Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 augustus 2008, nr. STAF/CZW/WVOB 2008-00000287353, houdende regels betreffende de beroepserkenning van executief politiepersoneel (Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties politiepersoneel)
- BWB-id
- BWBR0024380
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024380
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eg-beroepskwalificaties-politiepersoneel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eg-beroepskwalificaties-politiepersoneel/2025-09-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024380&g=2025-09-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024380&z=2026-06-06&g=2025-09-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024380/2025-09-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eg-beroepskwalificaties-politiepersoneel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties wet:; b. Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie; c. aanvrager: migrerende beroepsbeoefenaar die erkenning van een beroepskwalificatie vraagt; d. artikel 21 van de wet dienstverrichter: dienstverrichter als bedoeld in; e. artikel 9, onderdeel a tot en met d, van de wet diploma: diploma of certificaat als bedoeld in; f. lidstaat van oorsprong of herkomst: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese economische ruimte of Zwitserland. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling is van toepassing op: a. artikel 7 van het Besluit algemene rechtspositie politie de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verlenen van erkenning van een beroepskwalificatie voor de toegang tot de uitoefening van het gereglementeerde beroep ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak als bedoeld in; b. artikel 23 van de wet de verklaring vooraf, bedoeld in, van een dienstverrichter die een gereglementeerd beroep als bedoeld in onderdeel a, wil uitoefenen. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Bij de aanvraag tot erkenning van een beroepskwalificatie worden de volgende gegevens en documenten verschaft: a. een bewijs van nationaliteit van de aanvrager alsmede: 1° artikel 1 van de wet richtlijn nr. 2003/109/EG artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 2 van de definitie in, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 vanvan de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 016), of een door een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een verblijfsvergunning als bedoeld in, of 2° artikel 1 van de wet richtlijn nr. 2004/38/EG indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 3 van de definitie in, een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat de aanvrager het verblijfsrecht of het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III, respectievelijk hoofdstuk IV vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PbEU L 158 en L 229); b. artikel 9 van de wet een kopie van het diploma, het certificaat of het bekwaamheidsattest, bedoeld in, gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong of herkomst; c. gegevens over de door de aanvrager gevolgde opleiding tot politiemedewerker, waaronder in ieder geval gegevens over de totale duur van de door hem gevolgde opleiding en de bestudeerde vakgebieden, en zo mogelijk over de door het opleidingsinstituut opgestelde leerstofomschrijving van deze vakgebieden en de aan deze vakgebieden bestede studieduur, en d. indien de opleiding is genoten buiten de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese economische ruimte van toepassing is, een bewijsstuk, gewaarmerkt door de daartoe bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of herkomst, waar uit blijkt dat de aanvrager ten minste drie jaren relevante beroepservaring heeft opgedaan. e. een document dat vereist is in de lidstaat van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat de aanvrager over voldoende lichamelijke en geestelijke gezondheid beschikt voor de uitoefening van de functie waarvoor hij zijn aanvraag doet of, indien een dergelijk document in die lidstaat niet vereist is, een attest dat is afgegeven door het bevoegd gezag van die lidstaat; f. een bewijs van de daartoe bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of herkomst dat de aanvrager geen antecedenten heeft en nooit strafrechtelijk is veroordeeld; g. Indien de aanvraag en de onder b tot en met f bedoelde stukken in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In het geval de Minister een compenserende maatregel noodzakelijk vindt en de aanvrager voor een aanpassingsstage kiest, wordt de aanvrager meegedeeld: a. op welke vakgebieden de aanpassingsstage betrekking heeft; b. de duur van de aanpassingsstage. 2 Een aanpassingsstage kan worden gedaan bij: a. een regionale eenheid, of b. een landelijke eenheid. 3 De korpschef wijst een begeleider aan. 4 De begeleider brengt een rapport en een advies uit aan de Minister. De Minister stelt op basis hiervan het resultaat van de aanpassingsstage vast. 5 De Minister deelt het resultaat van de aanpassingsstage zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager. 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 04-09-2025 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In het geval de Minister een compenserende maatregel noodzakelijk vindt en de aanvrager voor een proeve van bekwaamheid kiest, wordt de aanvrager meegedeeld: a. op welke vakgebieden de proeve van bekwaamheid betrekking heeft; b. de te bestuderen literatuur, en c. de hoogte van het examengeld. 2 De Minister deelt het resultaat van de proeve van bekwaamheid zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 23 van de wet Een dienstverrichter verstrekt aan de Minister de volgende documenten, bedoeld in: a. een schriftelijke verklaring waaruit blijkt welk gereglementeerd beroep de dienstverrichter tijdelijk en incidenteel in Nederland komt verrichten en waarin gegevens zijn opgenomen betreffende verzekering of soortgelijke bescherming tegen de financiële risico’s van beroepsaansprakelijkheid. b. een bewijs van nationaliteit, alsmede: 1° richtlijn nr. 2003/109/EG artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 2° van de definitie in artikel 1 van de wet, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 vanvan de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 016) of een door een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een verblijfsvergunning als bedoeld in, of 2° artikel 1 van de wet richtlijn nr. 2004/38/EG indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 3° van de definitie in, een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat de dienstverrichter het verblijfsrecht of het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III, respectievelijk hoofdstuk IV vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PbEU L 158 en L 229); c. een attest dat de dienstverrichter gerechtigd is om in een andere betrokken staat dan Nederland de betrokken beroepswerkzaamheden uit te oefenen, en dat de dienstverrichter op het moment van afgifte van het attest geen permanent of tijdelijk beroepsverbod is opgelegd; d. bewijs van beroepskwalificaties, en e. artikel 22, onder b, van de wet voor gevallen als bedoeld in, een bewijs van de daar omschreven beroepservaring. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties politiepersoneel. 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 2008 159 19-08-2008 14-08-2008 STAF/CZW/WVOB2008-00000287353 21-08-2008