Regeling van de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, houdende regels ter uitvoering van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Regeling werk- en rusttijden luchtvaart)
- BWB-id
- BWBR0024175
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2008-07-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024175
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-werk-en-rusttijden-luchtvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-werk-en-rusttijden-luchtvaart/2008-07-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024175&g=2008-07-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024175&z=2026-06-06&g=2008-07-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024175/2008-07-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/regeling-werk-en-rusttijden-luchtvaart
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: – grondtijd: elke tijdsduur binnen de vliegdienstperiode die geen deel uitmaakt van de bloktijd; – verordening (EEG) nr. 3922/91 verordening: bijlage III vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373); – bloktijd: bloktijd als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening; – thuisbasis: thuisbasis als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening; – Arbeidstijdenbesluit vervoer besluit:; – horizontale rustgelegenheid: een deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartuig die is afgeschermd van zowel de cockpit als het passagiersgedeelte en kan worden verduisterd, en waarin horizontale rust kan worden genoten; – zitplaats klasse A: een zitplaats buiten de cockpit die ten minste even breed is als een economy class stoel, meer pitch heeft dan een economy class stoel, minimaal 40° recline en een volledig geïntegreerde steun aan benen en voeten geeft, en met ingang van 1 april 2009 is afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn; – zitplaats klasse B: een economy class passagiersstoel, buiten de cockpit, en met ingang van 1 april 2009 afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn; indien deze zitplaats zich in het passagiersgedeelte bevindt, wordt een naastgelegen zitplaats die niet gescheiden is door een gangpad, enkel bezet door een ander lid van het boordpersoneel; – cumulatieve diensturen: uren als bedoeld in onderdeel 1.1100 van de verordening. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Maximale vliegdienstperiode#
Artikel 2 Maximale vliegdienstperiode 1 Bij het bepalen van de vliegdienstperiode wordt grondtijd volledig in aanmerking genomen. 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien binnen een vliegdienstperiode sprake is van één grondtijd langer dan twee en een half uur, de overschrijdende tijdsduur tot een maximum van twee en een half uur beschouwd als pauze en kan de maximale vliegdienstperiode met de duur van deze pauze worden verlengd, mits het bemanningslid gedurende deze pauze geen werkzaamheden verricht ten behoeve van de luchtvaartmaatschappij. 3 De in het tweede lid bedoelde verlenging kan slechts op één grondtijd binnen een vliegdienstperiode worden toegepast. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Rust#
Artikel 3 Rust Indien het tijdzoneverschil tussen het begin en het einde van een vliegdienstperiode vier uur of meer bedraagt, wordt: a. op de thuisbasis de minimumrust, bedoeld in onderdeel 1.1110, onder 1.1, van de verordening, verhoogd met het tijdzoneverschil tussen de thuisbasis en de plaats waar de voorgaande vliegdienstperiode is aangevangen, tot een rust van ten minste 16 uur; b. buiten de thuisbasis de minimumrust, bedoeld in onderdeel 1.1110, onder 1.2, van de verordening, verhoogd met vier uur, tot een rust van ten minste 14 uur. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Verkorte rustperiode#
Artikel 4 Verkorte rustperiode 1 artikel 4.5:4, tweede lid, van het besluit Ter uitvoering van, kan de minimumrustperiode op de thuisbasis worden verkort, voor zover: a. de minimumrustperiode, bedoeld in onderdeel 1.1110, onder 1.1, van de verordening met niet meer dan twee uur wordt verkort; b. de vliegdienstperiode volgend op een verkorte rustperiode met een overeenkomstig aantal uren wordt verkort, en c. de rustperiode volgend op de in onderdeel b bedoelde vliegdienstperiode niet korter is dan de minimumrustperiode ingevolge onderdeel 1.1110, onder 1.1, van de verordening, verhoogd met het verschil tussen de verkorte rusttijd en de minimumrusttijd. 2 artikel 4.5:4, tweede lid, van het besluit bijlage A Ter uitvoering van, kan de minimumrustperiode buiten de thuisbasis worden verkort overeenkomstig de tabel in, behorend bij deze regeling. 3 bijlage A Voor planningsdoeleinden wordt op de vliegdienstperiodes, genoemd in de tabel in, een marge van 30 minuten ten opzichte van de maximale vliegdienstperiodes na verkorte rust aangehouden. 4 Een verkorte rustperiode van minder dan 7,5 uur die aanvangt buiten de thuisbasis, alsmede een verkorte rustperiode van minder dan 10 uur die aanvangt op de thuisbasis, wordt beschouwd als grondtijd. 5 Slechts in het geval dat een bemanningslid geen werkzaamheden verricht of aan boord zal verrichten, kan de rustperiode meerdere malen achtereen worden verkort, met dien verstande dat het verschil tussen de verkorte rustperiodes en de minimumrustperiodes ingevolge onderdelen 1.1 en 1.2 van onderdeel 1.1110 van de verordening wordt gecompenseerd na afloop van de laatste dienst. 6 Een tweede lokale nacht kan, in afwijking van onderdeel 1.1095, onder 1.9, van de verordening, aanvangen om 20.00 uur lokale tijd indien de wekelijkse rustperiode, bedoeld in onderdeel 1.1110 van de verordening, ten minste 40 uur bedraagt. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Verlenging#
Artikel 5 Verlenging 1 artikel 4 Op een vliegdienstperiode volgend op een verkorte rustperiode als bedoeld in het eerste en tweede lid van, wordt geen verlenging als bedoeld in onderdeel 1.1105, onder 2, van de verordening toegepast. 2 artikel 4 Op een vliegdienstperiode volgend op een verkorte rustperiode als bedoeld in het eerste en tweede lid van, kunnen verlengingen als bedoeld in de onderdelen 1.1115 en 1.1120 van de verordening worden toegepast. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Verlenging vliegdienstperiode cockpitpersoneel#
Artikel 6 Verlenging vliegdienstperiode cockpitpersoneel 1 In geval van uitbreiding van het basiscockpitpersoneel kan de maximale vliegdienstperiode, bedoeld in onderdeel 1.1105 van de verordening, worden verlengd overeenkomstig onderstaande tabel: Geboden rustfaciliteit aan boord Maximale vliegdienstperiode cockpitpersoneel dat is uitgebreid overeenkomstig onderdeel 1.1095, onder 1.1, van de verordening cockpitpersoneel dat is uitgebreid overeenkomstig onderdeel 1.1095, onder 1.1, van de verordening, zodanig dat het cockpitpersoneel ten opzichte van de basiscockpitbemanning getalsmatig is verdubbeld Horizontale rustgelegenheid 4 uur 5 uur Zitplaats klasse A 3 uur 4 uur Zitplaats klasse B 2 uur 3 uur 2 Onder verantwoordelijkheid van de gezagvoerder wordt een aflossingsschema opgesteld. Het aantal uren genoten rust voor ieder lid van het cockpitpersoneel aan boord is ten minste gelijk aan 50% van de verlenging van de vliegdienstperiode, met een minimum van 1 uur. 3 De verlenging is uitsluitend mogelijk voor vluchten die bestaan uit ten hoogste vier sectoren. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7 Verlenging vliegdienstperiode cabinepersoneel#
Artikel 7 Verlenging vliegdienstperiode cabinepersoneel 1 De maximale vliegdienstperiode voor cabinepersoneel, bedoeld in onderdeel 1.1105 van de verordening, kan in geval van het bieden van rusttijd tijdens de vlucht worden verlengd met: Geboden rustfaciliteit aan boord Maximale verlenging vliegdienstperiode Horizontale rustgelegenheid 6 uur Zitplaats klasse A 4 uur Zitplaats klasse B 3 uur 2 Onder verantwoordelijkheid van de gezagvoerder wordt een aflossingsschema opgesteld. Het aantal uren genoten rust voor ieder lid van het cabinepersoneel aan boord is ten minste gelijk aan 50% van de verlenging van de vliegdienstperiode, met een minimum van 1 uur. 3 De verlenging is uitsluitend mogelijk voor vluchten die bestaan uit ten hoogste vier sectoren. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Paraatheid#
Artikel 8 Paraatheid 1 Indien luchthavenparaatheid onmiddellijk wordt gevolgd door een vliegdienst, wordt die luchthavenparaatheid vanaf het tijdstip van aanmelding volledig meegeteld voor de vliegdienstperiode. 2 artikel 4.5:4, tweede lid, van het besluit Indien de luchthavenparaatheid niet wordt gevolgd door een vliegdienst, dan wordt ten minste een minimumrustperiode in acht genomen overeenkomstig. 3 De maximumduur van elke paraatheid op een andere plaats dan het aangewezen meldpunt overschrijdt een periode van 12 uur niet. 4 De periode tussen het einde van de paraatheid en de aanvang van een volgende periode van paraatheid bedraagt ten minste acht uur. 5 Indien een oproep voor het aanmelden voor een vlucht plaatsvindt binnen drie uur na aanvang van de paraatheid, wordt de vliegdienstperiode vastgesteld overeenkomstig onderdeel 1.1105 of 1.1115 van de verordening. 6 bijlage B Indien een oproep voor het aanmelden voor een vlucht plaatsvindt na de eerste drie uur van de paraatheid en het tijdstip van aanmelding binnen acht uur na deze oproep plaatsvindt, wordt de maximale vliegdienstperiode, vastgesteld overeenkomstig onderdeel 1.1105 of 1.1115 van de verordening, verkort, afhankelijk van het tijdstip van aanmelding. De verkorting wordt bepaald overeenkomstig de tabel in, behorend bij deze regeling. 7 bijlage B Indien het aanvangstijdstip van een vliegdienst wordt opgeschort, wordt de tijd tussen het oorspronkelijke meldingstijdstip en het werkelijke meldingstijdstip aangemerkt als paraatheid en wordt de vliegdienstperiode gecorrigeerd overeenkomstig de tabel in. 8 Per lokale dag is het niet toegestaan langer dan twaalf uur paraat te zijn. 9 Het maximale aantal paraatheidsuren bedraagt 60 in elke periode van zeven opeenvolgende dagen. 10 Per lokale dag wordt niet meer dan één periode van paraatheid opgenomen in een dienstrooster. De in verband met het zevende lid als paraatheid aangemerkte periode wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 11 Paraatheidsuren als bedoeld in onderdeel 1.1125, onder 2, van de verordening worden voor de helft meegeteld voor het bepalen van de cumulatieve diensturen. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9 Evaluatie#
Artikel 9 Evaluatie Deze regeling wordt een jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Besluit vluchtuitvoering Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het(Stb. 2006, 371) in werking treedt. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling werk- en rusttijden luchtvaart. 2008 133 14-07-2008 10-07-2008 CEND/HDJZ/2008-988 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.
Artikel 4#
artikel 4, tweede en derde lid
Artikel 8#
artikel 8, zesde lid, van de Regeling werk- en rusttijden luchtvaart