Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- BWB-id
- BWBR0019237
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019237
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/uitvoeringsregeling-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regeli
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/uitvoeringsregeling-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regeli/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019237&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019237&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019237/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2006/uitvoeringsregeling-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regeli
Artikel 1 — Artikel 1 Reikwijdte#
Artikel 1 Reikwijdte artikelen 6, tweede en derde lid 17, tweede lid 21a 25, tweede lid 26, derde lid 31 47 47a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,enen. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Begripsbepalingen#
Artikel 2 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. huurtoeslag: Wet op de huurtoeslag een tegemoetkoming op grond van de; b. kinderopvangtoeslag: Wet kinderopvang een tegemoetkoming op grond van de; c. kindgebonden budget: Wet op het kindgebonden budget een tegemoetkoming op grond van de; d. wet: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ; e. zorgtoeslag: Wet op de zorgtoeslag een tegemoetkoming op grond van de. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Gelijkstelling met basisregistratie personen#
Artikel 3 Gelijkstelling met basisregistratie personen 1 Iemand die niet in Nederland woont, wordt geacht op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland, indien: a. hij vanwege zijn functie of vanwege de functie van een van de tot zijn huishouden behorende personen niet kan of niet hoeft te worden ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland; b. blijkt dat hij niet woont op het adres waarop hij is ingeschreven in de bevolkingsregistratie in zijn woonland; c. zijn woonland geen of geen naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie voert. 2 Iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, wordt geacht daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven, indien: a. artikel 9, tweede lid, van de wet hij een vreemdeling is als bedoeld in; b. artikel 21, eerste lid, van het Besluit basisregistratie personen hij of een tot zijn huishouden behorende persoon op grond vanin verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking komt voor inschrijving, met dien verstande dat voor degenen die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevoerde Protocollaire Basisadministratie, het in deze administratie opgenomen woonadres geldt; c. artikel 2.20, derde lid, van de Wet basisregistratie personen blijkt dat sprake is van een onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen voor de periode tot aan de datum van adreswijziging, bedoeld in; d. hij zich binnen 5 dagen na de aanvang van zijn verblijf op zijn woonadres heeft laten inschrijven in de basisregistratie personen. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Aanpassingswet
basisregistratie personen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Herleiding toetsingsinkomen#
Artikel 4 Herleiding toetsingsinkomen Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Melding wijziging omstandigheden#
Artikel 5 Melding wijziging omstandigheden 1 Indien een voorschot op de tegemoetkoming is verleend en zich in het berekeningsjaar een wijziging van de omstandigheden voordoet waarmee bij het verlenen van het voorschot geen rekening is gehouden en die leidt tot beëindiging dan wel verlaging van de tegemoetkoming doet de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner daarvan binnen vier weken schriftelijk dan wel elektronisch mededeling aan de Dienst Toeslagen. 2 De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. artikel 5a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen b, c en d, van de wet het ontstaan van partnerschap op grond vanof; b. artikel 5a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het eindigen van partnerschap op grond van; c. een verhoging van een geschat toetsingsinkomen die leidt tot een verlaging van de tegemoetkoming over het berekeningsjaar met meer dan € 500; d. een verhoging van een geschat vermogen waardoor over het berekeningsjaar geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat; e. artikel 3c, eerste lid, onderdeel a, van de wet het eindigen van een vermissing als bedoeld in; f. artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet het eindigen van de tenuitvoerlegging van een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding als bedoeld in; g. artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet het eindigen van de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of maatregel als bedoeld in, die buiten Nederland heeft plaatsgevonden; h. artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet het vervroegd eindigen van de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of maatregel als bedoeld in. 3 Indien er een voorschot huurtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt: a. een wijziging in de huurprijs; b. artikel 2, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van de wet het aangaan van of het beëindigen van een huurcontract, waaronder begrepen een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in; c. een verandering van verhuurder. 4 artikel 24 van de Zorgverzekeringswet Indien er een voorschot zorgtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt de beëindiging van de zorgverzekering of een opschorting van die verzekering als bedoeld in. 5 Indien er een voorschot kinderopvangtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt: a. een wijziging in het aantal uren kinderopvang van een kind van de belanghebbende of van zijn partner; b. een wijziging in het soort genoten kinderopvang door een kind van de belanghebbende of van zijn partner; c. een wijziging van het geregistreerde kindercentrum of geregistreerde gastouderbureau; d. een wijziging in de uurprijs. 6 In afwijking in zoverre van het eerste lid kan van een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, alsmede van wijzigingen die leiden tot een beëindiging van het voorschot op de tegemoetkoming ook telefonisch dan wel anderszins mondeling mededeling worden gedaan aan de Dienst Toeslagen. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 5a — Artikel 5a Herziening in het voordeel van belanghebbende#
Artikel 5a Herziening in het voordeel van belanghebbende 1 De Dienst Toeslagen herziet in het voordeel van de belanghebbende een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden zodra de Dienst Toeslagen is gebleken dat die tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld, tenzij: a. vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft en de belanghebbende niet binnen een jaar na de dagtekening van de beschikking tot toekenning om herziening heeft verzocht; b. de onjuistheid van de tegemoetkoming voortvloeit uit jurisprudentie die eerst is gewezen nadat die tegemoetkoming onherroepelijk vast is komen te staan, tenzij de Minister van Financiën, zonodig in overeenstemming met de Ministers die het aangaat, anders heeft bepaald; c. de onjuistheid van de tegemoetkoming voortvloeit uit beleidsregels van de Minister van Financiën of van de Ministers die het aangaat, die eerst zijn uitgevaardigd nadat die tegemoetkoming onherroepelijk vast is komen te staan, tenzij de Minister van Financiën, zonodig in overeenstemming met de Ministers die het aangaat, anders heeft bepaald; d. de onjuistheid van de tegemoetkoming voortvloeit uit de omstandigheid dat eerst nadat die tegemoetkoming onherroepelijk vast is komen te staan een beroep wordt gedaan op een faciliteit, waarop een beroep moet worden gedaan op een eerder wettelijk voorgeschreven moment; of e. sprake is van enig feit waardoor de tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld en een andere tegemoetkoming, al dan niet van dezelfde belanghebbende, ter zake van datzelfde feit op een te hoog bedrag is vastgesteld en ter zake daarvan niet is of kan worden teruggevorderd, met dien verstande dat in dat geval wel in het voordeel van belanghebbende wordt herzien voor zover het te laag vastgestelde bedrag van de tegemoetkoming het te hoog vastgestelde bedrag van de andere tegemoetkoming dat niet is of kan worden teruggevorderd te boven gaat. 2 De Dienst Toeslagen herziet onder bijzondere omstandigheden, onder overeenkomstige toepassing van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, in het voordeel van de belanghebbende een beschikking tot terugvordering die onherroepelijk is geworden voor zover de nadelige gevolgen van die beschikking onevenredig zijn in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Gegevensverkeer bij betaling op andere bankrekening#
Artikel 6 Gegevensverkeer bij betaling op andere bankrekening 1 artikel 25, derde lid, van de wet Als gevallen als bedoeld inworden aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen: a. Handelsregisterwet 2007 artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van kinderopvangtoeslag op de bankrekening van een onderneming als bedoeld in de, die een of meerdere kindercentra of een of meerdere gastouderbureaus exploiteert, als bedoeld in; b. artikel 19 van de Woningwet van huurtoeslag op de bankrekening van een toegelaten instelling, als bedoeld in; c. artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet van zorgtoeslag op de bankrekening van een zorgverzekeraar, als bedoeld in; voor zover de onderneming, instelling of zorgverzekeraar voor dit doel een convenant heeft afgesloten met de Dienst Toeslagen. 2 artikel 25, derde lid, van de wet Als gevallen als bedoeld inworden voorts aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen op de bankrekening: a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer; b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet of overeenkomsten met dezelfde strekking; c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer of overeenkomsten met dezelfde strekking; 1°. Wet langdurige zorg een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de; en 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001; d. van een curator in een faillissement; e. van een bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen; f. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belanghebbende niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, naar het oordeel van de Dienst Toeslagen niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en de belanghebbende hierom verzoekt. 3 artikel 7a, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 artikel 25, eerste lid, tweede volzin, van de wet Bij gevallen als bedoeldisniet van toepassing. 4 artikel 25, derde lid, van de wet Indien op grond vande uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belanghebbende of diens partner, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot de uitbetaling tussen de Dienst Toeslagen en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belanghebbende. 5 Bij toepassing van het tweede lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belanghebbende en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen#
Artikel 7 Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen 1 De Dienst Toeslagen stelt de belanghebbende in de gelegenheid een terugvordering te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden. 2 Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende in de gelegenheid een bestuurlijke boete te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden. 3 Een betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de terugvordering of bestuurlijke boete geldende betalingstermijn 24 maanden zijn verstreken. Indien de omvang van de terugvordering of bestuurlijke boete betaling in 24 maandelijkse termijnen van € 20 niet toelaat, kan de Dienst Toeslagen, in afwijking van het eerste en tweede lid, een betaling in maandelijkse termijnen van meer dan € 20 verlangen. 4 Indien de belanghebbende bij de betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, niet voldoet aan de nader gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende op diens verzoek in de gelegenheid de terugvordering of bestuurlijke boete alsnog te betalen in maandelijkse termijnen. In dat geval eindigt deze betaling in maandelijkse termijnen uiterlijk na 24 maanden gerekend vanaf de dag van de dagtekening van de beschikking waarin de Dienst Toeslagen de betaling in termijnen toestaat. De kosten van invordering die reeds zijn ontstaan voordat het verzoek om de betaling in maandelijkse termijnen wordt gehonoreerd worden onderdeel van de betreffende betalingsregeling. 5 artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 artikel 3 van de wet Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende die aangeeft niet in staat te zijn een of meer terugvorderingen of bestuurlijke boetes overeenkomstig de voorgaande leden te betalen kan de Dienst Toeslagen, in afwijking in zoverre van de voorgaande leden, een betaling in termijnen toestaan gebaseerd op de betalingscapaciteit. De berekening van de betalingscapaciteit vindt plaats op de voet van, met dien verstande dat de Dienst Toeslagen het netto-besteedbare inkomen van de belanghebbende vermeerdert met het netto-besteedbare inkomen van de persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek als partner in de zin vankan worden beschouwd. 6 artikel 12 van de Uitvoeringregeling Invorderingswet 1990 Een betalingsregeling als bedoeld in het vijfde lid wordt niet toegestaan indien de belanghebbende of de in dat lid bedoelde partner over voldoende vermogen in de zin vanbeschikken voor de voldoening van de terugvorderingen en de bestuurlijke boetes waarop het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, betrekking heeft, met dien verstande dat bevoorrechte schulden op het vermogen in mindering worden gebracht. 7 Indien de Dienst Toeslagen een betalingsregeling als bedoeld in het vijfde lid toestaat die zowel betrekking heeft op een of meer terugvorderingen als op een of meer bestuurlijke boetes, strekken de betalingen van de belanghebbende eerst ter voldoening van de terugvorderingen alvorens deze strekken ter voldoening van de bestuurlijke boetes. 8 Een betalingsregeling als bedoeld in het vierde of vijfde lid wordt niet toegestaan indien het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek#
Artikel 8 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek 1 artikel 21a van de wet Indien de belanghebbende tijdig een gemotiveerd bezwaar of verzoek om herziening als bedoeld inheeft ingediend tegen de terugvordering dan wel beroep of hoger beroep heeft ingediend tegen de uitspraak op een bezwaar of verzoek om herziening als bedoeld in artikel 21a van de wet, kan de Dienst Toeslagen uitstel van betaling van de terugvordering verlenen tot het moment waarop op het bezwaar of verzoek om herziening als bedoeld in artikel 21a van de wet, het beroep of hoger beroep is beslist. 2 artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 9.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing indien bezwaar, beroep, hoger beroep of beroep in cassatie, dan wel een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend ter zake van een inkomensgegeven als bedoeld in, dat bepalend is voor de draagkracht waarmee bij de terugvordering rekening is gehouden. Onder een verzoek om ambtshalve vermindering wordt mede verstaan een verzoek om herziening als bedoeld in. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Voortdurende vermogenstoetsuitzonderingen#
Artikel 9 Voortdurende vermogenstoetsuitzonderingen 1 artikel 7, derde en vierde lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag artikel 1, vierde lid van de Wet op het kindgebonden budget artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op verzoek van de belanghebbende blijft,ofbuiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in, zou worden verminderd met: a. bezittingen die zijn opgekomen: 1°. van de zijde van een pleegkind; 2°. van de zijde van een kind en waarover zowel de belanghebbende, diens partner, een eventuele medebewoner, alsook het kind niet kan beschikken; b. artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht een bedrag ter grootte van de navolgende eenmalige uitkeringen die in het berekeningsjaar of in enig eerder jaar zijn ontvangen, waaronder mede begrepen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in: 1°. immateriële schadevergoedingen die zijn toegekend voor 1 januari 2024; 2°. schadevergoedingen die door de overheid, het Nederlandse Rode Kruis, of fabrikanten van farmaceutische producten zijn betaald aan hemofiliepatiënten die met het aids-virus zijn besmet; 3°. Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 vergoedingen ingevolge dezoals deze luidde op 31 maart 2014 of de; 4°. uitkeringen van de Stichting Maror-gelden Overheid, opgericht op 1 december 2000, gevestigd te Amsterdam; 5°. uitkeringen van de Stichting Het Gebaar, opgericht op 19 november 2001, gevestigd te ’s-Gravenhage; 6°. uitkeringen van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, opgericht op 3 november 2000, gevestigd te Tilburg; 7°. uitkeringen van de Stichting Joods Humanitair Fonds, opgericht op 31 januari 2002, gevestigd te ’s-Gravenhage; 8°. uitkeringen van de Stichting Individuele Maror Gelden, opgericht op 1 december 2000, gevestigd te Amsterdam; 9°. uitkeringen van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd te ’s-Gravenhage; 10°. uitkeringen van de Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa, opgericht op 11 maart 2002, gevestigd te ’s-Gravenhage; 11°. uitkeringen van de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd te ’s-Gravenhage; 12°. uitkeringen uit het DES-Fonds die zijn verstrekt aan slachtoffers van het gebruik van DES-preparaten; 13°. tegemoetkomingen op grond van de Regeling tegemoetkoming financiële gevolgen in verband met functionele invaliditeit nieuwjaarsbrand Volendam (Stcrt. 2003, 42) en bijdragen op grond van de Regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam II (Stcrt. 2004, 188), uitgekeerd aan de getroffenen zelf; 14°. vergoedingen op grond van de compensatieregeling van de Rooms-Katholieke Kerk Nederland voor slachtoffers van seksueel misbruik; 15°. artikel 21a van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen artikel 21a van het Besluit bijzondere militaire pensioenen bijzondere uitkeringen van het Ministerie van Defensie op grond vanof op grond van; 16°. uitkeringen op grond van de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen of op grond van de civiele regeling die de Staat voor deze groep van slachtoffers heeft opgesteld; 17°. paragraaf 2.6 van de Regeling subsidies AWBZ uitkeringen van een voorschot op een persoonsgebonden budget als bedoeld in, die betrekking hebben op een in het kalenderjaar 2012 of in het kalenderjaar 2013 gelegen subsidieperiode voor zover deze zijn gedaan vóór 1 januari van het betreffende kalenderjaar; 18°. Uitkeringsregeling Backpay uitkeringen op grond van de. 2 artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op verzoek van de belanghebbende blijftofbuiten toepassing indien wel aanspraak op zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende of zijn partner de rendementsgrondslag, bedoeld in, zou worden verminderd met een bedrag ter grootte van een in het berekeningsjaar of in enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkering: a. die een schadevergoeding vormt voor een letselschade; en b. waarvan de hoogte is vastgelegd in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak die is gedateerd voor 11 oktober 2010, dan wel, indien de uitkering op andere grond tot stand is gekomen, de hoogte is vastgesteld voor 11 oktober 2010. 3 Het eerste lid, onderdeel b, onder 3° tot en met 11°, is eveneens van toepassing ingeval de genoemde uitkeringen of tegemoetkomingen zijn verstrekt aan nabestaanden van de gerechtigden. 4 Een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren waarop het verzoek om toepassing van een vermogenstoetsuitzondering betrekking kan hebben. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9bis — Artikel 9bis Tijdelijke vermogenstoetsuitzonderingen voor tien jaar#
Artikel 9bis Tijdelijke vermogenstoetsuitzonderingen voor tien jaar 1 artikel 7, derde en vierde lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht Op verzoek van de belanghebbende blijft,ofbuiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in, zou worden verminderd met een bedrag ter grootte van de volgende aangewezen toekenningen, waaronder mede begrepen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in: a. Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten een financiële ondersteuning aan zorgmedewerkers in verband met langdurige post-COVID klachten die is toegekend op grond van de; b. Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose een tegemoetkoming die is toegekend op grond van deof de; c. een schadevergoeding die na vaststelling van de schade door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011; d. een eenmalige uitkering van immateriële schadevergoeding die is toegekend vanaf 1 januari 2024; e. Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag dat is toegekend op grond van het; f. Wet compensatie wegens selectie aan de poort een compensatie of aanvullende compensatie die is toegekend op grond van de. 2 Het verzoek kan uitsluitend betrekking hebben op de aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget over de eerste tien berekeningsjaren volgend op het kalenderjaar waarin de bezitting werd verkregen. 3 Het verzoek wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren, voor zover het verzoek ingevolge het tweede lid op deze berekeningsjaren betrekking kan hebben. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9ter — Artikel 9ter Tijdelijke vermogenstoetsuitzonderingen voor drie jaar#
Artikel 9ter Tijdelijke vermogenstoetsuitzonderingen voor drie jaar 1 artikel 7, derde en vierde lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht Op verzoek van de belanghebbende blijft,ofbuiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in, zou worden verminderd met een bedrag ter grootte van de volgende aangewezen toekenningen, waaronder mede begrepen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in: a. een eenmalige aanvullende financiële bijdrage die is toegekend door de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg; b. Tijdelijke Regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen een eenmalige uitkering die is toegekend op grond van de; c. Instellingsbesluit Commissie Uitvoering civielrechtelijke regeling Srebrenica een schadevergoeding die is toegekend door de Commissie Uitvoering civielrechtelijke regeling Srebrenica, bedoeld in het; d. Beleidsregel tegemoetkoming Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985-2014 een eenmalige tegemoetkoming die is toegekend op grond van de. 2 Het verzoek kan uitsluitend betrekking hebben op de aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget over de eerste drie berekeningsjaren volgend op het kalenderjaar waarin de bezitting werd verkregen. 3 Het verzoek wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren, voor zover het verzoek ingevolge het tweede lid op deze berekeningsjaren betrekking kan hebben. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9quater — Artikel 9quater Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering regelingen inzake de hersteloperatie toeslagen#
Artikel 9quater Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering regelingen inzake de hersteloperatie toeslagen 1 Artikel 7, derde en vierde lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht ,ofblijft buiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in, zou worden verminderd met de waarde van een bezitting als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 die is verkregen als gevolg van en met inbegrip van de daarmee samenhangende rente, bedoeld in: a. het verlagen of op nihil vaststellen van een terug te vorderen bedrag kinderopvangtoeslag in bijzondere omstandigheden vanwege de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van een voor 23 oktober 2019 genomen beschikking tot vaststelling of tot terugvordering kinderopvangtoeslag in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen; b. een herziening van een op 23 oktober 2019 onherroepelijk vaststaande beschikking tot terugvordering kinderopvangtoeslag, in bijzondere omstandigheden vanwege de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van deze beschikking in verhouding tot de met de beschikking te dienen doelen, indien die beschikking tot terugvordering betrekking heeft op een berekeningsjaar waarover ten minste € 1.500 aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd; c. een herziening van een op 23 oktober 2019 onherroepelijk vaststaande beschikking tot toekenning kinderopvangtoeslag waarbij het recht op kinderopvangtoeslag wordt vastgesteld naar rato van het bedrag van de kosten van kinderopvang waarvan aannemelijk is dat het tijdig is betaald, indien de naar rato vaststelling betrekking heeft op een berekeningsjaar waarover het recht op kinderopvangtoeslag met ten minste € 1.500 is verlaagd; d. een toegekende hardheidstegemoetkoming als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet, zoals dat luidde op 25 januari 2021; e. artikel 2.9 van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende bijzondere tegemoetkoming als bedoeld in; f. artikelen 2.1, eerste of derde lid 2.14h, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in de, of; g. artikel 2.6, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in; h. artikel 2.6, derde lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende aanvullende tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in; i. artikel 49g, eerste lid, van de wet een toegekende eenmalige tegemoetkoming als bedoeld in, zoals dat luidde op 25 januari 2021; j. artikelen 2.8, eerste lid 2.14i 2.18, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende noodvoorziening als bedoeld in de,of; k. artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekend forfaitair bedrag als bedoeld in, voor zover dat bedrag niet is toegekend aan de partner of voormalige partner van de belanghebbende; l. artikel 2.5 van de Wet hersteloperatie toeslagen een compensatie naar aanleiding van hardheid als bedoeld in; m. artikel 2.7, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekend bedrag als bedoeld in; n. artikel 2.12 van de Wet hersteloperatie toeslagen een tegemoetkoming als bedoeld in; o. afdeling 2.5 van de Wet hersteloperatie toeslagen een tegemoetkoming op grond van; p. artikelen 2.14c, eerste lid 2.14d 2.14e, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende tegemoetkoming als bedoeld in de,, en; q. artikelen 2.9a, eerste lid 2.9b, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekend bedrag op grond van een voorziening als bedoeld in de, of; r. artikelen 2.9a, tweede lid 2.9b, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen een toegekende aanvullende compensatie of toegekende aanvullende O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de, of. 2 artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op verzoek van de belanghebbende is het eerste lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een bezitting als bedoeld in: a. artikel 2.7, eerste of tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen artikel 2.14h, eerste lid, van die wet artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht die is verkregen als gevolg van de feitelijke toebedeling aan de belanghebbende van een aan de voormalige partner van de belanghebbende toegekend bedrag als bedoeld inof compensatie als bedoeld inen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in; of b. artikel 2.12 van de Wet hersteloperatie toeslagen artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht die is opgekomen van de zijde van een kind als gevolg van een tegemoetkoming als bedoeld inen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in. 3 De vermogenstoetsuitzonderingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden uitsluitend over de eerste tien berekeningsjaren volgend op het kalenderjaar waarin de bezitting verkregen werd. Een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren waarover de vermogenstoetsuitzonderingen kunnen gelden. 4 artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een bezitting mede verstaan de afname van een schuld als bedoeld in. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9quinquies — Artikel 9quinquies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering bijdrage Stichting Zorg na Werk in Coronazorg#
Artikel 9quinquies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering bijdrage Stichting Zorg na Werk in Coronazorg Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9sexies — Artikel 9sexies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatieregeling Dutchbat III en nabestaanden Srebrenica#
Artikel 9sexies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatieregeling Dutchbat III en nabestaanden Srebrenica Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9septies — Artikel 9septies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatieregeling transgender en intersekse personen#
Artikel 9septies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatieregeling transgender en intersekse personen Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9octies — Artikel 9octies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering schadevergoeding overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn#
Artikel 9octies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering schadevergoeding overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9novies — Artikel 9novies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering immateriële schadevergoeding toegekend vanaf 1 januari 2024#
Artikel 9novies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering immateriële schadevergoeding toegekend vanaf 1 januari 2024 Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9decies — Artikel 9decies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst#
Artikel 9decies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9undecies — Artikel 9undecies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatie wegens selectie aan de poort#
Artikel 9undecies Tijdelijke vermogenstoetsuitzondering compensatie wegens selectie aan de poort Vervallen 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9a — Artikel 9a Termijnverlenging in het kader van de toepassing van Verordening (EG) nr. 987/2009 (PbEU 2009, L 284)#
Artikel 9a Termijnverlenging in het kader van de toepassing van Verordening (EG) nr. 987/2009 (PbEU 2009, L 284) Indien de Dienst Toeslagen overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284) retroactief als bevoegd orgaan is aangemerkt: a. artikel 15 van de wet wordt de belanghebbende geacht tijdig een aanvraag te hebben gedaan als bedoeld in; b. artikel 19 van de wet worden de ingenoemde beslissingstermijnen voor toekenning van de tegemoetkoming verlengd met de tijd gedurende welke een orgaan in een andere lidstaat aangewezen is geweest als voorlopig bevoegd orgaan; c. artikel 21, tweede lid artikel 5a, eerste lid, onderdeel a wordt de in, van de wet genoemde termijn en de in, genoemde termijn verlengd met de tijd gedurende welk een orgaan in een andere lidstaat aangewezen is geweest als voorlopig bevoegd orgaan. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 9b — Artikel 9b Hardheidsregeling kinderopvangtoeslag#
Artikel 9b Hardheidsregeling kinderopvangtoeslag Vervallen 2022 29670 04-11-2022 19-10-2022 2022-258523 2022 434 04-11-2022 02-11-2022 05-11-2022 26-01-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hersteloperatie
toeslagen in werking treedt.
Artikel 9c — Artikel 9c Ondersteuning belanghebbenden#
Artikel 9c Ondersteuning belanghebbenden wet artikel 25h, vijfde lid, van de Mededingingswet De Dienst Toeslagen kan ondersteuning verlenen bij het verwezenlijken van rechten of het nakomen van verplichtingen die voortvloeien uit de, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling. Deze ondersteuning vindt plaats in het algemeen belang als bedoeld in. Onder ondersteuning wordt in ieder geval verstaan: a. het ter beschikking stellen van middelen voor het verwezenlijken van rechten en nakomen van verplichtingen, bedoeld in de eerste zin, en b. het ondersteunen, onder meer met de middelen, bedoeld in onderdeel a, van partijen die hulp bieden bij het verwezenlijken van rechten en nakomen van verplichtingen, bedoeld in de eerste zin, voor zover die partijen geen vergoeding vragen voor het bieden van die hulp. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 9d — Artikel 9d Verordening (EG) nr. 987/2009 Overgangsrecht termijnverlenging in het kader van de toepassing van(PbEU 2009, L 284) ten gevolge van afschaffen rente#
Artikel 9d Verordening (EG) nr. 987/2009 Overgangsrecht termijnverlenging in het kader van de toepassing van(PbEU 2009, L 284) ten gevolge van afschaffen rente Artikel 9a, onderdeel c , zoals dat luidde op 31 december 2025 blijft van toepassing met betrekking tot beschikkingen die zien op de berekeningsjaren voorafgaand aan het berekeningsjaar 2026. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. 2005 251 27-12-2005 12-12-2005 DB2005-129M 2005 251 27-12-2005 12-12-2005 DB2005-129M 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. 2005 251 27-12-2005 12-12-2005 DB2005-129M 2005 251 27-12-2005 12-12-2005 DB2005-129M 01-01-2006