeenkomstig de voor de desbetreffende gewassen opgestelde protocollen, bedoeld in. 2023 19034 11-07-2023 06-07-2023 WJZ/27878280 2023 19034 11-07-2023 06-07-2023 WJZ/27878280 12-07-2023 01-07-2023
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 16 van het besluit Het onderzoek, bedoeld in, wordt bij rassen van fruitgewassen uitgevoerd overeenkomstig: a. artikel 6, tweede en vierde lid, van richtlijn (EU) 2014/97, en b. artikel 18 van het besluit de voor het desbetreffende gewas opgestelde protocollen, bedoeld in. 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 01-01-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 16 van het besluit Het technisch onderzoek, bedoeld in, wordt bij rassen van landbouwgewassen uitgevoerd overeenkomstig: a. richtlijn (EG) 2003/90 de voorschriften, bedoeld in bijlage I of bijlage II vanvoor wat betreft de vaststelling van de onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit van de in die bijlagen opgenomen gewassen, waarbij: – alle in de voorschriften, bedoeld in bijlage I, opgenomen raskenmerken in aanmerking worden genomen, of – richtlijn (EG) 2003/90 de in de voorschriften, bedoeld in bijlage II, met een asterisk aangeduide raskenmerken in aanmerking worden genomen, of de voorschriften, bedoeld in bijlagen IV en V vanvoor wat betreft de vaststelling van onderscheidbaarheid, homogeniteit, bestendigheid en de cultuur- en gebruikswaarde van de in die bijlagen opgenomen gewassen geschikt voor biologische teelt, en b. richtlijn (EG) 2003/90 de voorschriften opgenomen in bijlage III vanmet betrekking tot de kenmerken aan de hand waarvan de cultuur- en gebruikswaarde wordt onderzocht. 2 artikel 16 van het besluit artikel 18 van het besluit Het technisch onderzoek, bedoeld in, wordt bij rassen van landbouwgewassen die niet zijn opgenomen in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor wat betreft de vaststelling van de onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit uitgevoerd overeenkomstig de voor de desbetreffende gewassen opgestelde protocollen, bedoeld in. 2023 19034 11-07-2023 06-07-2023 WJZ/27878280 2023 19034 11-07-2023 06-07-2023 WJZ/27878280 12-07-2023 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 19 van het besluit De Raad kan de beoordeling van een aanvraag tot toelating van een ras of tot verlening van kwekersrecht baseren op een onderzoek als bedoeld inindien: a. het onderzoek waarop het over te nemen rapport is gebaseerd, zal worden uitgevoerd, wordt uitgevoerd of is uitgevoerd in opdracht van een andere met rassentoelating of kwekersrechtverlening belaste autoriteit van een Unie-staat; b. artikel 35, eerste lid, onderdelen a, b en c de Raad de instelling, belast met het technisch onderzoek, bedoeld in, heeft erkend als onderzoeksinstelling voor het desbetreffende gewas, en c. de aanvrager aangeeft dat het identiteitsmonster dat zal worden onderzocht, wordt onderzocht of is onderzocht behoort bij de aanvraag in Nederland. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Een instandhoudingsras wordt toegelaten indien de Raad, met inachtneming van de basiskenmerken voor landbouwgewassen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van richtlijn (EG) 2008/62, onderscheidenlijk voor groentegewassen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van richtlijn (EG) 2009/145, betreffende onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit, van oordeel is dat: a. het betrokken ras, blijkens onderzoek of kennis, verkregen door praktische ervaring tijdens teelt, vermeerdering en gebruik: 1°. voldoende duidelijk te onderscheiden is van elk ander instandhoudingsras uit het gebied van oorsprong, 2°. voldoende homogeen is, en 3°. voldoende bestendig is; b. het betrokken ras blijkens de aan de Raad ter beschikking staande informatie van belang is voor de instandhouding van plantaardige genetische bronnen; c. het betrokken ras in stand wordt gehouden in zijn gebied van oorsprong, en d. de beschrijving en benaming van het betrokken ras wat landbouwgewassen betreft voldoet aan de eisen van richtlijn (EG) 2008/62 en wat groentegewassen betreft aan de eisen van richtlijn (EG) 2009/145. 2 Indien de homogeniteit wordt vastgesteld op basis van afwijkende typen, wordt een populatienorm van 10% en een toelatingskans van ten minste 90% toegepast. 3 Een ras is voldoende bestendig indien gebleken is dat de kenmerkende eigenschappen onveranderd blijven na achtereenvolgende vermeerdering. 4 De Raad kan protocollen vaststellen met betrekking tot de eisen aan de documentatie behorende bij een aanvraag tot toelating als instandhoudingsras, om de Raad in staat te stellen de aanvraag te toetsen aan de eisen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. 5 Bij een toelating als bedoeld in het eerste lid vermeldt de Raad in het rassenregister Nederland als gebied van oorsprong 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 31-12-2010
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b Een instandhoudingsras wordt niet toegelaten indien: a. het ras reeds in de gemeenschappelijke rassenlijst, bedoeld in artikel 1 van richtlijn (EG) 2002/53 of in de gemeenschappelijke rassenlijst, bedoeld in artikel 3, derde lid, van richtlijn (EG) 2002/55, is opgenomen als ander ras dan instandhoudingsras; b. het ras van de gemeenschappelijke rassenlijst is afgevoerd binnen de laatste twee jaar; c. de overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van richtlijn (EG) 2002/53, onderscheidenlijk artikel 15, tweede lid, van richtlijn (EG) 2002/55, geldende termijn minder dan twee jaar geleden is verstreken, of. d. het ras wordt beschermd door communautair kwekersrecht als bedoeld in verordening nr. 2100/94/EG van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) of door nationaal kwekersrecht of hiertoe een aanvraag aanhangig is. 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 31-12-2010
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 Een voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras van een groentegewas wordt toegelaten indien de Raad met inachtneming van de basiskenmerken, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van richtlijn (EG) 2009/145 betreffende onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit, van oordeel is dat: a. het betrokken ras, blijkens onderzoek of kennis, verkregen door praktische ervaring tijdens teelt, vermeerdering en gebruik: 1°. voldoende duidelijk te onderscheiden is van elk ander voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras; 2°. voldoende homogeen is, en 3°. voldoende bestendig is; b. het betrokken ras blijkens de aan de Raad ter beschikking staande informatie geen intrinsieke waarde heeft voor de commerciële productie van gewassen, maar ontwikkeld is voor teelt onder bijzondere landbouwtechnische, klimatologische of bodemkundige omstandigheden; c. de beschrijving en benaming van het betrokken ras voldoet aan de eisen van richtlijn (EG) 2009/145. 2 Indien de homogeniteit wordt vastgesteld op basis van afwijkende typen, wordt een populatienorm van 10% en een toelatingskans van ten minste 90% toegepast. 3 Een ras is voldoende bestendig indien gebleken is dat de kenmerkende eigenschappen onveranderd blijven na achtereenvolgende vermeerdering. 4 De Raad kan protocollen vaststellen met betrekking tot de eisen aan de documentatie behorende bij een aanvraag tot toelating als voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras, om de Raad in staat te stellen de aanvraag te toetsen aan de eisen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 31-12-2010
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d Een voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras wordt niet toegelaten indien: a. het ras reeds in de gemeenschappelijke rassenlijst, bedoeld in artikel 3, derde lid, van richtlijn (EG) 2002/55 is opgenomen als ander ras dan voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras; b. het ras van de gemeenschappelijke rassenlijst in afgevoerd binnen de laatste twee jaar; c. de overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van richtlijn (EG) 2002/55, geldende termijn minder dan twee jaar geleden is verstreken, of d. het ras wordt beschermd door communautair kwekersrecht als bedoeld in verordening nr. 2100/94/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) of door nationaal kwekersrecht of hiertoe een aanvraag aanhangig is. 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 31-12-2010
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e 1 Bij de vaststelling van de benaming van instandhoudingsrassen en voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen die voor 25 mei 2000 bekend waren, kan worden afgeweken van verordening nr. 637/2009/EG van de Commissie van 22 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen betreffende de geschiktheid van rasbenamingen voor landbouw- en groentegewassen (PbEU L 191). 2 De Raad kan meer dan één naam voor een instandhoudingsras toelaten indien de desbetreffende namen voor dat ras van oudsher bekend zijn. 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 2010 16197 18-10-2010 08-10-2010 152587 31-12-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 22 van het besluit Het gebruik van geoogst materiaal, bedoeld in, is toegestaan mits de teler aan de houder van het kwekersrecht vóór 15 mei van het kalenderjaar waarin de teelt waarbij gebruik gemaakt is van geoogst materiaal, wordt geoogst, ten minste gegevens verstrekt omtrent: a. de naam- en adresgegevens van het bedrijf; b. het ras waarvan de teler het geoogste materiaal heeft ingezaaid, onderscheidenlijk heeft gepoot, c. het gewicht van het geoogste materiaal dat is ingezaaid of gepoot, en d. de met het geoogste materiaal ingezaaide of gepote oppervlakte. 2 De teler is voor het gebruik van het geoogste materiaal de houder van het kwekersrecht een redelijke vergoeding verschuldigd. 3 De redelijke vergoeding, bedoeld in het tweede lid, bedraagt: van de vergoeding die in het handelsverkeer verschuldigd is voor het gebruik van een licentie voor het desbetreffende ras, tenzij de houder van het kwekersrecht en de teler anders overeenkomen. a. voor het gewas aardappel 60%, en b. voor graangewassen ten minste 60% 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Voor de volgende rassen bedraagt de duur van het kwekersrecht 30 jaar: a. De rassen van aardappel, aardbei, anthurium, asperge en alle houtige fruitgewassen en houtige siergewassen. b. bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 De rassen van bolgewassen als bedoeld in, alsmede freesia en nerine. 2022 34017 20-12-2022 16-12-2022 WJZ22507894 2022 34017 20-12-2022 16-12-2022 WJZ22507894 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 36 55, eerste lid 85 van de wet Aanvragen als bedoeld in de,, enworden ingediend met behulp van een door de Raad ter beschikking gesteld, volledig ingevuld en ondertekend formulier waarbij een of meer relevante beschrijvingsbladen worden gevoegd. 2 In de door de aanvrager verstrekte beschrijving van het ras wordt mede beschreven de wijze waarop het ras is gekweekt, dan wel is ontdekt en ontwikkeld. 3 Bij de aanvraag wordt in voorkomend geval op verzoek van de Raad een representatieve kleurenfoto verstrekt. 4 De door de aanvrager verstrekte beschrijving van de wijze waarop het ras is gekweekt dan wel is ontdekt en ontwikkeld, wordt beschouwd als informatie die vertrouwelijk aan de Raad wordt meegedeeld. 5 artikel 36 van de wet Aanvragen als bedoeld invoor een fruitgewas gaan tevens vergezeld van de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a, b en d, en derde lid, van richtlijn (EU) 2014/97 en kunnen vergezeld gaan van de gegevens bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdelen a en b, van richtlijn (EU) 2014/97. 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 2016 66350 07-12-2016 02-12-2016 WJZ/16076010 01-01-2017
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 62 van de wet Een verzoek tot verlening van een licentie als bedoeld inis met redenen omkleed en bevat: a. de voorwaarden waaronder de verzoeker de licentie wenst te verkrijgen, b. indien mogelijk de voorwaarden waaronder de houder van het kwekersrecht de licentie bereid is te verlenen, en c. de benaming van het ras en de naam van het gewas waartoe het ras behoort. 2 De Raad zendt een afschrift van het verzoek aan de houder van het kwekersrecht waarbij deze in de gelegenheid wordt gesteld te reageren binnen een door de Raad gestelde termijn. 3 De Raad kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, verlengen en de verzoeker en de houder van het kwekersrecht in de gelegenheid stellen schriftelijk nadere toelichting te geven. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Voor de behandeling van een aanvraag: a. artikel 55 van de wet tot verlening van kwekersrecht als bedoeld in, is de aanvrager aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 608; b. artikel 36 85 van de wet tot toelating van een ras als bedoeld inof, is de aanvrager aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 608 voor een ras van een tuinbouwgewas of fruitgewas en € 812 voor een ras van een landbouwgewas; c. tot zowel de verlening van kwekersrecht voor een ras als bedoeld onder a als de toelating van datzelfde ras als bedoeld onder b, mits de aanvragen gelijktijdig zijn ingediend, is de aanvrager aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 608 voor een ras van een tuinbouwgewas of fruitgewas en € 812 voor een ras van een landbouwgewas. 2 Indien een aanvraag tot kwekersrechtverlening en toelating van eenzelfde ras van een tuinbouwgewas of fruitgewas in dezelfde teeltperiode plaatsvindt en niet gelijktijdig zijn ingediend, is de aanvrager voor de laatst ingediende aanvraag aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 84. 3 Indien een aanvraag tot kwekersrechtverlening en toelating van eenzelfde ras van een landbouwgewas in dezelfde teeltperiode plaatsvindt en niet gelijktijdig zijn ingediend, is de aanvrager voor de laatst ingediende aanvraag aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 227. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag die onmiddellijk volgt op en in de plaats komt van de eerste aanvraag voor het desbetreffende ras, indien deze laatste aanvraag voor het desbetreffende ras wegens gebreken bij de inzending van het identiteitsmonster geacht wordt te zijn ingetrokken of is afgewezen. 5 In afwijking van het eerste lid is de aanvrager voor de behandeling van een aanvraag tot toelating van een instandhoudingsras aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 135. 6 De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bij vooruitbetaling aan de Raad voldaan. 7 Voor de behandeling van op papier ingediende aanvragen voor toelating en kwekersrecht is, naast het tarief bedoeld in het eerste lid, een bedrag van € 72 verschuldigd. 8 In afwijking van de tarieven in het eerste lid is voor de behandeling van volledig elektronisch ingediende aanvragen als bedoeld in het eerste lid voor: a. een ras van een tuinbouwgewas of fruitgewas een bedrag van € 354 verschuldigd; b. een ras van een landbouwgewas als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, een bedrag van € 354 verschuldigd. 9 Ingeval van verlenging van de toelating van een ras als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het besluit, is de instandhouder aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 293. 10 In afwijking van het negende lid bedraagt het tarief voor de verlenging van de toelating van een instandhoudingsras of van een voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras € 135. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een houder van een kwekersrecht en een in het rassenregister ingeschreven instandhouder van een ras is voor ieder jaar of gedeelte daarvan aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 0. 2 De houder van een kwekersrecht die tevens als instandhouder is ingeschreven in het Rassenregister is voor ieder jaar of gedeelte daarvan aan de Raad een bedrag verschuldigd van € 0. 3 De vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn bij vooruitbetaling verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kwekersrecht of de instandhouding in het rassenregister is ingeschreven. 2006 230 24-11-2006 22-11-2006 TRCJZ/2006/3448 2006 230 24-11-2006 22-11-2006 TRCJZ/2006/3448 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Artikel 18 is niet van toepassing op een instandhouder van een aardappelras die uitsluitend op basis van gegevens van de keuringsinstelling als zodanig is geregistreerd. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 18, derde lid Indien binnen veertien dagen na de dag, bedoeld in, niet is betaald, wordt de betrokken instandhouder door de Raad bij aangetekende brief aan zijn betalingsverplichting herinnerd. 2 artikel 18, eerste lid De inschrijving van een instandhouder in het rassenregister wordt van rechtswege doorgehaald, zodra zes maanden zijn verstreken sinds de vergoeding, bedoeld in, verschuldigd is geworden zonder dat deze betaald is. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a In geval de Raad inlichtingen bij een instelling in het buitenland inwint voor werkzaamheden in het kader van artikel 15, vierde lid, van het besluit, is de instandhouder, een bedrag van € 183 verschuldigd. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 1 Indien het onderzoek, bedoeld in, of een onderdeel van dat onderzoek, door of onder verantwoordelijkheid van een Nederlandse onderzoeksinstelling zal worden uitgevoerd, is per teeltperiode een bedrag verschuldigd, zoals opgenomen inbij deze regeling voor de gewasgroep waartoe het desbetreffende ras behoort, vermeerderd met het van toepassing zijnde BTW- percentage ingeval de onderzoeksinstelling gehouden is dit te heffen. 2 artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet Indien het onderzoek, bedoeld in, door een buitenlandse onderzoeksinstelling zal worden uitgevoerd, is per teeltperiode een bedrag verschuldigd dat gelijk is aan de vergoeding die de desbetreffende instelling voor dat onderzoek rekent. 3 De Raad publiceert periodiek de hoogte van de vergoedingen, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 17 De vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, verschuldigd voor de eerste teeltperiode, worden gelijktijdig met de vergoeding, bedoeld in, voldaan. De vergoedingen verschuldigd voor tweede en volgende teeltperioden worden voldaan binnen een door de Raad gestelde termijn. 5 Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de Raad heeft toegestaan dat het desbetreffende onderzoek in opdracht van de aanvrager wordt uitgevoerd bij een door de Raad aangewezen instelling. 6 Indien de Raad met betrekking tot een aanvraag tot een bijzondere inrichting van het onderzoek besluit, wordt het in het eerste of tweede lid bedoelde bedrag verhoogd met een bedrag ter hoogte van de daaraan verbonden extra kosten, welk bedrag binnen een door de Raad gestelde termijn moet worden voldaan. 2020 69013 28-12-2020 11-12-2020 WJZ/20273942 2020 69013 28-12-2020 11-12-2020 WJZ/20273942 01-01-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 19 van het besluit artikel 21, eerste en tweede lid Indien de Raad voornemens is uitvoering te geven aanis de aanvrager, in afwijking van, het bedrag verschuldigd dat gelijk is aan de vergoeding die de desbetreffende instelling voor die handeling rekent. 2 artikel 17 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijktijdig voldaan met de vergoeding, bedoeld in. 3 artikel 21 Ingeval het niet mogelijk is het voornemen, bedoeld in het eerste lid, te realiseren, is, onder verrekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid,van toepassing met dien verstande dat het bedrag verschuldigd voor de eerste teeltperiode binnen een door de Raad gestelde termijn moet worden voldaan. 2014 34559 03-12-2014 01-12-2014 WJZ/14180189 2014 34559 03-12-2014 01-12-2014 WJZ/14180189 01-01-2015
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2020 69013 28-12-2020 11-12-2020 WJZ/20273942 2020 69013 28-12-2020 11-12-2020 WJZ/20273942 01-01-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 35, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de wet artikel 21 eerste en tweede lid artikel 22, eerste lid Ingeval de Raad op verzoek van de aanvrager en op grond van na de aanvang van het onderzoek, bedoeld in, van de aanvrager ontvangen gegevens tot een verdergaand onderzoek besluit, kunnen in afwijking van de bedragen, bedoeld in, en, de werkelijke kosten van dat onderzoek in rekening worden gebracht. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 21, eerste of tweede lid Ingeval een aanvraag wordt ingetrokken of afgewezen voordat het onderzoek bedoeld in, in een teeltperiode is aangevangen, wordt het bedrag dat voor het onderzoek gedurende de nog aan te vangen teeltperiode is betaald ingevolge, gerestitueerd. 2 artikel 19 van het besluit artikel 22, eerste lid Ingeval een aanvraag wordt ingetrokken of afgewezen voordat het inbedoelde onderzoek in een teeltperiode is aangevangen, wordt het bedrag dat voor het onderzoek gedurende de nog aan te vangen teeltperiode is betaald ingevolge, gerestitueerd. 3 artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 21, eerste of tweede lid Ingeval een aanvraag wordt ingetrokken of afgewezen nadat het onderzoek bedoeld in, in een teeltperiode is aangevangen, wordt het bedrag gerestitueerd dat voor het onderzoek gedurende de nog aan te vangen teeltperiode is betaald ingevolge, verminderd met voor dit onderzoek reeds gemaakte kosten. 2019 66752 11-12-2019 06-12-2019 WJZ19247789 2019 66752 11-12-2019 06-12-2019 WJZ19247789 01-01-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 23 Indien de Raad voor de beoordeling van een bezwaar tegen zijn beslissing een voortzetting van onderzoek, bedoeld in, nodig acht, isvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het bedrag verschuldigd voor de eerste teeltperiode binnen de door de Raad gestelde termijn moet worden voldaan. 2 De op grond van het eerste lid verrichte betaling wordt gerestitueerd, indien het bezwaar gegrond wordt verklaard. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 58, vierde lid, van de wet Voor de behandeling van een verzoek om advies als bedoeld in, is een bedrag verschuldigd van € 84. 2 Onverminderd het eerste lid is degene op wiens verzoek het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven binnen een door de Raad gestelde termijn een bedrag verschuldigd dat overeenkomt met de kosten van het onderzoek dat ten behoeve van dat advies is uitgevoerd. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 31, tweede lid, onder a, van de wet Voor de behandeling van een verzoek strekkende tot aanvulling van de beschrijving als bedoeld inis een bedrag verschuldigd van € 84. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 62 van de wet Voor de inschrijving van een verzoek tot verlening van een licentie door de Raad als bedoeld inis een bedrag verschuldigd van € 31. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 65, vierde lid, van de wet Voor de inschrijving van een akte van overdracht als bedoeld inalsmede van overgang van het recht door vererving is met betrekking tot een ras een bedrag verschuldigd van € 31. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Voor iedere inschrijving in het rassenregister van: a. een licentie; b. het proces-verbaal van inbeslagneming van een kwekersrecht; c. de titel waaruit de opheffing van het beslag blijkt; d. de titel waaruit de toewijzing van de verkoop van een in beslag genomen kwekersrecht blijkt, of e. andere stukken, waarvan de belanghebbende inschrijving heeft verzocht, is per ras een bedrag verschuldigd van € 31 voor zover hiervoor geen bijzonder tarief verschuldigd is. 2 artikel 25, derde lid, van de wet artikel 31, eerste lid, van de wet Voor het vaststellen van de voorlopige karakteriserende beschrijving van een ras en het inschrijven op grond van, in samenhang met, is een bedrag verschuldigd van € 114. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Indien op verzoek van de aanvrager, de houder van het kwekersrecht, een instandhouder of hun rechtsopvolgers een wijziging, verbetering of aanvulling van de in het register ingeschreven gegevens noodzakelijk is, is, voor zover voor die wijziging, verbetering of aanvulling geen bijzonder tarief is gegeven, een bedrag van € 13 verschuldigd per ingeschreven ras. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Voor de verstrekking van een gewaarmerkt afschrift of gewaarmerkt uittreksel uit het register van aanvragen of het register van inschrijving is een bedrag verschuldigd van € 30. 2 wet De Raad kan afschriften of uittreksels kosteloos verstrekken aan commissies of instellingen, die betrokken zijn bij de uitvoering van de, alsmede aan de met verlening van kwekersrecht of rassentoelating belaste autoriteiten in Unie-staten. 3 Voor een verzoek aan de Raad om legalisatie van documenten is een bedrag verschuldigd van € 30 vermeerderd met de kosten die door een bij de specifieke legalisatie betrokken derde partij zijn berekend. 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a artikelen 17 18 22 26 27 tot en met 32 artikel 3, vierde lid, van de wet De bedragen, genoemd in de,,,en, worden vermeerderd met het van toepassing zijnde BTW-percentage indien het bureau als bedoeld ingehouden is dit te heffen. 2007 246 19-12-2007 11-12-2007 TRCJZ/2007/3899 2007 246 19-12-2007 11-12-2007 TRCJZ/2007/3899 01-01-2008
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De in deze paragraaf opgenomen tarieven worden periodiek aangepast aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De verplichting tot betaling van een geldsom wordt in een factuur vastgesteld. 2 De factuur vermeldt in ieder geval: a. de te betalen geldsom; b. artikel 6, tweede lid, van wet de door de Raad te verrichten of verrichte handelingen als bedoel in; c. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Betaling ter voldoening van een bepaalde geldschuld strekt in de eerste plaats tot mindering van de kosten, vervolgens tot mindering van de verschenen rente en ten slotte tot mindering van de hoofdsom en de lopende rente. 2 Indien een schuldenaar verschillende geldschulden heeft bij de Raad, kan de schuldenaar bij de betaling de geldschuld aanwijzen waaraan de betaling moet worden toegekend. 3 De schuldenaar is niet bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De Raad kan de schuldenaar uitstel van betaling verlenen. 2 Gedurende het uitstel kan de Raad niet aanmanen of invorderen. 3 De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt. 4 De Raad kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De Raad kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken of wijzigen a. indien de voorschriften niet worden nageleefd; b. indien de schuldenaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid, of c. voor zover veranderde omstandigheden zich verzetten tegen voortduring van het uitstel. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De schuldenaar is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De Raad maant de schuldenaar die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden. 2 De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De Raad kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding bedraagt € 7 indien de schuld minder dan € 500 bedraagt en € 15 indien de schuld € 500 of meer bedraagt. 2 De aanmaning vermeldt de vergoeding die in rekening wordt gebracht. 2016 63285 21-11-2016 16-11-2016 WJZ/16151652 2016 63285 21-11-2016 16-11-2016 WJZ/16151652 01-01-2017
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 6, vijfde lid, van de wet Het dwangbevel, bedoeld invermeldt in ieder geval: a. aan het hoofd het woord ‘dwangbevel’; b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom; c. de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld voortvloeit; d. de kosten van het dwangbevel, en e. dat het dwangbevel op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden gelegd. 2 Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing: a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding, en b. de ingangsdatum van de wettelijke rente. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a 1 Aan de voorzitter van de Raad wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn met toepassing van een arbeidsduurfactor van 0,166. 2 De overige leden van de Raad ontvangen voor een vergadering van de Raad een vergoeding van € 383. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden beschouwd als 1 vergadering 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 2025 42997 23-12-2025 19-12-2025 WJZ/101291197 01-01-2026
Artikel 42b — Artikel 42b#
Artikel 42b De reis- en verblijfkosten van de leden van de Raad worden per zittingsdag vergoed op basis van hetgeen in verband met dienstreizen binnen Nederland daarover overeenkomstig is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 01-01-2020
Artikel 42c — Artikel 42c#
Artikel 42c artikel 10, eerste lid artikel 11, eerste lid bijlage Indien een Europese richtlijn tot wijziging van een bijlage, genoemd in, of, daartoe de mogelijkheid biedt, worden onderzoeken die zijn begonnen overeenkomstig de bijlage zoals die gold voor de wijziging van toepassing werd, voortgezet overeenkomstig die eerdere versie van de. 2011 22370 14-12-2011 13-12-2011 244380 2011 22370 14-12-2011 13-12-2011 244380 01-01-2012 Voorheen art. 42a*.
Artikel 42d — Artikel 42d#
Artikel 42d artikel 1 Een wijziging van de richtlijnen, genoemd in, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873 2012 19267 28-09-2012 08-09-2012 WJZ/12308873 01-01-2013
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Inrichting rassenlijst voor landbouwgewassen , b. Regeling instructie Raad voor het Kwekersrecht , c. Regeling Tarieven Raad voor het Kwekersrecht , d. Regeling toelating groenterassen 1973 , e. Vacatiegeld Raad voor het Kwekersrecht , f. Vaststelling vergoedingen voor leden Raad voor het Kwekersrecht , en g. Verlening kwekersrecht buiten Nederland gewonnen rassen . 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 Deze regeling treedt in werking op het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van inwerkingtreding van de. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen. 2006 15 20-01-2006 16-01-2006 TRCJZ/2006/99 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.
Artikel 21#
artikel 21, eerste lid