Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 november 2008, nr. MEVA/BO-2890092, houdende regels in verband met de erkenning van EG beroepskwalificaties in de individuele gezondheidszorg
- BWB-id
- BWBR0024755
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024755
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eu-beroepskwalificaties-beroepen-in-de-in
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eu-beroepskwalificaties-beroepen-in-de-in/2022-07-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024755&g=2022-07-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024755&z=2026-06-06&g=2022-07-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024755/2022-07-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-erkenning-eu-beroepskwalificaties-beroepen-in-de-in
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanpassingsstage: artikel 1 van de wet aanpassingsstage, bedoeld in; b. beroepskwalificaties: artikel 1 van de wet beroepskwalificaties, bedoeld in; c. betrokken staat: artikel 1 van de wet betrokken staat, bedoeld in; d. commissie: artikel 1, onderdeel c, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid de inbedoelde commissie; e. dienstverrichter: artikel 21 van de wet dienstverrichter, bedoeld in; f. minister: Minister voor Medische Zorg; g. proeve van bekwaamheid: artikel 1 van de wet proeve van bekwaamheid, bedoeld in; h. richtlijn: richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEG, L 255); i. wet: Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties ; j. wet BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg . 2018 50233 07-09-2018 30-08-2018 180322-MEVA 2018 50233 07-09-2018 30-08-2018 180322-MEVA 08-09-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 41, eerste lid, onderdeel c artikel 45, eerste lid, onderdeel c, van de wet BIG De aanvraag tot een erkenning van beroepskwalificaties, als bedoeld in, en, geschiedt met gebruikmaking van een daarvoor door de minister beschikbaar te stellen aanvraagformulier. 2 Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier; b. een bewijs van nationaliteit, dan wel indien van toepassing een bewijsmiddel waaruit blijkt dat de aanvrager het verblijfsrecht heeft verkregen in een van de landen van de Europese Unie; c. een gewaarmerkt afschrift van het getuigschrift van het desbetreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens de wet bevoegd verklaard gezag is afgegeven; d. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij de aanvrager het getuigschrift heeft behaald; e. een document niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat ten aanzien van de aanvrager geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan de rechten tot de uitoefening van het betrokken beroep in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend is verloren; f. indien de aanvrager houder is van een getuigschrift afgegeven in een ander land dan de betrokken staat, een verklaring waaruit blijkt: – dat het getuigschrift door het daarvoor bevoegd gezag van de betrokken staat is erkend; – dat de houder een beroepservaring heeft van ten minste drie jaar in de betrokken staat; en – voor zover de verklaring betrekking heeft op een beroep dat valt onder titel III van hoofdstuk III van de richtlijn dat bij de eerste erkenning rekening is gehouden met de in genoemd hoofdstuk van de richtlijn bedoelde minimum opleidingseisen; g. bewijsstukken van eventuele beroepservaring en aanvullend onderwijs. 3 De bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met g, zijn gesteld in het Nederlands of Engels, dan wel door een beëdigd vertaler in een van deze talen vertaald. 4 Indien het document, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest, niet ouder dan drie maanden, afgegeven door een bevoegde, gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het land van herkomst, waaruit blijkt dat de aanvrager tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard, dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e. 5 Van de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met g, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de instelling die het desbetreffende document heeft afgegeven, of door de daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. Van het attest, bedoeld in het vierde lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de betreffende autoriteit, notaris, bevoegde beroepsvereniging als bedoeld in dat artikellid, dan wel door een in Nederland gevestigde notaris. 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 08-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 11, eerste lid, van de wet Teneinde te kunnen beoordelen of een van de situaties, genoemd inzich voordoet, wint de minister, alvorens te beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning voor beroepskwalificaties, advies in van de commissie. 2 artikel 11, eerste lid, van de wet De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel een van de situaties, bedoeld inzich voordoet en adviseert de minister over de beroepservaring die de aanvrager moet aantonen, dan wel de proeve van bekwaamheid die de aanvrager moet afleggen of de aanpassingsstage die de aanvrager moet doorlopen. 3 Indien de aanvrager een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of een aanpassingsstage heeft doorlopen, raadpleegt de minister de commissie over de vraag of de aanvrager voldoende gescoord heeft op de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage met succes is afgesloten om de wezenlijke verschillen te compenseren. 2008 231 27-11-2008 19-11-2008 MEVA/BO-2890092 2008 231 27-11-2008 19-11-2008 MEVA/BO-2890092 29-11-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 11, eerste lid, van de wet Indien een erkenning van beroepskwalificaties wordt aangevraagd voor het beroep van apotheker, arts, tandarts, verloskundige of verpleegkundige en een van de situaties, genoemd invan toepassing is, wordt een aanpassingsstage doorlopen van een periode van ten hoogste drie jaar. 2008 231 27-11-2008 19-11-2008 MEVA/BO-2890092 2008 231 27-11-2008 19-11-2008 MEVA/BO-2890092 29-11-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 van de wet BIG Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting doet de dienstverrichter, die een beroep uitoefent als genoemd in, melding aan de minister en verstrekt daarbij de volgende documenten: a. een verklaring waaruit blijkt welk gereglementeerd beroep de dienstverrichter in Nederland komt verrichten en waarin gegevens zijn opgenomen betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke bescherming tegen financiële risico’s van beroepsaansprakelijkheid; b. een bewijs van nationaliteit dan wel indien van toepassing een bewijsmiddel waaruit blijkt dat de dienstverrichter het verblijfsrecht heeft verkregen in een van de landen van de Europese Unie; c. bewijs van beroepskwalificaties; d. een bewijs dat de dienstverrichter gerechtigd is om het betreffende beroep uit te oefenen in een andere betrokken staat dan Nederland; e. een document dat niet ouder dan drie maanden is, waaruit blijkt dat ten aanzien van de aanvrager geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan de rechten op de uitoefening van het betrokken beroep in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend is verloren; f. indien de aanvrager houder is van een getuigschrift afgegeven in een ander land dan de betrokken staat, een verklaring waaruit blijkt: – dat het getuigschrift door het daarvoor bevoegd gezag van de betrokken staat is erkend; – dat de houder een beroepservaring heeft van ten minste drie jaar in de betrokken staat; en – voor zover de verklaring betrekking heeft op een beroep dat valt onder titel III van hoofdstuk III van de richtlijn, dat bij de eerste erkenning rekening is gehouden met de in genoemd hoofdstuk van de richtlijn bedoelde minimum opleidingseisen; g. artikel 22, onderdeel b, van de wet genoemd artikel voor gevallen als bedoeld ineen bewijs van de inomschreven beroepservaring. 2 De dienstverrichter verstrekt de in het eerste lid bedoelde verklaring een maal per jaar indien hij voornemens is gedurende dat jaar in Nederland diensten te verrichten. Daarbij verstrekt de dienstverrichter opnieuw de documenten genoemd in het eerste lid voor zover zich daarin een wijziging heeft voorgedaan. 3 De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c tot en met en g, zijn gesteld in het Nederlands of Engels, dan wel door een beëdigd vertaler in een van deze talen vertaald. 4 Indien het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest, niet ouder dan drie maanden, afgegeven door een bevoegde, gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het land van herkomst, waaruit blijkt dat de aanvrager tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard, dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder e. 5 Van de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met g, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de instelling die het desbetreffende document heeft afgegeven, of door de daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. Van het attest, bedoeld in het vierde lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de betreffende autoriteit, notaris, bevoegde beroepsvereniging als bedoeld in dat artikellid, dan wel door een in Nederland gevestigde notaris. 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 08-07-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 14 van de Wet BIG Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting controleert de minister de beroepskwalificaties van de dienstverrichter die een beroep uitoefent waarvoor op grond vanofeen register is ingesteld en de beroepsbeoefenaar niet op grond van titel III, hoofdstuk III, van de richtlijn in aanmerking komt voor erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen. 2 artikel 5, eerste lid artikel 2, tweede lid, onderdelen d en g In aanvulling op de documenten genoemd in, verstrekt de dienstverrichter voor de controle de documenten, genoemd in. 3 artikel 27, derde lid, van de wet Teneinde te kunnen beoordelen of de situatie, genoemd inzich voordoet, wint de minister advies in van de commissie. artikel 27, derde lid, van de wet De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel de situatie bedoeld inzich voordoet en adviseert de minister over de wijze waarop de dienstverrichter kan aantonen dat deze de ontbrekende kennis en vaardigheden inmiddels heeft verworven. 4 De minister kan de commissie raadplegen over de vraag of de aanvrager voldoende heeft aangetoond dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 2022 17771 07-07-2022 29-06-2022 3388436-1031599-WJZ 08-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2016 13755 18-03-2016 10-03-2016 945990-144854-MEVA 2016 13755 18-03-2016 10-03-2016 945990-144854-MEVA 19-03-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beroepen in de individuele gezondheidszorg. 2016 13755 18-03-2016 10-03-2016 945990-144854-MEVA 2016 13755 18-03-2016 10-03-2016 945990-144854-MEVA 19-03-2016