Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 juni 2006, nr. AP/OKP/2006/24748, houdende regels voor verstrekking van subsidie ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen (Subsidieregeling regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen 2006–2008)
- BWB-id
- BWBR0019996
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-03-02 t/m 2014-01-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019996
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-regionale-samenwerkingsverbanden-en-landeli
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-regionale-samenwerkingsverbanden-en-landeli/2010-03-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019996&g=2010-03-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019996&z=2026-06-06&g=2010-03-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019996/2010-03-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-regionale-samenwerkingsverbanden-en-landeli
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. artikel 2, eerste lid regionaal samenwerkingsverband: samenwerkingsverband van opleidingen voor leraren basisonderwijs en van aan hogescholen en universiteiten verbonden opleidingen voor eerste en tweede graads leraren voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in een regio die duurzame onderlinge verplichtingen aangaan en een niet vrijblijvende samenwerking hebben met het scholenveld, gericht op het realiseren van de doelen, bedoeld in; c. artikel 3, eerste lid artikel 8, derde lid, onder a landelijk expertisecentrum: landelijk opererend centrum, waarin hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs samenwerken, dat zich ten behoeve van het realiseren van de doelen, bedoeld in, richt op kennisontwikkeling, kennisoverdracht en het toepassen van kennis op één van de gebieden, genoemd in; d. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs school: een uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,,of een instelling als bedoeld in. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidieverstrekking ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden#
Artikel 2 Subsidieverstrekking ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden 1 De minister verstrekt subsidie ten behoeve van een regionaal samenwerkingsverband ter bevordering van: a. onderlinge afstemming van het opleidingenaanbod op de vraag naar onderwijspersoneel in de regio met meer mogelijkheden voor differentiatie en maatwerk en tot een reële voortgang in de ontwikkeling hiervan gedurende de komende jaren; b. het in onderlinge samenhang en samenwerking op doelmatige wijze zorgen voor een toegankelijk aanbod van opleidingen voor leraren basisonderwijs en opleidingen voor leraren voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in zoveel mogelijk vakken, in het bijzonder ook van vakken met een beperkte vraag vanuit scholen of een gering aanbod van studenten; c. een zodanige afstemming van aanbod, curricula en begeleidingsvormen dat de doorstroom van leraren binnen de onderwijskolom primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie wordt verbeterd; d. een verbeterde kenniscirculatie tussen lerarenopleidingen en tussen lerarenopleidingen en scholen, waaronder versterking van het praktijkgericht onderzoek en ontwikkeling van een op de beroepspraktijk gericht theoretisch kader daarvoor; e. continuïteit en stabiliteit van de inhoudelijke en vakdidactische expertise die beschikbaar is bij de samenwerkende opleidingen en scholen; f. ter beschikking stellen van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan opleidingen en scholen binnen en buiten het samenwerkingsverband en aan de landelijke expertisecentra; g. gebruik van de bijdragen en de ontwikkelde inhoudelijke en vakdidactische expertise van de landelijke expertisecentra; en h. instandhouding en waar nodig verbetering van de infrastructuur voor de professionalisering van zij-instromers, waaronder begrepen de uitvoering van geschiktheidsonderzoeken. 2 Subsidie wordt slechts verleend, voor zover het regionaal samenwerkingsverband wordt gedragen door de regio, blijkend uit aantoonbare participatie van universiteiten en hogescholen die tezamen 75% van de lerarenopleidingen die zij in de regio verzorgen in de samenwerking onderbrengen. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieverstrekking ten behoeve van landelijke expertisecentra#
Artikel 3 Subsidieverstrekking ten behoeve van landelijke expertisecentra 1 De minister verstrekt subsidie ten behoeve van een landelijk expertisecentrum ter bevordering van: a. bundeling en ontwikkeling van inhoudelijke en didactische expertise op een bepaald vakgebied; en b. overdracht van inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen, waaronder in ieder geval lerarenopleidingen die deel uitmaken van regionale samenwerkingsverbanden en scholen die met deze samenwerkingsverbanden samenwerken. 2 Subsidie wordt slechts verleend, voor zover: a. de infrastructuur en de kennis op het specifieke terrein om inhoudelijke en didactische expertise op het desbetreffende vakgebied ten dienste van de gehele onderwijskolom primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, en van de lerarenopleidingen te bundelen en te verspreiden, aantoonbaar aanwezig is bij het landelijke expertisecentrum; en b. de aanvraag op ten hoogste twee expertisecentra ziet. 3 Per gebied waarop inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, wordt slechts ten behoeve van één landelijk expertisecentrum subsidie verleend. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieaanvrager#
Artikel 4 Subsidieaanvrager artikelen 2 3 Subsidie als bedoeld in deenwordt slechts verleend aan: a. universiteiten met een lerarenopleiding; of b. hogescholen met een lerarenopleiding. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond#
Artikel 5 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden een bedrag van € 11.112.000,– beschikbaar. 2 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is ten behoeve van landelijke expertisecentra een bedrag van € 5.400.000,– beschikbaar. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 6 — Artikel 6 Maximumbedragen#
Artikel 6 Maximumbedragen 1 Het subsidiebedrag per regionaal samenwerkingsverband bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat niet meer wordt verleend dan € 926.000,–. 2 Het subsidiebedrag per landelijk expertisecentrum bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat niet meer wordt verleend dan € 675.000,–. 3 Voor de berekening van de hoogte van de subsidie worden uitsluitend in aanmerking genomen: a. loonkosten van personeel van een of meer instellingen die deel uitmaken van een regionaal samenwerkingsverband; b. aan derden verschuldigde kosten voor verrichte arbeid; c. materiaalkosten voor de aanschaf van middelen of materialen die een functionele relatie tot de activiteiten hebben en maximaal 25% van de totale subsidiabele kosten bedragen; d. kosten voor overhead als opslag voor algemene kosten, niet hoger dan 40% van de loonkosten, bedoeld onder a. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag ten behoeve van een regionaal samenwerkingsverband#
Artikel 7 Subsidieaanvraag ten behoeve van een regionaal samenwerkingsverband 1 artikel 2 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld inwordt uiterlijk 1 oktober 2006 schriftelijk ingediend bij AgentschapNL, afdeling Onderwijs en Arbeidsmarkt, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag. 2 artikel 2 bijlage 1 Voor een aanvraag voor subsidie als bedoeld inwordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is opgenomen inbehorende bij deze regeling. 3 artikel 2 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld inbevat in ieder geval een activiteitenplan met: a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de situatie per 1 januari 2006; b. de te bereiken resultaten en effecten in de regio op 31 december 2008 en welke mijlpalen daartoe op 31 december 2007 moeten zijn bereikt, concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers; c. de activiteiten die worden ondernomen om de resultaten en effecten, bedoeld onder b, te bereiken; d. informatie over de wijze waarop participanten zorgdragen voor het voortbestaan van het regionale samenwerkingsverband na afloop van de subsidieperiode; e. een opgave van de scholen voor primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie die in de regio bij het samenwerkingsverband zijn betrokken en de wijze waarop dat het geval is; f. een aan de activiteiten gerelateerde begroting. 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 02-03-2010 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieaanvraag ten behoeve van een landelijk expertisecentrum#
Artikel 8 Subsidieaanvraag ten behoeve van een landelijk expertisecentrum 1 artikel 3 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld inwordt uiterlijk 1 oktober 2006 schriftelijk ingediend bij AgentschapNL, afdeling Onderwijs en Arbeidsmarkt, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag. 2 artikel 3 bijlage 2 Voor een aanvraag voor subsidie als bedoeld inwordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is opgenomen inbehorende bij deze regeling. 3 artikel 3 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld inbevat in ieder geval een activiteitenplan met: a. het gebied waarop de inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, te weten: 1°. bèta-techniek; 2°. zaakvakken; 3°. moderne vreemde talen; 4°. Nederlands en NT2; 5°. rekenen/wiskunde; 6°. economie en handel; 7°. leren van docenten; of 8°. zorg; b. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de situatie per 1 januari 2006; c. de te bereiken resultaten en effecten in het landelijk expertisecentrum op 31 december 2008 en welke mijlpalen daartoe op 31 december 2007 moeten zijn bereikt, concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers; d. de activiteiten die worden ondernomen om de resultaten en effecten te bereiken zoals bedoeld in onderdeel c; e. informatie over de wijze waarop: 1°. zorg gedragen wordt voor draagvlak bij lerarenopleidingen en scholen om de te ontwikkelen inhoudelijke en vakdidactische expertise daadwerkelijk te gebruiken; 2°. lerarenopleidingen en scholen met hun ontwikkelingsvragen bij het expertisecentrum terecht kunnen; 3°. de aanvrager denkt te komen tot afspraken met de regionale samenwerkingsverbanden over beschikbaarstelling van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen; 4°. zorg gedragen wordt voor het voortbestaan van het expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode; en f. een aan de activiteiten gerelateerde begroting. 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 02-03-2010 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Criteria bij subsidieverlening#
Artikel 9 Criteria bij subsidieverlening De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 10 — Artikel 10 Beoordelingscommissie#
Artikel 10 Beoordelingscommissie 1 Een uit drie leden bestaande beoordelingscommissie bereidt de beslissing van de minister voor over: 1°. de verlening van de subsidie; en 2°. de hoogte van de toe te kennen bedragen. 2 De leden van de beoordelingscommissie worden door de minister voor een periode van ten hoogste zes maanden benoemd. 3 De minister benoemt twee leden, niet zijnde de voorzitter, op basis van een voordracht van de VSNU en de HBO-raad. 4 De beoordelingscommissie bepaalt haar eigen werkwijze. 5 De beoordelingscommissie wordt ondersteund door een of meer door de minister aan te wijzen personen, die geen ambtenaar zijn bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 6 De beoordelingscommissie maakt uiterlijk 15 november 2006 haar oordeel over de subsidieaanvragen voor regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra bekend aan de minister. 7 De beoordelingscommissie stelt uiterlijk 31 december 2006 een verslag van werkzaamheden op en dient dit verslag in bij de minister. 8 De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de beoordelingscommissie worden na beëindiging van de werkzaamheden overgedragen aan het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Oordeel beoordelingscommissie over subsidieaanvragen ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden#
Artikel 11 Oordeel beoordelingscommissie over subsidieaanvragen ten behoeve van regionale samenwerkingsverbanden 1 De beoordelingscommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief oordeel op de aanvraag van subsidie voor een regionaal samenwerkingsverband indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden; of b. de aanvraag en de onderbouwing van de duurzaamheid van het samenwerkingsverband naar het oordeel van de beoordelingscommissie geen vertrouwen bieden in het tot een goed einde brengen van het activiteitenplan, respectievelijk het in stand houden van het verband. 2 De beoordeling van de aanvragen van regionale samenwerkingsverbanden geschiedt met inachtneming van de regionale spreiding van de regionale samenwerkingsverbanden. 3 De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert in ieder geval op: a. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling; b. de kwaliteit van de aanvraag; c. het draagvlak bij de lerarenopleidingen en scholen; d. het vertrouwen in het voortbestaan van het regionaal samenwerkingsverband na afloop van de subsidieperiode. 4 Voor de rangschikking door de commissie wegen de criteria, bedoeld in het tweede en derde lid, even zwaar. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 12 — Artikel 12 Oordeel beoordelingscommissie over subsidieaanvragen ten behoeve van landelijke expertisecentra#
Artikel 12 Oordeel beoordelingscommissie over subsidieaanvragen ten behoeve van landelijke expertisecentra 1 De beoordelingscommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief oordeel op de aanvraag om subsidie voor een landelijk expertisecentrum indien de: a. aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden; of b. aanwezige deskundigheid binnen het expertisecentrum geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het activiteitenplan, respectievelijk het in stand houden van het centrum. 2 De beoordeling van de aanvragen van de landelijke expertisecentra geschiedt met inachtneming van de verscheidenheid in typen inhoudelijke en vakdidactische expertise. 3 De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert in ieder geval op: a. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling; b. de kwaliteit van de aanvraag; c. het draagvlak bij de lerarenopleidingen en scholen; d. het vertrouwen in het voortbestaan van het landelijk expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode. 4 Voor de rangschikking door de commissie wegen de criteria, bedoeld in het tweede en derde lid, even zwaar. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 13 — Artikel 13 Beslistermijn minister regionaal samenwerkingsverband#
Artikel 13 Beslistermijn minister regionaal samenwerkingsverband De minister beslist uiterlijk op 1 december 2006 over elk van de aanvragen voor een regionaal samenwerkingsverband. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 14 — Artikel 14 Beslistermijn minister landelijk expertisecentrum#
Artikel 14 Beslistermijn minister landelijk expertisecentrum De minister beslist uiterlijk op 1 december 2006 over elk van de aanvragen voor een landelijk expertisecentrum. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 15 — Artikel 15 Mandaatverlening AgentschapNL#
Artikel 15 Mandaatverlening AgentschapNL Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend om, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, op grond van deze regeling besluiten te nemen over: a. het buiten behandeling laten van subsidieaanvragen; b. de verlening of weigering van subsidie; of c. het vaststellen van de bevoorschotting en de afhandeling daarvan. 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 2010 3027 01-03-2010 19-02-2010 WJZ/182167(8277) 02-03-2010 01-01-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 16 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, In het geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld inworden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 17 — Artikel 17 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 17 Verplichtingen subsidieontvanger 1 artikel 2 Een ontvanger van subsidie als bedoeld inziet erop toe dat het regionaal samenwerkingsverband de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend binnen een maand na het verlenen van de subsidie start. 2 artikel 3 Een ontvanger van subsidie als bedoeld inziet erop toe dat het landelijk expertisecentrum: a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend binnen een maand na het verlenen van de subsidie start; b. aantoonbaar gebruik maakt van de ontwikkelde praktijkkennis in het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie; en c. de expertise en de instrumenten van het Ruud de Moor Centrum waar mogelijk benut. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 18 — Artikel 18 Tussentijdse audit#
Artikel 18 Tussentijdse audit 1 De minister laat uiterlijk 31 december 2007 voor de regionale samenwerkingsverbanden en de landelijke expertisecentra door een onafhankelijke organisatie een audit uitvoeren om vast te stellen of de tot dan voorgenomen mijlpalen zijn bereikt en wat de resultaten tot dat moment zijn. 2 Op basis van de resultaten van deze audit kan de minister besluiten de middelen bestemd voor 2008 niet of niet in zijn geheel uit te bevoorschotten. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 19 — Artikel 19 Bewaarplicht#
Artikel 19 Bewaarplicht De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie of andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende ten minste zeven jaar na datum waarop de vaststelling van de subsidie heeft plaatsgevonden. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 20 — Artikel 20 Informatieplicht#
Artikel 20 Informatieplicht De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 21 — Artikel 21 Verantwoording subsidie#
Artikel 21 Verantwoording subsidie 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Uiterlijk 1 november 2010 zendt de subsidieontvanger aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer, de inhoudelijke en financiële eindrapportage over de gehele periode, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in. 2 De inhoudelijke en financiële eindrapportage bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, dat per activiteit inzicht geeft in de daarvoor begrote en aangewende middelen, inclusief de daarbij behaalde resultaten. 3 Uiterlijk zes maanden na ontvangst van de inhoudelijke en financiële eindrapportage en de verklaring van de accountant wordt de subsidie definitief vastgesteld. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22 Lagere vaststelling subsidie#
Artikel 22 Lagere vaststelling subsidie 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de activiteiten kunnen worden teruggevorderd. 2 De subsidie wordt uiterlijk in 1 juli 2010 besteed en verantwoord in de jaarrekening die op dat jaar betrekking heeft. 3 artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidie lager worden vastgesteld, indien: a. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de activiteiten niet zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig worden beëindigd; c. de ontvanger van de subsidie heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen; d. de ontvanger de subsidie kennelijk in strijd met het doel van de subsidie heeft gehandeld; of e. de verlening van de subsidie onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. 2009 19683 31-12-2009 2009 19683 31-12-2009 19-12-2009 Wijziging is herplaatst. 2009 19683 18-12-2009 07-12-2009 DL/B/176280 2009 19683 18-12-2009 07-12-2009 DL/B/176280 19-12-2009
Artikel 23 — Artikel 23 Voorschotten#
Artikel 23 Voorschotten 1 De minister verleent per regionaal samenwerkingsverband jaarlijks een voorschot. Dit voorschot bedraagt maximaal € 230.000,– in 2006, € 348.000,– in 2007 en € 348.000,– in 2008. 2 De minister verleent per landelijk expertisecentrum jaarlijks een voorschot. Dit voorschot bedraagt maximaal € 157.000,– in 2006, € 259.000,– in 2007 en € 259.000,– in 2008. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 24 — Artikel 24 Termijnen bevoorschotting#
Artikel 24 Termijnen bevoorschotting 1 De bevoorschotting vindt plaats in: a. 2006: binnen twee weken na subsidieverlening; b. 2007: voor 1 juli; en c. 2008: voor 1 maart. 2 Indien een voorschot niet binnen de in het vorige lid gestelde termijn kan worden verstrekt, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de bevoorschotting tegemoet kan worden gezien. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 25 — Artikel 25 Afwijking in bijzondere gevallen#
Artikel 25 Afwijking in bijzondere gevallen artikel 2, tweede lid In bijzondere gevallen kan de minister besluiten de voorwaarden, bedoeld in, buiten toepassing te laten, dan wel daarvan af te wijken, voor zover toepassing van die voorwaarden, gelet op het doel van de regeling, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 26 — Artikel 26 Inwerkingtreding#
Artikel 26 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006
Artikel 27 — Artikel 27 Citeertitel#
Artikel 27 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen 2006–2008. 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 2006 129 06-07-2006 22-06-2006 AP/OKP/2006/24748 08-07-2006