Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013
- BWB-id
- BWBR0023118
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2012-02-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023118
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-efro-doelstelling-3-programmaperiode-2007-2013
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-efro-doelstelling-3-programmaperiode-2007-2013/2012-02-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023118&g=2012-02-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023118&z=2026-06-06&g=2012-02-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023118/2012-02-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-efro-doelstelling-3-programmaperiode-2007-2013
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen; b. projectsubsidie: een subsidie die wordt verstrekt aan degene die een project uitvoert dat past in een Europees programma; c. programmasubsidie: een subsidie die wordt verstrekt aan de managementautoriteit van een Europees programma. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid artikel 4 van het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 Als Europees Programma, bedoeld inenwordt aangewezen: a. het Operationeel Programma voor Vlaanderen-Nederland, goedgekeurd bij beschikking van de Europese Commissie van 16 november 2007, nr. C (2007)5463; b. het Operationeel Programma voor Duitsland-Nederland, goedgekeurd bij beschikking van de Europese Commissie van 3 december 2007, nr. C (2007) 5809; c. het Operationeel Programma voor Euregio Maas–Rijn, goedgekeurd bij beschikking van de Europese Commissie van 18 september 2007, nr. C (2007)4250; d. het Operationeel Programma Twee Zeeën, goedgekeurd bij beschikking van de Europese Commissie van 19 september 2008, nr. C (2008)5113. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Minister kan op aanvraag projectsubsidie verlenen indien eveneens projectsubsidie ten laste van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling verkregen is of wordt. De projectsubsidie wordt verleend aan: a. artikel 2, onderdelen c of d degene die een project tot stand brengt dat past in één van de programma’s, genoemd in; b. artikel 2, onderdelen c of d de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in één van de programma’s, genoemd in. 2 Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de projectsubsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om projectsubsidie is opgetreden. 3 Indien een subsidie ten laste van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling nog niet is verkregen, wordt de projectsubsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie ten laste van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling verkregen is. 2012 2990 17-02-2012 08-02-2012 WJZ/11182967 2012 2990 17-02-2012 08-02-2012 WJZ/11182967 18-02-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid Het subsidieplafond voor de projectsubsidie, bedoeld in, is: a. artikel 2, onderdeel c voor het programma, bedoeld in: € 4.700.000,–; b. artikel 2, onderdeel d voor het programma, bedoeld in: € 2.300.000,–. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 De aanvraag om subsidieverlening wordt gedaan bij de managementautoriteit van het desbetreffende Europees Programma, genoemd in. 2 artikel 3 De Minister beslist binnen 13 weken op de aanvraag, bedoeld in. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Minister wijst de aanvraag in ieder geval af indien deze strekt tot het krachtens deze regeling projectsubsidie verkrijgen ter hoogte van het geheel van de subsidiabele kosten van het project. 2 De Minister verleent de projectsubsidie zonodig onder de opschortende voorwaarde van tijdige toekenningsbeslissingen door de beoogde overige cofinanciers. 3 De Minister kan de aanvraag geheel of gedeeltelijk afwijzen indien: a. blijkt dat de beoogde cofinanciering door de overige cofinanciers niet of niet volledig is aangevraagd dan wel niet of niet volledig zal worden verleend, of b. het project naar het oordeel van de Minister volgens het Europees Programma in aanmerking komt voor een groter deel cofinanciering door een ander bestuursorgaan en indien blijkt dat deze cofinanciering niet of niet volledig is aangevraagd dan wel niet of niet volledig zal worden verleend. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid De Minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in, indien: a. Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 de aanvraag of het project niet voldoet aan de Kaderverordening, de EFRO-verordening, de Uitvoeringsverordening, hetof deze regeling; b. het project niet past binnen het Europees Programma; c. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000,–; d. artikel 2, onderdeel c het project niet valt in prioriteit 1 of prioriteit 4 van het programma, bedoeld in; e. artikel 2, onderdeel d het project niet valt in prioriteit 1, prioriteit 4 of prioriteit 5 van het programma, bedoeld in; of f. het project niet past binnen de criteria, bedoeld in artikel 65, onder a, van de Kaderverordening. 2 In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend indien een project valt in prioriteit 1 en het project niet in voldoende mate bijdraagt aan ten minste twee van de volgende doelstellingen: a. versterking en betere benutting van kennispotentieel, b. kennisoverdracht, c. toepassing van kennis in nieuwe producten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan, of d. toepassing en uitbouw van kennis in nieuwe of bestaande kennis- en onderzoeksinfrastructuur. 2011 19664 02-11-2011 26-10-2011 WJZ/11144976 2011 19664 02-11-2011 26-10-2011 WJZ/11144976 03-11-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht De Minister verdeelt het beschikbare bedrag aan rijkscofinanciering op volgorde van binnenkomst van de aanvraag, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt. 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 22-12-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, tenzij de managementautoriteit heeft ingestemd met het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project. 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 22-12-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. 2 De subsidieontvanger zal, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister, niet: a. indien hij een rechtspersoon is, de rechtspersoon ontbinden of geheel of gedeeltelijk vervreemden; b. indien hij deelnemer is in een samenwerkingsverband in de vorm van een commanditaire vennootschap, een vennootschap onder firma of een maatschap, meewerken aan de ontbinding ervan of aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan. 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 22-12-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Als projectkosten worden uitsluitend de door het Comité van Toezicht van de Managementautoriteit van het desbetreffende programma goedgekeurde kostensoorten in aanmerking genomen. 2 De projectkosten worden slechts toegerekend aan een bepaald project voor zover deze rechtstreeks toe te rekenen zijn aan dat project en zij proportioneel en doelmatig zijn. 3 Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door de Minister, door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan projectsubsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan de totale waarde van de projectkosten die voor deze subsidie in aanmerking komen. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Minister verbindt zodanige verplichtingen aan de projectsubsidie dat de subsidieontvanger aan de certificeringsautoriteit en de auditautoriteit de voor hun taakvervulling nodige medewerking verleent. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De Minister verleent op aanvraag en naar rato van de mate waarin deze cofinanciering bijdraagt aan de totale financiering van het project een voorschot van 100% van de verleende subsidie: a. voor zover de subsidiabele kosten gemaakt en betaald zijn, en b. voor zover de certificeringsautoriteit de desbetreffende betaalaanvraag heeft goedgekeurd. 2 In afwijking van het eerste lid kan de Minister éénmalig op aanvraag een voorschot van ten hoogste 10% van de verleende subsidie geven indien dit voor de start van het project noodzakelijk is. 3 In afwijking van het percentage, bedoeld in het eerste lid, bedragen voorschotten na toepassing van het tweede lid 90% van de subsidie. 4 De aanvraag gaat vergezeld van stukken waaruit blijkt dat is voldaan aan de criteria voor voorschotverlening. 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 2007 247 20-12-2007 16-12-2007 WJZ7137998 22-12-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 2, onderdelen c en d Als toezichthouder op deze regeling voor de programma’s, bedoeld in, worden aangewezen de ambtenaren van de Auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 2, onderdeel a of b De Minister verstrekt op aanvraag een programmasubsidie aan de managementautoriteit van het programma, bedoeld in, voor het financieren van projecten die vallen onder prioriteit 1 of 4 van het desbetreffende programma. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 Het subsidieplafond voor de programmasubsidie bedoeld inis: a. artikel 2, onderdeel a voor het programma, bedoeld in: € 10.200.000,–; b. artikel 2, onderdeel b voor het programma, bedoeld in: € 17.800.000,–. 2008 252 30-12-2008 17-12-2008 WJZ/8199849 2008 252 30-12-2008 17-12-2008 WJZ/8199849 01-01-2009 01-11-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De ontvanger van een programmasubsidie financiert geen projecten ten laste van de programmasubsidie zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de Minister. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 De Minister onthoudt de instemming, bedoeld in, indien: a. Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 het project niet voldoet aan de Kaderverordening, de EFRO-verordening, de Uitvoeringsverordening of het; b. het project niet past in het programma; c. de beoogde cofinanciering door de overige cofinanciers niet of niet volledig is aangevraagd, dan wel niet of niet volledig zal worden verleend; d. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000,–; e. het project niet valt in de prioriteiten 1 of 4; f. het project niet past binnen de criteria, bedoeld in artikel 65, onder a, van de Kaderverordening; g. het project valt in prioriteit 1 en niet in voldoende mate bijdraagt aan ten minste twee van de volgende doelstellingen: – versterking en betere benutting van het kennispotentieel; – kennisoverdracht; – toepassing van kennis in nieuwe projecten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan, of – toepassing en uitbouw van kennis in nieuwe of bestaande kennis- en onderzoeksinfrastructuur. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De Minister verleent op aanvraag eenmaal per kwartaal een voorschot. 2 Het voorschot bedraagt 100% van het bedrag dat in de desbetreffende periode voor subsidie in aanmerking komt. 3 De aanvraag gaat vergezeld van stukken waaruit blijkt wat het bedrag is wat in de desbetreffende periode voor subsidie in aanmerking komt. 4 Rentebaten over een voorschot worden besteed aan projecten waarmee de Minister heeft ingestemd. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 8 10 11, eerste en tweede lid De,en, zijn van overeenkomstige toepassing op programmasubsidies. 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 2008 178 15-09-2008 28-08-2008 WJZ/8119865 17-09-2008
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan: a. artikel 2, onderdelen c of d bijlage I degene die een project uitvoert dat past in prioriteit 2 van het programma, bedoeld inen dat in voldoende mate bijdraagt aan een of meer doelen van de Nota Ruimte, zoals deze zijn opgenomen in debij deze regeling; b. artikel 2, onderdelen a of b artikel 2, onderdelen a of b bijlage de managementautoriteit van het programma, bedoeld in, voor het financieren van een project dat past in prioriteit 2 van het programma, bedoeld inen dat in voldoende mate bijdraagt aan de doelen van de Nota Ruimte, zoals deze zijn opgenomen in debij deze regeling. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 21 Het subsidieplafond voor de subsidie, bedoeld in, bedraagt € 3.900.000,–. 2012 2990 17-02-2012 08-02-2012 WJZ/11182967 2012 2990 17-02-2012 08-02-2012 WJZ/11182967 18-02-2012
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 21 De subsidie, bedoeld in, wordt verleend, gehoord de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 21 artikelen 5 6 8 tot en met 14 Indien de subsidie, bedoeld in, een projectsubsidie is, zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 21 artikelen 8 17 19 20 Indien de subsidie, bedoeld in, een programmasubsidie is, zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 2 De programma’s, genoemd in, worden ter inzage gelegd bij het Informatiecentrum van het Ministerie van Economische Zaken, Bezuidenhoutseweg 30 te Den Haag. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008 Voorheen art. 21.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008 Voorheen art. 22.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013. 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 2008 232 28-11-2008 14-11-2008 WJZ/8144797 30-11-2008 Voorheen art. 23.