Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juli 2008, nr. DE/30569, houdende regels voor het verstrekken van subsidie in het kader van het emancipatiebeleid (Subsidieregeling emancipatie)
- BWB-id
- BWBR0024171
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2011-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024171
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-emancipatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-emancipatie/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024171&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024171&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024171/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-emancipatie
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepaling#
Artikel 1.1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Subsidieaanvraag#
Artikel 1.2 Subsidieaanvraag De Minister verleent subsidie op aanvraag. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 1.3 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen, verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Meldingsplicht veranderde omstandigheden#
Artikel 1.4 Meldingsplicht veranderde omstandigheden De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Informatieplicht#
Artikel 1.5 Informatieplicht De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Voorschot#
Artikel 1.6 Voorschot 1 De Minister verleent geen voorschotten op subsidies tot € 25.000. 2 Het ritme en de hoogte van de voorschotverlening van subsidies vanaf € 25.000 worden afgestemd op de liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger en in de beschikking tot subsidieverlening vastgesteld. 3 artikelen 2.1 tot en met 2.7 In uitzondering op het tweede lid verleent de Minister aan de instellingen genoemd in devoorschotten tot ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 01-01-2009
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Subsidieplafond en maximale subsidiebedragen#
Artikel 1.7 Subsidieplafond en maximale subsidiebedragen 1 Het subsidieplafond is gelijk aan het bedrag voor de operationele doelstelling ‘Het versterken van het emancipatieproces in de samenleving’ in de programma-uitgaven in de ten tijde van de aanvraag geldende Rijksbegroting OCW, artikel 25 Emancipatie, voor de betreffende jaren verdeeld naar de verschillende operationele doelstellingen betreffende emancipatie dan wel homo-emancipatie. 2 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met e voor het boekjaar 2009 maximaal: a. voor het COC: € 300.000,–; b. voor Stichting Aletta: € 1.858.610,–; c. voor Stichting Her World: € 150.000,–; d. voor E-Quality: € 2.064.998,–; e. voor IHLIA: € 134.000,–. 3 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met g voor de boekjaren 2010 en 2011 maximaal: a. voor het COC: € 800.000,– voor het boekjaar 2010 en € 800.000,– het boekjaar 2011; b. voor Stichting Aletta: € 1.672.749,– voor het boekjaar 2010 en € 1.672.749,– voor het boekjaar 2011; c. voor Stichting Her World: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011; d. voor E-Quality: € 1.858.498,– voor het boekjaar 2010 en € 1.858.498,– voor het boekjaar 2011; e. voor IHLIA: € 300.000,– voor het boekjaar 2010 en € 300.000,– voor het boekjaar 2011; f. voor het TNN: € 100.000,– voor het boekjaar 2010 en € 100.000,– voor het boekjaar 2011; g. voor de NVR: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011. 4 artikelen 2.1 tot en met 2.7 De Minster kan voor de boekjaren 2010 en verder bovenop de maximale subsidiebedragen in het derde lid loon- en prijscompensatie toekennen aan de instellingen genoemd in de. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 01-01-2009
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 COC#
Artikel 2.1 COC De Minister kan aan de Federatie van Nederlandse Verenigingen tot Integratie van Homoseksualiteit COC Nederland subsidie verstrekken per boekjaar voor de internationaal vertegenwoordigende taak van het COC en voor de landelijke agenderende, consulterende en ondersteunende rol van het COC op het terrein van het bevorderen van sociale acceptatie van homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgender personen in de samenleving. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Stichting Aletta#
Artikel 2.2 Stichting Aletta De Minister kan aan de Stichting Aletta, Instituut voor Vrouwengeschiedenis subsidie verstrekken per boekjaar voor het beheren en toegankelijk maken van het erfgoed van de vrouwenbeweging. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Stichting Her World#
Artikel 2.3 Stichting Her World De Minister kan aan Stichting Her world subsidie verstrekken per boekjaar voor de nationale en regionale platformfunctie van WOMEN Inc. voor vrouwen ongeacht leeftijden, culturen en disciplines. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 E-Quality#
Artikel 2.4 E-Quality De Minister kan aan het Kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit E-Quality subsidie verstrekken per boekjaar voor het vervullen van de functie van kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 IHLIA#
Artikel 2.5 IHLIA De Minister kan aan de Stichting Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief subsidie verstrekken per boekjaar voor het beheren en toegankelijk maken van het erfgoed van de homobeweging. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 TNN#
Artikel 2.6 TNN De Minister kan aan de Stichting Transgender Netwerk Nederland subsidie verstrekken per boekjaar voor de landelijke agenderende, consulterende en ondersteunende rol van het TNN op het terrein van transgender personen in de samenleving. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 NVR#
Artikel 2.7 NVR De Minister kan aan de Nederlandse Vrouwen Raad subsidie verstrekken per boekjaar voor de internationaal vertegenwoordigende rol van het NVR en de landelijke agenderende, consulterende en ondersteunende rol van de NVR op het terrein van het bevorderen van emancipatie van vrouwen en meisjes in de samenleving. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Vereisten aanvraag#
Artikel 2.8 Vereisten aanvraag 1 artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht Naast een activiteitenplan en een begroting als bedoeld inomvat de subsidieaanvraag: a. de beoogde prestaties, die worden weergegeven door middel van prestatie-indicatoren; en b. een liquiditeitsplanning. 2 Artikel 4:63, derde lid, van de Algemene wet bestuursecht is niet van toepassing. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Termijn indiening#
Artikel 2.9 Termijn indiening 1 Een subsidieaanvraag wordt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van een boekjaar ingediend. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de subsidieaanvraag voor het jaar 2010, uiterlijk op 1 december 2009 ingediend. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Beslistermijn#
Artikel 2.10 Beslistermijn 1 De Minister beslist binnen maximaal 22 weken na een aanvraag voor een subsidie tot € 25.000. 2 De Minister beslist binnen maximaal 13 weken na een aanvraag voor een subsidie vanaf € 25.000. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 2.11 Tijdvak subsidieverlening 1 De Minister verleent subsidie voor ten hoogste twee jaren. 2 Artikel 4:67, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursecht is niet van toepassing. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Bestedingsrichting#
Artikel 2.12 Bestedingsrichting artikelen 2.1 tot en met 2.7 De subsidie aan de subsidieontvangers, bedoeld in de, wordt aangewend voor de verwezenlijking van het goedgekeurde activiteitenplan en de daarbij aangegeven prestaties. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Overleg over prestatie-indicatoren#
Artikel 2.13 Overleg over prestatie-indicatoren De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan overleg over de prestatie-indicatoren. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Rechtshandelingen#
Artikel 2.14 Rechtshandelingen artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De subsidieontvanger behoeft de toestemming van de Minister voor rechtshandelingen als bedoeld in. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Tussentijdse rapportage#
Artikel 2.15 Tussentijdse rapportage 1 De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening een subsidieontvanger aan wie meer dan € 125.000 subsidie is verleend en aan wie voor meerdere jaren subsidie is verleend, de verplichting opleggen tussentijdse rapportages over de voortgang van de gesubsidieerde prestaties en over de besteding van de subsidie in te dienen. 2 De rapportages sluiten aan bij het activiteitenplan en de begroting. 3 De Minister bepaalt in de beschikking tot subsidieverlening tevens met welke frequentie en voor welke datum een tussenrapportage wordt ingediend. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Subsidievaststelling#
Artikel 2.16 Subsidievaststelling 1 Subsidieontvangers van een subsidie tot € 25.000 dienen geen aanvraag tot subsidievaststelling in. 2 artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht De aanvraag tot vaststelling van een subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000 gaat vergezeld van een activiteitenverslag als bedoeld inover de prestaties. 3 De aanvraag tot vaststelling van een subsidie vanaf € 125.000 gaat vergezeld van: a. artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht een activiteitenverslag als bedoeld inover de prestaties; b. een financieel verslag over de werkelijke kosten of de jaarrekening. 4 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het financieel verslag of de jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 5 artikelen 4:73 4:74 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn niet van toepassing. 6 De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na afloop van het laatste boekjaar van de subsidieverlening een aanvraag tot vaststelling in. 7 De Minister stelt binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling de subsidie vast. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Doelomschrijving#
Artikel 3.1 Doelomschrijving De Minister kan subsidie verstrekken voor de kosten van de uitvoering van een project dat in belangrijke mate bijdraagt aan de verbetering van de positie van meisjes en vrouwen, als beschreven in de ten tijde van de aanvraag geldende emancipatienota, dan wel voor de kosten van de uitvoering van een project dat in belangrijke mate bijdraagt aan de verbetering van de positie van homoseksuelen, als beschreven in de ten tijde van de aanvraag geldende homo-emancipatienota. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Subsidieontvanger#
Artikel 3.2 Subsidieontvanger Subsidie wordt slechts verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Subsidieaanvraag#
Artikel 3.3 Subsidieaanvraag Subsidie wordt op aanvraag verstrekt. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Vereisten aanvraag#
Artikel 3.4 Vereisten aanvraag 1 De subsidieaanvraag omvat: a. een activiteitenplan op basis van prestatie-indicatoren; b. een begroting; en c. een overzicht van de liquiditeitsplanning van het project. 2 Artikel 4:64, eerste lid, van de Awb is van overeenkomstige toepassing. 3 De Minister beslist binnen maximaal 22 weken na een aanvraag voor dan wel omtrent een subsidie tot € 25.000. 4 De Minister beslist binnen maximaal 13 weken na een aanvraag voor een subsidie vanaf € 25.000. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Activiteitenplan#
Artikel 3.5 Activiteitenplan Het activiteitenplan omvat: a. een beschrijving en analyse van de aanleiding van het project; b. een beschrijving van de te bereiken doelgroep; c. een beschrijving van de uit te voeren activiteiten en prestatie-indicatoren; en d. een beschrijving van de doelstellingen en beoogde prestaties van het project. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Criteria verdeling bij subsidieverstrekking#
Artikel 3.6 Criteria verdeling bij subsidieverstrekking 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien een project uitvoering geeft aan en in belangrijke mate bijdraagt aan een in het huidige kabinetsbeleid neergelegde emancipatiedoelstelling of -activiteit en past binnen het beschikbare budget. 2 artikel 1.7, eerste lid In verband met het subsidieplafond , bedoeld in, kan de Minister een termijn van indiening bepalen. In dat geval voorziet de Minister in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de projectsubsidie. 3 Indien de Minister geen indieningtermijn als bedoeld in het eerste lid vaststelt, wordt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor projectsubsidies verdeeld. 4 artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de aanvrager op grond vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid, onder b, de dag waarop de aanvraag is aangevuld. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 3.7 Tijdvak subsidieverlening De Minister verstrekt subsidie voor een project van ten hoogste vier jaren. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Weigeringgronden#
Artikel 3.8 Weigeringgronden 1 Een aanvraag voor een subsidie wordt geweigerd indien de Minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan, mede gelet op de voor emancipatie van vrouwen en meisjes en homo-emancipatie beschikbare financiële middelen, niet of onvoldoende past binnen zijn beleid, zoals is neergelegd in de nota’s op het terrein van emancipatie van vrouwen en meisjes en homo-emancipatie. 2 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Voorts wordt de subsidie, onverminderd, geweigerd indien de Minister van oordeel is dat: a. onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren; b. te verwachten is dat de met de subsidie beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt; c. de aanvrager de behoefte aan subsidie niet heeft aangetoond; d. subsidie voor dit soort activiteiten reeds is verstrekt; of e. het project reeds is afgerond. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Verplichtingen#
Artikel 3.9 Verplichtingen De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: a. de gesubsidieerde activiteiten conform het activiteitenplan worden uitgevoerd; b. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor de subsidie wordt verleend; en c. de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden nageleefd. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.10.
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Tussentijdse rapportage#
Artikel 3.10 Tussentijdse rapportage 1 De Minister kan aan een subsidieontvanger aan wie voor meer dan € 125.000 subsidie is verleend en aan wie voor meerdere jaren projectsubsidie is verleend, de verplichting opleggen tussentijdse rapportages over de voortgang van de gesubsidieerde prestaties en over de besteding van de subsidie in te dienen. 2 De rapportages sluiten aan bij het activiteitenplan en de begroting. 3 De Minister bepaalt in de beschikking tot subsidieverlening of het eerste lid van toepassing is en met welke frequentie en voor welke datum een tussenrapportage wordt ingediend. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.11.
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Subsidievaststelling#
Artikel 3.11 Subsidievaststelling 1 Subsidieontvangers van een subsidie tot € 25.000 dienen geen aanvraag tot subsidievaststelling in. 2 Subsidieontvangers van een subsidie vanaf € 25.000 dienen binnen tweeëntwintig weken na afloop van het project waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 3 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie van € 25.000 tot € 125.000 gaat vergezeld van: artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht een activiteitenverslag als bedoeld inover de prestaties. 4 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie vanaf € 125.000 gaat vergezeld van: a. artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht een activiteitenverslag als bedoeld inover de prestaties; en b. een financieel verslag over de werkelijke kosten. 5 artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de subsidieontvanger, bedoeld in het vierde lid, verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in, kan de subsidieontvanger in plaats van het financieel verslag de jaarrekening overleggen. De kosten van het project dienen herkenbaar in de jaarrekening te worden opgenomen. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.12.
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Financieel verslag#
Artikel 3.12 Financieel verslag 1 De inrichting van het financieel verslag sluit aan op de inrichting van de begroting. 2 Het financieel verslag geeft inzicht in de aanwending en besteding van de subsidie. 3 In het financieel verslag worden verschillen tussen de begroting en het financieel verslag toegelicht, tenzij deze van geringe betekenis zijn. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.13.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Accountantsverklaring#
Artikel 3.13 Accountantsverklaring 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de subsidie meer bedraagt dan € 125.000 gaat het financieel verslag of de jaarrekening vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in. 2 De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. 3 Artikel 13 van de Wet overige OCW-subsidies is op subsidies, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-11-2009 Voorheen art. 3.14.
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Controleprotocol accountant#
Artikel 3.14 Controleprotocol accountant artikel 3.13, eerste lid De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, bedoeld in, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de Minister vast te stellen controleprotocol. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.15.
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Subsidievaststelling#
Artikel 3.15 Subsidievaststelling De Minister stelt de subsidie uiterlijk 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vast. 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 2009 18815 10-12-2009 27-11-2009 DE/170010 11-12-2009 02-10-2009 Voorheen art. 3.16.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Inwerkingtreding#
Artikel 4.1 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Citeertitel#
Artikel 4.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling emancipatie. 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 2008 133 14-07-2008 04-07-2008 DE/30569 16-07-2008
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Overgangsrecht#
Artikel 4.3 Overgangsrecht 1 hoofdstukken 2 3 Deenzoals deze luidden voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn van toepassing op beslissingen en geschillen die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan die datum. 2 hoofdstukken 2 3 Deen, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van deze regeling, worden genoemd: a. Hoofdstuk 2 , betreffende de instellingssubsidie voor het boekjaar 2009; b. Hoofdstuk 3 , vrouwennetwerken. 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 2009 14673 01-10-2009 21-09-2009 DE/154636 02-10-2009