Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 november 2007, nr. DPenO 2802885, houdende vaststelling van de Mandaatregeling Personele Aangelegenheden VWS 2007.
- BWB-id
- BWBR0022933
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2014-07-08 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022933
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/mandaatregeling-personele-aangelegenheden-vws-2007
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/mandaatregeling-personele-aangelegenheden-vws-2007/2014-07-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022933&g=2014-07-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022933&z=2026-06-06&g=2014-07-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022933/2014-07-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/mandaatregeling-personele-aangelegenheden-vws-2007
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. Ministerie: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; c. artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, van het Organisatiebesluit VWS dienstonderdelen kernMinisterie: de ingenoemde beleidsdirecties, stafdirecties, facilitaire diensten en eenheden; d. 4 van het Organisatiebesluit VWS diensten en instellingen: de in artikelgenoemde diensten en instellingen van het Ministerie; e. artikel 5 van het Organisatiebesluit VWS secretariaten van raden en commissies: de ingenoemde secretariaten van raden en commissies van het Ministerie; f. hoofd van dienst: de functionaris die is belast met de leiding van een onderdeel van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e. g. portefeuillehouder: de functionaris onder wie onderdelen van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e ressorteren; h. ressorteren: in eerste instantie vallend onder het gezagsdomein, de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal onverlet latend; i. Algemeen Rijksambtenarenreglement medewerker: de bij het Ministerie werkzame persoon die is aangesteld op grond van het(ARAR); j. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen; k. ondermandaat: de door een gemandateerde verleende bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen; l. gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend; m. mandaatgever: degene die mandaat verleent. 2 Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 2 — Artikel 2 Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever#
Artikel 2 Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever 1 De mandaatgever blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. 2 De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde intrekken. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 3 — Artikel 3 Aanwijzingen, instructies en inlichtingen#
Artikel 3 Aanwijzingen, instructies en inlichtingen 1 De mandaatgever kan ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid zowel algemene als bijzondere aanwijzingen of instructies geven. 2 De gemandateerde verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 4 — Artikel 4 Toerekening aan mandaatgever#
Artikel 4 Toerekening aan mandaatgever Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Beperking uitoefening mandaat#
Artikel 5 Beperking uitoefening mandaat 1 De gemandateerde oefent de gemandateerde bevoegdheid niet uit, indien de aard of de inhoud van een stuk een zodanig gewicht heeft dat het door de mandaatgever behoort te worden afgedaan. 2 De gemandateerde oefent de gemandateerde bevoegdheid niet uit, indien de betrokken personeelsaangelegenheid ook hemzelf betreft. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 6 — Artikel 6 Vermelden mandaatgever#
Artikel 6 Vermelden mandaatgever Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt dat namens de Minister het besluit is genomen. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Vervanging, wijziging portefeuilleverdeling, kwartiermakers en (beoogd) hoofd van dienst nieuwe organisatie-onderdelen#
Artikel 7 Vervanging, wijziging portefeuilleverdeling, kwartiermakers en (beoogd) hoofd van dienst nieuwe organisatie-onderdelen 1 Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat. 2 Organisatiebesluit VWS Organisatiebesluit VWS Bij wijzigingen van de portefeuilleverdeling zonder dat hetdaarop is aangepast, ontlenen portefeuillehouders bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het. 3 Organisatiebesluit VWS Organisatiebesluit VWS De functionaris die schriftelijk is aangewezen als kwartiermaker of als (beoogd) hoofd van dienst van een nieuw organisatie-onderdeel of een organisatie-onderdeel in oprichting, welke onderdelen nog niet zijn opgenomen in het, heeft bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 8 — Artikel 8 De secretaris-generaal#
Artikel 8 De secretaris-generaal artikelen 9 11 De secretaris-generaal heeft mandaat ten aanzien van alle besluiten met betrekking tot personeelsaangelegenheden van VWS, daaronder begrepen het vaststellen van beleidsregels, het nemen van reorganisatiebesluiten, het geven van aanwijzingen en instructies aan de functionarissen genoemd in detot en met, een en ander voor zover niet voorbehouden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 9 — Artikel 9 Portefeuillehouders#
Artikel 9 Portefeuillehouders 1 De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van medewerkers van het kernMinisterie die i. rechtstreeks onder hen ressorteren; ii. ressorteren onder onderdelen binnen hun gezagsdomein. 2 artikel 7, lid 4 ARAR De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van de hoofden van dienst (uitgezonderd de functionarissen die behoren tot de Topmanagementgroep als bedoeld in), van de diensten en instellingen, secretariaten van raden en commissies, die behoren tot hun gezagsdomein. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 10 — Artikel 10 Hoofden van dienst van dienstonderdelen kernMinisterie, secretariaten van raden en commissies#
Artikel 10 Hoofden van dienst van dienstonderdelen kernMinisterie, secretariaten van raden en commissies De hoofden van dienst hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van medewerkers die onder hen ressorteren. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 11 — Artikel 11 Hoofden van dienst diensten en instellingen#
Artikel 11 Hoofden van dienst diensten en instellingen De hoofden van dienst hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van medewerkers die onder hen ressorteren. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 12 — Artikel 12 Directeur Bedrijfsvoering#
Artikel 12 Directeur Bedrijfsvoering 1 De directeur Bedrijfsvoering heeft mandaat om de namens de Minister genomen besluiten ten aanzien van medewerkers van het kernMinisterie te ondertekenen. 2 De directeur Bedrijfsvoering heeft mandaat om de namens de Minister genomen besluiten ten aanzien van medewerkers bij andere dienstonderdelen van het Ministerie te ondertekenen indien dat met de gemandateerden schriftelijk is overeengekomen. 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 08-07-2014 01-01-2009
Artikel 13 — Artikel 13 De Minister#
Artikel 13 De Minister Aan de Minister blijft voorbehouden: a. artikel 132b ARAR het vaststellen van Ministeriële regelingen met uitzondering van die bedoeld in; b. het nemen van een besluit op bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de secretaris-generaal namens de Minister is genomen. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 14 — Artikel 14 De secretaris-generaal#
Artikel 14 De secretaris-generaal artikelen 9 10 11 In afwijking van de,enheeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot: – artikel 132b ARAR het vaststellen van beleidsregels en Ministeriele regels als bedoeld in; – besluiten met betrekking tot de plaatsvervangend secretaris-generaal; – het vaststellen van inhoud en niveau van organieke en feitelijk opgedragen functies van functionarissen waarvan de functie is gewaardeerd op het niveau van schaal 15; – het vaststellen van inhoud en niveau van organieke en feitelijk opgedragen functies van functionarissen waarvan de functie is gewaardeerd op het niveau van schaal 16 tot en met 18, na advies van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – aanstellen en ontslag van: • hoofden van dienst, • BBRA functionarissen in functies die zijn gewaardeerd op schaal 17 en hoger; – besluiten tot toepassing van hardheidsclausules; – besluiten tot het toekennen van ambtsjubileum gratificaties; – het vaststellen of aan een functie binnen het kernMinisterie, en de secretariaten van raden en commissies een vaste vergoeding voor representatiekosten is verbonden en de hoogte van die vergoeding; 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 15 — Artikel 15 Portefeuillehouders#
Artikel 15 Portefeuillehouders 1 artikelen 10 11 In afwijking van deenhebben de directeuren-generaal (kerndepartement) en de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat voor het nemen van reorganisatiebesluiten die betrekking hebben op onderdelen van het Ministerie die behoren tot hun gezagsdomein. 2 artikel 10 In afwijking vanhebben de directeuren-generaal (kerndepartement) en de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat met betrekking tot: – aanstelling en ontslag op verzoek, van medewerkers in functies die zijn gewaardeerd op schaal 14, 15 of 16 BBRA; – artikel 6a ARAR aanstelling met toepassing van; – artikel 21, lid 2, ARAR besluiten waarbij de arbeidsduur wordt vastgesteld op meer dan 36 uur (); – artikelen 77 80 tot en met 84 91 92 ARAR besluiten gegrond op de,,en(ontzegging toegang en disciplinaire straffen); – ontslag anders dan op verzoek. 3 artikel 11 In afwijking vanheeft de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de Rijksinstellingen voor gesloten jeugdzorg Den Engh en De Lindenhorst mandaat met betrekking tot: – artikel 6a ARAR de aanstelling met toepassing van; – het vaststellen of aan een bepaalde functie een vaste vergoeding voor representatiekosten is verbonden en de hoogte van die vergoeding; – alle besluiten betreffende medewerkers waarvan de functie is ingeschaald op het niveau van schaal 14 en 15, behoudens de bevoegdheid van de Secretaris-Generaal tot het vaststellen van de inhoud en niveau van organieke en feitelijk opgedragen functies op het niveau van schaal 15. 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 08-07-2014 01-02-2009
Artikel 16 — Artikel 16 Bindend advies directeur Personeel en Organisatie#
Artikel 16 Bindend advies directeur Personeel en Organisatie Met uitzondering van de secretaris-generaal neemt het tot beslissen bevoegd gezag de volgende besluiten niet dan nadat daarover bindend advies is gegeven door de directeur van de directie Personeel en Organisatie: a. artikel 6a ARAR een aanstelling waarbijwordt toegepast; b. het toekennen van een extra uitkering bij ontslag; c. besluiten inzake strafontslag betreffende medewerkers van de Rijksinstellingen voor gesloten jeugdzorg Den Engh en De Lindenhorst. 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 08-07-2014 01-02-2009
Artikel 17 — Artikel 17 (Bijzonder) ondermandaat#
Artikel 17 (Bijzonder) ondermandaat 1 hoofdstukken 3 4 5 De secretaris-generaal kan aan andere functionarissen dan de op grond van de,enbevoegde functionarissen ondermandaat verlenen, behoudens ten aanzien van het vaststellen van beleidsregels. 2 De hoofden van dienst van dienstonderdelen kernMinisterie en secretariaten van raden en commissies zijn bevoegd aan onder hen ressorterende functionarissen ondermandaat te verlenen voor de uitoefening van bepaalde bevoegdheden. Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de plaatsvervangend-secretaris-generaal. 3 De hoofden van dienst van diensten en instellingen zijn bevoegd aan onder hen ressorterende functionarissen ondermandaat te verlenen voor de uitoefening van bepaalde bevoegdheden. Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend. Ondermandaat als bedoeld in dit lid wordt niet verleend tot: – artikel 6a ARAR aanstelling met toepassing van; – artikel 21, lid 2, ARAR besluiten waarbij de arbeidsduur wordt vastgesteld op meer dan 36 uur (); – artikelen 77 80 tot en met 84 91 92 ARAR besluiten gegrond op de,,en(ontzegging van de toegang en disciplinaire straffen); – ontslag anders dan op verzoek. – het vaststellen of aan een bepaalde functie een vaste vergoeding voor representatiekosten is verbonden en de hoogte van die vergoeding; 4 artikelen 9 10 11 12 De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in het kader van P-Loket en P-Direkt, bij schriftelijk besluit de in de,,enverleende mandaten in te trekken en ondermandaat te verlenen aan andere functionarissen dan de in die artikelen vermelde functionarissen. 5 artikel 12 De directeur Bedrijfsvoering is bevoegd ten aanzien van deverleende bevoegdheden ondermandaat te verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen. 6 Ondermandaat wordt niet verleend tot het nemen van een beslissing op bezwaar. 7 Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing. 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 2014 18636 07-07-2014 10-03-2009 DPenO2911365 08-07-2014 01-01-2009
Artikel 18 — Artikel 18 Wijziging regelgeving#
Artikel 18 Wijziging regelgeving artikelen 4 5 van het Organisatiebesluit VWS Daar waar in regelgeving en (beleids)regels die betrekking hebben op personele aangelegenheden wordt gesproken van decentrale dienst(en), wordt daarvoor gelezen de onderdelen bedoeld in deen. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 19 — Artikel 19 Register#
Artikel 19 Register 1 Organisatiebesluit VWS artikel 17 van de Mandaatregeling VWS Alle mandaatverleningen en ondermandaatverleningen op grond van dit besluit, nog niet geformaliseerde wijzigingen van hetwaaronder wijzigingen in de portefeuilleverdeling van portefeuillehouders, worden opgenomen in het register dat de directeur Bestuursondersteuning bijhoudt ter uitvoering van. 2 Bij verlenging, wijziging of beëindiging van een mandaat of ondermandaat wordt een kopie van dat besluit gezonden aan de directeur Bestuursondersteuning. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding#
Artikel 20 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Ingetrokken worden de volgende besluiten: a. Mandaatregeling Personele Aangelegenheden VWS d.d. 22 maart 2000 (DPenO 20446075); b. Ondermandaatregeling Personele Aangelegenheden VWS d.d. 22 maart 2000 (DpenO 2046076); c. Procedure extra uitkering bij ontslag d.d. 22 juli 1991 (CDPM U 91892). 3 Ten aanzien van de op de dag voor de inwerkingtreding van deze regeling bestaande mandaten en ondermandaten die zijn verleend op grond van de ingetrokken besluiten wordt geacht mandaat of ondermandaat te zijn verleend op basis van dit besluit. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007
Artikel 22 — Artikel 22 Bekendmaking#
Artikel 22 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en worden gepubliceerd op het VWS-intranet. Een exemplaar van het besluit wordt voor medewerkers ter inzage gelegd bij de hoofden van dienst. 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 2007 234 03-12-2007 12-11-2007 DPenO2802885 05-12-2007