Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 maart 2008, nr. TRCJZ/2008/693, houdende openstelling van de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs 2008 (Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2008)
- BWB-id
- BWBR0023601
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2008-03-12 t/m 2008-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023601
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/openstellingsbesluit-innovatie-groen-onderwijs-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/openstellingsbesluit-innovatie-groen-onderwijs-2008/2008-03-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023601&g=2008-03-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023601&z=2026-06-06&g=2008-03-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023601/2008-03-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/openstellingsbesluit-innovatie-groen-onderwijs-2008
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs regeling:; b. artikel 2, eerste lid, van de regeling project: geheel van activiteiten gericht op concrete resultaten ter verwezenlijking van de subsidiedoelstellingen, genoemd in; c. artikel 2, tweede lid, van de regeling programma: programma, bedoeld in; d. artikel 14 van de regeling programmaonderdeel: project, passend binnen één van de programma’s, waarvoor de Minister, op grond van, subsidie heeft verleend. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, onderdeel b, van de regeling artikel 7 8 van de regeling De instellingen, genoemd in, kunnen met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 1 april 2008 een aanvraag als bedoeld inofindienen. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 bijlage Subsidie kan worden verleend voor programma’s en programmaonderdelen, ingediend in de periode, bedoeld in, voor de categorieën en de thema’s, genoemd in debij dit openstellingsbesluit. 2 Subsidie voor een project, niet zijnde een programmaonderdeel, wordt uitsluitend verleend voor de categorie kenniscirculatie. 3 artikel 9 10 van de regeling artikel 1 Onverminderdenbeoordeelt de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een aanvraag als bedoeld inin voorkomend geval op de mate waarin de activiteiten gericht zijn op de doelgroepen, genoemd in de bijlage bij dit openstellingsbesluit, behorende bij het thema, waarop de aanvraag is gericht. 4 bijlage De thema’s, bedoeld in het eerste lid, zijn gerangschikt binnen de hoofdthema’s, genoemd in debij dit openstellingsbesluit. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De aanvraag voor een programma omvat in ieder geval: a) artikel 3, eerste lid een beschrijving van de aanleiding, van het doel en van de doelgroep of doelgroepen van het programma in relatie tot het doel van de regeling, en in relatie tot één of meer van de thema’s, bedoeld in; b) een beschrijving van de doelstellingen van het programma, gedetailleerd voor de twee jaren, na aanvang van het programma en op hoofdlijnen voor de lange termijn; c) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten binnen het aangevraagde programma en gedurende de looptijd van dat programma en van de relatie van die activiteiten met activiteiten binnen het landbouwonderwijs en het landbouwkundige onderzoek; d) een activiteitenplan, gedetailleerd voor het eerste jaar na aanvang van het programma en opgesteld op hoofdlijnen voor de overige jaren, inclusief samenvattingen van uitvoeringsplannen van lopende en voorgenomen programmaonderdelen; e) een beschrijving van de programmaorganisatie, waarbij in ieder geval de personele inzet van de penvoerder, deelnemende instellingen, ondersteunende organisaties en onderzoeksinstellingen worden vermeld; f) artikel 5 van de regeling een sluitende en onderbouwde begroting, in voorkomend geval gespecificeerd naar de verschillende samenwerkende instellingen en gespecificeerd naar de verschillende subsidiabele kosten, bedoeld in; g) een beschrijving van de wijze waarop de resultaten van het programma gedurende en na afloop van de looptijd daarvan beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop die resultaten worden verspreid; h) een beschrijving van de wijze waarop relevantie en succes van het programma worden gemeten; i) de looptijd van het programma, inclusief de start- en einddatum; j) een beschrijving van de wijze waarop de kwaliteit van de activiteiten binnen het programma wordt geborgd, en k) in voorkomend geval, een beschrijving van het samenwerkingsverband, dat aantoonbaar tot uitdrukking komt in de activiteiten en financiering van het project en vastgelegd is in één door de partners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin de personele en financiële bijdrage van de partners zijn vermeld. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De aanvraag tot subsidieverlening voor een project omvat in ieder geval: a) een beschrijving van het doel en van de doelgroepen van het project; b) een beschrijving van de beoogde resultaten van het project, waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze het project bijdraagt aan de ontwikkeling van landelijke activiteiten op het gebied van landbouwonderwijs en landbouwkundig onderzoek; c) een beschrijving van de aard van het project en de positionering van dat project ten opzichte van activiteiten binnen het onderwijs, die op het moment van indienen van de aanvraag worden uitgevoerd; d) een beschrijving van de redenen voor het uitvoeren van het project, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de problematiek die het project aanspreekt en de relatie van die problematiek tot het thema of de thema’s, waarbinnen het beoogde project valt; e) een beschrijving van de begrenzing van de reikwijdte van het project en een beschrijving van de randvoorwaarden van het project; f) een uitgewerkt activiteitenplan waarin in ieder geval de producten waartoe het project leidt worden beschreven; g) de looptijd van het project, inclusief de start- en einddatum; h) een beschrijving van de projectorganisatie, waarbij in ieder geval de instellingen die deel uitmaken van een eventueel samenwerkingsverband, de projectleider en de contactpersoon worden vermeld; i) artikel 5 van de regeling een sluitende en onderbouwde begroting, in voorkomend geval gespecificeerd naar de verschillende samenwerkende instellingen en gespecificeerd naar de verschillende subsidiabele kosten, bedoeld in; j) in voorkomend geval, een beschrijving van het samenwerkingsverband, dat aantoonbaar tot uitdrukking komt in de activiteiten en financiering van het project en vastgelegd is in één door de partners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin de personele en financiële bijdrage van de partners zijn vermeld; k) een beschrijving van de beoogde wijze van beschikbaar stellen en verspreiden van de resultaten van het project tijdens en na afloop van dat project, en l) een beschrijving van de wijze waarop relevantie en succes van het project worden gemeten. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt, in een aanvraag tot subsidieverlening voor een programmaonderdeel, de relatie met het programma, waarbinnen het beoogde programmaonderdeel valt, beschreven. 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt, in een aanvraag tot subsidieverlening voor een project, niet zijnde een programmaonderdeel, de wijze waarop de kwaliteit van dat project wordt geborgd, beschreven. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, tweede lid, van de regeling artikel 2 Het subsidieplafond, bedoeld invoor de aanvraagperiode, bedoeld in, is € 8 miljoen, waarvan – € 7 mln beschikbaar is voor programma’s en programmaonderdelen, en – € 1 mln beschikbaar is voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen. 2 De beschikbare subsidie voor programma’s en programmaonderdelen wordt als volgt verdeeld: – bijlage € 4 mln. voor hoofdthema’s Groene economie en Gezonde voeding, genoemd in debij deze regeling; – bijlage € 2 mln. voor hoofdthema Natuur, Landschappen een Vitaal platteland, genoemd in debij deze regeling, en – bijlage € 1 mln. voor thema’s binnen de hoofdthema’s Systeemontwikkeling en Onderwijsvernieuwing, genoemd in debij deze regeling. 3 Bij onderuitputting voor het budget voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, wordt het restant van dat budget op basis van de verhouding, genoemd in het tweede lid, toegevoegd aan de budgetten, bedoeld in dat lid. 4 Bij onderuitputting van het budget dat beschikbaar is voor programmaonderdelen binnen een hoofdthema kan de minister besluiten het resterende budget beschikbaar te stellen voor één van de andere hoofdthema’s. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, derde lid, van de regeling De hoogte van het subsidiebedrag, bedoeld in, is: a) voor programma’s: maximaal € 200.000,- voor het eerste jaar en maximaal 100.000,– per jaar voor volgende jaren; b) voor programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 300.000,–, en c) voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 100.000,–. 2 artikel 5, onderdeel a van de regeling De uurtarieven, bedoeld inzijn: a) Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 € 53,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 1 tot en met 9, bedoeld in het; b) Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 € 67,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 10 tot en met 12, bedoeld in het, en c) Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 € 88,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 13 tot en met 18, bedoeld in het. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5 van de regeling De hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten voor programma’s is maximaal 100% voor kosten, genoemd in. 2 artikel 5, onderdeel a, van de regeling artikel 5, onderdeel b tot en met d, van de regeling De hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten voor projecten is 50% voor kosten, bedoeld inen maximaal 75% voor kosten genoemd in. 3 artikel 5, onderdeel b, van de regeling artikel 5, onderdeel a, van de regeling Het percentage, bedoeld invoor een project is maximaal 20% van de aangevraagde subsidie voor loonkosten, bedoeld in. 4 artikel 5, onderdeel d, van de regeling artikel 5, onderdeel a, van de regeling Het percentage, bedoeld inis maximaal 5% van de aangevraagde subsidie voor loonkosten, bedoeld in. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3, vijfde lid, van de regeling De duur van de subsidieverlening, bedoeld in, is maximaal: a. twee jaar en zes maanden voor programmaonderdelen; b. één jaar en zes maanden voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 18, eerste en tweede lid, van de regeling De hoogte van de voorschotten, bedoeld in, bedraagt: a) bij subsidieverlening voor een programma maximaal 60% van het bedrag dat door de aanvrager voor een programma is begroot, gedeeld door de beoogde looptijd van dat programma in jaren, en b) bij subsidieverlening voor een project maximaal 60% van het toegekende subsidiebedrag. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 6, vijfde lid, van de regeling De overheidsbijdragen, bedoeld in, zijn: a) Regeling bekostiging praktijkleren AOC Regeling Innovatiebox beroepsonderwijs Regeling Innovatiearrangement 2003/2004/2005/2006–2009 Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007 Subsidieregeling ondernemerschap en onderwijs 2007 subsidies, verstrekt op grond van de, de, de, deen de; b) bijdrage, verstrekt door de Stichting Innovatie Alliantie; c) bijdrage, verstrekt door de minister in het kader van School als kenniscentrum; d) bijdragen ten behoeve van het groene onderwijs, verstrekt door het Deltapunt Beta/techniek. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2008. 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 2008 49 10-03-2008 07-03-2008 TRCJZ/2008/693 12-03-2008
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 9#
artikel 9