Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 19 maart 2007, nr. DJZ/BR/1029-06, betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon en Syrië (Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007)
- BWB-id
- BWBR0021556
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021556
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/sanctieregeling-libanon-en-syri-2007
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/sanctieregeling-libanon-en-syri-2007/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021556&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021556&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021556/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/sanctieregeling-libanon-en-syri-2007
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 5 van Verordening (EG) nr. 305/2006 van de Raad van de Europese Unie van 21 februari 2006 tot vaststelling van specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri. 2 Verordening (EG) nr. 305/2006 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen waarin artikel 2, vierde lid, artikel 3, eerste of tweede lid, of artikel 4 vanvan toepassing is. 2023 7959 15-03-2023 07-03-2023 MinBuZa.2023.15123-7 2023 7959 15-03-2023 07-03-2023 MinBuZa.2023.15123-7 16-03-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van de Raad van de Europese Unie van 25 september 2006 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon. 2 Verordening 1412/2006 Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 vanis niet van toepassing in gevallen waarin artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van toepassing is. 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 25-03-2007
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van Verordening (EU) nr. 2021/1275 van de Raad van de Europese Unie van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon (PbEU 2021, LI 277). 2 Verordening (EU) nr. 2021/1275 Het verbod te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275, geldt niet in gevallen waarin artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste, tweede of derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, of artikel 7 vanvan toepassing is. 2024 1022 15-01-2024 28-12-2023 MinBuza.2023.203111-9 2024 1022 15-01-2024 28-12-2023 MinBuza.2023.203111-9 16-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012 Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, entiteiten of personen in Libanon, of voor gebruik in Libanon, ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en aanverwant materieel of de levering van technische bijstand, financiering en financiële bijstand, diensten als tussenhandelaar en andere diensten in verband met wapens en aanverwant materieel, indien vooraf toestemming is verleend door de bevoegde autoriteit, genoemd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1412/2006, en: a. de goederen of diensten niet, direct of indirect, worden geleverd of verleend aan een van de milities die volgens de Resoluties 1559 (2004) en 1680 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moeten worden ontwapend, b. de transactie is goedgekeurd door de Libanese regering of UNIFIL, en c. de goederen of diensten zijn toegestaan door UNIFIL in het kader van haar missie of door de Libanese strijdkrachten. 2019 62680 19-11-2019 11-11-2019 MinBuza-2019.4530-20 2019 62680 19-11-2019 11-11-2019 MinBuza-2019.4530-20 20-11-2019
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Verordening (EU) nr. 1412/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 vanis, wat betreft de technische bijstand, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en wat betreft de financiering en de financiële bijstand, de Minister van Financiën. 2 Verordening (EU) nr. 2021/1275 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, vanis de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard. 3 Verordening (EU) nr. 2021/1275 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, vanis de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard. 4 Verordening (EG) nr. 305/2006 artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 Verordening (EG) 305/2006 Verordening (EG) 305/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, vanis de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld inde informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vanverstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vanverstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 5 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken. 5 Verordening (EG) nr. 305/2006 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, vanis de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp\ voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard. 2025 11079 31-03-2025 24-03-2025 BZ2514288 2025 11079 31-03-2025 24-03-2025 BZ2514288 01-04-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007. 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 25-03-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 2007 59 23-03-2007 19-03-2007 DJZ/BR/1029-06 25-03-2007