Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2008, nr. P&O/2007/53275, houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008)
- BWB-id
- BWBR0023543
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023543
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2008/2026-03-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023543&g=2026-03-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023543&z=2026-06-06&g=2026-03-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023543/2026-03-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2008
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. bewindspersoon: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een Minister zonder portefeuille, ondergebracht bij het Ministerie, of een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d. staatssecretaris: Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, e. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie, f. plaatsvervangend secretaris-generaal: plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie, g. directeur-generaal: directeur-generaal van het Ministerie, h. hoofd van een inspectie: inspecteur-generaal van het onderwijs of de directeur van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, i. directeur: degene die aan het hoofd staat van een beleidsdirectie, een ondersteunende directie, of een ondersteunend bureau als bedoeld in de bijlage bij dit besluit, j. budgethouder: functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten, k. direct-leidinggevende: degene die binnen het Ministerie belast is met de dagelijkse leiding van medewerkers en ten aanzien van die medewerkers personeelsbevoegdheden heeft, l. bestuursraad: bestuursraad van het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het Onderwijs, m. budget: aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van een deel van de begroting, n. bestedingsplan: plan ter uitvoering van de begroting, opgesteld ten behoeve van het aangaan van verplichtingen anders dan in het kader van: – de reguliere of aanvullende bekostiging van onderwijs en onderzoek, – artikelen 4a 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de verstrekking van subsidies als bedoeld in deen, en – artikel 7.3, eerste lid, van de Erfgoedwet de verstrekking van subsidies als bedoeld in, o. managementafspraak: afspraak omtrent de vertaling van beleidsdoelen in de begroting en de doelstellingen voor de interne bedrijfsvoering naar concrete acties en activiteiten, benodigde middelen en bevoegdheden of de prestatie- en kwaliteitsnormen ten aanzien van de te leveren producten of diensten, dan wel beide, met inbegrip van het bestedingsplan, p. personeelsreglement: verzameling van decentraal gemaakte collectieve afspraken en instructies ten behoeve van de ambtenaren die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn bij de Staat der Nederlanden en werkzaam zijn bij OCW. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. volmacht om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en b. machtiging om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 06-01-2010 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Organisatie van het Ministerie#
Artikel 3 Organisatie van het Ministerie 1 Het Ministerie bestaat uit: a. ondersteunende directies, b. directoraten-generaal, c. inspecties, d. Nationaal Archief, en e. bureaus. 2 De Dienst Uitvoering Onderwijs en het Nationaal Archief zijn baten-lastendienst. 3 bijlage De organisatie van het Ministerie wordt nader vastgesteld door middel van de bij dit besluit behorende. 4 bijlage Wijziging van degeschiedt door de secretaris-generaal. 5 bijlage De directeur Organisatie & Bedrijfsvoering draagt zorg voor bekendmaking van dedoor plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie. 2022 27474 14-10-2022 04-10-2022 WJZ/32371149 2022 27474 14-10-2022 04-10-2022 WJZ/32371149 15-10-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Voorbehouden aan bewindspersonen#
Artikel 4 Voorbehouden aan bewindspersonen 1 Aan de bewindspersoon is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken: a. gericht aan de Koning, b. gericht aan de Raad van Ministers van het Koninkrijk, de Raad van Ministers en de daaruit gevormde colleges, c. gericht aan ministers en staatssecretarissen, d. gericht aan autoriteiten in binnen- en buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of Staatssecretaris, e. gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies, f. gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State, g. gericht aan de Algemene Rekenkamer, h. houdende algemeen verbindende voorschriften, i. betreffende het instellen van beroep tegen een besluit van een ander bestuursorgaan, en j. artikel 15, derde lid, van de Archiefwet 1995 artikel 23, eerste lid, van de Archiefwet 1995 betreffende het uitoefenen van de bevoegdheid, genoemd in, voor zover het archiefbescheiden betreft die zijn overgebracht door de zorgdragers als bedoeld inen die betrekking hebben op het Koninklijk Huis. 2 Aan de minister is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken houdende het sluiten van huur-, huurkoop- en leaseovereenkomsten voor een bedrag van meer dan € 2.500.000 voor de duur van de overeenkomst. 3 De secretaris-generaal kan de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen een bewindspersoon en de secretaris-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de afspraken en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Mandaat aan SG#
Artikel 5 Mandaat aan SG 1 De secretaris-generaal heeft mandaat voor al hetgeen het Ministerie betreft met inachtneming van de managementafspraak tussen de minister en de secretaris-generaal. 2 bijlage De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de hoofden van de volgens deonder de secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen. 3 bijlage Voor zover de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de hoofden van de volgens deonder hem ressorterende dienstonderdelen, zijn de voorschriften die van toepassing zijn op directeuren-generaal, van overeenkomstige toepassing. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Mandaat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en de DG’s#
Artikel 6 Mandaat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en de DG’s 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden op hun werkterrein. 2 bijlage De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal geven rechtstreeks leiding aan de hoofden van volgens deonder hen ressorterende dienstonderdelen. 3 bijlage De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal zijn budgethouder voor de hen door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal kennen aan de volgens deonder hen ressorterende hoofden de budgetten toe waarover zij kunnen beschikken. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Mandaat aan de hoofden van inspecties#
Artikel 7 Mandaat aan de hoofden van inspecties 1 Wet op het onderwijstoezicht De inspecteur-generaal van het onderwijs heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, met inachtneming van deen binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein. 2 De directeur van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein. 3 De hoofden van de inspecties, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. 4 Onverminderd het eerste lid heeft de inspecteur-generaal van het onderwijs mandaat om: a. artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs artikel 123 van de Wet primair onderwijs BES artikel 133 van de Wet op de expertisecentra artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van,,,,,,of; b. afdelingen 4.2.5 tot en met 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de, c. Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs BES Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bij of krachtens de, de, de, de, de, deof decorrecties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging; d. artikelen 6.1.5 6.1.5b 6.2.3 6.2.3b 6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikelen 6.2.3 6.2.4 6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikelen 6.1.4 6.2.2 artikelen 6.2.1 voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de,,,enen de,ente geven, of een besluit als bedoeld in de, 6.1.5b,, 6.2.3b en 6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de, 6.2.4 en 6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES te nemen; e. artikel 27 van de Leerplichtwet 1969 artikel 39 van de Leerplichtwet BES artikel 15.7, derde lid artikel 15.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 11.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 4.3 van de Wet NLQF de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in,,, en,, alsmede, of f. artikel 14b Wet open overheid in afwijking vante beslissen op een aan de Inspectie van het Onderwijs gericht verzoek om informatie in de zin van de, alsmede op een tegen een dergelijk besluit of een besluit als bedoeld in de onderdelen a tot en met e ingediend bezwaarschrift. 2025 36638 29-10-2025 20-10-2025 O&B/WJZ/53045938 2025 36638 29-10-2025 20-10-2025 O&B/WJZ/53045938 30-10-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Mandaat aan het hoofd van de baten-lastendienst Nationaal Archief#
Artikel 8 Mandaat aan het hoofd van de baten-lastendienst Nationaal Archief 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel l Het hoofd van het Nationaal Archief heeft, onverminderd, en de mandaatverlening aan de secretaris-generaal en de directeur-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein. 2 Het hoofd van het Nationaal Archief is budgethouder voor de hem door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. 2012 24866 04-12-2012 02-11-2012 DP&O/455501 2012 24866 04-12-2012 02-11-2012 DP&O/455501 05-12-2012
Artikel 9 — Artikel 9 Mandaat aan directeuren#
Artikel 9 Mandaat aan directeuren 1 De directeuren hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein. 2 De directeuren zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal of directeur-generaal toegewezen budgetten. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Managementafspraken#
Artikel 10 Managementafspraken 1 bijlage De secretaris-generaal maakt managementafspraken met de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en met de volgens deonder de secretaris-generaal ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen. 2 bijlage De plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal maken managementafspraken met de volgens deonder hen ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen. 3 De directeur Organisatie & Bedrijfsvoering draagt zorg voor bekendmaking van de managementafspraken voor zover het betreft daarin opgenomen beperkingen of uitbreidingen van een mandaat dat op grond van dit besluit is verleend, door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Ondermandaat#
Artikel 11 Ondermandaat 1 Ondermandaat van de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden is mogelijk, tenzij in dit besluit anders is bepaald. Bij het verlenen van ondermandaat wordt aangegeven in hoeverre het verlenen van verder ondermandaat mogelijk is. 2 Voor het verlenen van ondermandaat door een directeur is de goedkeuring vereist door de desbetreffende leidinggevende functionaris. Voor machtiging om op te treden in gerechtelijke procedures en ondermandaat inzake het passeren van notariële akten is de goedkeuring niet vereist. 3 Krachtens dit besluit verleende algemene ondermandaten worden gepubliceerd in de Staatscourant en geplaatst op het intranet en de internetsite van het Ministerie of het betreffende dienstonderdeel. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Voorbehouden aan SG#
Artikel 12 Voorbehouden aan SG 1 De secretaris-generaal is met uitsluiting van anderen gemandateerd met betrekking tot: a. Koninklijke onderscheidingen, b. voorstellen voor het vergezellen van een bewindspersoon bij buitenlandse dienstreizen, c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman, d. artikel 13 het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in, e. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand, f. voorstellen tot verzelfstandiging van een organisatieonderdeel, g. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst, en h. het starten van projecten met betrekking tot informatiebeleid voor een bedrag van meer dan € 20.000.000,–. 2 Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden in dit artikel is niet mogelijk, met uitzondering van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid onder c. 2015 10036 14-04-2015 30-03-2015 P&O/742863 2015 10036 14-04-2015 30-03-2015 P&O/742863 15-04-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Voorbehouden aan de plaatsvervangend SG, de DG’s, hoofden inspecties en het hoofd van het Nationaal Archief#
Artikel 13 Voorbehouden aan de plaatsvervangend SG, de DG’s, hoofden inspecties en het hoofd van het Nationaal Archief 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal, directeuren-generaal, de hoofden van inspecties en het hoofd van het Nationaal Archief zijn met uitsluiting van anderen, met uitzondering van de secretaris-generaal, gemandateerd met betrekking tot: a. het instellen van bezwaar tegen besluiten van andere bestuursorganen, b. vaststelling of wijziging van het organisatie- en capaciteitsplan van een onder hem ressorterend dienstonderdeel, c. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en leaseovereenkomsten, een en ander voor een bedrag tot € 500.000 voor de duur van de overeenkomst. 2 artikel 7, vierde lid, onderdeel f De directeur-generaal DUO is gemandateerd met betrekking tot het nemen van beslissingen op bezwaar- en beroepschriften onverminderd. 3 De directeur-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie, de directeur-generaal Funderend Onderwijs en de directeur-generaal Cultuur en Media zijn met uitsluiting van anderen, met uitzondering van de secretaris-generaal, gemandateerd met betrekking tot het geven van toestemming voor schatkistbankieren. 4 Met uitzondering van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid is ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in dit artikel niet mogelijk. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Personele bevoegdheden#
Artikel 14 Personele bevoegdheden 1 De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van: a. het vaststellen van het personeelsreglement b. de toekenning van financiële tegemoetkomingen als onderdeel van het Van Werk naar Werkbeleid. 2 Onverminderd het eerste lid hebben de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs mandaat ten aanzien van alle personele aangelegenheden betreffende onder hen ressorterende medewerkers tenzij bij wettelijk voorschrift anders is of wordt bepaald, met dien verstande dat ten aanzien van ontslag, waaronder de keuze van de ontslaggrond, de strafmaat bij straffen, ordemaatregelen en vaststellingsovereenkomsten, te voren een toetsing zal plaats vinden door een arbeidsjuridisch deskundige. 3 De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs kunnen ondermandaat verlenen aan functionarissen binnen hun organisatieonderdeel ten aanzien van personele aangelegenheden als bedoeld in het tweede lid. 4 Onverminderd het eerste tot en met het derde lid hebben direct-leidinggevenden binnen het kader van de managementafspraak en de daarbij gegeven instructies, mandaat ten aanzien van de personele aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein voor zover deze worden afgehandeld via het P-direktportaal. 5 artikel 16 Het bepaalde inis niet van toepassing op de in het vorige lid genoemde personele aangelegenheden die via het P-direktportaal worden afgehandeld. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 14a — Artikel 14a Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten#
Artikel 14a Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten 1 artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a en d, van het Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten De directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is gemandateerd om, namens de secretaris-generaal, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen als bedoeld in. Hij kan met betrekking tot dit mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen. 2 artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten De directeur-generaal DUO is gemandateerd om, namens de secretaris-generaal, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen als bedoeld in. De directeur-generaal DUO kan met betrekking tot dit mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen. 2018 8895 20-02-2018 09-02-2018 DOB/1317153 2018 8895 20-02-2018 09-02-2018 DOB/1317153 21-02-2018 26-10-2017
Artikel 14b — Artikel 14b Voorbehouden aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken#
Artikel 14b Voorbehouden aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken Wet open overheid Wet hergebruik van overheidsinformatie De directeur Wetgeving en Juridische Zaken is gemandateerd te beslissen over een verzoek om informatie op grond van deen tot de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek op grond van de. Hij kan met betrekking tot dit mandaat ondermandaat verlenen. Als hij ondermandaat verleent aan een functionaris die niet onder hem ressorteert, behoeft deze instemming van de gemandateerde en diens direct-leidinggevende. 2025 36638 29-10-2025 20-10-2025 O&B/WJZ/53045938 2025 36638 29-10-2025 20-10-2025 O&B/WJZ/53045938 30-10-2025
Artikel 14c — Artikel 14c Bestedingsplan#
Artikel 14c Bestedingsplan 1 Aan de minister is voorbehouden het vaststellen van het departementale bestedingsplan. 2 Aan de secretaris-generaal is voorbehouden het opstellen van het departementale bestedingsplan op basis van de bestedingsplannen van de directeuren-generaal. 3 De secretaris-generaal heeft mandaat tot het aangaan van verplichtingen bij wijzigingen van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan tussen € 2.000.000 en € 5.000.000. 4 Aan de directeuren-generaal is voorbehouden het opstellen van het bestedingsplan voor hun directoraat-generaal op basis van de bestedingsplannen van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen. Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal is voorbehouden het bestedingsplan voor de onder diens verantwoordelijkheid ressorterende organisatietonderdelen vast te stellen, op basis van de bestedingsplannen van die onderdelen. 5 De plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal hebben mandaat tot het aangaan van verplichtingen bij wijzigingen van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan tussen € 500.000 en € 2.000.000. 6 Aan de directeuren is voorbehouden het opstellen van het bestedingsplan voor hun directie. 7 De directeuren hebben mandaat tot het aangaan van verplichtingen op basis van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan met dien verstande dat indien een verplichting zou leiden tot een verschuiving tussen de budgetten voor de verschillende thema's van het departementale bestedingsplan dit: a. wordt voorgelegd aan de desbetreffende directeur-generaal, respectievelijk de plaatsvervangend secretaris-generaal, indien deze verschuiving groter is dan € 500.000, b. wordt voorgelegd aan de secretaris-generaal indien deze verschuiving groter is dan € 2.000.000, c. wordt voorgelegd aan de minister indien deze verschuiving groter is dan € 5.000.000. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 14d — Artikel 14d Rijksinkoop en departementale inkoopfunctie#
Artikel 14d Rijksinkoop en departementale inkoopfunctie 1 De Coördinerend Directeur Inkoop (CDI) is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het CDI/CPO-stelsel binnen het Ministerie. De CDI wordt betrokken bij alle grote en/of risicovolle inkooptrajecten en wordt in de gelegenheid gesteld deze vooraf te beoordelen, conform de interdepartementale afspraken die dienaangaande gemaakt zijn in het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst en binnen het CDI/CPO-stelsel. 2 De directeur-generaal DUO is gemandateerd tot het verrichten van aankopen ten behoeve van alle budgethouders van het Ministerie. 2018 8895 20-02-2018 09-02-2018 DOB/1317153 2018 8895 20-02-2018 09-02-2018 DOB/1317153 21-02-2018 26-10-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Afwezigheid of verhindering#
Artikel 15 Afwezigheid of verhindering 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal kan de secretaris-generaal vervangen in alle gevallen waarin de secretaris-generaal dat geboden acht. De secretaris-generaal voorziet voorts in zijn (verdere) vervanging bij afwezigheid of verhindering, de vervanging bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal en van een directeur-generaal, met uitzondering van de directeur-generaal DUO. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger en bij diens afwezigheid door de tweede plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de eerste vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat en dat het mandaat van de tweede plaatsvervanger is beperkt tot het ondertekenen van stukken. 2 De directeur-generaal DUO, de hoofden van inspecties, het hoofd van het Nationaal Archief en de directeuren voorzien in de vervanging bij hun afwezigheid of verhindering. Bij afwezigheid of verhindering wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat. 3 De direct-leidinggevenden wijzen een plaatsvervanger aan door in het P-direktportaal twee leidinggevende medewerkers te registreren als plaatsvervanger. 4 De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de vervanging, bedoeld in het eerste lid, door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie. De directeur-generaal DUO, de hoofden van de inspecties, het hoofd van het Nationaal Archief en de directeuren dragen zorg voor bekendmaking van de vervanging, bedoeld in het tweede lid, door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie of het betreffende dienstonderdeel. 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 2024 35829 05-11-2024 25-10-2024 O&B/WJZ/48754095 06-11-2024 02-07-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Wijze van ondertekening#
Artikel 16 Wijze van ondertekening 1 De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule: De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde. 2 artikel 14 De gevolmachtigde is gehouden in de ondertekening van stukken inzake personele aangelegenheden als bedoeld inzijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule: De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, functie van de gevolmachtigde, handtekening van de gevolmachtigde, naam van de gevolmachtigde 3 artikel 14a De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken als bedoeld inzijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule: De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens dezen, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 4 Ondertekening bij afwezigheid met de aanduiding ‘b/a’ is uitsluitend mogelijk indien de ondertekenaar ook zelf bevoegd is tot ondertekenen. In dat geval wordt ook de naam van de ondertekenaar vermeld. 5 Indien het mandaat, bedoeld in het eerste lid, berust op een bevoegdheid van een andere bewindspersoon dan de Minister, dan wordt dit in de in het eerste lid bedoelde formule dienovereenkomstig tot uitdrukking gebracht. In het geval dat de in het eerste lid bedoelde gemandateerde ondertekent namens meerdere bewindspersonen, worden alle betrokken bewindspersonen in de eerder bedoelde formule opgenomen. 2020 33368 24-06-2020 15-01-2020 17881647 2020 33368 24-06-2020 15-01-2020 17881647 25-06-2020 01-01-2020
Artikel 17 — Artikel 17 Intrekking#
Artikel 17 Intrekking 1 Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 Het(Regeling van 2 juni 2005, Stcrt. 2005, nr. 113) wordt ingetrokken. 2 Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 Tot 1 mei 2008 blijft hetvan toepassing op besluiten door ambtenaren werkzaam bij Centrale Financiën Instellingen. 3 Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 Mandaten die zijn verleend op grond van heten die gelden op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit met dien verstande dat beperkingen op grond van dit besluit ook gelden voor de verleende ondermandaten. 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 06-01-2010 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18 Inwerkingtreding#
Artikel 18 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2008. 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 06-01-2010 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008. 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 2010 65 05-01-2010 17-12-2009 CO/Advies/178212 06-01-2010 01-01-2010