Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 29 september 2006, nr. DJZ/BR/0965-06, betreffende beperkende maatregelen tegen president Loekasjenko en bepaalde functionarissen van Belarus (Sanctieregeling Belarus 2006)
- BWB-id
- BWBR0020371
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020371
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/sanctieregeling-belarus-2006
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/sanctieregeling-belarus-2006/2026-03-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020371&g=2026-03-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020371&z=2026-06-06&g=2026-03-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020371/2026-03-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/sanctieregeling-belarus-2006
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Verordening (EG) nr. 765/2006 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, eerste lid, artikel 1 bis bis, eerste en tweede lid, artikel 1 bis ter, eerste lid, artikel 1 ter, eerste lid, artikel 1 ter bis, artikel 1 ter ter, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 quater, eerste lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, eerste lid, lid 1 bis, tweede lid en derde lid, tweede alinea, artikel 1 septies, eerste lid, lid 1 bis, lid 1 bis bis, tweede lid en derde lid, tweede alinea, artikel 1 septies bis, eerste lid en lid 1 bis, artikel 1 septies quinquies, eerste en tweede lid, artikel 1 octies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 octies bis, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 octies ter, eerste lid, artikel 1 octies quater, eerste en tweede lid, artikel 1 octies quinquies, eerste en tweede lid, artikel 1 nonies, eerste lid, tweede en vijfde lid, artikel 1 decies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 undecies, artikel 1 undecies bis, eerste lid, artikel 1 undecies ter, artikel 1 undecies quater, eerste tot en met vijfde lid, en lid 5 bis, eerste volzin, artikel 1 duodecies, eerste lid, artikel 1 terdecies, eerste lid, artikel 1 quaterdecies, artikel 1 sexdecies, eerste lid, artikel 1 septiesdecies, eerste lid, artikel 1 octiesdecies, eerste lid, artikel 1 novodecies, eerste lid, artikel 1 novodecies bis, eerste en tweede lid, artikel 1 novodecies ter, eerste tot en met vierde lid, artikel 1 novodecies quater, eerste tot en met derde lid, artikel 1 vicies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 vicies bis, eerste lid, lid 1 bis, tweede tot en met vierde lid, artikel 1 unvicies, eerste lid, artikel 1 duovicies, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 quinvicies, eerste lid, artikel 1 sexvicies, eerste lid, artikel 1 septvicies, artikel 1 septvicies bis, eerste lid, artikel 1 septvicies ter, eerste lid, artikel 1 septvicies quater, eerste lid, lid 1 bis, lid 1 ter, lid 1 quater en lid 1 quinquies, artikel 2, eerste, tweede en derde lid, artikel 5, artikel 8 ter, eerste lid, artikel 8 quinquies, eerste lid, artikel 8 octies, eerste lid, vierde lid tot en met zesde lid, artikel 8 octies bis, eerste lid, lid 1 bis, derde lid en lid 3 bis, artikel 8 decies en artikel 8 undecies, eerste lid, vanvan de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU, L 134). 2 Verordening (EG) nr. 765/2006 Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 1 bis, tweede of derde lid, artikel 1 bis ter, tweede of derde lid, artikel 1 ter, tweede of derde lid, artikel 1 ter ter, lid 3 bis, lid 3 ter, lid 3 quater, lid 3 quinquies, zevende lid, achtste lid, tiende lid tot en met lid 14 bis, artikel 1 sexies, derde lid, lid 3 bis, vierde lid, lid 4 bis, of vijfde lid, artikel 1 septies, derde lid, lid 3 bis, vierde lid,lid 4 ter of vijfde lid, artikel 1 septies bis, lid 1 ter, artikel 1 septies quinquies, derde lid, artikel 1 octies bis, vierde, vijfde of zesde lid, artikel 1 octies ter, tweede lid, artikel 1 octies quater, vierde lid, artikel 1 octies quinquies, derde of vierde lid, artikel 1 nonies, derde lid, artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 undecies quater, lid 5 bis, tweede volzin, zevende lid, achtste lid, tiende lid, lid 10 bis, lid 10 ter, elfde, twaalfde lid, lid 12 bis, dertiende of viertiende lid, artikel 1 duodecies, tweede of derde lid, artikel 1 terdecies, tweede lid, artikel 1 novodecies bis, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende of achtste lid, lid 9 bis, lid 9 ter, lid 9 quater, lid 9 quinquies, tiende of elfde lid, artikel 1 novoiesdecies ter, vijfde, zesde of zevende lid, artikel 1 novodecies quater, vierde of vijfde lid, artikel 1 vicies, tweede lid, vierde lid, lid 4 bis of lid 4 ter, artikel 1 vicies bis, zesde lid, lid 6 bis, lid 6 ter, zevende lid, lid 7 bis, lid 7 ter of tiende lid, artikel 1 unvicies, tweede of derde lid, artikel 1 unvicies bis, lid 6 bis, lid 6 ter, lid 7 bis en lid 7 ter, artikel 1 duovicies,vierde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, lid 1 bis, of lid 1 ter, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 1 quinvicies, tweede lid, artikel 1 sexvicies, tweede lid, artikel 1 septvicies bis, tweede lid, artikel 1 septvicies ter, lid 1 bis of lid 1 ter, artikel 1 septvicies quater, tweede lid, lid 2 bis of vierde lid, artikel 3, eerste of tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4, artikel 4 bis, artikel 4 ter, artikel 4 quater, artikel 4 quinquies, artikel 8 ter, tweede lid, artikel 8 quater, eerste lid, artikel 8 quinquies bis, eerste, tweede of derde lid, artikel 8 septies, eerste of vijfde lid, artikel 8 octies, tweede of derde lid, of artikel 8 octies bis, tweede of vierde lid, vanvan toepassing is. 2026 8586 04-03-2026 26-02-2026 BZ2625435 2026 8586 04-03-2026 26-02-2026 BZ2625435 05-03-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 bis, derde lid, artikel 1 bis ter, tweede lid, artikel 1 quater, eerste en tweede lid, artikel 1 septies, lid 1 bis bis, lid 4 ter en lid 6 bis, artikel 1 undecies quater, lid 5 bis, twaalfde lid, lid 12 bis en veertiende lid, artikel 1 noviesdecies bis, vierde en vijfde lid, artikel 1 vicies, lid 1 ter, artikel 1 vicies bis, lid 6 ter, lid 7 bis en lid 7 ter, en artikel 8 octies, vierde en zesde lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. 2 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter, tweede lid, artikel 1 ter ter, achtste lid, twaalfde lid, dertiende lid, veertiende lid en lid 14 bis, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies, derde lid, lid 3 bis, vierde lid, vijfde tot en met achtste lid, artikel 1 septies bis, lid 1 ter en derde lid, artikel 1 septies quater, eerste lid, artikel 1 octies quater, vierde lid, artikel 1 noviesdecies bis, elfde lid, artikel 1 vicies, tweede lid, vierde lid en lid 4 bis, en artikel 1 vicies bis, zesde lid, lid 6 bis en zevende lid, vanis, voor zover het betreft de verlening van de bedoelde diensten of transacties met betrekking tot technische bijstand of tussenhandeldiensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en, voor zover het betreft de financiering of financiële bijstand, financiële diensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Financiën. 2a Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter ter, tiende en vijftiende lid, artikel 1 octies quinquies, vierde lid, artikel 1 undecies quater, dertiende lid, en artikel 1 noviesdecies bis, tiende lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies ter, tweede lid, vanis de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies quater, elfde lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4 quater vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Economische Zaken of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies ter, lid 1 ter, van, is de Minister van Economische Zaken. 3 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4ter en artikel 5, vanis, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van economische middelen, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard en elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. 4 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 duodecies, derde lid, artikel 1 unvicies, derde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, en lid 1 ter, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4 ter, en artikel 4 quinquies, van, is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen, financiële bijstand, financiële diensten of transacties en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën, met dien verstande dat kredietinstellingen de informatie, bedoeld in artikel 1 septvicies, onder a en b, van Verordening (EG) nr. 765/2006, verstrekken aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank is ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 1 septvicies bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken. 5 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Financiën. 6 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, vierde lid, en artikel 8 quater, eerste lid, vanis de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, lid 1 quinquies, is de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie. 7 Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, eerste lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, tweede lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, derde lid, vanis de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. 8 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies bis, zesde lid, artikel 1 noviesdecies ter, zevende lid, en artikel 1 noviesdecies quater, vijfde lid, vanis de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2026 8586 04-03-2026 26-02-2026 BZ2625435 2026 8586 04-03-2026 26-02-2026 BZ2625435 05-03-2026
Artikel 1aa — Artikel 1aa#
Artikel 1aa 1 De bewaarder van het Kadaster en de openbare registers is bevoegd om in de basisregistratie kadaster, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen een aantekening te stellen als het een registergoed betreft dat bevroren dient te worden op grond van artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006. 2 artikel 9, onderdelen a, b en d, van de Handelsregisterwet 2007 artikel 15a van de Handelsregisterwet 2007 De Kamer van Koophandel verstrekt aan de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers uit het handelsregister de gegevens, genoemd in, van de rechtspersonen waarvan de personen, genoemd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 765/2006, de uiteindelijk belanghebbenden als bedoeld inzijn. De bewaarder verwerkt de gegevens uitsluitend voor het stellen van de aantekening, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 De inspecteur en de ontvanger, bedoeld inenverstrekken desgevraagd alle informatie aan de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers die noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, om zo de verbondenheid van personen op de sanctielijst met registergoederen vast te kunnen stellen. De bewaarder verwerkt de gegevens uitsluitend voor het stellen van de aantekening, bedoeld in het eerste lid. 2022 10506 11-04-2022 08-04-2022 Min-Buza.2022.11693-11 2022 10506 11-04-2022 08-04-2022 Min-Buza.2022.11693-11 12-04-2022 05-04-2022
Artikel 1ab — Artikel 1ab#
Artikel 1ab 1 artikel 1 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 10g van de Sanctiewet 1977 artikel 2 van de Sanctiewet 1977 De Minister die het aangaat is of zelfstandige bestuursorganen als bedoeld inzijn, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking vanbevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij of krachtens enig wettelijk voorschrift opgedragen taken, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in, tenzij: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; b. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; c. de vertrouwelijkheid van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; d. Sanctiewet 1977 de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die debeoogt te beschermen; of e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 2 Verordening (EG) nr. 765/2006 De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8 sexies, vierde lid, en artikel 8 undecies, eerste lid, vanzijn: a. Sanctiewet 1977 alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de; b. Sanctiewet 1977 Verordening (EG) nr. 765/2006 alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens debelast zijn met het toezicht op de naleving van; c. Sanctiewet 1977 of de bij of krachtens degestelde voorschriften; d. Sanctiewet 1977 Verordening (EG) nr. 765/2006 alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens debelast zijn met de uitvoering van; of e. artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in. 2025 8195 20-03-2025 28-02-2025 BZ2513571 2025 8195 20-03-2025 28-02-2025 BZ2513571 21-03-2025
Artikel 1ac — Artikel 1ac#
Artikel 1ac 1 Sanctiewet 1977 artikel 2 van de Sanctiewet 1977 De Minister van Economische Zaken en de partijen, bedoeld in het derde tot en met zesde lid, verwerken slechts persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is voor het overeenkomstig deuitvoeren en toezien op de naleving van sancties, bedoeld in. 2 De verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, is toegestaan voor zover dit noodzakelijk is voor het: a. Sanctiewet 1977 verlenen van een ontheffing of ander besluit bij of krachtens deof ingevolge verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties; b. Sanctiewet 1977 toezicht op de naleving van voorschriften opgelegd bij of krachtens deof ingevolge verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties; c. Sanctiewet 1977 toepassen van in de, verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties vastgelegde informatieverplichtingen; 3 Sanctiewet 1977 De Minister van Economische Zaken maakt voor de uitvoering bij of krachtens de, naast gegevens die door de personen, entiteiten en lichamen bij of krachtens de Sanctiewet 1977, of ingevolge verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden aangeleverd of waarnaar wordt verwezen, gebruik van gegevens die afkomstig zijn uit: a. het handelsregister; b. artikel 1, eerste lid, van de Kadasterwet de basisregistratie kadaster en de openbare registers, bedoeld in; c. artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen de basisregistratie personen, bedoeld in; d. overige openbare registers bij de wet ingesteld; en e. openbare informatie. 4 De volgende bestuursorganen, diensten, toezichthouders of andere personen, verstrekken desgevraagd alle informatie aan de Minister van Economische Zaken die noodzakelijk is voor de uitvoering van die wet: a. Wet strategische diensten Besluit strategische goederen De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, voor zover het gegevens betreft die verwerkt worden in het kader van deen het; b. De Minister van Financiën, voor zover het gegevens betreft die verwerkt worden door de Belastingdienst; c. hoofdstuk 5 van de Mededingingswet de Autoriteit Consument en Markt, voor zover het gegevens betreft die worden verwerkt in het kader van; d. de veiligheidscommissie of beveiligingsfunctionaris, ingesteld door de onderneming, voor zover het gegevens betreft inzake inbreuken of dreigende inbreuken op beperkingen of verboden ten aanzien van toegang tot gevoelige informatie of bedrijfsprocessen; e. Sanctiewet 1977 De Nederlandsche Bank N.V. voor zover het betreft informatie ingevolge haar taken bij of krachtens de; f. Sanctiewet 1977 de Stichting Autoriteit Financiële Markten voor zover het betreft informatie ingevolge haar taken bij of krachtens de; 5 Sanctiewet 1977 artikel 8, tweede lid, onderdeel f, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 artikel 10, tweede lid, onderdeel g, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 De Minister van Economische Zaken kan voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de, voorts de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzoeken om mededeling als bedoeld inte doen of de Minister van Defensie verzoeken om mededeling als bedoeld inte doen. 6 Vervallen. 7 Sanctiewet 1977 Voor zover de gegevens die de personen, entiteiten en lichamen hebben aangeleverd en de verzameling of verstrekking, bedoeld in het derde tot en met vijfde lid, niet de benodigde gegevens heeft opgeleverd, verstrekken de personen, entiteiten en lichamen desgevraagd alle informatie aan de Minister van Economische Zaken die noodzakelijk is voor de uitvoering van de, verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties. 8 Vervallen. 9 De gegevensverstrekking ingevolge het derde lid, onder c, en het vierde tot en met achtste lid, geschiedt kosteloos. 10 De Minister van Economische Zaken is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel. 2024 24588 29-07-2024 22-07-2024 BZ2403642 2024 24588 29-07-2024 22-07-2024 BZ2403642 30-07-2024 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
het tweede lid in plaats van het derde lid.
Artikel 1ad — Artikel 1ad#
Artikel 1ad 1 De Kamer van Koophandel is bevoegd om bij in het handelsregister ingeschreven onderneming of rechtspersoon een aantekening op te nemen van een relatie die bestaat tussen: a. artikelen 9 tot en met 15a van de Handelsregisterwet 2007 artikel 17 van die wet enig in het handelsregister opgenomen gegeven over die onderneming of rechtspersoon dat wordt genoemd in de, of andere gegevens krachtens, en b. natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 765/2006. 2 artikel 2 van de Sanctiewet 1977 Een aantekening als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval in het handelsregister opgenomen, indien de Kamer van Koophandel informatie ontvangt van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in, die de relatie legt of bevestigt als bedoeld in het eerste lid. 3 De Kamer van Koophandel verwijdert op grond van informatie die hij ontvangt van een instantie als bedoeld in het tweede lid, een aantekening als bedoeld in het eerste lid, indien de relatie als bedoeld in het eerste lid, zich niet langer voordoet. 2022 17555 01-07-2022 29-06-2022 Min-Buza.2022.12038-18 2022 17555 01-07-2022 29-06-2022 Min-Buza.2022.12038-18 02-07-2022
Artikel 1ae — Artikel 1ae#
Artikel 1ae 1 artikel 19 van de Rijksoctrooiwet 1995 artikel 1, onder d, van de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten Het Octrooicentrum Nederland is bevoegd een aantekening op te nemen bij octrooien, aanvullende beschermingscertificaten en topografieën van halfgeleiderproducten geregistreerd in het register als bedoeld inof het register als bedoeld in, indien er sprake is van een relatie tussen dat geregistreerd recht en: a. natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG)) nr. 765/2006, of b. rechtspersonen, entiteiten of lichamen, bedoeld in artikel 5 bis bis van Verordening (EU) nr. 833/2014. 2 artikel 2 van de Sanctiewet 1977 Een aantekening als bedoeld in het eerste lid, wordt in het register opgenomen indien het Octrooicentrum Nederland op eigen gezag deze relatie constateert of informatie ontvangt van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in, die de relatie legt of bevestigt als bedoeld in het eerste lid. 3 Het Octrooicentrum Nederland verwijdert een aantekening als bedoeld in het eerste lid, indien de relatie als bedoeld in het eerste lid, zich niet langer voordoet. 2022 17555 01-07-2022 29-06-2022 Min-Buza.2022.12038-18 2022 17555 01-07-2022 29-06-2022 Min-Buza.2022.12038-18 02-07-2022
Artikel 1af — Artikel 1af#
Artikel 1af 1 artikel 1 bijlage Verordening (EU) nr. 765/2006 Gelet opvan deze regeling en het daarin opgenomen verbod om te handelen in strijd met artikel 1 sexies, tweede lid, artikel 1 septies, tweede lid, en artikel 1 vicies bis, vierde lid, van, is het verboden om zonder ontheffing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gespecialiseerde kennis te verstrekken aan personen over de in de bij deze regeling behorendevermelde gebieden van onderwijs en onderzoek. 2 artikel 7.3a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het eerste lid strekt zich niet uit tot de verstrekking van kennis in het kader van bacheloropleidingen en associate degree-opleidingen als bedoeld in. 3 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. 4 Voor zover deze noodzakelijk zijn voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt. 2025 41443 16-12-2025 20-10-2025 BZ2519544 2025 41443 16-12-2025 20-10-2025 BZ2519544 01-01-2026
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b Vervallen 2025 26975 08-08-2025 07-08-2025 BZ2518971 2025 26975 08-08-2025 07-08-2025 BZ2518971 09-08-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 196 09-10-2006 29-09-2006 DJZ/BR/0965-06 2006 196 09-10-2006 29-09-2006 DJZ/BR/0965-06 11-10-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Belarus 2006. 2006 196 09-10-2006 29-09-2006 DJZ/BR/0965-06 2006 196 09-10-2006 29-09-2006 DJZ/BR/0965-06 11-10-2006
Artikel 1af#
artikel 1af, eerste lid