Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 juli 2006, nr. DJZ2006283990, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende regels inzake het verstrekken van subsidies in 2006 ten behoeve van CO2-reductie in de gebouwde omgeving (Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006)
- BWB-id
- BWBR0020099
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2006-07-27 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020099
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/tijdelijke-subsidieregeling-co2-reductie-gebouwde-omgeving-2
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/tijdelijke-subsidieregeling-co2-reductie-gebouwde-omgeving-2/2006-07-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020099&g=2006-07-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020099&z=2026-06-06&g=2006-07-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020099/2006-07-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/tijdelijke-subsidieregeling-co2-reductie-gebouwde-omgeving-2
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. agentschap: agentschap SenterNovem van het Ministerie van Economische Zaken; b. 2 2 CO-reductieproject: project met als doel het reduceren van de emissie van COdoor middel van het aanschaffen, installeren en in gebruik nemen van een evenwichtig en samenhangend pakket van ten minste twee voorzieningen in een bestaand niet tot bewoning bestemd gebouw dan wel in iedere van het project deel uitmakende woning in een bestaand tot bewoning bestemd gebouw; c. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; d. artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003 niet tot bewoning bestemd gebouw: gebouw of gedeelte daarvan met een gebruiksfunctie als bedoeld in, niet zijnde een woonfunctie, industriefunctie of overige gebruiksfunctie als bedoeld in dat lid, voorzover de aanvraag om bouwvergunning voor het bouwen van dat gebouw is ingediend voor 15 december 1995; e. artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003 tot bewoning bestemd gebouw: gebouw of gedeelte daarvan met een woonfunctie als bedoeld in, voorzover de aanvraag om bouwvergunning voor het bouwen van dat gebouw is ingediend voor 15 december 1995; f. bijlage Ia Ib 2 voorziening: een inofbij deze regeling genoemde technische voorziening ten behoeve van CO-reductie, die is geleverd en geïnstalleerd door een derde, zijnde een ondernemer. 2 Met de voorzieningen, bedoeld in deze regeling, worden gelijkgesteld de desbetreffende voorzieningen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 2 De minister kan ten behoeve van een CO-reductieproject subsidie verstrekken aan een subsidieaanvrager die dat project voor eigen rekening en risico uitvoert. 2 2 In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt aan meerdere subsidieaanvragers die een CO-reductieproject voor hun gezamenlijke rekening en risico uitvoeren. In dat geval wordt de aanvraag door alle deelnemers medeondertekend, waarbij opgave wordt gedaan aan wie van de deelnemers, mede ten behoeve van de andere deelnemers, de subsidie kan worden verstrekt en betaald. 3 Rijksdiensten en onderdelen daarvan komen niet voor subsidie in aanmerking. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor het kalenderjaar 2006 geldt een subsidieplafond van € 33 miljoen. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage IIa bijlage IIb Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en kan in de periode die begint met de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2006 worden ingediend bij het agentschap. De aanvraag wordt ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen inbij deze regeling voor niet tot bewoning bestemde gebouwen respectievelijkbij deze regeling voor tot bewoning bestemde gebouwen. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Op de aanvragen tot subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor die beslissing als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. 2 Indien door toewijzing van aanvragen tot subsidieverlening met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing van die aanvragen op basis van een volgorde die door loting wordt bepaald. De loting wordt verricht door een notaris. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De subsidieverlening wordt geweigerd, indien: a. 2 het CO-reductieproject wordt uitgevoerd in het kader van bouwen dat moet worden aangemerkt als het geheel vernieuwen van een gebouw; b. 2 2 2 bijlagen IIIa IIIb de CO-reductie als gevolg van het CO-reductieproject minder dan 400 ton CObedraagt over een periode van 20 jaar, bepaald aan de hand van de voorzieningenlijsten, opgenomen in deenbij deze regeling; c. een aanvrager vóór de indiening van de aanvraag in verband met de aanschaf van de voorzieningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds verplichtingen is aangegaan; d. 2 in de aanvraag naar het oordeel van de minister niet aannemelijk wordt gemaakt dat de subsidieaanvrager binnen zes maanden na de subsidieverlening opdracht zal geven tot uitvoering van het CO-reductieproject; e. 2 artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ter zake van het CO-reductieproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een verklaring als bedoeld inis aangevraagd dan wel verstrekt; f. 2 ter zake van het CO-reductieproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een andere subsidie voor dezelfde voorzieningen is aangevraagd dan wel verstrekt, of g. een voorziening voorafgaand aan de aanschaf reeds is gebruikt. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 2 2 bijlage IIIa artikel 8 Ten aanzien van een CO-reductieproject in een niet tot bewoning bestemd gebouw bedraagt de subsidie € 22,– voor iedere over een periode van 20 jaar te behalen ton CO-reductie, berekend aan de hand van de voorzieningenlijst, opgenomen inbij deze regeling, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan 15% van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, bedoeld in, tot een maximum van € 1 miljoen. 2 2 2 bijlage IIIb artikel 8 Ten aanzien van een CO-reductieproject in een tot bewoning bestemd gebouw bedraagt de subsidie € 50,– voor iedere over een periode van 20 jaar te behalen ton CO-reductie, berekend aan de hand van de voorzieningenlijst, opgenomen inbij deze regeling, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan 15% van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, bedoeld in, tot een maximum van € 1 miljoen. 3 Indien de subsidieontvanger, bedoeld in het eerste of tweede lid, een onderneming is, en de kosten, bedoeld in die leden, extra investeringskosten vormen in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001, C 37), bedraagt de subsidie voorts niet meer dan 30% van die kosten, verminderd met de kostenbesparingen gedurende vijf jaar na de datum van ingebruikneming van de desbetreffende voorzieningen. 4 verordening (EG) nr. 70/2001 verordening (EG) nr. 364/2004 In plaats van het in het derde lid bedoelde maximum van 30% geldt een maximum van 40%, indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is in de zin vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG 2001, L 10), laatstelijk gewijzigd in de bijlage vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 25 februari 2004 (PbEG 2004, L 63). 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 Als subsidiabele kosten in de zin vanworden in aanmerking genomen de door de subsidieaanvrager werkelijk gemaakte en betaalde kosten met betrekking tot de aanschaf en installatie van voorzieningen, op basis van de historische aanschafprijzen, tenzij een voorziening wordt aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, in welk geval het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald niet van toepassing is en als kosten van aanschaf in aanmerking worden genomen de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen, verdisconteerd op jaarbasis. 2 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen of anderszins kan compenseren. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 2 De subsidieontvanger geeft binnen ten hoogste zes maanden na de subsidieverlening opdracht tot uitvoering van het CO-reductieproject. 2 De subsidieontvanger installeert de voorzieningen in het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en neemt deze in gebruik uiterlijk op 31 december 2008. 3 De subsidieontvanger kan de minister onder opgave van redenen verzoeken hem van de in het eerste of tweede lid bedoelde periode, respectievelijk datum, ontheffing te verlenen. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend in geval van bijzondere, niet aan de subsidieontvanger te wijten omstandigheden die leiden tot vertraging in de opdrachtverlening, respectievelijk uitvoering, van het project, met dien verstande dat de installatie en ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op 30 juni 2009 moeten hebben plaatsgevonden. 4 De minister kan de ontheffing, bedoeld in het derde lid, onder voorwaarden verlenen. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 14, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies 2 artikel 9, tweede of derde lid De ingenoemde termijnen voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling gaan in na het tijdstip waarop het CO-reductieproject met inachtneming van, moet zijn voltooid. 2 bijlage IVa bijlage IVb De subsidieaanvrager dient een tot de minister gerichte aanvraag tot subsidievaststelling in bij het agentschap. De aanvraag wordt ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen inbij deze regeling voor niet tot bewoning bestemde gebouwen respectievelijkbij deze regeling voor tot bewoning bestemde gebouwen. 3 artikel 14, tweede lid, aanhef en onder d, van het Besluit milieusubsidies artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bijlage V Indien ingevolgebij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring van een accountant als bedoeld inwordt gevoegd, wordt deze verklaring opgesteld met inachtneming van het daarvoor inbij deze regeling opgenomen protocol. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 6, eerste lid, onder a, b, e, f en g De subsidie wordt vastgesteld op nihil, indien na de verlening van de subsidie blijkt dat een of meer van de in, bedoelde omstandigheden zich voordoen. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 15.14 van de Wet milieubeheer Als personen als bedoeld inworden aangewezen: a. de inspecteur-generaal en de inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM in de betrokken regio en de onder hen ressorterende ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, en b. de directeur van de sector Energie en Klimaat van het agentschap en de onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het vorderen van inlichtingen van de subsidieaanvrager binnen hun functieomschrijving valt. 2 artikel 15.15 van de Wet milieubeheer Als personen als bedoeld inworden aangewezen de directeur van de sector Energie en Klimaat van het agentschap en de onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het houden van toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen binnen hun functieomschrijving valt. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van 27 juli 2006 en vervalt met ingang van 1 juli 2009, met dien verstande dat de artikelen van deze regeling ook daarna van toepassing blijven op de vóór die datum verleende subsidie. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling CO-reductie gebouwde omgeving 2006. 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 2006 134 13-07-2006 11-07-2006 DJZ2006283990 27-07-2006