Regeling van de Minister van Justitie d.d. 23 mei 2007, nr. 5484160/07/CBK, houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van buitengewoon opsporingsambtenaren en ambtenaren in dienst van een bijzondere opsporingsdienst terzake van geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en schietvaardigheid (Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten)
- BWB-id
- BWBR0021973
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021973
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-toetsing-geweldsbeheersing-buitengewoon-opsporingsa
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-toetsing-geweldsbeheersing-buitengewoon-opsporingsa/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021973&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021973&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021973/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-toetsing-geweldsbeheersing-buitengewoon-opsporingsa
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 de opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in, niet zijnde de buitengewoon opsporingsambtenaar voor wie de commandant van de Koninklijke marechaussee als direct toezichthouder is aangewezen, indien hij optreedt in de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in, dan wel indien die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen alsmede de opsporingsambtenaar in dienst van een bijzondere opsporingsdienst; b. artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten bijzondere opsporingsdienst: de diensten, genoemd in; c. Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren de Ambtsinstructie:; d. artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Ambtsinstructie geweldsmiddel: geweldsmiddel als bedoeld in; e. artikel 1, eerste lid, onder s, onder 2° of 3°, van de Politiewet 2012 de toets geweldsbeheersing:de door de Politieacademie samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldsbeheersing volgens de kwalificaties van een politieopleiding als bedoeld invoor de opsporingsambtenaar; f. artikel 1, eerste lid, onder s, onder 2° of 3°, van de Politiewet 2012 de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door de Politieacademie samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden volgens de kwalificaties van een politieopleiding als bedoeld invoor de opsporingsambtenaar; g. artikel 1, eerste lid, onder s, onder 2° of 3°, van de Politiewet 2012 de toets schietvaardigheid: de door de Politieacademie samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid volgens de kwalificaties van een politieopleiding als bedoeld invoor de opsporingsambtenaar; h. toetser: de ambtenaar van politie dan wel de ambtenaar in vaste dienst bij een overheidsinstantie die opsporingsambtenaren in dienst heeft dan wel de werknemer in vaste dienst bij een particuliere werkgever van buitengewoon opsporingsambtenaren, die heeft voldaan aan de kwalificaties van de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd door de Politieacademie om de toetsen geweldsbeheersing boa, aanhouding- en zelfverdedigingsvaardigheden boa en schietvaardigheid boa af te nemen; i. de werkgever: de werkgever van de opsporingsambtenaar; j. artikelen 36 37 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar artikel 7, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de toezichthouder: degene die op grond van deenals toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen alsmede degene die op grond vanis aangewezen als toezichthouder van de bijzondere opsporingsdienst; k. artikelen 36 37 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de direct toezichthouder: degene die op grond van deenals direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen alsmede degene die op grond vanis aangewezen als toezichthouder van de opsporingsambtenaar van de bijzondere opsporingsdienst. 2022 33430 12-12-2022 02-12-2022 4252958 2022 33430 12-12-2022 02-12-2022 4252958 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 artikel 6, eerste en derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten artikel 4, onderdeel b, van de Ambtsinstructie Een opsporingsambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van de bevoegdheden, genoemd in, onderscheidenlijk, dan wel een geweldsmiddel als bedoeld in, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd: 1°. de toets geweldsbeheersing, en 2°. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden. 2 Een opsporingsambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd. 3 Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt de opsporingsambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het vierde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van dat geweldsmiddel, vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat heeft afgelegd. 4 artikel 6, eerste en derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten De werkgever draagt er, in overeenstemming met de direct toezichthouder, zorg voor dat de opsporingsambtenaar slechts gebruik maakt van de bevoegdheden genoemd in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012, dan wel de bevoegdheden genoemd in, indien hij geoefend is in de toepassing van deze bevoegdheden. Indien een opsporingsambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar de in het eerste lid bedoelde toetsen nog niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, is de opsporingsambtenaar niet bevoegd gebruik te maken van voornoemde bevoegdheden. 5 De direct toezichthouder draagt er, in overeenstemming met de werkgever, zorg voor dat de opsporingsambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel. Indien een opsporingsambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door de direct toezichthouder ingenomen. 6 Indien buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan de Minister van Justitie en Veiligheid besluiten dat, in afwijking van het eerste lid, de opsporingsambtenaar voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden en geweldsmiddelen, indien hij de toets geweldsbeheersing en de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd. 2020 64868 11-12-2020 30-11-2020 3097399 2020 64868 11-12-2020 30-11-2020 3097399 12-12-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De werkgever draagt zorg voor de training en de toetsing van de opsporingsambtenaar. 2 De opsporingsambtenaar is verantwoordelijk voor zijn deelname aan de training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en de toetsing. 3 De direct toezichthouder houdt toezicht op de kwaliteit en objectiviteit van de toetsing. Dit geldt alleen voor de uitvoering van de toetsen. 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 01-06-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 dat artikel Indien een opsporingsambtenaar, op de laatste dag van de inbedoelde perioden, een van de inbedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de werkgever en de direct toezichthouder. 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 01-06-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 De werkgever draagt zorg voor registratie van de deelname aan en de resultaten van de inbedoelde toetsen. 2 artikel 2 De werkgever verstrekt in het jaarverslag de direct toezichthouder, de toezichthouder en de Minister van Justitie en Veiligheid een overzicht betreffende de deelname aan en de resultaten van de inbedoelde toetsen alsmede het gevoerde beleid hieromtrent. 2018 35735 28-06-2018 19-06-2018 2290868 2018 35735 28-06-2018 19-06-2018 2290868 01-07-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Regeling toetsing geweldbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar 2005 Dewordt ingetrokken. 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 01-06-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2007. 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 01-06-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten. 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 2007 103 01-06-2007 23-05-2007 5484160/07/CBK 01-06-2007