Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3910, houdende regels inzake de inrichting van het landelijke gebied
- BWB-id
- BWBR0020800
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2016-01-23 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020800
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-inrichting-landelijk-gebied
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-inrichting-landelijk-gebied/2016-01-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020800&g=2016-01-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020800&z=2026-06-06&g=2016-01-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020800/2016-01-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-inrichting-landelijk-gebied
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – artikel 27, onderdeel a beheersautoriteit: beheersautoriteit als bedoeld in; – artikel 27, onderdeel b betaalorgaan: erkend betaalorgaan als bedoeld in; – artikel 1 van de Wet bodembescherming bodem: bodem als bedoeld in; – artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau beheer landbouwgronden: bureau, bedoeld in; – grondwaterkarakteristiek: samenstel van gegevens inzake de langjarig gemiddeld hoogste en de langjarig gemiddeld laagste grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld; – artikel 24 van de wet infrastructurele voorziening: infrastructurele voorziening als bedoeld in; – Minister: Minister van Economische Zaken; – verordening (EG) nr. 1698/2005 plattelandsontwikkelingsprogramma: plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van, van Nederland; – artikel 52, tweede lid, van de wet schadeloosstelling: schadeloosstelling als bedoeld in; – verordening (EG) nr. 794/2004 verordening (EG) nr. 794/2004 Verordening (EG) nr. 659/1999 :van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 april 2004 tot uitvoering vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (PbEU L 140); – verordening (EG) nr. 1290/2005 verordening (EG) nr. 1290/2005 :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 juni 2005 betreffende financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PbEU L 209); – verordening (EG) nr. 1698/2005 verordening (EG) nr. 1698/2005 :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277); – Wet inrichting landelijk gebied wet:. 2012 25724 13-12-2012 05-12-2012 DGNR-PDJNG/12334532 2012 25724 13-12-2012 05-12-2012 DGNR-PDJNG/12334532 14-12-2012 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 verordening (EG) nr. 1698/2005 Met betrekking tot door gedeputeerde staten te verlenen subsidies ter uitvoering van: a. verordening (EG) nr. 1698/2005 verstrekken gedeputeerde staten alle informatie aan de beheersautoriteit die de beheersautoriteit nodig heeft ter uitvoering van artikel 75 van; b. geschiedt door gedeputeerde staten jaarlijkse verslaglegging aan de beheersautoriteit. 2 verordening (EG) nr. 1698/2005 artikel 27a De verslaglegging bevat alle gegevens die de beheersautoriteit van de betrokken provincie nodig heeft om het jaarverslag, bedoeld in artikel 82 van, te kunnen opmaken en het binnen de in die verordening gestelde termijnen te kunnen toezenden aan het Comité van Toezicht, bedoeld in, en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 21-10-2007 17-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Met betrekking tot door gedeputeerde staten ten laste van het investeringsbudget uitgevoerde steunmaatregelen als bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verstrekken gedeputeerde staten de Minister jaarlijks alle informatie die deze nodig heeft ter uitvoering van artikel 21 van verordening (EG) nr. 659/1999. 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 21-10-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 93, eerste en derde lid, van de wet Als verplichtingen als bedoeld inworden aangeduid: a. artikel 27, eerste lid, van de Landinrichtingswet bijlage A de van voor 1 januari 2007 daterende verplichtingen die voor de Minister, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat alsmede voor de landinrichtingscommissies, bedoeld in, voortvloeien uit de inbij deze regeling genoemde wetten, Ministeriële regelingen en incidentele projectsubsidies, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit subsidieverhoudingen waarbij reeds subsidievaststelling en uitbetaling heeft plaatsgevonden, en met uitzondering van het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures tegen subsidiebeschikkingen die voor 1 januari 2007 zijn ingediend; b. Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties de van voor 1 januari 2008 daterende verplichtingen die voor de Minister voortvloeien uit de, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit het project Grensmaas, het project Zandmaas Pakket I en de Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit subsidieverhoudingen waarbij reeds subsidievaststelling en uitbetaling heeft plaatsgevonden, en met uitzondering van het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures tegen subsidiebeschikkingen die voor 1 januari 2008 zijn ingediend; c. bijlage B de verplichtingen die voor de Minister voortvloeien uit de beschikkingen die zijn verleend ten aanzien van de inbij deze regeling genoemde investeringsprojecten als bedoeld in artikel 3 van de Wet Fonds Economische Structuurversterking. 2 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, alsmede de bevoegdheden van de Minister, onderscheidelijk de Staatssecretarissen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, die met deze verplichtingen samenhangen worden per 1 januari 2007 aan gedeputeerde staten overgedragen. 3 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, alsmede de bevoegdheden van de Minister, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, die met deze verplichtingen samenhangen worden per 1 januari 2008 aan gedeputeerde staten overgedragen. 4 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, alsmede de bevoegdheden van de Minister, die met deze verplichtingen samenhangen, worden per 1 januari 2012 aan gedeputeerde staten overgedragen. 5 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de Minister, de Staatssecretarissen, genoemd in het eerste lid, alsmede van de landinrichtingscommissies, betreffende de verplichtingen die ingevolge het eerste lid overgaan naar gedeputeerde staten, worden overgedragen aan gedeputeerde staten van de provincie waarnaar de verplichtingen ingevolge het eerste en tweede lid overgaan, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2012 25724 13-12-2012 05-12-2012 DGNR-PDJNG/12334532 2012 25724 13-12-2012 05-12-2012 DGNR-PDJNG/12334532 14-12-2012 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5 :#
Artikel 5 : Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 52, tweede lid, van de wet artikel 51, eerste lid, onderdeel b, van de wet Gedeputeerde staten nemen een besluit op het verzoek van de onteigende partij, bedoeld in, om tegen evenredige inbreng van de haar ingevolge de onteigeningswet toekomende schadeloosstelling in aanmerking te komen voor toedeling van vervangende grond op grond van. 2 Gedeputeerde staten wijzen het verzoek af ingeval het belang van de landinrichting zich tegen de toedeling verzet. 3 artikelen 12 tot en met 14 De toedeling vindt plaats met toepassing van de. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 26, eerste lid, van de wet artikel 45, eerste lid, van de wet artikel 27 van de onteigeningswet artikel 11 Indien de onteigening ten behoeve van de realisatie van een infrastructureel werk, bedoeld in, eerder plaatsvindt dan de toedeling van vervangende grond, bedoeld in, besluiten gedeputeerde staten op verzoek van de onteigende partij op grond vanof aan deze grond in tijdelijk gebruik kan worden gegeven. Indien gedeputeerde staten besluiten aan de onteigende partij grond in tijdelijk gebruik te geven, doen zij van hun besluit mededeling aan de deskundigen die op grond vanzijn benoemd door de rechtbank die uitspraak doet over de schadeloosstelling. 2 Het bestuursorgaan dat besluit tot de onteigening, bedoeld in het eerste lid, vergoedt aan gedeputeerde staten de kosten die zijn gemoeid met het in tijdelijk gebruik geven van grond op grond van het besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid. Bedoelde kosten worden mede gebaseerd op de schadeloosstelling. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 37 van de onteigeningswet artikel 12, tweede lid Na de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in, maakt de onteigende partij de op grond van deze uitspraak ontvangen schadeloosstelling binnen vier weken na ontvangst van het bestuursorgaan, bedoeld in, over aan gedeputeerde staten. 2 Na ontvangst van de schadeloosstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt deze beheerd door gedeputeerde staten. 3 artikel 14 Indien toepassing wordt gegeven aan, maakt de wettelijke rente over de periode van het beheer, bedoeld in het tweede lid, deel uit van de schadeloosstelling, bedoeld in het eerste lid. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 37 van de onteigeningswet artikel 52, tweede lid, van de wet artikel 11 Na de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in, stellen gedeputeerde staten vast in welke mate de toedeling van vervangende grond, bedoeld in, de schade ontstaan door de onteigening, bedoeld in, compenseert. Voor zover bedoelde toedeling de schade ontstaan door de onteigening niet of niet volledig compenseert, keren gedeputeerde staten de schadeloosstelling uit aan de onteigende partij afhankelijk van de mate waarin geen of geen volledige compensatie heeft plaatsgevonden door bedoelde toedeling. 2 artikel 90, derde lid, van de wet artikel 26, eerste lid, van de wet Voor zover de schadeloosstelling op grond van het eerste lid niet wordt uitgekeerd aan de onteigende partij, wordt deze in mindering gebracht op de kosten, bedoeld in, die de gezamenlijke eigenaren in het blok, bedoeld in, dragen. 3 artikel 62, eerste lid, van de wet Het besluit, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van de lijst der geldelijke regelingen, bedoeld in. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 52, derde lid, van de wet artikelen 16 tot en met 20 De gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming, bedoeld in, worden bepaald met inachtneming van de. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 65, tweede lid, van de wet De gelijke hoedanigheid van gronden binnen een blok wordt uiterlijk op het in hetlaatstbedoelde tijdstip bepaald. 2 hoofdstuk 2, paragraaf 3, van het Besluit herverkaveling De gelijke hoedanigheid van gronden binnen het blok wordt bepaald, voor zover deze uitruilbaar zijn op grond van. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De gelijke hoedanigheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken: a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en b. de grondwaterkarakteristiek. 2 De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:25.000. 3 In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een grotere schaal dan 1: 25.000, indien de landinrichting plaatsvindt in een gebied met een minder grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek. 4 Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van een advies van deskundigen. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing: a. het feitelijke gebruik; b. de verkavelingssituatie; c. de ontsluitingssituatie; d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil; e. de mate van egaliteit van het maaiveld; f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen; g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage; h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en i. andere dan agrarische kenmerken. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Van de gronden met een gelijke hoedanigheid wordt de bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming bepaald aan de hand van een of meer van de volgende kenmerken: a. de ontwateringstoestand; b. de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewas; c. de stevigheid van de bovengrond; d. de verkruimelbaarheid van de bodem; e. de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau; f. de stuifgevoeligheid van de bodem, of g. de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevinden. 2 Voor elke gebruiksbestemming wordt bepaald welke van de kenmerken, bedoeld in het eerste lid, daarvoor doorslaggevend zijn. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming wordt ingedeeld in ten minste drie klassen. 2 De indeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op een kaart vermeld. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 85, eerste lid, van de wet artikelen 60, tweede, derde en vierde lid 81, tweede, vierde en vijfde lid 82, derde en vierde lid, van de wet In een beding van de overeenkomst, bedoeld in, kunnen de,, en, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. 2 artikel 85, eerste lid, van de wet In de notariële akte van verdeling, bedoeld in, wordt vermeld welke van de in het eerste lid genoemde artikelen in het beding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 91, derde lid, van de wet Het bedrag, bedoeld in, bedraagt € 10,–. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 73 van de Landinrichtingswet artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden wet wet Bij landinrichtingsprojecten waarvoor een landinrichtingsplan als bedoeld in, onderscheidenlijk een uitwerking van het reconstructieplan als bedoeld inis vastgesteld voor de inwerkingtreding van deen die worden voltooid volgens de bepalingen van de: a. artikel 73 van de Landinrichtingswet artikel 17 van de wet wordt het landinrichtingsplan, bedoeld in, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in; b. hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden artikel 17 van de wet wordt de uitwerking van het reconstructieplan voorzover hierbij sprake is van herverkaveling als bedoeld in, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in; c. artikel 189, eerste lid, van de Landinrichtingswet artikel 45, eerste lid van de wet wordt het plan van tijdelijk gebruik, bedoeld in, gelijkgesteld aan het besluit, bedoeld in; d. artikel 131 van de Landinrichtingswet artikel 17, derde lid, onderdelen c en d, van de wet wordt het begrenzingenplan, bedoeld in, gelijkgesteld aan de onderdelen van het inrichtingsplan, bedoeld in; e. artikel 133 van de Landinrichtingswet artikel 28 van de wet wordt het toewijzingsbesluit, bedoeld in, gelijkgesteld aan het onderdeel van het inrichtingsplan bedoeld in; f. artikelen 84 85 van de Landinrichtingswet artikel 18 19 van de wet wordt een wijziging of uitwerking van het landinrichtingsplan als bedoeld in deengelijkgesteld aan de planwijziging, bedoeld inen. 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 21-10-2007
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 wet wet De op het tijdstip van de inwerkingtreding van deafgeronde procedureonderdelen en proceduremomenten worden geacht te zijn afgerond overeenkomstig de. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Landinrichtingswet Reconstructiewet concentratiegebieden De volgende procedureonderdelen en proceduremomenten, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet nog niet zijn afgerond, worden afgerond overeenkomstig de procedure van deonderscheidenlijk de: a. artikelen 80 84 85 van de Landinrichtingswet de vaststelling, de wijziging en de uitwerking van het landinrichtingsplan, bedoeld in de,en; b. artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden de uitwerking van het reconstructieplan, bedoeld in, voorzover hierbij sprake is van herverkaveling; c. artikel 190 van de Landinrichtingswet de vaststelling van het plan tijdelijk gebruik, bedoeld in. 2 Artikel 23 is van overeenkomstige toepassing op de procedureonderdelen en proceduremomenten die ingevolge het eerste lid zijn afgerond. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 95, derde lid, van de wet Landinrichtingswet In afwijking vanworden de volgende landinrichtingsprojecten voltooid overeenkomstig de procedure van de: a. herinrichting ‘Bodegraven-Noord’; b. herinrichting ‘Boskoop’; c. herinrichting ‘IJsselmonde’; d. ruilverkaveling ‘Land van Maas en Waal’; e. ruilverkaveling ‘Rijssen’. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 10-02-2015 Artikel 9 van Stcrt. 2015/3961 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Vervallen 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 10-02-2015 Artikel 9 van Stcrt. 2015/3961 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b Vervallen 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 2015 3961 09-02-2015 05-02-2015 WJZ/14108646 10-02-2015 Artikel 9 van Stcrt. 2015/3961 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28d — Artikel 28d#
Artikel 28d Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28e — Artikel 28e#
Artikel 28e Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28f — Artikel 28f#
Artikel 28f Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28g — Artikel 28g#
Artikel 28g Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 28h — Artikel 28h#
Artikel 28h Vervallen 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 2016 3721 22-01-2016 19-01-2016 DGAN-PDJNG/15037282 23-01-2016
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 wet Als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van deen de daarop berustende bepalingen zijn aangewezen de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken. 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 2013 34926 13-12-2013 12-12-2013 WJZ/13183960 01-01-2014
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wijzigt de Regeling herverkaveling. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt de Regeling subsidie nationale en grensoverschrijdende parken. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt de Regeling versterking recreatie. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De volgende regelingen en besluiten worden ingetrokken: a. Beoordelingskader Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouw ; b. Besluit aanwijzing instellingen versterking recreatie ; c. Besluit natuurbeheer schaapskuddes ; d. Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden ; e. Kaderregeling subsidie pilotprojecten reconstructie ; f. Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging ; g. Regeling kavelruil ; h. Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden ; i. Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart ; j. Regeling subsidiëring landinrichting ; k. Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden ; l. Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer ; m. Subsidieregeling natuurbeheer 2000 ; n. Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden . 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikelen 31 tot en met 33 Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van de regelingen en besluiten, genoemd in de, blijven in stand. 2 Op subsidieaanvragen ingediend op grond van de regelingen en besluiten, genoemd in het eerste lid, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling. 3 bijlage 23 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer In zoverre in afwijking van het eerste en tweede lid is op een aanvraag voor subsidie voor het beheerspakket: Faunarand, opgenomen in, zoals die luidde tot 15 november 2006, bijlage 23a van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de provincie waarin de betrokken beheerseenheid is gelegen van toepassing als is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de aanvraag is ingediend in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006; b. bijlage 23 voor de betrokken beheerseenheid is over het tijdvak 2000-2006 subsidie verleend voor het beheerspakket: Faunarand, opgenomen in, zoals die luidde tot 25 oktober 2003. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies Deze regeling berust mede op. 2013 34196 10-12-2013 09-12-2013 WJZ/13158161 2013 34196 10-12-2013 09-12-2013 WJZ/13158161 01-01-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inrichting landelijk gebied. 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 2006 249 21-12-2006 14-12-2006 TRCJZ/2006/3910 01-01-2007
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid, onderdeel a
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid, onderdeel c