Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2007, nr. TRCJZ/2007/3100, houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden
- BWB-id
- BWBR0022545
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022545
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022545&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022545&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022545/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden besluit:; gewasbeschermingsmiddel met een laag risico: gewasbeschermingsmiddel zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de verordening (EG) nr. 1107/2009; groepsaccommodaties: een accommodatie met ten minste twintig slaapplaatsen voor het verstrekken van logies aan personen in groepsverband; artikel 7.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving grondwaterbeschermingsgebied: een gebied waarbinnen de kwaliteit van het grondwater krachtenswordt beschermd; onkruid: een op een bepaalde bodem of ander oppervlak ongewenste plant, plantbegroeiing of houtachtig gewas; richtlijn 2000/29/EG: richtlijn nr. 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PbEG 2000, L 169); –5 risicogetal: een volgens een door de Gezondheidsraad opgestelde methode vastgesteld getal dat het extra risico per jaar op sterfte door kanker van 4.10bij een blootstelling gedurende 40 jaar, vijf dagen per week en acht uur per dag weergeeft; stobbe: deel van een boom dat achterblijft in en boven de grond nadat de boom bovengronds is omgezaagd; ultra low volume-formulering: een gewasbeschermingsmiddel in hooggeconcentreerde vorm, bestemd om in fijne druppelvorm te worden verspoten; verordening 284/2013: Verordening (EU) nr. 284/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (Pb EU 2013, L 93); verordening (EU) 1143/2014: Verordening (EU) Nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317); Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden wet:. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Afbouwplan#
Artikel 2.1 Afbouwplan 1 De aanvrager van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel dat een overeenkomstig artikel 4, zevende lid, van verordening (EG) 1107/2009 goedgekeurde werkzame stof bevat, legt tegelijkertijd met zijn aanvraag een plan voor een alternatieve aanpak van het ernstige gevaar voor aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. 2 Het plan beschrijft stapsgewijs: a. hoe binnen vijf jaren na de eventuele toelating chemische of niet-chemische alternatieven kunnen worden gevonden en ingezet in plaats van het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel, en b. met behulp van wiens inzet het doel zal worden gerealiseerd. 3 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan het plan, na overleg met landbouwsectororganisaties of andere sectororganisaties die belang hebben bij de bestrijding van het ernstige gevaar, wijzigen en stuurt het plan binnen twee weken nadat in voorkomend geval een toelating is verleend, aan de Europese Commissie. 4 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan een formulier vaststellen voor het indienen van het plan. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Beoordeling vereenvoudigde uitbreidingstoelating#
Artikel 2.2 Beoordeling vereenvoudigde uitbreidingstoelating 1 Op verzoek van de aanvrager volstaat het college bij de beoordeling van een aanvraag tot uitbreiding van een bestaande toelating met een kleine toepassing als bedoeld in artikel 3, onderdeel 26, van verordening (EG) 1107/2009 met de beoordeling van de documentatie en informatie, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onderdeel d, van verordening (EG) 1107/2009, volgens de stand van de wetenschappelijke en technische kennis en de richtsnoeren of andere beoordelingsmethoden, zoals die hebben gegolden ten tijde van de aanvraag voor de reeds bestaande toelating. 2 Indien het college besluit tot toelating van de uitbreiding, overeenkomstig het eerste lid, eindigt de uitbreidingstoelating tegelijk met de bestaande toelating. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Risicogroep gewasbeschermingsmiddelen die micro-organismen bevatten#
Artikel 2.3 Risicogroep gewasbeschermingsmiddelen die micro-organismen bevatten artikel 4.84 van het Arbeidsomstandighedenbesluit Het college vermeldt bij de toelating de risicogroep, bedoeld in, waarin een gewasbeschermingsmiddel is ingedeeld. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Te overleggen documenten inzake biociden#
Artikel 3.1 Te overleggen documenten inzake biociden Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Werkingssfeer#
Artikel 3.2 Werkingssfeer Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 In acht te nemen communautaire maatregelen#
Artikel 3.3 In acht te nemen communautaire maatregelen Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Beoordelingsmethoden uit richtsnoeren en nationale methoden#
Artikel 3.4 Beoordelingsmethoden uit richtsnoeren en nationale methoden Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 28-06-2013
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Berekening humaan-toxicologisch risico als gevolg van professioneel gebruik#
Artikel 3.5 Berekening humaan-toxicologisch risico als gevolg van professioneel gebruik Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Blootstelling als gevolg van professioneel gebruik#
Artikel 3.6 Blootstelling als gevolg van professioneel gebruik Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Gezondheidskundige norm#
Artikel 3.7 Gezondheidskundige norm Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.7a — Artikel 3.7a Werkzaamheid#
Artikel 3.7a Werkzaamheid Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten#
Artikel 3.8 Beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Beoordeling afgeleide toelating#
Artikel 3.9 Beoordeling afgeleide toelating Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Beoordeling parallelle toelating#
Artikel 3.10 Beoordeling parallelle toelating Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Beoordeling toelating op aanvraag van de minister#
Artikel 3.11 Beoordeling toelating op aanvraag van de minister Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Voorschriften inzake bescherming voortvloeiend uit de richtlijn tot opneming van de werkzame stof#
Artikel 3.12 Voorschriften inzake bescherming voortvloeiend uit de richtlijn tot opneming van de werkzame stof Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Beschermingsfactor meer dan tien#
Artikel 3.13 Beschermingsfactor meer dan tien Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Risicogroep biociden die micro-organismen bevatten#
Artikel 3.14 Risicogroep biociden die micro-organismen bevatten Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen#
Artikel 3.15 Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen Vervallen 2009 16032 26-10-2009 20-10-2009 2009 16032 26-10-2009 20-10-2009 01-01-2010
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Erkenning voor onderzoek voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen#
Artikel 4.1 Erkenning voor onderzoek voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen 1 Proeven en analysen als bedoeld in artikel 29, derde lid, van verordening (EG) 1107/2009, zijn erkend indien zij zijn uitgevoerd door een erkend bedrijf of erkende instelling. 2 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan op aanvraag een bedrijf of instelling waar proeven of analysen als bedoeld in artikel 29, derde lid, van verordening (EG) 1107/2009 worden uitgevoerd, erkennen. 3 De beoordeling van een aanvraag vindt plaats aan de hand van de eisen, bedoeld in punten 3.2 tot en met 3.4.2. van punt 3 Goede Laboratoriumpraktijken (GLP), van de inleiding van de bijlage bij verordening 284/2013. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 4.1a — Artikel 4.1a Erkenning voor onderzoek met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen of niet-toegelaten gebruik#
Artikel 4.1a Erkenning voor onderzoek met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen of niet-toegelaten gebruik artikel 37, tweede lid, van de wet Bij de beoordeling van een aanvraag van een bedrijf of instelling voor een erkenning als bedoeld inwordt gekeken of een bedrijf of een instelling voldoende zekerheid biedt dat aan de volgende voorwaarden kan worden voldaan: a. artikel 4.1, tweede lid het bedrijf of de instelling voldoet aan de eisen, bedoeld in de punten 3.2 tot en met 3.4.2. van punt 3 Goede Laboratoriumpraktijken (GLP), van de inleiding van de bijlage bij verordening (EU) 284/2013, of is erkend overeenkomstig; b. het bedrijf of de instelling treft bij de uitvoering van proeven en experimenten voldoende maatregelen om schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens en dier, voor het milieu of voor andere gewassen te voorkomen; c. de proeven en experimenten vinden plaats op beperkte oppervlakten, zodat het gewasareaal dat jaarlijks in het kader van de proef of het experiment met een niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddel wordt behandeld het door het college ten hoogste toegestane areaal niet overstijgt; d. de administratie die het bedrijf of de instelling bijhoudt beschrijft ten minste per kalenderjaar voor ieder gebruikt niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddel de gebruikte hoeveelheid, alsmede de locatie van proefvelden waar de proeven en experimenten met niet-toegelaten middelen worden uitgevoerd en de totale grootte van het behandelde areaal; e. het bedrijf of de instelling deelt ten minste eenmaal per maand de planning en de precieze locatie van de onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerde proeven en experimenten met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen mede aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; f. de administratie wordt ten minste drie jaren bewaard; g. het bedrijf of de instelling slaat niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen veilig en apart van toegelaten middelen op in een ruimte die ontoegankelijk is voor onbevoegden; h. verordening (EG) 396/2005 de oogst van gewassen die geschikt zijn voor menselijke consumptie of diervoeder en die in het kader van een proef of experiment met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn behandeld, wordt vernietigd of het bedrijf of de instelling biedt voldoende zekerheid dat proeven en experimenten die onder haar verantwoordelijkheid worden uitgevoerd, of in haar opdracht door andere erkende bedrijven of instellingen worden uitgevoerd, de maximale residulimiet voor de desbetreffende stof dan wel het desbetreffende middel, bedoeld in, niet wordt overschreden; en i. het bedrijf of de instelling zorgt ervoor dat de toepassing van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt met een maximale persoonlijke beschermingsuitrusting of het bedrijf of de instelling biedt voldoende zekerheid dat zij kan beoordelen in welke gevallen zij, of een in haar opdracht ander erkend bedrijf of instelling, met een geringere beschermingsuitrusting kan worden volstaan. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Aanvraag erkenning voor onderzoek met biociden#
Artikel 4.2 Aanvraag erkenning voor onderzoek met biociden Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Duur van de erkenning#
Artikel 4.3 Duur van de erkenning 1 De geldigheidsduur van de erkenning bedraagt ten hoogste zes jaren. Zij kan voor een kortere duur worden verleend. 2 Een erkenning kan worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken met ingang van een daarbij aan te geven tijdstip, indien: a. de houder van de erkenning hier schriftelijk om verzoekt; b. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt op grond waarvan een erkenning is verleend; c. artikel 4.4 de houder handelt in strijd met de voorwaarden genoemd inof de voorschriften die bij de erkenning zijn gesteld; d. de houder van de erkenning tekort schiet in hetgeen op grond van deze erkenning redelijkerwijs van hem mag worden verwacht; e. de erkenning dan wel de beperkingen in strijd met wettelijke voorschriften zijn gegeven; f. dit noodzakelijk is in verband met gewijzigde regelgeving of ter uitvoering van een communautaire maatregel, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten. 2008 201 16-10-2008 24-09-2008 TRCJZ/2008/2088 2008 201 16-10-2008 24-09-2008 TRCJZ/2008/2088 18-10-2008
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Herbeoordeling erkenning bij wijziging organisatie#
Artikel 4.4 Herbeoordeling erkenning bij wijziging organisatie artikel 4.1 4.1a Essentiële wijzigingen in de organisatie van het bedrijf dat of de instelling die ingevolgeofeen erkenning heeft, worden schriftelijk aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gemeld. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur beoordeelt of de gewijzigde organisatie, dan wel een eventuele uitbreiding van het type proeven en analyses door de organisatie, voldoet aan de eisen voor erkenning. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Leges#
Artikel 4.5 Leges Vervallen 2020 65899 17-12-2020 04-12-2020 WJZ/20250245 2020 65899 17-12-2020 04-12-2020 WJZ/20250245 01-01-2021
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Procedure erkenning instanties#
Artikel 4.6 Procedure erkenning instanties Vervallen 2020 66003 23-12-2020 11-12-2020 WJZ/19217067 2020 66003 23-12-2020 11-12-2020 WJZ/19217067 01-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/66003 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Erkenningsvoorwaarden instanties en toepassingsvoorschriften#
Artikel 4.7 Erkenningsvoorwaarden instanties en toepassingsvoorschriften Vervallen 2020 66003 23-12-2020 11-12-2020 WJZ/19217067 2020 66003 23-12-2020 11-12-2020 WJZ/19217067 01-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/66003 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Het register omtrent gewasbeschermingsmiddelen#
Artikel 5.1 Het register omtrent gewasbeschermingsmiddelen 1 Het college houdt het elektronisch register omtrent gewasbeschermingsmiddelen bij, bedoeld in artikel 57 van verordening (EG) 1107/2009. 2 artikel 69, tweede lid, van de wet Het college deelt het register, bedoeld in het eerste lid en in, ten minste in volgens de hoofdstukken gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen. 3 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur stelt de lijst van kleine toepassingen, bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdeel h, van verordening (EG) 1107/2009, elektronisch ter beschikking aan het publiek. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Het biocidenregister#
Artikel 5.2 Het biocidenregister Het college houdt het biocidenregister bij, bedoeld in artikel 71 van verordening (EG) 528/2012. 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Periodieke aanpassingen in databank#
Artikel 5.3 Periodieke aanpassingen in databank Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Betekenis bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 6.1 Betekenis bewijs van vakbekwaamheid 1 artikel 71, eerste lid, van de wet Een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld ingeeft aan dat de houder: a. voldoende op de hoogte is wanneer en onder welke omstandigheden het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen of biociden verantwoord is; b. voldoende op de hoogte is van de gevaren welke het gebruik met zich meebrengt en van de wijze waarop deze gevaren kunnen worden voorkomen, en c. voor zover het een bewijs van vakbekwaamheid voor gewasbeschermingsmiddelen betreft, voldoende kennis heeft van de onderwerpen, genoemd in bijlage I bij richtlijn 2009/128/EG, rekening houdend met de taken en verantwoordelijkheden die behoren bij zijn functie. 2 Indien het bewijs van vakbekwaamheid slechts betrekking heeft op bepaalde gewasbeschermingsmiddelen of biociden, op bepaalde toepassingen dan wel op de behandeling van bepaalde ruimten of terreinen, wordt de betrokkene slechts te dien aanzien als houder van een bewijs van vakbekwaamheid aangemerkt. 2011 21420 28-11-2011 25-11-2011 244708 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (implementatie Europese regelgeving op
het gebied van op de markt brengen en duurzame gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen) (Stb. 2011/235) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Bewijs van vakbekwaamheid gewasbescherming#
Artikel 6.2 Bewijs van vakbekwaamheid gewasbescherming 1 artikel 17, eerste lid, van het besluit Een aanvraag voor een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in, wordt ingediend bij Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd: a. een naar behoren ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. een goed leesbare kopie van het identiteitsbewijs van de aanvrager, en c. artikel 6.3, derde tot en met zesde lid een gewaarmerkt afschrift van een diploma of een certificaat als bedoeld in, of d. artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een gewaarmerkt afschrift van een bekwaamheidsattest of opleidingstitel, dat door Bureau erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen is erkend op grond van. 2 artikel 6.3, derde, vierde, vijfde, zesde en negende lid Indien een aanvraag voor een bewijs van vakbekwaamheid voor een persoon wordt ingediend door een onderwijsinstelling die het in, bedoelde certificaat of diploma verstrekt, geldt in afwijking van het eerste lid dat bij de aanvraag de volgende bescheiden worden overgelegd: a. artikel 6.3, derde tot en met zesde lid en negende lid een verklaring dat de persoon gedurende de opleiding met goed gevolg een examen heeft afgelegd dat recht geeft op een certificaat als bedoeld in, en b. de naam, het adres, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de persoon. 3 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Ten behoeve van migrerende beroepsbeoefenaren, bedoeld inkan Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen opleidingstitels of bekwaamheidsattesten erkennen. 4 artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, en e, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties De migrerende beroepsbeoefenaar legt aan Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen de documenten, bedoeld inover ten behoeve van de erkenning, bedoeld in het derde lid. 5 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 23, derde lid, onderdelen a tot en met d, van die wet De tijdelijke en incidentele dienstverrichter, bedoeld in, verstrekt voorafgaand aan zijn eerste dienstverrichting op het terrein van gewasbescherming in Nederland aan Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen de documenten, bedoeld in. 6 artikel 27, derde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties In geval van toepassing vanbeoordeelt Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen of de dienstverrichter, bedoeld in het vijfde lid, over voldoende kennis en vaardigheden beschikt ten aanzien van gewasbescherming en het veilig omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. 7 Bureau Erkenningen brengt na afloop van ieder kalenderjaar verslag uit aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zijn werkzaamheden en het aantal verstrekte en erkende bewijzen van vakbekwaamheid. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Verstrekken bewijs van vakbekwaamheid gewasbescherming#
Artikel 6.3 Verstrekken bewijs van vakbekwaamheid gewasbescherming 1 Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen verstrekt het bewijs van vakbekwaamheid op aanvraag. 2 artikel 6.8, eerste lid Een bewijs wordt niet verstrekt dan nadat het tarief, bedoeld in, is voldaan. 3 Het bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren gewasbescherming wordt verstrekt aan de persoon die beschikt over: a. artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming A of een diploma dat mede dat certificaat omvat, en dat voldoet aan de kwalificaties en beroepsvereisten die op grond van deen, zoals die gold voor 1 januari 2012, zijn vastgesteld; b. bijlage 1 van de Regeling certificaten wettelijke beroepsvereisten groen middelbaar beroepsonderwijs artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming A (uitvoeren) (C0003) als bedoeld in, of een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de op grond vanenvastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten. 4 Het bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren gewasbescherming wordt verstrekt aan de persoon die beschikt over: a. artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming B of een diploma dat mede dat certificaat omvat, en dat voldoet aan de kwalificaties en beroepsvereisten die op grond van deen, zoals die gold voor 1 januari 2012, zijn vastgesteld; b. bijlage 1 van de Regeling certificaten wettelijke beroepsvereisten groen middelbaar beroepsonderwijs artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming B (bedrijfsvoeren) (C0004) als bedoeld, of een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de op grond vanenvastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten. 5 Het bewijs van vakbekwaamheid Distributie en opslag gewasbescherming wordt verstrekt aan de persoon die beschikt over: a. artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming C of een diploma dat mede dat certificaat omvat, en dat voldoet aan de kwalificaties en beroepsvereisten die op grond van deen, zoals die gold voor 1 januari 2012, zijn vastgesteld; b. bijlage 1 van de Regeling certificaten wettelijke beroepsvereisten groen middelbaar beroepsonderwijs artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat gewasbescherming C (distributie en opslag) (C0005) als bedoeld in, of een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de op grond vanenvastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten. 6 bijlage 1 van de Regeling certificaten wettelijke beroepsvereisten groen middelbaar beroepsonderwijs artikelen 7.2.4 7.2.6. van de Wet educatie en beroepsonderwijs Het bewijs van vakbekwaamheid Mollen- en Woelrattenbestrijding wordt verstrekt aan de persoon die beschikt over een certificaat MW (Mollen- en Woelrattenbescherming) (C0013) als bedoeld in, of een diploma dat mede dat certificaat omvat, dat voldoet aan de op grond van de.envastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten. 7 artikel 6.3a artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Het bewijs van vakbekwaamheid op basis van een Veiligheidsinstructie Gewasbescherming, bedoeld in, wordt verstrekt aan de persoon die een instructie op de werkplek heeft gevolgd als bedoeld in, welke instructie is erkend door Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen. 8 Een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in het derde tot en met het zesde lid en het negende lid, wordt ambtshalve verlengd indien voldoende nascholingsbijeenkomsten zijn bijgewoond, die zijn erkend door Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen, of opnieuw met goed gevolg een examen is afgelegd dat recht geeft op een certificaat als bedoeld in het derde tot en met het zesde lid en het negende lid. 9 Het bewijs van vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming wordt verstrekt aan de persoon die beschikt over: a. het bewijs van vakbekwaamheid B of de benodigde certificaten hiervoor zoals beschreven in het vierde lid; b. artikel 7.6 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een certificaat Adviseren Gewasbescherming of een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de beroepsvereisten die op grond vanzijn vastgesteld. 10 artikel 6.2, tweede lid, onderdeel a Met een certificaat als bedoeld in derde tot en met zesde lid en negende lid, wordt een verklaring als bedoeld in, gelijk gesteld. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 6.3a — Artikel 6.3a Instructie vakbekwaamheid gewasbescherming#
Artikel 6.3a Instructie vakbekwaamheid gewasbescherming 1 artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit De handelingen, die in aanmerking komen voor een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in, zijn: a. het bedienen van een volledig gesloten zaadcoatingsmachine; b. het in een laboratorium ten behoeve van plantaardige weefselkweek in vitro gebruiken of voorhanden hebben van gewasbeschermingsmiddelen die volgens de desbetreffende toelating zijn bestemd om de levensprocessen van planten te beïnvloeden; c. artikel 6.3, derde en vierde lid het bestrijden van aardappelopslag door middel van een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat door middel van handapparatuur, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; d. artikel 6.3, derde en vierde lid het doden van ongewenste planten met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat bij de selectie van bolgewassen en andere planten ten behoeve van veredeling, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; e. artikel 6.3, derde en vierde lid pleksgewijze onkruidbestrijding met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen en natuurgebieden, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; f. artikel 6.3, derde en vierde lid pleksgewijze onkruidbestrijding met handbediende slangen voorzien van spuitdop en afschermkap verbonden aan een trekker met spuittank gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen, voor zover de spuittank is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; g. artikel 6.3, derde en vierde lid stobbebehandeling met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen en natuurgebieden, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; h. toepassing van bewortelingspoeders op basis van indolylboterzuur; i. uithangen van dispensers met middelen op basis van feromonen voor feromoonverwarring in fruitteeltgewassen; j. insmeren van stammen met middelen op basis van kwartszand voor wildafweer in fruitteeltgewassen; k. artikel 6.3, derde en vierde lid het vullen van bewaarbakken voor na de oogst van snijbloemen met een gebruiksklare oplossing naoogst toedienen van houdbaarheidsmiddelen aan bewaarbakken met snijbloemen m.u.v. middelen met gevaarsymbool Xn schadelijk, voor zover de oplossing is bereid door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; l. artikel 6.3, derde en vierde lid het poten van aardappels met een trekker en aardappelpootmachine waarbij via poederdoseerapparatuur middel(en) op basis van flutolanil worden toegediend tegen Rhizoctonia, voor zover de poederdoseerapparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; m. artikel 6.3, derde en vierde lid het bedienen van een machine voor fytodrip in uitgangsmateriaal, voor zover de machine is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in; n. toepassing van groeiregulatoren (ethyleenremmers) op basis van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen door het in een goed geventileerde ruimte toedienen van een sachet aan een doos of container, die hierna direct gesloten respectievelijk ingehoesd of geseald wordt. 2 artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen erkent een instructie, bedoeld in, indien zij ten minste voorlichting geeft over: a. welke gevaren en risico’s voor de mens, gehouden dieren en het milieu, inclusief niet-doelwit-planten en -dieren, zijn verbonden aan het gebruik van het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel door de concrete handeling; b. wat de symptomen van vergiftiging en de in voorkomend geval te nemen eerste-hulp- maatregelen zijn; c. wat de veiligste werkpraktijken zijn; d. hoe restanten van het middel en aangebroken verpakkingen moeten worden opgeruimd, en e. welke noodmaatregelen moeten worden genomen in geval van lekkages, verspilling of andere onvoorziene gebeurtenissen. 3 artikel 6.3, derde of vierde lid De instructie wordt gegeven door een houder van een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in. 4 Artikel 6.3, eerste lid , is niet van toepassing. De werkgever of opdrachtgever van de persoon die de instructie heeft gevolgd, verstrekt een kopie van de presentielijst van de instructie aan betrokkene, en bewaart het origineel gedurende vijf jaren nadat de instructie is gegeven. De presentielijst vermeldt de handeling, bedoeld in het eerste lid, waar de instructie betrekking op heeft, en wordt gedurende vijf jaren nadat de instructie is gevolgd, aangemerkt als bewijs van vakbekwaamheid voor de desbetreffende handeling. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 6.3b — Artikel 6.3b Intrekking bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 6.3b Intrekking bewijs van vakbekwaamheid 1 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur trekt een bewijs van vakbekwaamheid gewasbeschermingsmiddelen in indien niet langer wordt voldaan aan de eisen die ter zake van het verkrijgen of behouden van een zodanig bewijs van vakbekwaamheid bij of krachtens de wet zijn gesteld nadat hij betrokkene ten hoogste zes maanden in de gelegenheid heeft gesteld alsnog aan de eisen te voldoen. 2 artikel 85, derde lid, van de wet De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan op grond van, een bewijs van vakbekwaamheid intrekken, indien a. de houder ernstig tekort schiet in hetgeen op grond van dat bewijs van hem mag worden verwacht, of b. jegens de houder herhaaldelijk overtredingen op grond van de wet zijn geconstateerd. 3 artikel 85, vierde lid, van de wet De termijn, bedoeld inbedraagt ten hoogste een jaar vanaf het moment dat het besluit tot intrekking is genomen. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Bewijs van vakbekwaamheid biociden#
Artikel 6.4 Bewijs van vakbekwaamheid biociden 1 artikel 17a, eerste lid, van het besluit De aanvraag voor een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in, wordt ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd: a. een naar behoren ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. een goed leesbare kopie van het identiteitsbewijs van de aanvrager, en c. een gewaarmerkt afschrift van een behaald diploma of certificaat, of d. artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een gewaarmerkt afschrift van een bekwaamheidsattest of opleidingstitel, die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is erkend op grond van. 2 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Ten behoeve van migrerende beroepsbeoefenaren, bedoeld inkan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat opleidingstitels of bekwaamheidsattesten erkennen. 3 artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, en e, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties De migrerende beroepsbeoefenaar legt aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de documenten, bedoeld inover ten behoeve van de erkenning, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 23, derde lid, onderdelen a tot en met d, van die wet De tijdelijke en incidentele dienstverrichter, bedoeld in, verstrekt voorafgaand aan zijn eerste dienstverrichting met behulp van biociden waarvoor een bewijs van vakbekwaamheid is voorgeschreven in Nederland aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de documenten, bedoeld in. 5 artikel 27, derde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties In geval van toepassing vanbeoordeelt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen instantie of de dienstverrichter, bedoeld in het vierde lid, over voldoende kennis en vaardigheden beschikt. 6 artikel 17a, eerste lid, van het besluit bijlage VI bijlage VII Een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in, ten aanzien van het afweren of bestrijden van een dierplaag, het bestrijden van houtrotverwekkende schimmel, gassingsleider of gasmeetdeskundige, wordt verstrekt indien de gebruiker met goed gevolg theorie- en praktijkexamens heeft afgelegd, die voldoen aan de eindtermen voor onderwijs, bedoeld in, onderdeel A, of, en daartoe een getuigschrift van het Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid van de Stichting Groene Erkenningen heeft ontvangen. 7 artikel 6.8, eerste lid Een bewijs van vakbekwaamheid wordt niet verstrekt dan nadat het tarief, bedoeld in, is voldaan. 8 artikel 18, tweede lid, van het besluit bijlage VI bijlage VII Een bewijs van vakbekwaamheid wordt ambtshalve verlengd als bedoeld in, indien wordt voldaan aan de eindtermen voor onderwijs, bedoeld in, onderdeel B, of. 9 bijlagen VI VII Artikel 6.3b, tweede lid De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een bewijs van vakbekwaamheid biociden intrekken indien de houder ervan niet voldoet aan de eindtermen voor onderwijs, bedoeld inof., is van overeenkomstige toepassing. 10 artikel 85, derde lid, van de wet Artikel 6.3b, tweede en derde lid De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een bewijs van vakbekwaamheid biociden intrekken op grond van., is van overeenkomstige toepassing. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Voorwaarde voor de verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 6.5 Voorwaarde voor de verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid De automatische verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid gaat in op de datum volgend op de datum waarop de betrokken bewijzen van vakbekwaamheid aflopen dan wel, indien de betrokken houder van een bewijs van vakbekwaamheid niet aan de voorwaarden voldoet met ingang van de datum na de datum dat deze houder alsnog aan de voorwaarden voldoet. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 Vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 6.6 Vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid Voor de volgende handelingen is geen bewijs van vakbekwaamheid vereist: a. het afleveren door personeel van reeds bestelde of reeds gekochte gewasbeschermingsmiddelen of biociden, indien dat uit een bestelbon of factuur blijkt, zonder advies aan gebruikers; b. bijlage VI het gedurende maximaal één jaar toepassen van biociden door diegene die met goed gevolg deel heeft genomen aan de opleiding starterlicentie voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen, bedoeld in bijlage VI, onderdeel C, en die daartoe een starterlicentie van het Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid van de Stichting Groene Erkenningen heeft ontvangen en voldoet aan de voorwaarden gesteld in, onderdeel D; c. artikel 6.4, eerste lid het toepassen van een biocide voor het afweren of bestrijden van een dierplaag, niet zijnde knaagdieren of het bestrijden van een houtrotverwekkende schimmel als bedoeld in, op een agrarisch bedrijf door een persoon die daar werkzaam is; d. bijlage VI het toepassen van biociden voor het afweren of bestrijden van knaagdieren op een agrarisch bedrijf door de ondernemer of een werknemer en die houder is van een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf, bedoeld in, onderdeel E, en die daartoe een licentie van bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen heeft ontvangen. De geldigheid van bovengenoemde licentie wordt na afloop van een termijn van vijf jaar door bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen verlengd indien is voldaan aan de eindtermen voor onderwijs als genoemd in bijlage VI, onderdeel F; e. de industriële toepassing van een biocide in hout in verband met de conservering ervan tegen schimmels of dierplagen; f. het op de markt aanbieden van biociden. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 Werken met gewasbeschermingsmiddelen#
Artikel 6.7 Werken met gewasbeschermingsmiddelen 1 artikel 73, tweede lid, van de wet artikel 6.3, vierde lid Een distributeur van gewasbeschermingsmiddelen of voldoende van zijn personeel als bedoeld in, beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in. 2 artikel 6.3, vierde lid Een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in. 3 artikel 71, eerste lid, van de wet artikel 6.3, derde lid In afwijking van het tweede lid beschikt de ondernemer van een landbouwbedrijf dat gewasbeschermingsmiddelen ontvangt, gebruikt of voorhanden heeft als bedoeld in, en die is geboren voor 1 januari 1996 ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming als bedoeld in. 4 artikel 6.3, derde lid In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen ontvangt of gebruikt ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming, als bedoeld in, voor zover in het bedrijf waarvoor deze persoon werkzaam is of in het bedrijf waar de behandeling met gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgevoerd, ten minste een persoon werkzaam is die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming en aanwezig of beschikbaar is. 5 artikel 6.3, zevende lid artikel 6.3a, eerste lid In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen gebruikt over een bewijs van vakbekwaamheid Veiligheidsinstructie als bedoeld in, voor zover de handeling is opgenomen in, en op de werkplek waar de behandeling met het gewasbeschermingsmiddel plaatsvindt ten minste een persoon aanwezig is, die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming. 6 artikel 6.3, zesde lid In afwijking van het tweede lid beschikt een bestrijder van mollen en woelratten met gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Mollen en Woelrattenbestrijding als bedoeld in. 7 artikel 6.3, vijfde lid Onverminderd het eerste lid beschikt een distributeur of het personeelslid dat is belast met de dagelijkse leiding of werkzaamheden ten behoeve van het op veilige wijze transporteren en opslaan van gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Distributie en Opslag als bedoeld in. 8 artikel 6.3, negende lid Een voorlichter van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als bedoeld in. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 Goedkeuring tarieven bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 6.8 Goedkeuring tarieven bewijs van vakbekwaamheid 1 artikel 71, derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, van de wet artikel 17, eerste lid, onderdeel c artikel 17a, eerste lid, van het besluit De instantie die een bewijs van vakbekwaamheid kan verlenen of intrekken, bedoeld in, kan tarieven vaststellen voor de gemaakte kosten ter zake van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in, en. 2 Tarieven, alsmede de wijzigingen daarvan, voor de vergoeding die de instantie in rekening brengt voor het verlenen van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid behoeven de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 3 De goedkeuring van de tarieven, bedoeld in het tweede lid, wordt onthouden indien de tarieven hoger zijn dan noodzakelijk, uitgaande van een redelijke toerekening van de totale kosten en opbrengsten, waarbij de vergoeding van een bewijs van vakbekwaamheid niet meer bedraagt dan nodig ter dekking van de gemaakte kosten in verband met de verrichte activiteiten. 4 artikel 71, derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, van de wet De instantie die een bewijs van vakbekwaamheid kan verlenen of intrekken, bedoeld in, maakt de tarieven bekend op haar website. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Kettingbeding verboden gewasbeschermingsmiddelen en biociden#
Artikel 7.1 Kettingbeding verboden gewasbeschermingsmiddelen en biociden 1 artikel 253 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Degene die een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel of biocide produceert, opslaat of vervoert, komt bij iedere overeenkomst die strekt tot opslag, vervoer of levering van het middel aan een ander, schriftelijk een beding als bedoeld inten behoeve van de Staat overeen, en neemt een afschrift van deze overeenkomst in zijn administratie op. 2 Het beding, bedoeld in het eerste lid, luidt als volgt: a. De ontvangende partij doet al hetgeen redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen dat het gewasbeschermingsmiddel of de biocide in Nederland wordt toegepast. De ontvangende partij neemt daartoe dit beding op in een overeenkomst die strekt tot levering aan een derde partij van het bij deze overeenkomst te leveren gewasbeschermingsmiddel of biocide. b. Indien niet uit de administratie van de ontvangende partij of een derde partij blijkt dat het gewasbeschermingsmiddel of de biocide buiten Nederland is toegepast of naar het buitenland is vervoerd, verbeurt de ontvangende partij een som van 10% van de marktwaarde van het gewasbeschermingsmiddel of de biocide ten behoeve van de Staat der Nederlanden. c. Deze verplichting zal overgaan op degenen die het gewasbeschermingsmiddel of de biocide onder bijzondere titel zullen verkrijgen. Voorts zijn mede gebonden degenen die van de rechthebbende een beperkt recht of een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Verstrekking gegevens aan de minister#
Artikel 7.2 Verstrekking gegevens aan de minister Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Vrijstelling administratieplicht#
Artikel 7.3 Vrijstelling administratieplicht Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 7.3a — Artikel 7.3a Administratie algemeen#
Artikel 7.3a Administratie algemeen artikelen 24 25 26 van het besluit Degene die op grond van artikel 67 van verordening (EG) 1107/2009 of de,ofgegevens administreert of gegevens uit zijn administratie verstrekt, doet dit volledig en naar waarheid, en onverwijld nadat de gegevens hem bekend zijn geworden. 2017 55089 03-10-2017 29-09-2017 IENM/BSK-2017/229053 2017 55089 03-10-2017 29-09-2017 IENM/BSK-2017/229053 01-11-2017
Artikel 7.3b — Artikel 7.3b Bestemd voor gebruik buiten Nederland#
Artikel 7.3b Bestemd voor gebruik buiten Nederland artikel 7.3c Het is de eigenaar of houder van een in Nederland gevestigd bedrijf, die beschikt over landbouwpercelen in België of Duitsland toegestaan een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op zijn bedrijf op te slaan, voor zover het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel is toegelaten in België of Duitsland en feitelijk ook over de Nederlandse grens wordt toegepast en daarvan blijkt uit zijn administratie, bedoeld in. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 7.3c — Artikel 7.3c Administratie van gewasbeschermingsmiddelen of niet toegelaten biociden#
Artikel 7.3c Administratie van gewasbeschermingsmiddelen of niet toegelaten biociden 1 artikel 74, derde lid, onderdeel b, van de wet De administratie, bedoeld inen artikel 67, eerste lid, eerste volzin, van verordening (EG) 1107/2009, bevat ten minste de volgende gegevens: a. de naam van het gewasbeschermingsmiddel of de biocide en het toelatingsnummer of toelatingskenmerk in het land van bestemming; b. het aantal verpakkingseenheden per ontvangst of aflevering, alsmede de op de verpakking aangegeven volume- of massa-eenheden; c. de totale hoeveelheid voorraad en de veranderingen van de voorraad, waarbij onderscheid wordt gemaakt per gewasbeschermingsmiddel of biocide; d. de naam, het adres en de woon- of vestigingsplaats van degene van wie het gewasbeschermingsmiddel of de biocide is verkregen respectievelijk aan wie is geleverd; e. de datum van ontvangst, aflevering of verandering als bedoeld in de onderdelen b en c, en f. artikel 7.1, eerste lid de afschriften van overeenkomsten als bedoeld in. 2 De administratie bestrijkt een periode van de laatste vijf jaren. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden op de factuur of het afleveringsbewijs aangegeven. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 7.3d — Artikel 7.3d Opslag en vervoer, bestemd voor gebruik buiten Nederland#
Artikel 7.3d Opslag en vervoer, bestemd voor gebruik buiten Nederland 1 artikel 74, eerste of tweede lid, van de wet Een niet in Nederland toegelaten biocide of gewasbeschermingsmiddel als bedoeld inwordt gescheiden van een toegelaten middel opgeslagen. 2 Het vervoer van een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel of biocide is uitsluitend toegestaan, indien de vervoerder beschikt over een vrachtbrief of ander document waaruit blijkt van wie de partij afkomstig is en voor wie de partij is bestemd. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Informatieplicht niet-professionele gebruiker#
Artikel 7.4 Informatieplicht niet-professionele gebruiker 1 artikel 73, vierde lid, van de wet Een houder van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik is verantwoordelijk voor de verstrekking van de algemene informatie, bedoeld in, ten behoeve van de gebruiker van zijn middel. De houder van de toelating vermeldt deze informatie tevens bij het aanprijzen van het middel op zijn website of in andere media. 2 De informatie is zo weergegeven dat de strekking eenvoudig te begrijpen is. 3 De houder van een toelating zorgt ervoor dat iedere distributeur van zijn gewasbeschermingsmiddel in staat is de informatie te verstrekken aan de gebruiker. 4 De distributeur zorgt ervoor dat de informatie voor iedere koper van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik in voldoende mate toegankelijk en beschikbaar is. 2011 21420 28-11-2011 25-11-2011 244708 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (implementatie Europese regelgeving op
het gebied van op de markt brengen en duurzame gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen) (Stb. 2011/235) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Vrijstelling gewasbeschermingsmonitor#
Artikel 8.1 Vrijstelling gewasbeschermingsmonitor artikel 2 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 artikel 26, eerste lid, van het besluit Degene die de biologische productiemethode als bedoeld intoepast, is vrijgesteld van de verplichting over een gewasbeschermingsmonitor als bedoeld inte beschikken. 2015 12051 30-04-2015 28-04-2015 WJZ/15038211 2015 12051 30-04-2015 28-04-2015 WJZ/15038211 01-07-2015
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 (Noodzakelijk voor veilige exploitatie)#
Artikel 8.2 (Noodzakelijk voor veilige exploitatie) 1 Het eerste lid van artikel 27b van het besluit is niet van toepassing op het gerichte gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de volgende terreinen: a. binnen tien meter van een object dat verwijderd moet blijven van open vuur of draaiende motoren en zones waarbinnen het gebruik van open vuur of draaiende motoren niet is toegestaan; b. het gebied van vliegvelden dat wordt gebruikt voor het opstijgen, landen en taxiën van vliegtuigen, inclusief het gebied dat wordt gebruikt voor laden, lossen en onderhouden van vliegtuigen; c. spoor-, metro en trambanen, voor zover het betreft: 1° het ballastbed bestaande uit een laag steenslag waarin zich de railconstructie bevindt, of; 2° inspectie- of schouwpaden gelegen binnen de veiligheidszone; d. locaties waar scherpe munitie of explosieven in de bodem aanwezig zijn of kunnen zijn; e. locaties waar prikkeldraadrollen zijn aangebracht voor Defensiedoeleinden, en f. binnen tien meter van een elektrische voorziening voor hoogspanning waarvan delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking en waarvan de spanning niet op eenvoudige wijze tijdelijk kan worden onderbroken. 2 Het eerste lid van artikel 27b van het besluit is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor het behandelen van stobben in, op of langs weg- en waterbouwkundige constructies, indien door mechanisch verwijderen de stabiliteit van deze constructie in gevaar komt. 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 01-04-2020
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 (Noodzakelijk voor de bescherming van mens, dier of milieu)#
Artikel 8.3 (Noodzakelijk voor de bescherming van mens, dier of milieu) 1 eerste lid van artikel 27b van het besluit Hetis niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor een gerichte bestrijding van: a. eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea); b. bastaardsatijnrups (Euproctis chrysorrhoea); c. duizendknoop: Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis), bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica), Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii) en kruisingen; d. fluweelboom/azijnboom (Rhus species); e. Pontische rododendron (Rhododendron x superponticum); f. robinia (Robinia pseudoacacia); g. knolcyperus (Cyperus esculentus), en h. schadeveroorzakende organismen op rozen (Rosa species) bij oorlogsgraven. 2 eerste lid van artikel 27b van het besluit Hetis niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: a. artikel 38 van de wet waarvoor op grond vaneen vrijstelling is verleend; b. verordening 1143/2014 voor een gerichte bestrijding van terrestrische soorten die zijn opgenomen op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van(EG) met uitzondering van moeraslantaarn (Lysichiton americanus) en reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), en c. Verordening (EG) nr. 690/2008 voor een gerichte bestrijding van soorten die zijn aangewezen in bijlage II van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking vanvan de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PbEU 2019, L 319). 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 01-04-2020
Artikel 8.3a — Artikel 8.3a (Uitzonderingen op gebruiksverbod aflopend op 1 april 2022)#
Artikel 8.3a (Uitzonderingen op gebruiksverbod aflopend op 1 april 2022) Vervallen 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 01-04-2022
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 (Specifieke terreinen voor sport en recreatie)#
Artikel 8.4 (Specifieke terreinen voor sport en recreatie) eerste lid van artikel 27b van het besluit Hetis niet van toepassing op het gerichte gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de volgende terreinen: a. bijlage XVII sportvelden voor het in georganiseerd verband beoefenen van sport in de open lucht, voor zover het het bespeelbare gedeelte van het terrein betreft inclusief een beperkte zone daar omheen die voor het beoefenen van de sport nodig is, maar exclusief de niet met gras begroeide alsmede de inmet ‘nee’ aangeduide delen. b. niet door de overheid beheerde recreatieterreinen, voor zover het betreft: 1° bungalowterreinen; 2° groepsaccommodaties; 3° campingterreinen; 4° jachthavens, niet zijnde de aanlegsteigers in of nabij het oppervlaktewater; c. terreinen met een specifieke botanische waarde, waar het publiek ten minste twee maanden per jaar tegen betaling toegang heeft, met uitzondering van de verharde oppervlakken. 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 01-04-2020
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 1 artikelen 8.2 tot en met 8.4 In de gebieden en omstandigheden, bedoeld in de, wordt gebruik gemaakt van een gewasbeschermingsmiddel met een laag risico of een biologisch gewasbeschermingsmiddel voor zover deze voor het desbetreffende gebruik beschikbaar zijn. 2 artikelen 8.2 tot en met 8.4 In de gebieden en omstandigheden, bedoeld in dewordt geen gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen die een of meer prioritaire gevaarlijke stoffen bevatten. 2019 65112 18-12-2019 17-12-2019 IENW/BSK-2019/247269 2019 65112 18-12-2019 17-12-2019 IENW/BSK-2019/247269 01-01-2020 01-11-2017
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 Vrijstelling voorwaarden luchtvaarttoepassing#
Artikel 8.6 Vrijstelling voorwaarden luchtvaarttoepassing Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 Luchtvaarttoepassing van biociden#
Artikel 8.7 Luchtvaarttoepassing van biociden Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 Toepasselijkheid bepalingen inzake gasvormige en gasvormende middelen#
Artikel 8.8 Toepasselijkheid bepalingen inzake gasvormige en gasvormende middelen 1 Artikel 31 van het besluit bijlage X inzake de toepassingsmethoden bij gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen en biociden is slechts van toepassing op middelen met een werkzame stof als bedoeld inbij deze regeling. 2 artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van het besluit hoofdstuk 8 van de Arbeidsomstandighedenregeling De toegangen, bedoeld inzijn voorzien van een waarschuwingssignaal en opschrift dat in overeenstemming is met hetgeen hieromtrent is bepaald in. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 Melding toepassing fosforwaterstof, sulfurylfluoride en waterstofcyanide#
Artikel 8.9 Melding toepassing fosforwaterstof, sulfurylfluoride en waterstofcyanide 1 bijlage XI Gewasbeschermingsmiddelen en biociden die als werkzame stof fosforwaterstof, sulfurylfluoride of waterstofcyanide bevatten, worden niet toegepast dan nadat ten minste zeven dagen voor aanvang van de toepassing een melding is gedaan bij de bevoegde bedrijfstakdirecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Daartoe wordt het formulier, bedoeld in, volledig en naar waarheid ingevuld. 2 3 In afwijking van het eerste lid kan de melding korter dan zeven dagen voor aanvang van de toepassing worden gedaan, indien minder dan 2500 mwordt gegast of de toepassing een gassing van lichters of binnenvaartschepen betreft en het spoedeisende karakter van de toepassing dit noodzakelijk maakt, mits: – de melding ten minste 6 uur voor de aanvang van de toepassing is ontvangen en de toepassing een gassing van lichters of binnenvaartschepen betreft, – 3 de melding ten minste 6 uur voor de aanvang van de toepassing is ontvangen en niet meer dan 500 mwordt gegast, of – 3 de melding ten minste 24 uur voor aanvang van de toepassing is ontvangen en niet meer dan 2500 mwordt gegast. 3 artikel 31, derde lid, van het besluit bijlage XII Voor de gasvrijverklaring, bedoeld inwordt het formulier bedoeld involledig en naar waarheid ingevuld, verstrekt aan de opdrachtgever. Een afschrift van dit formulier wordt binnen 48 uur aan de bevoegde directeur van de Inspectie Leefomgeving en Transport toegezonden. 4 Degene die de verklaring, bedoeld in het derde lid, heeft verstrekt, bewaart een afschrift van de verklaring gedurende ten minste een jaar. 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 2020 18714 31-03-2020 30-03-2020 IENW/BSK-2020/57764 01-04-2020
Artikel 8.10 — Artikel 8.10 Melding bij periodieke toepassing#
Artikel 8.10 Melding bij periodieke toepassing 1 artikel 32, eerste lid, van het besluit De melding, bedoeld in, van de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel wordt uiterlijk drie weken voor de toepassing bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gedaan. 2 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt een volledig en naar waarheid ingevuld meldingsformulier over gelegd of elektronisch verzonden met daarin opgenomen: a. de naam en het adres van de gebruiker, b. artikel 17, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het besluit voor zover van toepassing: de naam en het adres van een bedrijf als bedoeld in, c. de naam van het gewasbeschermingsmiddel, d. het doelgewas, e. het voorgenomen moment van toepassing, f. 2 een op een kaart die voldoet aan de door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gestelde eisen, op schaal weergegeven aanduiding van het te behandelen perceel of perceelsgedeelte, het te behandelen areaal in men voor zover van toepassing: – een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat knolcyperus (Cyperus esculentus L.) op het perceel is aangetoond, – een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev) op het perceel is aangetoond, of – artikel 32, derde lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit de datum van een besluit als bedoeld in. 3 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft binnen twee weken na de melding een ontvangstbewijs af. 4 De melder past het gewasbeschermingsmiddel binnen 3 maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum toe. 5 Indien na de melding geen grondontsmetting is toegepast kan de melder door het terugsturen van het ontvangstbewijs de melding intrekken tot vier maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 8.10a — Artikel 8.10a Meldingsplicht ter bescherming kwetsbare groepen mensen#
Artikel 8.10a Meldingsplicht ter bescherming kwetsbare groepen mensen Vervallen 2016 12110 23-03-2016 03-03-2016 IENM/BSK-2015/238900 2016 112 30-03-2016 09-03-2016 31-03-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van het
Wijzigingbesluit Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (niet
toestaan van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten landbouw)
(Stb. 2016, 112) in werking treedt.
Artikel 8.11 — Artikel 8.11 Berekening MTR water#
Artikel 8.11 Berekening MTR water artikel 2, onderdeel f, van het besluit bijlage XV Op verzoek berekent het college het maximaal toelaatbaar risico van gewasbeschermingsmiddelen voor waterorganismen, bedoeld in, aan de hand van de methode INS, bedoeld in, deel B. 2011 7151 22-04-2011 18-04-2011 199735 2011 7151 22-04-2011 18-04-2011 199735 23-04-2011
Artikel 8.12 — Artikel 8.12 Tarief voor vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen#
Artikel 8.12 Tarief voor vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen Vervallen 2018 64865 13-11-2018 10-11-2018 WJZ/18269405 2018 64865 13-11-2018 10-11-2018 WJZ/18269405 01-01-2019
Artikel 8.13 — Artikel 8.13 Reiniging van verpakkingen#
Artikel 8.13 Reiniging van verpakkingen Vervallen 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 8.14 — Artikel 8.14 Keuring van gewasbeschermingsapparatuur#
Artikel 8.14 Keuring van gewasbeschermingsapparatuur 1 artikel 32b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden Een keuringsbewijs als bedoeld inheeft een geldigheid van drie jaren na de datum van afgifte. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een keuringsbewijs voor laagvolume ruimtebehandelingsapparatuur, granulaat- en poederstrooiers, mechanisch voortbewogen onkruidstrijkers en neerwaartse spuitapparatuur met een spuitboom kleiner dan of gelijk aan drie meter een geldigheid van zes jaren na de datum van afgifte. 3 Apparatuur specifiek bestemd voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die professioneel worden gebruikt is uiterlijk iedere drie jaar gekeurd; voor deze apparatuur met een bouwjaar na 2013 geldt dat deze uiterlijk drie jaar na de aankoopdatum voor het eerst is gekeurd. 4 In afwijking van de drie jaar bedoeld in het derde lid wordt laagvolume ruimtebehandelingsapparatuur, granulaat- en poederstrooiers, mechanisch voortbewogen onkruidstrijkers en neerwaartse spuitapparatuur met een spuitboom kleiner dan of gelijk aan drie meter uiterlijk iedere zes jaar gekeurd. 5 artikel 32b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden Op handapparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en rugspuiten is de keuring als bedoeld inniet van toepassing. 6 Apparatuur voor het behandelen van zaaizaad wordt elke zes jaar gekeurd, voor het eerst uiterlijk: a. op 31 december 2024 voor apparatuur met een bouwjaar van 2022 of eerder; b. zes jaar na de aankoopdatum voor apparatuur met een bouwjaar 2023 of later. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Aanwijzing toezichthouders#
Artikel 9.1 Aanwijzing toezichthouders Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dezijn de ambtenaren van: a. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; b. de Nederlandse Arbeidsinspectie; c. de Inspectie Leefomgeving en Transport; d. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; e. de waterschappen; f. het Staatstoezicht op de Mijnen. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete#
Artikel 9.2 Bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Vervallen 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 01-01-2011
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Overige mandatering wettelijke bevoegdheden#
Artikel 9.3 Overige mandatering wettelijke bevoegdheden Vervallen 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 01-01-2011
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 Bevoegdheid intrekken bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 9.4 Bevoegdheid intrekken bewijs van vakbekwaamheid Vervallen 2009 63 01-04-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/811 2009 63 01-04-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/811 01-07-2009
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 Informatieplicht#
Artikel 9.5 Informatieplicht Vervallen 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 2010 16551 29-10-2010 14-10-2010 157109 01-01-2011
Artikel 9.6 — Artikel 9.6 Hoogte van de bestuurlijke boete#
Artikel 9.6 Hoogte van de bestuurlijke boete 1 artikel 90 van de wet bijlage XIII De hoogte van de bestuurlijke boete, die de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond vankan opleggen bij een overtreding, is gelijk aan het geldbedrag dat invoor de desbetreffende overtreding is vermeld. 2 bijlage XIII In afwijking van het eerste lid bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding met betrekking tot professioneel gebruik van biociden de helft van het geldbedrag, genoemd in, behoudens indien: a. de gebruiker beschikt of dient te beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid; b. het gebruik van de desbetreffende biocide onderdeel uitmaakt van het verrichten van een dienst. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 9.7 — Artikel 9.7 Hoogte van de bestuurlijke boete bij herhaalde overtreding#
Artikel 9.7 Hoogte van de bestuurlijke boete bij herhaalde overtreding De natuurlijke persoon of rechtspersoon, die binnen vijf jaren nadat een eerdere overtreding is geconstateerd een soortgelijke overtreding begaat, wordt bestraft met een bestuurlijke boete die gelijk is aan de eerder opgelegde bestuurlijke boete, vermenigvuldigd met de factor 1,5. 2011 21420 28-11-2011 25-11-2011 244708 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (implementatie Europese regelgeving op
het gebied van op de markt brengen en duurzame gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen) (Stb. 2011/235) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9.8 — Artikel 9.8 Strafrechtelijke handhaving#
Artikel 9.8 Strafrechtelijke handhaving verordening (EU) 2017/625 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 69, eerste lid, van. 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 2024 10202 19-04-2024 11-04-2024 IENW/BSK-2024/97273 20-04-2024
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Werkingsgebied#
Artikel 10.1 Werkingsgebied Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 artikel 121 van de wet Te overleggen documenten bij een aanvraag als bedoeld in#
Artikel 10.2 artikel 121 van de wet Te overleggen documenten bij een aanvraag als bedoeld in Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 artikel 121 van de wet Beoordeling van een biocide als bedoeld in#
Artikel 10.3 artikel 121 van de wet Beoordeling van een biocide als bedoeld in Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 Het begrip dringend vereist gewasbeschermingsmiddel#
Artikel 10.4 Het begrip dringend vereist gewasbeschermingsmiddel Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 10.5 — Artikel 10.5 Beoordeling dringend vereist gewasbeschermingsmiddel#
Artikel 10.5 Beoordeling dringend vereist gewasbeschermingsmiddel Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 10.6 — Artikel 10.6 Het begrip dringend vereist biocide#
Artikel 10.6 Het begrip dringend vereist biocide Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 10.7 — Artikel 10.7 Beoordeling dringend vereist biocide#
Artikel 10.7 Beoordeling dringend vereist biocide Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 10.8 — Artikel 10.8 Vierde fase werkprogramma gewasbeschermingsmiddelen en middelen voor biologische landbouw#
Artikel 10.8 Vierde fase werkprogramma gewasbeschermingsmiddelen en middelen voor biologische landbouw Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 10.9 — Artikel 10.9 Vereenvoudigde uitbreidingstoelating biociden#
Artikel 10.9 Vereenvoudigde uitbreidingstoelating biociden Vervallen 2013 17467 27-06-2013 25-06-2013 IENM/BSK-2013/126077 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (uitvoering Verordening (EU)
Nr. 528/2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik
van biociden) in werking treedt.
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 mandaatbesluit Intrekken#
Artikel 11.1 mandaatbesluit Intrekken regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 december 1992, nr. 9218639, houdende het verlenen van mandaat aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen De(Stcrt. 252) wordt ingetrokken. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 instellingsregeling commissie van toezicht Intrekken#
Artikel 11.2 instellingsregeling commissie van toezicht Intrekken regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 19 december 2001, nr. Trcjz/2001/12365, houdende het verlenen van mandaat aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen De(Stcrt. 248) wordt ingetrokken. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.3 — Artikel 11.3 Warenwetregeling Babyvoeding Wijziging#
Artikel 11.3 Warenwetregeling Babyvoeding Wijziging Wijzigt de Warenwetregeling Babyvoeding. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.4 — Artikel 11.4 Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten Wijziging#
Artikel 11.4 Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten Wijziging Wijzigt de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.5 — Artikel 11.5 Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Wijziging van de#
Artikel 11.5 Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Wijziging van de Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.6 — Artikel 11.6 Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren Wijziging van de#
Artikel 11.6 Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren Wijziging van de Wijzigt de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.7 — Artikel 11.7 Besluit organisatie VWA Wijziging van de regeling met de citeertitel#
Artikel 11.7 Besluit organisatie VWA Wijziging van de regeling met de citeertitel Wijzigt het Besluit organisatie VWA. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.8 — Artikel 11.8 Regeling GLB-inkomenssteun 2006 Wijziging van de#
Artikel 11.8 Regeling GLB-inkomenssteun 2006 Wijziging van de Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.9 — Artikel 11.9 Overgangsrecht College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen#
Artikel 11.9 Overgangsrecht College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 11.10 — Artikel 11.10 Overgangsrecht vergunningen en vakbekwaamheidsdiploma’s#
Artikel 11.10 Overgangsrecht vergunningen en vakbekwaamheidsdiploma’s Vervallen 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 11.10a — Artikel 11.10a artikel 6.6 Wijziging#
Artikel 11.10a artikel 6.6 Wijziging Wijzigt deze regeling. 2011 21420 28-11-2011 25-11-2011 244708 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (implementatie Europese regelgeving op
het gebied van op de markt brengen en duurzame gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen) (Stb. 2011/235) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11.10b — Artikel 11.10b Toelating toevoegingstoffen#
Artikel 11.10b Toelating toevoegingstoffen 1 Het college verleent een toelating voor een toevoegingstof als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, van verordening (EG) 1107/2009, indien de aanvrager aantoont dat de toevoegingstof geen formuleringshulpstof bevat, die in bijlage III van verordening (EG) 1107/2009 is opgenomen. 2 Het college herziet een toelating voor een toevoegingstof indien: a. de nadere regels, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009 daartoe nopen, of b. een toevoegingstof geheel of gedeeltelijk bestaat uit formuleringshulpstoffen die zijn opgenomen in bijlage III van verordening (EG) 1107/2009. 3 De toelating van een toevoegingstof kan worden ingetrokken of gewijzigd wanneer: a. aanwijzingen bestaan dat de toevoegingstof mogelijk een risico inhoudt voor mens, dier of milieu; b. onjuiste of misleidende informatie is verstrekt met betrekking tot de gegevens op basis waarvan de toelating is verstrekt; of c. niet voldaan is aan een voorwaarde in de toelating. 4 Wanneer het college voornemens is een toelating voor een toevoegingstof in te trekken of te wijzigen, licht hij de houder van de toelating in en stelt hij hem een termijn om opmerkingen te formuleren of nadere gegevens te verstrekken. 5 De in het vierde lid bedoelde termijn wordt, na afweging van alle betrokken belangen, zo kort als redelijkerwijs mogelijk gesteld. 6 Wanneer er aanwijzingen zijn dat een toelating voor een toevoegingstof mogelijk tot ernstige risico’s leidt, kan het college, teneinde de risico’s weg te nemen of tot een aanvaardbaar niveau te beperken, de toelating schorsen of wijzigen voor de duur die nodig is voor de besluitvorming, bedoeld in het derde lid. 2014 10495 08-04-2014 07-04-2014 WJZ/14034807 2014 10495 08-04-2014 07-04-2014 WJZ/14034807 09-04-2014
Artikel 11.10c — Artikel 11.10c Toelating met niet-goedgekeurde beschermstoffen en synergisten#
Artikel 11.10c Toelating met niet-goedgekeurde beschermstoffen en synergisten 1 Een gewasbeschermingsmiddel kan worden toegelaten, hoewel het een niet goedgekeurde beschermstof of synergist bevat, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a respectievelijk b, van verordening (EG) 1107/2009: a. totdat een werkprogramma als bedoeld in artikel 26 van verordening (EG) 1107/2009 is vastgesteld, en b. zolang de desbetreffende beschermstof of synergist in het werkprogramma is opgenomen. 2 Het college beperkt de duur van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in het eerste lid tot een periode van vijf jaren na de vaststelling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3 Het college herziet of wijzigt een toelating als bedoeld in het eerste lid naar gelang de ontwikkeling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of aan de hand van een besluit omtrent de desbetreffende beschermstof of synergist. 2011 22280 09-12-2011 02-12-2011 246615 2011 599 15-12-2011 12-12-2011 16-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van
het Wijzigingsbesluit Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in
verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen in
werking treedt.
Artikel 11.10d — Artikel 11.10d#
Artikel 11.10d bijlage VI Een licentie voor het beheersen van knaagdieren door een agrarische ondernemer op het eigen bedrijf die is afgegeven voor 1 november 2017 geldt als een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf, bedoeld in, onderdeel E. 2017 55089 03-10-2017 29-09-2017 IENM/BSK-2017/229053 2017 55089 03-10-2017 29-09-2017 IENM/BSK-2017/229053 01-11-2017
Artikel 11.10e — Artikel 11.10e#
Artikel 11.10e 1 artikel 6.3, negende lid, onderdeel a De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verleent op aanvraag voor een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren het Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als wordt aangetoond dat de aanvrager voor 1 juni 2018 werkzaam was als voorlichter op het gebied van gewasbescherming en daarnaast voldoet aan de eisen gesteld in, of een vergelijkbaar vakbekwaamheidsbewijs verleend door een andere lidstaat. 2 artikel 6.3, negende lid, onderdeel b De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verleent op aanvraag voor een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren het Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als wordt aangetoond dat de aanvrager zich heeft ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in, en deze opleiding voldoet aan de eisen gesteld in artikel 6.3, negende lid, onderdeel a en uiterlijk op 1 januari 2021 met succes is afgerond. 3 Een voor 1 januari 2019 verleend Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming is tot uiterlijk 1 januari 2024 geldig. Een na 31 december 2018 verleend bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming is uiterlijk tot vijf jaar na de datum van afgifte geldig. De geldigheid van deze vakbekwaamheidsbewijzen kan telkens met een maximale periode van vijf jaren verlengd worden. 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 2025 15951 27-05-2025 23-04-2025 WJZ/89016770 01-07-2025
Artikel 11.11 — Artikel 11.11 Inwerkingtreding#
Artikel 11.11 Inwerkingtreding Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat dein werking treedt. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.12 — Artikel 11.12 Citeertitel#
Artikel 11.12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 2007 188 28-09-2007 26-09-2007 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 6.4#
artikel 6.4, zesde lid
Artikel 6.6#
artikel 6.6, onderdeel b
Artikel 6.6#
artikel 6.6, onderdeel b
Artikel 6.6#
artikel 6.6, onderdeel c
Artikel 6.1#
artikelen 6.1
Artikel 6.2#
6.2
Artikel 6.4#
6.4
Artikel 6.5#
6.5
Artikel 6.6#
6.6
Artikel 8.8#
8.8
Artikel 8.9#
8.9
Artikel 8.8#
artikel 8.8
Artikel 7.1#
7.1
Artikel 7.3a#
7.3a, b, en c
Artikel 6.7#
6.7
Artikel 7.1#
7.1
Artikel 7.3a#
7.3a
Artikel 7.3c#
7.3c
Artikel 7.3d#
7.3d, eerste lid
Artikel 8.7#
8.7
Artikel 8.4#
artikel 8.4, eerste lid, onderdeel a