Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 september 2008, nr. HO&S/BL/2008/22798, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor projecten in het kader van het programma voor Akademie-assistenten (Subsidieregeling Programma Akademie-assistenten)
- BWB-id
- BWBR0024570
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2014-01-23 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024570
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-programma-akademie-assistenten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-programma-akademie-assistenten/2014-01-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024570&g=2014-01-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024570&z=2026-06-06&g=2014-01-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024570/2014-01-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/subsidieregeling-programma-akademie-assistenten
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. Akademie-assistent: door de instelling voor het programma geselecteerde student. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving 1 De Minister kan een subsidie verstrekken aan bekostigde universiteiten voor projecten in verband met het bevorderen van de functie van Akademie-assistenten in het wetenschappelijk onderwijs. 2 De subsidie wordt verleend voor projecten, waarmee wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de wijze waarop de functie van Akademie-assistenten, uit te oefenen door studenten van masteropleidingen, een structurele inbedding kan krijgen binnen de universiteit, meer in het bijzonder in het wetenschappelijk onderzoek. Daarbij geldt dat: a. artikel 3, tweede lid onder a voor de subsidieaanvragen, bedoeld in, het doel is te leren wat de meest effectieve manieren zijn om functie van de Akademie-assistent vorm te geven en te organiseren; b. artikel 3, tweede lid onder b voor de subsidieaanvragen, bedoeld in, het doel is te beoordelen of het hier om een duurzame functie gaat die structureel kan worden ingepast. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanvrager#
Artikel 3 Subsidieaanvrager 1 onderdelen a en b van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Subsidie wordt verleend aan een bekostigde universiteit, opgenomen in de. 2 De subsidie wordt verleend in twee aanvraagrondes: a. een ronde voor het jaar 2009; b. een ronde voor de jaren 2010 tot en met 2012. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond#
Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van € 4 miljoen beschikbaar. 2 Voor de ronde voor het jaar 2009 is een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar. 3 Voor de ronde voor de jaren 2010 tot en met 2012 is een bedrag van € 3 miljoen beschikbaar. 4 artikel 10 Van het in het eerste lid genoemde bedrag wordt een bedrag van ten hoogste € 130.000 ter beschikking gesteld voor de werkzaamheden van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, bedoeld in. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag 1 De subsidie wordt op aanvraag verleend. 2 artikel 10 De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, bedoeld in. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Vereisten#
Artikel 6 Vereisten De subsidieaanvraag omvat een plan van aanpak, dat: a. een beschrijving bevat van de taken die de Akademie-assistenten gaan verrichten en bij welke faculteit zij worden ingezet; b. inzicht biedt in de functievereisten, wijze van werving en selectie van de Akademie-assistenten en de omvang en berekenwijze van de vergoeding die zij ontvangen; c. inzicht biedt in de opzet en organisatie van het voorstel inclusief de verdeling van verantwoordelijkheden binnen de faculteit en universiteit; d. inzicht biedt in de wijze waarop sprake kan zijn van een structurele inbedding van het instrument en op basis van welke resultaten een positief besluit hiertoe door wie zal worden genomen; e. inzicht biedt in de wijze waarop evaluatie aan het eind van de looptijd wordt vormgegeven; f. een begroting bevat voor het totale project. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Termijn indiening#
Artikel 7 Termijn indiening artikel 5, eerste lid De subsidieaanvraag, bedoeld in, wordt ingediend: a. artikel 3, tweede lid onder a voor de ronde, bedoeld invóór 1 november 2008; b. artikel 3, tweede lid onder b voor de ronde, bedoeld invóór 1 november 2009. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Criteria verdeling bij subsidieverlening#
Artikel 8 Criteria verdeling bij subsidieverlening De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen met betrekking tot projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Besluitvorming door Minister#
Artikel 9 Besluitvorming door Minister artikel 7, onder a artikel 7,onder b De Minister beschikt uiterlijk op 1 februari 2009 op de aanvragen, bedoeld in, en uiterlijk 1 maart 2010 op de aanvragen, bedoeld in. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Advies voorafgaand aan subsidieverlening#
Artikel 10 Advies voorafgaand aan subsidieverlening 1 De Minister beslist over de subsidieverlening op basis van het advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 2 De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen baseert zich bij haar advisering op de volgende criteria: a. de inhoud en opzet van het voorstel; b. het niveau van de studenten, blijkend uit de selectieprocedure van de faculteit; en c. de uitvoerbaarheid. 3 bijlage 1 De criteria genoemd in het tweede lid, alsmede de aanvraag- en beoordelingsprocedure, zijn nader uitgewerkt in het beoordelingskader invan deze regeling . 4 De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen stelt van de door haar positief beoordeelde subsidieaanvragen een ranglijst op. 5 De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen bewaakt de voortgang van de gesubsidieerde projecten. 6 De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dient voor de door haar te verrichten werkzaamheden uiterlijk 1 oktober 2008 een begroting in bij de Minister. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 11 — Artikel 11 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 11 Tijdvak subsidieverlening Subsidie wordt verleend voor: a. artikel 3, tweede lid, onder a een periode van 1 jaar voor de ronde, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onder b voor een periode van maximaal 3 jaar voor de ronde, bedoeld in. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 12 — Artikel 12 Aanvullende subsidieverplichting#
Artikel 12 Aanvullende subsidieverplichting 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Verslag van activiteiten in verband met bewaking van de voortgang#
Artikel 13 Verslag van activiteiten in verband met bewaking van de voortgang artikel 10, vijfde lid De subsidieontvanger levert de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen desgevraagd de benodigde gegevens aan voor de bewaking als bedoeld in. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 14 — Artikel 14 Verslag van de activiteiten#
Artikel 14 Verslag van de activiteiten 1 artikel 7, onder a artikel 7, onder b artikel 11, onder b De subsidieontvanger dient het verslag van de activiteiten van een subsidie, bedoeld in, in vóór 1 juli 2010, en voor een subsidie, bedoeld in, vóór 1 juli volgend op de duur van het tijdvak, bedoeld in, in bij de Minister. 2 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het plan van aanpak en de feitelijke realisatie. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 15 — Artikel 15 Financiële verslaglegging#
Artikel 15 Financiële verslaglegging 1 De subsidieontvanger verantwoordt jaarlijks de ontvangen bedragen in de tabel Financiële Specificatie Rijkssubsidies (FSR) en in model G (geoormerkte subsidies) bij het jaarverslag. 2 De verslaglegging wordt ingediend bij de Minister. 3 artikel 14 De Minister stelt binnen dertien weken na ontvangst van de verslaglegging, bedoeld in het eerste lid en het verslag, bedoeld in, de subsidie vast. 4 De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen verantwoordt de uitgaven na afloop van het programma in het jaarverslag. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 16 — Artikel 16 Voorschotten#
Artikel 16 Voorschotten 1 artikel 3, tweede lid, onder a De Minister verleent de subsidieontvangers, bedoeld in, een voorschot ter hoogte van het verleende subsidiebedrag. 2 artikel 3, tweede lid, onder b De Minister verleent de subsidieontvangers, bedoeld in, jaarlijks een voorschot van ten hoogste: a. het verleende subsidiebedrag indien het een aanvraag voor één jaar betreft; b. de helft van het verleende subsidiebedrag indien het een aanvraag van twee jaar betreft en c. 1/3 van het verleende subsidiebedrag indien het een aanvraag voor drie jaar betreft. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding#
Artikel 17 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016. 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 23-01-2014
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Programma Akademie-assistenten. 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 2008 196 09-10-2008 23-09-2008 HO&S/BL/2008/22798 11-10-2008