Besluit van de Minister van Justitie van 19 februari 2008, nr. 5530523/Justis/08, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers van de afdeling Bijzondere Onderzoeken van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam tot buitengewoon opsporingsambtenaar
- BWB-id
- BWBR0023548
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2013-02-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023548
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023548&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023548&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023548/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in; b. de Dienst SZW: de afdeling Bijzondere Onderzoeken van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 29-02-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Maximaal 70 personen, werkzaam bij de Dienst SZW, aangesteld in de functie van sociaal rechercheurs zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 29-02-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein V Werk, Zorg en Inkomen, van, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld. 2010 7389 19-05-2010 10-05-2010 5653121/Justis/10 2010 7389 19-05-2010 10-05-2010 5653121/Justis/10 20-05-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam. 2 artikel 27 van de Politiewet 2012 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in. 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directeur van de Dienst SZW brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2 artikel 5 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 29-02-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 19 februari 2008, nr. 5530523/Justis/08, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. 2010 7389 19-05-2010 10-05-2010 5653121/Justis/10 2010 7389 19-05-2010 10-05-2010 5653121/Justis/10 20-05-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 29-02-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2008. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5530523/Justis/08 29-02-2008