Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 12 januari 2007, HDJZ/LUV/2007-33, Hoofddirectie Juridische Zaken, houdende regels voor vrijstellingen krachtens het Luchtverkeersreglement (Vrijstellingsregeling LVR)
- BWB-id
- BWBR0021092
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2014-12-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021092
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/vrijstellingsregeling-lvr
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/vrijstellingsregeling-lvr/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021092&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021092&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021092/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/vrijstellingsregeling-lvr
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: HEMS-vlucht: vlucht met een helikopter uitgevoerd krachtens een AOC met voorziening A3-Emergency medical service; JAR-OPS 3: sectie 1 van het technisch voorschrift, vastgesteld door de Joint Aviation Authorities, betreffende uitvoering van een vlucht met een helikopter; artikel 60, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement luchtvaartgids: de luchtvaartgids, bedoeld in; artikel 3 van de Politiewet 2012 politievlucht: vlucht uitgevoerd met een vliegtuig of helikopter in het kader van de politietaak, bedoeld in; artikel 1 van de Regeling inzake de SAR-dienst 1994 SAR-vlucht: vlucht uitgevoerd met een vliegtuig of helikopter door de SAR-dienst als bedoeld inmet als doel de opsporing en redding van mens of dier die zich in een levensbedreigende omstandigheid bevindt. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart Dit artikel is van toepassing op vluchten die niet plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied of boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenverzamelingen en die worden uitgevoerd met een vliegtuig of helikopter door een gezagvoerder die beschikt over een CPL als bedoeld invoor: a. het controleren van pijpleidingen en het hoogspanningsnetwerk; b. het inmeten van dijken, wegen, waterkeringen en andere infrastructurele werken; c. het maken van audio of visuele opnamen ten behoeve van professionele nieuwsgaring en cartografie; d. artikel 1 van de Loodsenwet het loodsen door een loods als bedoeld in; e. het transport van mensen of goederen in de offshore; f. het uitvoeren van milieucontroles; g. surveillance door de Kustwacht. 2 artikel 45, eerste lid, onderdeel b, van het Luchtverkeersreglement Voor het uitvoeren van een vlucht als bedoeld in het eerste lid waarbij gevlogen wordt beneden de minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld ingelden als eisen: a. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 60 meter (200 voet) boven de grond of het water, maar tenminste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter of 600 meter van het vliegtuig; b. er wordt niet gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids; c. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht. 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement In afwijking vanbedraagt de minimum-VFR-vlieghoogte voor een HEMS-vlucht, SAR-vlucht of politievlucht: a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden, dan wel boven mensenverzamelingen 90 meter (300 voet) boven de grond of het water, doch tenminste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter of 600 meter van het vliegtuig; b. elders dan in onderdeel a aangegeven: 60 meter (200 voet) boven de grond of het water, doch tenminste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter of 600 meter van het vliegtuig; 2 artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement Er wordt uitsluitend beneden de minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld in, gevlogen gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht als bedoeld in het eerste lid. 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 17 van de Luchtvaartwet artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement De gezagvoerder van een luchtvaartuig die deelneemt aan een luchtvaartvertoning waarvoor krachtenseen vergunning is verleend, mag beneden de minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld invliegen. 2 artikel 1, tweede lid, onderdeel s, van de Regeling luchtvaartvertoningen De minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld in het eerste lid, is niet lager dan de vlieghoogte als vermeld in een vertoninglicentie als bedoeld in. 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement Het uitvoeren van een SAR-vlucht of politievlucht buiten de daglichtperiode, bedoeld inis toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften: a. de helikopter is voorzien van de uitrusting, bedoeld in JAR-OPS 3, subpart K, Instruments and equipment en subpart L, Communication and navigation equipment voor zover betrekking hebbend op het vliegen buiten de daglichtperiode; b. de gezagvoerder voldoet aan de eisen in Appendix I, JAR-OPS 3.005 (d) (c) (3) para’s (ii), en (iii); en aan JAR-OPS 3, subpart N, ‘Flight Crew’; c. een SSR-transponder met de Mode S wordt gebruikt, ongeacht de classificatie van het luchtruim of de vlieghoogte; d. voor het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd; 2 De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, zijn van overeenkomstige toepassing op HEMS-vluchten buiten de daglichtperiode. 2011 5955 31-03-2011 29-03-2011 IENM/BSK-2011/45915 2011 5955 31-03-2011 29-03-2011 IENM/BSK-2011/45915 01-04-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement Voor het uitvoeren van een vlucht met een vrije ballon buiten de daglichtperiode, bedoeld ingelden als eisen: a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder en heeft als gezagvoerder ten minste 100 uur aan ballonvaarten uitgevoerd; b. een vlucht wordt alleen uitgevoerd indien de weersomstandigheden zodanig zijn dat het vliegzicht minimaal 5 km bedraagt en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken horizontaal minimaal 1500 m en verticaal 300 m (1000 voet) boven gemiddeld zeeniveau bedraagt; c. de minimum vlieghoogte bedraagt 600 m (2000 voet) boven gemiddeld zeeniveau; d. Regeling luchtverkeersdienstverlening een vlucht wordt niet uitgevoerd in de Amsterdam CTA’s, de Schiphol CTR, de Schiphol TMA’s, de Rotterdam CTR en de Rotterdam TMA 1 als bedoeld in de; e. tijdens de vlucht zijn de volgende, naar behoren functionerende, instrumenten, luchtvaartradiocommunicatie- en identificatie-apparatuur aan boord: 1°. een drukhoogtemeter; 2°. een stijgsnelheidsmeter; 3°. een magnetisch kompas; 4°. artikel 60, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement twee VHF-zendontvanginstallaties met een frequentieseparatie van 25 kHZ, waarmee voortdurend een tweezijdige radioverbinding kan worden onderhouden met de betrokken luchtverkeersleidingsdiensten op de frequenties zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, bedoeld in; 5°. een SSR-transponder met de Mode S wordt gebruikt, ongeacht de classificatie van het luchtruim of de vlieghoogte; 6°. noodverlichting in de vorm van zaklantaarns; f. tijdens de vlucht wordt een ononderbroken wit licht gevoerd dat op ten minste vijf en ten hoogste tien meter onder de mand is aangebracht; g. artikel 1 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening ten minste twee uren vóór de aanvang van de vlucht wordt een vliegplan voorgelegd aan de supervisor van AOCS Nieuw Milligen, bedoeld inonder opgave van: 1. registratiekenmerk van de vrije ballon; 2. plaats van vertrek; 3. verwachte tijd van opstijging, en 4. maximum vlieghoogte; h. ongeacht de plaats van opstijging wordt een vliegplan voor de vlucht met de vrije ballon ten minste twaalf uren voor de verwachte tijd van opstijging ingeleverd op de adressen EHMCZRZX en EHAAZRZX; i. de voorbereiding van de vlucht met een vrije ballon is zodanig dat: 1. gelet op de hoeveelheid brandstof tot minimaal één uur na aanvang van de daglichtperiode kan worden gevlogen; 2. rekening houdend met een ruime wijziging van de windrichting en snelheid van de wind, er geen luchtverkeerleidingsgebieden zullen worden binnen gevlogen die niet zijn vermeld in het vliegplan; j. het landen vindt uitsluitend plaats binnen de daglichtperiode. 2007 225 20-11-2007 19-11-2007 HDJZ/LUV/2007-1431 2007 451 21-11-2007 20-11-2007 22-11-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 3 september 2007 tot wijziging van het Luchtverkeersreglement en het Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging in verband met wijzigingen van en binnen het GENOFIC area in verband met verbetering van de veiligheid van het luchtruim in werking treedt.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement Het uitvoeren van een vlucht met een vliegtuig buiten de daglichtperiode, bedoeld inis toegestaan, indien: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart de vlucht wordt uitgevoerd in het kader van de vliegopleiding voor het verkrijgen van een CPL(A) als bedoeld in; b. de vlucht noodzakelijk is om te voldoen aan de opleidingsvereisten die krachtens het in onderdeel a bedoelde artikel zijn gesteld aan het verkrijgen van het CPL; c. wordt voldaan aan de volgende voorschriften: 1. voor aanvang van de vlucht wordt een vliegplan ingediend; 2. voor het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd; 3. het vliegzicht bedraagt ten minste 8 km en de afstand tot de wolken ten minste 1500 m horizontaal en 300 m (1000 voet) verticaal; 4. de vlucht wordt uitgevoerd op ten minste 300 m (1000 voet) boven de hoogste hindernis binnen een afstand van 8 km van de gegiste positie van het vliegtuig, tenzij een lagere hoogte noodzakelijk is om op te stijgen van of te landen op een luchthaven of naderings- of vertrekprocedures alsmede luchtverkeerspatronen uit te voeren. 2012 22443 06-11-2012 29-10-2012 IENM/BSK-2012/215394 2012 22443 06-11-2012 29-10-2012 IENM/BSK-2012/215394 07-11-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 3 5 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op een politievlucht uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland in Nederland met een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van het op 2 maart 2005 tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de grensoverschrijdende politiële samenwerking en de samenwerking in strafrechtelijke aangelegenheden (Trb. 2005, 86). 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van het Luchtverkeersreglement Voor het uitvoeren van een VFR-vlucht met een militair luchtvaartuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, als bedoeld in, gelden als eisen: a. artikel 13 artikel 17 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening het luchtverkeersdienstverleningsgebied valt op basis vandan welonder de verantwoordelijkheid van AOCS Nieuw Milligen, en b. de vluchten worden gecontroleerd uitgevoerd. 2010 8898 14-06-2010 21-05-2010 BS2010014772 2010 8898 14-06-2010 21-05-2010 BS2010014772 15-06-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Luchtverkeersreglement Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit van 29 november 2006 houdende wijziging van hetin verband met diverse technische wijzigingen (Stb. 654) in werking treedt. 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling LVR. 2007 23 01-02-2007 12-01-2007 HDJZ/LUV/2007-33 2007 38 01-02-2007 04-12-2003 02-02-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Luchtverkeersreglement (diverse technische aanpassingen) (Stb. 2006/654) in werking treedt.