Regeling van de Minister van Financiën van 21 november 2007 inzake het verlenen van voorschotten door het Rijk (Regeling verlening voorschotten 2007)
- BWB-id
- BWBR0022914
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2007-12-02 t/m 2017-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022914
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-verlening-voorschotten-2007
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-verlening-voorschotten-2007/2007-12-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022914&g=2007-12-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022914&z=2026-06-06&g=2007-12-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022914/2007-12-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-verlening-voorschotten-2007
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In deze regeling wordt verstaan onder: a. privaatrechtelijk voorschot: een vooruitbetaling door het Rijk in verband met door een derde aan het Rijk te leveren producten of te verlenen diensten of voor het Rijk te verrichten werken; b. publiekrechtelijk voorschot: een vooruitbetaling door het Rijk op een aan een derde verstrekte aanspraak op een subsidie of bijdrage; c. Minister: de Minister wie het aangaat. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2 Privaatrechtelijke voorschotten#
Artikel 2 Privaatrechtelijke voorschotten 1 De Minister kan privaatrechtelijke voorschotten verlenen. Alvorens een privaatrechtelijk voorschot wordt verleend, beoordeelt de Minister het risico dat de derde partij zijn verplichtingen uit de overeenkomst tot levering van het product, tot verlening van de dienst of tot verrichting van het werk niet of niet geheel zal nakomen. 2 Indien de Minister het risico laag inschat, kan hij een privaatrechtelijk voorschot tot maximaal 100% van de aangegane financiële verplichting verlenen. 3 Indien naar het oordeel van de Minister de kans dat het risico zich voordoet substantieel is, dan wel de gevolgen van het risico substantieel zijn, eist hij van de derde partij dat deze voldoende zekerheid stelt. 4 Indien het oordeel, bedoeld in het derde lid, leidt tot de eis tot zekerheidstelling, wordt vanaf een door de Minister van Financiën vast te stellen grensbedrag zekerheidstelling geëist in de vorm van een garantie, afgegeven door een in het maatschappelijk verkeer betrouwbaar geachte instelling. 5 bijlage De Minister van Financiën vermeldt in debij deze regeling de instellingen of de categorieën van instellingen die naar zijn oordeel voldoen aan het in het vierde lid vermelde criterium van maatschappelijke betrouwbaarheid. 6 artikel 35 van de Comptabiliteitswet 2001 Het verlenen van voorschotten geschiedt op een wijze als bedoeld in. 7 Over privaatrechtelijke voorschotten wordt rente in rekening gebracht, indien dit in verband met de motieven die tot de voorschotverlening hebben geleid, redelijk is te achten. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3 Publiekrechtelijke voorschotten#
Artikel 3 Publiekrechtelijke voorschotten 1 De Minister kan publiekrechtelijke voorschotten aan een derde partij verlenen tot zodanige bedragen als verantwoord is in verband met het bestedings- of uitgavenpatroon dat voortvloeit uit het doel van de overdracht en de daaraan verbonden voorwaarden. 2 artikel 24, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 In overeenstemming met de Minister van Financiën kan aan een publiekrechtelijk voorschot aan een derde partij, niet zijnde een natuurlijke persoon, de voorwaarde worden verbonden dat het voorschot bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden in een rekening-courant, bedoeld in. 3 Een ruimer publiekrechtelijk voorschot dan op grond van het eerste lid mogelijk is, kan worden verleend, indien dat vanuit een oogpunt van subsidiebeheer doelmatig is en, in geval het betreft een voorschot aan een derde partij niet zijnde een natuurlijke persoon, indien in overeenstemming met de Minister van Financiën aan het voorschot de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, wordt verbonden. 4 Indien het niet doelmatig is de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, te verbinden aan het voorschot, bedoeld in het derde lid, kan daarvan in overeenstemming met de Minister van Financiën worden afgezien. 5 In afwijking van het eerste lid is een ruimer voorschot aan een internationale instelling mogelijk zonder dat aan het voorschot de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, wordt verbonden, indien in overeenstemming met de Minister van Financiën de doelmatigheid op een andere wijze in acht wordt genomen. 6 De Minister bepaalt of zekerheid moet worden gesteld. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4 Privaatrechtelijke voorschotten aan publieke rechtspersonen#
Artikel 4 Privaatrechtelijke voorschotten aan publieke rechtspersonen artikel 91, eerste lid, onderdeel d, van de Comptabiliteitswet 2001 artikel 3, tweede en derde lid Op privaatrechtelijke voorschotten, verleend aan een derde partij, zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon of een rechtspersoon, bedoeld in, is, van overeenkomstige toepassing. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Parkeren van begrotingsgeld#
Artikel 5 Parkeren van begrotingsgeld Het verlenen van voorschotten met als doel het belasten van een eerder begrotingsjaar dan zonder bevoorschotting zou plaatsvinden, is niet toegestaan, tenzij dit in het belang van het Rijk is en de Minister van Financiën daarmee heeft ingestemd. Van die instemming moet uit het betrokken begrotingsdossier blijken. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Regeling verlening voorschotten 2004 Dewordt ingetrokken. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling verlening voorschotten 2007. 3 Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2007. 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 2007 233 30-11-2007 21-11-2007 02-12-2007 01-01-2007
Artikel 2#
artikel 2, vijfde lid