Besluit van de Minister van Justitie van 19 februari 2008, nr. 5531512/08, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps Friesland
- BWB-id
- BWBR0023542
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2010-05-20 t/m 2012-03-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023542
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-friesl
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-friesl/2010-05-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023542&g=2010-05-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023542&z=2026-06-06&g=2010-05-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023542/2010-05-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-friesl
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bedoeld in. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993 De ambtenaren van politie als bedoeld in, van het regionale politiekorps Friesland, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing van, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld. 2010 7698 19-05-2010 10-05-2010 5653119/Justis/10 2010 7698 19-05-2010 10-05-2010 5653119/Justis/10 20-05-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 300 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Leeuwarden. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Friesland. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2 artikel 8, eerste en derde lid van de Politiewet 1993 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan eerst gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in, nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat de betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het uitoefenen van deze bevoegdheden. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type. 4 De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De korpschef van het regionale politiekorps Friesland brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de toezichthouder en de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps Friesland; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 19 februari 2008, nr. 5531512/08, worden voor de duur van hun geldigheid mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. 2010 7698 19-05-2010 10-05-2010 5653119/Justis/10 2010 7698 19-05-2010 10-05-2010 5653119/Justis/10 20-05-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van 11 maart 2008 en vervalt met ingang van 11 maart 2012. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Friesland 2008. 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 2008 41 27-02-2008 19-02-2008 5531512/08 11-03-2008