Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 oktober 2007, nr. PO/KOV/2007/44127, houdende het verstrekken van subsidie in verband met een uitbreiding van de capaciteit in de buitenschoolse opvang (Tijdelijke subsidieregeling capaciteitsuitbreiding buitenschoolse opvang)
- BWB-id
- BWBR0022749
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-10-14 t/m 2014-01-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022749
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/tijdelijke-subsidieregeling-capaciteitsuitbreiding-buitensch
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/tijdelijke-subsidieregeling-capaciteitsuitbreiding-buitensch/2010-10-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022749&g=2010-10-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022749&z=2026-06-06&g=2010-10-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022749/2010-10-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/tijdelijke-subsidieregeling-capaciteitsuitbreiding-buitensch
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. bevoegd gezag: Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs het bevoegd gezag van een of meer volgens debekostigde scholen, bedoeld in; c. school: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs een school als bedoeld in; d. kinderopvang: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen kinderopvang als bedoeld in; e. buitenschoolse opvang: artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs kinderopvang als bedoeld in; f. houder: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen degene, bedoeld in, die een kindercentrum als bedoeld in die wet exploiteert of degene die voornemens is een dergelijk kindercentrum te exploiteren; g. GGD: artikel 14 van de Wet publieke gezondheid een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in; h. bso-unit: voor buitenschoolse opvang bestemd gebouw dat is of wordt geplaatst op een standplaats, niet verrijdbaar is en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; i. kindplaats: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen de eenheid van het aantal kinderen dat op grond van de bij en krachtens degestelde kwaliteitseisen gelijktijdig in een voorziening als bedoeld in deze regeling mag worden opgevangen; j. inspectierapport: artikel 1.63 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen het inspectierapport van de GGD, bedoeld in. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Algemene regeling SZW-subsidies Toepasselijkheid#
Artikel 2 Algemene regeling SZW-subsidies Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies Deis niet van toepassing. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 3 — Artikel 3 Doel subsidieverstrekking#
Artikel 3 Doel subsidieverstrekking 1 De Staatssecretaris verstrekt subsidie voor realisering van voorzieningen voor buitenschoolse opvang die bijdragen aan de vermindering van het tekort aan opvangplaatsen voor buitenschoolse opvang. 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de bij of krachtens degestelde eisen met betrekking tot de kwaliteit. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieontvanger#
Artikel 4 Subsidieontvanger De subsidie wordt verleend aan de houder van een kindercentrum. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Vaststelling subsidieplafond#
Artikel 5 Vaststelling subsidieplafond 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van ten hoogste € 5.000.000,– beschikbaar, waarvan: a. € 2.000.000,– beschikbaar is voor voorzieningen in de vorm van bso-units; b. € 1.000.000,– beschikbaar is voor voorzieningen die worden gerealiseerd door aanpassing van ruimtes in een schoolgebouw; c. € 2.000.000,– beschikbaar is voor andere voorzieningen, dan die als genoemd onder a en b. 2 artikel 9 artikel 8 Indien een van de subsidieplafonds, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, na verdeling van het beschikbare bedrag op grond van, na het verstrijken van de termijn voor indiening van aanvragen, bedoeld in, niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de andere subsidiebudgetten naar rato van de hoogte van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c. 3 artikel 9 artikel 8 Indien twee van de subsidieplafonds, genoemd in het eerste lid, na verdeling van het beschikbare bedrag op grond van, na het verstrijken van de termijn voor indiening van aanvragen, bedoeld in, niet zijn bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het resterende subsidiebudget. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiebedrag per opvangplaats#
Artikel 6 Subsidiebedrag per opvangplaats De subsidie voor de subsidieontvanger bedraagt: a. artikel 5, eerste lid, onder a € 1.250,– per gerealiseerde kindplaats voor een voorziening als bedoeld in; b. artikel 5, eerste lid, onder b € 250,– per gerealiseerde kindplaats voor een voorziening als bedoeld in; c. artikel 5, eerste lid, onder c € 750,– per gerealiseerde kindplaats voor een voorziening als bedoeld in. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag#
Artikel 7 Subsidieaanvraag 1 De subsidie wordt op aanvraag verleend. 2 De subsidieaanvraag wordt op een volledig ingevuld en door de houder ondertekend en het bevoegd gezag van ten minste één school meeondertekend formulier met het kenmerk CFI-67025, ingediend bij CFI, ter attentie van Unit BGS, postbus 606, 2700 ML Zoetermeer. Dit formulier is te downloaden via www.cfi.nl, onder ‘formulieren’. 3 artikel 12, eerste lid, onder a Bij de subsidieaanvraag verklaart de houder dat hij de voorziening niet zal gebruiken voor andere doeleinden dan kinderopvang gedurende een periode van ten minste drie jaar na de datum waarop het inspectiebezoek heeft plaatsgevonden ten behoeve van het inspectierapport, bedoeld in. In het geval een huurovereenkomst als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, onder 1°, betrekking heeft op een schoolruimte, blijft een ontbindende voorwaarde dat de gemeente de ruimte kan terugvorderen voor onderwijsdoeleinden, buiten beschouwing bij de beoordeling van de periode van drie jaar. 4 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een voor de bouw of verbouw van de voorziening vereiste bouwvergunning die aan de houder is afgegeven na 18 september 2007; b. in geval van een voorziening waarvoor geen bouwvergunning vereist is: 1°. een huur- of lease-overeenkomst tussen de houder en de verhuurder van de voorziening waaruit blijkt dat de huur- of lease-overeenkomst is gesloten na 18 september 2007, dan wel 2°. een na 18 september 2007 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de te realiseren voorziening waaruit blijkt dat de houder eigenaar is van de voorziening. 5 Een aanvraag heeft steeds betrekking op één voorziening. 6 Een aanvrager kan ten hoogste vijf aanvragen indienen. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 8 — Artikel 8 Termijn indiening#
Artikel 8 Termijn indiening De subsidieaanvraag dient uiterlijk op 1 augustus 2008 door CFI te zijn ontvangen. Na 1 augustus 2008 ontvangen aanvragen worden afgewezen. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 9 — Artikel 9 Criteria subsidieverlening#
Artikel 9 Criteria subsidieverlening artikel 5 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Ter bepaling van het bereiken van het subsidieplafond en de verdeling van de subsidiebudgetten, genoemd in, worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door CFI is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van binnenkomst geldt. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 10 — Artikel 10 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 10 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 van deze regeling In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond vanverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 11 — Artikel 11 Informatieplicht#
Artikel 11 Informatieplicht De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Staatssecretaris ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Staatssecretaris inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 12 — Artikel 12 Vaststelling en betaling subsidie#
Artikel 12 Vaststelling en betaling subsidie 1 De subsidie wordt vastgesteld en betaald binnen een maand nadat: a. artikel 1.62, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen door de houder een afschrift is overgelegd van het eerste inspectierapport, vastgesteld op basis van het onderzoek, bedoeld in, na de datum waarop de voorziening in exploitatie is genomen, en dit rapport geen adviezen aan de gemeente tot het nemen van handhavingmaatregelen bevat, en b. ten hoogste twaalf maanden zijn verstreken tussen de datum van subsidieverlening en de datum waarop het inspectiebezoek heeft plaatsgevonden dat ten grondslag ligt aan het onder a bedoelde rapport. 2 artikel 1.45, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Indien de houder kan aantonen dat meer dan zeven maanden zijn verstreken tussen de datum waarop hij de voorziening op grond vanheeft gemeld aan het college van burgemeester en wethouders en de datum waarop het inspectiebezoek heeft plaatsgevonden dat ten grondslag ligt aan het rapport, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt de termijn van twaalf maanden, bedoeld in het eerste lid, onder b, verlengd met het aantal dagen waarmee de termijn van zeven maanden is overschreden. 3 Indien het rapport, bedoeld in het eerste lid, onder a, één of meer adviezen bevat aan de gemeente tot het nemen van handhavingmaatregelen, en voorafgaand aan de aanvang van de exploitatie geen inspectiebezoek heeft plaatsgevonden, wordt in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, de subsidie vastgesteld en betaald binnen een maand nadat de houder een afschrift heeft overgelegd van het inspectierapport eerstvolgend op het rapport bedoeld in het eerste lid, onder a, indien dit eerstvolgende rapport geen adviezen aan de gemeente bevat tot het nemen van handhavingmaatregelen. Het eerste lid, onder b, is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 7, tweede lid De subsidie wordt vastgesteld overeenkomstig de verlening, indien het aantal kindplaatsen, vermeld in een daartoe door de GGD ondertekende verklaring, overeenkomt met het aantal dat is opgegeven bij de aanvraag, bedoeld in. 5 artikel 7, tweede lid De subsidie wordt in afwijking van de verlening vastgesteld, indien het aantal kindplaatsen, vermeld in een daartoe door de GGD ondertekende verklaring, lager is dan het aantal dat is opgegeven bij de aanvraag, bedoeld in. 6 De subsidieverlening kan worden ingetrokken indien op 31 december 2010 niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het eerste of tweede lid. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling capaciteitsuitbreiding buitenschoolse opvang. 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 2007 212 01-11-2007 29-10-2007 PO/KOV/2007/44127 03-11-2007