Tijdelijke regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juli 2008, nr. DL/B/34905, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met een onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen (Tijdelijke regeling Lerarenbeurs voor scholing)
- BWB-id
- BWBR0024246
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2014-01-23 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024246
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-regeling-lerarenbeurs-voor-scholing
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-regeling-lerarenbeurs-voor-scholing/2014-01-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024246&g=2014-01-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024246&z=2026-06-06&g=2014-01-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024246/2014-01-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-regeling-lerarenbeurs-voor-scholing
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. aanvrager: leraar, als bedoeld onder f en g, die een aanvraag voor subsidie doet; c. artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1.2, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1, onderdeel t, van die wet bacheloropleiding: opleiding als bedoeld in, die is geaccrediteerd als bedoeld in, of die de toets nieuwe opleiding, als bedoeld in, met positief gevolg heeft afgelegd; d. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.2.1., onderdelen a en b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bevoegd gezag: bevoegd gezag van een school als bedoeld in,of, dan wel het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld inen het instellingsbestuur van een hogeschool als bedoeld in; e. ECTS: European Credit Transfer System; f. artikel 2, tweede lid leraar: leraar die aan de vereisten invan deze regeling voldoet; g. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leraar hoger beroepsonderwijs: leraar die op grond van dede titel of graad bachelor mag voeren; h. artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1, onderdeel t, van die wet masteropleiding: opleiding bedoeld in, die is geaccrediteerd als bedoeld in, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in, met positief gevolg heeft afgelegd; i. subsidie: totale subsidietoekenning aan een aanvrager waaronder studiekosten en eventuele subsidie ter zake van studieverlof; j. studiekosten: les- en collegegeld, studiemiddelen en reiskosten. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte subsidieverstrekking#
Artikel 2 Reikwijdte subsidieverstrekking 1 artikel 1, onderdeel f en g artikel 10 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan leraren bedoeld in, voor studiekosten en studieverlof ter bevordering van het volgen van opleidingen als bedoeld in. 2 Geen subsidie wordt verstrekt aan leraren die niet aan de volgende vereisten voldoen: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in het bezit is van een getuigschrift, afgegeven krachtens de, en afgegeven na 31 juli 2006, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de op zijn werkzaamheden van toepassing zijnde bekwaamheidseisen, dan wel, b. artikel XI, eerste lid van de Wet op de beroepen in het onderwijs op grond vanis aangemerkt als te voldoen aan de van toepassing zijnde bekwaamheidseisen, dan wel; c. artikel XI tweede lid van de Wet op de beroepen in het onderwijs op grond van de Ministeriële regeling bedoeld inbevoegd is voor het geven van onderwijs, dan wel; d. Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs voor zover het betreft de leraar in het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, in het bezit is van een op basis van deafgegeven geschiktheidsverklaring in combinatie met een getuigschrift pedagogisch didactische scholing als bepaald in de, dan wel; e. op grond van onderwijswetgeving bevoegd is verklaard. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanvrager#
Artikel 3 Subsidieaanvrager 1 Subsidie wordt verleend aan een leraar met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten voor studieverlof aan het bevoegd gezag van de school waar de leraar in dienst is, wordt uitgekeerd. 2 De leraar: a. is op het moment dat de opleiding start minimaal een jaar in dienst bij een bevoegd gezag van een of meer onderwijsinstellingen die bekostigd wordt dan wel worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. is op het moment dat de opleiding start voor minimaal 20% van zijn aanstellingsomvang belast met les(gebonden) taken en pedagogisch en didactisch verantwoordelijk voor het onderwijs – op groepsniveau en/of individueel niveau – aan leerlingen, en; c. afdeling 5.1. van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Wet studiefinanciering 2000 geniet gedurende de subsidieperiode geen tegemoetkoming op grond vanen geen studiefinanciering op grond van de. 3 De leraar die in het verleden is gestart met een opleiding kan een aanvraag indien, indien: – artikel 10 eerste lid, onderdeel a, b en c het opleidingen betreft als bedoeld in; – door de aanvrager minimaal nog een studiejaar moet worden afgelegd; – de aanvrager in het studiejaar voorafgaand aan de subsidieperiode 30 ECTS punten heeft behaald. 4 Voor een subsidie inzake studieverlof gelden naast de voorwaarden genoemd in het tweede lid dat: a. artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b en c studieverlof alleen wordt verleend voor de opleidingen bedoeld in; b. het bevoegd gezag van de school of instelling waar de leraar in dienst is verklaart het studieverlof te zullen verlenen door middel van het invullen en het medeondertekenen van het aanvraagformulier; c. uitgangspunt is dat het bevoegd gezag welwillend tegenover het verzoek om verlof staat, tenzij zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan. Indien het bevoegd gezag geen studieverlof kan verlenen, dient zij dit zorgvuldig te motiveren. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond 1 Voor de verstrekking van subsidie voor studiekosten en studieverlof op grond van deze regeling, is een totaalbedrag van € 37.000.000,– beschikbaar. 2 Het totaalbedrag, als bedoeld in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld: a. voor de eerste aanvraagtermijn van 1 juni 2008 tot en met 15 juli 2008, is het subsidieplafond € 18.000.000,–; b. voor de tweede aanvraagtermijn van 12 januari 2009 tot en met 20 februari 2009 is het subsidieplafond € 26.000.000,–, verminderd met de in 2008 aangegane meerjarige verplichtingen die in 2009 tot vervolgbetalingen leiden; c. artikel 20 Aanvragen die buiten de aanvraagtermijnen bedoeld in dit artikel worden ontvangen bij de Minister worden afgewezen, met uitzondering van aanvragen waarvoor verzuimherstel op grond vanis verleend. 2010 3335 04-03-2010 25-02-2010 DL/B/193157 2010 3335 04-03-2010 25-02-2010 DL/B/193157 05-03-2010 01-01-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Verdeling over onderwijssectoren#
Artikel 5 Verdeling over onderwijssectoren 1 Per aanvraagtermijn worden de aanvragen in volgorde van binnenkomst behandeld. 2 De verdeling over de onderwijssectoren geschiedt op basis van het aantal in de onderwijssector werkzame leraren en wel als volgt: a. 50% van het totaal aantal toe te kennen aanvragen in alle onderwijssectoren is beschikbaar voor leraren in het primair onderwijs; b. 30% van het totaal aantal toe te kennen aanvragen in alle onderwijssectoren is beschikbaar voor leraren in het voortgezet onderwijs; c. 13% van het totaal aantal toe te kennen aanvragen in alle onderwijssectoren is beschikbaar voor leraren in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie; d. 7% van het totaal aantal toe te kennen aanvragen in alle onderwijssectoren is beschikbaar voor leraren in het hoger beroepsonderwijs. 3 Als het aantal toe te kennen aanvragen voor een of meer van de onderwijssectoren achterblijft bij het aandeel dat in het tweede lid is voorzien, worden de resterende toe te kennen aanvragen naar evenredigheid toegevoegd aan de andere onderwijssectoren. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Maximaal subsidiebedrag#
Artikel 6 Maximaal subsidiebedrag 1 artikel 10, eerste lid, onderdeel d De subsidie geldt voor maximaal drie jaar of zo veel korter als de nominale studieduur van de opleiding. Indien het betreft een opleiding, bedoeld in, geldt de subsidie voor maximaal één jaar, ter dekking van de kosten van het eerste studiejaar. 2 De subsidie is opgebouwd uit subsidie voor studiekosten en subsidie voor studieverlof. 3 De subsidie voor studiekosten is opgebouwd uit: a. les- en collegegeld: met een maximum van € 3.500 per jaar. De maximale vergoeding bedraagt € 10.500 voor een periode van drie jaar; b. voor studiemiddelen: 10% van het bedrag per jaar genoemd onder a; c. voor reiskosten: 10% van het bedrag per jaar genoemd onder a. 4 De subsidie voor studieverlof is opgebouwd uit: a. De subsidie ter zake van studieverlof wordt bepaald op een bedrag per uur met een maximum van 160 uren per jaar voor een voltijdsaanstelling, in geval van een deeltijdbetrekking wordt het aantal studieverlofuren vastgesteld naar rato van de aanstellingsomvang. b. De subsidiebedragen ter zake van studieverlof per onderwijssector zijn: Onderwijssector Bedrag per studiever- lofuur Basisonderwijs € 32,25 Speciaal onderwijs € 34,23 Voortgezet onderwijs € 34,83 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie € 37,09 Hoger beroepsonderwijs € 41,82 c. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de kabinetsbijdrage voor het betreffende jaar, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de begrotingswetgever. 2008 219 11-11-2008 27-10-2008 DL/B/68727 2008 219 11-11-2008 27-10-2008 DL/B/68727 13-11-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Vereisten#
Artikel 7 Vereisten 1 De subsidie wordt op aanvraag verleend. 2 De subsidieaanvraag wordt uitsluitend aangevraagd met gebruikmaking van een door de leraar en het bevoegd gezag volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Lerarenbeurs voor scholing’. 3 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2010 3335 04-03-2010 25-02-2010 DL/B/193157 2010 3335 04-03-2010 25-02-2010 DL/B/193157 05-03-2010 01-01-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieverlening#
Artikel 8 Subsidieverlening Een leraar kan gedurende zijn onderwijsloopbaan één maal in aanmerking komen voor subsidie op grond van deze of volgende subsidieregelingen met hetzelfde doel. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Termijn beslissing#
Artikel 9 Termijn beslissing artikel 4 De Minister beslist binnen 8 weken na het einde van de ingenoemde termijnen van het eerste lid op een aanvraag voor subsidie. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidiabele opleidingen#
Artikel 10 Subsidiabele opleidingen 1 Voor subsidie op grond van deze regeling komen de volgende opleidingen in aanmerking: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel XI, eerste lid van de Wet op de beroepen in het onderwijs bachelor- of masteropleidingen voor leraren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie gericht op het voldoen aan een andere set van bekwaamheidseisen dan de set waaraan hij blijkens een getuigschrift, afgegeven krachtens de, al voldoet dan wel, op grond van, is aangemerkt als te hebben voldaan; b. opleidingen waarmee een leraar in het hoger beroepsonderwijs een voor zijn vak relevante bachelor, hbo-master of wo-master kan behalen; c. opleidingen die erop gericht zijn dat de voor zijn werk bevoegde leraar in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs en volwasseneneducatie een andere, voor zijn vak relevante graad behaalt; d. opleidingen die gericht zijn op het verwerven van extra bekwaamheden, maar niet gericht op het verkrijgen van een andere onderwijsbevoegdheid of graad. 2 Promotietrajecten komen niet voor subsidie in aanmerking. 3 bijlage I artikel 4, tweede lid onderdeel a artikel 4, tweede lid, onderdeel b De Minister stelt invoor de eerste aanvraagtermijn, bedoeld inter zake van de opleidingen bedoeld in het eerste lid onderdeel d, een limitatieve lijst van opleidingen vast die in aanmerking komen voor subsidie. Voor de aanvraagtermijn bedoeld ingeldt dat deze lijst opnieuw wordt vastgesteld. 4 artikel 4, tweede lid, onderdeel b Voor de tweede aanvraagtermijn, bedoeld in, gelden ten aanzien van de opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de volgende criteria: Ongeacht de onder a tot en met d genoemde criteria, komen opleidingen die tot 8 juli 2008 zijn opgenomen op de lijst, bedoeld in het derde lid, in aanmerking voor subsidie in het kader van deze regeling. Hierbij geldt de subsidie voor maximaal één jaar, ter dekking van de kosten van het eerste studiejaar. a) de opleiding moet gericht zijn op de bevoegde leraar; b) de opleiding heeft een minimale studiebelasting van 200 uur en minimaal 40 contacturen; c) de opleiding moet worden afgesloten met een getuigschrift, certificaat of diploma; d) opleidingen gericht op het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs zijn uitgesloten van de regeling. 5 Aanvragen voor opleidingen die niet voldoen aan de eisen gesteld in dit artikel worden afgewezen. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen van de aanvrager#
Artikel 11 Verplichtingen van de aanvrager De aanvrager die subsidie ontvangt op grond van deze regeling dient: a. zich in te spannen de benodigde studiepunten te behalen; b. het staken van de opleiding onmiddellijk aan de Minister te melden; c. het niet tot stand komen of staken van het studieverlof aan de Minister te melden; d. mee te werken aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid; en e. binnen een half jaar na ontvangst van de beschikking te zijn gestart met de opleiding. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Subsidiebeschikking#
Artikel 12 Subsidiebeschikking In de subsidiebeschikking legt de Minister vast: a. of de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie; b. voor welke opleiding subsidie wordt verleend; c. of de leraar in aanmerking komt voor de subsidie ter zake van studieverlof; d. de duur van de opleiding; e. de wijze waarop de leraar aantoont dat de opleiding met goed gevolg is afgerond; f. artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b en c indien het een meerjarige opleiding betreft, als bedoeld in: de wijze waarop jaarlijks de studievoortgang moet worden vastgesteld; g. de uiterste datum waarop de opleiding moet zijn afgerond. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Betaling van de subsidie#
Artikel 13 Betaling van de subsidie 1 De tegemoetkoming in de studiekosten, de studiemiddelen en de reiskosten wordt jaarlijks als voorschot aan de aanvrager uitbetaald. 2 De tegemoetkoming in de kosten van het studieverlof wordt jaarlijks aan het bevoegd gezag waar de aanvrager in dienst is uitbetaald. 3 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b en c Indien het een meerjarige opleiding betreft, als bedoeld in, vindt de betaling van het jaarbedrag na het eerste studiejaar ieder jaar vóór 1 september plaats. 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 20-05-2009
Artikel 14 — Artikel 14 Intrekken subsidie#
Artikel 14 Intrekken subsidie artikel 4: 48 Algemene wet bestuursrecht De subsidie kan worden ingetrokken met inachtneming van het bepaalde inindien de aanvrager: a. de studie heeft gestaakt; b. gedurende de subsidieperiode niet meer als leraar in dienst is van een of meer onderwijsinstellingen die structureel bekostigd worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 20-05-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Terugvordering van de aanvrager#
Artikel 15 Terugvordering van de aanvrager 1 De subsidie voor de studiekosten kan worden teruggevorderd indien: a. artikel 14 de subsidie van de leraar is ingetrokken op grond van; b. hij voor een meerjarige opleiding niet binnen drie jaar na afloop van de subsidieperiode de benodigde studiepunten heeft behaald; c. hij binnen een jaar na het afronden van de opleiding het onderwijs verlaat om in een andere sector dan de onderwijssector te gaan werken; 2 De terugbetalingsverplichting geldt niet indien de leraar onvrijwillig werkloos wordt voordat de subsidie wordt vastgesteld; 3 Het terug te betalen bedrag is direct opeisbaar op de datum van de beschikking. De aanvrager kan een betalingsregeling treffen van minimaal € 100 per maand per automatische incasso. 4 De maximale terugbetalingsverplichting voor de leraar is het bedrag aan studiekosten voor één studiejaar. 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 20-05-2009
Artikel 16 — Artikel 16 Terugvordering van het bevoegd gezag#
Artikel 16 Terugvordering van het bevoegd gezag 1 Het bevoegd gezag van de school of instelling waar de leraar in dienst is, dient de tegemoetkoming ter zake van het studieverlof terug te betalen indien het studieverlof door zijn toedoen niet of niet geheel tot stand komt. 2 De terugbetalingsverplichting geldt voor het deel van het studieverlof dat niet tot stand is gekomen. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 17 — Artikel 17 Vaststelling van de subsidie lerarenbeurs#
Artikel 17 Vaststelling van de subsidie lerarenbeurs 1 artikel 2, eerste lid artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b en c De leraar dient een aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor zover deze betrekking heeft op de studiekosten, bedoeld in, van opleidingen als bedoeld in, in bij de minister: a. indien de opleiding minstens een jaar duurt, maar geen twee jaar, binnen vier jaar na verlening van de subsidie voor deze opleiding; b. indien de opleiding minstens twee jaar duurt, maar geen drie jaar, binnen vijf jaar na verlening van de subsidie voor deze opleiding; en c. indien de opleiding minstens drie jaar duurt, binnen zes jaar na verlening van de subsidie voor deze opleiding. 2 artikel 10, eerst lid, onderdeel d De leraar dient een aanvraag voor vaststelling van de subsidie van opleidingen als bedoeld in, binnen twee jaar in bij de minister na aanvang van deze opleiding. 3 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat een bewijs waaruit het aantal behaalde studiepunten blijkt. 4 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, bevat een bewijs waaruit de deelname aan de opleiding blijkt. 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 2009 90 18-05-2009 06-05-2009 DL/B/110284 20-05-2009
Artikel 18 — Artikel 18 Hardheidsclausule#
Artikel 18 Hardheidsclausule De Minister kan voor bepaalde gevallen de regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 19 — Artikel 19 Bescheiden#
Artikel 19 Bescheiden 1 artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b De Minister verschaft op verzoek van de aanvrager een standaardaanvraagformulier. De aanvrager dient bovendien een verklaring van het bevoegd gezag waar de aanvrager in dienst is, te overleggen waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de eisen gesteld in. 2 Indien de leraar tevens een aanvraag voor studieverlof indient, dient hij een verklaring van het bevoegd gezag van de school of instelling waar de leraar in dienst is, bij te voegen waarin het bevoegd gezag verklaart dat hij het studieverlof zal verlenen. 3 Indien de aanvrager geen verklaring overlegt van het bevoegd gezag waar hij in dienst is, dient hij aan de Minister in ieder geval de volgende informatie te verschaffen: a. informatie waaruit de onderwijsbevoegdheid van de aanvrager op het moment van aanvraag blijkt; b. informatie waaruit het dienstverband van de aanvrager blijkt alsmede de duur ervan blijkt; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel e informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 20 — Artikel 20 Verzuimherstel#
Artikel 20 Verzuimherstel 1 artikelen 3 tweede lid 19 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in deenstelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid gedurende vijf werkdagen na ontvangst dit verzuim te herstellen. 2 Indien de aanvrager het verzuim niet herstelt, binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, wordt de aanvraag afgewezen. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 21 — Artikel 21 Looptijd#
Artikel 21 Looptijd 1 De regeling is van toepassing op het tijdvak van 1 juni 2008 tot 1 juli 2009. 2 Op meerjarige verplichtingen aangegaan in het tijdvak van 1 juni 2008 tot 1 juli 2009 die doorlopen na afloop van dit tijdvak blijft deze regeling ook na afloop van dit tijdvak van toepassing. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008
Artikel 22 — Artikel 22 Mandaatverlening#
Artikel 22 Mandaatverlening Vervallen 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 23 — Artikel 23 Inwerkingtreding#
Artikel 23 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2008. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017. 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 23-01-2014
Artikel 24 — Artikel 24 Citeertitel#
Artikel 24 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing. 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 2008 139 22-07-2008 11-07-2008 DL/B/34905 24-07-2008 01-06-2008