Regeling van de Minister van Financiën tot vaststelling voor 2008 van de maatstaven, bedragen, bandbreedtes en verdeelsleutels/tarieven Besluit bekostiging financieel toezicht
- BWB-id
- BWBR0024702
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2011-08-31 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024702
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve/2011-08-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024702&g=2011-08-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024702&z=2026-06-06&g=2011-08-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024702/2011-08-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het financieel toezicht ; b. besluit: Besluit bekostiging financieel toezicht . 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 7 van het besluit Ter bepaling van de door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen tarieven, bedoeld in, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in, de volgende maatstaven vastgesteld: a. artikel 3:57 van de wet clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; e. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; f. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; g. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; h. artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; i. artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet zorgverzekeraars als bedoeld in: aantal verzekerden als bedoeld in; j. artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: het bruto premie-inkomen; k. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit beheerders als bedoeld in: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; l. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit beheerders als bedoeld in: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; m. artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit beleggingsmaatschappijen als bedoeld in: het balanstotaal; n. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd; o. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit artikel 1:1 van de wet beleggingsondernemingen als bedoeld in: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld inen het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 8, van het besluit Ter bepaling van de door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen tarieven, bedoeld in, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in, de volgende maatstaven vastgesteld: a. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: bruto premie-inkomen in Nederland; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: bruto premie-inkomen in Nederland; d. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit beheerders en beleggingsmaatschappijen als bedoeld in: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit artikel 1:1 van de wet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld inen het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten; g. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 4°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal directe toezichturen; h. artikel 11 van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 1:1 van de wet beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de beleggingsonderneming direct of indirect bezighouden met het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd; i. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet artikel 1:1 van de wet financiële ondernemingen als bedoeld indie beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen; j. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit marktexploitanten als bedoeld in: het aantal directe toezichturen; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet artikel 2:96, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in, niet zijnde beleggingsinstellingen waarvan de aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland waarvoor een vergunning als bedoeld in, is verleend of een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsinstelling een vergunning heeft als bedoeld in, of waarvoor met haar instemming verzocht is om toelating van die financiële instrumenten tot de handel op een dergelijke markt: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, van het besluit aanbieders van krediet als bedoeld in: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet; m. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 2°, van het besluit aanbieders van beleggingsobjecten als bedoeld in: ingelegde gelden; n. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, onder 1° en 2°, van het besluit adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd. 2009 61 30-03-2009 13-03-2009 FM/2009/0480M 2009 61 30-03-2009 13-03-2009 FM/2009/0480M 01-04-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 11, derde lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld in, wordt, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op: a. € 31.500 voor clearinginstellingen; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; e. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; f. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; g. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; h. € 25.000 voor kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen; i. artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit € 681 voor zorgverzekeraars als bedoeld in; j. artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit € 681 voor verzekeraars als bedoeld in; k. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1° en 2°, van het besluit € 1.000 voor beheerders bedoeld in; l. artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit € 1.000 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in; m. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; n. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit € 2.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 11, derde lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld inwordt, voor zover het door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op: a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het besluit € 3.702 voor clearinginstellingen en kredietinstellingen als bedoeld in, die het bedrijf van clearinginstelling voor eigen rekening uitoefenen; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het besluit € 7.403 voor overige clearinginstellingen en kredietinstellingen als bedoeld in; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit € 3.847 voor kredietinstellingen als bedoeld in; d. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit € 620 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van het besluit € 0 voor andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit € 806 voor levensverzekeraars als bedoeld in; g. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 4°, van het besluit € 0 voor andere levensverzekeraars als bedoeld in; h. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit € 770 voor beheerders als bedoeld in; i. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van het besluit € 0 voor beheerders als bedoeld in; j. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, 5° en 6° van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit € 1.336 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 4°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; m. artikel 8, eerste lid, ondergeel g, onder 7° en 9°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; n. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 8°, van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; o. artikel 11 van de Vrijstellingsregeling Wft € 1.229 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; p. artikel 2:97, eerste lid, onderdelen a of b, van de wet € 9.704 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge, beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; q. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1° tot en met 3°, van het besluit € 0 voor marktexploitanten als bedoeld in; r. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit € 3.428 voor uitgevende instellingen als bedoeld in; s. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2° van het besluit € 327 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, voor zover het beleggingsinstellingen betreft; t. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie geen beleggingsinstelling zijn als bedoeld onder s, waarvan de aandelen of daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; u. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld inniet vallen onder instellingen als bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; v. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, voor zover het beleggingsinstellingen betreft; w. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet artikel 2:96, van de wet € 673 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, waarvan aandelen of financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van hun aandelen, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland waarvoor een vergunning als bedoeld in, is verleend of een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in, of waarvoor met hun instemming verzocht is om toelating van die financiële instrumenten tot de handel op een dergelijke markt; x. artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit € 115 voor pensioenfondsen als bedoeld in; y. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, van het besluit € 801 voor aanbieders van krediet als bedoeld in; z. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten; aa. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k, van het besluit € 0 voor aanbieders van een financieel product als bedoeld in, die tevens financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in; bb. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, onder 1°, van het besluit € 827 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld indie op 1 juli 2008 deelnemer zijn van de Stichting Financiële Dienstverlening of die nadien een vergunning hebben verkregen, waarvan de aanvraag via de Stichting Financiële Dienstverlening heeft plaatsgevonden; cc. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit € 1.229 voor overige adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in; dd. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k, van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in, die tevens een financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in; ee. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdeel l, van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in, die tevens aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in. 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 31-08-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 11, derde lid, van het besluit bijlage De tarieven en bandbreedtes, bedoeld in, en de bedragen, bedoeld inworden vastgesteld zoals opgenomen in debij deze regeling. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien aan een financiële onderneming in het jaar 2007 op grond van de wet een aanwijzing is gegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan de toezichthouder aan deze financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de in verband daarmee werkelijk gemaakte kosten die uitstijgen boven de kosten die onder normale omstandigheden voor het toezicht op die financiële onderneming zouden zijn gemaakt. 2 Een bedrag dat door de toezichthouder op grond van het eerste lid in rekening is gebracht en door de desbetreffende financiële onderneming is betaald, wordt onverwijld terugbetaald indien het besluit tot het geven van de aanwijzing of tot het opleggen van de last onder dwangsom is ingetrokken of na beroep is vernietigd. 3 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt op zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het gebaseerd is op de werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Twee of meer aanbieders van beleggingsobjecten die gedurende het gehele jaar, in steeds dezelfde samenstelling, gezamenlijk aanbiedingen doen aan consumenten, of deze aanbiedingen aan consumenten gezamenlijk beheren, worden voor wat betreft deze regeling aangemerkt als één enkele aanbieder. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3° artikel 8, eerste lid, onderdeel g onder 2° van het besluit artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet artikel 6 artikelen 4 5 Indien de heffing die verschuldigd zou zijn door een beleggingsonderneming als bedoeld inofof door een financiële onderneming als bedoeld in, berekend op basis van de in oktober 2008 aan de representatieve vertegenwoordiging van de onder toezicht staande ondernemingen ter consultatie voorgelegde heffingsmaatstaven en tarieven, hoger is dan de heffing die verschuldigd zou zijn door de desbetreffende onderneming, berekend op basis van de in april 2008 aan de representatieve vertegenwoordiging van de onder toezicht staande ondernemingen ter consultatie voorgelegde heffingsmaatstaven en tarieven, brengt de toezichthouder aan de desbetreffende onderneming het verschil in mindering op de heffing ingevolge, zo nodig in afwijking van deen. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 2008 225 19-11-2008 06-11-2008 FM/2008/1518M 21-11-2008
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 5#
artikel 5, onderdeel p