Subsidieregeling Stichting CAOP
- BWB-id
- BWBR0019438
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2011-06-29 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019438
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-stichting-caop
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-stichting-caop/2011-06-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019438&g=2011-06-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019438&z=2026-06-06&g=2011-06-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019438/2011-06-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/subsidieregeling-stichting-caop
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. de Stichting CAOP: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister verstrekt een subsidie aan de Stichting CAOP. 2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. 3 De subsidie bedraagt vanaf 2011 ten hoogste € 3.950.000,–. 4 Met ingang van 2007 is op de subsidie de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De subsidie is 50% loongevoelig en 50% prijsgevoelig, conform opgave van het Ministerie van Financiën. 5 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2011 11199 28-06-2011 17-06-2011 DCB/CZW/WBI 2011 11199 28-06-2011 17-06-2011 DCB/CZW/WBI 29-06-2011 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De subsidie wordt verstrekt voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten: a. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst; – de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies; – de Bedrijfscommissie Overheid; – de Commissie Integriteit Rijksoverheid; b. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering; – de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren; – de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken; c. onderzoek en voorlichting op het terrein van de arbeidsverhoudingen bij de overheid waaronder het doen van onderzoek in het kader van de Stichting Albeda Leerstoel en de Stichting Ien Dales Leerstoel; d. het verrichten van faciliterende werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het overheidsbeleid inzake integriteitbevordering in de openbare sector of die dienstig zijn aan overheden die uitvoering geven aan de beleidsthema’s ‘Veilige Publieke Taak’, ‘Topinkomens’ en ‘Diversiteit’. 2 Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden tevens verstaan de infrastructurele kosten voor zover deze volgens de normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de in dat lid genoemde activiteiten kunnen worden toegerekend. De jaarlijkse afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen dienen in overeenstemming te zijn met de werkelijke gebruiksduur, die wordt gesteld op ten minste vijf jaar. 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 01-01-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanvraag van de subsidie voor een boekjaar wordt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend. 2 De aanvraag van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenplan. 3 artikel 3, eerste lid, onder c en d Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten. De activiteiten, bedoeld in, worden nader gespecificeerd en de omvang en het kwaliteitsniveau daarvan worden in het plan beschreven. 4 artikel 8, eerste lid De aanvraag vermeldt de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in, op 31 december van het voorgaande boekjaar. 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 01-01-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De Minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Minister verleent op de subsidie een voorschot. 2 Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald. Het voorschot kan in één keer of in termijnen worden uitbetaald. 3 Het voorschot wordt uitbetaald onder de voorwaarde dat terugbetaling plaatsvindt indien bij de vaststelling van de subsidie het subsidiebedrag lager is dan het verleende voorschot dan wel de subsidie wordt ingetrokken. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Op de financiële verantwoording van de Stichting CAOP isvan overeenkomstige toepassing. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het CAOP vormt een egalisatiereserve. 2 Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. 3 De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. 4 artikel 3, eerste lid De egalisatiereserve mag uitsluitend worden aangewend voor kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in. 5 Indien op 31 december 2010 de egalisatiereserve meer dan € 572.100,– bedraagt, kan de Minister bepalen dat het meerdere wordt teruggestort op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 6 Op 31 december 2015 bedraagt de egalisatiereserve ten hoogste € 572.100,–. Het bedrag waarmee de egalisatiereserve op 31 december 2015 het bedrag van € 572.100,– overschrijdt, wordt teruggestort op de rekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4:71, eerste lid, onderdelen b en g, van de Algemene wet bestuursrecht De Stichting CAOP behoeft de toestemming van de Minister voor de handelingen, bedoeld in. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De Stichting CAOP verstrekt aan de Minister alle informatie die nodig is voor de verantwoording van bestede subsidiegelden. 2 bijlage Voor de verantwoording van bestede subsidiegelden wordt een controleprotocol gehanteerd, dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 De Minister is bevoegd om gedurende de looptijd van deze regeling het protocol, bedoeld in het tweede lid, te wijzigen. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De Stichting CAOP werkt mee aan onderzoeken welke worden verricht door of in opdracht van de Minister. 2 De Stichting CAOP draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar ingediend. 2 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van: a. artikel 361 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een financieel verslag en een jaarrekening, als bedoeld in; b. een activiteitenverslag; c. een accountantsverklaring met betrekking tot de documenten bedoeld onder a, en d. een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3 De in het tweede lid genoemde verantwoordingsdocumenten geven in elk geval inzicht in: a. artikel 3, eerste lid de kwantiteit van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten uitgesplitst per activiteit als bedoeld in, waarbij de activiteit, bedoeld onder c, nader wordt gespecificeerd; b. artikel 3 de kwalitatieve beoordeling van de ingenoemde activiteiten door de Stichting Verbond voor Sectorwerkgevers Overheid, de centrales van overheidspersoneel en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; c. de omvang van de egalisatiereserve op 31 december van het boekjaar. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De Minister stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien. 2 De subsidie wordt overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld. 3 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: a. de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; b. de Stichting CAOP onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of c. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de Stichting CAOP dit wist of behoorde te weten. 4 Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen. 5 De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in 2008 en 2013 een evaluatie op die inzicht biedt in de ontwikkeling en de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteiten. 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Ter dekking van de overgangskosten die direct samenhangen met de invoering van deze regeling verstrekt de Minister aan de Stichting CAOP een overgangssubsidie. 2 De overgangssubsidie wordt per boekjaar verstrekt. 3 De overgangssubsidie bedraagt: – in 2006 maximaal € 749.500,–; – in 2007 maximaal € 572.100,–; – in 2008 maximaal € 374.700,–; – in 2009 maximaal € 187.400,–. 4 Met ingang van 2007 is op de overgangssubsidie de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De subsidie is 50% loongevoelig en 50% prijsgevoelig, conform opgave van het Ministerie van Financiën. 5 artikelen 4, eerste en tweede lid 5 6 7 10 11 12, eerste en tweede lid 13 Op de overgangssubsidie zijn de,,,,,,, envan overeenkomstige toepassing. 6 artikel 13 Onverminderdkan de overgangssubsidie lager worden vastgesteld indien de overgangskosten die direct samenhangen met de invoering van deze regeling lager zijn. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 4, eerste lid Voor het boekjaar 2006 wordt in afwijking van, de aanvraag voor subsidie ingediend binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling. 2 Na inwerkingtreding van deze regeling is op het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2005, nr. 2005-0000305234, deze regeling van toepassing. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De Regeling Subsidiëring CAOP Regeling Subsidiëring CAOP vervalt, met dien verstande dat de vaststelling van de subsidie voor het boekjaar 2005 zal plaatsvinden op grond van en onder de voorwaarden van de. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2015. 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 2008 242 12-12-2008 25-11-2008 2008-0000579903 01-01-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting CAOP. 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 2006 20 27-01-2006 16-01-2006 2005-0000321960 29-01-2006 01-01-2006
Artikel 10#
artikel 10, tweede lid
Artikel 12#
artikel 12, eerste lid
Artikel 3#
Artikel 3
Artikel 7#
Artikel 7
Artikel 8#
Artikel 8
Artikel 9#
Artikel 9
Artikel 12#
Artikel 12
Artikel 15#
Artikel 15
Artikel 3#
artikel 3, eerste en tweede lid
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid
Artikel 15#
artikel 15