Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 mei 2007, nr. VGP/PSL 2770998, houdende regels met betrekking tot het gebruik van tatoeage- en piercingmateriaal (Warenwetregeling tatoeëren en piercen)
- BWB-id
- BWBR0021915
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021915
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/warenwetregeling-tatoe-ren-en-piercen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/warenwetregeling-tatoe-ren-en-piercen/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021915&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021915&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021915/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2007/warenwetregeling-tatoe-ren-en-piercen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Warenwetbesluit tatoeëren en piercen besluit:; b. artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in; c. artikel 3 van het besluit vergunning: vergunning als bedoeld in. 2012 13559 29-06-2012 21-06-2012 VGP/3118265 2012 13559 29-06-2012 21-06-2012 VGP/3118265 01-07-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De vergunning wordt door de ondernemer schriftelijk aangevraagd. 2 In de aanvraag worden vermeld: a. de naam, de rechtsvorm en het adres van de ondernemer, alsmede de naam waaronder de ondernemer handel drijft; b. het bezoekadres van de ruimte waarvoor de vergunning wordt verzocht; c. voor het gebruik van welke materialen de vergunning wordt gevraagd; d. ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van materiaal is ingericht. 3 Bij de aanvraag wordt een uittreksel gevoegd van de Kamer van Koophandel van de onderneming waarvoor de vergunning wordt gevraagd. 4 De aanvraag wordt ingediend bij de GGD van de gemeente waar de ruimte is gelegen waarvoor de vergunning wordt gevraagd. 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 07-11-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De vergunning heeft een geldigheidsduur van drie jaar. 2 Indien de aanvrager een vergunning vraagt in verband met de beëindiging van een eerder voor dezelfde ruimte verleende vergunning, behoudt die eerder verleende vergunning na afloop van de duur waarvoor zij is verleend haar geldigheid totdat: a. artikel 4:14, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht indien toepassing wordt gegeven aan, op de aanvraag is beslist, dan wel, b. artikel 4:20b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht indienvan toepassing is, totdat de van rechtswege verleende vergunning in werking is getreden. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de aanvraag voor de vergunning niet uiterlijk acht weken en drie dagen voor het beëindigen van de eerdere vergunning is gedaan. 4 Een vergunninghouder kan gedurende de looptijd van een vergunning een verzoek tot wijziging van een vergunning indienen wegens: a. verhuizing naar een andere ruimte in het pand dan wel verhuizing naar een andere ruimte buiten het pand, waarvoor vergunning is verleend; of b. werken met andere materialen in dezelfde categorie als vergund, met tatoeagemateriaal, dan wel met piercingmateriaal. 5 artikel 24 van de Warenwet Indien een vergunninghouder een verzoek tot wijziging van de vergunning indient, bedoeld in het vierde lid, wordt onderzocht of er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de vergunninghouder voor de ruimte waarvoor de wijziging van de vergunning wordt gevraagd, niet zal voldoen aan de voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit, dan wel aan de voorschriften gesteld bij of krachtens. 6 artikel 5, eerste lid Voor een onderzoek als bedoeld in het vijfde lid is een tarief verschuldigd als vermeld in. 7 Indien gevolg wordt gegeven aan een verzoek van een vergunninghouder als bedoeld in het vierde lid behoudt de vergunning de oorspronkelijke looptijd. 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 07-11-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdt een openbaar register bij waarin is opgenomen: a. aan welke ondernemers een vergunning is verleend; b. voor welke ruimten een vergunning is verleend; c. voor welk gebruik de vergunning is verleend; d. voor welke periode de vergunning geldig is. 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 01-06-2007
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a In de vergunning worden de materialen vermeld, waarvoor de vergunning wordt verleend, alsmede de ruimte in het pand, waarvoor de vergunning is verleend. 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 2018 61914 06-11-2018 29-10-2018 1344729-176651-VGP 07-11-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De retributie voor het in behandeling nemen van een aanvraag bedraagt: a. € 561,57 voor een vergunning voor het gebruik van tatoeagemateriaal, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van wegwerpartikelen; b. € 491,38 voor een vergunning voor het gebruik van tatoeagemateriaal, waarbij gebruik wordt gemaakt van wegwerpartikelen; c. € 280,80 voor een vergunning voor het gebruik van piercingmateriaal ten behoeve van het aanbrengen van een piercing in het vlakke gedeelte van het kraakbeen van het oor of de neusvleugel, waarbij gebruik wordt gemaakt van wegwerpartikelen; d. € 561,57 voor een vergunning voor het gebruik van een naald ten behoeve van het aanbrengen van een piercing, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van wegwerpartikelen; e. € 491,38 voor een vergunning voor het gebruik van een naald ten behoeve van het aanbrengen van een piercing, waarbij gebruik wordt gemaakt van wegwerpartikelen; f. € 701,98 indien: – de aanvraag betrekking heeft op twee of meer vormen van gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal als bedoeld in de onderdelen a tot en met e, en – die vormen van gebruik betrekking hebben op dezelfde ruimte; g. artikel 3 van de Warenwetregeling vrijstelling vergunningsplicht tatoeëren en piercen € 561,57 voor een melding als bedoeld in; h. artikel 3 van de Warenwetregeling vrijstelling vergunningplicht tatoeëren en piercen € 210,61 voor een melding als bedoeld in, indien de medewerker van de gemeentelijke gezondheidsdienst waar de aanvraag voor vrijstelling is ingediend beslist heeft dat beoordeling van de veiligheid met verminderde inzet kan worden uitgevoerd. Een beslissing als bedoeld in de vorige zin wordt tenminste genomen indien: – de artiest(en), werkzaam zijn bij een vergunninghouder in Nederland en; – er bij een eerder evenement van dezelfde organisator of op dezelfde locatie betreffende dezelfde verrichtingen geen tekortkomingen zijn geconstateerd. 2 De retributie wordt vermeerderd met € 35,09 voor elk kwartier of gedeelte van een kwartier die de toezichthouder besteedt: a. artikel 4, derde lid, van het besluit aan de werkzaamheden die nodig zijn in verband met bij het onderzoek, bedoeld ingeconstateerde gebreken die aanleiding geven tot vervolgonderzoek, voordat tot het verlenen van de vergunning kan worden overgegaan; of b. artikel 4, derde lid, van het besluit om te reizen, teneinde het onderzoek, bedoeld in, en indien van toepassing het vervolgonderzoek bedoeld onder a, in te stellen. 3 artikel 4, derde lid, van het besluit Indien het onderzoek, bedoeld in, in overleg met de aanvrager op een later tijdstip wordt voortgezet, wordt de retributie verhoogd met een bedrag van € 35,09 voor elk kwartier of gedeelte van een kwartier: a. dat de voortzetting duurt, en b. voor de reistijd die nodig is om het onderzoek te kunnen voortzetten. 4 De retributie wordt verminderd met een bedrag van € 140,40, indien: a. artikel 4, derde lid, van het besluit de aanvrager op het moment van aanvraag voor een andere ruimte dan waarop de aanvraag is gericht beschikt over een vergunning voor gelijksoortige activiteiten waarbij de activiteiten zijn beoordeeld ingevolge; b. voor die vergunning dit lid buiten toepassing is gebleven. 5 De aanvrager die in aanmerking komt voor een verlaagd tarief als bedoeld in het vierde lid, maakt in de aanvraag melding van de in dat lid bedoelde vergunning. 2025 20810 20-06-2025 12-06-2025 4130823-1083721-WJZ 2025 20810 20-06-2025 12-06-2025 4130823-1083721-WJZ 01-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De ondernemer draagt er zorg voor dat in de ruimte waar tatoeage- of piercingmateriaal wordt gebruikt, schriftelijke informatie voorhanden is over het gebruik van het materiaal, betreffende: a. de gevaren voor infecties en andere complicaties; b. het verzorgen van de verwondingen die ontstaan door het gebruik van het materiaal; c. de risico’s van het gebruik van het materiaal bij gezondheidsklachten. 2 De ondernemer draagt er zorg voor dat degene ten aanzien van wie het tatoeage- of piercingmateriaal zal worden gebruikt, tijdig voor gebruik van de informatie in kennis wordt gesteld. 3 Indien de persoon ten aanzien van wie het tatoeage- of piercingmateriaal wordt gebruikt, wordt vergezeld van zijn wettige vertegenwoordiger, draagt de ondernemer er tevens zorg voor dat ook die persoon tijdig voor het gebruik van de schriftelijke informatie in kennis wordt gesteld. 2012 1802 01-02-2012 25-01-2012 VGP/3100376 2012 1802 01-02-2012 25-01-2012 VGP/3100376 02-02-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 24 Warenwetbesluit tatoeëren en piercen Als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving vanen op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het, worden aangewezen de ambtenaren werkzaam bij de GGD’en. 2008 79 23-04-2008 16-04-2008 VGP/PSL2840858 2008 79 23-04-2008 16-04-2008 VGP/PSL2840858 25-04-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2007. 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 01-06-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling tatoeëren en piercen. 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 2007 99 25-05-2007 23-05-2007 VGP/PSL2770998 01-06-2007