Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv)
- BWB-id
- BWBR0019150
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019150
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-wfsv
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-wfsv/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019150&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019150&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019150/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/regeling-wfsv
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – Algemene Kinderbijslagwet AKW: de; – Algemene nabestaandenwet ANW: de; – Algemene Ouderdomswet AOW:; – Wet langdurige zorg Wlz: De. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de; – Toeslagenwet TW: de; – Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wajong: de; – Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO: de; – Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet SUWI: de; – Wet financiering sociale verzekeringen Wfsv: de; – Werkloosheidswet WW: de; – Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA: de; – Ziektewet ZW: de. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Begripsbepaling#
Artikel 2.1 Begripsbepaling Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden aangemerkt als afzonderlijke mogendheden. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Partnerbegrip voor vaststelling premie-inkomen#
Artikel 2.2 Partnerbegrip voor vaststelling premie-inkomen artikel 8, eerste lid, van de Wfsv artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voor de toepassing vanwordt verstaan onder partner: degene, die partner is in de zin vanen, waarbij het vierde lid, onderdeel b, van het laatstgenoemde artikel buiten toepassing blijft. 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 01-01-2015
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Uitzonderingen premie-inkomen voor premieheffing#
Artikel 2.3 Uitzonderingen premie-inkomen voor premieheffing Voor de heffing van premie voor de volksverzekeringen behoren niet tot het premie-inkomen: a. uitkeringen op grond van de socialezekerheidswetgeving van een andere mogendheid die zijn onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake uitkeringen bij ouderdom en overlijden van die andere mogendheid; b. ten aanzien van degene die verzekerd is en die tevens werkzaamheden verricht of heeft verricht buiten het Europese deel van Nederland: 1°. het gedeelte van het premie-inkomen dat onderworpen is aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake uitkeringen bij ouderdom en overlijden ten behoeve van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 2°. het gedeelte van het premie-inkomen, waarop ingevolge een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, 3°. het gedeelte van het premie-inkomen, dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake uitkeringen bij ouderdom en overlijden van een andere mogendheid; c. artikelen 13, eerste lid, onderdeel a 13, tweede lid, onderdeel c 13, derde lid, onderdeel a 13, vierde lid, onderdeel c 14, eerste lid, onderdeel a 15, eerste lid, onderdelen a, b of c, subonderdeel 1° 16, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 ten aanzien van degene die niet is uitgezonderd van de verplichte verzekering voor de volksverzekeringen op grond van de,,,,,, ofin verband met het verrichten van de in die artikelen bedoelde andere werkzaamheden: het belastbare loon uit de dienstbetrekking uit hoofde waarvan hij zou zijn uitgezonderd van de verplichte verzekering voor de volksverzekeringen indien hij die andere werkzaamheden niet zou hebben verricht. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Premie-inkomen bij premieplichtigheid over gedeelte kalenderjaar#
Artikel 2.4 Premie-inkomen bij premieplichtigheid over gedeelte kalenderjaar Ten aanzien van degene die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar niet premieplichtig is, wordt voor de premieheffing bij wege van aanslag als premie-inkomen geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het premie-inkomen verminderd met het gedeelte daarvan waarop, op grond van een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake uitkeringen bij ouderdom en overlijden van een andere mogendheid. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Aanpassing maximum premie-inkomen bij gedeeltelijke premieplicht anders dan door overlijden#
Artikel 2.5 Aanpassing maximum premie-inkomen bij gedeeltelijke premieplicht anders dan door overlijden artikel 8, derde lid, van de Wfsv die wet Ten aanzien van degene die gedurende een deel van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet premieplichtig is, wordt voor de premieheffing bij wege van aanslag als premie-inkomen in aanmerking genomen het bedrag dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het invermelde premie-inkomen dat maximaal in aanmerking zou zijn genomen indien gedurende het gehele kalenderjaar sprake zou zijn geweest van premieplicht, tenzij toepassing van de bepalingen inof van de overige bepalingen in deze regeling tot een lager premie-inkomen leidt. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Heffingspercentage bij verschillende premiepercentages#
Artikel 2.6 Heffingspercentage bij verschillende premiepercentages artikel 11, vierde lid, van de Wfsv Ingeval zich ten aanzien van een verzekerde die in de premieheffing bij wege van aanslag wordt betrokken in het kalenderjaar tijdvakken voordoen waarin anders dan ingevolgeverschillende premiepercentages gelden, wordt van hem de premie geheven naar een percentage (heffingspercentage) dat is samengesteld uit tijdsevenredige delen van die verschillende premiepercentages. Het heffingspercentage wordt afgerond op honderdsten naar beneden. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 2.6a — Artikel 2.6a Heffingskorting bij premieplichtigheid over gedeelte kalenderjaar#
Artikel 2.6a Heffingskorting bij premieplichtigheid over gedeelte kalenderjaar artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wfsv Ten aanzien van degene die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet premieplichtig is, wordt de heffingskorting, bedoeld in, tijdsevenredig verminderd naar rato van de periode van premieplicht in het kalenderjaar. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Tijdsevenredige vaststelling#
Artikel 2.7 Tijdsevenredige vaststelling Ingeval voor de premieheffing bij wege van aanslag het premie-inkomen, het heffingspercentage of de heffingskorting moet worden bepaald door middel van tijdsevenredige vaststelling, wordt daarbij: a. een kalenderjaar op 360 dagen gesteld; b. een kalendermaand op 30 dagen gesteld; c. de dag waarop het tijdvak aanvangt als een gehele dag in aanmerking genomen; d. de dag waarop het tijdvak eindigt niet in aanmerking genomen. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Bepaling loontijdvak bij twee kalenderjaren#
Artikel 3.1 Bepaling loontijdvak bij twee kalenderjaren artikel 17, eerste en tweede lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanwordt een loontijdvak dat zich uitstrekt over twee kalenderjaren, geacht te behoren tot het kalenderjaar waarin het loon over dat loontijdvak wordt genoten. 2010 20395 23-12-2010 13-12-2010 IVV/FB/2010/23821 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Begrippen#
Artikel 3.2 Begrippen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. arbeidsloon: loon uit een dienstbetrekking; b. ZW hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg WAO Wet WIA WW uitkering: een uitkering krachtens de,, de, deof de; c. aanvulling: arbeidsloon dat naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering en door de werkgever, op grond van een aan zijn werknemer toegekende aanspraak, over dezelfde periode als waarover de uitkering wordt verstrekt aan de werknemer wordt betaald. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Uitkering bij dezelfde werkgever#
Artikel 3.3 Uitkering bij dezelfde werkgever 1 artikel 17 van de Wfsv Indien een werknemer die van één of meerdere werkgevers arbeidsloon ontvangt, vervolgens in plaats van één of elk van die lonen uitkering en aanvulling ontvangt, wordt het totaalbedrag van die uitkering en aanvulling voor de toepassing vangeacht bij dezelfde werkgever te zijn genoten. 2 hoofdstuk 3 van de Wfsv artikel 17, eerste lid, van de Wfsv Indien het eerste lid toepassing vindt, blijft bij de berekening van het loon waarnaar de premies op grond vanworden geheven de aanvulling buiten aanmerking voorzover de aanvulling en uitkering tezamen meer bedragen dan het bedrag, bedoeld in. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Samenloop#
Artikel 3.4 Samenloop ZW hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg artikel 17, eerste lid, van de Wfsv Indien een werknemer van twee of meer werkgevers arbeidsloon ontvangt en vervolgens in plaats van één van die lonen een uitkering op grond van deof op grond vanontvangt en in plaats van het overige loon of één of meer van de overige lonen een uitkering ontvangt, worden deze uitkeringen, in afwijking vangeacht niet bij dezelfde werkgever te zijn genoten. 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 3.4a — Artikel 3.4a Berekening premies werknemersverzekeringen#
Artikel 3.4a Berekening premies werknemersverzekeringen artikel 17, derde lid, van de Wfsv Indien voor de werknemer gedurende een loontijdvak verschillende premiepercentages gelden, wordt het op grond vanberekende verschil naar evenredigheid van de lonen waarvoor die verschillende premiepercentages gelden, aan die lonen toegerekend. 2013 11592 02-05-2013 23-04-2013 2013-0000020796 2013 11592 02-05-2013 23-04-2013 2013-0000020796 03-05-2013 01-01-2013 2013 11592 02-05-2013 23-04-2013 2013-0000020796 2013 11592 02-05-2013 23-04-2013 2013-0000020796 03-05-2013 01-01-2013
Artikel 3.4b — Artikel 3.4b Berekening herziening in verband met meer dan 30% extra verloonde uren#
Artikel 3.4b Berekening herziening in verband met meer dan 30% extra verloonde uren 1 artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv Bij de berekening van het percentage, bedoeld inwordt het aantal verloonde uren in een kalenderjaar, bedoeld in dat onderdeel, berekend door de verloonde uren in alle aangiftetijdvakken van dat kalenderjaar uit alle dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer bij elkaar op te tellen. 2 artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv Bij de berekening van het aantal uren dat als omvang van de te verrichten arbeid is overeengekomen ten aanzien van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer, bedoeld inwordt deze omvang: a. per dienstbetrekking en per aangiftetijdvak berekend als afgeleide van het in de aangifte opgegeven aantal contracturen per week, waarbij het aantal contracturen per week: 1°. bij een aangiftetijdvak van vier weken wordt vermenigvuldigd met 4; 2°. bij een aangiftetijdvak van een maand wordt vermenigvuldigd met 13/3; 3°. bij een aangiftetijdvak van een half jaar wordt vermenigvuldigd met 26; 4°. bij een aangiftetijdvak van een jaar wordt vermenigvuldigd met 52; b. zoals ingevolge onderdeel a berekend rekenkundig afgerond op 2 decimalen; en c. uit alle aangiftetijdvakken in een kalenderjaar en alle dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer bij elkaar opgeteld om de overeengekomen arbeidsomvang per kalenderjaar te berekenen. 3 In het geval waarin de dienstbetrekking niet het gehele aangiftetijdvak heeft geduurd, wordt in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, het in de loonaangifte opgegeven aantal contracturen per week vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen dat de dienstbetrekking in dat aangiftetijdvak heeft geduurd en vervolgens gedeeld door 7. De overeengekomen omvang van de te verrichten arbeid per aangiftetijdvak wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen. 4 Bij de bepaling van het aantal contracturen per week ingevolge het tweede lid wordt gedurende het gehele aangiftetijdvak uitgegaan van het aantal contracturen per week dat van toepassing is op de laatste dag van het aangiftetijdvak of, indien de dienstbetrekking gedurende het aangiftetijdvak is geëindigd, op de laatste dag van de dienstbetrekking. 5 artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv Het percentage, bedoeld inwordt naar beneden afgerond op een heel percentage. 6 artikel 2.3, derde lid, van het Besluit Wfsv Het gemiddelde aantal uren dat is overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het lage premiepercentage, bedoeld in, wordt berekend door de totale omvang van de te verrichten arbeid op jaarbasis te delen door de duur van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen waarop het lage premiepercentage van toepassing is, uitgedrukt in weken. Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing. Dit getal wordt naar boven afgerond op hele uren. 7 Voor het bepalen van de duur van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen, uitgedrukt in weken als bedoeld in het zesde lid, wordt het aantal kalenderdagen dat er tussen de werkgever en werknemer een of meer dienstbetrekkingen hebben bestaan waarop het lage premiepercentage van toepassing is, gedeeld door 7. Dit getal wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen. 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Definities#
Artikel 3.5 Definities Vervallen 2013 27771 08-10-2013 30-09-2013 2013-0000129397 2013 27771 08-10-2013 30-09-2013 2013-0000129397 01-01-2014
Artikel 3.5a — Artikel 3.5a Bijdrage sector uitzendbedrijven#
Artikel 3.5a Bijdrage sector uitzendbedrijven Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Sectoronderdelen in de sector uitzendbedrijven#
Artikel 3.6 Sectoronderdelen in de sector uitzendbedrijven Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Indeling werkgevers binnen uitzendbedrijven IA en IIA#
Artikel 3.7 Indeling werkgevers binnen uitzendbedrijven IA en IIA Vervallen 2013 27771 08-10-2013 30-09-2013 2013-0000129397 2013 27771 08-10-2013 30-09-2013 2013-0000129397 01-01-2014
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Vaststelling WW-deel van het sectorpremiepercentage#
Artikel 3.8 Vaststelling WW-deel van het sectorpremiepercentage Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Maximum gedifferentieerde premie Werkhervattingskas sector uitzendbedrijven#
Artikel 3.9 Maximum gedifferentieerde premie Werkhervattingskas sector uitzendbedrijven artikel 2.6, vierde of vijfde lid, van het Besluit Wfsv artikel 2.10, eerste lid, van het Besluit Wfsv Voor de sector uitzendbedrijven wordt voor de premiecomponent voor de ZW-lasten van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas, bedoeld ineen maximum vastgesteld, dat 1,75 maal het voor die lasten in die sector met toepassing vanvastgestelde percentage bedraagt. 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 01-01-2017
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Sectoronderdelen in de sector grafische industrie#
Artikel 3.10 Sectoronderdelen in de sector grafische industrie Vervallen 2016 50456 27-09-2016 19-09-2016 2016-0000192144 2016 50456 27-09-2016 19-09-2016 2016-0000192144 01-01-2018
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Vaststelling WW-deel, ZW-deel en WGA-lasten-deel van het sectorpremiepercentage#
Artikel 3.11 Vaststelling WW-deel, ZW-deel en WGA-lasten-deel van het sectorpremiepercentage Vervallen 2016 50456 27-09-2016 19-09-2016 2016-0000192144 2016 50456 27-09-2016 19-09-2016 2016-0000192144 01-01-2018
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Vaststelling verschillende sectorpremiepercentages#
Artikel 3.12 Vaststelling verschillende sectorpremiepercentages Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Gelijkstelling vaststelling premiepercentage voor scholieren en studenten#
Artikel 3.13 Gelijkstelling vaststelling premiepercentage voor scholieren en studenten Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.13a — Artikel 3.13a Gelijkstelling vaststelling premiepercentage voor werknemers met overeenkomsten met jaarurennorm#
Artikel 3.13a Gelijkstelling vaststelling premiepercentage voor werknemers met overeenkomsten met jaarurennorm Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Bepaling sectorale premiepercentages#
Artikel 3.14 Bepaling sectorale premiepercentages artikel 2.10, tweede lid, van het Besluit Wfsv bijlage 1 De sectorale premiecomponenten voor de ZW-lasten en de WGA-lasten van de sectorale premiepercentages, bedoeld in, zijn voor de sectoren 57 en 60, bedoeld inbij deze regeling, gelijk aan het gewogen gemiddelde van deze premiecomponenten van de sectorale premiepercentages voor de sectoren 57 en 60. 2019 64170 26-11-2019 18-11-2019 2019-0000132376 2019 64170 26-11-2019 18-11-2019 2019-0000132376 01-01-2020
Artikel 3.14a — Artikel 3.14a Verlenging inlooptermijn#
Artikel 3.14a Verlenging inlooptermijn Vervallen 2018 37506 03-07-2018 29-06-2018 2018-0000083333 2018 37506 03-07-2018 29-06-2018 2018-0000083333 01-01-2019
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Ontheffing garantieplicht overheidswerkgevers#
Artikel 3.15 Ontheffing garantieplicht overheidswerkgevers artikel 40, derde lid, van de Wfsv Als overheidswerkgever als bedoeld inworden aangewezen: a. de Koning, ten aanzien van door hem in dienst genomen overheidswerknemers die bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam zijn en uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau vallen; b. het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen; c. rechtspersonen, anders dan bedoeld in onderdeel b, die: 1° bij of krachtens de wet zijn ingesteld, en 2° overheidswerknemers rechtstreeks ten laste van de rechtspersoon bezoldigen of belonen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 3.15a — Artikel 3.15a Modelgarantie voor de eigenrisicodrager#
Artikel 3.15a Modelgarantie voor de eigenrisicodrager artikel 40, tweede lid, van de Wfsv bijlage 2 Voor de garantie, bedoeld in, wordt het model gehanteerd dat is opgenomen inbij deze regeling. 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2016
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 Definities#
Artikel 3.16 Definities artikel 40 van de Wfsv artikel 40, eerste lid, van de Wfsv In deze afdeling wordt verstaan onder eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond vantoestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 Bepaling kosten verhaal eigenrisicodrager#
Artikel 3.17 Bepaling kosten verhaal eigenrisicodrager 1 artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv artikel 41, eerste lid, van de Wfsv Voor de eigenrisicodrager die ter dekking van het risico, bedoeld in, een verzekering heeft gesloten, bedragen de kosten, die op grond vanvoor verhaal op de werknemer in aanmerking komen de door hem verschuldigde premie, voor zover die premie betrekking heeft op verzekering van dat risico. 2 artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv artikel 41, eerste lid, van de Wfsv Voor de werkgever die ter dekking van het risico, bedoeld in, geen verzekering heeft gesloten worden de kosten, die op grond vanvoor verhaal op een werknemer in aanmerking komen, vastgesteld op een percentage van het loon van de werknemer. 3 artikel 2.5, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit Wfsv artikel 2.6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van het Besluit Wfsv Het percentage, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald door de verwachte WGA-totaallasten, bedoeld inin het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld of de WGA-totaallasten in het voorgaande kalenderjaar te delen door het totaal van het premieplichtig loon dat in dat kalenderjaar ten laste komt of in voorgaande kalenderjaar is gekomen van de eigenrisicodrager. Dit percentage bedraagt ten hoogste 1,5 maal de gedifferentieerde premie, bedoeld in, waarbij de premiecomponent ZW-lasten niet in aanmerking wordt genomen, die ten hoogste op de werkgever van toepassing zou zijn indien hij geen eigenrisicodrager zou zijn. 4 artikel 41, eerste lid, van de Wfsv Indien na afloop van het kalenderjaar blijkt, dat de te verwachten bedragen in een kalenderjaar afwijken van de gerealiseerde bedragen, kan indien dit zou leiden tot een ander bedrag van de kosten voor het verhaal, het bedrag van het verhaal in het kalenderjaar volgend op dat kalenderjaar worden herzien tot ten hoogste het bedrag, bedoeld in. 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 54759 19-10-2016 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 01-01-2017
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 Verhaal gedifferentieerde premie Werkhervattingskas#
Artikel 3.18 Verhaal gedifferentieerde premie Werkhervattingskas artikel 2.5, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Wfsv De werkgever kan de met betrekking tot een werknemer door hem verschuldigde premie Werkhervattingskas die betrekking heeft op de premiecomponent WGA-lasten, bedoeld in, tot ten hoogste de helft verhalen op de werknemer. 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 2016 54759 19-10-2016 10-10-2016 2016-0000216530 01-01-2017
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 Aangiftetijdvak#
Artikel 3.19 Aangiftetijdvak Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.19a — Artikel 3.19a Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever voorafgaand aan toepassing premiekorting#
Artikel 3.19a Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever voorafgaand aan toepassing premiekorting Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na volledig genoten premiekortingsperioden#
Artikel 3.20 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na volledig genoten premiekortingsperioden Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na niet volledig genoten premiekortingsperiode#
Artikel 3.21 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na niet volledig genoten premiekortingsperiode Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.22 — Artikel 3.22 Premiekortingsperioden bij overgang van ondernemingen#
Artikel 3.22 Premiekortingsperioden bij overgang van ondernemingen Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.23 — Artikel 3.23 Ingangsdatum toepassing premiekorting werknemer van 62 jaar en ouder#
Artikel 3.23 Ingangsdatum toepassing premiekorting werknemer van 62 jaar en ouder Vervallen 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 2012 26031 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000049118 01-01-2013
Artikel 3.24 — Artikel 3.24 Evenredige vermindering premiekorting#
Artikel 3.24 Evenredige vermindering premiekorting Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.24a — Artikel 3.24a Verrekening premiekorting#
Artikel 3.24a Verrekening premiekorting Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.25 — Artikel 3.25 Nadere regels overgangsrecht premievrijstelling oudere werknemers#
Artikel 3.25 Nadere regels overgangsrecht premievrijstelling oudere werknemers Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.26 — Artikel 3.26 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever#
Artikel 3.26 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.27 — Artikel 3.27 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na niet volledig genoten premiekortingsperiode#
Artikel 3.27 Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na niet volledig genoten premiekortingsperiode Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.28 — Artikel 3.28 Afwijkend aangiftetijdvak#
Artikel 3.28 Afwijkend aangiftetijdvak Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.29 — Artikel 3.29 Overige Uitvoeringsbepalingen#
Artikel 3.29 Overige Uitvoeringsbepalingen Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2018
Artikel 3.30 — Artikel 3.30 Gelijkgestelde arbeidsbeperkten#
Artikel 3.30 Gelijkgestelde arbeidsbeperkten artikel 78d, eerste lid, van de Participatiewet De werknemer die werkzaam is in een dienstbetrekking of op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld inwordt mede beschouwd als een arbeidsbeperkte. 2015 43639 04-12-2015 27-11-2015 2015-0000298444 2015 43639 04-12-2015 27-11-2015 2015-0000298444 05-12-2015 01-05-2015 Voorheen art. 3.26*.
Artikel 3.31 — Artikel 3.31 Indeling sectoren#
Artikel 3.31 Indeling sectoren 1 hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a van de Wfsv artikel 122n van de Wfsv Voor de toepassing vanenworden overheidswerkgevers gerekend tot de sector overheid, en werkgevers, met uitzondering van overheidswerkgevers, tot de sector niet-overheid. 2 In afwijking van het eerste lid wordt een overheidswerkgever die tevens premieplichtig is ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, aangemerkt als werkgever die behoort tot de sector niet-overheid indien van het totaal aantal verloonde uren ten minste de helft is onderworpen aan de premieplicht ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 3 artikel 38g van de Wfsv De indeling van overheidswerkgevers en werkgevers overeenkomstig het eerste en tweede lid wordt bepaald op basis van het laatste aangiftetijdvak in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort, bedoeld in, wordt vastgesteld en geldt gedurende dat laatste kalenderjaar. 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 3.32 — Artikel 3.32 Gemiddeld aantal verloonde uren arbeidsbeperkten#
Artikel 3.32 Gemiddeld aantal verloonde uren arbeidsbeperkten artikel 38g, derde lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanwordt het gemiddeld aantal verloonde uren van een werkzame arbeidsbeperkte op jaarbasis bepaald op 1.331 uren. 2015 43639 04-12-2015 27-11-2015 2015-0000298444 2015 43639 04-12-2015 27-11-2015 2015-0000298444 05-12-2015 01-05-2015 Voorheen art. 3.28*.
Artikel 3.33 — Artikel 3.33 Monitoring banenafspraak#
Artikel 3.33 Monitoring banenafspraak 1 artikelen 38b, eerste lid, van de Wfsv artikel 3.30 Het aantal banen in 2013 vervuld door arbeidsbeperkten als bedoeld in deen, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december 2012, bedraagt voor: a. de overheidssector: 1.176.671 uren; b. de niet-overheidssector: 7.162.200 uren. 2 Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de overheidsector in: 1°. 2015: 332.760 uren; 2°. 2016: 720.980 uren; 3°. 2017: 1.109.200 uren; 4°. 2018: 1.386.500 uren; 5°. 2019: 1.663.800 uren; 6°. 2020: 1.941.100 uren; 7°. 2021: 2.218.400 uren; 8°. 2022: 2.495.700 uren; 9°. 2023 en verder: 2.773.000 uren. 3 Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de niet-overheidssector in: 1°. 2015: 665.520 uren; 2°. 2016: 1.552.880 uren; 3°. 2017: 2.551.160 uren; 4°. 2018: 3.438.520 uren; 5°. 2019: 4.436.800 uren; 6°. 2020: 5.546.000 uren; 7°. 2021: 6.655.200 uren; 8°. 2022: 7.764.400 uren; 9°. 2023: 8.873.600 uren; 10°. 2024: 9.982.800 uren. 11°. 2025 en verder: 11.092.000 uren. 2016 36116 12-07-2016 04-07-2016 2016-0000157838 2016 36116 12-07-2016 04-07-2016 2016-0000157838 13-07-2016
Artikel 3.34 — Artikel 3.34 Ingeleende arbeidsbeperkten#
Artikel 3.34 Ingeleende arbeidsbeperkten 1 artikel 122n, tweede lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanwordt als arbeidsbeperkte beschouwd de arbeidsbeperkte werknemer die aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking is gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten. 2 artikel 3.33, eerste lid Het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, bedoeld in, wordt voor 2013 verminderd met het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, van de ter beschikking gestelde arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, door werkgevers in de overheidssector aan werkgevers in de niet-overheidssector onderscheidenlijk door werkgevers in de niet-overheidssector aan werkgevers in de overheidssector. De banen, uitgedrukt in verloonde uren, die in mindering zijn gebracht worden gerekend tot de niet-overheidssector onderscheidenlijk de overheidssector waartoe de werkgever behoort waaraan de arbeidsbeperkte ter beschikking is gesteld. 3 artikel 3.33, tweede en derde lid Het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, bedoeld in, wordt voor 2015 en voor de jaren daarna, bedoeld in deze leden, verminderd met het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, van de ter beschikking gestelde arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, door werkgevers in de overheidssector aan werkgevers in de niet-overheidssector onderscheidenlijk door werkgevers in de niet-overheidssector aan werkgevers in de overheidssector. Het tweede lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van het tweede lid, tweede zin, vindt plaats op grond van een verdeelsleutel die bij de jaarlijkse meting van het aantal banen, bedoeld in artikel 3.33, tweede en derde lid, wordt geactualiseerd. 2017 7787 15-02-2017 06-02-2017 2016-0000273728 2017 7787 15-02-2017 06-02-2017 2016-0000273728 16-02-2017 01-01-2017
Artikel 3.35 — Artikel 3.35 Nadere bepaling variabelen quotumpercentages#
Artikel 3.35 Nadere bepaling variabelen quotumpercentages artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv Voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in, wordt voor de toepassing van de variabelen van de formule, bedoeld in dat lid, het volgende in acht genomen: a. voor variabele A: 1°. onder een baan wordt verstaan het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten in de onderscheiden sectoren tezamen overeenkomstig variabele C als bedoeld in onderdeel c; 2°. artikel 34, derde, vierde en zesde lid, van de Wfsv artikel 3.33, eerste lid artikel 3.34, eerste en tweede lid het aantal banen in 2013 vervuld door arbeidsbeperkten werkzaam bij werkgevers die op grond vaneen quotumheffing zijn verschuldigd, gemeten over de maand december 2012 bedraagt op grond van, met overeenkomstige toepassing van, voor de overheidssector 13.504 banen en voor de niet-overheidssector 35.927 banen. b. voor variabele B: 1°. het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten dat voor de berekening van het quotumpercentage in het desbetreffende kalenderjaar wordt geteld, bedraagt voor de overheidsector in: 1°. 2017: 8.750; 2°. 2018: 11.250; 3°. 2019: 13.750; 4°. 2020: 16.250; 5°. 2021: 18.750; 6°. 2022: 21.250; 7°. 2023: 23.750. 8°. 2024 en verder: 25.000 2°. het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten dat voor de berekening van het quotumpercentage in het desbetreffende kalenderjaar wordt geteld, bedraagt voor de niet-overheidssector in: 1°. 2017: 19.500; 2°. 2018: 27.000; 3°. 2019: 35.500; 4°. 2020: 45.000; 5°. 2021: 55.000; 6°. 2022: 65.000; 7°. 2023: 75.000; 8°. 2024: 85.000; 9°. 2025: 95.000; 10°. 2026 en verder: 100.000. c. voor variabele C: het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten in de onderscheiden sectoren tezamen bedraagt 1.331 uren per jaar. d. artikel 34, derde en vierde lid, van de Wfsv voor variabele D: het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid die op grond vanquotumheffing zijn verschuldigd, bedraagt voor het kalenderjaar: 2018: 1.073.426,07; 2019: 1.074.355,16; 2020: 1.087.495,31; 2021: 1.084.046,22; 2022: 1.116.687,84; 2023: 1.173.363,61; 2024: 1.208.742,31; 2025: 1.247.135,49; 2026: 1.291.070,60. e. voor variabele E: het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer in de onderscheiden sectoren tezamen bedraagt 1.623 uren per jaar. f. artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv voor variabele H: het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld inin de sector overheid bedraagt in: 2020: –284,10; 2021: – 283,25; 2022: –285,41; 2023: –283,60; 2024: – 256,99; 2025: – 266,00; 2026: – 253,07. 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 3.36 — Artikel 3.36 Activering quotumheffing sector overheid#
Artikel 3.36 Activering quotumheffing sector overheid hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a, van de Wfsv artikel 38c van de Wfsv artikel 38g van de Wfsv De quotumheffing, bedoeld in, wordt uitgevoerd voor de sector overheid, bedoeld in, met betrekking tot quotumtekorten als bedoeld inover de jaren vanaf 2018. 2017 58942 18-10-2017 10-10-2017 2017-0000161523 2017 58942 18-10-2017 10-10-2017 2017-0000161523 01-01-2018
Artikel 3.37 — Artikel 3.37 Vaststelling quotumpercentage voor de sector overheid#
Artikel 3.37 Vaststelling quotumpercentage voor de sector overheid 1 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2018: 1,93 procent. 2 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het eerste lid, hebben geleid, zijn als volgt: 3 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2019: 2,14 procent. 4 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het derde lid, hebben geleid, zijn als volgt: 5 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2020: 2,35 procent. 6 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het vijfde lid, hebben geleid, zijn als volgt: 7 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021: 2,56 procent. 8 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zevende lid, hebben geleid, zijn als volgt: 9 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022: 2,69 procent. 10 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het negende lid, hebben geleid, zijn als volgt: 11 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2023: 2,76 procent. 12 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het negende lid, hebben geleid, zijn als volgt: 13 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2024: 2,76 procent. 14 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het dertiende lid, hebben geleid, zijn als volgt: Quotumpercentage = (A + B – H) * C + F * G * 100% D * E 2,76% = (13.504 + 25.000 – 256,99) * 1.331 + 1.922 * 1.331 * 100% 1.208.742,31 * 1.623 15 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2025: 2,68 procent. 16 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het vijftiende lid, hebben geleid, zijn als volgt: 17 artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv Het quotumpercentage, bedoeld inbedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026: 2,58 procent. 18 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De berekeningen overeenkomstig de formule in, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zeventiende lid, hebben geleid, zijn als volgt: 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Gemoedsbezwaarden#
Artikel 4.1 Gemoedsbezwaarden 1 artikel 2 van de Wfsv Wfsv De persoon, die gemoedsbezwaren heeft tegen één van de volksverzekeringen, bedoeld in, of alle werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2 van de Wfsv, alsmede de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen betrokken zijn, die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kan op zijn verzoek door de SVB worden ontheven van verplichtingen hem bij de, of bij één van deze volksverzekeringen of werknemersverzekeringen opgelegd. 2 artikel 54 van de AWBZ artikelen 13 49 van de ZW artikelen 12 80 van de WAO artikelen 27 33 van de Wet WIA artikelen 13 25 van de WW In afwijking van het eerste lid kan geen ontheffing worden verleend van de verplichtingen, bedoeld in, deen, deen, deenen deen. 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 01-01-2015
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Indiening verzoek gemoedsbezwaarden#
Artikel 4.2 Indiening verzoek gemoedsbezwaarden 1 Het verzoek geschiedt door indiening bij de SVB van een door de verzoeker ondertekende verklaring, waarvan het model door de SVB wordt vastgesteld. 2 Deze verklaring houdt tenminste in, dat degene, die de verklaring indient, overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering, dat hij mitsdien noch zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. 3 Voorzover de volksverzekeringen in het geding zijn, blijkt uit de verklaring tevens, of degene, die haar indient, de in deze wetten geregelde voorzieningen al dan niet als verzekeringen beschouwt. 4 Uit een door een werkgever bij de SVB ingediende verklaring blijkt of deze ook gemoedsbezwaren heeft tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Verzoek rechtspersoon#
Artikel 4.3 Verzoek rechtspersoon 1 Wanneer het verzoek een rechtspersoon betreft, wordt de verklaring ingediend bij de SVB door het op grond van een wettelijk voorschrift of statuten van die rechtspersoon daartoe bevoegde orgaan. 2 artikel 4.2 Onverminderdhoudt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, tevens in, dat de natuurlijke personen, die behoren tot het orgaan, dat op grond van een wettelijk voorschrift of de statuten bevoegd is te besluiten de ontheffing aan te vragen, in meerderheid overwegende gemoedsbezwaren hebben. 3 Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, worden gevoegd: a. artikel 4.1 een afschrift van de aan elk van de tot de in het tweede lid bedoelde meerderheid behorende natuurlijke personen verleende ontheffing, bedoeld in; b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de rechtspersoon, en c. een gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering, waarin het besluit tot het aanvragen van de ontheffing is genomen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Ontheffing#
Artikel 4.4 Ontheffing De SVB verleent de ontheffing, indien de verklaring naar haar mening overeenkomstig de waarheid is. Aan een werkgever, die heeft verklaard geen gemoedsbezwaren te hebben tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen, kan op die grond een ontheffing van de hem anders dan in zijn hoedanigheid van werkgever opgelegde verplichtingen niet worden geweigerd. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Volksverzekeringen#
Artikel 4.5 Volksverzekeringen Voorzover volksverzekeringen in het geding zijn, wordt, indien de verzoeker heeft verklaard, dat hij de in één of meer van de genoemde wetten geregelde voorzieningen niet als verzekering beschouwt, geen ontheffing verleend van de in die wet of wetten opgelegde verplichtingen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Bewijs ontheffing#
Artikel 4.6 Bewijs ontheffing Van de verleende ontheffing wordt door de SVB aan de verzoeker een bewijs uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door de SVB. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Openbaarmaking ontheffing#
Artikel 4.7 Openbaarmaking ontheffing Degene, die is ontheven van zijn verplichtingen als werkgever, is verplicht te zorgen, dat het hem uitgereikte bewijs van ontheffing of een afschrift daarvan wordt en blijft opgehangen op een plaats, die vrij toegankelijk is voor alle in zijn dienst zijnde werknemers en waar deze geregeld plegen te komen, op zodanige wijze, dat van hetgeen op het desbetreffende stuk staat vermeld, gemakkelijk kan worden kennisgenomen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Mededeling ontheffing#
Artikel 4.8 Mededeling ontheffing 1 Indien degene aan wie ontheffing is verleend aan de loonbelasting is onderworpen, is hij verplicht van de hem verleende ontheffing mededeling te doen aan degene, die de inhouding verricht, door het tonen aan laatstbedoelde van het uitgereikte bewijs van ontheffing. 2 Voor de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, geldt dezelfde verplichting ten opzichte van diens werkgever. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Intrekking ontheffing#
Artikel 4.9 Intrekking ontheffing 1 Een ontheffing wordt door de SVB ingetrokken: a. op verzoek van degene, aan wie de ontheffing is verleend; b. indien naar het oordeel van de SVB de gemoedsbezwaren, op grond waarvan de ontheffing is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan. 2 artikel 4.1 De ontheffing kan worden ingetrokken, indien verplichtingen, die nog op de degene aan wie ontheffing is verleend rusten ingevolge de ingenoemde wetten, of die hem bij deze regeling zijn opgelegd, niet door hem worden nageleefd. 3 De SVB kan bij de intrekking tevens bepalen, dat een verzoek om ontheffing gedaan binnen twee jaren na de dagtekening van de intrekking, enkel op die grond niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 4 Degene, wiens ontheffing is ingetrokken, is verplicht binnen drie dagen na de dagtekening van de desbetreffende kennisgeving, het bewijs van ontheffing terug te geven aan de SVB. 5 Indien degene, wiens ontheffing is ingetrokken, aan de loonbelasting is onderworpen, doet de SVB van de intrekking mededeling aan degene, die de inhouding verricht. 6 Ten aanzien van de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, wordt eenzelfde mededeling als bedoeld in het vorige lid gedaan aan diens werkgever. 7 Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde vervalt de ontheffing, die is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de ontheffing. Met ingang van de datum, waarop een ontheffing is vervallen, kan een nieuwe ontheffing worden verleend. 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 01-01-2015
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Weigering uitkering#
Artikel 4.10 Weigering uitkering Vervallen 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 01-01-2015
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Indeling in sectoren#
Artikel 5.1 Indeling in sectoren artikel 95, van de Wfsv Het bedrijfs- en beroepsleven wordt ingedeeld in de volgende genummerde sectoren, bedoeld in: 1. Agrarisch bedrijf 2. Tabakverwerkende industrie 3. Bouwbedrijf 4. Baggerbedrijf 5. Houten emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie 6. Timmerindustrie 7. Meubel- en orgelbouwindustrie 8. Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie 9. Grafische industrie 10. Metaalindustrie 11. Elektrotechnische industrie 12. Metaal-en technische bedrijfstakken 13. Bakkerijen 14. Suikerverwerkende industrie 15. Slagersbedrijven en poeliers 16. Slagers overig 17. Detailhandel en ambachten 18. Reiniging 19. Grootwinkelbedrijf 20. Havenbedrijven 21. Havenclassificeerders 22. Binnenscheepvaart 23. Visserij 24. Koopvaardij 25. Vervoer KLM 26. Vervoer NS 27. Vervoer posterijen 28. Taxivervoer 29. Openbaar Vervoer 30. Besloten busvervoer 31. Overig personenvervoer te land en in de lucht 32. Overig goederenvervoer te land en in de lucht 33. Horeca algemeen 34. Horeca catering 35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen 38. Banken 39. Verzekeringswezen 40. Uitgeverij 41. Groothandel I 42. Groothandel II 43. Zakelijke Dienstverlening I 44. Zakelijke Dienstverlening II 45. Zakelijke Dienstverlening III 46. Zuivelindustrie 47. Textielindustrie 48. Steen-, cement-, glas- en keramische industrie 49. Chemische industrie 50. Voedingsindustrie 51. Algemene industrie 52. Uitzendbedrijven 53. Bewakingsondernemingen 54. Culturele instellingen 55. Overige takken van bedrijf en beroep 56. Schildersbedrijf 57. Stukadoorsbedrijf 58. Dakdekkersbedrijf 59. Mortelbedrijf 60. Steenhouwersbedrijf 61. Overheid, onderwijs en wetenschappen 62. Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht 63. Overheid, defensie 64. Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen 65. Overheid, openbare nutsbedrijven 66. Overheid, overige instellingen 67. Werk en (re)Integratie 68. Railbouw 69. Telecommunicatie 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2016
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 bijlage Werkzaamheden in#
Artikel 5.2 bijlage Werkzaamheden in bijlage 1 Tot elke sector van het bedrijfs- en beroepsleven worden gerekend de werkzaamheden, verricht in de takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, welke in de bij deze regeling behorendezijn vermeld. Werkzaamheden die een overheidswerkgever als werkgever doet verrichten, worden gerekend tot een van de sectoren 61 tot en met 66. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 bijlage Werkzaamheden niet in#
Artikel 5.3 bijlage Werkzaamheden niet in bijlage 1 Werkzaamheden, verricht in takken van bedrijf en beroep, welke niet inbij deze regeling zijn vermeld, worden geacht te behoren tot een sector van het bedrijfs- en beroepsleven, waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, welke naar de aard het meest met de eerstbedoelde werkzaamheden overeenkomen. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Concernregelen en aansluiting van nevenbedrijven en neveninstellingen#
Artikel 5.4 Concernregelen en aansluiting van nevenbedrijven en neveninstellingen 1 De inspecteur kan op aanvraag van twee of meer werkgevers, wier bedrijven of instellingen in juridisch opzicht zelfstandig zijn, doch tot een economische of organisatorische eenheid behoren bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat deze werkgevers aangesloten zijn bij dezelfde sector. Deze werkgevers worden aangesloten in de sector waaronder de werkzaamheden ressorteren voor welke door de gezamenlijke werkgevers het grootste bedrag aan premieplichtig loon wordt betaald of vermoedelijk zal worden betaald, tenzij de inspecteur in verband met de maatschappelijke functie van het geheel van deze bedrijven of instellingen anders beslist. 2 In afwijking van het eerste lid, kan de inspecteur op verzoek van een werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de werkgever vanaf een bij de beslissing aan te wijzen datum is aangesloten bij de sector waaronder de werkzaamheden van die werkgever ressorteren. 3 De inspecteur kan op aanvraag van werkgevers, wier bedrijven of instellingen dermate sterk verbonden zijn met een bepaalde tak van bedrijf of beroep dat deze bedrijven of instellingen geacht kunnen worden nevenbedrijven of neveninstellingen te zijn van deze tak van bedrijf of beroep bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat deze bedrijven of instellingen aangesloten worden bij de sector waaronder de bedoelde tak van bedrijf of beroep ressorteert. 4 De inspecteur kan, ambtshalve of op verzoek van een of meer werkgevers, bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de aansluiting van een of meer werkgevers bij een sector wordt gewijzigd of ingetrokken vanaf een bij de beslissing aan te wijzen datum. 5 Een aanvraag als bedoeld in het eerste of derde lid wordt niet in behandeling genomen indien deze is ingediend op of na 29 juni 2018, 17.00 uur. 2018 37506 03-07-2018 29-06-2018 2018-0000083333 2018 37506 03-07-2018 29-06-2018 2018-0000083333 04-07-2018 29-06-2018
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Aansluiting van werkgevers bij de sectoren Metaalindustrie, Elektrotechnische industrie of Metaal- en technische bedrijfstakken#
Artikel 5.5 Aansluiting van werkgevers bij de sectoren Metaalindustrie, Elektrotechnische industrie of Metaal- en technische bedrijfstakken 1 De werkgever die in verband met het aantal arbeidsuren van de werknemers in dienst van zijn onderneming is aangesloten bij de sector Metaal- en technische bedrijfstakken, is de eerste dag in het eerstvolgende kalenderjaar na afloop van de hierna bedoelde periode aangesloten bij de sector Metaalindustrie of de sector Elektrotechnische industrie, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week in de onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren per week in de onderneming, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk drie, twee of één jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, ten minste heeft bedragen onderscheidenlijk 1200, 2000 of 3000. 2 De werkgever die in verband met het aantal arbeidsuren van de werknemers in dienst van zijn onderneming is aangesloten bij de sector Metaalindustrie of de sector Elektrotechnische industrie, is de eerste dag in het eerstvolgende kalenderjaar na afloop van de hierna bedoelde periode aangesloten bij de sector Metaal- en technische bedrijfstakken, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week in de onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren per week in de onderneming, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk drie, twee of één jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, minder heeft bedragen dan onderscheidenlijk 1200, 800 of 400. 3 In geval van rechtsopvolging van een werkgever als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt voor de toepassing van deze leden aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Overgangsbepaling#
Artikel 5.6 Overgangsbepaling 1 Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de sectoren Metaalindustrie, Elektrotechnische industrie en Metaal- en technische bedrijfstakken genoemde takken van bedrijf of beroep waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die als werkgever zijn ingedeeld bij de sector Metaal- en technische bedrijfstakken, doch waarbij op genoemde datum gedurende een ononderbroken periode van vier, drie, twee of één jaar, respectievelijk ten minste 30, 50, 100 of 150 werknemers ten behoeve van bedoelde bedrijfsuitoefening in dienst waren, blijven aangesloten bij de sector Metaal- en technische bedrijfstakken. 2 Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de sector Metaalindustrie en de sector Metaal- en technische bedrijfstakken genoemde takken van bedrijf of beroep waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die als werkgever zijn ingedeeld bij de sector Metaalindustrie doch waarbij op genoemde datum gedurende een ononderbroken periode van vier, drie, twee of één jaar respectievelijk minder dan 30, 15, 10 of 5 werknemers ten behoeve van bedoelde bedrijfsuitoefening in dienst waren, blijven aangesloten bij de sector Metaalindustrie. 3 Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de sector Elektrotechnische industrie en de sector Metaal- en technische bedrijfstakken genoemde takken van bedrijf of beroep waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die als werkgever zijn ingedeeld bij de sector Elektrotechnische industrie, doch waarbij op genoemde datum gedurende een ononderbroken periode van vier, drie, twee of één jaar respectievelijk minder dan 30, 15, 10 of 5 werknemers ten behoeve van bedoelde bedrijfsuitoefening in dienst waren, blijven aangesloten bij de sector Elektrotechnische industrie. 4 In geval van rechtsopvolging van een werkgever als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt voor de toepassing van deze leden aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Generaalpardonregeling#
Artikel 5.7 Generaalpardonregeling 1 artikel 5.6 artikel 5.5 artikel 5.6 Een werkgever als bedoeld inof de ondernemingsraad die aan de onderneming van die werkgever is verbonden, kan aan de inspecteur verzoeken te beslissen dat die werkgever is aangesloten bij die sector waarbij hij op grond vanen zonder het bepaalde inzou zijn aangesloten. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt ingewilligd indien tussen de werkgever en de aan zijn onderneming verbonden ondernemingsraad daarover overeenstemming bestaat. 3 Indien geen ondernemingsraad is verbonden aan de onderneming van de in het eerste lid bedoelde werkgever, treden de gezamenlijke werknemers in alle rechten van een ondernemingsraad wat betreft het in het eerste en tweede lid gestelde, met dien verstande dat als oordeel van de gezamenlijke werknemers geldt de met meerderheid van stemmen door hen ter zake uitgesproken mening. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Aansluiting van werkgevers bij de sector Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen#
Artikel 5.8 Aansluiting van werkgevers bij de sector Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen Vervallen 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 2015 43621 04-12-2015 24-11-2015 2015-0000287474 01-01-2016
Artikel 5.8a — Artikel 5.8a Begrenzing sector Detailhandel en Grootwinkelbedrijf#
Artikel 5.8a Begrenzing sector Detailhandel en Grootwinkelbedrijf 1 Een werkgever, aangesloten bij sector 17, Detailhandel en ambachten is aangesloten bij sector 19, Grootwinkelbedrijf, indien het loon dat hij betaalt gedurende drie jaren tenminste het bedrag is, dat genoemd wordt in de bijlage bij deze regeling bij de sector Grootwinkelbedrijf. 2 Een werkgever, aangesloten bij sector 19, Grootwinkelbedrijf, is aangesloten bij sector 17, Detailhandel en ambachten, indien het loon dat hij betaalt gedurende drie jaren lager is dan het bedrag, dat genoemd wordt in de bijlage bij deze regeling bij de sector Grootwinkelbedrijf. 2012 22245 02-11-2012 25-10-2012 IVV/FB/2012/15778 2012 22245 02-11-2012 25-10-2012 IVV/FB/2012/15778 01-01-2013
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Vergoeding remigratiebijdragen#
Artikel 5.9 Vergoeding remigratiebijdragen Vervallen 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Informatieverplichting SVB#
Artikel 5.10 Informatieverplichting SVB Vervallen 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Betalingsverplichting UWV#
Artikel 5.11 Betalingsverplichting UWV Vervallen 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 Begripsbepalingen#
Artikel 5.12 Begripsbepalingen Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 5.13 — Artikel 5.13 De reserve voor het algemeen werkloosheidsfonds#
Artikel 5.13 De reserve voor het algemeen werkloosheidsfonds Vervallen 2014 35023 09-12-2014 01-12-2014 2014-0000161602 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XVII, onderdelen
00A en 0A van de Verzamelwet SZW 2015 in werking treedt.
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 De reserves voor de sectorfondsen#
Artikel 5.14 De reserves voor de sectorfondsen Vervallen 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 2019 38919 15-07-2019 08-07-2019 2019-0000100495 01-01-2020
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 Begripsbepalingen#
Artikel 5.15 Begripsbepalingen afdeling 3 In deze afdeling enwordt verstaan onder: a. een rekening-courant: een rekening in de centrale administratie van ’s Rijks schatkist bij het ministerie van Financiën op naam van een rekening-couranthouder, waarop dagelijks het geldelijk tegoed (positief of negatief) wordt bijgehouden van de betrokken rekening-couranthouder bij het Rijk en de mutaties in het tegoed; b. de rekening-couranthouder: de SVB, het UWV of het Zorginstituut, ieder voorzover het hem aangaat; c. het verdeelpercentage: het percentage waarmee de totale opbrengst van de loonheffing (de gecombineerde heffing van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen) en de premie voor de werknemersverzekeringen wordt verdeeld in een opbrengst van de loonheffing en in een opbrengst van de diverse premies voor de werknemersverzekeringen; d. het toedelingspercentage: het percentage waarmee de opbrengst van de loonheffing respectievelijk de inkomensheffing (de gecombineerde heffing van inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen) wordt verdeeld in belastingopbrengst en opbrengst van de premie voor de volksverzekeringen; e. de valutadatum: de dag waarop het bedrag van een boeking rentedragend wordt. 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 01-01-2018
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 Rekeningen-courant en rekening-couranthouders#
Artikel 5.16 Rekeningen-courant en rekening-couranthouders In de centrale administratie van 's Rijks schatkist worden de volgende rekeningen-courant geopend: a. één of meer rekeningen-courant op naam van de SVB ten behoeve van de financiële middelen van de fondsen die de SVB beheert; b. één of meer rekeningen-courant op naam van het UWV ten behoeve van de financiële middelen van de fondsen die het UWV beheert; c. één of meer rekeningen-courant op naam van het Zorginstituut ten behoeve van de financiële middelen van het Fonds langdurige zorg. 2014 36648 19-12-2014 11-12-2014 2014 36648 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.17 — Artikel 5.17 Crediteringen en debiteringen#
Artikel 5.17 Crediteringen en debiteringen 1 Ten gunste van de rekeningen-courant van de SVB en het UWV worden geboekt: a. de bijdragen van het Rijk aan de rekening-couranthouders ten behoeve van de desbetreffende fondsen; b. de afdrachten van de door de rijksbelastingdienst geïnde premies aan de rekening-couranthouders ten behoeve van de desbetreffende fondsen; c. artikel 5.18, eerste lid de creditrente, bedoeld in; d. de bijschrijvingen op het tegoed van ’s Rijks schatkist bij een bankinstelling door de rekening-couranthouders. 2 Ten laste van de rekeningen-courant van de SVB en het UWV worden geboekt: a. de afdrachten door de rekening-couranthouders ten gunste van het tegoed van ’s Rijks schatkist of ten gunste van het tegoed dat een derde bij ’s Rijks schatkist in rekening-courant aanhoudt; b. de eventuele terugbetalingen aan de rijksbelastingdienst samenhangende met de afdrachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; c. artikel 5.18, tweede lid de debetrente, bedoeld in; d. de afschrijvingen van het tegoed van ’s Rijks schatkist bij een bankinstelling door de rekening-couranthouders. 3 De Minister van Financiën sluit met de SVB en het UWV overeenkomsten ter uitwerking van het gebruik van de rekeningen-courant. 4 In een overeenkomst als bedoeld in het derde lid worden afspraken vastgelegd over de wederzijdse informatievoorziening tussen enerzijds de Minister van Financiën en anderzijds respectievelijk de SVB en het UWV. 5 De boekingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden door de Minister van Financiën van valutadata voorzien, zodanig dat deze data overeenkomen met de gemiddelde data waarop de premies door de rijksbelastingdienst worden geïnd. 6 artikelen 4.3 4.4 van de Regeling zorgverzekering Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de rekeningen-courant op naam van het Zorginstituut ten behoeve van de financiële middelen van het Fonds langdurige zorg. 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 01-01-2018
Artikel 5.18 — Artikel 5.18 Rente-arrangement#
Artikel 5.18 Rente-arrangement 1 artikel 4, eerste lid, van de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen Over de dagelijkse creditsaldi van elk van de rekeningen-courant wordt door de Minister van Financiën een rente vergoed overeenkomstig. 2 artikel 4, vijfde lid, van de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen Over de dagelijkse debetsaldi van elk van de rekeningen-courant wordt door de rekening-couranthouders een rente betaald overeenkomstig. 3 De Staat verrekent de verschuldigde creditrente met verschuldigde debetrente. Deze rente die verschuldigd is, wordt verrekend op de rekening-courant per de eerste kalenderdag na afloop van het jaar waarop de credit- respectievelijk debetrente betrekking heeft. Daartoe stelt de Minister van Financiën een rentenota op. 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 2017 73363 21-12-2017 13-12-2017 2017-232417 01-01-2018
Artikel 5.19 — Artikel 5.19 Financiële middelen buiten de rekening-courant#
Artikel 5.19 Financiële middelen buiten de rekening-courant De rekening-couranthouder is bevoegd een bedrag van ten hoogste € 2,5 miljoen buiten de rekening-courant te houden. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.20 — Artikel 5.20 Verdeelpercentage#
Artikel 5.20 Verdeelpercentage 1 De totale opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting en de premies voor de sociale verzekeringen alsmede de daarop betrekking hebbende naheffingsaanslagen, belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten worden uitgesplitst in een voor de afdracht vastgesteld verdeelpercentage per belasting/premiejaar. 2 Het verdeelpercentage wordt maandelijks per belasting/premiejaar door de Minister van Financiën vastgesteld op basis van de over het belasting/premiejaar ontvangen loonaangiften en opgelegde naheffingen. 3 Alle ontvangen gelden over het belasting/premiejaar worden verdeeld op basis van het verdeelpercentage, bedoeld in het eerste lid. De mutatie ten opzichte van de vorige periode vormt het af te dragen bedrag. 4 In het tweede jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het verdeelpercentage voor het betreffende belasting/premiejaar definitief vastgesteld. Dit percentage wordt gehanteerd voor de definitieve verdeling van de ontvangen gelden over het betreffende belasting/premiejaar voor alle betalingen die daarna worden geïnd. 5 In geval van bijzondere omstandigheden kan de Minister van Financiën, op verzoek van de rijksbelastingdienst, besluiten om de termijn, bedoeld in het vierde lid, te verlengen. 2021 46571 17-11-2021 09-11-2021 2021-0000019011 2021 46571 17-11-2021 09-11-2021 2021-0000019011 18-11-2021 01-01-2021
Artikel 5.21 — Artikel 5.21 Toedelingspercentage voor de opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting, inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen#
Artikel 5.21 Toedelingspercentage voor de opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting, inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen 1 De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting, inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen worden uitgesplitst volgens een voor de loonheffing en voor de inkomensheffing afzonderlijk vastgesteld toedelingspercentage. 2 Voorafgaand aan het belasting/premiejaar worden in overleg tussen de beheerders van de fondsen voor de volksverzekeringen en de Minister van Financiën voorlopige toedelingspercentages vastgesteld. De toedelingspercentages worden gebaseerd op de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar. 3 In het tweede jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de loonheffing definitief vastgesteld. In het vierde kalenderjaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de inkomensheffing definitief vastgesteld. De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de gerealiseerde belastingheffing en leidt tot een correctie van de reeds afgedragen premie-opbrengsten aan de fondsen met de belastingopbrengsten. 4 De opbrengsten van de loonheffing en de inkomensheffing die door de rijksbelastingdienst worden geïnd nadat het toedelingspercentage definitief is vastgesteld, worden uitgesplitst op basis van het definitief vastgestelde toedelingspercentage. 5 De correctie, bedoeld in het derde lid, wordt door de Minister van Financiën met de beheerder van dat fonds afgerekend. 6 In geval van bijzondere omstandigheden kan de Minister van Financiën, op verzoek van de rijksbelastingdienst, besluiten om de termijn, bedoeld in het derde lid, te verlengen. 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 22-11-2022 01-01-2022
Artikel 5.21a — Artikel 5.21a Toedelingspercentage voor de belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten#
Artikel 5.21a Toedelingspercentage voor de belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten 1 artikel 5.21, eerste lid De belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten die betrekking hebben op de opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting, inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in, worden uitgesplitst volgens een voor de loonheffing en voor de inkomensheffing gezamenlijk vastgesteld toedelingspercentage. 2 Het toedelingspercentage, bedoeld in het eerste lid, wordt in overleg tussen de beheerders van de fondsen voor de volksverzekeringen en de Minister van Financiën voorafgaand aan het belasting/premiejaar vastgesteld en wordt gebaseerd op de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar. 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 22-11-2022 01-01-2022
Artikel 5.22 — Artikel 5.22 Rapportageverplichting rijksbelastingdienst#
Artikel 5.22 Rapportageverplichting rijksbelastingdienst 1 artikelen 5.20 5.21 De rijksbelastingdienst rapporteert uiterlijk de tiende werkdag na afloop van de maand over de opbrengsten, bedoeld in deenaan de Minister van Financiën en de SVB, het UWV en het Zorginstituut. 2 In afwijking van het eerste lid vindt de rapportage over de laatste maand van het kalenderjaar uiterlijk de vijftiende werkdag na afloop van het kalenderjaar plaats. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 5.23 — Artikel 5.23 Begripsbepalingen#
Artikel 5.23 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. artikel 29a van de AKW Algemeen Kinderbijslagfonds: het Algemeen Kinderbijslagfonds, genoemd in; b. AKW AKW lasten met betrekking tot het Algemeen Kinderbijslagfonds: de op grond van deuit te keren kinderbijslagen, alsmede de aan de uitvoering van deverbonden kosten; c. artikel 17a van de AKW artikel 17 van de AKW overige baten en lasten met betrekking tot het Algemeen Kinderbijslagfonds: de baten verkregen met toepassing van, de baten verkregen met toepassing vanen de baten en lasten verkregen door interesten en diversen; d. artikel 5:1 van de Wajong Wajong-fonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, genoemd in; e. artikel 31 van de Toeslagenwet Toeslagenfonds: het Toeslagenfonds, genoemd in; f. artikel 4:2 van de Wajong artikel 2:54 3:46 van de Wajong overige baten en lasten met betrekking tot het Wajong-fonds: wettelijke rente, proceskosten, rentelasten, baten op grond van, en de vereveningsbijdrage, bedoeld inof; g. valutadag: de op de rekening-courantafschriften aangegeven dag van betaling; h. artikel 14a van de TW overige baten en lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds: wettelijke rente, proceskosten, rentelasten en de baten verkregen met toepassing van. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 5.24 — Artikel 5.24 Raming baten en lasten#
Artikel 5.24 Raming baten en lasten 1 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot het Algemeen Kinderbijslagfonds, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2 artikel 12 van de Algemene Kinderbijslagwet De bedragen in de opgave, bedoeld in het eerste lid, worden gespecificeerd naar het aantal kinderbijslaggerechtigden en het aantal kinderen naar leeftijdsklassen en naar rangorde uitgesplitst naar toepassing van. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.24a — Artikel 5.24a Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010#
Artikel 5.24a Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010 Vervallen 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 01-04-2011
Artikel 5.25 — Artikel 5.25 Betaling voorschot#
Artikel 5.25 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel a artikel 5.24, eerste lid De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de eerste dag van elke maand, en b. de 1/12deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.26 — Artikel 5.26 Raming uitgaven aan uitvoeringskosten#
Artikel 5.26 Raming uitgaven aan uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.27 — Artikel 5.27 Afdracht uitvoeringskosten#
Artikel 5.27 Afdracht uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.28 — Artikel 5.28 Afrekening#
Artikel 5.28 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.25, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-11-2012
Artikel 5.29 — Artikel 5.29 Vaststelling Rijksbijdrage#
Artikel 5.29 Vaststelling Rijksbijdrage Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.29a — Artikel 5.29a Middelen Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten#
Artikel 5.29a Middelen Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten 1 Deze paragraaf heeft betrekking op de middelen voor het Toeslagenfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, waarin voorzien wordt door rijksbijdragen. 2 De middelen voor Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten dienen ter dekking van lasten die op grond van enige wettelijk voorschrift ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen. 3 De middelen voor het Toeslagenfonds dienen ter dekking van lasten van het UWV voor: a. TW toeslagen op grond van de; b. artikelen 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 3:75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten tegemoetkomingen op grond van de, zoals dat luidde op 31 december 2013,,,en; c. IOW uitkeringen op grond van de. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 5.29b — Artikel 5.29b Begripsbepalingen#
Artikel 5.29b Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. toeslagen: TW artikel 46 van de Zorgverzekeringswet toeslagen op grond van de, inclusief de op grond van enige wet over de toeslagen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze toeslagen in mindering kunnen worden gebracht en de door het UWV verschuldigde vergoedingen, bedoeld in; b. uitkeringen: IOW Wajong artikel 46 van de Zorgverzekeringswet artikelen 2:52 3:10 van de Wajong uitkeringen op grond van deen de, inclusief de op grond van enige wet over de uitkeringen door het UWV verschuldigde premies, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de door het UWV verschuldigde vergoedingen, bedoeld in, en de tegemoetkomingen op grond van deen; c. tegemoetkomingen: artikelen 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 3:75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten tegemoetkomingen op grond van de, zoals dat luidde op 31 december 2013,,,en; d. overige baten en lasten: de overige baten en lasten met betrekking tot het Wajong-fonds en de overige baten en lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 5.30 — Artikel 5.30 Raming baten en lasten#
Artikel 5.30 Raming baten en lasten 1 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds en het Wajong-fonds, uitgesplitst naar uitkeringslasten, tegemoetkomingen en toeslagen per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2 artikel 5.29a, derde lid De bedragen in de opgave, bedoeld in het eerste lid, worden gespecificeerd naar de in, genoemde wetten, met uitzondering van onderdeel b. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.30a — Artikel 5.30a Overgangsbepaling opgave november en december 2010#
Artikel 5.30a Overgangsbepaling opgave november en december 2010 Vervallen 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 01-04-2011
Artikel 5.31 — Artikel 5.31 Betaling voorschot#
Artikel 5.31 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel b artikel 5.30, eerste lid De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten, toeslagen en tegemoetkomingen met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. de 1/12deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met het UWV, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.32 — Artikel 5.32 Raming uitgaven aan toeslagen, uitkeringen en uitvoeringskosten#
Artikel 5.32 Raming uitgaven aan toeslagen, uitkeringen en uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.33 — Artikel 5.33 Afdracht toeslagen, uitkeringen en uitvoeringskosten#
Artikel 5.33 Afdracht toeslagen, uitkeringen en uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.34 — Artikel 5.34 Afrekening#
Artikel 5.34 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.31, eerste lid artikel 5.29a, derde lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, met betrekking tot hetToeslagenfonds en het Wajong-fonds opgenomen, waarbij de gegevens met betrekking tot het Toeslagenfonds tevens worden gespecificeerd naar de in, genoemde wetten, met uitzondering van onderdeel b. 2 Toeslagenwet Wajong De overige baten en lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds en het Wajong-fonds kunnen in de jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, worden toegerekend aan respectievelijk deen de. 3 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 5.35 — Artikel 5.35 Vaststelling Rijksbijdrage#
Artikel 5.35 Vaststelling Rijksbijdrage Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.36 — Artikel 5.36 Raming baten en lasten#
Artikel 5.36 Raming baten en lasten 1 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2 artikel 3.30 van de Wet arbeid en zorg Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot het Arbeidsongeschiktheidsfonds, op grond van, en, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2 artikel 46 van de Zorgverzekeringswet In deze paragraaf wordt onder uitkeringen verstaan de uitkeringslasten inclusief de door het UWV over die uitkeringen verschuldigde premies en vergoedingen, bedoeld in, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.36a — Artikel 5.36a Overgangsbepaling opgave november en december 2010#
Artikel 5.36a Overgangsbepaling opgave november en december 2010 Vervallen 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 01-04-2011
Artikel 5.37 — Artikel 5.37 Betaling voorschot#
Artikel 5.37 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel b artikel 5.36, eerste lid De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. de 1/12deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met het UWV, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.37a — Artikel 5.37a Raming uitgaven aan uitvoeringskosten#
Artikel 5.37a Raming uitgaven aan uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.37b — Artikel 5.37b Afdracht uitvoeringskosten#
Artikel 5.37b Afdracht uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.38 — Artikel 5.38 Afrekening#
Artikel 5.38 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.37, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot hetArbeidsongeschiktheidsfonds opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-11-2012
Artikel 5.39 — Artikel 5.39 Vaststelling rijksbijdrage#
Artikel 5.39 Vaststelling rijksbijdrage artikel 114, onderdeel f, van de Wet financiering sociale verzekeringen De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt jaarlijks voor 31 oktober het bedrag vast dat over het afgelopen kalenderjaar als rijksbijdrage als bedoeld in, ten gunste komt van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.40 — Artikel 5.40 Rijksbijdrage voor UWV#
Artikel 5.40 Rijksbijdrage voor UWV 1 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI artikelen 5.40a tot en met 5.41b De rijksbijdrage, bedoeld in, wordt verstrekt op de wijze, genoemd in de, en ter dekking van de in die artikelen genoemde uitvoeringskosten. 2 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI Voor zover in deze paragraaf is bepaald dat bepaalde uitvoeringskosten direct ten laste komen van de rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in, komen deze uitvoeringskosten niet als uitgaven ten laste van de fondsen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van die wet. 3 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI artikelen 5.40 tot en met 5.41a Op de administratieve afhandeling van rijksbijdragen op grond van, verstrekt over kalenderjaren die zijn gelegen voor 1 januari 2020, zijn devan toepassing zoals deze luidden op 31 december 2019. 2019 67317 18-12-2019 16-12-2019 2019-0000159433 2019 67317 18-12-2019 16-12-2019 2019-0000159433 01-01-2020
Artikel 5.40a — Artikel 5.40a Uitvoeringskosten basisdienstverlening#
Artikel 5.40a Uitvoeringskosten basisdienstverlening 1 Onder basisdienstverlening wordt in dit artikel verstaan de door het UWV te verrichten taken op grond van: a. artikelen 30 30a 30b 31 33 van de Wet SUWI de,,,en, voor zover het betreft de instandhouding van de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI, de leerwerkloketten, de werkgeversservicepunten en de technische voorzieningen ten behoeve van de registratie van werkzoekenden en vacatures; b. artikel 5 van de Wet arbeid vreemdelingen het bepaalde bij of krachtensinzake het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen en advisering inzake verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning; c. artikel 671a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek het bepaalde bij of krachtensinzake de behandeling van verzoeken om schriftelijke toestemming tot het opzeggen van een arbeidsovereenkomst. 2 Van de kosten voor de werkgeversservicepunten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt 30% toegerekend aan de kosten voor basisdienstverlening. 3 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld inkomt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor basisdienstverlening ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor basisdienstverlening komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 4 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten voor basisdienstverlening. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor basisdienstverlening voor het jaar 2020. 5 artikel 120, eerste lid, van de Wfsv De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in, een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand. 6 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, afwijken. 7 In afwijking van het vijfde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage basisdienstverlening voor het jaar 2020 gebaseerd op een totaalbedrag van € 78.927.000. 8 artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI In het jaarverslag, bedoeld in, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op. 9 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.40b — Artikel 5.40b Uitvoeringskosten Hosting CompetentNL#
Artikel 5.40b Uitvoeringskosten Hosting CompetentNL 1 artikel 3.15 van de Regeling SUWI Onder de hosting van CompetentNL wordt in dit artikel verstaan de door het UWV te verrichten taken op grond van. 2 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld inkomt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor Hosting CompetentNL ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor Hosting CompetentNL komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 3 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van, verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten voor de hosting van CompetentNL. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor de hosting van CompetentNL voor het jaar 2026. 4 artikel 120, eerste lid, van de Wfsv e De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in, maandelijks een voorschot ter hoogte van 1/12deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand. 5 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het derde lid, afwijken. 6 In afwijking van het vierde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage hosting van CompetentNL voor het jaar 2026 gebaseerd op een totaalbedrag van € 780.000. 7 artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI In het jaarverslag, bedoeld in, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op. 8 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2025 31827 19-09-2025 11-09-2025 2025-0000169519 2025 31827 19-09-2025 11-09-2025 2025-0000169519 01-01-2026
Artikel 5.41 — Artikel 5.41 Kosten BKWI#
Artikel 5.41 Kosten BKWI 1 artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 5.40, tweede lid De kosten van het inbedoelde organisatieonderdeel dat in het bijzonder is belast met het beheer van de elektronische voorzieningen, komen als bedoeld in, direct ten laste van de rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in. 2 artikel 120, eerste lid, van de Wfsv artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI de De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in, een periodiek voorschot ter hoogte van 1/12deel van de in het eerste lid bedoelde kosten, met als valutadag de vijftiende dag van elke maand. De Minister kan na overleg met het UWV voor het inbedoelde organisatieonderdeel van het in de eerste zin genoemde bedrag afwijken. 2013 33048 29-11-2013 20-11-2013 2013-0000156659 2013 33048 29-11-2013 20-11-2013 2013-0000156659 01-01-2014
Artikel 5.41a — Artikel 5.41a Uitvoeringskosten beoordeling gemeentelijke doelgroep#
Artikel 5.41a Uitvoeringskosten beoordeling gemeentelijke doelgroep 1 artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit SUWI artikel 6b, vierde lid, van de Participatiewet artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI artikel 5.40, tweede lid De uitvoeringskosten van het UWV voor de beoordelingen van de verdienmogelijkheid van het wettelijk minimumloon, bedoeld in, de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon medisch urenbeperkt is als bedoeld inen de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie, bedoeld inkomen als bedoeld in, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in, komt, voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV, bedoeld in de eerste zin, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 2 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten. 3 artikel 120, eerste lid, van de Wfsv e De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld ineen voorschot ter hoogte van 1/12deel van het in het tweede lid bedoelde bedrag, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand. 4 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het in het tweede lid bedoelde bedrag afwijken. 5 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen In het jaarverslag, bedoeld in, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op. 6 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.41b — Artikel 5.41b Uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling#
Artikel 5.41b Uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling 1 artikel 30d van de Wet SUWI Onder de uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling wordt verstaan de kosten die gemoeid zijn met de activiteiten van het UWV, bedoeld in. 2 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in, komt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor Wsw-indicatiestelling ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor Wsw-indicatiestelling komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 3 artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor Wsw-indicatiestelling voor het jaar 2020. 4 artikel 120, eerste lid, van de Wfsv De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in, een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand. 5 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het derde lid, afwijken. 6 In afwijking van het vierde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage Wsw-indicatiestelling voor het jaar 2020 gebaseerd op een totaalbedrag van € 3.543.000. 7 artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI In het jaarverslag, bedoeld in, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op. 8 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.42 — Artikel 5.42 Begripsbepaling#
Artikel 5.42 Begripsbepaling artikel 47a, eerste lid, van de Participatiewet In deze paragraaf wordt verstaan onder AIO: algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen, bedoeld in. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 5.43 — Artikel 5.43 Raming baten en lasten#
Artikel 5.43 Raming baten en lasten artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de toekenning van AIO, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.43a — Artikel 5.43a Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010#
Artikel 5.43a Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010 Vervallen 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 01-04-2011
Artikel 5.43b — Artikel 5.43b Overgangsbepaling raming uitgaven voor 2011#
Artikel 5.43b Overgangsbepaling raming uitgaven voor 2011 Vervallen 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 2010 20388 20-12-2010 13-12-2010 IVV/BBO/2010/23876 01-02-2011
Artikel 5.44 — Artikel 5.44 Betaling voorschot#
Artikel 5.44 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel a artikel 5.43 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. de 1/12deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.45 — Artikel 5.45 Raming uitgaven aan uitvoeringskosten#
Artikel 5.45 Raming uitgaven aan uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.46 — Artikel 5.46 Afdracht uitvoeringskosten#
Artikel 5.46 Afdracht uitvoeringskosten Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.47 — Artikel 5.47 Afrekening#
Artikel 5.47 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.44, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot de toekenning van AIO opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-11-2012
Artikel 5.48 — Artikel 5.48 Vaststelling Rijksbijdrage#
Artikel 5.48 Vaststelling Rijksbijdrage Vervallen 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.49 — Artikel 5.49 Begripsbepalingen#
Artikel 5.49 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. WKB: Regeling samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen 2008 het totaalbedrag van de kindgebonden budgetten die door tussenkomst van de SVB worden uitbetaald en waarbij sprake is van toepassing van deof van uitbetaling van kindgebonden budget aan degenen die in Marokko zijn belast met de zorg voor in Marokko woonachtige kinderen; b. uitvoeringskosten: artikel 34, derde lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet op het kindgebonden budget Regeling samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen 2008 het totaalbedrag van de kosten die de SVB maakt bij de uitvoering, bedoeld invoor zover het betreft de, de uitvoering van deen de uitvoering van de uitbetaling van kindgebonden budget aan degenen die in Marokko zijn belast met de zorg voor in Marokko woonachtige kinderen van een aanspraak op het kindgebonden budget. 2010 13049 24-08-2010 16-08-2010 IVV/LZW/2010/15369 2010 13049 24-08-2010 16-08-2010 IVV/LZW/2010/15369 25-08-2010 01-01-2008
Artikel 5.50 — Artikel 5.50 Raming baten en lasten#
Artikel 5.50 Raming baten en lasten artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de WKB, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.51 — Artikel 5.51 Betaling voorschot#
Artikel 5.51 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel a artikel 5.50 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. de 1/12deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-01-2012
Artikel 5.52 — Artikel 5.52 Afrekening#
Artikel 5.52 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.51, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, met betrekking tot de WKB opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 2011 22458 14-12-2011 06-12-2011 IVV/BSB/2011/21291 01-11-2012
Artikel 5.53 — Artikel 5.53 Begripsbepaling#
Artikel 5.53 Begripsbepaling Remigratiewet In deze paragraaf wordt verstaan onder remigratiekosten: De kosten voor remigratievoorzieningen op grond van de, en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten. 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 22-10-2013 01-07-2013
Artikel 5.54 — Artikel 5.54 Raming baten en lasten#
Artikel 5.54 Raming baten en lasten artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot remigratiekosten, uitgesplitst naar kosten voor remigratievoorzieningen per maand en uitvoeringskosten per jaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 5.55 — Artikel 5.55 Betaling voorschot#
Artikel 5.55 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel a artikel 5.54 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde kosten voor remigratievoorzieningen met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 22-10-2013 01-07-2013
Artikel 5.56 — Artikel 5.56 Afrekening#
Artikel 5.56 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 5.55, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar kosten voor remigratievoorzieningen en uitvoeringskosten, met betrekking tot de remigratiekosten opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 2013 29085 21-10-2013 11-10-2013 2013-0000138235 22-10-2013 01-07-2013
Artikel 5.57 — Artikel 5.57 Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening Kosten voor de#
Artikel 5.57 Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening Kosten voor de artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening De budgetten, bedoeld inkomen direct ten laste van de rijksbijdrage aan het UWV. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Intrekking regelingen#
Artikel 6.1 Intrekking regelingen 1 Regeling vergoeding bijdragen Remigratiewet Dewordt ingetrokken. 2 Regeling rekening-courantverhouding sociale verzekeringen Dewordt ingetrokken. 3 Regeling indeling bedrijfs- en beroepsleven in sectoren Dewordt ingetrokken. 4 Regeling reservevorming Algemeen werkloosheidsfonds 2002 Dewordt ingetrokken. 5 Regeling reservevorming wachtgeldfondsen 2002 Dewordt ingetrokken. 6 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2003 houdende nadere regels met betrekking tot de vrijstelling van de basispremie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor oudere werknemers De(Stcrt. 2003, 250) wordt ingetrokken. 7 Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 Dewordt ingetrokken. 8 Regeling verdeling premiekorting WAO Dewordt ingetrokken. 9 Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagfonds 2005 Dewordt ingetrokken. 10 Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten Dewordt ingetrokken. 11 Financieringsregeling rijksbijdrage Arbeidsongeschiktheidsfonds Dewordt ingetrokken. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 6.1a — Artikel 6.1a Overgangsrecht#
Artikel 6.1a Overgangsrecht Vervallen 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 2022 31170 21-11-2022 11-11-2022 2022-0000205605 01-01-2023
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Inwerkingtreding#
Artikel 6.2 Inwerkingtreding onderdeel 19 van bijlage 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 waarbijbij deze regeling terug werkt tot en met 1 januari 2005. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Citeertitel#
Artikel 6.3 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wfsv. 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 2005 242 13-12-2005 02-12-2005 SV/F&W/05/96420 01-01-2006
Artikel 5.2#
artikel 5.2
Artikel 3.15a#
artikel 3.15a