Regeling van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering van 16 januari 2007, nr. 5459170 ter uitvoering van het Besluit naturalisatietoets voor Nederland (Regeling naturalisatietoets Nederland)
- BWB-id
- BWBR0021067
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-06-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021067
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-naturalisatietoets-nederland
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-naturalisatietoets-nederland/2025-06-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021067&g=2025-06-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021067&z=2026-06-06&g=2025-06-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021067/2025-06-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-naturalisatietoets-nederland
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 2, tweede lid van het Besluit naturalisatietoets de naturalisatietoets: de toets, genoemd in; b. Rijkswet op het Nederlanderschap verzoeker: de meerderjarige vreemdeling die, woonachtig in het Europese deel van Nederland of buiten het Koninkrijk, op grond van deverzoekt om verlening van het Nederlanderschap; c. de burgemeester: de burgemeester door wie het verzoek om naturalisatie in ontvangst wordt genomen; d. Besluit naturalisatietoets het besluit: het; e. cursus Nederlands als tweede taal: door een cursusinstelling aangeboden cursus die de verzoeker in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven, teneinde het staatsexamen Nederlands als tweede taal te behalen; f. Wet inburgering Wet inburgering 2021 : de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt; g. Besluit inburgering Besluit inburgering 2021 : het Besluit inburgering, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop hetin werking treedt; h. Regeling inburgering Regeling inburgering 2021 : de Regeling inburgering, zoals die regeling luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt; i. artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering inburgeringscursus: een door een cursusinstelling aangeboden cursus die opleidt tot de inbedoelde onderdelen van het inburgeringsexamen. 2022 19363 20-07-2022 18-07-2022 4093730 2022 19363 20-07-2022 18-07-2022 4093730 21-07-2022 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2, tweede lid, van het besluit artikel 7, tweede lid, van de Wet inburgering De verzoeker heeft de naturalisatietoets, bedoeld inbehaald indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd. 2 artikel 8, eerste lid, onderdelen b tot en met g, van de Wet inburgering Besluit inburgering Tenzij in deze regeling anders is bepaald zijn voor de toepassing van het eerste lid de krachtensbij of krachtens hetvastgestelde regels van toepassing. 3 artikel 2, tweede lid, van het besluit artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering In afwijking van het eerste lid, heeft de verzoeker de naturalisatietoets, bedoeld in, behaald, indien hij voor 1 januari 2015 het inburgeringsexamen, bedoeld inzoals deze wet luidde op 31 december 2012 met goed gevolg heeft afgelegd, met dien verstande dat de in artikel 2, derde lid van het besluit genoemde taalvaardigheden op niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn behaald. 4 hoofdstuk 4 van de Wet inburgering artikelen 2.7, derde lid, aanhef en onderdeel a 2.9, eerste lid 2.10, eerste lid hoofdstuk 3, van het Besluit inburgering hoofdstuk 3 van de Regeling inburgering artikel 15, vijfde lid van de Wet inburgering artikel 3.8 van het Besluit inburgering artikel 3.7 van de Regeling inburgering Tenzij in deze regeling anders is bepaald, zijn voor de toepassing van het derde lid de bepalingen van, de,, en, enenvan toepassing zoals deze luidden op 31 december 2012, met dien verstande dat,enzoals deze luidden op 31 december 2012 niet van toepassing zijn. 2017 55853 29-09-2017 27-09-2017 2129147 2017 55853 29-09-2017 27-09-2017 2129147 01-10-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De verzoeker die buiten het Koninkrijk hoofdverblijf heeft, legt naar keuze de naturalisatietoets af bij het hoofd van de diplomatieke en consulaire post, die namens de Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd is een naturalisatieverzoek in ontvangst te nemen en de naturalisatietoets af te nemen, dan wel in Nederland. 2 artikel 2, eerste en derde lid In afwijking van, heeft de verzoeker die de naturalisatietoets bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aflegt, de naturalisatietoets behaald, indien hij: a. artikel 3.9, tweede lid, van het Besluit inburgering voor wat betreft de examinering van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal de onderdelen, bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd; en b. artikel 3.9, derde lid, onder a, van het Besluit inburgering voor wat betreft de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd. 3 Voor 1 juli 2019 behaalde examenonderdelen gelden als behaald voor de overeenkomstige onderdelen van de vanaf 1 juli 2019 afgenomen naturalisatietoets. 4 De verzoeker, woonachtig buiten het Koninkrijk, identificeert zich bij de deelname aan het examen door middel van een geldig nationaal paspoort. 5 bijlage Het in het eerste lid genoemde hoofd van de post neemt de naturalisatietoets overeenkomstig het in devan deze Regeling opgenomen examenreglement naturalisatietoets buitenland af. 6 artikel 8, eerste lid, onder g, van de Wet inburgering Aan de in het tweede lid genoemde verzoeker wordt het inburgeringsdiploma, bedoeld in, ten bewijze waarvan het inburgeringsexamen is behaald, uitgereikt door het in het eerste lid genoemde hoofd van de post. 7 Aan het afleggen van de naturalisatietoets op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland zijn kosten verbonden die door de verzoeker voorafgaande aan de examinering voldaan dienen te worden. 8 Het examengeld, bedoeld in het zevende lid, bedraagt voor de verzoeker, bedoeld in het tweede lid: a. € 70,– voor elk van de examenonderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid en schrijfvaardigheid; b. € 80,– voor het examenonderdeel spreekvaardigheid; c. € 60,– voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij. 2019 29649 27-05-2019 20-05-2019 2568897 2019 29649 27-05-2019 20-05-2019 2568897 01-07-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering artikel 3.7 van het Besluit inburgering Regeling certificaat inburgering oudkomers Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld indan wel van het praktijkdeel als bedoeld inzoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die het certificaat overlegt, als bedoeld in de, met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken is behaald ten minste het niveau 2 van het referentiekader NT2. 2 Bij het certificaat, bedoeld in het eerste lid legt de verzoeker de hem door het college van burgemeester en wethouders afgegeven, gewaarmerkte kopie over van de verklaring van de onderwijsinstelling waar de NT2-profieltoets is afgelegd. 3 artikel 3.9, derde lid, onderdeel a, van het Besluit inburgering artikel 2 van de Regeling naturalisatietoets Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld indan wel bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 is vrijgesteld de verzoeker die kan aantonen dat hij het onderdeel kennis van de staatsinrichting en maatschappij van de naturalisatietoets, bedoeld inzoals dit luidde op 31 maart 2007 heeft behaald. 4 artikel 3.9, derde lid, onderdeel a, van het Besluit inburgering artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering nieuwkomers Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld indan wel bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 is vrijgesteld de verzoeker die een certificaat overlegt als bedoeld inzoals deze luidde op 31 december 2006, indien uit de vermelding daarop, of anders uit de bijbehorende verklaring van het Regionaal Opleidingencentrum, blijkt dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie is behaald het niveau vanzoals deze luidde op 31 december 2006. Bij het in dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker tevens de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het certificaat is afgegeven. 5 artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering artikel 3.7 van het Besluit inburgering artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld indan wel van het praktijkdeel als bedoeld inzoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die een certificaat overlegt als bedoeld inzoals deze luidde op 31 december 2006, indien uit de vermelding daarop, of anders uit de bijbehorende verklaring van het Regionaal Opleidingencentrum, blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald. Bij het in dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker tevens de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het certificaat is afgegeven. 6 artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering artikel 3.7 van het Besluit inburgering Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld indan wel van het praktijkdeel als bedoeld inzoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die een originele verklaring overlegt van het Regionaal Opleidingencentrum, afgegeven op basis van de resultaten van een voor 1 januari 2007 afgelegde toets ter afronding van een NT2-taaltraject, indien uit de verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald. Om tot vrijstelling te kunnen leiden, dient de verklaring de volgende gegevens te bevatten: a. de naam van het document; b. de naam en handtekening van de verantwoordelijke van het regionaal opleidingencentrum; c. de echtheidskenmerken van het regionaal opleidingencentrum; d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeenkomen met de naam en geboortedatum zoals vermeld op zijn identiteitsdocument; e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken; f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald. 7 artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering artikel 3.7 van het Besluit inburgering Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld indan wel van het praktijkdeel, bedoeld inzoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die beschikt over één van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal: a. Certificaat Maatschappelijk Informeel (ERK-niveau A2); b. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen (ERK-niveau A2); c. Certificaat Maatschappelijk Formeel (ERK-niveau B1), d. Certificaat Zakelijk Professioneel (ERK-niveau B2), e. Certificaat Educatief Startbekwaam (ERK-niveau B2), of f. Certificaat Educatief Professioneel (ERK-niveau C1). 8 artikelen 2.10, eerste lid, onderdeel b 3.9, derde lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in de, en, zijn vrijgesteld: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de verzoeker die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt of die voor het bereiken van die leeftijd zijn werkzaamheden heeft gestaakt ten gevolge van vervroegde uittreding; b. de verzoeker die zich voor 1 januari 2015 bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft aangemeld voor de naturalisatietoets of een onderdeel van die toets en van wie DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld heeft ontvangen; c. de verzoeker die in een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek tot vrijstelling: 1°. in ten minste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht; 2°. artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 15 van die wet winst uit een onderneming, bedoeld in, had die ten minste gelijk was aan M * 48 * 6, waarbij M staat voor het minimumuurloon, bedoeld in, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in; of 3°. artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 in ten minste zes maanden bijstand ontving op grond van; d. artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de verzoeker die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in. 9 artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen genaamd het participatieverklaringstraject, bedoeld in, is vrijgesteld de verzoeker die niet op grond van de Wet inburgering inburgeringsplichtig is. 2024 15948 16-05-2024 08-04-2024 5335029 2024 15948 16-05-2024 08-04-2024 5335029 17-05-2024 Artikel II van Stcrt. 2024/15948 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering De inbedoelde psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap toont verzoeker, die woonachtig is in Nederland, aan door overlegging van een medisch advies van een arts, bedoeld in, dat op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan zes maanden en inhoudende dat sprake is van een belemmering of een handicap. 2 bijlage 4 bij de Regeling inburgering De arts, bedoeld in het vorige lid, stelt het advies op conform het protocol dat is opgenomen in. 3 artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit artikel 6 van de Wet inburgering De inbedoelde psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap toont verzoeker, die woonachtig is in Nederland, tevens aan door overlegging van een beschikking van het college van burgemeesters en wethouders op grond van, zoals die wet luidde op 31 december 2012, inhoudende de ontheffing van de inburgeringsplicht, die op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar. 4 artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet inburgering De inbedoelde psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap toont verzoeker, die woonachtig is in Nederland, tevens aan door overlegging van een beschikking van de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op grond van, zoals deze wet luidde op 30 september 2017, inhoudende ontheffing van de inburgeringsplicht, die op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar. 5 artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering De inbedoelde psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap toont verzoeker, die woonachtig is in Nederland, tevens aan door overlegging van een beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van, inhoudende ontheffing van de inburgeringsplicht, die op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar. 6 artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit De inbedoelde psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap toont verzoeker, die woonachtig is buiten het Koninkrijk, aan door overlegging van een verklaring van een arts of deskundige, gespecialiseerd in de desbetreffende aandoening, dat op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan zes maanden en inhoudende dat sprake is van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap. 2017 55853 29-09-2017 27-09-2017 2129147 2017 55853 29-09-2017 27-09-2017 2129147 01-10-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering Geen verplichting tot het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen genaamd de examinering van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde talen en de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in, heeft op grond van, de verzoeker die een beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overlegt, waaruit blijkt dat hij op grond vanwegens aangetoonde geleverde inspanningen van die onderdelen van het inburgeringsexamen is ontheven. 2 artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet inburgering Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van, heeft de verzoeker die een beschikking van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overlegt waaruit blijkt dat hij op grond van, zoals deze wet luidde op 30 september 2017, is ontheven van de inburgeringsplicht wegens aantoonbaar geleverde inspanningen om aan die plicht te voldoen. 3 artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit artikel 31, tweede lid, onder c, van de Wet inburgering Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van, heeft de verzoeker die een beschikking van het college van burgemeester en wethouders overlegt waaruit blijkt dat hij op grond van, zoals deze wet luidde op 31 december 2012, is ontheven van de inburgeringsplicht omdat het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. 4 artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van, heeft de verzoeker die een advies van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overlegt inhoudende dat ondanks aantoonbaar geleverde inspanningen van hem niet kan worden verwacht dat hij de naturalisatietoets met succes aflegt. 5 DUO geeft het in het vierde lid bedoelde advies in ieder geval op diens verzoek af aan de vreemdeling die: a. ten minste driemaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van de naturalisatietoets, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen, en ten minste 600 uur bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk heeft deelgenomen aan: 1°. een inburgeringscursus; 2°. een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, waarbij ten minste 200 uur besteed is aan de inburgeringscursus; 3°. een cursus Nederlands als tweede taal; of 4°. een combinatie van een inburgeringscursus en een cursus Nederlands als tweede taal; b. ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk en uit een door DUO afgenomen toets blijkt dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om de naturalisatietoets te halen; of c. ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, beide aan een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk, waarvan ten minste 300 uur besteed is aan de alfabetiseringscursus, en uit een door DUO afgenomen toets blijkt dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om de naturalisatietoets te halen. 6 Ter zake van de door DUO afgenomen toets, bedoeld in het vijfde lid, onder b en c, is de vreemdeling aan DUO een bedrag van € 150 verschuldigd. 7 Wet inburgering Het vierde tot en met zesde lid is niet van toepassing op vreemdelingen die op grond van denog inburgeringsplichtig zijn voor het onderdeel genaamd het participatieverklaringstraject. 2025 22052 27-06-2025 19-06-2025 6391477 2025 22052 27-06-2025 19-06-2025 6391477 28-06-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2012 26085 18-12-2012 03-12-2012 2012-0000703808 2012 26085 18-12-2012 03-12-2012 2012-0000703808 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Regeling naturalisatietoets Dewordt ingetrokken. 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 01-04-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2007. 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 01-04-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling naturalisatietoets Nederland. 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 2007 16 23-01-2007 16-01-2007 5459170 01-04-2007
Artikel 3#
artikel 3, vijfde lid