Regeling betreffende de bijzondere bevoegdverklaringen die op een AML (Aircraft Maintenance Licence) kunnen worden vermeld en de eisen inzake basiskennis, typekennis en ervaring voor afgifte, verlenging van de geldigheidsduur en wederafgifte, alsmede nadere procedurele regels over bijzondere bevoegdverklaringen met betrekking tot onderhoudscertificeringspersoneel (Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML)
- BWB-id
- BWBR0024644
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-08-14 t/m 2016-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024644
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml-en-part-66-aml
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml-en-part-66-aml/2012-08-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024644&g=2012-08-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024644&z=2026-06-06&g=2012-08-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024644/2012-08-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml-en-part-66-aml
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: AR: Airworthiness Review, beoordeling van de luchtwaardigheid van een luchtvaartuig conform Part M, subpart I, van verordening (EG) nr. 2042/2003; ELA 1-luchtvaartuig: European Light Aircraft, luchtvaartuig als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 2042/2003; Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat. 2011 15315 24-08-2011 16-08-2011 IENM/BSK-2011/111460 2011 15315 24-08-2011 16-08-2011 IENM/BSK-2011/111460 01-10-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister kan op aanvraag de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan vliegtuigen met een maximum startmassa tot 5700 kg en helikopters met een maximum startmassa tot 2730 kg: – AB voor werkzaamheden aan vliegtuigen en helikopters en de voortstuwingsinstallatie hiervan, van een klasse volgens het tweede lid, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring CF, CEF, of DG vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld; – CF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur en elektrische installaties; – CEF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur, klimaatregeling en elektrische installaties; – DG voor werkzaamheden aan automatische vluchtgeleidingssystemen en communicatie-, navigatie- en identificatie-installaties. 2 De klassen, bij de bijzondere bevoegdverklaring AB zijn: – 1Z vliegtuigen zonder drukcabine met één zuigermotor; – 1T vliegtuigen zonder drukcabine met één turbinemotor; – 2Z vliegtuigen met drukcabine of meerdere zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld; – 2T vliegtuigen met drukcabine of meerdere turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld; – 3Z helikopters met zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld; – 3T helikopters met turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld. 3 De werkzaamheden, die bij de bijzondere bevoegdverklaring AB op de AML kunnen worden vermeld zijn het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Minister kan op aanvraag de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen: – A voor werkzaamheden aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring B of C vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld; – B voor werkzaamheden aan de voortstuwingsinstallatie; – C voor werkzaamheden aan elektrische en elektronische installaties. 2 De werkzaamheden, die bij de bijzondere bevoegdverklaring A op de AML kunnen worden vermeld zijn het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B vereist is. 2 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z en B vereist is. 3 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2T, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1T vereist is. 4 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel. 5 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine. 6 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een meermotorig vliegtuig met drukcabine, is bevoegd werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z en alle overige vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine. 7 artikel 2 3, eerste lid De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld inof, mits voorzien van een bijzondere bevoegdverklaring A en B dan wel C, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten aan een MLA, een MLH of een amateurbouwluchtvaartuig. 8 artikel 2 artikel 3, eerste lid artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s De houder van een AML met bijzondere bevoegdverklaring AB als bedoeld inof met de bijzondere bevoegdverklaringen A en B, bedoeld in, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in. 2012 16753 13-08-2012 08-08-2012 IENM/BSK-2012/111754 2012 16753 13-08-2012 08-08-2012 IENM/BSK-2012/111754 14-08-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een bijzondere bevoegdverklaring AML wordt afgegeven, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen inzake basiskennis, typekennis en ervaring voor afgifte van de bijzondere bevoegdverklaring. Deze eisen zijn opgenomen in het onderstaande schema: – basiskennis: de aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaar geleden met voldoende resultaat is afgelegd. – typekennis: de aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat een door de Minister geaccepteerde cursus met betrekking tot het type luchtvaartuig met inbegrip van de voortstuwingsinstallatie, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met voldoende resultaat is gevolgd. Wanneer een cursus niet meer bestaat of reeds een aantal typecursussen met voldoende resultaat is gevolgd, kan de aanvrager voldoende kennis met betrekking tot het type vliegtuig, inclusief de motor, aantonen door met voldoende resultaat een examen af te leggen; – ervaring: de aanvrager toont aan: a. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist; b. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag tenminste zes maanden ervaring is verkregen met betrekking tot het type luchtvaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend; c. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, de werkzaamheden, bedoeld onder a en b, zijn verricht onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. 2 Wanneer de aanvrager houder is van een AML, zijn in afwijking van het eerste lid, de eisen inzake ervaring van toepassing volgens de onderstaande tabel. Reeds houder van de bijzondere bevoegdverklaring: Aangevraagde bijzondere bevoegdverklaring AB1Z AB1T AB2Z AB2T AB3Z AB3T AB1Z – 12 maanden n.v.t. 12 maanden 6 maanden 12 maanden AB1T 12 maanden – 12 maanden n.v.t. 12 maanden 6 maanden AB2Z 12 maanden 18 maanden – 12 maanden 12 maanden 18 maanden AB2T 18 maanden 12 maanden 12 maanden – 18 maanden 12 maanden AB3Z 12 maanden 18 maanden 12 maanden 18 maanden – 12 maanden AB3T 18 maanden 12 maanden 18 maanden 12 maanden 12 maanden – 3 artikel 2, derde lid artikel 3, tweede lid De werkzaamheden, bedoeld in, en, worden op de AML vermeld, nadat de aanvrager heeft aangetoond dat hij of zij een door de Minister geaccepteerde training met betrekking tot die werkzaamheden met voldoende resultaat heeft gevolgd. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2 3 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring, bedoeld inen, bedraagt ten hoogste twee jaren en kan vervolgens steeds met twee jaren worden verlengd. 2 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is. 3 Een aanvraag voor verlenging wordt niet eerder dan twee maanden voor de vervaldatum van de bijzondere bevoegdheid ingediend. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een bijzondere bevoegdverklaring waarvan de geldigheidsduur langer dan twee maanden is verstreken, wordt op aanvraag wederafgegeven, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is onder de voorwaarde dat de ervaring na de vervaldatum van de bijzondere bevoegdverklaring is verkregen onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Minister zet op verzoek van de aanvrager de reeds afgegeven nog geldige bijzondere bevoegdverklaringen om naar een Part-66-AML voor vliegtuigen en helikopters met een maximum startmassa van 5700 kg of minder. 2 artikel 2 5 Op de in het eerste lid bedoelde Part-66-AML worden de bijzondere bevoegdverklaringen en bijbehorende beperkingen zodanig vermeld dat deze overeenkomen met de eerder afgegeven bevoegdheden als genoemd inenen de machtiging om namens een volgens Part-145 of JAR-145 erkende onderhoudsorganisatie werkzaamheden te mogen vrijgeven. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, eerste lid De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1.2 of B3, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B volgens, vereist is. 2 De houder van een Part-66 AML met de bijzondere bevoegdverklaring in een categorie of subcategorie voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende Part-66 AML strekt, te verrichten en vrij te geven aan: a. luchtvaartuigen van dezelfde categorie of subcategorie met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder als genoemd in onderdeel a van Bijlage II bij verordening (EG) nr. 216/2008 (PbEU L 79); b. amateurbouwluchtvaartuigen; c. MLA’s; en d. MLH’s. 3 artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1 voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in. 2012 16753 13-08-2012 08-08-2012 IENM/BSK-2012/111754 2012 16753 13-08-2012 08-08-2012 IENM/BSK-2012/111754 14-08-2012
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a De minister kan op aanvraag van een houder van een Part-66 AML de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van een AR voor ELA 1-luchtvaartuigen die vallen binnen zijn bevoegdheden zoals vermeld op de Part-66 AML indien aan de voorwaarden van Part-M van verordening (EG) nr. 2042/2003 wordt voldaan. 2011 15315 24-08-2011 16-08-2011 IENM/BSK-2011/111460 2011 15315 24-08-2011 16-08-2011 IENM/BSK-2011/111460 01-10-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de AML of de Part-66-AML betrekking heeft, niet uitoefenen. 2 Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de AML of de Part-66-AML betrekking heeft, niet uitoefenen. 2 De Minister neemt het bewijs van bevoegdheid in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van bevoegdheid af. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML Regeling bijzondere bevoegdverklaringen JAR-66-AML Deen deworden ingetrokken. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML. 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 2008 208 27-10-2008 14-10-2008 CEND/HDJZ-2008/1347sectorLUV 29-10-2008