Regeling vaststelling verdeelsleutels, bandbreedtes, maatstaven en bedragen Besluit bekostiging financieel toezicht
- BWB-id
- BWBR0022255
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2011-08-31 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022255
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-vaststelling-verdeelsleutels-bandbreedtes-maatstave
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-vaststelling-verdeelsleutels-bandbreedtes-maatstave/2011-08-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022255&g=2011-08-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022255&z=2026-06-06&g=2011-08-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022255/2011-08-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-vaststelling-verdeelsleutels-bandbreedtes-maatstave
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet op het financieel toezicht wet:; b. Besluit bekostiging financieel toezicht besluit:. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 7, tweede lid, van het besluit artikel 2:15 van de wet Als categorie, bedoeld in, wordt vastgesteld: kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die op grond vanhun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 7 van het besluit Ter bepaling van de tarieven, bedoeld in, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in, de maatstaven als volgt vastgesteld: a. artikel 3:57 van de wet clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; b. artikel 2:11 van de wet artikel 3:4, eerste lid, van de wet artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van bank uitoefenen en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inen die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; c. artikel 2:11 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld is uitgegeven; d. artikel 2:16 van de wet artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; e. artikel 2:16 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven; f. artikel 2:20 van de wet artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; g. artikel 2:20 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld indie het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven; h. artikel 2:15 van de wet artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die op grond vanhun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; i. artikel 7, onderdeel d, van het besluit artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet zorgverzekeraars als bedoeld in: aantal verzekerden, als bedoeld in; j. artikel 7, onderdeel e, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: het bruto premie-inkomen; k. artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in, niet zijnde beheerders als bedoeld onder l.: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; l. artikel 2:65, tweede lid, van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; m. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder: het balanstotaal; n. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten; o. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 8 De maatstaven, bedoeld in, worden voor de categorieën financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in, als volgt vastgesteld: a. artikel 2:11 artikel 2:20 van de wet artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inof, die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; b. artikel 2:27, eerste lid 2:47 2:48, eerste lid, van de wet schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in,onderscheidenlijk: bruto premie-inkomen in Nederland; c. artikelen 2:27, eerste lid 2:47 van de wet levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de, of: bruto premie-inkomen in Nederland; d. artikel 2:65 van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; e. artikel 2:96 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inen die uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten; f. artikel 2:96 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen; g. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet financiële ondernemingen die ingevolgebeleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen h. artikel 5:26, eerste lid, van de wet houders van een markt in financiële instrumenten waaraan een erkenning is verleend als bedoeld in: het aantal transacties in financiële instrumenten tot stand gekomen op de markt in financiële instrumenten; i. artikel 5:59 van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in: artikel 5:26, eerste lid instellingen, niet zijnde beleggingsinstellingen, waarvan de aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar; j. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet; k. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden; l. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 11, derde lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld in, wordt, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op: a. € 31.500 voor clearinginstellingen; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 1° van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 2° van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; 3°. artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; 4°. artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; 5°. artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; 6°. artikel 2:20 van de wet € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen; 7°. artikel 2 € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld invan deze regeling; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel d van het besluit € 681 voor zorgverzekeraars bedoeld in; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel e van het besluit € 681 voor verzekeraars bedoeld in; e. artikel 7, eerste lid, onderdeel f van het besluit € 1.000 voor beheerders bedoeld in; f. artikel 7, eerste lid, onderdeel g van het besluit € 1.000 voor beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder bedoeld in; g. beleggingsondernemingen, verdeeld in: 1°. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; 2°. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 11, derde lid, van het besluit artikel 8, eerste lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld inwordt, voor zover het de financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld inbetreft waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, vastgesteld op: a. € 0 voor clearinginstellingen en kredietinstellingen die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit € 1.871 voor kredietinstellingen als bedoeld in; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit € 740 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; d. € 0 voor andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder c; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit € 723 voor levensverzekeraars als bedoeld in; f. 3°, van het besluit € 0 voor andere levensverzekeraars dan bedoeld onder; g. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit € 5.424 voor beheerders als bedoeld in; h. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van het besluit € 0 voor beheerders als bedoeld in; i. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1° van het besluit € 1.458 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; j. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit € 0 voor niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 4°, van het besluit € 0 voor niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in; m. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet € 11.699 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolgebeleggingsdiensten verlenen; n. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 6°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; o. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit € 0 voor houders van een markt in financiële instrumenten als bedoeld in; p. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van het besluit € 0 voor houders van een gereglementeerde markt als bedoeld in; q. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit € 0 voor houders van een gereglementeerde als bedoeld in; r. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit € 2.601 voor uitgevende instellingen als bedoeld in; s. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit € 1.092 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in; t. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie geen beleggingsinstelling zijn als bedoeld onder s, waarvan de aandelen of daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; u. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid van de wet € 1.517 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; v. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit € 414 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in; w. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid van de wet € 4.879 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; x. artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit € 361 voor pensioenfondsen als bedoeld in; y. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. € 699 voor aanbieders van krediet; 2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten; 3°. artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k van het besluit € 0 voor aanbieders van financiële producten die tevens financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in; z. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in: 1°. artikel 12 van het besluit € 594 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in; 2°. € 910 voor overige adviseurs en bemiddelaars; 3°. artikel 8 eerste lid onderdeel a tot en met k van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens een financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in; 4°. artikel 8 eerste lid onderdeel l van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in. 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 31-08-2011
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 11, derde lid, van het besluit artikel 8, eerste lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld inwordt, voor zover het de financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld inbetreft waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, vastgesteld op: a. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit € 1.679 voor kredietinstellingen als bedoeld in; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit € 709 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit € 674 voor levensverzekeraars als bedoeld in; d. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit € 5.346 voor beheerders als bedoeld in; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, van het besluit € 1.417 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; g. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet € 0 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolgebeleggingsdiensten verlenen; h. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit € 2.554 voor uitgevende instellingen als bedoeld in; i. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit € 1.065 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in; j. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid van de wet € 1.504 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit € 409 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid van de wet € 4.860 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; m. artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit € 358 voor pensioenfondsen als bedoeld in; n. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. € 636 voor aanbieders van krediet; 2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten; o. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in: 1°. artikel 12 van het besluit € 577 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in; 2°. € 873 voor overige adviseurs en bemiddelaars. 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 31-08-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 11, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het besluit bijlage De tarieven en bandbreedtes, bedoeld in, worden vastgesteld zoals opgenomen in debij deze regeling. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien aan een financiële onderneming in het voorafgaande jaar op grond van de wet een aanwijzing is gegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan de toezichthouder aan deze financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de in verband daarmee werkelijk gemaakte kosten die uitstijgen boven de kosten die onder normale omstandigheden ten aanzien van die financiële onderneming zouden zijn gemaakt. 2 Een bedrag dat door de toezichthouder op grond van het eerste lid in rekening is gebracht en door de desbetreffende financiële onderneming is betaald, wordt onverwijld terugbetaald indien het besluit tot het geven van de aanwijzing of tot het opleggen van de last onder dwangsom is ingetrokken of na beroep is vernietigd. 3 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt op zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het gebaseerd is op de werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 2007 136 18-07-2007 10-07-2007 FM2007-01731M 20-07-2007
Artikel 7#
artikel 7