Regeling van 16 februari 2007, nr. HDJZ/LUV/2007-39, Hoofddirectie Juridische Zaken, tot wijziging van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties
- BWB-id
- BWBR0021318
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-03-31 t/m 2014-12-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021318
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-wijziging-regeling-navigatie-en-telecommunicatie-in
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-wijziging-regeling-navigatie-en-telecommunicatie-in/2008-03-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021318&g=2008-03-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021318&z=2026-06-06&g=2008-03-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021318/2008-03-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/regeling-wijziging-regeling-navigatie-en-telecommunicatie-in
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties. 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 31-03-2008 Onderdeel E.
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties Dewordt als volgt gewijzigd: 1. onderdelen e en f van artikel 3, eerste lid Dezijn tot en met 30 maart 2007 niet van toepassing op vliegtuigen en helikopters waarvan het eerste bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven voor 31 maart 2004. 2. onderdelen e en f van artikel 3, eerste lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties Dezijn tot en met 31 maart 2009 niet van toepassing op staatsluchtvaartuigen indien is aangetoond dat het voornemen bestaat om het luchtvaartuig voor 1 april 2009 met een SSR-transponder met mode S uit te voeren en het luchtvaartuig beschikt over een SSR-transponder met 4096 coderingsmogelijkheden in mode A en met automatische hoogterapportering in mode C en bij vluchten in gebieden als bedoeld in onderdeel f de vlucht kan worden uitgevoerd volgens de regels van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart. 3. onderdelen e en f van artikel 3, eerste lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties artikel 2, eerste lid In afwijking van deis, onder de voorwaarde dat er in ieder geval een transponder met mode S is geïnstalleerd die de ACAS II functionaliteit mogelijk maakt, tot en met 30 maart 2007 voor vliegtuigen bedoeld in, de installatie toegestaan van een SSR transponder met mode S die deel uitmaakt van de ACAS II installatie, maar niet geheel voldoet aan de eisen zoals gesteld in bijlage 10, boek IV, van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart. 4. onderdeel e of f van artikel 3, eerste lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties In die gevallen, waarin de kosten voor een luchtvaartmaatschappij om volledig aante voldoen, disproportioneel zijn, kan de Minister besluiten voor ten hoogste tien procent van de voor tenminste S/EHS geschikt te maken vloot van die luchtvaartmaatschappij de datum, waarop aan een van die onderdelen moet worden voldaan, vast te stellen op uiterlijk 31 maart 2009. 5. onderdelen e en f van artikel 3, eerste lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties Dezijn niet van toepassing op luchtvaartuigen die uiterlijk 31 december 2007 buiten dienst worden gesteld. 6. artikel 3, vierde lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties artikel 3, vierde lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties De Minister bepaalt dattot en met 13 maart 2008 niet van toepassing is indien wordt aangetoond dat de aanvrager in de zomerdienstregeling van 2006 reeds geplande landingstijden gepubliceerd had tussen 23.00 uur en 06.00 uur plaatselijke tijd en niet kan voldoen aan de gestelde RNAV eisen conformop de datum van inwerkingtreding van deze regeling. 7. Artikel 7, eerste lid, van de Regeling navigatie- en telecommunicatie is tot en met 30 maart 2008 niet van toepassing op een ballon, zweefvliegtuig, zeilvliegtuig of schermvliegtuig, behalve in de door de Minister in overeenstemming met de Minister van Defensie als transponder verplichte gebieden aangewezen bijzondere luchtverkeersgebieden, waarbinnen het gebruik van een SSR-transponder ook voor die luchtvaartuigen nodig is. 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 25-02-2007
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van: a. Artikel I, onderdeel C, eerste lid, onder a , dat in werking treedt op 15 maart 2007, en b. Artikel I, onderdeel E voor wat betreft artikel 7, eerste lid, onderdeel a, dat in werking treedt op 31 maart 2008. 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 2007 39 23-02-2007 16-02-2007 HDJZ/LUV/2007-39 25-02-2007