Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 december 2007, nr. WJZ/2007/50507, houdende nadere voorschriften voor de inrichting van de jaarverslaggeving van door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bekostigde onderwijsinstellingen (Regeling jaarverslaggeving onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0023132
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023132
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-jaarverslaggeving-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-jaarverslaggeving-onderwijs/2026-04-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023132&g=2026-04-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023132&z=2026-06-06&g=2026-04-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023132/2026-04-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-jaarverslaggeving-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 28b van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikelen 2.66 3.27 van die wet artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onderwijsinstelling: een bekostigde school als bedoeld in, een bekostigde school als bedoeld in, een bekostigd regionaal expertisecentrum als bedoeld in, een school als bedoeld in, met uitzondering van de scholen, bedoeld in deen, een instelling als bedoeld inof een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in; b. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 28b van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in, het bestuur van een rechtspersoon die een centrale dienst in stand houdt als bedoeld in, het bevoegd gezag, bedoeld in, het bestuur van de rechtspersoon die een regionaal expertisecentrum in stand houdt als bedoeld in, het bevoegd gezag, bedoeld inonderscheidenlijkdan wel het instellingsbestuur, bedoeld in; c. artikel 392 van Titel 9 Boek 2 BW jaarverslaggeving : het geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in; d. artikel 361 van Titel 9, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek jaarrekening: de jaarrekening, bedoeld in; e. bestuursverslag: het verslag waarmee het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling interne en externe belanghebbenden informeert over het gevoerde en voorgenomen beleid en de gang van zaken bij de instelling, de uitkomsten van het gevoerde beleid in het jaar waarover verslag wordt gedaan alsmede de aanwending van middelen in dat jaar en verantwoording aflegt overeenkomstig de gestelde wettelijke eisen; f. richtlijnen: de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving; g. BAPO: de regeling ‘Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen’ zoals opgenomen in de geldende CAO’s voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie; h. SOP: de ‘Seniorenregeling onderwijspersoneel’ zoals opgenomen in de geldende CAO voor het hoger beroepsonderwijs; i. periodelasten: lasten die in aanmerking worden genomen in de periode waarover deze lasten zijn verschuldigd; j. volledige doordecentralisatie: overdracht van gelden en het overlaten van alle taken ten aanzien van het verzorgen van onderwijshuisvesting door de gemeente aan een bevoegd gezag in het primair of voortgezet onderwijs; k. mbo-student: WEB student als bedoeld in de; l. ho-student: WHW student als bedoeld in de; m. WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs ; n. WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; o. VOG: artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in. 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 09-04-2025 01-01-2024
Artikel 1a — Artikel 1a Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs#
Artikel 1a Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1.1 van de Wet voorgezet onderwijs 2020 Deze regeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de jaarverslaggeving van samenwerkingsverbanden als bedoeld inof. 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 09-04-2025 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Boek 2 BW#
Artikel 2 Boek 2 BW Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek afdelingen 1 10 11 12 Op de jaarverslaggeving isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,en, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. 2016 70619 23-12-2016 14-12-2016 FEZ/1096906 2016 70619 23-12-2016 14-12-2016 FEZ/1096906 24-12-2016 De regeling geldt met ingang van het verslagjaar 2016.
Artikel 3 — Artikel 3 Boek 2 Burgerlijk Wetboek Afwijkingen van en aanvullingen op#
Artikel 3 Boek 2 Burgerlijk Wetboek Afwijkingen van en aanvullingen op Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van of in aanvulling op: a. artikel 3a bijlage 5 artikel 4, lid 1a wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de richtlijnen, in het bijzonder de hoofdstukken 400, 640 en 660 behoudens voor zover een afwijking of aanvulling voortvloeit uit het bepaalde in, juncto, often aanzien van het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschappen in het primair en het voortgezet onderwijs; b. wordt de jaarverslaggeving vastgesteld in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta, en wordt zij jaarlijks vóór 1 juli door de onderwijsinstelling openbaar gemaakt gedurende ten minste zeven jaar; c. is het verslagjaar gelijk aan een kalenderjaar; d. wordt de jaarverslaggeving opgesteld door het bevoegd gezag dat de onderwijsinstelling in stand houdt; e1. artikelen 1.7 4.1 4.2 van de Wet normering topinkomens wordt de informatie, bedoeld in de,en, opgenomen in de jaarrekening; e2. artikelen 383 383c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Wet normering topinkomens kan aan deenworden voldaan middels het verstrekken van de betreffende bezoldigingsinformatie op basis van het bezoldigingsbegrip van de; e3. Wet normering topinkomens geschiedt de elektronische aanlevering van de gegevens in het kader van dedoor gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs is vastgesteld; e4. Wet normering topinkomens geschiedt de inrichting en vormgeving van de rapportage in de jaarrekening van de gegevens in het kader van deconform de wijze als bedoeld in onderdeel e3; f. wordt aan het bestuursverslag een verslag toegevoegd van de raad van toezicht of een vergelijkbare interne toezichthouder, waarin deze verantwoording aflegt over zijn handelen en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd; f1. wordt in het bestuursverslag over de jaren 2019 tot en met 2024 een hoofdstuk toegevoegd over de voortgang ten aanzien van inhoud en proces van de kwaliteitsafspraken, bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, waarbij afspraken met de medezeggenschap over de besteding van de studievoorschotmiddelen terugkomen; f2. neemt het bevoegd gezag, indien het publieke eigen vermogen in een boekjaar boven de signaleringswaarden bovenmatig publiek eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs uitstijgt, dienaangaande een toelichting in het bestuursverslag op; g. worden de balans en de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting opgesteld overeenkomstig de modellen in de bijlagen bij hoofdstuk 660 van de richtlijnen. Het Besluit modellen jaarrekening, samengesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving en opgenomen in hoofdstuk 910 van de richtlijnen is van overeenkomstige toepassing; h. artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt een geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in, alsmede het bestuursverslag, zo gespecificeerd dat in ieder geval inzicht ontstaat in de onderscheiden posten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag, waarbij voor de bepaling van de operationele segmenten aansluiting wordt gezocht bij het bedrijfsproces, zoals de te onderscheiden onderwijssectoren en overige activiteiten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag; i. vervallen; j. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt de jaarverslaggeving per instelling opgesteld als een bevoegd gezag meer dan een instelling als bedoeld inof meer dan één instelling voor hoger onderwijs als bedoeld inin stand houdt; k. blijven ten aanzien van onderwijsinstellingen voor openbaar onderwijs zonder afgescheiden vermogen die niet door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand worden gehouden of voor onderwijsinstellingen waarvoor anderszins geen toerekening mogelijk is van een of meer balansposten aan het belang van de instelling, de onder g bedoelde modellen wat betreft de inrichting van de balans beperkt tot die posten waar die toerekening wel mogelijk is; l. wordt separaat aan het bestuursverslag en de jaarrekening door het bevoegd gezag specifieke informatie toegevoegd in de vorm van een aanvullende set met nader te bepalen gegevens; l1. hoofdstuk 4, afdeling 5, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 onverminderd onderdeel l, zorgt het bevoegd gezag van een instelling voor hoger onderwijs die kwaliteitsbekostiging ontvangt op grond van, ervoor dat aan het bestuursverslag en de jaarrekening over de jaren 2021 tot en met 2024 een reflectie wordt toegevoegd van de medezeggenschap op de realisatie van het plan en de betrokkenheid van belanghebbenden en de facilitering van de medezeggenschap; m. is het niet toegestaan de jaarrekening op te stellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden. 2026 14102 14-04-2026 03-04-2026 FEZ/1826269 2026 14102 14-04-2026 03-04-2026 FEZ/1826269 15-04-2026
Artikel 3a — Artikel 3a Compact bestuursverslag#
Artikel 3a Compact bestuursverslag 1 Indien de totale baten van een bevoegd gezag ten hoogste € 15.000.000 bedragen kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen. 2 artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.8 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Dit artikel kan niet worden toegepast door een bevoegd gezag dat uitsluitend of eveneens het bevoegd gezag is van een onderwijsinstelling als bedoeld inof. 3 artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bijlage 5 Indien een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is de toepassing vanen van de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht, behoudens voor zover anders voortvloeit uit. 4 Indien een bevoegd gezag in enig jaar het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid overschrijdt, kan het bevoegd gezag met ingang van het daaropvolgende verslagjaar nog voor ten hoogste drie achtereenvolgende verslagjaren een compact bestuursverslag opstellen. 5 Indien de totale baten van een bevoegd gezag dalen tot onder het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen met ingang van het daaropvolgende verslagjaar. 6 Met betrekking tot het uitvoeren van dit artikel neemt het bevoegd gezag bij wijzigingen ten aanzien van de inrichting van het bestuursverslag ten opzichte van het vorige verslagjaar daarover een toelichting op in het bestuursverslag. 2026 14102 14-04-2026 03-04-2026 FEZ/1826269 2026 14102 14-04-2026 03-04-2026 FEZ/1826269 15-04-2026
Artikel 4 — Artikel 4 Afwijking en aanvulling richtlijn#
Artikel 4 Afwijking en aanvulling richtlijn 1a In aanvulling op hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de lasten op basis van de Bapo en de SOP, overeenkomstig paragraaf 2, alinea 204, van dat hoofdstuk, in de staat van baten en lasten verantwoord als periodelasten. 1b Overeenkomstig hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de gespaarde verlofuren als gevolg van de afspraken duurzame inzetbaarheid of de werktijdenvermindering voor senioren conform paragraaf 2, alinea 203, van dat hoofdstuk, op de balans opgenomen als een verplichting uit hoofde van een opbouw van rechten voor zover de gespaarde rechten op doorbetaalde afwezigheid kunnen worden opgenomen of verzilverd. 2 bijlage 1 artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Onderwijsinstellingen nemen met gebruikmaking van de inopgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel ho-studenten zij uit het studentenondersteuningsfonds, bedoeld in, financiële ondersteuning hebben verleend, uitgesplitst naar de volgende onderdelen: Tevens geven de onderwijsinstellingen per categorie aan hoeveel ho-studenten een vergoeding hebben aangevraagd, hebben ontvangen, hoeveel in totaal per categorie is uitgekeerd en wat de gemiddelde hoogte en duur was van de vergoeding. a. ho-studenten in overmachtssituaties, zoals ziekte, functiebeperking, familieomstandigheden mantelzorg of niet studeerbare opleidingen; b. ho-studenten die optreden als bestuurslid van door de instelling erkende studie- of studentenverenigingen of in de studentenmedezeggenschap, en c. overige, zoals het leveren van uitzonderlijke prestaties op het gebied van sport of cultuur, financiële steun aan ho-studenten uit niet-EER-landen en uitgaande beurzen. 2a bijlage 2 artikel 8.1.5 WEB Mbo-instellingen nemen met gebruikmaking van de inopgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel mbo-studenten zij uit het mbo-studentenfonds, bedoeld in, ondersteuning hebben verleend. Daarbij geven de mbo-instellingen tevens aan hoeveel mbo-studenten ondersteuning hebben aangevraagd, hoeveel mbo-studenten ondersteuning toegekend hebben gekregen, hoeveel in totaal is toegekend en wat de gemiddelde hoogte was van de toekenningen. Deze informatie wordt uitgesplitst in vier categorieën: a. artikel 8a.1.2 WEB mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid; b. mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt; c. mbo-studenten, of diens wettelijk vertegenwoordigers, die aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt te beschikken; en d. mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen. 3 artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld innemen in het bestuursverslag een overzicht op van de vergoedingen aan en de declaraties van de individuele bestuurders. Hogescholen verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking, opgenomen in de brief van de Vereniging Hogescholen van 3 november 2016 met kenmerk 16.4347.avw (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl). Universiteiten verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking verantwoording declaraties bestuurders, opgenomen in de brief van de Vereniging van Universiteiten van 7 september 2016 met kenmerk VSNU 16/214 U (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl). 4 bijlage 3 In het bestuursverslag rapporteert het bevoegd gezag met gebruikmaking van de inopgenomen set gegevens en de daarbij behorende toelichting over de resultaten van het financiële beleid over het verslagjaar. Daarnaast rapporteert het bevoegd gezag – in meerjarenperspectief over de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar en ingeval sprake is van majeure investeringen, in meerjarenperspectief over de vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten in de staat van baten en lasten gelijk is of groter dan 15%. In de sectoren primair onderwijs en voortgezet onderwijs wordt ingeval sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting, steeds een meerjarenperspectief opgenomen voor de periode van vijf jaren volgend op het verslagjaar. De toelichting op deze investeringen bevat in ieder geval een beschrijving van de relatie met de strategische doelstellingen, de omvang, het tijdpad, de wijze van financiering, inclusief een duidelijke onderbouwing met analyse van de prognose van de ontwikkeling van leerlingen-, mbo-studenten-, vavo-studenten- of ho-studentenaantallen en het gebruik van sturingsinstrumenten. De rapportage betreft onder meer het risicomanagement en het interne toezicht. 5 artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld in, verantwoordt zich in het bestuursverslag over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de volgende notities: a. Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 28 817, nr. 5) b. Aanvulling op de notitie Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij II 2004/05, 28 248, nr. 72); en c. Helderheid in de bekostiging van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (Bijlage bij Kamerstukken 2004/05, 28 248, nr. 72; d. van bovengenoemde notities is thema 2, Investeren van publieke middelen in private activiteiten, niet meer van toepassing. Dit thema is vervangen door de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten. 5a artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten In aanvulling op het vijfde lid verantwoordt een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld inzich vanaf het verslagjaar 2023 in het bestuursverslag eveneens over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de. 6 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceert jaarlijks een overzicht van de voor het betreffende verslagjaar relevante politieke of maatschappelijke thema’s, waarover het bevoegd gezag in het bestuursverslag rapporteert met betrekking tot de wijze waarop middelen zijn ingezet en de resultaten die daarmee zijn behaald. 7 artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bijlage 6 In het bestuursverslag rapporteert een bevoegd gezag als bedoeld in,, ofover de tijdige aanwezigheid van de VOG met gebruikmaking van de inopgenomen tabel. 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 2025 12149 08-04-2025 20-03-2025 FEZ/1667076 09-04-2025 01-01-2024
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a bijlage 4 Een bevoegd gezag neemt, ter verantwoording van de aan haar door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verstrekte subsidies, in haar jaarverslag het verantwoordingsmodel G op als bedoeld in, indien zij daartoe verplicht is op grond van een besluit van één of beide ministers. 2021 8976 19-02-2021 10-02-2021 FEZ/26776099 2021 8976 19-02-2021 10-02-2021 FEZ/26776099 20-02-2021 01-01-2020 Is voor het eerst van toepassing voor de jaarverslaggeving over
het verslagjaar 2020. 2021 8976 19-02-2021 2021 8976 19-02-2021 10-02-2021 FEZ/26776099 20-02-2021 01-01-2020 Wijziging is herplaatst. Is voor het eerst van toepassing voor de jaarverslaggeving over
het verslagjaar 2020.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het bevoegd gezag levert jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorafgaande kalenderjaar aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs: a. artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in schriftelijke vorm de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in; en b. artikel 3, onder e3 artikel 4, vierde lid met gebruikmaking van de methode SBR/XBRL overeenkomstig de op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs bekend gemaakte onderwijstaxonomie, de gegevens uit de jaarrekening, alsmede de gegevens, bedoeld in, en. 2019 20121 12-04-2019 21-03-2019 FEZ(EDOC-1440924) 2019 20121 12-04-2019 21-03-2019 FEZ(EDOC-1440924) 13-04-2019 01-01-2018
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Regeling openbare jaarverantwoording WMG In afwijking van deze regeling is devan overeenkomstige toepassing op de jaarverslaglegging van een onderwijsinstelling, indien: a. artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg de onderwijsinstelling tevens een zorgaanbieder is waaropvan toepassing is; en b. de netto-omzet van de onderwijsinstelling gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs. 2 Regeling openbare jaarverantwoording WMG In afwijking van deze regeling is deis van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar voor een onderwijsinstelling waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs. 3 Regeling openbare jaarverantwoording WMG artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek In afwijking van deze regeling is het eerste en tweede lid is devan overeenkomstige toepassing op een academisch ziekenhuis als bedoeld in, met dien verstande dat in de toelichting op de financiële verantwoording financiële gegevens worden opgenomen aangaande de besteding van de rijksbijdrage voor de werkplaatsfunctie ten behoeve van het wetenschappelijk medisch onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die rijksbijdrage. 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 01-01-2024
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikelen 4.2 tot en met 4.4 van de Regeling Jeugdwet In afwijking van deze regeling is zijn devan overeenkomstige toepassing op de jaarverslaglegging van een onderwijsinstelling, indien: a. artikel 1.1, onderdeel 1°, van de Jeugdwet artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg de onderwijsinstelling tevens een jeugdhulpaanbieder als bedoeld inis, maar niet tevens een zorgaanbieder is waaropvan toepassing is; en b. de netto-omzet van de onderwijsinstelling gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit jeugdhulp dan uit onderwijs. 2 artikelen 4.2 tot en met 4.4 van de Regeling Jeugdwet In afwijking van deze regeling is zijn dezijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar voor een onderwijsinstelling waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit jeugdhulp dan uit onderwijs. 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 01-01-2024
Artikel 5c — Artikel 5c Omhang#
Artikel 5c Omhang artikel 6.19, zesde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 Deze regeling berust mede op. 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 2023 30577 09-11-2023 01-11-2023 3706754-1038950-PZO 01-01-2024 Voorheen artikel 5a.
Artikel 6 — Artikel 6 Inwerkingtreding#
Artikel 6 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2008. 2007 248 21-12-2007 17-12-2007 WJZ/2007/50507 2007 248 21-12-2007 17-12-2007 WJZ/2007/50507 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Citeertitel#
Artikel 7 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling jaarverslaggeving onderwijs. 2007 248 21-12-2007 17-12-2007 WJZ/2007/50507 2007 248 21-12-2007 17-12-2007 WJZ/2007/50507 01-01-2008
Artikel 3#
artikel 3, onderdeel e1
Artikel 4#
artikel 4 lid 2a
Artikel 4#
artikel 4, vierde lid
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 4a#
artikel 4a
Artikel 3a#
artikel 3a
Artikel 3a#
artikel 3a
Artikel 3a#
artikel 3a