Regeling van 12 december 2006, nr. HDJZ/SCH/2006-1945, Hoofddirectie Juridische Zaken, houdende nadere regels ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Regeling voorkoming verontreiniging door schepen)
- BWB-id
- BWBR0020786
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020786
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-voorkoming-verontreiniging-door-schepen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/2025-09-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020786&g=2025-09-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020786&z=2026-06-06&g=2025-09-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020786/2025-09-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-voorkoming-verontreiniging-door-schepen
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit voorkoming verontreiniging door schepen besluit:; b. richtlijn 2013/53 richtlijn nr. 2013/53 richtlijn nr. 94/25/EG /EU:/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van; c. richtlijn 96/98/EG richtlijn nr. 96/98/EG :van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG 1997, L 46); d. richtlijn 2016/802 richtlijn nr. 2016/802 /EU:/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen; e. richtlijn 2005/35/EG richtlijn nr. 2005/35/EG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (PbEU L 255); f. verordening (EU) 530/2012: verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen (PbEU L 172); g. verordening (EG) 782/2003 verordening (EG) nr. 782/2003 :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (PbEU L 115); h. emissiereductiemethode: technische methode als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 1999/32/EG; i. x x gebied voor emissiebeheersing voor SOen fijnstof: gebied als bedoeld in voorschrift 14 van Bijlage VI van het Verdrag, waar bijzondere verplichte maatregelen voor emissies door schepen gelden teneinde lucht verontreiniging door SOen fijnstof en de daarmee gepaard gaande schadelijke invloed op de volksgezondheid en het milieu te voorkomen, beperken en beheersen; j. schip op zijn ligplaats: schip op zijn ligplaats als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 1999/32/EG; k. IMDG-Code: de bij resolutie MSC.122(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Code voor gevaarlijke stoffen (International Maritime Dangerous Goods Code); l. resolutie A.495(XII): resolutie A.495(XII) van de Algemene Vergadering van de IMO, houdende herziene Specificaties voor olietankschepen met aangewezen schone-ballasttanks; m. resolutie A.446(XI): resolutie A.446(XI) van de Algemene Vergadering van de IMO, zoals gewijzigd door resolutie A.497(XII) en verder gewijzigd door resolutie A.897(21), houdende Specificaties voor het ontwerp, de werkwijze en de regeling van ruwe-oliewassystemen; n. resolutie A.1122(30): resolutie A.1122(30) van de Algemene Vergadering van de IMO, houdende de Code voor het vervoer en de behandeling van gevaarlijke en schadelijke vloeistoffen in bulk door offshore ondersteuningsschepen (OSV Chemical Code); o. Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; p. Vaartuigenwet 1930 BES Caribisch-Nederlands schip: een schip dat op grond van deis geregistreerd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; q. richtlijn 2014/90/EU: richtlijn nr. 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van richtlijn 96/98/EG van de Raad (PbEU L 257); r. Richtlijn 2009/16/EG verordening (EU) 2015/757: verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van; s. Richtlijn 2009/16/EG verordening (EU) 1257/2013: Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad, van 20 november 2013, inzake scheepsrecycling en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1013/ 2006 en van; t. richtlijn 2014/90 uitvoeringsverordening scheepsuitrusting: uitvoeringshandeling van de Europese Commissie betreffende de vereisten met betrekking tot het ontwerp, de constructie en de prestaties van en de beproevingsnormen voor de scheepsuitrusting, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van/EU. 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 01-04-2024
Artikel 1a* — Artikel 1a* Toepassing op Caribisch-Nederlandse schepen#
Artikel 1a* Toepassing op Caribisch-Nederlandse schepen artikelen 2 5a tot en met 5g 11 12a 12b 13 14a 14b 15a tot en met 15e De,,,,,,,enzijn tevens van toepassing op Caribisch-Nederlandse schepen, met dien verstande dat: a. artikel 2 voor het aanmerken van de dag waarop een met de kiellegging vergelijkbaar stadium is bereikt als bedoeld in, slechts de op grond van deze regeling toepasselijke code en resoluties in acht worden genomen; b. artikel 5g bij het toestaan van afwijking als bedoeld inslechts de op grond van deze regeling toepasselijke code en resoluties in acht worden genomen. 2014 16426 17-06-2014 16-06-2014 IENM/BSK-2014/115681 2014 16426 17-06-2014 16-06-2014 IENM/BSK-2014/115681 01-07-2014 Abusievelijk voegt de Staatscourant een tweede artikel 1a toe.
Artikel 1a — Artikel 1a Aanwijzing richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart#
Artikel 1a Aanwijzing richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart Vervallen 2022 13193 31-05-2022 17-05-2022 IENW/BSK-2022/95942 2022 13193 31-05-2022 17-05-2022 IENW/BSK-2022/95942 01-06-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Bouwdatum van een schip#
Artikel 2 Bouwdatum van een schip Artikel 4, tweede lid, van het besluit Als bouwdatum van een schip wordt aangemerkt de dag waarop de kiel van het schip is gelegd, dan wel de dag waarop met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke code, resoluties, richtlijnen of verordeningen is bepaald, een met de kiellegging vergelijkbaar stadium is bereikt.is van overeenkomstige toepassing. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Eisen op grond van verordening (EU) 530/2012#
Artikel 3 Eisen op grond van verordening (EU) 530/2012 artikel 5, eerste lid, van het besluit Een olietankschip van 150 GT of meer voldoet in aanvulling op de ingevolgetoepasselijke eisen van Bijlage I van het Verdrag mede aan de eisen van verordening (EU) 530/2012. 2012 18964 17-09-2012 12-09-2012 IENM/BSK-2012/139186 2012 18964 17-09-2012 12-09-2012 IENM/BSK-2012/139186 18-09-2012
Artikel 4 — Artikel 4 verordening (EG) 782/2003 Eisen op grond van de#
Artikel 4 verordening (EG) 782/2003 Eisen op grond van de verordening (EG) 782/2003 artikel 8, eerste lid, van het besluit Overeenstemming met de artikelen 4 en 5 van deis een eis als bedoeld in. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5 x Alternatieve maatregel voor de beheersing van NO-emissies#
Artikel 5 x Alternatieve maatregel voor de beheersing van NO-emissies Wet pleziervaartuigen richtlijn 2013/53 artikel 5, vijfde en zesde lid, van het besluit x Dein samenhang met de in bijlage I van/EU opgenomen essentiële eisen voor de uitlaatemissies van voortstuwingsmotoren met betrekking tot stikstofoxiden wordt voor de toepassing van, beschouwd als een alternatieve maatregel voor de beheersing van NO-emissies als bedoeld in voorschrift 13.1.b.ii van Bijlage VI van het Verdrag. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 29-09-2017
Artikel 5a — Artikel 5a Eisen aan schepen van minder dan 400 GT in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 5a Eisen aan schepen van minder dan 400 GT in verband met Bijlage I bij het Verdrag De volgende schepen zijn uitgerust met voorzieningen om olierestanten of oliehoudende mengsels aan boord te houden of om deze overeenkomstig voorschrift 15.6 van Bijlage I bij het Verdrag te lozen: a. schepen van minder dan 400 GT, niet zijnde olietankschepen als bedoeld in onderdeel b, voor zover naar het oordeel van de Minister praktisch uitvoerbaar; b. olietankschepen van meer dan 150 GT en minder dan 400 GT, voor zover naar het oordeel van de Minister praktisch uitvoerbaar. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 5b — Artikel 5b Eisen aan aangewezen schone-ballasttanks in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 5b Eisen aan aangewezen schone-ballasttanks in verband met Bijlage I bij het Verdrag De eisen bedoeld in voorschrift 18.8.2 van Bijlage I bij het Verdrag zijn de eisen, opgenomen in resolutie A.495(XII). 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 5c — Artikel 5c Eisen aan deelstroomsystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 5c Eisen aan deelstroomsystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag bijlage 1 De eisen, bedoeld in voorschrift 30.6.5.2 van Bijlage I bij het Verdrag, zijn de eisen opgenomen in de specificaties voor het ontwerp, de installatie en werking van een deelstroomsysteem voor de regeling van lozingen overboord, die alsbij deze regeling zijn gevoegd. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 5d — Artikel 5d Eisen aan ruwe-oliewassystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 5d Eisen aan ruwe-oliewassystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag De eisen, bedoeld in voorschrift 33.2 van Bijlage I bij het Verdrag, zijn de eisen, opgenomen in resolutie A.446(XI). 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 5e — Artikel 5e Eisen aan offshore ondersteuningsschepen in verband met Bijlage II bij het Verdrag#
Artikel 5e Eisen aan offshore ondersteuningsschepen in verband met Bijlage II bij het Verdrag Vervallen 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 01-04-2024
Artikel 5f — Artikel 5f Eisen aan schepen in verband met Bijlage IV bij het Verdrag#
Artikel 5f Eisen aan schepen in verband met Bijlage IV bij het Verdrag De volgende schepen zijn uitgerust met voorzieningen om het sanitair afval te kunnen lozen overeenkomstig de in Bijlage IV bij het Verdrag gegeven voorschriften: a. artikel 5, vierde lid, onderdelen c en d, van het besluit bestaande schepen als bedoeld inmet een bouwdatum vóór 2 oktober 1983, voor zover naar het oordeel van de Minister praktisch uitvoerbaar; b. artikel 5, vierde lid, van het besluit andere schepen dan die, bedoeld in. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 5g — Artikel 5g Gelijkwaardige voorzieningen#
Artikel 5g Gelijkwaardige voorzieningen artikelen 3 4 5b tot en met 5e De Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke code, resoluties, richtlijnen en verordeningen is bepaald, afwijking toestaan van de in de,enbedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de op grond van deze artikelen geëiste voorziening. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 5h — Artikel 5h Wederzijdse erkenning#
Artikel 5h Wederzijdse erkenning 1 Dit artikel is van toepassing op schepen die vanuit een scheepsregister in een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, zijn overgeschreven naar een Nederlands scheepsregister. 2 artikelen 5a tot en met 5f Met de in debedoelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Toepassingsbereik#
Artikel 6 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op scheepsuitrusting waarvoor bij plaatsing aan boord van een schip, gelet op de op dat schip toepasselijke eisen, een typegoedkeuring is vereist. 2016 44653 09-09-2016 22-08-2016 IENM/BSK-2016/177402 2016 322 09-09-2016 23-08-2016 34425 18-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting
2016 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Wet scheepsuitrusting 2016 Scheepsuitrusting als bedoeld in demag slechts aan boord worden geplaatst, indien de scheepsuitrusting: a. Wet scheepsuitrusting 2016 is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in de, of b. vergezeld gaat van: 1°. artikel 5, derde lid, van de Wet scheepsuitrusting 2016 een certificaat van gelijkwaardigheid als bedoeld in; 2°. artikel 18, eerste lid, van de Regeling scheepsuitrusting 2016 een certificaat van gelijkwaardigheid ten behoeve van technische innovatie als bedoeld in, of 3°. artikel 19, eerste lid, van de Regeling scheepsuitrusting 2016 een certificaat ten behoeve van beproeving als bedoeld in. 2 Gebruik van scheepsuitrusting waarvoor een certificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, is afgegeven, is slechts toegestaan met inachtneming van de aan het desbetreffende certificaat verbonden voorschriften of beperkingen. In het geval van beproeving blijft de oorspronkelijke stuurwielgemarkeerde scheepsuitrusting aan boord en zal die uitrusting te allen tijde gereed zijn voor onmiddellijk gebruik. 3 Indien een schip zich in een haven buiten de Europese Unie bevindt en het vanuit het oogpunt van termijnen en kosten redelijkerwijs niet uitvoerbaar is om uitrusting aan boord te plaatsen waarvoor overeenkomstig richtlijn 2014/90/EU een EG-typegoedkeuring is verleend, kan in afwijking van het eerste lid, in uitzonderlijke omstandigheden vervangende scheepsuitrusting aan boord worden geplaatst die niet overeenkomstig richtlijn 2014/90/EU is goedgekeurd, mits daarbij wordt voldaan aan de in artikel 32, eerste tot en met vierde lid, van die richtlijn genoemde voorwaarden. 4 Wet scheepsuitrusting 2016 Indien is aangetoond dat scheepsuitrusting waarop een stuurwielmarkering als bedoeld in deis aangebracht niet in de handel verkrijgbaar is, kan in afwijking van het eerste lid, de minister toestemming verlenen om vervangende scheepsuitrusting aan boord te plaatsen, mits daarbij wordt voldaan aan de in artikel 32, vijfde tot en met achtste lid, van de richtlijn 2014/90/EU genoemde voorwaarden. 5 artikel 12, vierde lid, van het besluit Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de plaatsing van emissiereductiemethoden aan boord van schepen die niet behoren tot de categorie schepen waarvoor een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in. 2016 44653 09-09-2016 22-08-2016 IENM/BSK-2016/177402 2016 322 09-09-2016 23-08-2016 34425 18-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting
2016 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Nationale typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting#
Artikel 8 Nationale typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting 1 artikel 3 van de Wet scheepsuitrusting 2016 Scheepsuitrusting, niet zijnde uitrusting als bedoeld in, is van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd type. 2 artikel 7 artikel 12 van het besluit artikel 3, eerste lid, van de Wet scheepsuitrusting 2016 De Minister kan in afwijking vantoestaan dat aan boord van bepaalde categorieën schepen, niet zijnde schepen die behoren tot de categorie schepen waarvoor mede in verband met het voldoen aan de eisen met betrekking tot de betreffende uitrusting een van de certificaten wordt verstrekt als bedoeld in, scheepsuitrusting wordt geplaatst die niet aan de vereisten als bedoeld involdoet, en voor die uitrusting een typegoedkeuring verlenen, mits zulks zonder gevaar voor het milieu mogelijk is. 3 Aan een typegoedkeuring als bedoeld in het eerste of tweede lid kunnen beperkingen met betrekking tot het gebruik van de desbetreffende uitrusting worden verbonden. 2016 44653 09-09-2016 22-08-2016 IENM/BSK-2016/177402 2016 322 09-09-2016 23-08-2016 34425 18-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting
2016 in werking treedt.
Artikel 8a — Artikel 8a Typegoedkeuringen Caribisch-Nederlandse schepen#
Artikel 8a Typegoedkeuringen Caribisch-Nederlandse schepen 1 Uitrusting waarvoor bij plaatsing aan boord van een Caribisch-Nederlands schip, gelet op de op dat schip toepasselijke eisen, een typegoedkeuring is vereist, is van een door de Minister goedgekeurd type. 2 Met uitrusting van een door de Minister goedgekeurd type wordt gelijkgesteld uitrusting: a. Wet scheepsuitrusting 2016 die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in de; b. met betrekking waartoe een daaraan gelijkwaardige typegoedkeuring is verleend door de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten of van Canada, met inachtneming van de voor die goedkeuring opgestelde richtlijnen en standaarden van de IMO. 3 Aan een typegoedkeuring als bedoeld in het eerste lid kunnen beperkingen met betrekking tot het gebruik van de desbetreffende uitrusting worden verbonden. 2016 44653 09-09-2016 22-08-2016 IENM/BSK-2016/177402 2016 322 09-09-2016 23-08-2016 34425 18-09-2016 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
artikel 34a in plaats van artikel 8a. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting
2016 in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9 Wederzijdse erkenning#
Artikel 9 Wederzijdse erkenning Met een door de Minister verleende typegoedkeuring wordt gelijkgesteld een daaraan gelijkwaardige typegoedkeuring, verleend door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Goedkeuring voor emissiereductietechnologieën#
Artikel 10 Goedkeuring voor emissiereductietechnologieën 1 Emissiereductiemethoden zijn van een door de Europese Commissie goedgekeurd type. 2 richtlijn 2016/802 Artikel 9 Proefnemingen met emissiereductiemethoden worden goedgekeurd door de Minister in overeenstemming met artikel 10, van/EU.is van overeenkomstige toepassing. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 29-09-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wet scheepsuitrusting 2016 artikel 19, eerste lid, van de Wet scheepsuitrusting 2016 Indien ten aanzien van scheepsuitrusting die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in de, toepassing is gegeven aan, neemt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie passende voorlopige maatregelen om te voorkomen dat die uitrusting aan boord van schepen wordt geplaatst of gebruikt. Indien nodig verbiedt hij de plaatsing of het gebruik aan boord van schepen. 2016 44653 09-09-2016 22-08-2016 IENM/BSK-2016/177402 2016 322 09-09-2016 23-08-2016 34425 18-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting
2016 in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 verordening (EG) 782/2003 Certificaten op grond van de#
Artikel 12 verordening (EG) 782/2003 Certificaten op grond van de verordening (EG) 782/2003 artikel 4 Voor een schip dat op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, vanwordt gecertificeerd en waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld invan deze regeling, wordt een AFS-certificaat als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van die verordening afgegeven. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 12a — Artikel 12a Verklaringen voor schepen in verband met Bijlagen I en IV bij het Verdrag#
Artikel 12a Verklaringen voor schepen in verband met Bijlagen I en IV bij het Verdrag 1 Op verzoek van de reder kan de Minister een verklaring afgeven voor: a. artikel 5a, onderdeel a artikel 5a schepen als bedoeld in, waarvan na onderzoek is gebleken dat deze voldoen aan de eis, bedoeld in de aanhef van, en b. artikel 5f, onderdeel b artikel 5f. schepen als bedoeld in, waarvan na onderzoek is gebleken dat deze voldoen aan de eis, bedoeld in de aanhef van 2 De in het eerste lid bedoelde verklaringen hebben een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 12b — Artikel 12b Onderzoeken aan schepen in verband met Bijlagen I en IV bij het Verdrag#
Artikel 12b Onderzoeken aan schepen in verband met Bijlagen I en IV bij het Verdrag 1 artikel 12a, eerste lid, onderdelen a en b Het onderzoek, bedoeld in, vindt plaats voordat het schip in dienst wordt gesteld of voordat de verklaring voor de eerste maal wordt afgegeven. 2 Het in het eerste lid bedoelde onderzoek wordt herhaald binnen drie maanden voor of na de datum waarop twee jaar dan wel drie jaar is verstreken nadat het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft plaatsgevonden en, in verband met de vernieuwing van de verklaring, binnen drie maanden voor de afloop van de geldigheidsduur van de desbetreffende verklaring. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 12c — Artikel 12c Certificaten en aantekeningen op grond van verordening (EU) 1257/2013#
Artikel 12c Certificaten en aantekeningen op grond van verordening (EU) 1257/2013 1 De Minister geeft voor een schip dat met goed gevolg overeenkomstig artikel 8, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) 1257/2013 is geïnspecteerd een internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die verordening af. 2 De Minister verstrekt voor een schip dat met goed gevolg overeenkomstig artikel 8, zesde lid, van verordening (EU) 1257/2013 is geïnspecteerd een aantekening als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van die verordening op het internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen. 3 De Minister geeft voor een schip dat met goed gevolg overeenkomstig artikel 8, zevende lid, van verordening (EU) 1257/2013 is geïnspecteerd een internationaal certificaat inzake gereedheid voor recycling als bedoeld in artikel 9, negende lid, van die verordening af. 4 De minister kan een verklaring ter goedkeuring van een scheepsrecyclingplan afgeven aan de scheepseigenaar en de exploitant van de scheepsrecyclinginrichting. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 31-12-2018
Artikel 12d — Artikel 12d Certificaten en aantekeningen op grond van het Scheepsrecyclingsverdrag#
Artikel 12d Certificaten en aantekeningen op grond van het Scheepsrecyclingsverdrag 1 artikel 12c, eerste lid Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig, is geïnspecteerd, geeft de Minister tevens een internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen als bedoeld in voorschrift 11, eerste lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af. 2 artikel 12c, tweede lid Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig, is geïnspecteerd, verstrekt de Minister tevens een aantekening als bedoeld in voorschrift 11, tweede lid van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag op het internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen. 3 artikel 12c, derde lid Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig, is geïnspecteerd, geeft de Minister tevens een internationaal certificaat betreffende de gereedheid voor recycling als bedoeld in voorschrift 11, elfde lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af. 4 artikel 12c, vierde lid Een verklaring als bedoeld in, geldt tevens als een verklaring als bedoeld in voorschrift 9, onderdeel 4, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag. 5 artikel 12c, eerste, onderscheidenlijk derde lid De geldigheidsduur van de certificaten, bedoeld in het eerste of derde lid, is gelijk aan de geldigheidsduur van de certificaten afgegeven op grond van. 2018 70814 19-12-2018 18-12-2018 IENW/BSK-2018/239938 2024 145 05-06-2024 26-04-2024 26-06-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Besluit aanwijzing verdragen Wet Havenstaatcontrole (implementatie
havenstaatcontrolebepalingen Internationaal Verdrag van Hongkong
voor het veilig en milieuvriendelijke recyclen van schepen (Stb.
2018, 183) in werking treedt.
Artikel 12e — Artikel 12e Certificaten en aantekeningen op grond van het Scheepsrecyclingsverdrag voor buitenlandse schepen#
Artikel 12e Certificaten en aantekeningen op grond van het Scheepsrecyclingsverdrag voor buitenlandse schepen 1 artikel 8a van de wet artikel 12c, eerste lid Indien ten aanzien van een buitenlands schip een verzoek wordt gedaan op grond van, geeft de Minister in afwijking van, slechts een internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen als bedoeld in voorschrift 11, eerste lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af, indien het schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 8, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) 1257/2013 is geïnspecteerd. 2 artikel 8a van de wet artikel 12c, derde lid Indien ten aanzien van een buitenlands schip een verzoek wordt gedaan op grond van, geeft de Minister in afwijking van, slechts een internationaal certificaat inzake de gereedheid voor recycling als bedoeld in voorschrift 11, elfde lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af, indien het schip met goed gevolg is geïnspecteerd overeenkomstig artikel 8, zevende lid, van verordening (EU) 1257/2013. 2018 70814 19-12-2018 18-12-2018 IENW/BSK-2018/239938 2024 145 05-06-2024 26-04-2024 26-06-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Besluit aanwijzing verdragen Wet Havenstaatcontrole (implementatie
havenstaatcontrolebepalingen Internationaal Verdrag van Hongkong
voor het veilig en milieuvriendelijke recyclen van schepen (Stb.
2018, 183) in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13 Nadere regels met betrekking tot verboden lozingen onder het Verdrag#
Artikel 13 Nadere regels met betrekking tot verboden lozingen onder het Verdrag Voorschrift 4.2 van Bijlage I van het Verdrag en voorschrift 3.1.2 van Bijlage II van het Verdrag zijn met betrekking tot een lozing die voldoet aan de voorwaarden van artikel 4 van richtlijn 2005/35/EG voor alle schepen als bedoeld in artikel 2 van die richtlijn: a. met betrekking tot een lozing in de Nederlandse territoriale zee niet van toepassing; b. met betrekking tot een lozing in de Nederlandse exclusieve economische zone en op volle zee van toepassing voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning. 2022 13193 31-05-2022 17-05-2022 IENW/BSK-2022/95942 2022 13193 31-05-2022 17-05-2022 IENW/BSK-2022/95942 01-06-2022
Artikel 13a — Artikel 13a Nadere regels voor lozingen als onderdeel van een emissiereductiemethode#
Artikel 13a Nadere regels voor lozingen als onderdeel van een emissiereductiemethode artikel 14, tweede lid, onderdeel c richtlijn 2016/802 Schepen die gebruik maken van emissiereductiemethoden als bedoeld in, lozen het in het kader van deze methoden ontstane afvalwater in overeenstemming met de in bijlage II van/EU opgenomen lozingscriteria. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 29-09-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit In aanvulling op het verbod, bedoeld in, is het verboden om: a. brandstofolie te gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,10% aan boord van Nederlandse schepen en buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren; b. brandstofolie te gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,10% aan boord van Nederlandse en buitenlandse schepen op hun ligplaats in havens, waarbij de bemanning voldoende tijd wordt gegeven om zo spoedig mogelijk na de aankomst op de ligplaats en zo laat mogelijk vóór vertrek indien nodig om te schakelen van of op andere brandstoffen. 2 artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De verboden, bedoeld in het eerste lid, en het verbod, bedoeld inwat betreft het gebruik van brandstofolie in de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse EEZ, waaronder de gebieden voor emissiebeheersing van zwavel en fijnstof, zijn niet van toepassing op: a. richtlijn 2016/802 brandstoffen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a en c, van/EU; b. richtlijn 2016/802 het gebruik van brandstoffen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen f en g, van/EU; c. richtlijn 2016/802 het gebruik van brandstoffen aan boord van schepen die gebruik maken van emissiereductiemethoden overeenkomstig artikel 8 van/EU. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op: a. schepen die volgens een gepubliceerde dienstregeling minder dan twee uur op hun ligplaats zullen liggen; b. schepen die alle motoren uitschakelen en gebruikmaken van stroomvoorzieningen van het vasteland terwijl zij in een haven op hun ligplaats liggen. 4 In afwijking van het tweede lid, aanhef en onderdeel c, geldt in geval van het gebruik van brandstofolie met een zwavelgehalte van meer dan 3,50% aan boord van schepen, de in deze aanhef en dit onderdeel bedoelde uitzondering alleen voor zover deze schepen gebruik maken van emissiereductiemethoden in een gesloten systeem. 5 artikel 31, tweede lid, onderdeel a De Minister kan afwijking toestaan van de verboden, bedoeld in het eerste lid, en het verbod, bedoeld in, van het besluit wat betreft het gebruik van brandstofolie in de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse EEZ, waaronder de gebieden voor emissiebeheersing van zwavel en fijnstof, voor proefnemingen met nieuwe emissiereductiemethoden. 6 richtlijn 2016/802 De uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het vijfde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 10 van/EU. 7 richtlijn 2016/802 Toegestane proefnemingen met nieuwe emissiereductiemethoden worden toegepast overeenkomstig artikel 10 van/EU. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 29-09-2017
Artikel 14a — Artikel 14a Nadere regels voor lozingen door offshore ondersteuningsschepen#
Artikel 14a Nadere regels voor lozingen door offshore ondersteuningsschepen Offshore ondersteuningsschepen als bedoeld in resolutie A.1122(30), die beperkte hoeveelheden van de schadelijke stoffen, bedoeld in die resolutie, in bulk vervoeren, lozen in overeenstemming met de lozingsvoorschriften van die resolutie. 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 01-04-2024
Artikel 14b — Artikel 14b Nadere regels voor lozingen onder Bijlage IV bij het Verdrag#
Artikel 14b Nadere regels voor lozingen onder Bijlage IV bij het Verdrag De vaarsnelheid van ten minste 4 knopen als bedoeld in voorschrift 11.1.1 van Bijlage IV bij het Verdrag is zodanig dat deze consistent is met het goedgekeurde tempo van lozing. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 15 — Artikel 15 Voorschriften voor het bijhouden van journaals#
Artikel 15 Voorschriften voor het bijhouden van journaals Vervallen 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 01-01-2015
Artikel 15a — Artikel 15a Voorschriften voor de aangewezen schone-ballasttankmethode in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 15a Voorschriften voor de aangewezen schone-ballasttankmethode in verband met Bijlage I bij het Verdrag De eisen, bedoeld in voorschrift 18.8.2 van Bijlage I bij het Verdrag, zijn de eisen, opgenomen in resolutie A.495(XII). 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 15b — Artikel 15b Voorschriften voor de werking van deelstroomsystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag#
Artikel 15b Voorschriften voor de werking van deelstroomsystemen in verband met Bijlage I bij het Verdrag bijlage 1 De eisen, bedoeld in voorschrift 30.6.5.2 van Bijlage I bij het Verdrag, zijn de eisen opgenomen in de specificaties voor het ontwerp, de installatie en werking van een deelstroomsysteem voor de regeling van lozingen overboord, die alsbij deze regeling zijn gevoegd. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 15c — Artikel 15c Voorschriften voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm in verband met Bijlage III bij het Verdrag#
Artikel 15c Voorschriften voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm in verband met Bijlage III bij het Verdrag In alle bescheiden die betrekking hebben op het vervoer van een schadelijke stof in verpakte vorm worden vermeld: 1°. het identificatienummer van de Verenigde Naties voor zover van toepassing, 2°. de indeling in gevarenklassen, genoemd in de IMDG-Code, en 3°. de hoeveelheden van die stoffen en, wanneer zij in transporttanks of vrachtcontainers worden vervoerd, de identificatietekens daarvan. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 15d — Artikel 15d Voorschriften voor de melding van het niet beschikbaar zijn van brandstofolie in verband met Bijlage VI bij het Verdrag.#
Artikel 15d Voorschriften voor de melding van het niet beschikbaar zijn van brandstofolie in verband met Bijlage VI bij het Verdrag. artikel 34 van het besluit Het ingevolgetoepasselijke voorschrift 18.2.4 van Bijlage VI bij het Verdrag is mede van toepassing op de kapitein van een buitenlands schip dat zich in een Nederlandse haven bevindt. 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 18-06-2014
Artikel 15e — Artikel 15e Vrijstelling van operationele voorschriften voor offshore ondersteuningsschepen#
Artikel 15e Vrijstelling van operationele voorschriften voor offshore ondersteuningsschepen De ingevolge artikel 33, tweede lid, van het besluit toepasselijke voorschriften van Bijlage II bij het Verdrag met betrekking tot het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk, gelden niet voor het vervoer in bulk van beperkte hoeveelheden van de schadelijke stoffen, bedoeld in resolutie A.1122(30) door offshore ondersteuningsschepen als bedoeld in die resolutie, mits dit vervoer voldoet aan de in die resolutie neergelegde eisen. 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 01-04-2024
Artikel 15f — Artikel 15f Vrijstelling van operationele voorschriften voor vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm#
Artikel 15f Vrijstelling van operationele voorschriften voor vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm artikel 15c De ingevolge artikel 33, derde lid, van het besluit toepasselijke voorschriften van Bijlage III bij het Verdrag met betrekking tot de wijze van merken en etikettering van verpakkingen en de voorschriften, bedoeld in, gelden niet, voor zover de IMDG-Code dat bepaalt. 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 18-06-2014 Voorheen art. 15e.
Artikel 16 — Artikel 16 verordening (EG) 782/2003 Uitvoering#
Artikel 16 verordening (EG) 782/2003 Uitvoering artikel 13, derde lid, van de wet verordening (EG) 782/2003 Als besluit als bedoeld inwordt aangewezen artikel 6, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met het tweede lid, tweede alinea, van. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 16a — Artikel 16a Uitvoering Bijlage V bij het Verdrag#
Artikel 16a Uitvoering Bijlage V bij het Verdrag artikel 12, eerste lid, van de wet Als stof als bedoeld inwordt aangewezen vistuig als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V bij het Verdrag. 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 2014 15274 11-06-2014 10-06-2014 IENM/BSK-2014/60715 18-06-2014
Artikel 16b — Artikel 16b Regels met betrekking tot het toezicht op de naleving#
Artikel 16b Regels met betrekking tot het toezicht op de naleving 1 artikel 31, tweede lid, aanhef en onder a van het besluit richtlijn 2016/802 artikel 14 van deze regeling Bij het houden van toezicht op de naleving vanenwordt artikel 13 vanin acht genomen. 2 artikelen 12b 12c van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen Bij het houden van toezicht op de naleving van deenwordt artikel 11 van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen in acht genomen. 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 2024 3352 06-02-2024 31-01-2024 IENW/BSK-2024/14298 01-04-2024
Artikel 16c — Artikel 16c Uitvoering verordening (EU) 530/2012#
Artikel 16c Uitvoering verordening (EU) 530/2012 1 artikel 36a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen Als bepalingen als bedoeld inworden aangewezen de artikelen 4, eerste en derde lid, 5 en 7, aanhef en onder b, van verordening (EU) 530/2012. 2 De Minister van Infrastructuur en Milieu kan van de in het eerste lid genoemde artikelen van de verordening ontheffing verlenen ter uitvoering van artikel 8 van de verordening. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 29-09-2017
Artikel 16d — Artikel 16d Uitvoering van verordening (EU) 1257/2013#
Artikel 16d Uitvoering van verordening (EU) 1257/2013 1 Als besluit als bedoeld in de artikelen 13, derde lid, en 20, eerste lid, onderdeel g, van de wet wordt aangewezen Verordening (EU) 1257/2013. 2 Als bepalingen als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de wet worden aangewezen de artikelen 4, 5, eerste lid, 6, tweede lid, en 12, eerste tot en met vierde lid, van verordening (EU) 1257/2013. 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 2017 55159 28-09-2017 25-09-2017 IENM/BSK-2017/78295 31-12-2018
Artikel 16e — Artikel 16e Uitvoering verordening (EU) 2015/757#
Artikel 16e Uitvoering verordening (EU) 2015/757 1 artikelen 13, derde lid 20, eerste lid, onderdeel g, van de wet Als besluit als bedoeld in de, enwordt aangewezen Verordening (EU) 2015/757. 2 artikel 36a, eerste lid, van de wet verordening (EU) 2015/757 Als bepaling bedoeld inwordt aangewezen artikel 18 van. 2024 11379 15-04-2024 03-04-2024 WJZ/52358153 2024 11379 15-04-2024 03-04-2024 WJZ/52358153 16-04-2024 01-01-2024
Artikel 16f — Artikel 16f verordening (EU) 2023/1805 Uitvoering#
Artikel 16f verordening (EU) 2023/1805 Uitvoering 1 artikelen 13, derde lid 20, eerste lid, onderdeel g, van de wet Verordening (EU) 2023/1805 Als besluit als bedoeld in de, enwordt aangewezen. 2 Verordening (EU) 2023/1805 artikel 13, derde lid, van de wet De aanwijzing vanals besluit als bedoeld ingeldt slechts voor Nederlandse schepen. 2025 25858 30-07-2025 21-07-2025 IENW/BSK-2025/126518 2025 234 16-09-2025 14-07-2025 36649 17-09-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoeringswet FuelEU
Maritiem en ReFuelEU Luchtvaart in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Wijzigingen van richtlijnen#
Artikel 17 Wijzigingen van richtlijnen 1 Een wijziging van een op grond van deze regeling toepasselijke richtlijn gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2 richtlijn 2014/90 artikel 7 Uitrusting van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd type, waarop als gevolg van de inwerkingtreding van een uitvoeringsverordening scheepsuitrusting de voorschriften van/EU van toepassing zijn geworden, mag in afwijking vannog gedurende een termijn van drie jaar, gerekend vanaf die dag van inwerkingtreding aan boord van schepen worden geplaatst, mits zij voor die dag werd vervaardigd en ook de typegoedkeuring voor die dag werd verleend. 2019 67066 12-12-2019 11-12-2019 IENW/BSK-2019/253231 2019 67066 12-12-2019 11-12-2019 IENW/BSK-2019/253231 21-12-2019
Artikel 17a — Artikel 17a Wijzigingen van Codes#
Artikel 17a Wijzigingen van Codes Artikel 42 van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge deze regeling toepasselijke codes en resoluties. 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 2008 185 24-09-2008 15-09-2008 CEND/HDJZ-2008/769sectorSCH 26-09-2008
Artikel 18 — Artikel 18 Wijziging andere regelingen#
Artikel 18 Wijziging andere regelingen 1 2 Wijzigt de Regeling havenontvangstvoorzieningen. 3 Wijzigt het Besluit terbeschikkingstelling ambtenaren aan Scheepvaartinspectie t.b.v. havenstaatcontrole. Wijzigt het Besluit machtiging werkzaamheden Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 02-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Wijzigt de Regeling uitvoering EG-verordeningen Wvvs. 2 regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 februari 1997 De, nr. DGSM/J-97000025 Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, houdende vaststelling model Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie en Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk (Stcrt. 28) wordt ingetrokken. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding#
Artikel 20 Inwerkingtreding artikelen 1, onderdeel d en onderdelen h tot en met m 7, vierde lid 10 14 15 18, tweede lid artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007, met uitzondering van de,,,,, en, die in werking treden met ingang van 2 januari 2007 en met uitzondering van, dat in werking treedt met ingang van 1 april 2007. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorkoming verontreiniging door schepen. 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 2006 249 21-12-2006 12-12-2006 HDJZ/SCH/2006-1945 01-01-2007
Artikel 5c#
artikelen 5c
Artikel 15b#
15b