Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juli 2008, nr. VO/F/2008/7282, houdende het vaststellen aan de aanvullende bekostiging voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak en de startbekostiging en aanvullende bekostiging van een nieuwe school in het voortgezet onderwijs (Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging en start- en aanvullende bekostiging nieuwe school VO)
- BWB-id
- BWBR0024237
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2021-01-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024237
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-aanvullende-bekostiging-nevenvestiging-nieuwe-schol
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-aanvullende-bekostiging-nevenvestiging-nieuwe-schol/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024237&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024237&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024237/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-aanvullende-bekostiging-nevenvestiging-nieuwe-schol
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. nevenvestiging: een vestiging van een school of scholengemeenschap niet zijnde de tijdelijke dan wel hoofdvestiging; c. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs school: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in; d. artikel 2 nevenvestiging met spreidingsnoodzaak: een nevenvestiging van een school die voldoet aan de criteria, genoemd in; e. artikel 65, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs verlangd onderwijs: het verlangd onderwijs als bedoeld in; f. nieuwe school: een school bedoeld in artikel 2 van de Regeling voorzieningenplanning VO; g. artikel 71, tweede of derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs samenvoeging: samenvoeging als bedoeld in; h. artikel 3 van de Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs splitsing: splitsing als bedoeld in. 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 17-09-2015 01-08-2013
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte 1 De Minister verstrekt, ter uitvoering van artikel III, achtste lid, van de Wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen, aan het bevoegd gezag van een school per kalenderjaar aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten ten behoeve van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak die is gevormd voor 1 augustus 2008. 2 Er is sprake van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak indien: a. de nevenvestiging hemelsbreed 10 kilometer of meer is verwijderd van een vestiging van een school waaraan hetzelfde verlangd onderwijs en dezelfde schoolsoort wordt aangeboden, en b. aan de nevenvestiging van een school voor praktijkonderwijs 80 leerlingen, bij overige scholen 120 leerlingen of meer ingeschreven staan op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. 3 De aanvullende bekostiging als bedoeld in het eerste lid wordt niet meer verstrekt indien het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft voor het praktijkonderwijs minder dan 80 leerlingen, bij de overige scholen minder dan 120 leerlingen bedraagt. Het recht herleeft indien er weer wordt voldaan aan het vereiste aantal leerlingen. 4 Op of na 1 augustus 2008 gevormde nevenvestigingen vallen niet meer binnen de begripsbepaling van nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak en komen niet in aanmerking voor de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging. 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Bedrag aanvullende bekostiging#
Artikel 3 Bedrag aanvullende bekostiging De aanvullende bekostiging bedraagt per nevenvestiging: a. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast onderwijsondersteunend personeel; b. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast voor directiepersoneel van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort; en c. éénmaal aanvullende exploitatiekosten. 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Betaling#
Artikel 4 Betaling De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele en materiële bekostiging. 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Startbekostiging nieuwe school#
Artikel 5 Startbekostiging nieuwe school 1 Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0) ontvangt een nieuwe school éénmalig, zoals aangegeven in de tabel, opgenomen in het vijfde lid, een personele bekostiging waarvan de hoogte afhankelijk is van de soort school. 2 Regeling bekostiging exploitatiekosten vo Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0), ontvangt een nieuwe school de bekostiging voor het lesmateriaal en eenmalig vier maanden exploitatiekosten op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. Voor de berekening van deze bekostiging worden de normbedragen per leerling voor de leerjaren 1 en 2 van degehanteerd. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar staat ingeschreven bij de school. 3 De startbekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de Minister. 4 De in het derde lid vermelde prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. Het bevoegd gezag van de school ontvangt van de Minister een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld. 5 Tabel met de bedragen voor de personele bekostiging van de desbetreffende schoolsoort in euro’s (prijspeil 1-1-2008). Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Schoolsoort Directie Onderwijs- ondersteunend personeel (oop) Totaal A. Categoriale mavo en praktijkonderwijs 12.436,30 6.509,39 18.945,69 B. Categoriaal, vwo, havo en scholengemeenschap vwo/havo 14.842,82 6.509,39 21.352,21 C. Categoriaal vbo en scholengemeenschap mavo/vbo 18.654,44 9.764,09 28.418,53 D. Scholengemeenschap havo/mavo evt. met vwo 29.368,77 13.018,78 42.387,55 E. Scholengemeenschap mavo/havo/vbo evt. met vwo 35.659,77 16.273,48 51.933,25 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvullende bekostiging nieuwe school eerste schooljaar#
Artikel 6 Aanvullende bekostiging nieuwe school eerste schooljaar 1 Een nieuwe school ontvangt personele en materiële bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar op basis van de prognose van het aantal leerlingen per 1 oktober volgend op de feitelijke start per 1 augustus van het eerste schooljaar t (jaar 0). De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar staat ingeschreven bij de school. 2 In het eerste schooljaar wordt éénmalig een aanvullende bekostiging verstrekt ten bedrage van éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast die op 1 augustus van dat schooljaar geldt voor leraren van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort. Deze aanvullende bekostiging wordt, middels een beschikking van de Minister, in een keer in de maand augustus van het eerste schooljaar uitbetaald. 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvullende bekostiging nieuwe school in tweede en volgende schooljaar#
Artikel 7 Aanvullende bekostiging nieuwe school in tweede en volgende schooljaar 1 artikel 85a, tweede lid van de W.V.O. Het bevoegd gezag van de nieuwe school kan op grond van, een aanvraag indienen voor een aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei. 2.De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van jaar t-1. 3 De aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. De uitkomst wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32% omdat de bekostiging betrekking heeft op de laatste vijf maanden van het kalenderjaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school. 4 De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of volgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (tot en met het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het kader van de voorzieningenplanning). Op het moment dat de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie. 5 De aanvraag wordt bij de Minister ingediend en gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school aan de hand van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar. De financiële positie wordt vastgesteld aan de hand van de gebruikelijke kengetallen, zoals weerstandsvermogen, liquiditeit etc. 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 2020 63265 16-12-2020 26-11-2020 VO/26164430 01-01-2021
Artikel 7a — Artikel 7a Aanvullende bekostiging voor samenvoeging van scholen en van scholengemeenschappen#
Artikel 7a Aanvullende bekostiging voor samenvoeging van scholen en van scholengemeenschappen 1 Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap, die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen, ontvangt het eerste kalenderjaar na de samenvoeging aanvullende bekostiging voor personeelskosten, berekend op grond van het derde lid, en aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten, berekend op grond van het vierde lid. 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de gemiddelde personeelslast, de hoogte van de aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de bekostiging voor exploitatiekosten. 3 De aanvullende bekostiging voor personeelskosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xp-Yp, waarin: artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Xp = de som van de bekostiging voor personeelskosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van, jo.in het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Yp = de bekostiging voor personeelskosten van de samengevoegde school, berekend op grond van, jo., in het kalenderjaar na de samenvoeging. 4 De aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xm-Ym, waarin: artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Xm = de som van de bekostiging voor exploitatiekosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Ym = de bekostiging voor exploitatiekosten van de gefuseerde school, berekend op grond van, in het kalenderjaar na de samenvoeging. 5 In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven – een scholengemeenschap splitst waarbij alle delen van die scholengemeenschap fuseren met een andere school- is de aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Zp+Zm, waarin: artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Zp = de bekostiging voor personeelskosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van, jo.in het kalenderjaar na opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Zm = de bekostiging voor exploitatiekosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond vanin het kalenderjaar na de opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden. 6 De aanvullende bekostiging wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid. 7 De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging. 8 De betaling van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten en exploitatiekosten vindt plaats in twee bedragen per jaar die beide worden uitbetaald voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2013 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste en tweede kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2014 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016. 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 17-09-2015 01-08-2013
Artikel 8 — Artikel 8 Verantwoording aanvullende bekostiging#
Artikel 8 Verantwoording aanvullende bekostiging 1 De aanvullende bekostiging nevenvestiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak. De startbekostiging en aanvullende bekostiging nieuwe school wordt verstrekt als tegemoetkoming in uitgaven die zijn verbonden aan het starten van een nieuwe school. De aanvullende bekostiging bij samenvoeging van scholen of van scholengemeenschappen wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een samenvoeging. 2 Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. 3 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze aanvullende bekostiging. 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 2015 29771 16-09-2015 05-09-2015 VO/635293 17-09-2015 01-08-2013
Artikel 9 — Artikel 9 Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008 Wijziging#
Artikel 9 Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008 Wijziging Wijzigt de Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Intrekken andere regelingen#
Artikel 10 Intrekken andere regelingen Verlenging startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voor voortgezet onderwijs Regeling aanvullende personele bekostiging nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak VO De regeling(Uitleg 2005, 4) en deworden met ingang van 1 augustus 2008 ingetrokken. 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Indien het bij koninklijke boodschap van 14 december 2007 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Kamerstukken II 2007/08, 31 310, nr. 2) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking. 2008 140 23-07-2008 11-07-2008 VO/F/2008/7282 2008 297 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (modernisering, vereenvoudiging en beperking wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen) in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo. 2018 47657 24-08-2018 15-08-2018 VO/1336454 2018 47657 24-08-2018 15-08-2018 VO/1336454 25-08-2018 01-08-2018